CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Samen voor Ryan - akkoord 2019

Politieke Markt 25 augustus 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Samen voor Ryan6.862 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen voor Ryan STEENWIJKERLANDS AKKOORD OPVANG - ONDERWIJS - ZORG - 2 - -  - Samen voor Ryan STEENWIJKERLANDS AKKOORD OPVANG - ONDERWIJS - ZORG Ryan is een jongen van vijf jaar en woont in Steenwijkerland. Ryan heeft liefhebbende en doortastende ouders. Al heel vroeg hadden zij het gevoel dat Ryan iets anders nodig heeft om zich te ontwikkelen dan veel andere kinderen. Dit hebben zij aangekaart bij het consultatiebureau, de kinderopvang, de basisschool - niet een keer, maar herhaaldelijk. Helaas hebben zij zich lange tijd niet gehoord gevoeld. De ouders van Ryan hebben ons, op een van onze bijeenkomsten, verteld over hun zoektocht naar hulp. Gelukkig hebben ze die uiteindelijk gevonden en gaat het nu goed met Ryan. Maar hun zoektocht heeft lang geduurd, wat frustrerend was voor hen en voor Ryan. Ieder van ons heeft zich daarbij naar eer en geweten en vanuit zijn/ haar deskundigheid ingezet voor Ryan. En toch denken we dat we het anders, beter hadden kunnen doen. Ryan staat voor ons voor alle kinderen in Steenwijkerland die iets anders nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Om soortgelijke zoektochten en frustraties voor kinderen en ouders te voorkomen, slaan we de handen ineen en sluiten we dit akkoord. 1 | GEMEENSCHAPPELIJKE MISSIE Wij, de ondertekenaars van dit akkoord, werken voor de kinderen in Steenwijkerland en hun ouders.

Voor hen creëren we een veilige en rijke omgeving, waarin zij zich kunnen goed ontwikkelen. We begeleiden hen actief bij die ontwikkeling, kijken naar wat een kind goed kan en letten op signalen van een haperende ontwikkeling. Kinderen die dat nodig hebben geven we extra ondersteuning. ‘Wij’: dat zijn de organisaties voor kinderopvang, voor primair onderwijs, voor voortgezet onderwijs, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, de GGD-jeugdgezondheids- zorg, het sociaal werk en het gemeentelijke toegangsteam in Steenwijkerland. Wij zijn zelfstandige organisaties - met een eigen taak en verantwoordelijkheid – maar met een gemeenschappelijk missie: wij willen er samen voor zorgen dat alle kinderen in Steenwijkerland in de eerste 18 jaar van hun leven de vaardigheden ontwikkelen die ze nodig hebben om straks als volwassene zo zelfstandig mogelijk hun leven te kunnen leiden en deel te kunnen nemen aan de samenleving. Daarbij erkennen we dat niet iedereen volledig zelfstandig aan de samenleving kan deelnemen. Ieder mens heeft soms anderen nodig. En sommige van onze kinderen zullen altijd professionele ondersteuning nodig hebben. Daarom hebben we het over ‘zo zelfstandig mogelijk aan de samenleving deel kunnen nemen’.

Ook voor deze kinderen– met náme voor deze kinderen – is het immers van belang dat we heel goed kijken welke vaardigheden zij nodig hebben om hun leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leiden en deel te kunnen nemen de samenleving. 2 | ONZE AMBITIE Ieder van ons werkt – op zijn eigen manier en vanuit zijn eigen deskundigheid - aan deze missie. En hierin zijn we succesvol. Immers, met veruit het merendeel van de kinderen in Steenwijkerland gaat het goed; de meeste kinderen hebben zo rond hun 18e verjaardag de belangrijkste vaardigheden onder de knie. Toch kennen wij allemaal kinderen waar we ons zorgen over maken, soms al als ze nog heel jong zijn. Kinderen die – ondanks al onze inspanningen - het onderwijs verlaten zonder goed te kunnen lezen, schrijven of rekenen. Kinderen die misschien vaktechnisch goed onderlegd zijn, maar een houding hebben die het moeilijk maakt om een baan te krijgen en te behouden. Of kinderen die specialistische hulp krijgen, zonder dat het tot merkbaar resultaat leidt. Ook kennen we de jongeren bij wie we achteraf denken: ‘Wat hebben we in de voorgaande jaren gemist? - 4 - - 5 - Hadden we dit niet kunnen voorkomen?’ En er zijn ook in onze gemeente ouders die zich zorgen maken, maar heel lang moeten zoeken naar de juiste hulp – en die soms niet vinden.

Met andere woorden: hoezeer we ook trots mogen zijn op de ‘jeugdinfrastructuur’ die we hebben gebouwd in Steenwijkerland, voor sommige kinderen en hun ouders doen we het niet goed genoeg. Onze ambitie is er samen voor te zorgen dat meer kinderen in Steenwijkerland met meer vaardigheden van school komen, zodat zij als vol- wassene beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Om dit voor elkaar te krijgen, maken we de afspraken in dit akkoord. 3 | OVERWEGINGEN: LEIDENDE PRINCIPES Aan de afspraken in dit akkoord liggen de volgende overtuigingen ten grondslag: • Voorkomen is vele malen beter dan genezen. Daarom willen we vooral inzetten op preventieve maatregelen. Wij zijn ervan overtuigd dat investeringen in preventie zich dubbel en dwars zullen terugverdienen. • Geen van ons kan het alleen. Voor de kinderen die – ondanks het hoge niveau van onze voorzieningen – toch uitvallen, liggen de makkelijke oplossingen niet op tafel. We moeten de handen ineenslaan en samen zoeken naar de beste oplossingen voor deze kinderen. We zijn daarom op zoek naar aanpakken waarbij wij elkaar kun- nen versterken. Daarbij zoeken we actief de samenwerking met andere organisaties die kunnen bijdragen aan het realiseren van onze ambitie. • De belangrijkste personen in het leven van een kind, zijn de ouders.

Om succes te kunnen boeken, moeten we betere bondgenootschappen sluiten met de ouders en verzorgers van onze kinderen. Bij alle aanpakken die we de komende jaren gaan uitvoeren, betrekken we actief ouders (en jongeren). • Meer van hetzelfde werkt niet. De kinderen die ondanks al onze inspanningen en extra begeleiding, toch nog het onderwijs verlaten met te weinig vaardigheden, hebben iets anders nodig. Daarom focussen we op nieuwe aanpakken. • We gaan uit van een holistische kijk op de ontwikkeling van kinderen. Dit betekent dat we erkennen dat: • Je over een breed scala aan vaardigheden moet beschikking om aan de samenleving deel te kunnen nemen. Lang niet al deze vaardigheden maken deel uit van de schoolse exameneisen. Onze aandacht gaat niet alleen uit naar de cognitieve vaardigheden, maar naar álle vaardigheden die je als volwassene nodig hebt om deel te kunnen nemen aan de samenleving, dus ook naar de sociale, emotionele, morele en burgerschapsvaardig- heden. • De verschillende vaardigheden die een kind zich eigen moet maken, elkaar beïnvloeden én elkaar kunnen compenseren. Bijvoorbeeld: het is niet alleen belangrijk om te kunnen lezen en schrijven, maar ook om ver- rouwen te hebben in eigen kunnen. Kinderen die niet goed kunnen lezen, dreigen hun zelfvertrouwen te verliezen. Daarentegen leidt het ontdekken van het eigen talent tot een boost in hun gevoel van eigenwaarde.

Wij kiezen er bewust voor om niet op voorhand één of enkele vaardigheden te selecteren waar we al onze aandacht naar uitgaat. • Kwetsbaarheid is onderdeel van het dagelijks leven, hoe lastig dat ook kan zijn. Onnodig problematiseren en etiketteren moet worden tegengegaan (normaliseren1). Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende opvoedomgeving ook een vorm van zorg nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten (ontzorgen2). • Om duurzaam resultaat te boeken, moeten deze leidende principes en werkwijzen deel gaan uitmaken van het ‘dna’ van onze organisaties. 1] Definitie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Samen verder, verder Samen. Zorgen voor kinderen met complexe problemen, Den Haag, november 2014. 2] Ibid. 4 | AFSPRAKEN Wij spreken af in de periode 2019-2023 actief samen te werken om ervoor te zorgen dat meer Steenwijkerlandse kinderen met meer vaardigheden van school komen, zodat zij als volwassene beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Concreet doen we dat door het ontwikkelen van een aantal nieuwe aanpakken/ projecten en door continuering en bijstelling van het bestaande beleid. In deze paragraaf staan de afspraken die we hierover maken.

4.1 NIEUWE AANPAKKEN EN PROJECTEN Begin 2019 hebben we in drie werkconferenties met elkaar gezocht naar aanpakken om onze gezamenlijke ambitie te verwezenlijken. Hieruit zijn de volgende aanpakken gekomen die we als veelbelovend beoordelen. STEENWIJKERLANDSE ACADEMIE Ons vak is mensenwerk. Onze collega’s zijn, als mens, het instrument om onze ambitie waar te kunnen maken. Zij zijn de sleutel tot succes. We kunnen niet volstaan met het invoeren van nieuwe methodieken of het maken van nieuwe werkafspraken. Investeren in onze mensen is noodzakelijk voor duurzaam resultaat. We zien daarbij drie opgaven: • Het creëren van een gezamenlijke taal over en perspectief op de natuurlijke ontwikkeling van het kind. We koesteren het feit dat ieder van ons zijn/haar eigen deskundigheid heeft. Juist door onze krachten te bundelen kunnen we voor ieder kind de goede dingen doen. Echter, om elkaar goed te verstaan is het nodig om een aantal gezamenlijke, algemene uitgangspunten te hebben van waaruit we naar de (natuurlijke) ontwikkeling een kind kijken. Zo kunnen we misverstanden voorkomen, waardoor we veel beter dan nu gebruik kunnen maken van elkaars deskundigheid. • Het vergroten van het kennisniveau, waarbij we veel meer gebruik willen maken van bestaande wetenschappelijke kennis én van elkaars kennis. • Het versterken van een houding van persoonlijk leiderschap.

We willen werken vanuit een open en onbevoor- oordeelde houding jegens ouders, kinderen/ jongeren en elkaar. Hier hoort bij het uitspreken van verwachtingen, transparant zijn over de grenzen het eigen kunnen en het respecteren van die van de ander. We mogen fouten maken – en we leren van de fouten die we maken. Een dergelijke houding van persoonlijk leiderschap is niet alleen noodzakelijk om onderling goed samen te werken, maar ook om naast ouders en jongeren te kunnen staan, om aan te kunnen sluiten bij hun leefwereld en betere bondgenootschappen met hen te kunnen sluiten. Persoonlijk leiderschap is daarom de mindset van waaruit wij met elkaar samenwerken en van waaruit wij contact leggen met ouders en jongeren. Om deze opgaven het hoofd te bieden, gaan we samenwerken in de ‘Steenwijkerlandse academie’. Deze academie fungeert als kennisbank. We verzamelen actief kennis en informatie die ondersteunend is aan onze missie. Deze kennis vertalen we vanuit de academie naar praktisch handelen (in de vorm van praktische tips of in de vorm van gezamenlijke projecten). Wetenschappelijke inzichten over de natuurlijke ontwikkeling van een kind zijn hier de basis van. Deze inzichten ontwikkelen zich razendsnel. Om deze inzichten vlot te benutten, zoeken we vanuit de academie nauwe samenwerking met universiteiten en hogescholen.

Maar ook binnen onze organisaties is veel kennis aanwezig die ondersteunend is aan onze missie. Deze kennis bundelen we binnen de academie, zodat we er gezamenlijk meer gebruik van kunnen maken. Daarnaast werken we vanuit de academie samen in de deskundigheidsbevordering van onze medewerkers. We ontwikkelen hiertoe een programma van deskundigheidsbevordering dat bijdraagt aan bovenstaande drie opgaven. Dit programma bestaat uit lezingen, trainingen, intervisie e.d. voor managers en uitvoerende medewerkers van onze eigen organisaties. Maar ook voor ouders en voor andere professionals, zoals huisartsen en verloskundigen, die werken met jongeren en hun ouders, zoals huisartsen en verloskundigen. De scholing die nodig is voor de andere projecten in dit akkoord, wordt in samenspraak met de academieworden vormgegeven. Op deze manier fungeert de academie niet alleen als kennisbank, maar ook als ‘opleidingsknooppunt’, dat – vanuit de gemeenschappelijke - 6 - - 7 - blik op de natuurlijke ontwikkeling van een kind – kennis vertaalt naar praktisch handelen, houding en gedrag. Daarbij maken we actief gebruik van elkaars kennis en expertise. Deze brengen we in de academie en delen we met elkaar.

Wij, de ondertekenaars van dit akkoord, spreken af: 1 dat we de Steenwijkerlandse academie samen opzetten en actief meedenken over het programma; 2 dat we onze medewerkers in staat stellen om deel te nemen aan het programma; 3 dat we de kennis die we binnen de academie verzamelen, vertalen naar concrete projecten en handelingstips voor medewerkers en ouders; 4 dat we de kennis die binnen de academie ontwikkelen, actief verspreiden en uitdragen binnen de eigen organi- satie (inclusief de vertaling naar praktisch handelen). VROEGSIGNALERING Voorkomen is beter dan genezen. Het komt helaas nog te vaak voor dat het lang duurt voordat kinderen de juiste ondersteuning krijgen. Om hier verandering in te brengen, ontwikkelen we binnen dit thema twee aanpakken die nauw met elkaar samenhangen. Ontwikkelen screeningsmethodiek Ieder van ons kijkt vanuit onze eigen deskundigheid, en dus met onze eigen bril op naar een kind en zijn ouders. We zien daarbij ieder maar een deel van het kind en zijn omgeving. En we spreken daarbij ook nog eens een andere taal. In deze situatie kan het voorkomen dat signalen van een ‘niet-natuurlijke’ ontwikkeling3] worden gemist en dat kinderen en ouders lang moeten wachten op de passende hulp. Om dit te voorkomen spreken wij het volgende af: 5 We onderzoeken of het gedachtegoed van ‘positieve gezondheid’ hier een rol in kan spelen.

6 We voeren een haalbaarheidsonderzoek uit naar een brede implementatie van deze methodiek binnen Steenwijkerland. NB: het gaat om een methodiek die toepasbaar moet zijn in alle sectoren: onderwijs, GGD, sociaal werk, jeugdhulp, maar ook door bijvoorbeeld verloskundigen en huisartsen. 7 Afhankelijk van de uitkomsten van de haalbaarheidsanalyse, voeren we de screeningsmethodiek in bij de diverse sectoren. Multidisciplinair vroeghulpteam Om op tijd de juiste hulp in te zetten moeten we ervoor zorgen dat we elkaar snel weten te vinden als de proble- matiek onze eigen expertise te buiten gaat. Dit kan in de vorm van een integraal vroeghulpteam. De professionals in dit team kunnen – samen met ouders – snel beoordelen welke ondersteuning het meest passend is en kunnen ervoor zorgen dat deze hulp ook snel ingezet wordt. Om te kunnen werken met een integraal vroeghulpteam, is het nodig dat we hetzelfde beeld hebben bij de samenstelling, werkwijze en mandaat van het team. Wij spreken het volgende af: 8 We beschrijven de taak, het doel, de werkwijze, samenstelling en mandaat van het multidisciplinair team. Hierbij besteden we expliciet aandacht aan de rol van ouders en jongeren zelf. We beschrijven de kritische succesfactoren en maken we een inschatting van de kosten van dit team. 9 Op basis van deze beschrijving besluiten we of we een dergelijk team in het leven willen roepen.

We gaan bij een positief besluit over tot uitvoering. 3] Zie ook bij de Steenwijkerlandse academie. DE EERSTE 2000 DAGEN De eerste 2000 dagen in het leven van een kind zijn extreem bepalend voor de latere ontwikkeling. In deze periode worden belangrijke verbindingen in de hersenen aangelegd en ontstaan diepgewortelde patronen. Dit begint al bij de conceptie. Elk jaar verdubbelt de kennis van de breinontwikkeling van jonge kinderen. Deze kennis geeft ons handvatten voor de wijze waarop wij – en de ouders - de ontwikkeling van jonge kinderen kunnen stimuleren. We spreken af: 10 We gaan – vanuit de Steenwijkerlandse academie - een alliantie aan met kennisinstituten als hogescholen en universiteiten om de wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling in de eerste jaren van een kind tot ons te nemen. Deze kennis vertalen we naar het praktisch handelen van onze pedagogisch medewerkers, jeugd- verpleegkundigen, sociaal werkers en hulpverleners die werken met jonge kinderen. 11 We verspreiden deze aanpak actief onder (potentiële) ouders, collega’s en andere professionals. 12 Op basis hiervan stimuleren we een preventieve aanpak die er op gericht is om de omstandigheden te ver- beteren waarin kinderen opgroeien en zich ontwikkelen.

LEVENSVAARDIGHEDEN Om je leven zo zelfstandig mogelijk te kunnen leven en aan de samenleving deel te kunnen nemen, heb je een breed scala aan vaardigheden nodig. Binnen het onderwijs ligt sterk de nadruk op cognitieve vakken. Nederlands, economie, wiskunde, natuurkunde, biologie: dit soort vakken bepalen in hoge mate of je je eind- examen haalt of niet. Dit is heel belangrijk, maar ook de sociale, emotionele, morele en burgerschapsvaardigheden zijn van groot belang. Hierbij gaat het om zaken als: zelfbewustzijn, zelfmanagement, verantwoordelijke besluiten nemen, relationele vaardigheden, maar ook om heel praktische zaken als het op orde houden van je financiën en jezelf verzorgen. Wij willen in Steenwijkerland veel meer aandacht geven aan deze bredere levensvaardigheden. Daarbij zetten we, om te beginnen, in op jongeren vanaf 10 jaar. In een later stadium wordt gekeken of de aanpak verder vertaald kan worden naar het jongere leeftijdscategorieën. Binnen dit thema ontwikkelen we twee projec- ten: ‘Petje Af’ en ‘Levensvaardigheden als mindset op de middelbare school’. Petje Af Kinderen ontwikkelen zich niet alleen op school. Het leven buiten school is minstens net zo leerzaam als het gaat om het opdoen van levensvaardigheden.

Hoe rijker de ervaringen in je jeugd, hoe makkelijker is het om te weten wie je bent, waar je talent ligt, hoe de wereld in elkaar zit en wat er van jou als deelnemer in deze samen- leving wordt verwacht. Rolmodellen helpen daarbij: aan hen kun je je spiegelen en zien wat er mogelijk is. De meeste kinderen doen in hun vrije tijd vele leerzame ervaringen op. Bijvoorbeeld op de sportclub, door uit- stapjes die ze maken met hun ouders of door te kletsen met een oom of tante die een heel ander beroep heeft dan je moeder. Dit geldt echter niet voor alle kinderen. Er zijn kinderen die – bijvoorbeeld vanwege financiële problemen – buiten schooltijd nauwelijks iets ondernemen. Dit belemmert de ontwikkeling en de kansen van deze kinderen. Wij willen deze kinderen gedurende aantal jaar in hun leven nieuwe ervaringen laten opdoen en in contact brengen met inspirerende rolmodellen. Om dit te realiseren maken we gebruik van de bestaande methodiek van ‘Petje Af’ (zie www.petjeaf.nl). Petje Af richt zich op kinderen tussen de 10 en 14 jaar. We spreken het volgende af: 13 We onderzoeken of en op welke manier het mogelijk is om Petje Af in onze gemeente aan te bieden. Dit doen we in samenwerking met ondernemers uit onze gemeente. 14 Bij een positieve uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek voeren we Petje Af uit in de gemeente Steenwijkerland.

- 8 - - 9 - Levensvaardigheden als mindset op de middelbare school Binnen dit project willen we structureel meer aandacht schenken aan de ontwikkeling van levensvaardigheden bij jongeren op de middelbare school. De middelbare schoolleeftijd is de periode waarin deze vaardigheden sterk in ontwikkeling zijn. We spreken het volgende af: 15 We gaan gezamenlijk mogelijke stagnaties van levensvaardigheden signaleren bij jongeren van 12 t/m 18 jaar. We maken daarvoor – indien mogelijk - gebruik van het screeningsinstrument dat ontwikkeld wordt binnen het project ‘vroegsignalering: ontwikkelen screeningsmethodiek’; 16 We scholen alle docenten in het voortgezet onderwijs in het stimuleren van levensvaardigheden en het herkennen van een niet-normale ontwikkeling op dit gebied; 17 We bieden aan alle leerlingen op de middelbare school gedurende de schoolloopbaan korte trainingen aan op het gebied van levensvaardigheden (binnen het curriculum); 18 We ontwikkelen een intensieve training (of bieden een bestaande training aan) voor de jongeren die extra ondersteuning op dit vlak nodig hebben; 19 We onderzoeken of de aanpak die we voor het VO ontwikkeld hebben, vertaald kan worden naar het primair onderwijs; 20 We maken professionals en ouders bewust van een holistische benadering van het kind en het zijn van een rolmodel; INTEGRATIE VAN JONGE ANDERSTALIGEN (EN HUN OUDERS) Jonge anderstaligen

(statushouders en (arbeids)migranten) van 0-18 jaar staan in ons land voor een extra uitdaging als het gaat om het aanleren van de vaardigheden die ze nodig hebben om als volwassene zelfstandig hun leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Niet alleen moeten ze een vreemde taal leren, ook alle geschreven en ongeschreven regels moeten ze zich eigen maken – ook wanneer die regels conflicteren met de waarden die in hun eigen cultuur centraal staan. De onderwijs- en ondersteuningsbehoeften die deze doelgroep heeft hangt af van de specifieke situatie van het kind, zijn leeftijd en de fase waarin de jonge anderstalige in beeld komt. De onderwijs- en ondersteuningsmogelijkheden in Steenwijkerland zijn in de huidige situatie versnipperd en onvoldoende toerei- kend. Er dient aandacht worden besteed aan brede integratie door een doorlopende leerlijn (minimaal 5 jaar) met onderwijs- en ondersteuningsbehoeften per leeftijd en fase. Ook de kennis en houding van professionals en ouders verdient aandacht. Ons doel binnen dit project is dat jonge anderstaligen van 0-18 jaar zonder (taal)achterstanden van school gaan en als ‘binnenstaander’ mee kunnen doen in de samenleving.

Wij, de deelnemers binnen dit project, spreken af: 21 We ontwikkelen en implementeren een doorlopende lijn in onderwijs en ondersteuning (minimaal 5 jaar) voor jonge anderstaligen van 0-18 jaar in Steenwijkerland. Dit bestaat uit: a Een uniform format om de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van anderstaligen binnen en buiten het onderwijs in beeld te brengen b Passend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor elke leeftijd en fase, met daarin een doorlopende lijn van 0 tot 18 jaar. 22 We scholen onze professionals en ouders in houding en kennis van de doelgroep. 4.2 STAAND BELEID Onze ambitie en gemeenschappelijke missie is niet nieuw. We werken al jaren met elkaar samen om dit te realise- ren. In de loop der jaren hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren – of al bezig zijn te ontwikkelen. In bijlage 1 staan de bestaande aanpakken waarin onderwijs, kinderopvang en zorg al samenwerken. Evenals de onderwerpen waarover de beleidsontwikkeling al in gang was gezet, voordat we dit akkoord sloten. Tot slot zijn er onderwerpen waarover we – op grond van een wettelijke verplichting – nadere afspraken moeten maken (zoals over de uitbreiding van VVE van 10 naar 16 uur). We spreken af: 23 We continueren in eerste instantie het beleid als beschreven in bijlage 1. In de loop van de komende vier jaar zal ieder onderdeel geëvalueerd en indien nodig bijgesteld worden.

4.3 DOEN WE DE GOEDE DINGEN GOED? MONITOREN EN SAMEN LEREN Wij willen weten of we de goede dingen doen en of dat ertoe bijdraagt dat we onze ambitie verwezenlijken. We willen weten of er daadwerkelijk meer kinderen met meer vaardigheden van school komen en of zij als volwasse- ne beter in staat zijn om zelfstandig hun leven te leven en deel te nemen aan de samenleving. Maar omdat we uitgaan van een heel brede doelgroep (zie paragraaf 2) en een holistische visie (paragraaf 3), is het bijzonder lastig om de ambitie te vertalen in enkele smart geformuleerde doelen. Een doel is immers alleen maar meetbaar als het slechts een zeer afgebakend deel van de werkelijkheid omschrijft. Het centraal stellen van enkele smart geformu- leerde doelen zou afbreuk doen aan het feit dat we ons willen richten op alle kinderen die, om welke reden dan ook, niet vanzelf de vaardigheden ontwikkelen die ze als volwassene nodig hebben – en op alle vaardigheden die je nodig hebt als volwassene. Het zou ertoe kunnen leiden dat we ons alleen nog maar focussen op de kinderen of de vaardigheden die deel uitmaken van de set aan geselecteerde meetbare indicatoren - en alle andere kinderen en vaardigheden vergeten. Toch willen we weten of we het goede doen. Om dat te achterhalen, stellen we niet het meten, maar het ‘samen leren’ centraal.

‘Samen leren’ betekent dat we steeds de dialoog voeren of dat wat we doen toegevoegde waarde heeft in het licht van onze missie en ambitie. Om die dialoog te voeren, gebruiken we een aantal hulpmiddelen. Hierover maken we de volgende afspraken: 24 We onderzoeken samen met een kennisinstituut (hogeschool, universiteit of NJI) welke alternatieve manieren we kunnen achterhalen of we onze ambitie verwezenlijken, rekening houdend met onze brede doelgroep en holistische kijk. 25 We benoemen bij de uitwerking van ieder van de projecten zo meetbaar mogelijke indicatoren waar we het suc- ces van de aanpak aan afmeten. Na afronding van het project zal worden bekeken wat de toegevoegde waarde van de aanpak is geweest en of we bereikt hebben wat we van plan waren. Als dat niet het geval is, analyseren we de mogelijke oorzaken hiervan en we benoemen leermomenten voor een volgende keer. 26 Jaarlijks stellen we een verslag op van de activiteiten die we hebben ondernomen, waarbij we tevens beschrijven wat de toegevoegde waarde en belangrijke leermomenten zijn geweest. 27 We betrekken ouders en jongeren bij onze dialoog in het kader van ‘Samen Leren’. 28 Minimaal eens per twee jaar maken we een cijfermatige achtergrondrapportage waarin we de belangrijkste kengetallen verzamelen met betrekking tot de jeugd in Steenwijkerland.

Daarin is in ieder geval aandacht voor de beheersing van de basisvaardigheden taal en rekenen, voor voortijdig schoolverlaten en thuiszitten, de inzet van jeugdhulp en van sociaal werk. In het periodieke overleg (het Lea, zie volgende paragraaf) zal worden vast- gesteld welke indicatoren in beeld worden gebracht. Alle deelnemende partijen aan dit akkoord leveren, binnen de grenzen van de AVG, de benodigde gegevens aan. Deze rapportage dient als achtergrondinformatie bij ons gesprek over de vraag of we de goede dingen doen. De eerste rapportage zal betrekking hebben op schooljaar 2018-2019. - 1 - - 11 - 4.4 VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BIJSTURING Wij zijn samen verantwoordelijk voor het realiseren van de gemeenschappelijke ambitie. Om voortgang te boeken is het van belang de verantwoordelijkheden helder te beleggen. We spreken daarom af: 29 Het gemeenschappelijk overleg (het Lea) fungeert als opdrachtgever van alle projecten en aanpakken die voortkomen uit dit akkoord. 30 De samenstelling van het Lea-overleg wordt herzien, met als doel te zorgen voor een werkbaar gremium, waarin alle sectoren van dit akkoord deel uitmaken. 31 Elk project heeft een projectleider die verantwoordelijk is voor de voortgang en kwaliteit van het project, van ontwerp tot en met evaluatie. 32 Een van de deelnemers van het Lea treedt op als gedelegeerd bestuurlijk opdrachtgever van de projectleider.

Vanuit die hoedanigheid overlegt de gedelegeerd bestuurlijk opdrachtgever op regelmatige basis met de projectleider over de voortgang en kwaliteit van het project, stuurt bij waar nodig en informeert het gemeen- schappelijk overleg (het Lea) hierover. 33 De Steenwijkerlandse academie is ondersteunend aan de overige projecten en coördineert het proces van samen leren. 4.5 FINANCIËN Bij de nadere uitwerking van de projecten zal blijken wat de kosten zijn van de uitvoering van dit akkoord. Uiterlijk eind mei 2019 willen we een inschatting kunnen maken van de kosten per project, zodat we waar nodig kunnen prioriteren. We spreken af: 34 Uiterlijk eind mei 2019 leveren projectleiders een globale kostenraming per jaar aan, inclusief dekking. Voor de uitvoering van de projecten binnen het akkoord zijn in ieder geval de gemeentelijke middelen voor on- derwijsachterstanden, preventief jeugdbeleid, voortijdig schoolverlaten en het voorkomen van laaggeletterdheid beschikbaar. Daar waar nodig kan binnen de bestaande budgetten geherprioriteerd worden. Daarnaast is dekking van uit andere bronnen (zoals de reguliere budgetten van de deelnemers van dit akkoord of subsidies vanuit andere partijen) mogelijk. 4.6 EEN DYNAMISCH AKKOORD Dit akkoord vormt de basis voor onze samenwerking. Het is een dynamisch document.

Minimaal een keer per jaar komen we bij elkaar op een werkconferentie om op een interactieve manier te bespreken of we nog de goede dingen doen en of we ze nog op de goede manier doen. We spreken af: 35 Elke organisatie zorgt voor actieve deelname aan de jaarlijkse werkconferentie 36 Op basis van werkconferentie kunnen de afspraken worden aangepast. Projecten kunnen worden toegevoegd of geschrapt. De opbrengsten van de werkconferentie leiden tot een aanpassing van dit document, zodat we altijd een actuele beschrijving hebben van de afspraken. Ondertekening Met ondertekening van dit akkoord: • onderschrijven we de gezamenlijke missie, ambitie en de bijbehorende overwegingen uit paragraaf 3; • verbinden wij ons aan de afspraken over de Steenwijkerlandse Academie; • zeggen wij toe actief te participeren in de verdere uitwerking en/of uitvoering van een of meerdere projecten die voortkomen uit dit akkoord; • verbinden wij ons aan de afspraken over monitoring en samen leren, sturing en organisatie, fi nanciën en de afspraken onder ‘een dynamisch akkoord’. Datum: Ondertekenaars: Kinderopvang Kinderopvang Jabadoe, J. (Janneke) ten Brink Kinderopvang Woldkasteel, M. (Margriet) Leentjens Speel@Home, S. (Salise) Bouchhida Kindercentrum de Buitenhoeve, L. (Linda) Hollink Kindervilla Oldemarkt, J.M. (Jolanda) Terlien Peuterwerk, J.R.R. (Johannes) Brongers Kinderopvang Ukkie, A.

(Angelique) Geschiere Kinderopvang Marlot, M.G. (Marianne) Treep J/M Kinderopvang, H. (Hilda) Lok-Wind PlusKinderopvang, G. (Gwenda) Wolters Kinderopvang het Wakertje, A. (Alien) Lageweg Kinderopvang Koerine, C. (Corine) Berger-van Noord Primair Onderwijs Stichting Op Kop, A.R. (Alberto) Boon Stichting Accrete, J.A. (Jan) Spanjer Stichting Florion, M. (Martijn) van Heerde OEC ‘t Ravelijn, C. (Connie) Kok Bijker Stichting Catent, C.H.M.L. (Cecile) Servaes Stichting Aves, G. (Greetje) Kruithof Voortgezet Onderwijs RSG Tromp Meesters, J. (Janny) Visser CSG Eekeringe, J. (Johannes) Wouda Passend Onderwijs Samenwerkingsverband passend onderwijs PO 2203, J. (Jacobine) Pilon-Geuze Samenwerkingsverband passend onderwijs VO 2203, E. (Erik) van de Waeter Jeugdgezondheidszorg GGD IJsselland, M. (Mariska) Hörmann Sociaal Werk Sociaal Werk De Kop, H. (Henrieke) Hofsteenge Gemeente Steenwijkerland Gemeentelijk toegangsteam, T. (Trijn) Jongman J. (Janneke) ten Brink M. (Margriet) Leentjens L. (Linda) Hollink J.M. (Jolanda) Terlien A. (Angelique) Geschiere A. (Angelique) Geschiere A. (Angelique) Geschiere M.G. (Marianne) Treep . (Alien) Lageweg C. (Corine) Berger-van Noord M. (Martijn) van Heerde C.H.M.L. (Cecile) Servaes Samenwerkingsverband passend onderwijs PO 2203, J. (Jacobine) Pilon-Geuze Samenwerkingsverband passend onderwijs VO 2203, E. (Erik) van de Waeter H.

(Henrieke) Hofsteenge T . (Trijn) Jongman M. (Martijn) van Heerde C.H.M.L. (Cecile) Servaes

- 12 - - 1 - Stichting Op Kop Openbaar Primair Onderwijs Steenwijkerland Zwartewaterland Stichting Op Kop Openbaar Primair Onderwijs Steenwijkerland Zwartewaterland Bijlage „ - 14 - - 15 - Bijlage Staand beleid Onze ambitie en gemeenschappelijke missie zijn niet nieuw. We werken al jaren met elkaar samen om dit te realise- ren. In de loop der jaren hebben we aanpakken ontwikkeld die we al uitvoeren – of bezig zijn te ontwikkelen. Hier- onder staan de bestaande aanpakken waarin onderwijs, kinderopvang en zorg al samenwerken rondom de ambitie van dit akkoord4] . We spreken af dat we de bestaande aanpakken in eerste instantie continueren en dat we in de loop van de komende vier jaar ieder onderdeel evalueren en indien nodig bijstellen. In aanvulling hierop is er meer beleid dat gericht is op de Steenwijkerlandse jeugd. Te denken valt aan onderdelen van het sportakkoord-in-wor- ding en het beleid op het gebied van cultuureducatie (waaronder het cultuurmenu). De uitvoering hiervan kan bijdragen aan het realiseren van de ambitie uit dit akkoord, maar het beleid zelf hoeft hier niet in eerste instantie op gericht te zijn. Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor KiK (Kind in de Kern) Vroegtijdig signaleren van risico’s en realiseren van een goede aansluiting tussen kinderopvang/on- derwijs en zorg.

Bij zorgen over de ontwikkeling van een kind op school of kinderopvang, voeren KiK-er (=jeugdverpleegkundige), ib-er en ouder een laagdrempelig gesprek en spreken af wat vervolgstappen zijn. Daarnaast fungeert de KiK-er als scha- kelpunt tussen kinderopvang, onderwijs en zorg. Individuele aanpak (met ouders). Najaar 2019 Schoolmaat- schappelijk werk Mogelijkheden voor extra maatschappelijk werk op VO. Gemeente levert bijdrage aan beide VO scholen om extra schoolmaatschappelijke werk te kunnen inkopen. 2021 MDO’s Gezinnen of jongeren waar de hulpverlening stagneert of niet het juiste effect heeft, weer op weg helpen. Ouders, hulpverleners en andere betrokken bij een gezin (waaronder onderwijs) komen samen onder leiding van een onafhankelijke procescoördinator en maken onderling afspra- ken over het vervolg. 2022 Doorzettings- macht Het maken van bindende afspraken met het onder- wijs en de jeugdhulp om bij stagnerende besluitvor- ming rondom thuiszitters, één partij, team of func- tionaris de bevoegdheid te geven om – binnen ge- stelde kaders – te bepalen welke onderwijs/zorgplek voor het betreffende kind passend is. We zetten in op een opschalingsmodel waarin wordt vastgelegd wat we doen als de uitvoerenden in een casus er onderling niet uitkomen. In het opschalingsmodel worden afspraken gemaakt naar welk gremium er opgeschaald moet worden indien nodig.

De ambitie is om in beperkte mate op te schalen. We streven ernaar vanaf het schooljaar 2019 – 2020 te starten met het nieuwe model. Mei/juni 2020 Fit op School Scholen en kinderopvang kunnen zelf aanbod inko- pen in het kader van de Fit op school-aanpak: dit is de Steenwijkse variant van de landelijke aanpak ‘Gezon- de School’ en ‘Gezonde Kinderopvang’. Op (voor)schoolniveau (het individueel niveau overstijgend) aanpakken van thema’s, onderwerpen op het gebied van welbevinden, voorkomen uitval, gezonde kinderen etc. De school/kinderopvang vraagt advies bij de KiK-persoon bij de beslissing welk aanbod wordt ingekocht. Reden is tweeledig: 1) de KiK-persoon kent de aanbieders, weet wat er te koop is in deze sector. En 2) de KiK-persoon weet ook of dit thema inderdaad iets is wat op deze school speelt. Eind 2019 4] In de tabel worden de aanpakken beschreven die (mede) met gemeentelijke middelen tot stand worden gebracht. In aanvulling daarop hebben de verschillende sectororganisa- ties hun eigen beleid op het snijvlak van onderwijs en zorg, bijvoorbeeld in het kader van passend onderwijs. Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor Preventieplatform Instelling overstijgende aanpak van thema’s (pro- blemen, onderwerpen) die spelen in Steenwijkerland op het gebied van jeugd, opvoeding, welbevinden, gezonde kinderen etc.

Vertegenwoordigers van alle geledingen (PO, VO, kinderop- vang, GGD, sociaal werk, gemeente en gemeentelijke toe- gang) bespreken problemen/onderwerpen die schooloverstij- gend spelen/gemeentebreed gedeeld worden en prioriteren. Vervolgens wordt het thema, oplossing, aanpak gedeeld met de inwoners van Steenwijkerland (vb: gratis voorlichting, theater over een thema, laagdrempelige doorverwijzing). Aanpak/vorm verschilt per onderwerp dat wordt opgepakt. Eind 2019 Kortdurende peuteropvang Aanbod van peuteropvang voor peuters die tot een doelgroep behoren. Of voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (KOT). Draagt bij aan de inspanningsverplichting en voornemen van het college om zo veel mogelijk peuters (streven is 100%) deel te laten nemen aan een (formele) opvangvoorziening. Naast niet KOT-gerechtigde ouders komen ook peuters met een zorgvraag in aanmerking. Jaarlijkse mo- nitor, op basis waarvan beleid, waar nodig, wordt aange- past. Voor- (en vroegschoolse) educatie Kinderen die opgroeien in een taalarme omgeving of risico lopen op onderwijs- achterstand krijgen een extra rijk voorschools aan- bod in een opvangvoor- ziening. Ouders betalen alleen ouderbijdragen over de eerste twee dagen. Aanbieders VVE voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, zowel wettelijk als gemeentelijk en mogen daardoor een hoger uur- tarief én een vast jaarbedrag declareren.

Vanaf de derde dag betalen ouders (ook die met KOT) geen ouderbijdragen meer. Vanaf 2020 moet gemeente een aanbod VVE van gemiddeld 16 uur per week kunnen garanderen. Via jaarlijkse VVE monitor. Pilot SO+ en SO++ -klassen Kinderen die extra on- dersteuning (individuele begeleiding in de groep) nodig hebben en/of niet volledig deel kunnen nemen aan het onderwijs, zonder individuele bege- leiding volledig aan school te laten deelnemen. Er zijn 2 extra kleine groepen gevormd met veel formatie, namelijk een leerkracht en groepsondersteuner per groep. Hierdoor wordt er rust gecreëerd en is er veel ruimte om problematiek op te pakken. 2x per schooljaar (2019) betreft nog pilot en is nog geen staand beleid. Dyslexie (beleid in ontwikkeling) Betere dyslexiezorg door laten vervallen knip tussen passend onderwijs en jeugdhulp. Budget voor dyslexie en verantwoordelijkheid overhevelen naar onderwijs. Door specialistische kennis binnen onderwijs te beleggen kan dit veel beter op elkaar aangesloten worden en wordt kennis dyslexiezorg toepasbaar voor grotere groep. Nog niet gestart. Vraag staat uit bij onderwijs- veld of zij deze verantwoorde- lijkheid willen overnemen.

Brede school Het gezamenlijk zorg- dragen voor een betere leef- en leeromgeving voor het kind door het organiseren van activi- teiten die gericht zijn op zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwik- keling van de kinderen en die zich afspelen binnen een veilige situatie. Scholen, kinderdagverblijven de welzijnsinstelling organiseren samen activiteiten voor kinderen en ter ondersteuning van ouders in de wijk. 2019 Leerplicht Waarborgen dat jonge- ren in Steenwijkerland onderwijs volgen gebruik maken van het recht op onderwijs. Leerplicht ziet toe op de handhaving van de leerplichtwet. Een kind is leerplichtig 5] vanaf de maand volgend op de vijfde verjaardag. De volledige leerplicht eindigt aan het einde van het schooljaar, waarin de jongere de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Hierna is de jongere kwalificatieplichtig. De kwalificatieplicht eindigt, zodra de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt of een startkwalificatie6] (MBO-2, HAVO- of VWO-di- ploma) heeft behaald. Jaarlijks leer- plichtverslag 5] De leerplicht houdt in dat kinderen vijf dagen per week naar school moeten. Kinderen zijn leerplichtig van hun vijfde tot zestiende jaar. 6] Na de leerplicht volgt de startkwalificatieplicht (tot 18 jaar). Een jongere mag pas stoppen met school als hij of zij een diploma op tenminste niveau MBO-2, HAVO of VWO op zak heeft.

Zo’n startkwalificatie geeft een jongere voldoende ‘bagage’ om verder te studeren of werk te vinden. - 16 - - 17 - Beleidsonderdeel Doel Kern van de aanpak Evaluatie voorzien voor Rebound Dreigend thuiszitten op het reguliere VO te voorkomen en leerlin- gen met een individueel maatwerktraject terug te begeleiden naar regulier onderwijs. De Rebound voorziening is ontstaan vanuit zorg om leerlin- gen die binnen de reguliere onderwijssetting dreigen af te haken door sociaal-emotionele problematiek, zwakke motiva- tie, onvoldoende schoolprestaties en/of een groot schoolver- zuim. Rebound probeert in samenwerking met de scholen een nieuw onderwijsperspectief te realiseren. De functie van Rebound is een preventieve, tijdelijke opvang, een bezin- ningsperiode voor leerling en school. Een periode waarin het enerzijds de bedoeling is een compleet beeld van de leerling te krijgen en anderzijds de leerling zicht op zichzelf krijgt. Jaarlijkse evaluatie Trajectklas (in ontwikkeling) Maatwerktrajecten voor leerlingen die binnen het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs thuis zijn komen te zitten of dreigen uit te vallen op school. Er worden maatwerktrajecten ontwikkeld die leerlingen bij (dreigend) thuiszitten weer leerbaar moeten maken, opdat deze leerlingen weer aan het reguliere onderwijs kunnen deelnemen.

Mei 2020 Smart met Geld Kwetsbare jongeren leren met geld om te gaan. Hierdoor krijgen ze meer grip op hun uitgaven en helpt het om schulden te voorkomen Leerlingen van VSO en Praktijkonderwijs volgen een financieel educatief programma dat gegeven wordt door MEE IJssel oevers, in samenwerking met een schulddienstverlener en een ervaringsdeskundige. Het programma is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording en de weerbaarheid van de jongeren. Start pilot in augustus 2019, evaluatie mei 2020 Maatschappelijke stage Jongeren maatschappe- lijk bewust en betrokken maken en het doen van vrijwilligerswerk stimu- leren. Door de maatschappelijke stage een verplicht onderdeel te laten uitmaken van het curriculum, worden jongeren maatschappelijk bewust en betrokken. Dit draagt ook bij aan hun persoonlijke ontwikkeling en stelt vrijwilligersorganisa- ties mede in staat om activiteiten te organiseren. Gemeente draagt financieel bij. Via subsidie, eerder convenant hiervoor afgesloten. 2022 Voortijdig School- verlaten (VSV) Voorkomen schooluitval voor jongeren tussen de 11 en 27 jaar. We werken in Steenwijkerland met het Wiedenmodel, waarin twee interventies zijn uitgewerkt voor: 1 Kwetsbare jongeren – jongeren worden teruggeleid naar leren, werken of een leerwerkbaan.

Het betreft jongeren tussen de 16 t/m 27 jaar die thuis zitten en niets doenniets- doen, jongeren die nog stappen kunnen maken op de zelfredzaamheidsmatrix in het kader van werk of jongeren die zijn uitgevallen op een domein en die niets doen, geen hulpverlening krijgen, niet werken en geen opleiding of uitkering hebben. 2 Jongeren met een arbeidsbeperking (Wajong en Pro-Vso) – jongeren worden begeleid naar een passende plek in de maatschappij (dagbesteding, beschut werk, begeleid werk, Wajong, etc.) Daarnaast maakt Steenwijkerland deel uit van de RMC-regio IJssel-Vecht, waar een deel van het VSV-beleid wordt ontwik- keld. Jaarlijkse monito- ring van beleid Aanpalende acti- viteiten preventie laaggeletterdheid Voorkomen van laagge- letterdheid en bevorderen van leesvaardigheden. In aanvulling op het aanbod op scholen en kinderopvangor- ganisaties, worden door bibliotheek, consultatiebureau en Sociaal Werk diverse aanpakken uitgevoerd te bevordering van de leesvaardigheden. Kern van deze aanpakken is dat deze gericht zijn op de thuissituatie. Het betreft: Op Stap, Voorleesexpress, Boekenpret, Boekstart en Taal is de Sleutel tot Groei. 2020-2021 Op Stap Ouders leren op welke manier zij hun kinderen kunnen stimuleren bij het leren thuis en op school.

Scholen dragen gezinnen voor, getrainde vrijwilligers onder- steunen gezinnen, sociaal werk De Kop traint en begeleidt de vrijwilligers 2020-2021 (samen met andere aanpa- lende activiteiten preventie laag- geletterdheid) Logopedie Het tijdig signaleren van taal- en spraakstoornissen bij jonge kinderen om hen vervolgens door te kunnen geleiden naar de logopedist. Bij zorgen over taal- en spraakstoornissen kunnen kinderdag- verblijven een logopedist inschakelen die de kinderen screent en waar nodig doorverwijst naar (andere) lokale aanbieders. 2020 WETTELIJKE OPDRACHTEN Tot slot is er een tweetal wettelijke verplichtingen relevant voor onze samenwerking de komende vier jaar: Onderwerp Wat is de wettelijke opdracht Waarover moeten we afspraken maken Wanneer gereed Uitbreiden VVE naar 16 uur per week Het mogelijk maken dat VVE geïndiceerde peuters tussen 2,5 en 4 jaar gemiddeld 16 uur per week VVE aangebo- den krijgen op kinderopvang en peuteropvang. De nieuwe inkoopprijs voor VVE moet worden vastgesteld. De bestaande inkoop regeling moet worden aangepast. Idem voor de bijbehorende kwaliteitsafspraken.

2019 (verplicht met ingang van 2020) VVE Resultaatafspraken VVE Met het voorschools veld afspraken maken over: • de definitie van de doel- groep VVE • de indicatie door de GGD en toeleiding • de doorgaande lijn tussen voor-en vroegschoolse kin- deropvang en onderwijs) • de opbrengsten VVE (resul- taten). Door de nieuwe indicato- ren bij de verdeling van de GOAB-middelen, moet ook de VVE-doelgroep anders gedefinieerd worden. Naast opleidingsniveau ouders is de verblijfsduur in Nederland en de schuldenproblematiek onderdeel van de nieuwe indicator. De gemeente wijst de GGD aan als indicatiesteller voor VVE peuters: de gemeente moet i.s.m. de GGD en het voorschools veld de wijze van indiceren en toeleiden afspreken. Ook moet worden vastgelegd hoe de doorgaande lijn tussen GGD en voorschool en tussen voorschool en onderwijs worden vormgegeven (warme overdracht etc). Over de opbrengsten van het gevoerde VVE beleid (dit loopt formeel door tot en met groep 2 vd basisschool) moeten afspraken gemaakt worden. De (gemaakte) afspraken moe- tenafspraken moeten gemonitord worden: de jaarlijkse VVE monitor. Jaarlijks worden de resultaten gemonitord door de onderwijsin- spectie.

colofon Een samenwerkingsverband van organisaties voor kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, GGD-jeugdgezondheidszorg, sociaal werk en het gemeentelijke toegangsteam Steenwijkerland Vormgeving Teresa Jonkman September 219

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ceef8f3f-92cd-4705-a47f-12bbe6b5e1a9?agendaItemId=2858db77-f57e-4b76-ae14-88a7f6aa8b64