CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-en-wordt-tabel Treasurystatuut

Politieke Markt 25 november 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland3.634 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 11 pagina's

Vergelijking nieuw treasurystatuut (2025) met het statuut uit 2020 ‘WAS’ (Huidig treasurystatuut uit 2020) ‘WORDT’ (treasurystatuut 2025) Toelichting Artikel 1 Begrippenkader Artikel 1 Begrippenkader Bij de begrippen zijn alleen de verwijzingen naar andere wet- en regelgeving opgenomen en niet meer de inhoudelijke gegevens, omdat die kunnen wijzigen als de onderliggende wet gewijzigd wordt. Artikel 2 Doelstellingen financieringsfunctie 1. Het verkrijgen en behouden van toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; 3. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; 4. Het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een optimaal rendement op de uitzettingen; 5. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Artikel 2 Doelstellingen financieringsfunctie 1. Het verkrijgen en behouden van (duurzame) toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2.

Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s en de investeringen binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren. 3. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie. 4. Het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een optimaal rendement op de uitzettingen. 5. Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 6. Het voldoen aan de wettelijke vereisten aangaande treasury. Als uitgangspunten toegevoegd dat we streven naar een duurzame toegang tot de financiële markten en dat we bij het aantrekken/uitzetten van middelen ook rekening houden met de benodigde middelen voor onze investeringen. Lid 6 toegevoegd: met dit beleid willen we ook invulling geven aan de wettelijk gestelde eisen. Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer 1. Garanties en leningen aan derde partijen worden slechts verstrekt uit hoofde van de publieke taak. Lid 3 is gewijzigd conform de bepaling in de Financiële verordening.

2 1. Garanties en leningen aan derde partijen worden slechts verstrekt uit hoofde van de “publieke taak”. 2. De gemeente kan middelen uitzetten, indien deze uitzettingen conform de Wet fido een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de richtlijnen van dit treasurystatuut; 3. Het gebruik van derivaten is toegestaan, maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. In alle gevallen is een collegebesluit noodzakelijk. 2. De gemeente kan middelen uitzetten, mits deze conform de Wet fido op een verantwoorde wijze plaatsvinden en niet zijn gericht op het behalen van rendement door het nemen van buitensporige risico’s. De verantwoorde aard van deze uitzettingen wordt geborgd door de richtlijnen in dit treasurystatuut. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, stelt het daarvan de toezichthouder op de hoogte, en legt het de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring voor aan de toezichthouder; 2. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden; 3.

Om te voorkomen dat de kasgeldlimiet, zoals beschreven onder lid 1, aan het eind van een derde kwartaal wordt overschreden, zal een nieuwe langlopende lening worden afgesloten. Daarbij wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsprognose op basis van nog te realiseren investeringen die door de raad zijn vastgesteld; Artikel 4 Renterisicobeheer 1. Conform de Wet fido wordt de kasgeldlimiet in beginsel niet overschreden. Indien de gemeente toch voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, wordt de toezichthouder op de hoogte gesteld en wordt de kwartaalrapportage gezamenlijk met een plan van aanpak om binnen de kasgeldlimiet te komen ter goedkeuring aan de toezichthouder voorgelegd. 2. Conform de Wet fido wordt de renterisiconorm niet overschreden. 3. Om te voorkomen dat de kasgeldlimiet, zoals beschreven onder lid 1, aan het eind van een derde kwartaal wordt overschreden, wordt een nieuwe langlopende lening afgesloten. Daarbij wordt rekening gehouden met de korte termijn liquiditeitsprognose op basis van nog te realiseren investeringen die door de raad zijn vastgesteld. Lid 6 en 7 zijn toegevoegd.

3 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de meest actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de renteprognose van onze huisbankier. Rapportage vindt jaarlijks plaats in de paragraaf financiering in de programmabegroting. 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van een lening of uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. 5. De rentevisie van de gemeente wordt één keer per jaar opgesteld op basis van de meest actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt, waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de renteprognose van onze huisbankier, en weergegeven in de daarvoor bestemde paragraaf in de programmabegroting. 6. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen, zodat een gelijkmatige renterisicospreiding binnen de gehele leningenportefeuille ontstaat. 7. Opgenomen leningen komen voor vervroegde aflossing in aanmerking indien de contante waarde van de lagere rentelasten in de komende jaren groter is dan de te betalen boeterente.

Artikel 5 Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, schatkistbankieren, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten. Artikel 5 Koersrisicobeheer De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, schatkistbankieren, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten waarbij altijd de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is. Toegevoegd: dat dezelfde hoofdsom bij einde looptijd gegarandeerd is. Artikel 6 Kredietrisicobeheer 1. De gemeente beperkt de kredietrisico’s op uitzettingen, door haar gelden aan te houden bij financiële instellingen of te participeren in beleggingsproducten van financiële instellingen met tenminste een A-rating; Artikel 6 Kredietrisicobeheer 1. De gemeente beperkt de kredietrisico’s op uitzettingen, door haar gelden aan te houden bij financiële instellingen of te participeren in beleggingsproducten van financiële instellingen met tenminste een A-rating. Lid 2 is gewijzigd: er moeten minimaal 2 bureaus’ s een rating hebben afgegeven.

4 2. Ratings dienen afgegeven te zijn door twee toegestane ratingbureaus. De toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch IBCA; 3. Financiële instellingen dienen in landen met minimaal een AA rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER1 toezicht te vallen; 4. De gemeente mag met inachtneming van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden gelden tijdelijk uitzetten bij (Nederlandse) overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 5. Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële instellingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal worden beoordeeld of de overeenkomst wordt beëindigd; 6. Bij het verstrekken van garanties uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. 2. Ratings dienen afgegeven te zijn door ten minste twee van de drie toegestane ratingbureaus. De toegestane ratingbureaus zijn Standard & Poors, Moody’s en Fitch Ratings. 3. Financiële instellingen dienen in landen met minimaal een AA rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER2 toezicht te vallen. 4.

De gemeente mag met inachtneming van de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’ gelden tijdelijk uitzetten bij (Nederlandse) overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%. 5. Als de rating van een van de hierboven genoemde financiële instellingen tijdens de looptijd van een uitzetting daalt tot onder het hierboven genoemde ratingniveau zal worden beoordeeld of de overeenkomst wordt beëindigd. 6. Bij het verstrekken van garanties en leningen worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. Artikel 7 Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro Artikel 7 Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. Artikel is ongewijzigd gebleven. Artikel 8 Liquiditeitsrisicobeheer De liquiditeitsrisico’s worden beperkt door de treasury- activiteiten te baseren op een liquiditeitsplanning (looptijd tot minimaal 1 jaar). Artikel toegevoegd om daarmee het belang van een planning meer te benadrukken. 1 Europese Economische Ruimte (EER). 2 Europese Economische Ruimte (EER).

5 Artikel 8 Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende voorwaarden: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Het toegestane instrument bij het aantrekken van financieringen is de onderhandse lening; 3. Alvorens een financiering wordt aangetrokken, wordt bij minimaal 3 financiële ondernemingen een offerte gevraagd. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Artikel 9 Financiering 1. Bij het aantrekken van financiering voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende voorwaarden: a. financiering wordt enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; b. het toegestane instrument bij het aantrekken van financiering is de onderhandse lening; c. alvorens een financiering wordt aangetrokken, wordt bij minimaal 2 financiële instellingen een offerte opgevraagd. 2. Voor middelen die worden aangetrokken met een looptijd korter dan één jaar kan gebruik gemaakt worden van daggeldleningen, kasgeldleningen en kredietlimiet/intradaglimiet op rekening courant. Alvorens de financiering wordt aangetrokken wordt minimaal één offerte opgevraagd. 3.

Het aantrekken van middelen met een looptijd van 1 jaar en langer is pas toegestaan na afstemming door de bevoegde functionaris met de Teamleider Organisatieadvies en de Directeur bedrijfsvoering. Deze afstemming wordt, inclusief besloten punten, schriftelijk vastgelegd en door de betrokken partijen ondertekend. 4. De uitkomst van de besluitvorming benoemd onder lid 3 wordt ter kennisgeving gedeeld met de portefeuillehouder Financiën. Lid 1c: aantal op te vragen offertes bij het aantrekken van financiering langer dan 1 jaar teruggebracht tot minimaal 2.In de praktijk kan het lastig zijn om voldoende offertes te ontvangen van instellingen die aan onze criteria voldoen. Lid 2: afkomstig van artikel 11. Lid 3 en 4: de besluitvorming voor het aantrekken van middelen langer dan 1 jaar, wordt afgestemd met zowel de teamleider als de directeur bedrijfsvoering. De portefeuillehouder wordt hier vervolgens over geïnformeerd. Artikel 9 Richtlijnen uitzetten geldleningen 1. Geen arbitrage: Het is niet toegestaan om gelden op te nemen en deze weer uit te zetten met als doel het genereren van inkomsten. Artikel 10 Richtlijnen uitzetten geldleningen 1. Het is niet toegestaan om gelden op te nemen en deze weer uit te zetten met als doel het genereren van inkomsten (arbitrage). Lid 7 toegevoegd: zelfde uitgangspunten bij het aantrekken van financiering.

Korter dan 1 jaar: 1 offerte, langere periode: minimaal 2 offertes.

6 2. Een tijdelijk overschot van middelen wordt uitgezet, rekening houdend met de geldende wettelijke vereisten. De hoofdsom van de uitzetting dient intact te blijven. 3. In geval van uitzettingen voor een periode tot één jaar worden deze in beginsel aangehouden bij het agentschap van het Ministerie van Financiën conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden met uitzondering van: a. Overtollige middelen beneden het drempelbedrag. Deze middelen worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier; b. Middelen die worden aangehouden bij derden vanuit de publieke taak; c. Leningen aan andere decentrale overheden niet zijnde de toezichthoudende provincie. 4. In geval van uitzettingen voor een periode langer dan één jaar kunnen deze uitsluitend worden gedaan bij: a. Financiële instellingen die voldoen aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden; b. Het agentschap van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Dit geldt voor de overtollige middelen boven het wettelijk voorgeschreven drempelbedrag; c. Een decentrale overheid niet zijnde de toezichthoudende provincie. 5. Het verstrekken van een geldlening aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Om concurrentievervalsing met bedrijven te voorkomen, dient de gemeente zich te houden aan gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid. Per geval is een expliciet 2.

Een tijdelijk overschot van middelen wordt uitgezet, rekening houdend met de geldende wettelijke vereisten. 3. In geval van een uitzetting voor een periode tot één jaar wordt deze aangehouden bij het agentschap van het Ministerie van Financiën conform de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’ met uitzondering van: a. overtollige middelen beneden het drempelbedrag (deze middelen worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier); b. middelen die worden aangehouden bij derden vanuit de publieke taak; c. leningen aan andere decentrale overheden niet zijnde de toezichthoudende provincie. 4. In geval van een uitzetting voor een periode langer dan één jaar kan deze uitsluitend worden gedaan bij: a. financiële instellingen die voldoen aan de in artikel 6 gestelde voorwaarden; b. het agentschap van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren), zijnde de overtollige middelen boven het wettelijk voorgeschreven drempelbedrag; c. een decentrale overheid, niet zijnde de toezichthoudende provincie. 5. Het verstrekken van een geldlening of een borgstelling (garantie) aan derden is slechts toegestaan vanuit de publieke taak. Per geval is een expliciet besluit hiertoe nodig door het college van B&W, waarbij gemotiveerd wordt welk publiek belang wordt gediend en waarbij besloten wordt over de te verwerven zekerheden.

In alle gevallen zal het college een dergelijke besluit Lid 8 en 9: de besluitvorming voor het uitzetten van middelen langer dan 1 jaar, wordt afgestemd met zowel de teamleider als de directeur bedrijfsvoering. De portefeuillehouder wordt hier vervolgens over geïnformeerd.

besluit hiertoe nodig door het college van B&W, | vooraf aan de raad voorleggen om diens wensen en/of waarbij gemotiveerd wordt welk publiek belang wordt | bedenkingen te vernemen. Daarnaast is het mogelijk gediend en waarbij besloten wordt over de te | om bij financiering aan derden deze te verstrekken in verwerven zekerheden. In alle gevallen zal het college | het kader van een door de raad van de gemeente een dergelijke besluit vooraf aan de raad voorleggen | Steenwijkerland vast te stellen regeling. Als de om diens wensen en/of bedenkingen te vernemen. | economische activiteit niet wordt uitgevoerd op basis Daarnaast is het mogelijk om bij financiering aan | van een eerder genomen raadsbesluit in het kader van derden deze te verstrekken in het kader van een door | het publieke belang, dan zal de raad daar eerst een de raad van de gemeente Steenwijkerland vast te | aanvullend besluit over moeten nemen. stellen regeling. | 6. | Conform het raadsbesluit van 23 februari 2002 worden 6. | Conform een raadsbesluit van 23 februari 2002 worden | geen nieuwe leningen meer aangetrokken ten behoeve geen nieuwe leningen meer aangetrokken ten behoeve | van de financiering van woningbouwcorporaties. van de financiering van woningbouwcorporaties. | 7. | Voor middelen die worden uitgezet met een looptijd korter dan één jaar kan met één offerte worden volstaan.

Bij uitzetting van middelen langer dan één jaar dienen minimaal 2 offertes te worden opgevraagd. 8. | Het uitzetten van middelen voor 1 jaar en langer is pas toegestaan na afstemming door de bevoegde functionaris met de Teamleider Organisatieadvies en de Directeur bedrijfsvoering. Deze afstemming wordt, inclusief besloten punten, schriftelijk vastgelegd en door de betrokken partijen ondertekend. 9. | De uitkomst van de besluitvorming benoemd onder lid 8 wordt ter kennisgeving gedeeld met de portefeuillehouder Financiën. Artikel 10 Geldstromenbeheer | Artikel 11 Geldstromenbeheer | Ongewijzigd. Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken | Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: | wordt: 1. | Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op | 1. | het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsprognose af | gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsprognose af te stemmen; | te stemmen; 7

8 2. Er wordt op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 3. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. 2. er op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 3. het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Artikel 11 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Overtollige liquiditeiten tot het drempelbedrag voor schatkistbankieren worden in rekening courant aangehouden bij de huisbankier. Liquide middelen boven het drempelbedrag worden automatisch gestort in het kader van schatkistbankieren; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet/intradaglimiet op rekening courant; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn – naast schatkistbankieren - rekening-courant en deposito’s; 5.

Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts voor financiële instellingen toegestaan die voldoen aan het vermelde in artikel 6; 6. Voor middelen die worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar kan met één offerte worden volstaan. Artikel verwijderd. De bepalingen worden reeds genoemd in of zijn ondergebracht bij: Lid 1: zie artikel 9. Lid 2: zie artikel 4. Lid 3: zie artikel 9. Lid 4: zie artikel 5 Lid 5: zie artikel 6 en 9 Lid 6: zie artikel 9 en 10.

Artikel 12 Uitgangspunten administratieve organisatie en | Artikel 12 Uitgangspunten administratieve organisatie en | Lid 4 verwijderd: dit betreft geen interne controle | interne controle | uitgangspunt, maar uitvoering. Komt terug in In het kader van treasury gelden de volgende algemene | In het kader van treasury gelden de volgende algemene | artikel 14. uitgangspunten op het gebied van administratieve | uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: | organisatie en interne controle: 1. | De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van | 1. | De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze | treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk schriftelijk vastgelegd; | vastgelegd3. 2. | Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is | 2. | Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste | functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: | voorwaarden: a. | Voor iedere transactie geldt het vier-ogen-principe | a. | voor iedere transactie geldt het vier-ogen-principe zoals vastgelegd in artikel 14; | zoals vormgegeven in artikel 15; b. | De uitvoering en controle geschiedt door | b. | de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; | afzonderlijke functionarissen; c.

| De uitvoering en registratie in de financiële | c. | de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke | administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. | functionarissen. 3. | Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de | 3. | Aan de tegenpartij wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de | bevestiging van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de | financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de | personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; | transacties. 4. | De transacties worden afgesloten door de coördinator begroting en geregistreerd door de medewerker controlling. Artikel 13 | Artikel 13 | De verantwoordelijkheden zijn veranderd. De In dit artikel zijn de verantwoordelijkheden m.b.t. de | In dit artikel zijn de verantwoordelijkheden m.b.t. de | belangrijkste wijzigingen zitten vooral in de treasury van de gemeente vastgelegd. | treasury van de gemeente vastgelegd. 3 De schriftelijke vastlegging van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt geregeld in artikel 14 respectievelijk artikel 15. 9

10 functiebenamingen als gevolg van de organisatieontwikkelingen: - De verantwoordelijkheden komen nu hoofdzakelijk te liggen bij de Senior adviseur financieel beleid en control; - Autorisatie komt bij de Coördinator financieel beleid en control te liggen. - Diverse werkzaamheden op uitvoeringsniveau en in het verlengde van de reguliere werkzaamheden zijn verwijderd (bijv. administratie, VIC, externe accountant). Taak van de Raadscommissie (“Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad”) verwijderd. Artikel 14 In dit artikel zijn de bevoegdheden m.b.t. de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Artikel 14 In dit artikel zijn de bevoegdheden m.b.t. de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering. Ook in dit artikel zijn de functiebenamingen in lijn gebracht met de nieuwe organisatiestructuur en het genoemde bij artikel 13. Artikel 15 In dit artikel is m.b.t. de treasuryactiviteiten beschreven welke informatie tenminste moet worden verstrekt door de betreffende functionarissen. Dit artikel is verwijderd: de informatie die opgeleverd moet worden is gebaseerd op andere wet- en regelgeving. Het is dan niet belangrijk om in een verordening aan te duiden wie deze informatie moet opleveren.

Dat is een taak voor het college van B&W die dat vervolgens kan mandateren aan de gemeentesecretaris.

Artikel 16 Hardheidsclausule | Artikel 15 Hardheidsclausule | Lid 2: gewijzigd qua schrijfstijl. 1. | In gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet, | 1. | In gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet, beslist het college. | beslist het college. 2. | Het college kan de raad voorstellen een of meerdere | 2. | Het college kan de raad voorstellen om in bijzondere artikelen van dit statuut buiten toepassing te laten of | gevallen af te wijken van (delen van) dit statuut, als daarvan af te wijken, voor zover toepassing, gelet op | strikte toepassing zou leiden tot een duidelijk het belang van het financieel beheer en de inrichting | onredelijke situatie, gezien het belang van goed van de financiële organisatie, leidt tot een onbillijkheid | financieel beheer. De raad neemt in zulke gevallen het van overwegende aard. In dergelijke gevallen beslist de | besluit. raad. Artikel 17 Inwerkingtreding en citeertitel | Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel | Strekking van dit artikel is gelijk gebleven. 1. | Dit statuut treedt in werking met ingang van de eerste | 1. | Dit statuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. | dag na die van de bekendmaking. 2. | Per gelijke datum wordt ingetrokken het | 2.

| Per gelijke datum wordt ingetrokken het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2011”, | “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland 2020”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 21 juni | zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 28 januari 2011. | 2025. 3. | Dit statuut kan worden aangehaald als | 3. | Dit statuut kan worden aangehaald als “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland 2020”. | “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/13710b4d-5bd9-4e70-8acc-df2bd9a2456a?agendaItemId=4f4f9deb-caa4-40e1-80a8-84d535c20c8b