CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2018 - 2021 Veiligheidsregio IJsselland - bijlage Programmabegroting 2018 - concept Veiligheidsregio IJsselland.pdf

Politieke Markt 16 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2018-2021 Veiligheidsregio IJsselland; advies B20.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

concept, maart 2017 Programmabegroting 2018 (inclusief meerjarenraming 201 9-2021) Concept Programmabegroting 2018 2 Documentgegevens Nr. Datum Verspreid aan T.b.v. vergadering 1 februari 2017 Managementteam Robert Jan Maaskant, Bea Stegeman, Jaap Wolf, Marcel Kluin, Hubert Weitenberg, Ruben Sinselmeijer, Carla Grummel, Robert Jan Maaskant, Robert Steenbergen, Theo van Leussen. Concept gereed voor 25 februari 2017 2 2 maart 2017 Managementteam en Veiligheidsdirectie 7 maart 2017 3 9 maart 2017 Dagelijks bestuur 16 maart 2017 4 31 maart 2017 Gemeenten Veiligheidskring Algemeen bestuur 21 juni 2017 Documentbeheer/ eigenaar Marjolein Fransen Projectleiding Marc Kool en Marjolein Fransen Vastgesteld door Algemeen Bestuur Datum vaststelling 21 juni 2017 Digitale vindplaats MyCorsaID: V17.001211 Concept Programmabegroting 2018 3 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1. Veiligheidsregio IJsselland 5 1.2. Financiering en evaluatie verdeelmethodiek 6 1.3. Missie en visie en ambities 6 1.4. Landelijke ontwikkelingen 7 1.5. IJssellands Werken 10 1.6.

Opbouw begroting 10 2 Exploitatiebegroting 11 2.1 Inleiding 11 2.2 Wijzigingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 11 2.3 (Meerjaren)begroting 2018-2021 12 2.4 Toelichting exploitatiebegroting 2018-2021 14 2.4.1 Toelichting exploitatiekosten 14 2.4.2 Toelichting exploitatiebaten 18 2.4.3 Toelichting algemene dekkingsmiddelen 19 2.4.4 Overzicht baten en lasten 20 3 Programma’s 22 3.1 Programma Strategie & Beleid 22 3.2 Programma Brandweer 23 3.3 Programma Crisisbeheersing 28 3.4 Programma GHOR 31 3.5 Programma Bevolkingszorg 33 3.6 Programma Meldkamer 34 4 Formatieplan 2018 36 5 Balans 2018 – 2021 37 5.1 Algemeen 37 5.2 Waarderingsgrondslagen 38 5.3 Toelichting activa 38 5.4 Toelichting passiva 39 6 Paragraaf risico’s en weerstandsvermogen 41 Concept Programmabegroting 2018 4 7 Paragraaf bedrijfsvoering 44 8 Paragraaf verbonden partijen 46 9 Paragraaf financiering 48 9.1 Inleiding 48 9.2 Treasurystatuut 48 9.3 Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2018 48 9.4 Renterisiconorm 49 9.5 Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte 49 9.6 Rentevisie 50 9.7 Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie 51 9.8 Financieringsportefeuille 51 10 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen 52 11 Paragraaf bezuinigingen & efficiency- en schaalvoordelen 53 Bijlage 1 Technische uitgangspunten begroting 55 Bijlage 2 Materiële vaste activa 57 Bijlage 3

Overzicht taakvelden en overhead 58 Bijlage 4 Brandweerkazernes in eigendom (i.v.m. btw-herziening) 59 Bijlage 5 Overzicht bijdrage per gemeente 2018 60 Bijlage 6 Overzicht bezuinigingen 2018-2021 (n.a.v. de regionalisering) 61 Bijlage 7 Overzicht besparingen als gevolg van efficiency- en schaalvoordelen 63 Concept Programmabegroting 2018 5 1 Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2018 en meerjarenraming 2019-2021. De begroting 2018 bevat ambitieuze, maar realistische prestatieafspraken. Het traject van vergroting van de efficiëntie wordt vervolgd en is verwerkt in deze begroting. In deze begroting worden geen extra middelen gevraagd voor nieuw beleid. 1.1. Veiligheidsregio IJsselland Veiligheidsregio IJsselland richt zich op het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van branden, ongevallen, rampen en crisis. Dit gebeurt in het gebied van de elf, via een gemeenschappelijke regeling, aangesloten gemeenten. Deze gemeenten zijn Zwartewaterland, Steenwijkerland, Kampen, Zwolle, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Staphorst, Olst-Wijhe, Raalte en Deventer. We zijn een organisatie met circa 300 beroepsmedewerkers en circa 800 brandweervrijwilligers. In totaal werken er dus ruim 1.100 mensen bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland betreft een gemeenschappelijke regeling.

Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de elf aangesloten gemeenten. De burgemeester van Zwolle is voorzitter van het algemeen bestuur. De burgemeester van Deventer is vicevoorzitter. De commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid, de coördinerend gemeentesecretaris en vertegenwoordigers van politie, openbaar ministerie, defensie en de waterschappen nemen als adviseur deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Een vertegenwoordiger van de provincie Overijssel wordt als toehoorder uitgenodigd. Het algemeen bestuur vergadert circa zeven keer per jaar waarvan vijf keer per jaar als onderdeel van het Veiligheidsoverleg. Hierin participeren, naast het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland, de districtelijke politie IJsselland en het Regionaal Coördinatiepunt Integrale Veiligheid (RCIV). Doel van deze overleggen is de samenwerking op het terrein van fysieke en sociale veiligheid te vergroten. De inhoudelijke thema’s zijn evenwichtig verdeeld over de bestuurders door middel van portefeuilles. De veiligheidsregio coördineert dit overleg in nauwe samenwerking met de districtelijke politie IJsselland en het RCIV. Twee keer per jaar wordt vanuit dit samenwerkingsverband een bestuurdersdag georganiseerd. Vier burgemeesters uit het algemeen bestuur vormen het dagelijks bestuur.

De burgemeesters van Zwolle (voorzitter), Deventer (vicevoorzitter), Olst-Wijhe en Kampen zitten in het dagelijks bestuur. De voorzitters van alle veiligheidsregio’s in Nederland zitten in het algemeen bestuur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en het Veiligheidsberaad. Daarnaast zijn er bestuurlijke adviescommissies actief op het gebied van brandweer, GHOR en informatievoorziening. Vanuit Veiligheidsregio IJsselland heeft in elke bestuurlijke adviescommissie een bestuurder zitting. In de directie van Veiligheidsregio IJsselland zitten de commandant brandweer (voorzitter), een vertegenwoordiger van de politie, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris gemeenten. Het openbaar ministerie, defensie en het waterschap zijn agendalid. De Concept Programmabegroting 2018 6 veiligheidsdirectie IJsselland en de veiligheidsdirectie VNOG vormen samen met de Regionale Ambulancevoorzieningen in beide regio’s daarnaast de veiligheidsdirectie Meldkamer Oost Nederland, zoals is geregeld in de gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland. 1.2. Financiering en evaluatie verdeelmethodiek De huidige financieringswijze van de veiligheidsregio bestaat uit twee geldstromen. Het grootste deel van de inkomsten (circa 85%) komt uit bijdragen van de elf aangesloten gemeenten.

Een kleiner deel (circa 15%) komt uit een rijksbijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). In 2013 besloot het algemeen bestuur hoe de kosten die de gemeenten betalen, verdeeld worden over de elf gemeenten. In de gekozen methodiek werden de kosten gebaseerd op de historische kosten, de kosten van de gemeenten voor brandweer en rampenbestrijding van voor de regionalisering van de brandweer per 1 januari 2014. Deze methodiek is drie jaar gehanteerd (2014, 2015 en 2016). Voorafgaand aan de begroting 2017 is de verdeelmethodiek herzien. Door het algemeen bestuur is op 23 maart 2016 namelijk gekozen voor een combinatiemodel voor de verdeling van de kosten. De kosten worden vanaf 2017 voor 75% verdeeld op basis van de historische kosten en voor 25% op basis van een meer geobjectiveerde methodiek, te weten het gemeentefonds. Na drie jaar, dus in 2019, wordt de verdeelmethodiek opnieuw geëvalueerd waarbij in principe het gekozen combinatiemodel gehandhaafd blijft. Er wordt alleen gekeken of het geobjectiveerde aandeel van het gemeentefonds in de verdeelmethodiek kan worden vergroot. Voorafgaand aan de evaluatie wordt door het algemeen bestuur op basis van de ontwikkelingen op dat moment besloten hoe de evaluatie exact vorm zal krijgen. 1.3.

Missie en visie en ambities In het beleidsplan 2015-2018 zijn de volgende mission statement, missie, visie, ambities en strategische doelen geformuleerd: Mission statement Veiligheid: voor elkaar. Missie Veiligheidsregio IJsselland werkt als brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening, met gemeenten en andere partners samen in het voorkomen, bestrijden en beperken van de gevolgen van branden, ongevallen, rampen en crisis. Dit doen we samen met en voor onze regio IJsselland, een gebied met circa 520.000 inwoners. Concept Programmabegroting 2018 7 Visie Veiligheidsregio IJsselland werkt samen aan veiligheid, is een betrouwbare partner en stimuleert het risicobewustzijn en de zelfredzaamheid van onze inwoners, bedrijven en instellingen. Ambities In 2018 hebben we onze rol als betrouwbare partner versterk t en zijn we in de regio leidend in de samenwerking bij branden, incidenten en crises tussen hulpverleningsdiensten, gemeenten en andere partners. Onze medewerker s zetten hun professionaliteit in om samen met inwoners, bedrijven en instellingen te werken a an een realistisch niveau van risicobeperking en zelfredzaam handelen voor, tijdens en na een calamiteit. Strategische doelen 1. We hebben onze relatie met het lokale bestuur en gemeenteraden versterkt, zodat we onze legitimiteit en lokale binding vergroten. 2.

We vormen in samenwerking met de hulpdiensten en crisispartners, dé betrouwbare, op zijn taak toegeruste crisisorganisatie. 3. We werken met partners aan een gezamenlijke aanpak om risico’s te voorkomen, te beperken en te bestrijden. 4. We blijven de zelfredzaamheid van onze inwoners, bedrijven en instellingen stimuleren. 5. We werken samen met onze omgeving zodat inwoners, bedrijven en instellingen weten wat ze zelf kunnen doen voor, tijdens en na een brand. 6. We werken vanuit de posten, dichtbij en met inwoners, bedrijven en instellingen zodat we actief en zichtbaar zijn geworteld in de lokale samenleving. 7. We hebben verbinding gemaakt met vrijwilligersorganisaties op het gebied van veiligheid zodat we deze kennen, versterken en helpen bij hun werk. 8. We hebben gezorgd voor een professionele uitvoering van vergunningverlening, toezicht en brandbestrijding zodat we veilig, effectief en efficiënt werken. 9. We gaan, in samenwerking met partners, realistisch om met risico’s. Als we afwijken van wettelijke opkomsttijden gaan we met die doelgroep in gesprek over veiligheidsmaatregelen. 1.4. Landelijke ontwikkelingen Hieronder zijn de beleidsontwikkelingen die voor de gehele regio gelden nader beschreven. De ontwikkelingen die specifiek betrekking hebben op een bepaald programma staan bij het desbetreffende programma.

Concept Programmabegroting 2018 8 Wettelijke ontwikkelingen – Omgevingswet en Wabo De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2019 in werking. De taak van de overheid verandert door deze wet van ‘regelen’ naar ‘mogelijk maken’. Binnen de nieuwe Omgevingswet zijn burgers en ondernemers in eerste aanleg zelf verantwoordelijk voor hun welzijn. ‘Private kwaliteitsborging’ betekent dat opdrachtgevers zelf verantwoordelijk worden voor veiligheid. Dus waar nu nog de gemeenten een dossier voorleggen aan de brandweer, zal dat in de toekomst de bouwheer, en namens hem de architect, zijn. De brandweer heeft dan bovendien alleen nog een adviesrol op risicovollere dossiers. Dan zal de brandweer het proces toetsen en niet (meer) het eindresultaat. De adviesrol bij die risicovollere dossiers, is in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) vastgelegd, maar staat ter discussie. De toegevoegde waarde van het brandweeradvies, de adviesvaardigheid en efficiëntie gaan de komende jaren bepalen wat de rol van de brandweer wordt. Deze veranderingen hebben invloed op onze rol en de wijze waarop wij onze ambities realiseren. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dienen de bevoegde gezagen een verordening vast te stellen voor de uitvoering en handhaving van de taken van de regionale uitvoeringsdienst. Veiligheidsregio IJsselland participeert in de uitvoering hiervan.

Op 21 februari 2017 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Vanaf 1 januari 2018 toetsen gemeenten de bouwwerken uit de lagere risicoklasse niet meer. Strategische Agenda Het Veiligheidsberaad werkt met een Strategische Agenda. In deze Strategische Agenda hebben zij zes thema’s benoemd, waarvoor het meerwaarde heeft om op landelijk niveau samen te werken in plaats van dat iedere Veiligheidsregio dat voor zich doet. Het gaat om de volgende thema’s: 1. water en evacuatie; 2. continuïteit van de samenleving; 3. versterking risico- en crisisbeheersing bij stralingsincidenten; 4. kwaliteit en vergelijkbaarheid veiligheidsregio’s; 5. versterking bevolkingszorg; 6. bovenregionale operationele besluitvorming: samenwerking tussen veiligheidsregio’s en Defensie. De eerste drie projecten voert het Veiligheidsberaad samen uit met het ministerie van Veiligheid en Justitie. De andere drie projecten voeren het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s zelf uit. De projecten kennen een looptijd tot 1 juli 2017. Ten tijde van het schrijven van deze begroting wordt bezien wat nodig is om de resultaten uit deze projecten te borgen en te beheren. Dan moet ook duidelijk worden wat de mogelijke financiële implicaties hiervan zijn. In 2015 en 2016 hebben de veiligheidsregio’s een financiële bijdrage gedaan.

In het vastgestelde jaarplan 2017 van het Instituut Fysieke Veiligheid is geen rekening gehouden met eventuele additioneel benodigde financiering. Invloed van de gemeenteraden Een onderwerp waar de laatste jaren veel aandacht voor is, is de invloed van gemeenteraden op de uitvoering van taken die zij via een gemeenschappelijke regeling bij andere organisaties belegd hebben. Zo verscheen in december 2015 het rapport ‘Wisselwerking - Naar een betere wisselwerking tussen gemeenteraden en de bovengemeentelijke samenwerking’ van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob). Aanleiding vormde een vraag uit de Tweede Kamer over de Concept Programmabegroting 2018 9 democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden. De Raad voor het openbaar bestuur doet in zijn rapport een aantal suggesties en aanbevelingen om de wisselwerking te verbeteren. De Rob constateert dat gemeentebesturen schakelkracht nodig hebben: het vermogen om te schakelen tussen belangen (lokaal en regionaal), maar ook om te schakelen tussen inhoud en proces. Samenwerking van gemeenten groeit en dat vraagt volgens de Rob ook om schakelkracht. Van besturen van samenwerkingsverbanden verwacht de Rob een houding en cultuur die eveneens om schakelkracht vragen. Besturen van samenwerkingsverbanden kunnen zelf legitimiteit verdienen door zichtbaarheid, openheid en het betrekken van verwachtingen van de samenleving.

Niet in de zin van ‘men vraagt en wij draaien’, maar van intelligent (netwerk-)bestuur met open oog en oor voor politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, voor politieke en maatschappelijke sensitiviteit, en met een open instelling voor een betekenisvolle dialoog en participatie. Op die manier kan een vruchtbare verbinding tussen het politieke bestuur en samenwerkingsverbanden ontstaan. Samenwerken staat centraal in het beleidsplan 2015-2018 van Veiligheidsregio IJsselland. We willen samenwerken aan veiligheid, want veiligheid creëer je met elkaar. Ook willen we een betrouwbare partner zijn, want samenwerking vraagt vertrouwen. Als betrouwbare partner willen we in de regio leidend zijn in de samenwerking bij branden, incidenten en crises tussen hulpverleningsdiensten, gemeenten en andere partners. Het eerste strategische doel van het beleidsplan is dan ook gericht op ‘besturen’ en luidt: We hebben onze relatie met het lokale bestuur en de gemeenteraden versterkt, zodat we onze legitimiteit en lokale binding vergroten. Wij betrekken gemeenteraden en colleges (en gemeentelijke ambtenaren) zoveel mogelijk en op verschillende manieren bij voorgenomen keuzes en besluiten. Voor een document als deze begroting is de weg die we moeten lopen in de wet uitgestippeld.

Consultatie van de gemeenteraden is hierin opgenomen en daarnaast maakt een bezoek aan de gemeenteraden of een uitnodiging aan de gemeenteraadsleden om op bezoek te komen bij de veiligheidsregio doorgaans onderdeel uit van onze marsroute. Iets anders wat wij doen om optimaal aan de maatschappij te laten zien wat we doen en in contact te komen met allerlei partijen en individuele bewoners is de groots opgezette tweejaarlijkse organisatie van de Veiligheidsdag op een wisselende plek in de veiligheidsregio. Na Zwolle en Hardenberg is in 2017 de gemeente Steenwijkerland en in 2019 de gemeente Deventer aan de beurt! Samenleving In de samenleving zien we op het gebied van veiligheid een aantal trends. Het besef neemt steeds meer toe dat we uit moeten gaan van de kracht van de samenleving en samen moeten ontdekken hoe dat werkt. Ook constateren we dat het gebruik van sociale media de laatste jaren enorm is toegenomen, ook op het gebied van veiligheid. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van Twitter tijdens incidenten of NL-Alert. Aangezien in de toekomst het WAS-sirenenetwerk gefaseerd wordt ontmanteld, gaan we met RTV Oost de inzet van de rampenzender koppelen aan NL-Alert. Concept Programmabegroting 2018 10 1.5. IJssellands Werken In Veiligheidsregio IJsselland staat IJssellands werken centraal.

De uitgangspunten van het IJssellands werken zijn:  Verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie: geef medewerkers het vertrouwen en de ruimte om binnen de kaders het werk zelf te organiseren;  Altijd en overal toegang tot relevante informatie: om zelf te bepalen wanneer en waar we werken en om snel kennis te kunnen delen;  Ruimte bieden om doelen te kunnen realiseren: afspraken maken, geen regels opleggen;  Vertrouwen geven en krijgen, is ook verantwoordelijkheid nemen, afspraken nakomen en elkaar aanspreken;  Samenwerken en verbinden: delen van informatie en verbinding met je collega’s, samenwerkingspartners en de samenleving is nodig om elkaars kennis en talent goed te gebruiken;  Persoonlijk leiderschap: je regisseert je eigen werk en tijd en bent zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je talenten;  Vertrouwen, Verbinding en Vakmanschap: aandacht voor warme en persoonlijke communicatie, plezier in samen werken. Het is belangrijk dat deze kernwaarden ook daadwerkelijk zo worden ervaren door de medewerkers. De mens in de organisatie en de te behalen doelen en resultaten staan centraal. Er zijn veranderingen waaraan leidinggevenden op de juiste wijze sturing dienen te geven. Leidinggevenden geven hierbij helder richting aan de organisatie en hebben een duidelijke voorbeeldfunctie.

Leidinggevenden spelen in de ontwikkeling van de medewerkers een cruciale rol. 1.6. Opbouw begroting Deze begroting bestaat uit de programma’s:  Strategie en Beleid  Brandweer  Crisisbeheersing  GHOR  Bevolkingszorg  Meldkamer Elk programma beschrijft het beleidskader dat van toepassing is en de van belang zijnde ontwikkelingen en geeft antwoord op de vragen:  Welke resultaten bereiken we in 2018 en wat gaan we doen om die resultaten te bereiken?  Wat gaat het kosten? Concept Programmabegroting 2018 11 2 Exploitatiebegroting 2.1 Inleiding In dit deel van de begroting worden de financiële uitkomsten van de (meerjaren)begroting van Veiligheidsregio IJsselland gepresenteerd. In deze programmabegroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 worden geen extra middelen gevraagd voor nieuw beleid. Voor de extra middelen voor nieuw beleid/ontwikkeling is het uitgangspunt nieuw voor oud beleid toegepast. De in 2014 bestuurlijk vastgestelde bezuinigingsvoorstellen en de nieuwe besparingsvoorstellen als gevolg van efficiëntie- en schaalvoordelen zijn in de primitieve begroting verwerkt. Voor loon/sociale lasten is een stijging van 1,5% gehanteerd en een prijsstijging van 0,35% (inclusief -0,55% nacalculatie).

De voorgestelde percentages zijn een uitwerking van het AB-besluit op 11 mei 2016, waar zij kaders en spelregels voor indexering ter voorbereiding en opstellen van de begroting Veiligheidsregio IJsselland hebben vastgesteld. Een belangrijke wijziging in de voorliggende begroting is de verandering van de BBV- regelgeving. Gemeenten hebben deze al toe moeten passen op de begroting 2017. Voor gemeenschappelijke regelingen zijn de nieuwe richtlijnen vanaf 2018 van kracht. De belangrijkste ontwikkeling hierin is dat overhead niet meer mag worden toegerekend aan de programma’s. Dit heeft gevolgen voor de tabel wat gaat het kosten per programma. De verdeling van de kosten over de verschillende programmaonderdelen wordt afzonderlijk zichtbaar gemaakt in hoofdstuk 3. 2.2 Wijzigingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Dit jaar is sprake van een zeer ingrijpende wijziging van het BBV. Voor de gemeenten gelden deze regels met ingang van begrotingsjaar 2017, voor gemeenschappelijke regelingen is de ingangsdatum bepaald op 1 januari 2018. Een aantal wijzigingen zijn niet van toepassing voor een gemeenschappelijke regeling.

De meest in het oog springende wijzigingen voor de VRIJ zijn:  verplichte opname van landelijke beleidsindicatoren (zie programma strategie & beleid);  verplicht tot uitdrukking laten komen van de overhead en het doorvoeren van een wijziging in de berekening van de rentekosten. Met name door het centraal tot uitdrukking laten komen van de overhead treden er dit jaar bijzonder veel verschuivingen op in de begroting. In financiële zin is per saldo geen sprake van een verschil. Het BBV hanteert de definitie voor overhead als volgt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betekent bijvoorbeeld dat alle procesmanagers en vakteamleiders, die voorheen onder het primair proces werden verantwoord, nu onder de overheadkosten vallen en de huisvestingskosten vielen vroeger onder de overheadkosten en nu het primair proces. Budgettair heeft dit voor de begroting geen gevolgen. Concept Programmabegroting 2018 12 Dit betekent dat het dit jaar bijzonder lastig is om de cijfers van 2017 en 2018 op programmaniveau goed met elkaar te vergelijken. O.a. overhead wordt niet meer aan de programma’s toegerekend. In het BBV is de productenindeling vervangen door een indeling in voorgeschreven taakvelden. De voorgeschreven indeling is vooral gericht op uniforme informatieverstrekking voor derden.

De motivatie hiervoor is dat organisaties hierdoor beter met elkaar vergelijkbaar zijn. Dit betekent niet dat een indeling in programma’s en producten niet meer is toegestaan. De voorgeschreven indeling in taakvelden moet tenminste als bijlage zijn opgenomen in de begroting, zie bijlage 3. 2.3 (Meerjaren)begroting 2018-2021 In de voorliggende begroting worden bijna alle structurele lasten met structurele baten gedekt, met uitzondering van een maatwerkafspraak met de gemeente Olst-Wijhe van 33.419 euro. In deze gemeente worden de eenvoudige taken op het gebied van toezicht en handhaving nog verricht door personeel in loondienst van de veiligheidsregio. Bij de meeste gemeenten werden deze eenvoudige taken al in de afronding van de financiële nulmeting verrekend en door hen zelf uitgevoerd. Mocht de gemeente Olst-Wijhe in de toekomst besluiten om de eenvoudige taken zelf te verrichten, dan dient dit binnen de veiligheidsregio te leiden tot een bezuiniging van 33.419 euro. Verder worden gemeente Staphorst en Steenwijkerland voor 67.360 euro incidenteel gecompenseerd uit de bestemmingsreserve ontwikkelingen VR. Tot slot wordt voor het jaar 2018 de eenmalige financiële consequentie van de visie op bluswater meegenomen, die beleidsmatig begin 2017 in het algemeen bestuur is behandeld.

Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2016 zullen wij het bestuur voorstellen om hier eenmalig 900.000 euro voor beschikbaar te stellen. Hieronder een overzicht van de incidentele baten en lasten in de begroting 2018: In het volgend overzicht van de begroting 2018 en meerjarenramingen 2019-2021 op hoofdlijnen en verdeeld in tien categorieën. Voor de vergelijking is de kolom begroting 2017 opgenomen en zijn de voorlopige rekeningcijfers 2016 toegevoegd. Tussen de cijfers van 2017 en 2018 kunnen nog enkele verschillen te zien zijn. Deze verschillen worden veroorzaakt door: de bezuinigingen naar aanleiding van de regionalisering, indexeringen en interne verschuivingen (bijvoorbeeld kapitaallast kazernes in het jaar van terugkoop gemeente omgezet in een huurlast) en de besparingsvoorstellen als gevolg van efficiëntie- en schaalvoordelen (zie bijlage 7) die zijn verwerkt. Jaar 2018 Baten Lasten Saldo Maatwerkafspraak Olst Wijhe -33.419€ -€ -33.419€ Incidentele compensatie gemeente Staphorst en Steenwijkerland -67.360€ -€ -67.360€ Eenmalige kosten visie op bluswater -900.000€ 900.000€ -€ -1.000.779€ 900.000€ -100.779€ Concept Programmabegroting 2018 13 Verder zien wij voor ruim 470.000 euro structureel aan nieuwe ontwikkelingen op ons afkomen vanaf 2018.

Enkele belangrijke ontwikkelingen zijn: wegvallen van inkomsten openbaar meldsysteem, extra kosten voor arbeidshygiëne, kosten voor brandveilig leven, een bijdrage aan de RUD voor een applicatie vergunning, toezicht en handhaving en extra bijdragen aan derden (o.a. Instituut Fysieke Veiligheid). Effecten van beleidsintensiveringen en/of nieuwe ontwikkelingen zijn opgevangen binnen het bestaande financiële kader. Dit is gebeurd door kritisch te kijken naar onze begroting en waar mogelijk besparingen door te voeren. Deze nieuwe ontwikkelingen hebben dus geen verhogend effect op de gemeentelijke bijdrage. In paragraaf 2.4 wordt een toelichting gegeven per categorie. Wij gaan meerjarig (periode 2019 t/m 2021) uit van constante prijzen. De bovenstaande meerjarige fluctuaties vloeien niet voort uit nieuw beleid, maar zijn autonome ontwikkelingen (bezuinigingen/besparingen, verschuiving van kostencategorie en BTW- effect op de investeringen). In het exploitatieoverzicht is te zien dat er een structureel sluitende begroting wordt gepresenteerd met concrete bezuinigingsvoorstellen. Rekening Begroting Begroting 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Exploitatiekosten 1. Personeel -25.599 -24.335 -24.724 -24.655 -24.607 -24.558 2. Huisvesting -4.439 -4.610 -4.821 -4.890 -4.872 -4.872 3. Brandweermaterieel -4.593 -4.740 -4.719 -4.767 -4.830 -4.892 4.

Opleiden & Oefenen -2.465 -2.512 -2.539 -2.534 -2.529 -2.524 5. Automatisering & verbindingen -1.726 -1.893 -1.881 -1.876 -1.872 -1.868 6. Rente -756 -931 -864 -795 -781 -781 7. Beheerskosten -1.226 -1.232 -1.075 -1.076 -1.075 -1.075 8. Overige kosten -2.466 -1.878 -1.986 -1.971 -1.994 -1.986 Totaal exploitatiekosten -43.270 -42.131 -42.609 -42.564 -42.560 -42.556 Exploitatiebaten 9a. Diverse opbrengsten 4.073 544 372 334 334 334 9b. Bijdrage GGD 2.351 2.314 2.341 2.334 2.330 2.326 Totaal exploitatiebaten 6.424 2.858 2.713 2.668 2.664 2.660 Algemene dekkingsmiddelen 10a. Rijksbijdrage V en J: V&J - BDuR 5.757 5.616 5.679 5.679 5.679 5.679 10b. Gemeentelijke bijdragen 33.126 33.584 34.217 34.217 34.217 34.217 Totaal bijdragen 38.883 39.200 39.896 39.896 39.896 39.896 Exploitatieresultaat inclusief bezuinigingen/besparingen 2.037 -73 - - - - EXPLOITATIE VEILIGHEIDSREGIO IJSSELLAND bedragen x € 1.000 Meerjarenraming Concept Programmabegroting 2018 14 2.4 Toelichting exploitatiebegroting 2018-2021 In dit deel van de begroting wordt per categorie een korte toelichting op de begrotingscijfers 2018 en indien nodig op de meerjarenramingen gegeven. De begrotingscijfers zijn zoveel mogelijk gerubriceerd naar herkenbare categorieën. De toelichting op de exploitatie volgt de nummering van de categorieën uit bovenstaand overzicht.

Tot slot volgt een toelichting op de gehanteerde werkwijze voor de toedeling van de indirecte kosten aan de beleidsprogramma’s. 2.4.1 Toelichting exploitatiekosten Hieronder staat een toelichting op de verschillende onderdelen van de exploitatiebegroting. De nummering verwijst naar de nummering in het exploitatieoverzicht (paragraaf 0). 1. Personeel Het totaal aan geraamde personeelslasten bedraagt ruim 24,7 miljoen euro. De loonkosten voor 2018 zijn gebaseerd op de werkelijke loonkosten van januari 2017 en rekening houdend met de indexering van 1,5% , conform de technische uitgangspunten (zie bijlage 1). Dit betekent dus een raming inclusief de laatst bekende cao-ontwikkelingen en sociale lasten (stijging APB premies per 1- 1-2017). De huidige cao loopt tot 1 mei 2017. In de begroting 2017 was nog 0,5% ruimte om een stijging van sociale lasten op te vangen. Uit analyse van de werkelijke salarissen januari 2017 blijkt dat de sociale lasten meer zijn gestegen, dan financieel beschikbaar is. Dit wordt veroorzaakt door de stijging van de ABP-premies, die vorig jaar als risico is benoemd. In 2017 bedraagt het tekort ruim 200.000 euro. Dit betreft een eenmalig tekort voor 2017. Dit tekort wordt verwerkt in de tussentijdse bestuursrapportage 2017 en structureel meegenomen in deze begroting.

Afgesproken is dat de loonkosten in 2018 met 1,5% stijgen om mogelijke toekomstige loonstijging en/of sociale lastenstijgingen op te vangen. Deze autonome ontwikkeling betekent ruim 225.000 euro aan extra loonkosten. In totaal stijgen de loonkosten met structureel ongeveer 425.000 euro ten opzichte van begroting 2017 en wordt verrekend met een hogere gemeentelijke bijdrage en hogere bijdrage GGD (loonkosten bedrijfsvoering). Het uitgangspunt voor de raming van de personeelskosten in 2018 is de formatieomvang van 285,43 fte (1 fte lager t.o.v. 2017) en de kwalitatieve schaalindeling hiervan. De totale loonkosten (brutoloon, sociale lasten en toelagen) zijn geraamd op 19,7 miljoen euro. Sinds dit jaar zijn ook de piketvergoedingen (96.000 euro) voor bevolkingszorg geraamd in deze begroting, conform afspraak. In de meerjarenramingen 2019 t/m 2021 is het uitgangspunt dat de lasten per saldo elk jaar licht afnemen. Dit is conform de afspraken in het Sociaal Plan. Verder is er meerjarig rekening gehouden met de aflopende garanties van het beroepspersoneel. De raming van de vergoeding aan de brandweervrijwilligers (3,89 miljoen euro ) is, evenals in 2017, gebaseerd op de inventarisatie die in 2011 is gehouden door het deelproject Personeel.

Er wordt op dit moment nog een formatieplan voor vrijwilligers (inclusief begroting) opgesteld, waarbij de vrijwilligersvergoedingen van 2014,2015 en 2016 worden geanalyseerd. Verder is bij de raming van Concept Programmabegroting 2018 15 de vrijwilligersvergoeding rekening gehouden met een bezuiniging van 25.000 euro met betrekking tot het project STOOM (structureel terugdringen ongewenste en onechte meldingen) en de aflopende garanties van de vrijwilligersvergoeding. Voor de overige personeel gerelateerde kosten is 1,15 miljoen euro geraamd en hiermee gelijk aan 2017. 2. Huisvesting Voor de 35 brandweerkazernes en -posten in de regio is het uitgangspunt dat deze in eigendom van de gemeenten blijven. Er zijn in 2013 huurcontracten afgesloten met de gemeenten. De huurprijs is gebaseerd op de kosteninventarisatie van de huisvesting in de nulmeting. De huurprijs, die Veiligheidsregio IJsselland betaalt aan de gemeenten, bestaat uit het deel gemiddelde kapitaallasten van de brandweerpost, het deel van het gemiddelde bedrag voor het groot onderhoud (inclusief 21% btw) en het deel van de verzekeringskosten van de eigenaar. De huurprijs voor 2018 is 0,35% hoger dan de huurprijs van 2017. De werkelijke huurprijs in 2018 kan hoger uitvallen, conform artikel 9.2 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomsten.

De lasten voor energie, schoonmaak, belastingen en dagelijks onderhoud worden rechtstreeks door de hurende partij (de veiligheidsregio) voldaan aan externe leveranciers en maken geen deel uit van de huursom. Voor negen brandweerkazernes is een uitzondering gemaakt. Deze kazernes zijn tijdelijk in eigendom genomen door Veiligheidsregio IJsselland. Met deze tijdelijke overdracht is vermeden dat de btw-herzieningstermijn op gebouwen jonger dan 10 jaar wordt toegepast. Bij de overgang naar huur moest anders in de geldende fiscale regelgeving de gecompenseerde btw naar rato van het aantal verstreken jaren door de betreffende gemeenten worden terugbetaald aan de Belastingdienst. Regiobreed zou hier een bedrag van ± drie miljoen euro mee zijn gemoeid. In 2018 zijn wij nog eigenaar van zeven kazernes, want de kazerne in Kampen en de kazerne aan de Marsweg te Zwolle zijn weer overgedragen aan de gemeenten. De kapitaallasten (afschrijving en rente) zijn in het jaar van terugkoop door de gemeente omgezet in een huurlast. In bijlage 4 vindt u de specificatie van de nog in eigendom zijnde brandweerkazernes welke op 1-1-2014 zijn overgenomen en tegen welke boekwaarde. Na het verstrijken van de tienjaarstermijn worden de kazernes weer tegen de boekwaarde terug geleverd aan de gemeenten.

In de begroting wordt uitgegaan van 3,5% aan rentelasten voor het aantrekken van vreemd vermogen voor de aankoop gedurende de periode van eigendom. De huisvestingskosten maakten in de eerdere begrotingen onderdeel uit van de indirecte kosten (overhead) per programma. Vanaf begroting 2018 geldt, volgens het BBV, het volgende: huisvesting die wordt gerekend tot de overhead heeft betrekking op kantoorruimten. Dit zijn ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen organisatie. Niet onder kantoorruimten vallen huisvestingskosten die behoren tot een specifiek uitvoerende taak en daarmee tot een specifiek taakveld, bijv. een brandweerkazerne. Werkplekken binnen dergelijke locaties worden tot het geheel gerekend en niet apart tot overhead. Voor VRIJ betekent dit dat alle huisvestingskosten onderdeel uit maken van het programma brandweer en het taakveld crisisbeheersing en brandweer. Concept Programmabegroting 2018 16 De stijging van de huisvestingskosten ten opzichte van de begroting 2017 wordt veroorzaakt door een herverdeling van de beschikbare budgetten. We krijgen steeds meer inzicht in onze daadwerkelijke kosten (historie). 3. Brandweermaterieel Met ingang van 1-1-2014 heeft de veiligheidsregio de boekwaarde van al het brandweermaterieel overgenomen van de gemeenten, inclusief het beheer en onderhoud.

De gemeentelijke bijdragen uit de nulmeting zijn gebaseerd op de gemiddelde kapitaallasten van al het aanwezige brandweermaterieel. Hierdoor heeft de organisatie structureel voldoende middelen om de noodzakelijke vervangingsinvesteringen te doen. Voor het verschil tussen de in een specifiek begrotingsjaar te ramen kapitaallasten en de gemiddelde kapitaallasten wordt een storting in c.q. onttrekking aan de hiervoor ingestelde egalisatiereserve gedaan. Per saldo wordt in 2018 een storting in de egalisatiereserve geraamd van 653.417 euro. De kosten voor brandweermaterieel zijn iets gedaald ten opzichte van de begroting 2017, dit wordt veroorzaakt door de lagere afschrijvingskosten materieel. Dit komt door het achterblijven van de vervangingsinvesteringen. Daarnaast zijn er hogere kosten door de nieuwe ontwikkeling arbeidshygiëne. De vervangingsinvesteringen van het brandweermaterieel zijn gebaseerd op de in het deelproject Materieel en Gebouwen gehouden inventarisatie in 2012, wel rekening houdend met de vastgestelde bezuinigingen op het materieel. De geraamde vervangingsinvesteringen (aanschaffingen > € 5.000) over de jaren 2018-2021 zijn afgestemd en gebaseerd op de in de financiële uitgangspunten vastgelegde afschrijvingstermijnen en vervangingswaarden. Op dit moment wordt intern kritisch gekeken naar de inventarisatielijsten uit 2012 en deze is op detailniveau gereed.

De volgende stap is het opstellen van een meerjarig vervangingsschema van het brandweermaterieel. De vervangingswaarden zijn actueel en niet geïndexeerd met 0,35%. In bijlage 2 is het overzicht van de materiële activa opgenomen, waaronder de vervangingsinvesteringen voor 2018. Door het proces Beheer & Techniek en Repressie wordt kritisch beoordeeld of de vervanging noodzakelijk is. Bijlage 2 is gebaseerd op gedetailleerde specificaties die bij het vakteam Financiën ter beschikking zijn. De jaarlijkse toename van de kosten van het brandweermaterieel wordt veroorzaakt door het btw- effect op de vervangingsinvesteringen, de huidige kapitaallasten voor vervanging zijn nog zonder btw. 4. Opleiden & oefenen Begin 2015 is een regionaal opleidingsplan opgesteld en hieruit bleek dat de beschikbare budgetten toereikend zijn. In het traject van de efficiencyvoordelen zijn enkele structurele voordelen meegenomen en verwerkt in deze begroting. De egalisatiereserve voor opleiden en oefenen is ingesteld, waarmee in de toekomst de pieken en dalen zo efficiënt mogelijk worden ingepland. Concept Programmabegroting 2018 17 De verwachting is dat, door het aantal vacatures en werving en selectie, het aantal opleidingen veel blijft. Dat heeft tot gevolg dat de opleidingskosten onverminderd hoog blijven.

We zullen proberen dit op te vangen binnen de beschikbare budgetten van het proces vakbekwaamheid. De opleiden & oefenen kosten zijn gestegen ten opzichte van de begroting 2017. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door het opnemen van de opleidingskosten bevolkingszorg vanaf begroting 2018. 5. Automatisering & verbindingen De feitelijke ontwikkeling van de kostenvraag voor ICT in de nieuwe veiligheidsregio krijgt steeds meer vorm. De ICT-kosten zijn grotendeels in beeld en passen binnen de beschikbare budgetten. De specifieke ICT- kosten zijn begroot onder het desbetreffende proces en vallen daarmee ook onder het desbetreffende taakveld, conform BBV. Een groot deel van alle aanwezige apparatuur is in beeld, waarmee een meerjarig vervangingsschema opgesteld kan worden. Verdere ontwikkelingen zijn het formuleren van een visie op informatie-veiligheid en het samenstellen van een Product & Dienstencatalogus, die is gebaseerd op de geïnventariseerde ICT ondersteuningsbehoefte van de medewerkers. 6. Rente Evenals vorig jaar hanteren wij voor huisvesting 3,5% en voor het materieel 2,5%. De veiligheidsregio probeert binnen de geldende regelgeving op dit vlak zoveel mogelijk met kort geld te lenen. Hiermee maken wij optimaal gebruik van de lage rentepercentages, hetgeen incidentele onderuitputting kan opleveren.

Deze incidentele onderuitputting gaat deel uitmaken van de tussentijdse bestuursrapportages. Conform BBV worden de rentelasten apart begroot op het taakveld treasury en vanuit dit taakveld weer toegerekend aan de andere taakvelden (overhead en crisisbeheersing en brandweer). De rentelasten zijn lager ten opzichte van de begroting 2017. Dit wordt veroorzaakt door de lagere boekwaarde van de materiële vaste activa. De rentelasten van de kazernes zijn in het jaar van terugkoop door de gemeente omgezet in een huurlast (categorie huisvesting), hierdoor ontstaat per jaarschijf een verschil. 7. Beheerskosten Dit zijn voornamelijk kosten van de bedrijfsvoering. De beheerskosten zijn gedaald ten opzichte van het jaar 2017. Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving van de bijdrage aan het IFV (maakt nu onderdeel uit van de overige kosten) en herverdeling van de beschikbare budgetten, doordat wij steeds meer inzicht krijgen in onze daadwerkelijk kosten (historie). 8. Overige Alle niet onder de voorgaande categorieën onder te brengen posten zijn hier geraamd. Denk hierbij aan bijdrage aan derden, kosten OR en storting reserve. De overige kosten zijn hoger ten opzichte van het jaar 2017. Dit wordt veroorzaakt door hogere storting in de egalisatiereserve en de hogere kosten van brandveilig leven. Meerjarig is een daling van de kosten te zien. Dit wordt veroorzaakt door de bezuinigingen.

Concept Programmabegroting 2018 18 2.4.2 Toelichting exploitatiebaten 9a. Opbrengsten Voor 2018 zijn de opbrengsten ook met 0,35% geïndexeerd. Ten opzichte van de begroting 2017 zijn de opbrengsten gedaald. Dit wordt veroorzaakt door het niet meer ontvangen van de bijdrage van 18.000 euro vanuit de politie voor Multidisciplinair Opleiden Trainen en Oefenen (programma crisisbeheersing). Verder vervallen ook de inkomsten voor het openbaar meldsysteem (OMS) van bijna 150.000 euro. Een aantal bedrijven en instellingen is, op grond van het Bouwbesluit, verplicht om een automatische doormelding naar de meldkamer te realiseren in geval van activering van rookmelders, sprinklerinstallaties en dergelijke. Veiligheidsregio IJsselland heeft een contract met Siemens afgesloten (deze eindigt eind 2017) voor het realiseren en onderhouden van deze doormeldingen. De bedrijven en instellingen betalen Siemens hiervoor en Siemens draagt een deel van deze abonneegelden af aan Veiligheidsregio IJsselland. Diverse ontwikkelingen maken op termijn een andere inrichting van het OMS-stelsel noodzakelijk, mede gezien de samenvoegingen van regionale meldkamers naar tien meldkamergebieden. Deze transitie dient zorgvuldig en fasegewijs plaats te vinden, binnen de kaders van de wet- en regelgeving.

Hierbij moet ook gelet worden op het voorkomen van nodeloze alarmeringen en onnodig uitrukken van de brandweer. Vanwege de overdracht van OMS-meldingen op termijn naar het landelijke meldkamerdiensten- centrum (MDC), loopt Veiligheidsregio IJsselland inkomsten mis. Deze structurele nadelen zijn binnen de huidige begroting opgevangen door kritisch te naar de beschikbare budgetten en een structureel hogere BDuR-uitkering vanaf 2018. Vennootschapsbelasting Veiligheidsregio IJsselland heeft een verordening (inclusief tarieventabel) vastgesteld om inkomsten te kunnen heffen. Ons algemene standpunt met betrekking tot de heffing van vennootschapsbelasting en die van onze belastingadviseur is dat VRIJ niet belasting- en aangifteplichtig is. Namelijk met de volgende redenering: voor het overgrote deel van de activiteiten/inkomsten is er geen sprake van deelname economisch verkeer en dus kan er geen sprake zijn van het drijven van een onderneming. De activiteiten (bijvoorbeeld detachering personeel), waarmee VRIJ wel deelneemt aan het economisch verkeer, wordt niet gestreefd naar winst en worden er geen structurele overschotten gerealiseerd. Wij zijn nog in gesprek met de belastingdienst en onze inspanning is om dit in een vaststellingsovereenkomst met stempel van de belastingdienst te krijgen. 9b.

Bijdrage GGD De gezamenlijke eenheid Bedrijfsvoering maakt deel uit van Veiligheidsregio IJsselland. De begroting is gebaseerd op het financieel kader zoals deze werd uitgewerkt in het vastgestelde organisatie- en formatieplan van de eenheid Bedrijfsvoering. De bijdrage van de GGD in deze eenheid is gebaseerd op het door de GGD ingebrachte financieel kader (44%). De bijdrage van de GGD is gestegen ten opzichte van de begroting 2017. Dit wordt veroorzaakt door de afgesproken indexeringen voor 2018. Meerjarig is een daling van de bijdrage te zien. Dit wordt veroorzaakt door de bezuinigingen, die is gebruikt om nieuwe ontwikkelingen / beleid op te vangen. Concept Programmabegroting 2018 19 2.4.3 Toelichting algemene dekkingsmiddelen 10. Algemene dekkingsmiddelen De dekking voor de exploitatie van de veiligheidsregio valt uiteen in twee posten. 10a. Rijksbijdragen van het ministerie van Veiligheid & Justitie (V&J); 10b. Bijdragen van de elf gemeenten. 10a. Rijksbijdrage van het ministerie van Veiligheid en Justitie Van V&J wordt een Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ontvangen. Jaarlijks worden in de maanden juni en december budgetcirculaires BDuR van het ministerie ontvangen. Hierin wordt de bijdrage die de veiligheidsregio ontvangt, bekend gemaakt.

In de begroting 2018 zijn de voorlopig geldende bedragen (5,68 miljoen euro) uit de decembercirculaire 2016 van V&J opgenomen. Dit is tijdens het opstellen van de begroting de laatste bekende circulaire en waarbij wordt aangegeven dat de uitkering meerjarig gelijk blijft. De BDuR uitkering is structureel 62.000 euro hoger ten opzichte van de begroting 2017 door structurele bijstelling van de loon en prijscompensatie vanuit het Rijk. Hiermee is een deel van de daling van de opbrengsten opgevangen (zie punt 9a). 10b. Bijdragen van de elf gemeenten De basis voor de bijdragen van de gemeenten zijn de uitkomsten van de financiële nulmeting die werden vertaald in de eerdere begroting voor het jaar 2014 (historische kosten). De cijfers van 2018 zijn geïndexeerd voor lonen en prijzen, conform de technische uitgangspunten zoals in bijlage 1 is toegelicht. Verder is rekening gehouden met de incidentele compensatie van de gemeente Steenwijkerland en Staphorst via een onttrekking uit de bestemmingsreserve ontwikkeling VR. Tot slot wordt er vanaf 2018 een bijdrage betaald voor bevolkingszorg, conform bestuurlijke afspraken op basis van de businesscase bevolkingszorg. Het betreft de piketvergoeding voor zeven functies, de kosten van drie piketvoertuigen en de kosten voor opleidingen.

Hieronder een opbouw van de gemeentelijke bijdrage: De specifieke bijdrage per gemeente is berekend, conform de besluitvorming over de verdeelmethode op 23 maart 2016. Het algemeen bestuur heeft gekozen voor de variant 75% historisch en 25% gemeentefonds. Over 3 jaar is er een evaluatiemoment en wordt gekeken of er ontwikkelingen zijn die een verhoging van het aandeel van het gemeentefonds mogelijk maken. De Bijdrage 2017 excl. maatwerk en compensatie 33.228.950€ BIJ: loonindex (1,5%) en prijsindex (0,35%) 2018 492.973€ Bijdrage 2018 excl. maatwerk 33.721.923€ Af: incidentele compensatie nadeelgemeenten -67.360€ BIJ: Bijdrage bevolkingszorg (vanaf 2018) 139.596€ BIJ: Maatwerkafspraken 2018 422.621€ = Bijdrage 2018 gemeenten 34.216.780€ (zie bijlage 5 voor specificatie bijdrage per gemeente) Concept Programmabegroting 2018 20 gekozen methodiek wordt tijdens de evaluatie in principe niet ter discussie gesteld, de evaluatie richt zich op de mogelijkheden om het aandeel van het gemeentefonds te verhogen. Daarnaast is er voor gekozen om Steenwijkerland en Staphorst de komende drie jaar incidenteel te compenseren voor het nadelige financiële herverdeeleffect. Bij de evaluatie over drie jaar wordt opnieuw naar deze compensatie gekeken. De bijdrage per gemeente staat in bijlage 5. De bijdrage is onderverdeeld in een vast aandeel en een maatwerkdeel.

De maatwerkafspraken bestaat uit de afspraak met de gemeente Olst-Wijhe op het vlak van de continuering van de advisering van eenvoudige taken op het gebied van toezicht en handhaving en de FLO- bijdragen van gemeente Zwolle, Deventer en Kampen. De incidentele compensatie is ook afzonderlijk in beeld gebracht. 2.4.4 Overzicht baten en lasten In de onderliggende gedetailleerde ramingen in de begroting worden alle baten en lasten zoveel mogelijk rechtstreeks geraamd en verantwoord bij de zes programma’s:  Strategie en beleid  Brandweer  Crisisbeheersing  GHOR  Bevolkingszorg  Meldkamer Het saldo van de totale exploitatiebegroting over 2018 bedraagt 39,73 miljoen euro. Hiervan kan 31,35 miljoen euro rechtstreeks worden toegerekend aan de programma’s en 0,63 miljoen euro aan nog niet voorziene kosten (o.a. de flexibele schil). De ramingen van de ondersteunende diensten (overhead) komen uit op 7,75 miljoen euro. In de eerdere begroting werden deze indirecte kosten toegerekend aan de programma’s met een simpele en toegankelijke verdeelsleutel. Door de BBV- wijzigingen is dit niet meer toegestaan. Hierbij een overzicht van baten en lasten per programma en waarbij de overheadkosten apart inzichtelijk zijn gemaakt. In bijlage 3 vindt u een overzicht op hoofdlijnen van de overheadkosten.

Concept Programmabegroting 2018 21 Jaar 2018 Baten Lasten Saldo Programma Strategie & Beleid -20.150€ 69.785€ 49.635€ Programma Brandweer -321.020€ 28.233.586€ 27.912.566€ Programma Crisisbeheersing -€ 717.598€ 717.598€ Programma GHOR -€ 1.006.566€ 1.006.566€ Programma Bevolkingszorg -139.596€ 325.214€ 185.618€ Programma Meldkamer -€ 920.391€ 920.391€ Algemene dekkingsmiddelen -39.756.134€ -€ -39.756.134€ Overige baten en lasten (flexibele schil) -€ 631.819€ 631.819€ Overhead -2.269.589€ 10.015.473€ 7.745.884€ Heffing VPB -€ -€ -€ Bedrag onvoorzien -€ -€ -€ Saldo van baten en lasten -42.506.489€ 41.920.432€ -586.056€ Toevoeging aan de reserve programma brandweer -35.699€ 689.116€ 653.417€ Onttrekking aan de reserves algemene dekkingsmiddelen -67.360€ -€ -67.360€ Resultaat -42.609.548€ 42.609.548€ 0€ Concept Programmabegroting 2018 22 3 Programma’s 3.1 Programma Strategie & Beleid Beleidskader Wet veiligheidsregio’s en Beleidsplan Veiligheidsregio IJsselland 2015 t/m 2018. Ontwikkelingen In 2018 loopt de Beleidsplanperiode 2015-2018 ten einde. In de aanloop naar 2019 maken we een start met de totstandkoming van de het nieuwe beleidsplan 2019-2022. Het jaar 2018 staat daarmee in het teken van de voorbereiding van de nieuwe aankomende beleidsperiode.

De uitkomsten van de zelfevaluatie en de visitatie in 2017 vormen de basis voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio en geven richting aan het gesprek met de gemeenten en andere samenwerkingspartners over de strategische koers en ambities in 2019 en verder. Zodanig dat er niet alleen aandacht is voor de betrokkenheid, maar dat er ook ruimte is voor beïnvloeding van de strategische beleidsontwikkeling van de veiligheidsregio die past binnen de maatschappelijke ontwikkelingen. Welke resultaten bereiken we in 2018 en wat gaan we doen om die resultaten te bereiken? Nr. Resultaat Actiepunten 1. Strategische koers en ambitie voor de periode 2019 en 2022. We werken samen met de gemeenten en andere samenwerkingspartners een nieuw beleidsplan 2019-2022 uit en laten dit vaststellen door het algemeen bestuur. Verplichte indicatoren Zoals in de inleiding van deze begroting is geschreven zijn wij vanaf de begroting 2018 ook verplicht per programma beleidsindicatoren op te nemen. In het kader van de wens om tot meer vergelijkbare resultaten te komen moet een basisset van beleidsindicatoren worden gehanteerd die bij ministeriële regeling vastgesteld is.

Concept Programmabegroting 2018 23 Voor dit programma gelden de volgende verplichte beleidsindicatoren: Wat gaat het kosten? 3.2 Programma Brandweer Beleidskader De Wet veiligheidsregio’s omschrijft de taken van de brandweer en geeft in nadere regels vereisten voor de kwaliteit en kwantiteit van de organisatie en de uitvoering. Veiligheidsregio IJsselland heeft structuren en kaders daarvoor onder andere vastgelegd in het Organisatieplan, het brandrisicoprofiel en in het dekkingsplan. Het vastgestelde brandrisicoprofiel geeft die locaties in de regio aan waar een hoge mate van brandrisico aanwezig is. Het dekkingsplan geeft aan hoe snel de brandweer op een bepaalde locatie aanwezig kan zijn. Daarnaast zijn een aantal strategische doelen uit het beleidsplan 2015-2018 van toepassing. Deze hebben betrekking op de meervoudige inzet van brandweerkazernes, wijkbrandwachten, de verbinding met andere vrijwilligersorganisaties, zelfredzaamheid et cetera. Taakveld Naam Eenheid Indicator 0. bestuur en ondersteuning Formatie FTE per 1.000 inwoners 0,55 0. bestuur en ondersteuning Bezetting FTE per 1.000 inwoners Bij jaarrekening 0. bestuur en ondersteuning Apparaatskosten Kosten per inwoner 37,66€ 0. bestuur en ondersteuning Externe inhuur Kosten als % totale loonsom + totale kosten inhuur externen 2% 0.

bestuur en ondersteuning Overhead % van de totale lasten 24% 2019 2020 2021 Exploitatielasten programma (directe kosten) 4.604€ 19.902€ 69.785€ 70€ 70€ 70€ Exploitatiebaten programma (directe baten) -20.000€ -20.150€ -20.150€ -20€ -20€ -20€ Kostenaandeel ondersteuning en directie (indirecte kosten) -€ -€ -€ -€ -€ -€ Geraamde saldo baten en lasten -15.396€ -248€ 49.635€ 50€ 50€ 50€ Onttrekking reserves -€ -€ -€ -€ -€ -€ Storting reserves -€ -€ -€ -€ -€ -€ Geraamd resulaat -15.396€ -248€ 49.635€ 50€ 50€ 50€ Programma STRATEGIE & BELEID begroting 2017 begroting 2018 meerjarenramingen x € 1.000Rekening 2016 Concept Programmabegroting 2018 24 Ontwikkelingen Binnen de brandweer zijn onder andere de volgende ontwikkelingen aan de orde: - Nieuwe wetgeving: de Wet kwaliteitsborging in de bouw en Omgevingswet naderen hun voltooiing. Invoering wordt verwacht in 2019 (zie paragraaf 1.4). Samen met gemeenten wordt onderzocht hoe gemeenten ondersteund kunnen worden op weg naar en in de nieuwe situatie. - Risicogerichtheid: op landelijk niveau is een visie op risicogerichtheid ontwikkeld. Optimale veiligheidswinst wordt bereikt door beïnvloeding van gedrag, het verhogen van veiligheidsbewustzijn, bijdragen aan continuïteit(szorg) en dit alles vanuit een heldere verantwoordelijkheidsverdeling.

- Regionale Uitvoeringsdienst (RUD): de RUD is verantwoordelijk voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH) op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO). Veiligheidsregio IJsselland geeft als externe partner invulling aan het kennispunt Brandveiligheid binnen de RUD. Mogelijk wordt de RUD ook verantwoordelijk voor de uitvoering van VTH-taken op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening. Veiligheidsregio IJsselland is hier nauw bij betrokken. Veel aandacht is nodig voor een goede informatie-uitwisseling met de gemeenten en de RUD. De voorkeur gaat ernaar uit dat de veiligheidsregio participeert in de keuze en de aanschaf van een gezamenlijk informatiesysteem. - Landelijke kader Uitruk op Maat: door het Veiligheidsberaad is een kader opgesteld voor het gemotiveerd afwijken van het tot nu toe standaard voorgeschreven aantal personen op een brandweerwagen van zes personen. - RemBrand: het doel van het landelijke project RemBrand is om criteria (of indicatoren) te benoemen die van invloed zijn op de brandveiligheid in Nederland. Men tracht dit uit te werken in termen van output en outcome voor alle schakels van de veiligheidsketen. Onderzocht wordt hoe de schakels in de veiligheidsketen elkaar beïnvloeden en onderling kunnen worden gewogen.

Het idee achter RemBrand is om meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid: het gaat niet alléén om de opkomsttijden en de voertuigbezetting, waar in het Besluit veiligheidsregio’s de nadruk op ligt. Wel zal Rembrand gevolgen hebben op de wijze waarop de opkomsttijden worden berekend en zal worden overgegaan naar zogenaamde gebiedsgebonden opkomsttijden. Dit houdt in dat niet meer per type gebouw een (wettelijke) opkomsttijd wordt bepaald, maar gewerkt gaat worden aan opkomsttijden die gekoppeld zijn een bepaald gebied. De hoogte van de vereiste opkomsttijd, die kan variëren binnen een bepaalde bandbreedte, is dan afhankelijk van het risiconiveau van het gebied. Voorbeeld: voor oude binnensteden geldt dan een opkomsttijd die tussen de vier en zeven minuten moet liggen. - Arbo-ontwikkelingen: er is toenemende aandacht voor arbeidshygiëne tijdens en na repressief optreden. Er zijn berichten verschenen dat repressief brandweerpersoneel een verhoogde kans op kanker heeft. Hier speelt arbeidshygiëne mogelijk een grote rol in. Omdat er op dit gebied nauwelijks ervaring is, worden maatregelen proefondervindelijk geïntroduceerd en niet op basis van langjarige en breed gedeelde ervaringen. Daarnaast krijgt agressie tegen hulpverleners toenemende landelijke aandacht.

- Versterking brandweeronderwijs: belangrijk aandachtspunt bij de incidentbestrijding zijn goed opgeleide en geoefende functionarissen. Er vindt een doorontwikkeling plaats van toetsing op kwantiteit naar toetsing op kwaliteit. Dit heeft geresulteerd in het project ‘Anders Oefenen’ dat in nauwe samenspraak met de deelnemers is ontwikkeld. Concreet wordt gewerkt aan een kwaliteitsimpuls van de oefenorganisatie, zowel binnen het vakteam als ook in de posten. In de opleidingstrajecten wordt gebruik gemaakt van ICT-voorzieningen zoals de Elektronische Leer Concept Programmabegroting 2018 25 Omgeving (ELO) en het 'leren leren'. Manschappenopleidingen worden volledig met behulp van de ELO verzorgd. - Versterking van het vakbekwaam blijven, vindt plaats door koppeling van oefeningen met (lokale) risico's en het feedback geven. De landelijke Branchestandaarden Blijvende Vakbekwaamheid zijn het uitgangspunt voor het oefenen, het toetsen en bijscholingen. - Interregionale samenwerking: er issteeds meer behoefte aan interregionale samenwerking in Oost 5-verband. De Oost 5-regio’s zijn de regio’s IJsselland, Twente, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), Gelderland Midden en Gelderland Zuid. Op een aantal gebieden is Flevoland inmiddels ook aangesloten.

In Oost5-verband wordt er onder andere voor gezorgd dat basis brandweereenheden in grootschalig verband gezamenlijk en efficiënt kunnen optreden. Op het gebied van incidentbestrijding gevaarlijke stoffen wordt bekeken of bepaalde taken interregionaal georganiseerd kunnen worden. Tevens wordt er samengewerkt op het gebied van ‘vakbekwaam blijven’. Welke resultaten bereiken we in 2018 en wat gaan we doen om die resultaten te bereiken? Nr. Resultaat Actiepunten 1. We beperken en voorkomen brand en ongevallen bij brand bij burgers, bedrijven en instellingen. We zorgen ervoor dat de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven wordt vergroot. We geven invulling aan de rol van bevoegd gezag ten aanzien van BRZO-bedrijven en vervullen de wettelijke taak van adviseur externe veiligheid; We maken per aangesloten gemeente heldere afspraken over de te leveren inspanning op het gebied van advisering en toezicht en komen deze na; We geven invulling aan het kennispunt brandveiligheid binnen de RUD; We maken, samen met de posten in de clusters, burgers, bedrijven en instellingen bewust van veilige en onveilige situaties (brandveilig leven). 2. Alle repressieve brandweermedewerkers zijn opgeleid, conform het Besluit veiligheidsregio’s. We stellen het Meerjaren Opleidingsplan bij, onder andere op basis van de vanuit repressie gewenste behoefte. 3.

Alle repressieve brandweermedewerkers oefenen, volgens de Leidraad Oefenen en zijn hiermee maximaal toegerust op hun taak. We maken voor iedere functie een oefenprofiel op basis van de Branchestandaarden. Het oefenprogramma sluit hier op aan en bevat tevens ruimte om lokale risico’s te beoefenen. Dit programma is afgestemd met multidisciplinaire partners. Het oefenprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd. Concept Programmabegroting 2018 26 Nr. Resultaat Actiepunten 4. De brandweer voldoet wat betreft de basis brandweerzorg aan de opkomsttijden zoals die zijn gesteld in het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan. Organiseren van de basisbrandweerzorg binnen de vastgestelde normen. In het dekkingsplan zijn de risicolocaties vermeld, inclusief de voorgenomen risico- reducerende maatregelen zoals voorlichtingsacties. Die gaan we samen met de lokale ploegen uitvoeren. Jaarlijks rapporteren we over de opkomsttijden en de risicomaatregelen. We ontwikkelen een dynamisch dekkingsplan waarbij ten alle tijde in een digitale geografische omgeving bekeken kan worden hoe het staat met de opkomsttijden, afgezet tegen het (brand)risicoprofiel. Het proces Repressie voert na een woningbrand een klanttevredenheidsonderzoeken uit bij de bewoners. Hierover wordt gerapporteerd. 5.

De brandweer draagt zorg voor het uitvoeren van specialistische taken zoals optreden bij waterongevallen, verkeersongevallen, natuurbranden en ongevallen met gevaarlijke stoffen. We hebben operationele eenheden waterongevallenbestrijding (waaronder duikers), eenheden t.b.v. ongevallenbestrijding gevaarlijke stoffen (waaronder gaspakdragers) en eenheden t.b.v. technische hulpverlening en natuurbrandenbestrijding. We werken met andere regio’s samen op het gebied van de inzet van gaspakkenteams. 6. We realiseren maatwerk in de uitruk/ inzet conform dekkingsplan. We rukken vraaggestuurd uit (niet te veel, niet te weinig personeel en materieel aanwezig bij een incident). Daar waar we nu al uitrukken met vier mensen op een brandweervoertuig (Giethoorn, Oldemarkt en Zwolle) brengen we deze werkwijze in lijn met de visie Uitruk op Maat. 7. Het aantal nodeloze meldingen wordt over een periode van drie jaar (2017 – 2020) jaarlijks met 10% verminderd. We dringen het aantal nodeloze meldingen structureel terug door het verificatieproces op automatische meldingen te bevorderen en de notoire veroorzakers van nodeloze alarmeringen te bezoeken en met hen afspraken te maken over de oorzaken en oplossingen van nodeloze meldingen. 8. We zorgen ervoor dat relevante informatie uit vergunningen en het toezicht beschikbaar is t.b.v. een effectieve incidentbestrijding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a69fa1e5-d311-43d2-a257-52a6027ace1e?agendaItemId=1592dfff-5b82-40e0-be3a-cd4a8090a472