NIEUW: Nota van wijzigingen ontwerp TAM-omgevingsplan Beulakerweg 127B. - volledig
Tekst van het document
Artikel 7 - Water Nota van wijzigingen behorende bij het TAM-omgevingsplan Beulakerweg 127B Giethoorn Versie 1.2, datum 27-11-2025 Wijzigingen aangebracht bij de vaststelling van het TAM-omgevingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Toelichting: Artikel 7 – Water ontbreekt en wordt toegevoegd. Met de toevoeging van Artikel 7 – Water aan de regels ontstaat een verschuiving in de nummering van de artikelen. Deze zal daarom worden aangepast om de structuur van het document te waarborgen. Artikel 7 Water 7.1 Gebruiksregels 7.1.1 Toegestaan gebruik In het voor 'Water' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan: a. sloten, vaarten, grachten en ander oppervlaktewater; b. verkeer te water; c. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterberging met de bijbehorende bermen en taluds; d. watervoorzieningen; e. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - rondvaart- en botenverhuur'; f. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.1.2 Verboden gebruik In het voor 'Water' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten verboden: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een jachthaven; b.
het gebruik van de faciliteiten genoemd in lid 6.1 onder e gedurende de winterperiode. 7.2 Beoordelingsregels voor het bouwen 7.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels: a: uitsluitend de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd: 1: bruggen; 2: verkeerstekens; 3: aanlegsteigers; b: voor de bouw van bruggen gelden de volgende regels: 1: De breedte van het loopvlak aan een brug bedraagt maximaal 1,20 meter; 2: De doorvaarthoogte bedraagt minimaal 2,25 meter; 3: De bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter; of die bestaande hoogte indien deze meer dan drie meter bedraagt. c: De bouwhoogte aan verkeerstekens bedraagt maximaal drie meter; d: De bouwhoogte aan aanlegsteigers bedraagt ten hoogste één meter. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplicht a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: 1. het verleggen van watergangen. 2. het graven, vergraven en dempen van oevers, vaarten, sloten en andere watergangen en oppervlaktewater. b.
Het bepaalde in lid a is niet van toepassing op: 1. normale onderhoudswerkzaamheden; 2. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; 3. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM- Omgevingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd. 7.3.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 kan alleen worden verleend met inachtneming van de volgende beoordelingsregels: a. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen, dan wel mogen de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. b. bij de beoordeling van het bepaalde onder a wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.