CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW: Schriftelijke reactie toezeggingen Politieke Markt 14 januari 2026

Raadsvergadering 20 januari 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Actualisatie Omgevingsvisie Steenwijkerland 20254.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke reactie toezeggingen politieke markt 14-01-2026 Geachte leden van de gemeenteraad, Onderstaand treft u de reactie vanuit het college aan inzake de toezeggingen van de wethouder tijdens de Politieke Markt van 14-01-2026. De reactie op de vraag van raadslid Ruitenberg volgt later. Betrokkenheid bij programma’s In reactie op de vraag van raadslid Brus over de betrokkenheid van de raad bij het opstellen van Omgevingsprogramma’s kan het college in ieder geval mededelen dat de twee programma’s waar op dit moment aan gewerkt wordt, te weten het volkshuisvestingsprogramma en het warmteprogramma ter raadpleging aan de raad zullen worden voorgelegd. Op dit moment wordt er nog niet gewerkt aan andere omgevingsprogramma’s. Op welke wijze de raad betrokken wordt bij toekomstige omgevingsprogramma’s zal afhankelijk zijn van de aard van het betreffende omgevingsprogramma en het college komt dan met een voorstel naar de raad hoe zij met het betreffende programma wil omgaan.

Innovatieve en intensieve landbouw In reactie op de vraag van raadslid Loman over de mogelijkheden voor innovatieve en intensieve bedrijfsvoering in de landbouw, kan het college het volgende mededelen: Het begrip intensieve veehouderij zien we op twee manieren: • Intensief gehouden melkvee (veel koeien op relatief weinig hectares): dit is nog steeds mogelijk, al is de tendens dat agrarische bedrijven steeds meer grond onder hun bedrijf brengen (ook onder invloed van milieuregels) • Intensieve niet grondgebonden veehouderij: nieuwvestiging was al niet mogelijk op grond van gemeentelijke beleid en dat is het nog steeds niet. Uitzondering hierop is het houden van vleeskoeien. De raad heeft onlangs een initiatief van omschakeling van melk koeien naar vleesvee mogelijk gemaakt onder strikte voorwaarden. De raad heeft aangegeven hier ook beleidsmatig ruimte voor te willen geven. Dit beleid is nog niet opgesteld. De Omgevingsvisie biedt ruimte voor dit beleid. Salderingsregeling In reactie op de vraag van raadslid Brus over de mogelijkheden van een salderingsregeling voor bouwvlakken, mede voor het behoud van het economisch potentieel van de landbouw , kan het college mededelen dat dit niet zomaar mogelijk is en dat elk verzoek een vorm van maatwerk betreft. Afhankelijk van locatie, initiatief en ruimtelijke inpassing wordt gekeken naar de mogelijkheden voor uitbreiding.

Daarom is het niet mogelijk om generiek salderingsbeleid op te stellen. Bijdrage wethouder In reactie op de vraag van raadslid de Vries-ten Klooster treft u onderstaand de bijdrage aan van wethouder M. Slomp-Dekkers SPREEKTEKST OMGEVINGSVISIE POLITIEKE MARKT 14-1-26 M.SLOMP-DEKKERS Voorzitter, Vandaag het vervolg op de uitgebreide bespreking van de Omgevingsvisie van onze prachtige gemeente. Gisteren hebben we inwoners en raadsleden horen spreken over een richtinggevend document voor Steenwijkerland. Ik heb de tijd kunnen nemen om mijn reactie z orgvuldig te formuleren, want ik wil recht doen aan vragen en zorgen, terwijl ik ook weet dat niet alles op dit moment beantwoord kan worden. Dat heeft alles te maken met de aard van het document dat vandaag voor ligt. Wat is de Omgevingsvisie – en wat niet? De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet. Die wet maakt veel strikter dan voorheen een bewust onderscheid: • de visie wordt vastgesteld door de raad, • de uitwerking gebeurt in programma’s door het college, • en bij regels en juridische borging in het omgevingsplan is de raad opnieuw aan zet. De Omgevingsvisie gaat dus over wat we belangrijk vinden en welke richting we op willen. Programma’s en het omgevingsplan gaan over hoe we dat concreet gaan doen.

Dat betekent dat de visie: • richtinggevend en kaderstellend is, • de grote lijnen uitzet, • maar niet alles dichttimmert. Het is een toetsingskader voor initiatieven, het fungeert als primair kader waarlangs nieuwe plannen van inwoners en ondernemers worden gelegd. En dan is niets menselijks ons vreemd. Dat roept vragen op: wat betekent dit straks concreet, voor mijn dorp, mijn bedrijf, mijn omgeving? Die vragen zijn begrijpelijk, maar hoe goed ik die behoefte ook begrijp en graag beantwoord, zij horen juist thuis in programma’s en het omgevingsplan. Dat is geen afschuiven, maar rolzuiver werken — en juist daarmee blijft de raad bij de echte keuzes volledig aan zet. Maar laat ik voor dat ik verder ga, beginnen met mijn waardering uit te spreken. Voor alle inwoners en ondernemers die zich hebben verdiept in deze Omgevingsvisie, die naar participatiebijeenkomsten zijn gekomen, input hebben geleverd, zienswijzen hebben ingediend en gisteravond hebben ingesproken. Dat vraagt tijd, betrokkenheid en een groot hart voor Steenwijkerland. Mijn waardering geldt ook de ambtelijke organisatie. Dit traject heeft best onder tijdsdruk gestaan. De wettelijke deadline voor dit document is 31 december 2026 en door collegewisseling na de verkiezingen zou er echt het risico zijn dat we die deadline niet kunnen halen. Dat is geen papieren risico.

Als we per 1 januari 2027 geen vastgestelde Omgevingsvisie hebben, ontbreekt het strategisch kader waarop nieuwe initiatieven getoetst moeten worden. Dat raakt woningbouw, ondernemerschap en maatschappelijke ontwikkelingen. Met name in de zomer is onder hoge druk gewerkt om de kwaliteit overeind te houden. Dat verdient erkening. En ook richting u als raad: dank voor de manier waarop deze omvangrijke stukken zijn gelezen en besproken. We zijn nadrukkelijk niet bij nul begonnen. Steenwijkerland had al een Omgevingsvisie uit 2017. Deze actualisatie gestart in juni 2024 met de vaststelling van de uitgangspunten door de raad, verbreedt de scope, brengt samenhang aan, en sluit aan bij actuele opgaven zoals water, bodem, klimaat en ruimte. De raad is gedurende het hele proces betrokken geweest: via de vaststelling van het participatieplan en de uitgangspuntennotitie ( het 1e project waar de raad het participatieplan heeft vastgesteld) (in de uitgangspuntennotitie zijn ook de namen van de gebieden vastgesteld), raadsacademies, werkvergaderingen en nu via zienswijzen en politieke oordeelsvorming. Deze Omgevingsvisie is dan ook geen document vol nieuw beleid, maar een samenhangend verhaal dat richting geeft aan toekomstige keuzes. Voorzitter, Ik ben trots op deze Omgevingsvisie. Het doet recht aan de complexiteit en diversiteit van Steenwijkerland.

Een gemeente zijn met sterke steden en dorpen en kernen, een krachtig landelijk gebied, kwetsbare natuur, een vitale agrarische sector en een economie die ruimte nodig heeft om te groeien. Deze visie vermijdt keuzes niet, maar maakt ze op het juiste niveau. Ze benoemt waar ontwikkeling kan en waar bescherming voorop staat, en laat tegelijkertijd ruimte voor maatwerk en politieke afweging bij concrete plannen. Ze is tot stand gekomen in samenspraak met onze samenleving en vertaalt landelijke en provinciale opgaven naar de schaal en identiteit van Steenwijkerland. Geen papieren werkelijkheid, maar een realistisch en toekomstgericht kompas. Deze visie helpt ons om betere, zorgvuldiger en beter uitlegbare besluiten te nemen in de toekomst. En dat maakt haar tot een stevig fundament. Leefbaarheid Gisteren werd gezegd dat deze visie niet over leefbaarheid zou gaan. Dat herken ik niet. Deze visie gáát juist over leefbaarheid: over wonen in een waterrijk gebied, over voldoende woningen voor volgende generaties, over ruimte voor natuur, recreatie en bewegen, over drinkwater, openbare ruimte, energietransitie en de balans tussen inwoners en werkgelegenheid. Hoe we dat concreet doen, komt in programma’s en het omgevingsplan. Maar hier bepaalt u de richting. Participatie Over participatie is veel gezegd.

Omdat het gisteravond zo’n belangrijk onderwerp was, wil ik ook iets concreter stilstaan bij de participatie. We hebben niet volstaan met “een berichtje op de website”. We hebben bewust gekozen voor brede communicatie via verschillende kanalen om zo veel mogelijk mensen te bereiken: social media, advertenties in de Steenwijker Courant, de gemeentelijke website, bioscoopreclame, flyers en folders, e-mail, banners bij bijeenkomsten, en ook via persoonlijke gesprekken en workshops. De oproep was steeds dezelfde: praat mee over de toekomst van Steenwijkerland – we maken nu keuzes voor de lange termijn. En we hebben participatie ook laagdrempelig en divers ingericht. Niet één avond in het gemeentehuis, maar verschillende momenten en vormen: overdag en ’s avonds, doordeweeks en in het weekend. Met straathoeksessies en pop-up locaties om ook mensen te bereiken die normaal niet snel naar een bijeenkomst komen. Met verdiepende workshops. En we hebben bewust verschillende doelgroepen betrokken: inwoners, ondernemers, ketenpartners en maatschappelijke organisaties, een scholenaanpak voor kinderen, waar ook de kinderburgemeester bij betrokken werd. Daarnaast waren er enquêtes voor mensen die wel willen meedenken, maar niet naar een bijeenkomst kunnen. Belangrijk is ook: participatie zat niet op één moment, maar door het hele proces heen. Eerst breed ophalen van waarden en wensen.

Daarna verdieping op opgaven die mensen in hun omgeving ervaren. En vervolgens een reactieve fase, waarin we de eerste beelden en keuzes hebben voorgelegd om daarop te kunnen reageren. Die inbreng heeft het projectteam steeds verwerkt. Juist daarom zie je veel input niet als zienswijze terug: omdat we er al eerder op hebben geanticipeerd. Daarna is de formele terinzagelegging gestart. Die heeft geleid tot 63 zienswijzen — en dat zijn niet “63 losse personen”, maar ook collectieven en belangenorganisaties. Het waren betrokken reacties, met overigens ook waardering voor het proces en het stuk, en natuurlijk ook punten van zorg of onenigheid. Veel zienswijzen gingen bovendien over de uitvoering: “wat betekent dit straks concreet in de praktijk?” Die vragen begrijp ik heel goed, maar ze horen vaak thuis in programma’s en het omgevingsplan. Tegelijkertijd hebben de zienswijzen wél geleid tot aanp assingen: ze zijn beantwoord en hebben geleid tot een nota van wijzigingen van 38 pagina’s. Dat past niet bij het beeld dat zienswijzen niet serieus genomen zouden zijn. Voorzitter, participatie is bedoeld om perspectieven, zorgen en ideeën op te halen en zichtbaar mee te wegen. Dat betekent niet dat iedereen altijd zijn zin krijgt — zeker niet als zienswijzen elkaar tegenspreken — maar wel dat het proces transparant is en de afwegingen uitlegbaar zijn.

En naar mijn overtuiging is dat in dit traject uitgebreid en zorgvuldig gebeurd. En ja, niet iedereen doet mee. Dat is bij een abstract strategisch document nu eenmaal zo. Dat maakt het niet minder belangrijk. Daarom hebben we extra moeite gedaan om mensen uit te nodigen, te bereiken en te betrekken — en ik ben ervan overtuigd dat we daarmee het maximale hebben gedaan binnen wat redelijkerwijs mogelijk is. Voorzitter dan wil ik nu graag ingaan op een aantal zaken die gisteren gevraagd zijn aan het college. Ik zal ingaan op zaken die de omgevingsvisie betreffen en daarbij dus ook een aantal zaken wellicht niet benoemen, omdat die echt uitvoering betreffen. Gewasbeschermingsmiddelen Er zijn zorgen geuit over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In de omgevingsvisie staat opgenomen dat we hier kritisch op zijn en landelijke en provinciale regelgeving volgen. In de Nota van Wijzigingen (punt 25) is daarom expliciet verduidelijkt dat de Omgevingsvisie: • het voorzorgsbeginsel onderschrijft, • inzet op bescherming van gezondheid en leefkwaliteit, • maar geen normstelling bevat, omdat die primair landelijk en provinciaal is belegd. Dat is niet vrijblijvend. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is juridisch een recht. Dat recht kan alleen worden beperkt met een wetenschappelijk onderbouwde en juridisch houdbare basis, om risico’s op nadeelcompensatie te voorkomen.

Daarom volgen wij de lijn van de VNG en wachten wij landelijke en provinciale kaders af. We verwachten van het Rijk wetenschappelijk onderbouwd beleid, welke gewasbeschermingsmiddelen niet langer zijn toegestaan op specifieke locaties en juridische ondersteuning daarbij. Op onze eigen pachtgronden staan wij sierteelt overigens niet toe. Zodra er heldere richtlijnen van Rijk en Provincie zijn op dit vlak zullen we maatregelen doorvoeren. Dit is in lijn met het standpunt van de VNG. Gisteren werd genoemd dat omliggende gemeenten hier wel beleid voor hebben. Dat is niet het geval. In omliggende gemeenten spreekt men hier ook uitgebreid over en vaak nog meer, omdat hier veel Lelieteelt is, is men ook aan het worstelen hoe gaan we hier verder mee, wat kunnen we hier mee. Maar beleid hebben zij ook nog niet. In het land is wel een aantal gemeenten die hier wel meer beleid op hebben gezet, maar die zijn ofwel teruggefloten door de Raad van State of worstelen nu met de juridische effecten van dit beleid. Vandaar dat wij echt de lijn van de VNG hier in volgen. Polders rondom Scheerwolde en veenweidestrategie Er zijn zorgen geuit over de agrarische sector en dan met name de veenweidestrategie voor de Polders rondom Scheerwolde. En dat begrijpen wij.

We hebben ook naar aanleiding van een aantal zienswijzen op dit vlak wat wijzigingen opgenomen, zoals u in de rea ctienota zienswijzen en nota van wijzigingen heeft kunnen zien en de gebiedsprocesbegeleider van de polder Giethoorn ook al heeft genoemd. Wij delen de opvatting dat toekomstgericht boeren moet kunnen blijven bestaan. De landbouw is van grote waarde voor onze gemeente, zowel economisch als landschappelijk. In de visie op het vitaal platteland zetten wij daarom in op maatwerk en bieden we, waar mogelijk en waar ondernemers dat zelf willen, ruimte voor verbreding van landbouwactiviteiten. Deze ontwikkelingen bieden kansen om het verdienvermogen van agrariërs te versterken en tegelijkertijd bij te dragen aan een gezonde leefomgeving. In de Omgevingsvisie wordt geen vast landbouwmodel voorgeschreven, maar wel ruimte geboden voor vernieuwing en maatwerk. Multifunctionele landbouw is geen must, maar een mogelijkheid als men dit wil en om die ruimte wordt ook gevraagd. Uiteraard bieden wij ruimte voor innovatie en zijn innovatieve mogelijkheden nodig om toekomstgericht boeren mogelijk te maken. Die ruimte biedt de Omgevingsvisie dan ook. Via gebiedsprocessen betrekken wij betrokkenen actief bij het vormgeven van de toekomst waarbij lokale kennis en ambities een belangrijke rol spelen.

We begrijpen de zorgen over de aanduiding van het gebied als veenweide en de mogelijke gevolgen daarvan. Tegelijkertijd willen we benadrukken dat deze typering van de Provincie is en dat de gemeente dit niet zelfstandig kan aanpassen in de Omgevingsvisie. Er zijn op dit moment geen concrete plannen voor peilverhoging in Polder Giethoorn. Mocht dit in de toekomst aan de orde komen, dan zal dit zorgvuldig worden afgewogen, waarbij de belangen van bewoners, boeren en natuur in samenhang worden bekeken. De veenweidestrategie bevindt zich in een vroeg stadium, waarin nog veel openligt en keuzes nog niet zijn gemaakt. De verwachting is dat de Provincie hier eind 2026 een besluit over zal nemen. De Provincie is hier bestuurlijk verantwoordelijk, maar uiteraard zitten wij als gemeente hier wel ook aan tafel en brengen, naast de boeren zelf, mede de belangen van dit gebied in. Maar herkenbaar is de vele onzekerheid voor agrariërs in onze gemeente met alle onzekerheden rondom Veenweidestrategie, stikstofdepositie, natuuropgaven etc.

Zaken waar we als gemeente vaak niet aan zet zijn, maar waar we wel zo goed mogelijk in gesprek willen blijven met de agrariërs om te horen wat er speelt en waar we ambtelijk of bestuurlijk een rol kunnen spelen en de belangen kunnen benadrukken van de agrariërs in onze gemeente in de gremia waar die belangen aan de orde komen, zoals de bestuurlijke tafel Toekomst van het Platteland van Noord West Overijssel (waar de boeren zelf ook aan tafel zitten, en de ambtelijke netwerktafel, waar ook boeren bij aangesloten zijn. Ten aanzien van de recreatieve mogelijkheden in de polders rondom Scheerwolde hebben we opgenomen dat we daar kansen zien om recreatie te combineren met water en rietontwikkeling. Boeren kunnen hun bedrijfsvoering door ontwikkelen met recreatie als neven -of hoofdactiviteit. Dit biedt perspectief in een gebied waar traditionele landbouw onder druk staat. Tegelijkertijd draagt het bij aan het behoud van het landschap en versterkt het de toeristische aantrekkelijkheid van de regio. In tekst hebben we dit dus opgenomen voor dit gebied. Echter bij de beschrijving van gele vlekken in het hoofdstuk verblijfsrecreatiegebieden is dit gebied niet bij de gele vlekken meegenomen. Dit zou met een amendement gecorrigeerd kunnen worden in de lijn van de tekst die er bij he t gebied wel al mogelijk gemaakt is.

De polders rondom Scheerwolde zouden dus naast de entreekernen hier opgenomen kunnen worden. VAB roept veel vragen op. Belangrijk is te benoemen dat Steenwijkerland hiervoor al beleid heeft. De Omgevingsvisie: bevestigt dit beleid, maar introduceert geen nieuw regime. Het doen van erftransformatie betekent geen fundamentele koerswijziging, maar sluit juist aan bij de bestaande beleidslijn, waarin zorgvuldig wordt gezocht naar mogelijkheden voor behoud en versterking van het buitengebied. Het concept knooperven is niet nieuw en is onderdeel van provinciaal beleid. Het is bedoeld om leegstand en verval van agrarische erven tegen te gaan, met behoud van landschappelijke structuur en cultuurhistorische waarden. Knooperven en functieverandering blijven altijd afhankelijk van locatie, kwaliteit en landschappelijke inpassing. VAB beleid zijn randvoorwaarden voor de KGO invulling, vooraf afgestemd met de Provincie. Als aan die randvoorwaarden wordt voldaan hoeven we niet naar de Provincie voor KGO, zo komt versnelling. Maatwerk blijft altijd mogelijk, dan dient daar separaat ove r afgestemd te worden met de Provincie. Met betrekking tot de vraag of het VAB beleid nog geldig is na vaststelling van de omgevingsvisie is het antwoord daarop Ja: Het VAB beleid zijn randvoorwaarden, waar in de omgevingsvisie niet iets afwijkends over is opgenomen.

Door de omgevingsvisie ontstaat er duidelijkheid over welke functies waar thuis horen, wat de ontwikkeling van de gemeente positief stimuleert. Het HOE, (VAB -beleid) wijzigt hiermee dus niet. Dit Hoe landt straks ook weer in programma of omgevingsplan. Woningbouw Enkele vragen gingen over woningbouw. De Omgevingsvisie maakt duidelijke keuzes voor woningbouw. Water en bodem zijn daarbij sturend. Daarom zetten we in op bouwen op van nature hoger gelegen gronden. We onderschrijven de inzet op inbreiding, maar constateren ook dat die mogelijkheden in veel kernen beperkt zijn. Om de woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid te behouden, zijn uitleglocaties noodzakelijk. De verdeling 30% sociale huur, 40% midden en 30% vrije sector is expliciet vastgelegd in de Omgevingsvisie (paragraaf 4.2.9.4). Daarmee biedt de visie duidelijkheid over het wat; het hoe volgt in programma’s en het omgevingsplan. Tuk Over Tuk, en specifiek de locatie bij de tennisbanen, zijn zorgen geuit. De Omgevingsvisie benoemt hier de kwaliteiten en gevoeligheden, maar neemt geen concreet besluit. Dat betekent: ruimte voor verdere planontwikkeling, verplichte participatie door initiatiefnemers, en een duidelijke rol voor de raad bij vervolgbesluiten, zoals bindend advies en omgevingsplanwijzigingen. De raad kan deze locatie via amendementen aanpassen of schrappen.

De Omgevingsvisie blijft wel het toetsingskader, waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Een ontwikkelaar kan van mening zijn dat hij die goede motivatie heeft en alsnog een plan voor gaan leggen. De huidige bestemming maatschappelijk gebruik kunnen we echter niet afdwingen tot invulling, waardoor bv wel leegstand kan ontstaan nu het huurcontract afloopt. De vraag is of we daar dan blij mee zijn. Bovendien als een plan van een ontwikkelaar voor komt te liggen moet er alsnog een onderbouwing komen liggen waarom woningbouw daar niet zou kunnen. Bedrijventerreinen We herkennen de oproep van de BCS voor aandacht voor ruimte voor ondernemen en ook bedrijventerreinen, ook gezien de lange ontwikkelperiode. Samen willen we daarin ook vaart maken. Met BCS, maar ook hier hebben we de Provincie nodig. Steenwijkerland kent d iverse bedrijventerreinen die van groot belang zijn voor de lokale en regionale economie. De Omgevingsvisie richt zich op het versterken van deze terreinen door in te zetten op vitaliteit, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid. Dit betekent dat bestaande terreinen worden geoptimaliseerd en dat het aanbod beter wordt afgestemd op de actuele en toekomstige vraag van ondernemers en de groei van het aantal inwoners in de regio. Regionale afspraken zijn om de schaarse ruimte te verdelen en ook de hogere milieucategorien te kunnen bedienen.

De visie zet in op: • verduurzaming en revitalisering/herstructurering van bestaande terreinen, • uitbreiding bij Steenwijk/Tuk, Vollenhove Schaarkampen • uitbreiding bij aantoonbare lokale behoefte, (toetsing op basis van toekomstig onderzoek, vraag en aanbod. Dit is ook basis voor de nieuwe te maken afspraken met de provincie) • en regionale afstemming langs de A32-corridor. In de omgevingsvisie is dus ook de tekst opgenomen dat er ruimte is om het aanbod van bedrijventerreinen beter af te stemmen op de actuele en toekomstige vraag van ondernemers en de groei van het aantal inwoners in de regio, zoals eerder door enkelen van u al benoemd. Maar dat moeten we wel, conform bv ons woningbouwprogramma, afstemmen met de Provincie. We kunnen niet zelfstandig x ha ergens in de gemeente opnemen als locatie bedrijventerrein. Voor Tuk, Vollenhove en A32 hebben we nu afspraken gemaakt. Voor verdere uitbreiding zal een nieuwe behoefteraming nodig zijn, die de Provincie ook in de planning heeft. Hier hebben we BCS ook bij nodig richting Provincie om ons hard te maken voor realisatie van nieuwe terreinen. Hierover zijn we ook met BCS goed in gesprek over het toekomstbeeld bedrijventerreinen, zoals inspreker ook noemde. We hebben hiervoor ook een onderzoek uitgevoerd en plan opgesteld dat morgen met BCS besproken wordt. U heeft daar eind januari ook een werkvergadering over.

Dat gaat naast nieuw e terreinen vooral ook over bestaande terreinen Ruimtewinst, aandacht voor nieuwe energie, duurzaamheid en klimaat staan hierin centraal. Want voordat we nieuw willen en kunnen ontwikkelen, moeten we ons huidig areaal op orde hebben, toekomstgericht. Dus we herkennen de oproep, de omgevingsvisie biedt hiervoor ook de ruimte, maar we kunnen hem nu nog niet kwantificeren of als locatie opnemen, daar is meer voor nodig in de uitvoering en daar zetten we ons ook op in. Gele vlekken De gele vlekken zijn zoekgebieden voor verblijfsrecreatie. Ze geven aan waar mogelijk ruimte is voor verblijfsrecreatie, zonder vast te wanneer of hoe. Elke stap vraagt opnieuw beleidskeuzes, participatie en besluitvorming door uw raad. Met entreekernen bedoelen we goed bereikbare kernen in de schil om de natuurkern van NP WW. Oldemarkt, Kuinre, Blokzijl, Vollenhove. En dus, zoals zojuist genoemd bij de polders rondom Scheerwolde. Die gele vlekken botsen niet met woningbouwmogelijkheden. Het is niet of het een of het ander. De woningbouwopgaven en mogelijkheden zijn in deze kernen gewoon meegenomen. Maar we zien op deze plekken in onze gemeente nog eventuele ruimte voor de ontwikkel ing van verblijfrecreatie.

Bouwvlakken bij leegkomende agrarische bebouwing Er is gisteren ook gesproken over het inzetten van bouwvlakken van stoppende boeren om die aan te plakken aan bouwvlakken van blijvende boeren om die uitbreidingsmogelijkheden te geven. Planologisch is dit echter niet mogelijk. Stoppende boeren die op hun erf blijven wonen of het pand verkopen hebben wel de mogelijkheden binnen het VAB-beleid om hun erven te ontwikkelen. Andere boeren hebben de mogelijkheid tot schaalvergroting buiten het bouwvlak maar dat zal moeten aansluiten bij kernkwaliteiten en identiteit van het deelgebied, zoals we altijd al als visie hadden. Alleen hebben we nu de kernkwaliteiten en identiteit van het gebied duidelijker benoemd, waardoor een en ander duidelijker is geworden. Autoluwe binnenstad en parkeermogelijkheden Er zijn vragen gesteld over de uitvoering van de motie van de Stadsvisie met betrekking tot parkeermogelijkheden in een autoluwe binnenstad. Deze motie is uitvoerbaar met de uitgangspunten van de stadsvisie en de omgevingsvisie. Omdat een autoluwe binnenstad te integreren valt met het aantal parkeerplekken. We kunnen met de parkeerplekken schuiven dat de binnenstad autoluw wordt (overigens betreft dit voornamelijk het gebied rondom de markt), maar er wel voldoende parkeergelegenheid in de stad is. Tot slot nog een opmerking naar aanleiding van de inspreker van de Woldberg.

De inspreker geeft aan dat de mogelijkheden voor een golfterrein niet goed zijn opgenomen in de omgevingsvisie, namelijk als beekdal-locatie en dat daarom het opgenomen moet worden bij het stedelijk gebied. Deze voorstelling is niet helemaal correct. Het is niet opgenomen als beekdal-locatie, maar als locatie die in het Beekdalgebied ligt, en dat klopt. Het terrein heeft een bestemmingsplanrecht voor een 9 holes golfbaan en op basis van dit recht kan de ontwikkelaar dit gebied ontwikkelen als 9 holes golfbaan. Voor de kaart in de omgevingsvisie is de Provinciale kaart van de stedelijke laag gebruikt en dat is dan ook correct. Omdat er een bestemmingsplanrecht ligt, kan de ontwikkela ar ontwikkelen. Echter als tegen de tijd dat er een nieuw omgevingsplan komt (die moet uiterlijk 2032 gereed zijn) er geen ontwikkeling is, dan zou op basis van deze visie dit recht komen te vervallen. Het college stelt daarom voor om dit gebied op te nemen in het groenblauw raamwerk als voorziening, dit kan omdat er een recht volgens bestemming op ligt, recreatiebestemming op ligt. Dan is de 9 holes golfbaan hier zeker geborgd. Ik zou dit graag met een toezegging doen, maar in deze fase is daar een amendem ent voor nodig, dus als u die indient kan het college dit omarmen. Voorzitter, Ik hoor het geluid dat deze visie te weinig concreet zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens.

Deze Omgevingsvisie maakt wél keuzes, strategische keuzes: over richting, samenhang en waarden. Ze worden bewust niet vertaald naar beleid, normen of locaties, omdat dat binnen de Omgevingswet niet de juiste plek is. Juist door nu niet alles dicht te regelen, blijft de democratische ruimte intact en blijft de raad bij elke concrete stap aan zet. Ik zie deze Omgevingsvisie niet als een eindpunt, maar als een bewuste en noodzakelijke eerste stap: een stevig kompas voor de toekomst van Steenwijkerland. En realiseert u zich: deze omgevingsvisie is dus geen volledig nieuwe visie. We zijn niet bij nul begonnen zoals gezegd. Het is een visie die voornamelijk huidige visie is, ondersteund door huidig beleid. De Omgevingsvisie wijkt maar op een aantal punten af van het huidig beleid en die afwijkingen staan in het raadsvoorstel op blz. 5 en 6 genoemd. Als er na vaststelling van de omgevingsvisie nieuwe initiatieven komen en er zijn nog geen programma’s dan worden de initiatieven getoetst aan de omgevingsvisie en de huidige beleidsplannen die we allemaal hebben.

Wel hoor en begrijp ik de vraag van de raad: Hoe ziet dit traject na de vaststelling van de omgevingsvisie er dan uit? Hoe zorgen we dat we als raad enige grip houden? Na de vaststelling van de omgevingsvisie volgt een plan van aanpak hoe nu verder programma’s worden opgesteld, welke naast de twee verplichte (Volkshuisvesting en Warmte) programma’s er zullen komen. Wellicht dat een nieuwe coalitie hier keuzes in wil maken. De eerste verplichte programma’s Volkshuisvesting en Warmte komen als eerste naar u toe en daarvan is al besloten dat we na de verplichte ter inzage legging van programma’s, die programma’s raadplegend aan u gaan voorleggen. U kunt ook zelf eventueel programma’s agenderen. Bij grote schuurpunten kan het college een kadernotitie voorleggen of een raad expliciet meenemen voordat een programma wordt vastgesteld. Via budgetrecht en prioritering in investeringsbesluiten, grondbeleid, uitvoeringsbudgetten komt u weer aan bod. En inderdaad bij het omgevingsplan, daar maakt de raad keuzes die juridisch bindend zijn, worden schuurpunten onvermijdelijk beslecht en kan de raad belangen afwegen, amendementen indienen sturen. De raad heeft zo nog veel momenten waarop zij invloed kan uitvoeren, binnen de uitvoering zoals de omgevingswet bedoeld is: visie, programma’s, plan, vergunningen.

Bovendien, zoals bij paragraaf 5.9 “Een levend document” staat: we kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per 2 jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus, omdat de omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus kunnen verlengen naar 4 jaar, in lijn met coalitieperioden/programma’s. Ik zie uit naar de verdere politieke weging en de besluitvorming in de raad. Dank u wel, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/acc1f4cc-17f3-437b-9fee-d1a094a7f338?agendaItemId=f24e2796-d520-44b3-9918-a99613472e91