Nota van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan 01092025
Tekst van het document
Bijlage 1 van de Toelichting Nota van wijzigingen behorende bij het Bestemmingsplan Vollenhoofsedijk 2 Blokzijl Versie 1.1, datum 01-09-2025 Wijzigingen aangebracht bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Toelichting: Aan de toelichting is in paragraaf 4.9 een vormvrije Mer-beoordeling toegevoegd. Deze is door de omgevingsdienst getoetst en akkoord bevonden. De tekst is als volgt aangepast: 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.9.1 Wettelijk kader Het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) en het doorlopen van de bijbehorende m.e.r. - procedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Er zijn drie onafhankelijke sporen die kunnen leiden tot een m.e.r. -plicht: a. Toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.): Het plan of besluit voorziet in, of vormt een kader voor, activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planMER-plichtig, besluitm.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. b.
Passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming: Indien een passende beoordeling nodig is omdat significante negatieve effecten op Natura 2000 - gebieden niet zijn uit te sluiten, kan een planMER-plicht gelden. c. Provinciale milieuverordening: Wanneer Provinciale Staten activiteiten hebben aangewezen die aanvullend op het Besluit m.e.r. tot een m.e.r.-plicht leiden. 4.9.2 Toets m.e.r.-plicht Uit toetsing aan de hand van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. blijkt dat in het plangebied functies aanwezig zijn die mogelijk onder de m.e.r.-plicht vallen, zoals een bedrijfsterrein en recreatieve functies. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten geldt een drempelwaarde van 150 woningen, 100 hectare bedrijventerrein of 200.000 m² bruto vloeroppervlak. Het voorliggende plan betreft echter slechts de toevoeging van zes recreatieappartementen, wat ruim onder deze drempelwaarden blijft. Daarnaast: • De toename in verkeersbewegingen is minimaal en ligt ver onder de drempelwaarde voor ‘niet-in-betekenende mate’ (NIBM)-bijdragen aan luchtkwaliteit. • Het plan heeft geen significante negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000 -gebieden, zoals blijkt uit de stikstofberekening via AERIUS (bijlage 3). Daarom is er geen sprake van een planMER-plicht.
Wel dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd om vast te stellen of er belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. 4.9.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.9.3.1 Kenmerken van het project Het bestemmingsplan voorziet in de verbouwing van een bestaande agrarische schuur naar zes recreatieappartementen en het formaliseren van 20 kampeerplaatsen. De belangrijkste kenmerken van het project: • Kleinschalige omvang: Beperkt tot zes recreatieappartementen. • Geen nieuwe infrastructuur: De ontsluiting en bestaande voorzieningen blijven ongewijzigd. • Beperkte milieubelasting: De extra verkeersbewegingen zijn beperkt en leiden niet tot verslechtering van luchtkwaliteit. • Geen industrieel gebruik: Het betreft recreatieve functies met beperkte milieubelasting. 4.9.3.2 Onderzochte aspecten en relevante hoofdstukken In de toelichting van dit bestemmingsplan zijn de volgende milieuaspecten onderzocht: • Geluid: (Hoofdstuk 4.4) De toename in geluid als gevolg van het plan is minimaal, aangezien het aantal extra verkeersbewegingen beperkt blijft en de recreatiefunctie geen geluidsgevoelig gebruik met zich meebrengt. Er zijn geen significante negatieve effecten te verwachten op de geluidsbelasting voor de omgeving. • Geur: (Hoofdstuk 4.5) De recreatieve functie van het plan brengt geen geurintensieve activiteiten met zich mee.
Daarnaast bevindt het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf zich op voldoende afstand (ca. 250 meter), waardoor aan de richtlijnen van de Wet geurhinder en veehouderij wordt voldaan. • Luchtkwaliteit: (Hoofdstuk 4.8) De extra verkeersbewegingen als gevolg van het plan zijn berekend met de NIBM -tool en blijven ruim onder de wettelijke grenswaarden voor een niet-in-betekenende bijdrage aan luchtverontreiniging. De luchtkwaliteit in de omgeving wordt hierdoor niet verslechterd. • Externe veiligheid: (Hoofdstuk 4.6) Er zijn geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen in de directe nabijheid van het plangebied. Het plan veroorzaakt geen veiligheidsrisico’s voor omwonenden en recreanten. 4.9.3.3 Beoordeling van de locatie Het plangebied ligt nabij Natura 2000-gebied De Wieden, maar gezien de beperkte schaal van het project en de resultaten van de AERIUS-berekening zijn er geen significante negatieve effecten te verwachten op de natuurwaarden in het gebied. 4.9.4 Conclusie Op basis van de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling en de onderzoeken naar de aspecten geluid, geur, luchtkwaliteit en externe veiligheid wordt geconcludeerd dat: • Het plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt. • Er geen planMER-rapportage nodig is.
De kleinschalige aard van het project en de resultaten van de relevante onderzoeken tonen aan dat belangrijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten. Daarom wordt met deze vormvrije m.e.r. - beoordeling voldaan aan de wettelijke eisen. Regels: De definitie van kampeermiddel wordt gewijzigd naar: een middel ten behoeve van een recreatief nachtverblijf gedurende het seizoen, zijnde een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren.