CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakteksten raadsvergadering 16 juni 2026

Raadsvergadering 16 juni 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Spreekrecht voor geagendeerde onderwerpen3.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rudi van de Brake Voorzitter, leden van de raad, Mijn naam is Rudi van de Brake. Ruim veertig jaar woon ik met mijn vrouw Evelien aan de Rietlanden. Op 9 juni heb ik u onze geschiedenis verteld. Vandaag gaat het mij om een vraag: is dit plan werkelijk 'in overleg met bewoners' tot stand gekomen, zoals het wordt gepresenteerd? Ik leg die vraag naast het eigen beleid van uw gemeente. Uw raad heeft in september 2021 de Visie op participatie vastgesteld, met als basisregel dat gemeentelijke plannen zoveel mogelijk samen met de omgeving worden gemaakt. In april 2023 volgde de Participatieverordening. Die is bindend voor de gemeentelijke bestuursorganen en geldt uitdrukkelijk ook wanneer de gemeente zelf het omgevingsplan wijzigt. Zij eist dat vooraf vastligt hoe de inbreng van deelnemers meeweegt, en artikel 6 eist een eindverslag met alle reacties, gedeeld met de deelnemers. Leg daar de praktijk naast. Sinds 2019 was er overleg tussen bewoners en de gemeente, in de gewone zin van het woord: men sprak elkaar. Op enig moment heeft de gemeente dat overleg omgevormd tot een formeel traject richting een omgevingsplan. En vanaf dat moment gelden haar eigen spelregels voor participatie. De gemeente heeft dit project zelf opgestart en moet er dus ook zelf aan voldoen.

Toch ontbreekt tot op vandaag een gemeentelijk verslag, een participatieparagraaf bij de start, en het eindverslag dat de eigen verordening voorschrijft. De wethouder bevestigde dat op 9 juni zelf, op de vraag van STEM: vastlegging gebeurt uiteindelijk 'in een vergunning', en er is niets 'vanuit de mensen van de woonschepen zelf'. Laat de gemeente dan met haar eigen vastleggingen komen; het is niet aan de bewoners om aan te tonen wat de gemeente zelf had moeten vastleggen. Neem de bijeenkomst van 15 december 2022, de aftrap voor dit plan. Daar presenteerde de gemeente haar doelstellingen. Ik citeer het verslag: de gemeente is 'kartrekker van dit proces' en de verschillende belangen worden 'in goed overleg samengebracht'. Bewoners gaven die avond concrete punten mee, die zijn genoteerd: een bouwblok van 25 vierkante meter, een erfafscheiding hoger dan 1,20 meter, en het voorstel om een uitsterfregeling te koppelen aan verkoop in plaats van aan een termijn. Wat is daarmee gebeurd? De 25 vierkante meter kwam er, maar niet als gunst: die maat was al eerder toegezegd en in de verslagen vastgelegd, zodat de gemeente er niet meer onder kon, ook al had zij het kleiner gewild. Op de andere punten is nooit teruggekomen. En het plan dat nu voorligt doet allebei tegelijk: een einddatum en verval bij verkoop. Dat is strenger dan elk van de varianten die toen op tafel lagen.

Het meest veelzeggend vind ik dit: in het participatieoverzicht van de plantoelichting, paragraaf 5.3, komt deze bijeenkomst niet eens voor. Dat overzicht is een kale lijst van 21 data, waarvan zeven eenzijdige tussenberichten en brieven, en een deel gaat over verkeersdrempels. De presentatie van het ontwerp aan bewoners op 4 september 2025 ontbreekt er eveneens in, en na 21 januari 2025 houdt de lijst helemaal op, elf maanden voor de terinzagelegging. Over wat er met de inbreng van bewoners is gedaan: geen woord. Dan de beschoeiing, de dragende reden onder de sloopdatum van 2029. De reactienota noemt een meter de minimaal benodigde werkruimte; een bron staat er niet bij, en D66 vroeg er op 9 juni vergeefs naar. Wij hebben het nagezocht. In het ontwerpplan dat ter inzage lag, komt het woord beschoeiing niet een keer voor; deze onderbouwing verscheen pas na onze zienswijzen. De enige onderhoudsnormen in het dossier staan in de waterschapsbijlage van het plan zelf, en die kent twee werkwijzen: rijdend onderhoud vanaf de kant, met vijf meter obstakelvrij, of varend onderhoud vanaf het water, zonder strook op de wal. Met een meter kun je dus geen van beide. Varend is precies hoe het hier al gaat: zo is de Dorpsgracht in opdracht van deze gemeente vervangen, en dit voorjaar nog vijftienhonderd meter langs de Dwarsgracht. Wij hebben het de aannemer van dat werk gevraagd.

Het antwoord: beschoeiing plaatsen kan prima zonder die meter werkruimte. In geen enkel ander plan van deze gemeente bestaat zo'n vrij te houden strook, ook niet op De Werven, waar de gemeente het onderhoud zelf uitvoert. En het geld is volgens de wethouder al in 2026 gereserveerd, terwijl de bouwwerken tot 2029 mogen blijven staan. Deze meter is geen techniek, maar een aanname. Hij kan volledig uit het plan. Voorzitter, drie verzoeken. Een: laat het college de openstaande vragen schriftelijk beantwoorden voordat u besluit. Twee: vraag de gemeente om het participatie-eindverslag dat haar eigen verordening voorschrijft. Drie: schrap de vrij te houden meter en de sloopdatum van 2029, en vraag om het inspectierapport van de beschoeiing waarop die datum berust. Nergens anders in deze gemeente bestaat die eis, en het werk kan aantoonbaar zonder. Vorige week ontving uw raad het coalitieakkoord. Daarin staat: 'In participatieprocessen maken we helder wat er met de inbreng gebeurt en hoe deze is meegewogen.' Dit besluit is de eerste gelegenheid om die zin waar te maken. Wij staan hier niet omdat wij geen regels willen. Wij staan hier omdat een besluit over onze woonplek hoort te voldoen aan de spelregels die uw raad zelf heeft vastgesteld. Dank u wel. Annelies Wijtsma Voorzitter, leden van de raad, Mijn naam is Annelies Wijtsma.

Samen met mijn man Theo woon ik op een woonboot aan de Cornelisgracht. Op 9 juni heb ik u ons persoonlijke verhaal verteld. Vandaag vertel ik u wat wij als bewoners daarna zijn gaan uitzoeken: hoe hebben andere gemeenten dit aangepakt? Want wij zijn niet de enige plek in Nederland waar de wal bij woonboten jarenlang in gebruik was zonder dat het goed op papier stond. Eerst Groningen. Daar ligt een woonschepenhaven waar de oever, ik citeer de plantoelichting, door de bewoners van afgemeerde woonschepen 'in gebruik genomen' was 'als tuin'. Net als bij ons dus: gegroeid in de loop van de jaren, nooit goed geregeld. Wat deed de gemeente Groningen in haar recente bestemmingsplan? Zij bestemde die oever als tuin, met een berging erbij. En voor wat er al stond geldt: zijn de bestaande afmetingen groter, dan is de bestaande maat het maximum. Geen sloopdatum. Wat er staat, is het uitgangspunt. Dan Zwolle, de hoofdstad van onze eigen provincie. Daar heet het plan letterlijk 'Zwolle, woonboten en walgebruik'. Het is speciaal gemaakt om bij alle woonboten in de stad het gebruik van de wal goed te regelen. Elke tuin kreeg een eigen aanduiding, met als recht een schuur en een parkeerplaats. Als recht, voorzitter, niet als iets dat wordt gedoogd tot een einddatum. En dan Kampen, onze buurgemeente. Daar liggen veertien woonschepen aan het Ganzendiep.

Daar ging het om meer dan schuurtjes: het wonen zelf was daar alleen nog toegestaan via persoonsgebonden overgangsrecht. De raad van Kampen besloot via een amendement dat dit goed geregeld moest worden, en vorig jaar is het omgevingsplan aangepast: een gewone woonfunctie, het persoonsgebonden overgangsrecht is daarmee vervallen, en bouwwerken op de wal die er legaal staan, blijven gewoon toegestaan. De motivering van Kampen wil ik u voorlezen, omdat die mij raakte: de permanente bewoning 'komt het kwaliteitsbehoud van het gebied en de sociale controle juist ten goede'. En er staat ook in: er wordt niet meer bebouwing mogelijk gemaakt dan er al was. Dat is precies wat wij hier vragen. In Leeuwarden, om het rijtje af te maken, geldt voor gebouwen op de wal bij woonarken dezelfde 25 vierkante meter als hier. Maar daar staat een zin bij die alles verandert: reeds bestaande gebouwen met grotere maten zijn toegestaan. Pas wie zijn gebouw volledig vervangt, gaat terug naar de norm. En we hoeven niet eens de gemeentegrens over: op De Werven in Steenwijk geldt in het bestemmingsplan van deze gemeente een erfafscheiding van twee meter, en voor bestaande bouwwerken de bestaande maat als maximum. Voorzitter, vier gemeenten, vier keer dezelfde keuze: als een situatie tientallen jaren met medeweten van de overheid is gegroeid, dan leg je vast wat er staat en regel je het netjes.

Niemand kreeg daar meer rechten dan hij had. Er kwam alleen duidelijkheid en rust. Steenwijkerland kiest hier de andere richting: sloopdata in 2029 en 2036 voor wat er al veertig jaar staat. Terwijl uw eigen coalitieakkoord 'Giethoorn in balans' als prioriteit noemt, met leefbaarheid als kern. Bewoners die hun plek al tientallen jaren verzorgen, zijn die balans. Wat wij hier vragen is precies dat: wat er staat, blijft toegestaan tot het wordt vervangen. Voor alle bouwwerken, dus ook voor de erfafscheidingen. En wij doen daar zelf iets bij: wij laten onze schuttingen begroeien, zodat ze opgaan in het groene beeld van de gracht. Dan hoeft de gemeente ook niet, zoals nu wordt aangeboden, op eigen kosten schuttingen te verwijderen en hagen te planten. Dat scheelt de gemeenschap geld; daar vroeg de VVD op 9 juni terecht aandacht voor. Mijn vraag aan u is daarom eenvoudig. Wat in Groningen, Zwolle, Kampen en Leeuwarden gewoon geregeld is, kan hier ook. Het amendement dat bij u ligt vraagt niets anders. Geef ons wat bewoners daar ook kregen: geen uitzondering, maar duidelijkheid op basis van de bestaande situatie. Dank u wel. Joke van Erkelens Geachte voorzitter en raad. Mijn naam is Joke van Erkelens, eigenaar van een van de woonschepen. Mijn buren lieten u de feiten zien en hoe andere gemeenten dit hebben opgelost.

Ik blijf dichter bij huis, bij de plek die de gemeente zelf als vergelijking heeft gekozen: De Werven in Steenwijk. In het huidige raadsvoorstel wil de Gemeente een gelijktrekking voor alle woonschepen binnen de Gemeente. Op De Werven heeft de Gemeente: • Beschoeiing aangelegd en onderhoudt deze. • Nuts- en rioolaansluitingen verzorgd. • Verharding aangebracht. • Bergingen geplaatst. De regels die gelden voor De Werven: • Geen vrijhouding van een meter voor beschoeiing. • Het vlak voor bijgebouwen mag volledig worden bebouwd, zonder maximum aan vierkante meters. • Bouwhoogte is 3,5 meter. • Erfafscheiding 2 meter. Voor alles wat er legaal staat, geldt de bestaande maat als maximum. En het is geen toevallige uitzondering van De Werven alleen: ook het bestemmingsplan Vollenhove en Blokzijl, een plan met meerdere woonschepen, regelt het op dezelfde ruime manier. Alleen hier, aan de Cornelisgracht, wijkt de gemeente af. Zelfs het overgangsrecht is daar gewoon overgangsrecht, artikel 32: wat afwijkt mag blijven staan, mag na een calamiteit worden herbouwd en mag met vergunning zelfs tot tien procent worden vergroot. Zonder einddatum en zonder verval bij verkoop. STEM heeft hier op 9 juni vragen naar gesteld en verzocht om een informatienota over deze kosten. Antwoord is hier niet op gekomen.

Voor ons geldt: een meter vrijhouden, vijfentwintig vierkante meter voor schuur of bijgebouw, hoogte drie meter, een schutting van hooguit 1,20 meter, en sloopdata in 2029 en 2036. Dezelfde gemeente, twee totaal verschillende werelden. En reken het effect eens door: volgens de reactienota zelf staat bij veertien van de zeventien woonboten bebouwing binnen die ene meter. Dit plan heet legalisatie, maar voor bijna iedereen begint het met de sloophamer. Op De Werven hoeft niemand iets. Wij vragen om consequentie. Als u wilt gelijktrekken, trek dan alles gelijk: dezelfde voorzieningen, of dezelfde regels, of allebei. Niet de lasten van de ene locatie combineren met regels die nergens anders in deze gemeente gelden. Dat is geen gelijke behandeling, dat is het omgekeerde. Op 9 juni vroeg de VVD zich hardop af of de woonschepen hier eigenlijk nog wel een toekomst hebben. Dat raakte ons. Wij wonen hier al tientallen jaren en onderhouden deze plek. Wij vragen geen uitzondering, maar dezelfde behoorlijke afweging als elke andere inwoner van deze gemeente. Wie op het water woont, verdient die net zo goed als wie in een huis woont. Een week geleden lag hier een akkoord vol participatie, leefbaarheid en maatwerk, woorden waarmee vrijwel alle partijen in deze raad campagne hebben gevoerd. De opstelling van het nieuwe college valt daarbij dan ook tegen.

Dit dossier is dan ook een kans om die woorden waar te maken. Voorzitter, mijn verzoek is daarom simpel. Vraag het college om de informatienota waar STEM om vroeg: wat heeft de gemeente op De Werven en elders betaald, en hier niet. Leg in het amendement vast dat hier dezelfde regels gelden als op De Werven: • Bestaande maten als maximum. • Twee meter erfafscheiding. • Geen vrij te houden meter. Gelijke behandeling was het doel van dit plan. Ik zou zo zeggen: maak dit waar. Remco Balvert Voorzitter, leden van de raad, Mijn naam is Remco Balvert. De wethouder zei op 9 juni zelf dat valt te verwachten dat dit plan bij de Raad van State belandt. Op de vraag van het CDA of er dan ten minste een onafhankelijke juridische toets is uitgevoerd, kwam alleen het antwoord dat de opsteller jurist is. Wie zijn eigen werk beoordeelt, toetst niet. Ik leg u daarom een vraag voor, want met het antwoord daarop valt of staat dit hele plan: is wat hier al veertig jaar staat illegaal of legaal? Dat is geen detail. De hele uitsterfconstructie, de sloopdata in 2029 en 2036, rust op de aanname dat het huidige gebruik illegaal is. Voor die aanname moet de gemeente helemaal terug naar 1995.

In de reactienota, paragraaf 5.1, staat letterlijk: "In het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengebied Noordoost 1995 waren de betreffende gronden bestemd als 'Verkeersdoeleinden'." Daar leunt het etiket illegaal op. Maar in 1995 was de situatie al vergelijkbaar met nu, en bij de gemeente bekend. De Beheersverordening van 2014 berust zelfs op wat de gemeente zelf een 'retrospectieve toets' noemt: met een GIS-analyse is perceel voor perceel het werkelijke gebruik vergeleken met wat planologisch was toegestaan, en getoetst aan verleende vergunningen. Het gebruik als tuin en de bouwwerken op onze wal waren via die toets dus bekend, en elders heeft de gemeente de verbeelding juist aangepast 'om de werkelijke situatie vast te leggen'. Hier niet. En juist dat plan uit 1995 kende, zoals elk bestemmingsplan, een overgangsbepaling: bouwwerken die er bij de inwerkingtreding al stonden, vergund of onvergund, mochten blijven. Diezelfde overgangsregeling stond in de beheersverordening van 2014. Wat vóór 1995 is opgericht, is daarmee niet illegaal, maar rechtmatig aanwezig. En kijk dan naar het geldende plan zelf. Daarin vormen het water en de wal een besluitvlak. Op deze uitsnede uit het Omgevingsloket ziet u dat een gekozen punt op de wal, met de bebouwing, gewoon binnen de bestemming van de woonschepen valt.

Omgevingsloket, Beheersverordening Buitengebied 2014: een gekozen punt op de wal valt binnen de woonschepen- bestemming (hier artikel 33, Wonen - Woonschepen). De gemeente bevestigt dat in haar eigen stukken. De toelichting regelt binnen die bestemming erfafscheidingen en parkeren ten behoeve van de woonschepen, en de reactienota noemt de bouwvlakken op de wal in paragraaf 5.21 "een juridische voortzetting van wat al eerder is vastgelegd". Parkeren en een erf kunnen alleen op het land. Daarmee erkent de gemeente zelf wat de verbeelding al verraadt: de wal hoort bij de ligplaats. Mijn vraag is dan eenvoudig: waarom een geheel nieuw en strenger regime, als het grootste deel al geregeld is? Ondertussen handelen bewoners naar de kennis van toen. In de aanloop is alleen gecommuniceerd dat het nieuwe plan 25 vierkante meter zou toestaan; in het verslag van het overleg met de woonbooteigenaren van 10 november 2021 staat letterlijk: "Bijbehorende bouwwerken maximaal 25 m2, vrij te plaatsen." Een vergunning aanvragen kon niet. Dus heb ik, net als anderen, bij het opknappen van mijn schuurtje de regels voor het erf en voor vergunningvrij bouwen gevolgd, naar de kaders van dat moment. En nu krijgt het overgrote deel daar bovenop de sloophamer in 2029 of 2036.

Er zijn zeventien eigenaren aan deze gracht, en bij veertien van hen moet een schuur, botenhuis of berging worden gesloopt, verkleind of verplaatst; alleen 1E, 32B en 32D niet. Dat is ruim tachtig procent. En het is de gemeente die dat beeld zelf bevestigt: punt S van de reactienota erkent dat bij veertien van de zeventien woonboten bestaande bouwwerken binnen een meter van het water staan. Daar komt bij dat het plan ook feitelijk rammelt. Paragraaf 5.11 stelt dat de bestaande situatie "zeer nauwkeurig" is ingemeten en dat er "geen omissies" zijn. Op mijn perceel is dat eenvoudig te weerleggen: ruim twee meter verschil tussen de getekende lijn en de werkelijke beschoeiing, en mijn correctieverzoek van 4 juni ligt nog onbeantwoord. De erfafscheiding van 1,20 meter wordt gedragen door verkeersveiligheid, maar zodra bewoners zelf een beroep doen op verkeersveiligheid, valt dat volgens paragraaf 5.5 ineens buiten de reikwijdte van het plan. Een belang dat alleen meetelt als het tegen bewoners werkt, is geen afweging. En het motief deugt sowieso niet: een harde schutting mag maar 1,20 meter, maar een haag van twee meter, die het zicht net zo goed wegneemt, mag wel; het college schrijft zelf dat een hogere afscheiding 'in de vorm van beplanting' is toegestaan.

Het verschil zit niet in de verkeersveiligheid, maar in wat juridisch afdwingbaar is: een schutting is een bouwwerk dat je kunt begrenzen, een haag niet. En het officiele wateradvies van het waterschap, dat bij de vaststelling zou moeten liggen, ontbreekt. Neem ook de erfafscheiding. In zijn brief van 21 december 2023 (zaaknummer 2023- 021751) schrijft het college dat de bestaande hogere schuttingen niet kunnen worden ingepast, omdat die eigenaren dan "meer rechten krijgen dan andere woonbooteigenaren", in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dat is feitelijk onjuist. Joke liet net al zien dat bij de woonschepen op De Werven en in het plan Vollenhove en Blokzijl een erfafscheiding van twee meter gewoon is toegestaan, met de bestaande maat als maximum. Andere woonbooteigenaren in deze gemeente krijgen dus juist wel wat ons hier wordt geweigerd. Het gelijkheidsbeginsel pleit hier tegen de gemeente, niet voor haar. Er is zelfs een schone oplossing aangedragen: bewoners boden aan de grond te kopen, wat alle onzekerheid in een keer zou wegnemen. De gemeente wees dat uitdrukkelijk af. Het gaat mij hier niet om het geld, maar om de rechtszekerheid die zo onnodig wordt onthouden. Voorzitter, zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een uitsterfconstructie die rust op een betwist stempel illegaal, op een bestemming die de wal allang bij de ligplaats trekt, en op een inmeting die aantoonbaar niet klopt, is niet rijp voor besluitvorming. Ik vraag u daarom: neem iets meer tijd. Houd de vaststelling aan tot de schriftelijke antwoorden, de gecorrigeerde inmeting en het officiele wateradvies er liggen. Of leg in een amendement vast dat de bestaande maten als maximum gelden en dat de sloopdata worden geschrapt. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/eeba6821-13aa-42cb-8e77-05096b5ff9f6?agendaItemId=a6a5452f-712a-436e-a45e-0cde0f5c85c9