CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2018 definitief.pdf

Raadsvergadering 18 juni 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Concept Jaarstukken Steenwijkerland 201835.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 101 pagina's · deel 3 van 4

16 alinea's met “vreemd”: 161 177 179 183 185 187 190 192 195 196 204 206 207 210 212 215

Het rijk heeft dit onderkend en heeft daarom in 2018 een extra rijksbijdrage van € 402.000 beschikbaar gesteld met de meicirculaire (verwerkt in najaarsnota). Vanuit de NWG is met het aantreden van een nieuwe directeur een aanvang gemaakt met een herstructurering van de organisatie. Dit heeft in 2018 in eerste instantie geleid tot een stijging van het verwachte tekort op hun begroting met € 480.200 (begroot was € 781.000). Het beschikbare budget voor de Noordwest Groep is uiteindelijk overschreden met een bedrag van € 12.000. Het budget voor re-integratie activiteiten (uitgevoerd door de IGSD) is overschreden met een bedrag van € 259.000. Voorzieningen Wmo Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wmo in werking getreden. Met deze wetswijziging zijn er nieuwe taken naar de gemeente gekomen met de daarbij behorende (gekorte) budgetten. Begroting | Jaarrekening | Verschil Begeleiding en dagbesteding (incl. | 4.061.000 | 4.364.000 | - 303.000 escalatie en eigen bijdrage) Schoonmaakondersteuning | 3.735.000 | 3.060.000 | + 675.000 Voorzieningen in het kader van wonen, | 1.748.000 | 1.467.000 | + 281.000 rollen en vervoer Totaal | 9.544.000 | 8.891.000 | + 653.000 Onder de post Escalatie wordt de taak Opvang en Beschermd Wonen bedoeld, deze wordt door de centrumgemeente (Zwolle) uitgevoerd en rechtsreeks door het rijk bekostigd.

De risico’s binnen de Wmo-voorzieningen bestaan uit stijgingen in het aantal voorzieningen of een toename in de zorgzwaarte. Deze zaken zijn van te voren slecht in te schatten. WMO: Begeleiding en dagbesteding In 2018 is de Wmo-zorg voor begeleiding en dagbesteding op een andere wijze ingekocht. Er wordt niet meer op basis van het aantal uren afgerekend. De zorgaanbieder krijgt nu per cliënt, per maand een bijdrage, afhankelijk van de vooraf bepaalde in te zetten zorg. De uitgaven liggen € 303.000 hoger dan begroot. Omdat er geen sprake is van een toename van het aantal cliënten moet de verklaring gezocht worden in een hogere bijdrage per cliënt. Samen met de aanbieders zal uitgezocht moeten worden of de ingezette zorg is toegenomen of dat de nieuwe inkoop-methodiek leidt tot hogere kosten. Het tekort kan overigens worden opgevangen door meevallende uitgaven op de andere taken van de Wmo. WMO: Schoonmaakondersteuning De schoonmaakondersteuning wordt sinds 2017 weer via een maatwerkvoorziening verstrekt. In 2018 is sprake van een toename in het aantal verstrekte voorzieningen. De uitgaven liggen met € 3,1 miljoen weleens waar lager dan het budget van € 3,7 miljoen maar wel € 100.000 boven het uitgavenniveau van 2017. Eind 2018 resteert op deze taak € 675.000. WMO: Wonen, rollen en vervoer Bij deze voorzieningen is vooral de woonvoorziening een risicofactor.

De uitgaven op deze post kunnen per jaar flink verschillen. Om onnodig beslag op de gemeentelijke middelen te leggen heeft de raad in 2016 aangegeven jaarlijks voor woonvoorzieningen € 250.000 te begroten. Indien blijkt dat er meer nodig is zal dat in de jaarrekening opgevangen moeten worden. In 2018 is er € 53

54 562.000 uitgekeerd. Het gaat hier dus om een incide ntele uitgave, het is niet de verwachting dat deze uitgaven ook in 2019 zo hoog zullen zijn. De uitgaven op de andere (oude) W mo-voorzieningen (rollen en vervoer) komen lager ui t dan begroot. Uiteindelijk blijft bij deze voorzieningen € 280.000 over. Ontwikkeling 2019 Uiteindelijk is op de Wmo-voorzieningen een bedrag van € 653.000 overgebleven. Dit komt neer op 7% van het totale Wmo- budget. Bij de tussenrapportages is aangegeven dat eventuele overschotten bij de Wmo gebruikt zouden w orden voor tekorten bij de jeugd. De gezamenlijke budgetten van de Wmo-voorzieningen zullen in 2019 meer in lijn gebracht worden met de verwachte (en in verleden jaren zichtbaar geworden) uitgaven. Voorzieningen Jeugd Op 1 januari 2015 is de Jeugdwet in werking getrede n. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de gehel e jeugdzorg bij de gemeenten gelegd. Ook hier gold, net als bij de Wmo , dat de hiermee gepaard gaande budgetten met een f orse korting overgeheveld zijn naar de gemeenten. Deze korting is overigens in de loop van 2016, 2017 en 2018 bijgesteld. In 2017, ondanks deze stijging en door de raad extra beschikbaar ges telde middelen, lagen de uitgaven € 925.000 boven h et budget van € 8,6 miljoen. In de tweede helft van 2018 zijn de uitgaven van de jeugdzorg in 2017 geanalyseerd.

Het budget voor 2018 was oorspronkelijk € 8,6 miljo en. Bij de perspectiefnota en najaarsnota is aangeg even dat de uitgaven naar alle verwachting € 1,6 miljoen hoger zouden li ggen dan het oorspronkelijke budget. De raad heeft het budget incidenteel verhoogd met dit bedrag. Uiteindelijk komen de tota le kosten voor de jeugdzorg 2018 uit op € 10,5 milj oen en daarmee € 300.000 hoger dan begroot. In 2018 wordt ook in de jeugdzorg op een andere man ier zorg ingekocht. Deze nieuwe methodiek heeft in eerste instantie niet geleid tot een daling van de uitgaven. Er wordt nu, naar aanleiding van de eerder genoemde analyse van de uitgaven jeugdzorg 2017, gezocht n aar mogelijke maatregelen om de kostenstijging binnen de jeugdzorg aan te pakken. Naast het risico van de stijgende kosten voor de je ugdzorg is er nog een risicofactor die genoemd moet worden. In 2017 en 2018 zijn er door de RSJ voorschotten verstrekt aan enkele zorgaanbieders. Eén zorgaanbieder is op dit moment niet in staat om aan de afgesproken terugbetalingsverplichting te voldoen. Het maximale risico hieromtrent is € 595.000. Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de op enbare ruimte wordt gebruikt gemaakt van speciale computerprogramma’s, De afgelopen jaren is hard gew erkt aan het op orde brengen van deze programma’s. Het gehele areaal is ingevoerd.

Door middel van inspecties wordt de s taat van onderhoud bepaald. Op basis van deze gegev ens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaa ld. Het risico van de schade als gevolg van achters tallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Door actualisatie van de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindin gen wordt er planmatiger gewerkt. De onderhoudswerkzaamheden zijn verricht op onderhoudsniveau “basis” en in sommige gevallen “beperkt basis”. Het financieel risico voor achterstallig onderhoud was ingeschat op € 500.000. Het budget voor 2018 wa s toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopende investeringsprojecten op basis van de Risman met hode de risico’s in beeld gebracht. Er zijn in 2018 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Participatiewet (uitkering en rijksbijdragen) Het in de begroting opgenomen te ontvangen BUIG-bud get betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het betreffen de begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau.

In de circulaires van 2018 is de BUIG uitkering voo r 2018 in mei opgehoogd. Dit leverde een voordeel i n de begroting op van € 1.243.000. Het aantal verstrekte WWB-uitkeringen le vert een nadeel op in de jaarrekening van € 637.000 . Voor 2019 is er overigens sprake van een forse afname van de BUIG-m iddelen met bijna € 1,25 miljoen. Dit is in de begr oting 2019 reeds meegenomen. Het definitieve BUIG-budget in de gemeentelijke beg roting kwam daarmee op € 14.042.000. De uitgaven vo or uitkeringen bedroegen € 11.135.000. Binnen de IGSD wordt nog steeds gewerkt aan het pla n van aanpak waardoor de uitstroom van het aantal uitkeringsgerechtigden naar werk moet toenemen.

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in en moet onze organisatie er op zijn voorbereid, en ook daarna zal de verdere implementatie van de wet veel inzet vergen. Ten tijde van het opstellen van de begroting voor 2018 was de omgevingswet nog omgeven met veel vraagtekens. De richting en inhoud was op hoofdlijnen bekend, van de te maken kosten kon alleen een grove indicatie worden gegeven. Er hebben zich in 2018 dan ook geen risico’s rondom de omgevingswet voorgedaan. Inmiddels komt de datum van invoering dichterbij en wordt steeds duidelijker wat de omgevingswet van de organisatie vraagt. In de begroting voor 2019 is dit nader gespecificeerd en de organisatie werkt op dit moment programmatisch aan de opgave. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar de programmabegroting 2019-2022. Via aparte bijeenkomsten en informatienota’s wordt de raad aanvullend geïnformeerd over de invoering van de omgevingswet. Aansprakelijkstelling Met betrekking tot aansprakelijkstelling loopt er een zaak. De actuele stand van zaken is als volgt.

Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaarding welke betrekking heeft op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel waarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehouder beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad met de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstromingen van een gemeentelijke rioolput. De veehouder stelt dat hij dientengevolge te kampen heeft gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. Het is nog niet bekend wanneer de zitting bij de rechtbank zal plaatsvinden, de zaak is in ieder geval overgedragen aan de huisadvocaat. De advocaat geeft aan dat het causaal verband tussen de overstromingen van de rioolput en de geclaimde schade door de veehouder niet voldoende lijkt aangetoond en dat het schadebedrag daarnaast buitenproportioneel hoog lijkt. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds vorig jaar wordt de POC ( Percentage Of Completion) methode is toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2018 circa € 3,5 miljoen. Het risicoprofiel van het grondbedrijf is daarmee lager dan bij de jaarrekening 2017 toen het risicoprofiel circa € 3,8 miljoen bedroeg.

Dat heeft in de eerste plaats te maken met het feit dat bij de jaarrekening 2017 de negatieve financiële effecten van de sociale investeringsopgave onderdeel uitmaakten van het risicoprofiel. De effecten van de sociale investeringsopgave zijn bij de jaarrekening 2018 ingerekend in de grondexploitaties en vallen daarmee vrij in het risicoprofiel. Ten tweede is door het goede klimaat op de woningmarkt het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2018 € 254,15 per inwoner bedroeg en een beetje hoger is dan in 2017 (€ 252,79).

bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit | Begroting | Rekening | Rekening 01-01-2018 | 31-12-2018 | 31-12-2017 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer | € 7.471.100 | € 11.166.000 | € 11.064.000 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien | € 0 | € 0 | € 0 Totaal weerstandscapaciteit | € 7.471.100 | € 11.166.000 | € 11.064.000 Aantal inwoners | 43.445 | 43.935 | 43.768 Weerstandscapaciteit per inwoner | € 171,97 | € 254,15 | € 252,79 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan 55

de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. | Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. | Solvabiliteitsratio; 3. | Grondexploitatie; 4. | Structurele exploitatieruimte en 5. | Belastingcapaciteit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voor onze gemeente is vrij constant en varieert van 55% in 2010 naar bijna 52% in 2018. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Enexis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld.

Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 1a. Netto schuldquote | 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 180% | 180% 160% | 160% 140% | 140% 120% | 120% 100% | 100% 80% | 80% 60% | 60% 40% | 58% | 51% | 52% | 40% 20% | 20% | 45% | 40% | 43% 0% | 0% Rekening | Actuele | Rekening | Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 | 2017 | Begroting | 2018 Categorie A | Categorie B | Categorie C | Categorie A | Categorie B | Categorie C In bijgaande grafiek wordt de netto schuldquote over de afgelopen jaren weergegeven. Netto schuldquote 80,0% 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0% | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Netto schuldquote | 55,0% | 62,0% | 59,0% | 68,0% | 68,0% | 58,0% | 54,3% | 57,6% | 51,7% Netto schuldquote gecorrigeerd | 13,0% | 22,0% | 32,0% | 43,0% | 43,0% | 44,0% | 41,2% | 44,8% | 42,8% 56

Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2010 gestegen van 13% naar 44,8%. Daarna is deze gedaald tot 42,8% in 2018. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 heeft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen. Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2018 is gedaald naar 51,7% en de netto schuldquote gecorrigeerd naar 42,8%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.

In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%. 2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% | 38% | 35% 20% | 29% 10% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 Categorie C | Categorie B | Categorie A De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2018 een solvabiliteitsratio van 35,3%. In bijgaande grafiek wordt het solvabiliteitsratio over de afgelopen jaren weergegeven. Solvabiliteitsratio 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0% | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Sovabliliteitsratio | 48,0% | 44,0% | 41,0% | 37,0% | 37,0% | 38,0% | 38,4% | 38,5% | 35,3% Zoals u ziet is de solvabiliteitsratio nagenoeg stabiel. Doelstelling bij de meerjarenbegroting 2017-2020 was dan ook om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren en dat is gelukt. Grondexploitatie 57

Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. 3. Kengetal grondexploitatie 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% | 18% 10% | 14% | 14% 5% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 Categorie A | Categorie B | Categorie C Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2018 14,1%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2010 weergegeven. Grondexploitatie 25,0% 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Grondexploitatie | 23,0% | 23,0% | 21,0% | 21,0% | 21,0% | 19,4% | 16,6% | 18,5% | 14,1% Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2010 rond de 23%. In 2016 is dit gedaald naar 16,6%. Vervolgens is deze daling omgezet in een stijging in 2017en in 2018 weer gedaald naar 14,1%.

Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds de afwaardering en winstneming van diverse complexen. Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage van de boekwaarde ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 58

4. Structurele exploitatieruimte 25% 20% 15% 10% 5% | 2% | 2% 0% -5% | 0% -10% -15% -20% -25% Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 Categorie C | Categorie B | Categorie A Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2018 2,3%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2010 weergegeven. Structurele exploitatieruimte 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% -1,0% -2,0% -3,0% | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Structurele exploitatieruimte | -2,0% | 2,0% | 3,0% | 5,0% | 5,0% | 4,0% | 4,2% | -2,0% | 2,3% Vanaf 2011 lag het kengetal tussen de 2 en 5%. Voor 2018 is dit uitgekomen op 2,3%. Hoe deze structurele ruimte zich in de komende periode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1).

Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2018 komt dit cijfer uit op 84%. 59

5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80% | 87% | 84% | 84% 60% 40% 20% 0% Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 Categorie A | Categorie B | Categorie C In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. Gemeentelijke belastingcapaciteit 105,0% 100,0% 95,0% 90,0% 85,0% 80,0% 75,0% | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Gemeentelijke belastingcapaciteit | 99,0% | 97,0% | 99,0% | 96,0% | 91,0% | 85,0% | 85,0% | 87,0% | 84,0% Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zich steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Ten opzichte van 2016 was er een lichte stijging. Deze stijging heeft zich niet verder doorgezet. Dit komt doordat de tarieven niet verder zijn gestegen ten opzichte van 2017 als gevolg van het omgekeerd inzamelen van het afval. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit | Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | + | 212 | 219 | 219 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ- | + | 252 | 227 | 227 waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin | + | 165 | 167 | 167 D. Eventuele heffingskorting voor een gezin | - | - | - | - E.

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 629 | 613 | 613 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 | / | 723 | 727 | 727 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor | 87% | 84% | 84% Resumé 60

Kengetallen | Rekening | Actuele | Rekening 2017 | Begroting | 2018 Netto schuldquote | 58% | 51% | 52% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 45% | 40% | 43% Solvabiliteitsratio | 38% | 29% | 35% Grondexploitatie | 18% | 14% | 14% Structurele exploitatieruimte | 0% | 2% | 2% Gemeentelijke belastingcapaciteit | 87% | 84% | 84% Verder wordt nog verwezen naar de databank van de provincie Overijssel voor informatie over de kengetallen in onze provincie. De databank is te vinden op https://overijssel.databank.nl/jive/?cat_show=Gemeentefinanci%C3%ABn. Ook kunt u deze gegevens van de programmabegroting 2018 op de site van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de houdbaarheidstest gemeentefinanciën versie 2018 raadplegen. 61

3.3 | Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2018 worden besproken.

Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen | Oppervlak (ha) | % • Asfalt | 173 | 49% • Cementbeton | 11 | 3% • Elementen | 158 | 45% • Onverhard | 12 | 3% Totaal | 354 | 100% Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017). We beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: • | Wegennet up to date, • | Onderhoud op maat, • | Inspirerend partnerschap. We zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. We richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017-2020”.

Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. 62

63 Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid • Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2 017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devi es. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veilig heid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkert e en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige a chterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd z ijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.

Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het toenmalig waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied van dit waterschap. Voor de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inze t van menskracht en middelen.

Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen;

o | Gegevensbeheer; o | Aansluiting op riolering of IBA; o | Onderhoudswerkzaamheden; o | Kwaliteit van riolering; o | Functioneren van riolering; o | Aanpak knelpunten; o | Communicatie; o | Klimaatverandering; o | Afkoppelen; o | Overdracht stedelijk water; o | Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water | Aantal | Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied | 46 | km • Niet schouwsloten | 119 | km • Schouwsloten | 207 | km • Greppels | 100 | km • Duikers | 1.500 | stuks Kunstwerken | Aantal | Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) | 335 | stuks • Havens | 11 | stuks • Beschoeiingen | 100 | km Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen.

De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - | Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); - | Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - | Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1. | De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. | De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. | De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). 64

65 In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbin dingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhoging van het onderhoudsbudget als gevolg van a chterstallig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2021 zijn beschikbaar gesteld. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van he t vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekkin g van de benodigde middelen. Voor de oeverconstruct ies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat bet reft de baggeropgave wordt samen met de andere wate rbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraa l aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te r ealiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld.

Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 70 ha • Bermen 248 ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot h et groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er am bities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven.

In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e. Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties

66 In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidsk ader vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseq uenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.

Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 15 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 2 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 3 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 2 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks • Zwembaden 3 stuks Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderho ud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en st oringen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn af gesloten. Dit betreft voornamelijk technische insta llaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenpla n Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen wo rden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd.

Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 1.110.000,- bed ragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegev oegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwe rkt in de begroting. De maatregelen voor 2018 zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2018. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening .

3.4 | Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsvergadering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorgvuldig (doeltreffend en doelmatig) om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst.

Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - | Renterisico’s; - | Koersrisico’s - | Kredietrisico’s; - | (intern( liquiditeitsrisico’s en - | Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. In 2018 is één lening vervroegd afgelost, welke was doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen. Verder hebben we in 2018 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2018 afgerond € 12,7 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2018 bedroeg de restantschuld afgerond € 8,6 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.

Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt een bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2018 gehanteerd. Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2018 bijna € 19 miljoen. bedragen x € 1.000 Renterisico | Rekening | Rekening 2018 | 2017 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g | - | - Betaalde aflossingen | 4.021 | 4.750 Renterisico vaste schulden | 4.021 | 4.750 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2018 (=grondslag) | 116.113 | 124.815 Renterisiconorm (in % van de grondslag) | 20,0% | 20,0% Toegestane renterisiconorm | 23.223 | 24.963 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm | 19.202 | 20.213 Overschrijding renterisiconorm 67

Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 116 miljoen. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 9,9 miljoen. bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet | 1e | 2e | 3e | 4e kwartaal | kwartaal | kwartaal | kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden | 12.144 | 10.597 | 6.880 | 3.379 Omvang vlottende middelen | 605 | 555 | 416 | 187 Netto vlottende schuld | 11.539 | 10.042 | 6.464 | 3.192 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2018 (=grondslag) | 116.113 | 116.113 | 116.113 | 116.113 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% Toegestane kasgeldlimiet | 9.870 | 9.870 | 9.870 | 9.870 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet | 3.406 | 6.678 Overschrijding kasgeldlimiet | - 1.669 | - 172 Zoals u ziet is de kasgeldlimiet in de eerste twee kwartalen overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten.

Medio september 2018 is daarom dan ook een langlopende geldlening van € 6 miljoen afgesloten. Koersrisico In 2018 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekening gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren.

De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 61,7% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie 68

Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte | Begroting | Rekening | Rekening | Verschil 01-01-2018 | 01-01-2018 | 31-12-2018 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.

voorraden | 113.330 | 116.769 | 115.373 | - 1.396 Boekwaarde leningen u/g | 16.411 | 15.300 | 11.203 | - 4.097 Totaal boekwaarde | 129.741 | 132.069 | 126.576 | - 5.493 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves | 55.032 | 51.741 | 49.041 | - 2.700 Resultaat boekjaar | 3.682 | 760 | - 2.923 Totaal eigen vermogen | 55.032 | 55.423 | 49.801 | - 5.622 Vreemd vermogen Voorzieningen | 6.633 | 7.516 | 10.459 | 2.942 Langlopende leningen | 66.432 | 61.748 | 61.046 | - 702 Totaal vreemd vermogen | 73.065 | 69.265 | 71.505 | 2.240 Totaal financieringsmiddelen | 128.097 | 124.688 | 121.306 | - 3.382 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) | - 1.644 | - 7.381 | - 5.270 | 2.111 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort gedurende 2018 ( 31-12 / 1-1 ) afgenomen met ruim 2 miljoen afgenomen. De afname van de boekwaarde grondexploitatie en het aantrekken van een langlopende lening in september 2018 zijn de grootste factoren in deze afname. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandachtspunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wijziging is geprobeerd dat alle gemeenten op dezelfde manier omgaan met hun rentelasten en –opbrengsten. Vanaf 2017 moest rente worden toegerekend aan de taakvelden.

In onderstaand renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden. Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat | het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 38.000 bij de jaarrekening. bedragen x € 1.000 69

Renteschema | Actuele | Rekening | Verschil Begroting | 2018 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering | (-) | - 1.893 | - 1.874 | 19 V b. Externe rentebaten | (+) | 496 | 482 | - 14 N Totaal door te rekenen externe rente | - 1.396 | - 1.392 | 5 V c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend | (+) | 253 | 222 | - 32 N c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld | (+) | - 260 | - 260 | 0 V moet worden toegerekend c3. De rentebaat van aangetrokken en weer verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= | (-) | 260 | 260 | - 0 N projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente | - 1.143 | - 1.170 | - 27 N d1. Rente over eigen vermogen | (-) | - | - | - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) | (-) | - | - | - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente | - 1.143 | - 1.170 | - 27 N e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | (+) | 1.271 | 1.260 | - 11 N f. Renteresultaat op het taakveld treasury | 128 | 90 | - 38 N EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo nu ook in de jaarstukken worden opgenomen.

Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2018 € 4,454 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2018 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaat: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via reële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt. Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af. Hiermee draagt zij bij aan het EMU- saldo van Nederland. bedragen x € 1.000 70

Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) | Rekening | Rekening | Actuele 2017 | 2018 | Begroting 1. | (+) | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves | 391 | - 5.622 | - 10.452 (zie BBV, artikel 17c). 2. | (-) | Mutatie (im)materiële vaste activa | 2.018 | 2.982 | 8.603 3. | (+) | Mutatie voorzieningen | 883 | 2.942 | - 242 4. | (-) | Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) | 1.421 | - 4.378 | - 4.622 5. | (-) | Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa | - | - | - Berekend EMU-saldo | - 2.165 | - 1.283 | - 14.675 bedragen x € 1.000 EMU-saldo referentiewaarde | Rekening | Rekening | Actuele 2017 | 2018 | Begroting EMU-saldo volgens berekening | - 2.165 | - 1.283 | - 14.675 EMU-SALDO referentiewaarde | - 4.454 | - 4.454 | - 4.454 EMU-saldo blijft onder referentiewaarde | 2.289 | 3.171 EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde | - 10.221 EMU-saldo 15.000 10.000 5.000 - | EMU-saldo is negatief en - 5.000 | - 2.165 | - 1.283 | onder referentiewaarde - 10.000 | - 14.675 | EMU-saldo is negatief maar - 15.000 | boven referentiewaarde - 20.000 | EMU-saldo is positief - 25.000 - 30.000 Rekening | Rekening | Actuele 2017 | 2018 | Begroting De rekeningen 2017 en 2018 geven aan dat we binnen de referentiewaarde van de EMU tekortnorm blijven.

De begroting laat een groot tekort zien omdat er nog grote investeringen in de begroting zijn opgenomen, hetgeen met een hoog financieringstekort gepaard gaat. In de begroting 2019 is wederom een groot investeringsniveau opgenomen. Wanneer deze investeringen tot besteding komen zal ook in de rekening 2019 het tekort gaan toenemen. Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen. 71

3.5 | Bedrijfsvoering Het afgelopen jaar was een bijzonder jaar met de komst van een nieuw college en een nieuwe gemeenteraad. Nieuwe ambities en prioriteiten zijn gelegd en verbonden met reeds bestaand beleid. Leidraad voor de komende jaren is het coalitieakkoord “Door verbinding naar resultaat”, inmiddels vormgegeven in 5 pakkende ambitiekaarten. Naast een nieuw college en raad betekende 2018 ook het aantreden van een nieuwe algemeen directeur en een nieuw managementteam. Interne organisatie In 2017 is de organisatiestructuur en de aansturingswijze aangepast om het procesgericht werken in de organisatie te verbeteren. Zoals destijds afgesproken is in 2018 een tussenevaluatie over deze wijzigingen gehouden. Dit in nauwe samenwerking met de Ondernemingsraad, waarbij veel ruimte is gegeven voor de ervaringen en mening van onze medewerkers, onder meer via een enquête onder medewerkers en diverse (team)gesprekken. De uitkomsten van deze enquête en diverse gesprekken geven aan dat er aanpassingen nodig zijn op de gekozen manier van werken. De noodzaak voor de ontwikkeling naar een wendbare en flexibele organisatie is er nog steeds. Ofwel, we willen minder hiërarchie, korte lijnen en de verantwoordelijkheden laag beleggen.

Bij het doorvoeren van de gewenste aanpassingen worden eveneens de uitkomsten meegenomen uit het cultuuronderzoek, zoals dat door de Ondernemingsraad is geïnitieerd en eind 2018 uitgevoerd is. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er veel goed gaat, medewerkers loyaal en betrokken zijn en in het algemeen tevreden zijn over hun baan. Daar staat tegenover dat er een duidelijke behoefte is aan sturing, ontbreekt de koersvastheid in de organisatie en is er onvoldoende (persoonlijke) aandacht voor de medewerker. De ingezette weg naar een wendbare en flexibele organisatie, waarbij de vraag van inwoners, ondernemers en instellingen centraal staat, wordt vervolgd. De organisatie is nooit ‘af’. Voorbereidend op een nieuw en platter organisatiemodel staat 2019 vooral in het teken van goed leiderschap. Koersvast, met aandacht voor mens en inhoud. Medewerkers Eind 2018 werkten er 337 medewerkers bij onze organisatie, tegenover 344 een jaar ervoor. Het aantal formatieplaatsen is daarentegen gestegen. De uitbreiding qua formatie betrof onder meer de beleidsvelden woningbouw, duurzaamheid, sociaal domein en social media. De lagere bezetting komt onder andere omdat vacatures langer open staan. Het wordt steeds moeilijker om de goede mensen te vinden voor bepaalde vacatures.

Aantal medewerkers / formatie | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Totaal aantal medewerkers | 326 | 333 | 344 | 337 Aantal mannen | 165 | 168 | 167 | 159 Aantal vrouwen | 161 | 165 | 177 | 178 Totale formatie (fte) | 310 | 314 | 317 | 328 Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat 65% van de medewerkers 45 jaar of ouder is. Willen we ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever zijn, een personeelsbestand hebben dat qua leeftijd in balans is, dan is de instroom van jong talent belangrijk. Onder meer daarom hebben we het generatiepact ingevoerd. Hiermee biedt de gemeente medewerkers van 58 jaar en ouder de mogelijkheid om minder te werken met gedeeltelijk behoud van salaris. De loonkosten die bespaard worden door het generatiepact worden ingezet om jongeren aan te nemen. In 2018 hebben 22 collega`s deelgenomen aan het generatiepact, dit is een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar. Hierdoor hebben 5 jongeren onder de 27 jaar in 2018 een traineetraject bij ons gevolgd. De eerste effecten hiervan zijn ook zichtbaar in de gemiddelde leeftijd van onze medewerkers. Voor het eerst in jaren is de gemiddelde leeftijd gedaald (nu 46,7 jaar). Kengetallen | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 Stagiaires | 23 | 20 | 7 | 14 Trainees | 1 | 5 | 8 | 5 Interne detachering | 9 | 9 | 9 | 24 De organisatie heeft de afgelopen periode veel ingezet om het ziekteverzuim in de organisatie te verminderen.

Dat dit effect heeft, laat het dalende ziekteverzuim goed zien: 72

73 Samenwerking In 2017 is gestart met het gezamenlijke klantcontac tcentrum: telefonische vragen van inwoners en onder nemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerlan d. In het afgelopen jaar heeft het KCC bijna 84.000 telefoongesprekken ontvangen, waarvan 58.000 uit Steenwijkerland. De k lanttevredenheid scoort gemiddeld een 8,4. Ook andere bedrijfsvoeringonderdelen doen we in sam enwerking met omliggende gemeenten. Dat geldt voor onze inkoopcoördinatie (samen met Zwartewaterland en Sta phorst), informatiebeveiliging en ook op het terre in van de Verbijzonderde Interne Controle (VIC). In het afgelopen jaar heeft de VIC gewerkt vanuit een gezamenlijk controleplan voor de 5 deelnemende gemeenten, waarbij onderling bij elkaar controles zijn uitgevoerd. De VIC-samenwerking kri jgt steeds meer handen en voeten, ook vooruitlopend op de invoering van de rechtmatigheidsverklaring van het college in 2021. Informatieveiligheid Inwoners en ondernemers moeten erop kunnen vertrouw en dat hun gegevens veilig zijn, dat de informatie die de gemeente uitwisselt met andere overheden betrouwbaar is en d at de gemeente zorgt voor een veilige leefomgeving. Net als in 2017 is het afgelopen jaar de zelfevaluatie op informatieveilig heid uitgevoerd binnen de organisatie.

Uit deze zel fevaluatie is gebleken dat we voldoen aan de geselecteerde normen voor DigiD e n Suwinet en een positieve verantwoording kunnen af leggen over de van toepassing zijnde gemeentelijke basisregistraties. In de loop van het afgelopen jaar is de Algemene Ve rordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing geworden. Vooruitlopend hierop hebben we ons privacybeleid va stgesteld en hebben we, gezamenlijk met Zwartewater land, Staphorst en Westerveld, voor de uitvoering 2 functionarissen gegevensbescherming aangesteld. Omgevingswet Vanaf 2021 hebben we te maken met de omgevingswet. Er is dan één wet voor de fysieke leefomgeving. De bijna 30 wetten, 60 Algemene Maatregelen van Bestuur en 75 ministeriële regelingen die er nu zijn, zijn dan verleden tijd. In maart 2018 is opdracht gegeven tot het uitwerken en opzetten van een progr amma voor de invoering van de omgevingswet. Eind 20 18 was dit programmaplan gereed: het resultaat van een intensi ef traject waarbij vele medewerkers en partijen bui ten het gemeentehuis betrokken zijn geweest. Het plan is het startpunt voor de komende twee jaar. Financiën Binnen de bedrijfsvoering resulteert over 2018 een financieel overschot van 1,1 mln. In de jaarrekenin g is een uitgebreide toelichting gegeven op dit overschot.

Naast meevall ende afschrijvingslasten binnen de bedrijfsvoering betreft dit een overschot bij ICT en bij de formatiebudgetten. Diverse ICT-pr ojecten die waren gepland voor 2018 moesten door de tekort aan medewerkers, zowel bij ons als ook bij externe dien stverleners, van een nieuwe planning worden voorzie n. De uitgestelde projecten, zoals de herziening van onze serverruimt e, nieuwe telefooncentrale en mobiele devices (tel efoons, tablets) moesten worden uitgesteld naar 2019. Ook zijn besparingen gerealiseerd op enkele (onderhouds)contracten.

74 Daarnaast is een belangrijke oorzaak een overschot binnen de formatiebudgetten. Dit overschot over 20 18 van circa € 0,6 mln. is mede ontstaan doordat vacatures langer open staa n. Ook in de afgelopen jaren hebben we binnen de be drijfsvoering boekhoudkundig een positief saldo op de formatiebud getten gerealiseerd. Gemiddeld bedroeg dit surplus € 400.000. Dit surplus bood ons de mogelijkheid om met ingang van de begro ting 2019 enkele personele claims structureel via d e bestaande bedrijfsvoeringbudgetten te bekostigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/1859f80d-321c-4151-a5cd-9ac820b01c0f?agendaItemId=bbe0c4b6-5d33-440d-9647-5d67e0e01b04