Controle op fractievergoedingen 2025
Tekst van het document
Controle op fractievergoedingen 2025 De griffie controleert samen met de kascommissie jaarlijks de fractievergoedingen. De kascommissie bestaat uit drie raadsleden, waarvan één lid een tweede jaar lid is van de commissie. Dit jaar bestond de kascommissie uit de raadsleden C. Haveman-Regeling, J. van Beekhuizen en H.J. Loman. De heer J. van Beekhuizen was voor het tweede jaar lid van de commissie. Op 10 februari 2026 is door de kascommissie een controle uitgevoerd. Voorafgaande aan deze controle waren al een aantal verhelderende vragen gesteld aan de penningmeesters van de fracties. De penningmeesters van de fracties zijn op 13 februari geïnformeerd over de bevindingen en aanbevelingen van de kascommissie. Enkele uitgaven zijn afgekeurd. De griffier rapporteert de bevindingen aan het presidium. Het presidium legt een voorstel voor aan de gemeenteraad tot vaststelling van de definitieve bedragen. Hierna stelt de raad de bedragen vast van: de uitgaven van een fractie, de wijze van reservering, de resterende reserve en de hoogte van de eventuele terugvordering van ontvangen voorschotten. Onderstaand worden de bevindingen van de kascommissie weergegeven : BGL : Onderbouwde kosten zijn € 6.125,16. Daarvan is € 6.125,16 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 6.000,-. Er was 31.12.2024 een reserve opgebouwd van € 1.800,-.
Berekening : € 6.000,- (ontvangen bedrag 2025) + € 1.800,- (reserve 01.01.2025) -/- € 6.125,16 (goedgekeurde kosten 2025) -/- €.1800,00 (maximale reserve 31.12.2025) = -/- € 125.16. BGL teert € 125,16 in op de reserve en hoeft niets terug te storten. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 1.674,84 (€.1800,00 -/- € 125.16) CPB : Onderbouwde kosten zijn € 3.711,40. Daarvan is € 3.552,53 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 4.500,-. Er was eind 31.12.2024 een reserve opgebouwd van € 1.350,-. Berekening : € 4.500,- (ontvangen bedrag 2025) + € 1.350,- (reserve 01.01.2025) -/- € 3.552,53 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 1.350,- (maximale reserve 31.12.2025) = € 947,47. Er dient over 2025 € 947,47 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 1.350,-. PvdA : Onderbouwde kosten zijn € 3.454,35. Daarvan is € 3.454,35 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 4.000,-. Er was 31.12.2024 een reserve opgebouwd van € 1.200,-. Berekening : € 4.000,- (ontvangen bedrag 2025) + € 1.200,- (reserve 01.01.2025) -/- € 3.454,35 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 1.200,- (maximale reserve 31.12.2024) = € 545,65. Er dient € 545,65 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 1.200,-. VVD : Onderbouwde kosten zijn € 2.608,65. Daarvan is € 2.608,65 goedgekeurd.
De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 3.500,-. Er was 31.12.2024 een reserve opgebouwd van € 1.050,-. Berekening: € 3.500,- (ontvangen bedrag 2025) + € 1.050,- (reserve 01.01.2025) -/- € 2.608,65 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 1050,- (maximale reserve 31.12.2025) = € 891,35. Er dient € 891,35 terug te worden gestort. CDA : Onderbouwde kosten zijn € 838,10. Daarvan is € 838,10 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 3.000,- Er was 31.12.2024 een reserve opgebouwd van € 900,00. Berekening : € 3.000,- (ontvangen bedrag 2025) + € 900,00 (reserve 01.01.2025) -/- € 838,10 (goedgekeurde kosten 2025 ) -/- € 900,- (maximale reserve 31.12.2025) = € 2.161.90 Er dient over 2025 € 2.161.90 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 900,-. CU : Onderbouwde kosten zijn € 948,95. Daarvan is € 854,48 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 3.000,-. Er was 31.12.2024 een reserve van € 900,00 opgebouwd. Berekening : € 3.000,- (ontvangen bedrag 2025) + € 900,- (reserve 01.01.2025) -/- € 854,48 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 900,- (maximale reserve 31.12.2024) = € 2.145,52. Er dient € 2.145,52 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 900,-. D66 : Onderbouwde kosten zijn € 171,53. Daarvan is € 171,53 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 2.500,-.
Er was 31.12.2025 een reserve opgebouwd van € 750,-. Berekening : € 2.500,- (ontvangen bedrag 2025) + € 750,- (reserve 01.01.2025) -/- € 171,53 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 750,- (maximale reserve 31.12.2025) = € 2.328,47. Er dient € 2.328,47 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 750,-. GL : Onderbouwde kosten zijn € 587,02. Daarvan is € 587,02 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 1.500,-. Er was 31.12.2024 een reserve van € 500,- opgebouwd. Berekening : € 1.500,- (ontvangen bedrag 2025) + € 500,- (reserve 01.01.2025) -/- € 587,02 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 500,- (maximale reserve 31.12.2024) = € 912,98. Er dient € 912,98 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.12.2025 bedraagt € 500,-. VE : Onderbouwde kosten zijn € 878,29. Daarvan is € 780,97 goedgekeurd. De verstrekte vergoeding over 2025 bedraagt € 1.500,- Er was 31.12.2024 een reserve van € 500,- opgebouwd. Berekening : € 1.500,- (ontvangen bedrag 2025) + € 500 (reserve 01.01.2025) -/- € 780,97 (goedgekeurde kosten 2025) -/- € 500,- (maximale reserve 31.12.2025) = € 719,03. Er dient over 2024 € 719,03 terug te worden gestort. Opgebouwde reserve per 31.2.2025 bedraagt € 500,-. Opmerkingen in algemene zin: Een organisatie kan vrijwilligers een onbelaste vrijwilligersvergoeding geven.
Het gaat hierbij om een vergoeding die zo laag is dat deze niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. Voor 2026 is die onbelaste vrijwilligersvergoeding vastgesteld op maximaal € 5,75 per uur tot een maximum van € 220,- per maand en € 2.200,- per jaar. Voor jongeren onder de 21 geldt een uurtarief van maximaal € 3,40. Als de vrijwilliger dit bedrag niet overschrijdt, hoeft de vergoeding niet aan de belastingdienst door te worden gegeven en hoeft er geen loonheffing ingehouden of afgedragen worden. Vrijwilligers die boven dit bedrag uit komen, moeten deze inkomsten doorgeven aan de belastingdienst en mogelijk ook loonbelasting betalen. Deze bedragen worden elk jaar opnieuw vastgesteld. In 2025 mocht de vergoeding (bij 21 jaar of ouder) niet meer zijn dan € 2.100,- per jaar.