Bijlage V Bodemonderzoek
Tekst van het document
(geanonimiseerd) RAPPORT Verkennend bodem- asbest onderzoek Vollenhoofsedijk 3 te Blokzijl EN en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Projectnummer : 25KL287 Datum 8 30 oktober 2025 Auteur ë ing. | Paraaf î | Controleur î in Paraaf ' Projectleider : d wets a, pe B.V. ® © kn) > ed we Telefoon v aa) Email % & Internet Dbe hee (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2 R apport 25KL287 INHOUD BLAD 1. INLEIDING Algemeen Opbouw 3 3 3 1. 1. 1. 2. 2. VOORONDERZOEK Algemeen Ligging onderzoekslocatie Historisch en huidig gebruik Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie Bodemonderzoek Bodemkwaliteitskaart Toekomstig gebruik van het terrein Financieel/juridisch Regionale opbouw en geohydrologie Onderzoekshypothese 4 4 4 5 6 6 7 7 7 7 8 2. 1. 2. 2. 2. 3. 2. 4. 2. 5. 2. 6. 2. 7. 2. 8. 2. 9. 2. 10. 3. ONDERZOEKSPROGRAMMA 9 4. BODEMGEGEVENS Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Samenstelling grondmengmonsters Concentratieberekening plaatmateriaal 11 11 12 14 4. 1. 4. 2. 4. 3. 5.
RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Toelichting analyseresultaten 15 15 15 17 18 22 5. 1. 5. 2. 5. 3. 5. 4. 5. 5. 6. VERONTREINIGINGSSITUATIE Asbest ter plaatse van (voormalige) druppelzone schuur Risicobeoordeling asbest 25 25 25 6. 1. 6. 2. 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting Conclusies en aanbevelingen Slotopmerking 26 26 28 30 7. 1. 7. 2. 7. 3. BIJLAGEN 1 Ligging van de locatie en kadastrale kaart 2 Boorprofielen en legenda 3 Analyserapporten 4 Toetsingstabellen 5 Overzicht posities monsternamepunten 6 Foto's 7 Bepaling veiligheidsklasse op basis van publicatie CROW 400 11. 12. Klijn Bodemonderzoek 5) Rapport 25KL287 INLEIDING Algemeen In opdracht van | is door | Bodemonderzoek B.V. een verkennend (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Vollenhoofsedijk 3 te Blokzijl. De aanleiding tot het verkennend bodem- en asbestonderzoek vormt de aanvraag van een omge- vingsvergunning in verband met de geplande bouwaanvraag en bestemmingswijziging op het per- ceel. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond, granulaat en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslo- catie. | Bodemonderzoek B.V.
is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uit- voeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodem- kwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij mi- lieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. (geanonimiseerd) Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart | Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht. (geanonimiseerd) Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: e vooronderzoek (hoofdstuk 2); e onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); e bodemgegevens (hoofdstuk 4); e metingen en chemische analyses (hoofdstuk 5); e verontreinigingssituatie (hoofdstuk 6); e samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 7). 2.1. 2.2. Klijn Bodemonderzoek 4 Rapport 25KL287 VOORONDERZOEK Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2023) “Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein.
Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclu- sies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afba- kening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onder- zoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging onderzoekslocatie (2.2) historisch en huidig gebruik (2.3) belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie (2.4) bodemonderzoek (2.5) bodemkwaliteitskaart (2.6) toekomstig gebruik (2.7) financieel/juridisch (2.8) bodemopbouw en geohydrologie (2.9) onderzoekshypothese (2.10) ooooo ooo Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen in tabel 1 geraadpleegd: Tabel 1: Overzicht geraadpleegde bronnen Bron toelichtin Internet www.ahn.nl Actueel Hoogtebestand Nederland www.bodemloket.nl Bodeminformatie, bodemonderzoeken www.dinoloket.nl Bodemopbouw en geohydrologie www.google.nl/maps Luchtfoto's, streetview www.grondwatertools.nl Isohypsen www.kadaster.nl Basisregistratie adressen en gebouwen, kadastrale kaart
www.omgevingsloket.nl Relevante wetgeving, omgevingsplannen en verordeningen etc. www.atlasleefomgeving.nl Bestemmingsplannen, Basisregistratie adressen en gebouwen etc. www.topotijdreis.nl Historisch kaartmateriaal vanaf 1815 tot heden Anders Eigen archief Bodeminformatie, bodemonderzoeken etc. BIS omgevingsdiensten Overijssel Bodeminformatie, bodemonderzoeken etc. LL Bodeminformatie, bodemonderzoeken etc. Locatie-inspectie d.d. 13 augustus en 22 Verdachte activiteiten/ plekken, verkleuring, asbest, ophogingen etc. september, 6 oktober 2025 Opdrachtgever en eigenaar Algemene informatie onderzoekslocatie (geanonimiseerd) Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn de bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Bodemonderzoek B.V. een locatie-inspectie uitgevoerd. (geanonimiseerd) Ligging onderzoekslocatie Het perceel ligt aan de Vollenhoofsedijk 3 te Blokzijl en is kadastraal bekend als Gemeente Blokzijl, sectie K, nrs. 14 en 412. De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het kadastrale perceel nr. 412 en het gehele kadastrale perceel nr. 14 en heeft een oppervlakte van circa 12.700 m?. De locatie bevindt zich aan de zuidzijde van de dorpskern buiten de bebouwde kom van Blokzijl. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving.
(geanonimiseerd) | Rapport | 25KL287 De omgeving | van de onderzoekslocatie | betreft voornamelijk | bouw- | en /of weilanden | (agrarisch gebied). Voor | een topografisch | overzicht | van de locatie | en omgeving | verwijzen | wij naar de tekening | in bijlage 1, een tekening | van de locatie is weergegeven | in bijlage 5. 2.3. | Historisch | en huidig | gebruik De | onderzoekslocatie | aan | de Vollenhoofsedijk | 3 te Blokzijl | heeft | een oppervlakte | van | circa 12.700 | m? | en betreft een agrarisch | erf. Het terrein is bebouwd | met een | boerderij, | een trafo en diverse | agrarische | opstallen. | Daarnaast | bevinden | zich op het erf enkele | sleufsilo’s | en mestopsla- gen, die zijn verhard | met | beton | en/of klinkers. | Uit de Basisregistratie | Adressen | en Gebouwen (BAG) | blijkt dat de huidige | bebouwing | afkomstig | is uit de jaren | 1943, | 1969, 1971 | en 1998. His- torisch kaartmateriaal | laat echter zien dat er al sinds 1850 | bebouwing | aanwezig | is op het erfper- ceel. Uit | informatie | verkregen | van de bewoner | is gebleken | dat de boerderij | omstreeks | 1997 | is afgebrand. | De brand | is destijds geblust met | behulp | van water. | (geanonimiseerd)1998 heeft nieuwbouw plaats- | gevonden | van de huidige | woning | en schuur.
Figuur 2: Historisch kaartmateriaal 1850 | __ _ | _e ps Ee Uit de aangeleverde | informatie | van | de opdrachtgever | is gebleken | dat in 2018 | een aantal asbest- daken | zijn gesaneerd | en waarna | de daken | zijn voorzien | van asbestvrije | golfplaten. | Uit het asbest- inventarisatierapport | van Asbest | Adviesbureau | Wierenga | (met | projectnummer | AAW-18-162 | ver- sie 1, d.d. 13 april 2018) | is gebleken | dat de druppelzones | van | de asbestdaken | niet waren | voorzien van een dakgoot | en er dat er bij een aantal daken | deels | sprake | was van | een onverharde | bodem. Hierdoor | is er ter plaatse van | een aantal opstallen | sprake | van | een asbestverdachte | druppelzone onder de druppelzone | van de daken. | Verder | is gebleken | dat er enkele losse plaatmaterialen | werden opgeslagen | op het erf (boven | verharding). | Ten | tijde van het uitvoeren | van onderhavig | onderzoek zijn geen | losse plaatmaterialen | meer | aanwezig. 2.4. 2.5. Klijn Bodemonderzoek 6 Rapport 25KL287 Uit bestudering van historisch kaartmateriaal is gebleken dat vermoedelijk bij het uitbreiden van het agrarisch erf, binnen het onderzoeksgebied, een aantal sloten zijn gedempt omstreeks eind jaren ‘80.
Figuur 3: Historisch kaartmateriaal 1984 Figuur 4: Historisch kaartmateriaal 1988 k' ’ Uit de aangeleverde hinderwetvergunningstekeningen en van de eigenaar verkregen informatie is gebleken dat op het erf twee voormalige bovengrondse dieseltank locaties bekend zijn. Daarnaast is er sprake van een huidige tanklocatie (bovengrondse dieseltank) en is er sprake van een werk- plaats. Één van de tanklocaties is gelegen naast de jongveestal. Uit informatie verkregen van de eigenaar blijkt dat de tank hier slechts tijdelijk heeft gestaan in verband met werkzaamheden ter plaatse van de stal. Ter plaatse van de tijdelijke locatie is de tank niet in gebruik is geweest. Om deze reden is deze locatie in onderhavige rapportage niet separaat onderzocht. Het is verder on- bekend in welke periode de tank is geïnstalleerd. Wel is bekend dat de voormalige tanklocatie ten westen van de schuur tot omstreeks 1998 in gebruik was. Verder is gebleken tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden dat er voornamelijk aan de oostzijde van het erf ongedefinieerd puin, c.q. grind in de bodem aanwezig is. Aan de voorzijde, ter hoogte van de inrit, is een halfverharding met asfaltgranulaat aanwezig. Van de aanwezige halfverharding (puin, grind en granulaat) zijn geen kwaliteitsgegevens beschikbaar.
Verder vindt er nog opslag van desinfectie en schoonmaakmiddelen voor de melkinstallatie plaats in jerrycans (boven de betonverharding). Echter worden deze niet als bodembedreigend beschouwd. Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: landbouwgrond - Oostzijde: landbouwgrond - Zuidzijde: landbouwgrond - Westzijde: Vollenhoofsedijk Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige in- vloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Bodemonderzoek Uit de informatie verkregen van de BN is gebleken dat er door IJb Milieu een verkennend bodemonderzoek met kenmerk 61762 d.d. 3 april 1998 is uitgevoerd ter hoogte van de huidige woning en schuur aan de Vollenhoofsedijk 3. Hierbij is tevens de omgeving van de afgebrande boerderij onderzocht. In de bovengrond zijn lichte verhogingen aan PAK en mine- rale olie aangetoond. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. (geanonimiseerd) 7 | R apport | 25KL287 Figuur 5: | Situatie tekening | IJB Milieu 1998 2. 6. | Bodemkwaliteitskaart Op | basis | van | de ontgravingskaart | van | de Bodemkwaliteitskaart | valt zowel | de boven- | als de | on- dergrond | ter plaatse | van | de | onderzoekslocatie | in de | klasse | landbouw/natuur. 2. 7.
| Toekomstig | gebruik | van | het | terrein De | bestemming | van | de onderzoekslocatie | zal worden | gewijzigd. | Het | voornemen | is om | de agra- risch | bestemming | te veranderen | naar | een | recreatie | bestemming. | Waarbij | aan | de | zuidoostzijde enkele | recreatie | woningen | zullen | worden | gerealiseerd. 2. 8. | Financieel/juridisch Op | het | perceel | hebben , | voor | zover | bekend , | geen | calamiteiten | plaatsgevonden | waarbij | de bodem verontreinigd | is geraakt. 2. 9. | Regionale | opbouw | en | geohydrologie De | regionale | bodemopbouw | ter plaatse | van | de onderzoekslocatie | is weergegeven | in tabel | 2. Tabel 2: Regionale | bodemopbouw diepte | doorlatendheid | formatie | opmerking m-mv 00, – 34, | Slecht | Holocene afzettingen | Zandige klei , midden en fijn zand 34, - 74, | Matig/goed | Formatie van Boxtel | Midden en fijn zand , spoor klei 74, - 286, | Goed | Formatie van Kreftenheye | Midden en grof zand 286, - 351, | Goed | Formatie van Drente | Grof en midden | zand 351, – 375, | Goed | Formatie van Urk | Midden en grof zand 375, - + | Goed | Formatie van Appelscha | Midden en grof zand Het | maaiveld | van | de omliggende | grond | ter plaatse | van | de onderzoekslocatie | ligt op | 10, | m+ | NAP. De | regionale | stromingsrichting | van het | diepe | grondwater | is in westelijke | richting.
| De | stromings- richting | van | het freatisch | grondwater | wordt | voornamelijk | beïnvloed | door | de aanwezigheid | van sloten | en | watergangen. | De | stromingsrichting | van | het freatisch | grondwater | ter plaatse | van | de | on- derzoekslocatie | is onbekend. 8 R apport 25KL287 2. 10. Onderzoekshypothese Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Conform de aanpak van de NEN 5740 dient , voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek , op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemver- ontreiniging op de te onderzoeken locatie. Erf , (voormalige) bovengrondse dieseltanks , werkplaats , gedempte watergangen , druppelzones opstallen Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie , wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “verdacht” ten aanzien van bodem- verontreiniging. Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de waarden voor landbouw/natuur (grond) en/of de streef- waarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “verdacht” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Oostzijde Erf en druppelzones opstallen Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707. Op basis van de verkregen informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie , wordt de onderzoekslocatie (druppelzone) beschouwd als “verdachte” locatie ten aanzien van bodem- verontreiniging met asbest in de toplaag. Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Waarbij geldt dat nader onderzoek dient plaats te vinden bij concentraties boven de 05 , maal de interventiewaarde (05 , x 100 mg/kg ds. = 50 mg/kg ds. ). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie voor het erf “asbest ver- dachte bovengrond” en voor de druppelzone opstallen “asbest verdachte toplaag” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in acht deellocaties: 2 2 1. Erf (ca. 12. 700 m) , oostzijde erf Asbest onderzoek (circa 7. 000 m) , 2 2. Bovengrondse dieseltank (ca. 10 m) , 2 3. Voormalige bovengrondse dieseltank (ca. 10 m) , 2 4. Werkplaats (ca. 180 m) , 1 5. Gedempte watergangen (ca. 250 m) , 2 6. Druppelszone schuur (ca. 24 m) , 2 7. Druppelzone jongveestal (ca. 26 m) , 2 8.
Druppelzone stal (ca. 30 m). 9 | R apport | 25KL287 3. | ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten | behoeve | van dit onderzoek | is een programma | voor | veld- | en laboratoriumwerk | opgesteld. Verkennend | bodemonderzoek | NEN | 5740 Erf en werkplaats De onderzoeksopzet | is gebaseerd | op de Nederlandse | Eindnorm | voor | verkennend | bodemonder- zoek (NEN | 5740 | versie oktober | 2023) | waarbij | de onderzoeksstrategie | voor verdachte | locaties | met diffuse | bodembelasting | (VED-HE-NL) | is gehanteerd. | Volgens | de NEN5740 | wordt | de eerderge- noemde | hypothese | aanvaard | indien | in de grond | en/of | het freatisch | grondwater | concentraties | van één | of meerdere | onderzochte | parameters | worden | aangetroffen | boven | de waarden | voor | land- bouw/natuur | of streefwaarden. | Hierbij dient rekening | te worden | gehouden | met | enige spreiding | in de analyseresultaten | evenals | de ruimtelijke | verdeling | van de verontreinigde | stof(fen) | binnen | de onderzoekslocatie. (Voormalige) | bovengrondse | dieseltanks De onderzoeksopzet | is gebaseerd | op de Nederlandse | Eindnorm | voor | verkennend | bodemonder- zoek (NEN | 5740 | versie oktober | 2023) | waarbij | de onderzoeksstrategie | voor verdachte | locaties | met een plaatselijke | bodembelasting | met | een duidelijke | verontreinigingskern | (VEP) | is gehanteerd.
Dit , omdat | de bodem | ter plaatse | van de voormalige | tank(s) | mogelijk | verontreinigd | is met | olie- houdende | producten. | Volgens | de NEN5740 | wordt | de eerdergenoemde | hypothese | aanvaard | indien in de grond | en/of | het freatisch | grondwater | concentraties | van | één of meerdere | onderzochte | para- meters | worden | aangetroffen | boven | de waarden | voor landbouw/natuur | of streefwaarden. Gedempte | watergangen De onderzoeksopzet | is gebaseerd | op de Nederlandse | Eindnorm | voor | verkennend | bodemonder- zoek (NEN | 5740 | versie oktober | 2023) | waarbij | de onderzoeksstrategie | voor verdachte | locaties | met diffuse | bodembelasting | (VED-HE-L) | is gehanteerd. | Volgens | de NEN5740 | wordt | de eerderge- noemde | hypothese | aanvaard | indien | in de grond | en/of | het freatisch | grondwater | concentraties | van één | of meerdere | onderzochte | parameters | worden | aangetroffen | boven | de waarden | voor | land- bouw/natuur | of streefwaarden. | Hierbij dient rekening | te worden | gehouden | met | enige spreiding | in de analyseresultaten | evenals | de ruimtelijke | verdeling | van de verontreinigde | stof(fen) | binnen | de onderzoekslocatie.
Druppelzone | schuur | (PCB) De onderzoeksopzet | voor | de toplaag | ter plaatse | van de druppelzone | is dezelfde | onderzoeksstrate- gie gehanteerd | als welke | is gebruikt | voor | het asbestonderzoek | ter plaatse | van | de druppelzone. Waarbij | per | inspectiegat | van | de toplaag | eveneens | een toplaag | monster | ten behoeve | voor | een mengmonster | mee | is genomen | voor een analyse | op PCB. Verkennend | asbestonderzoek | NEN | 5707 Erf De onderzoeksopzet | ten behoeve | van | het verkennend | asbest | onderzoek | is gebaseerd | op de Neder- landse | Eindnorm | voor verkennend | asbestonderzoek | in grond | (NEN | 5707 , paragraaf | 6. 4. 5) voor verdachte | locaties | met | een diffuse | bodembelasting | waarbij | het onderzoek | zich richt op de ver- dachte | bodemlaag | (toplaag , | bovengrond , | ondergrond). | Volgens | de NEN | 5707 | (versie | augustus 2015 , inclusief correctieblad | C2 van | december | 2017) , het verkennend | asbest onderzoek , | wordt | de eerdergenoemde | hypothese | aanvaard | indien ter plaatse in de grond | concentraties | aan asbest wor- den aangetroffen | boven | de grenswaarde | dan | wel onder | 05, maal | de interventiewaarde.
Druppelzone | opstallen De onderzoeksopzet | ten behoeve | van | het verkennend | asbest | onderzoek | is gebaseerd | op de Neder- landse | Eindnorm | voor verkennend | asbestonderzoek | in grond | (NEN | 5707 , paragraaf | 6. 4. 4) voor verdachte | toplaag | met | plaatselijke | bodembelasting | met | duidelijke | verontreinigingskern. | Volgens de NEN | 5707 | (versie | augustus | 2015 , inclusief | correctieblad | C2 van | december | 2017) , het verken- nend | asbest | onderzoek , | wordt | de eerdergenoemde | hypothese | aanvaard | indien | ter plaatse | in de grond | concentraties | aan | asbest | worden | aangetroffen | boven | de grenswaarde | dan wel | onder | 05, maal | de interventiewaarde. Klijn | 10 | 25KL287 ® | Bodemonderzoek | Rapport Het | veldonderzoek | is uitgevoerd | volgens | de SIKB | Beoordelingsrichtlijn | voor | Veldwerk | bij Mili- euhygiënisch | Bodemonderzoek | (BRL | SIKB | 2000) | en de Nederlandse | Normen | en Praktijk | Richt- lijnen (NEN | en NPR) | van hot (geanonimiseerd) De | verrichte veldwerkzaamheden | en chemische | analyses | zijn weergegeven | in tabel 3.
Tabel 3: Verrichte veldwerkzaamheden | en chemische | analyses (deel-)locatie | oppervlakte | monsternamepunten!) | Chemische analyses m2 | grond? | grondwater® (oostzijde) Erf, boringen/gaten 12.700 en | 19 boringen/gaten tot 0,5 m-mv 6 x NEN-bovengrond | 2x NEN-grondwater 1 t/m 27, 1b en Ja | 7.000 | 8 boringen/gaten tot 1,0 a 2,0 m-mv 3 x NEN-ondergrond 2 boringen/gaten met peilbuis | 3 x asbest in grond Bovengrondse dieseltank, bo- | 10 | 5 boringen tot 0,15-0,25 m-mv | 1 x minerale olie en | 1 X minerale olie en ringen 101 t/m 106 | 1 boring met peilbuis | vluchtige aromaten | vluchtige aromaten 1 x NEN-grond Vml.
Bovengrondse dieseltank, | 10 | 2 boringen tot 0,3-1,0 m-mv | 2 x minerale olie en | 1 X minerale olie en boringen 201 t/m 203 | 1 boring met peilbuis | vluchtige aromaten | vluchtige aromaten Werkplaats, boringen 301 t/m | 180 | 2 boringen tot 0,6-1,0 m-mv | 1 x NEN-bovengrond | 1 x NEN-grondwater 303 | 1 boring met peilbuis Gedempte watergangen, borin- | 250 m' | 6 boringen/gaten tot 2,0-2,2 m-mv 1 x NEN-bovengrond | 1 x NEN-grondwater gen/gaten 601 t/m 607 | 1 boring met peilbuis | 1 x NEN-ondergrond Druppelzone schuur, gaten 401 | 24 | 6 gaten tot 0,1 m-mv | 1 x asbest in grond | nvt t/m 406 | 1xSEM 1xPCB Druppelzone jongveestal, gaten | 26 | 6 gaten tot 0,1 m-mv | 1 x asbest in grond | nvt 501 Ym 506 | 1xSEM 1xPCB Druppelzone stal, gaten 701 | 30 | 5 gaten tot 0,5 m-mv | 1 x asbest in grond | nvt t/m 705 | 1xSEM 1xPCB 1) m-mv = meter minus maaiveld 2) NEN-grond = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB's; minerale olie (GC); PAK -VROM 3) NEN-grondwater = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen $) inspectiegaten = minimaal 0,3 m bij 0,3 m De | posities van de monsternamepunten | zijn in bijlage 5 weergegeven.
Ter hoogte | van de gedempte | watergangen | zijn bodemvreemde | materialen | aangetroffen | die over- eenkomen | met de overige | bijmengingen | op het erf. Deze | boringen/gaten | zijn daarom | gecombi- neerd | benut voor het uitvoeren | van het asbestonderzoek | op het oostelijke | deel van het erf. De | chemische | analyses | zijn conform | het AS3000 | protocol | uitgevoerd | door het milieulaboratoria van | te Deventer | en (geanonimiseerd) | ‘< Deurningen. | cn (geanonimiseerd) | MN | (geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) | beschikken | over een accreditatie | volgens | NEN-EN-ISO | 17025. KlijnBodemonderzoek | 11 | Rapport | 25KL287 BODEMGEGEVENS 4.1. | Bodemgesteldheid | en zintuiglijke | waarnemingen Ten | behoeve | van | het | onderzoek | is op | 13 augustus | 2025 | een | veldonderzoek | uitgevoerd | door | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)en (geanonimiseerd) | (erkend | monsternemers | volgens | certificaat | K44009). | Hierop | is op MN 22 september | en 6 oktober | 2025 | het vervolg | uitgevoerd | door (geanonimiseerd)(erkend monsternemers | vol- | certificaat | K44009) | en (geanonimiseerd)Gmonsternemer | in opleiding). gens | B Het opgeboorde | materiaal | is in het veld beoordeeld | op | textuur, | (afwijkende) | kleuren | en zintuiglijk waarneembare | verontreinigingen. | De | bemonstering | heeft | plaatsgevonden | conform | de NEN5742 en/of | NEN5743.
Daarnaast | is voor | de opgeboorde | grond | een | olie-op-water-test | gedaan: | via dompeling | van | een met olie verontreinigd | grondmonster | in water | ontstaat | er een | zichtbare | film | op het water. | De | grootte en de kleurschakering | hiervan | kunnen | een | indicatie | zijn voor | de mate | van olieverontreiniging. Ten | behoeve | van het verkennend | asbest | onderzoek | is het opgeboorde | materiaal | in het veld | beoor- deeld | op | textuur, | (afwijkende) | kleuren | en zintuiglijk | waarneembare | verontreinigingen. | Vooraf- gaand | aan de veldwerkzaamheden | is op | diverse | plaatsen | op het terrein het vochtpercentage | in de bodem | bepaald. | Uit de metingen | bleek | een gemiddeld | bodemvochtgehalte | van | 15-20% | waarna | is gestart | met | de werkzaamheden. | Tevens | is tijdens | de uitvoering | van | de veldwerkzaamheden | peri- odiek | het vochtgehalte | in de bodem | bepaald. | Tijdens | de periodieke | metingen | is gebleken | dat het vochtgehalte | niet onder | de 10% | is gemeten. Op | het maaiveld | ter plaatse | van | de onderzoekslocatie | zijn, op basis van | zintuiglijke | waarnemingen (terreininspectie), | geen | asbestverdachte | materialen | waargenomen. Ten | behoeve | van het | asbestonderzoek | zijn de inspectiegaten | handmatig | of net | behulp | van een mobiele | kraan | gegraven.
| Tevens | is gebruik | gemaakt | van | een avegaarboor | met | een | diameter | van 150 | mm. | De | gaten | zijn gelijkmatig | verdeeld | over | het onderzoeksperceel. | Het | onderzoeksgebied betreft voornamelijk | het oostelijke | deel | van het erf, in de nabijheid | van de verharding’, | en bestaat uit circa 7.000 | m?, of te wel | drie ruimtelijke | eenheden | (mengmonsters). | Voor | de | druppelzones | is ten behoeve | van | het asbestonderzoek | per locatie één | mengmonster | samengesteld | van de toplaag ter hoogte | van | voormalige | druppelzones. De | opgegraven | grond | uit de | gaten | is uitgespreid | met | een | maximale | laagdikte | van | 2 cm | en geïn- specteerd | op | asbestverdacht | materiaal. | De grond | is met | behulp | van | een | hark uitgeharkt | zodat | alle delen | groter | dan | 20 mm | van het grondmonster | worden | gescheiden. | Gezien | de aanwezige | verhar- dingslagen | geen | voldoende | maaiveld | inspectie | mogelijk | is. Op | basis van | zintuiglijke | waarnemingen | is geen | asbestverdacht | materiaal | geconstateerd. | De | ove- rige veldwaarnemingen | zijn samengevat | in tabel 4. De | boorprofielen | met veldwaarnemingen | zijn opgenomen | in bijlage | 2.
(geanonimiseerd) | 12 | Rapport 25KL287 Tabel 4: Veldwaarnemingen Boring/gat | Traject | Waarneming (m-mv) 1 | 0,6 | Gestaakt op puin 1b | 0,0-1,0 | Zwak puin 3 | 0,0-0,2 | Asfalt granulaat 4 | 0,0-0,5 | Resten puin 5 | 0,0-0,5 | Resten grind, hout en sporen puin 8 | 0,15-0,5 | Zwak puin 9+9A | 0,08-0,7 | Resten puin 1317 | 0,3 | Gestaakt op beton 23+24+25+26+602+607 | 0,0-0,5 | Resten grind 106 | 0,15-0,5 | Zwak puin 101+102 | 0,25 | Gestaakt op harde laag 103+104+105 | 0,15 | Gestaakt op beton 201 | 0,5-1,5 | Olie zwak geur 203 | 0,0-0,3 | Resten puin 203 | 0,3 | Gestaakt op puin 301 | 0,5-1,0 | Resten puin 302 | 0,6 | Gestaakt op klinker 303 | 0,08-0,5 | Sporen puin 401 t/m 403 | 0,0-0,1 | Brokken puin 404 t/m 406 | Maaiveld | Glas op het maaiveld 501+504 | 0,04 | Gestaakt | op klinkers 601 | 0,0-1,5 | Resten grind 605 | 0,2-1,5 | Resten | grind 606 | 0,0-1,0 | Zwak grind 4.2. Samenstelling grondmengmonsters Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is als uitgangspunt ge- hanteerd dat een mengmonster kan worden samengesteld uit individuele grondmonsters, indien het bodemmateriaal min of meer dezelfde samenstelling heeft. De samenstelling van de grond(meng)monsters is vermeld in de tabellen 5 en 6.
Tabel 5: Samenstelling grond(meng)monsters Grond(meng)monster Samengesteld uit boringen Diepte (m-mv) | Opmerking Verkennend bodemonderzoek Erf MM1 | 1b | 0,0-0,5 | Zwak puin 5 | 0,0-0,5 | Resten grind, hout en sporen puin 106 | 0,15-0,5 | Zwak puin - MM2 | 6+10+18+22 | 0,0-0,5 MM3 | 4+23+24+26 | 0,0-0,5 | Resten grind - MM4 | 74214415 | 0,0-0,5 - MM5 | 19+20+21+27 | 0,0-0,5 - MM6 | 8 | 0,08-0,15 - 13 | 0,08-0,3 - MM7 | 3 | 0,5-1,0 - 16 | 0,5-2,0 - MM8 | 3 | 1,0-1,2 - 11 | 0,5-1,5 - 23+26 | 0,5-1,0 - MM9 | 23 | 1,0-1,5 - 25 | 0,5-1,0 - 26 | 1,2-1,5 (geanonimiseerd) | 13 | Rapport 25KL287 Tabel 6: Samenstelling | grond(meng)monsters Grond(meng)monster | Samengesteld uit boringen | Diepte (m-mv) | Opmerking Bovengrondse dieseltank - MM13 | 101+102 | 0,08-0,25 - MM14 | 106 | 0,5-1,5 Vml.
bovengrondse dieseltank M11 | 201 | 0,7-0,9 | Geur olie zwak, steekbus - MM2 | 201 | 1,5-2,0 Werkplaats - MM10 | 301 | 0,08-0,5 - 302 | 0,0-0,5 Gedempte watergangen MM15 | 601+606+607 | 0,0-0,5 | Resten grind 605 | 0,2-0,5 | Resten grind MM16 | 601 | 0,5-1,5 | Resten grind 605 | 0,5-1,5 | Resten grind 606 | 0,5-1,0 | Resten grind Druppelzone schuur MMA1 | 401 t/m 403 | 0,0-0,1 | Brokken puin - 404 t/m 406 | 0,0-0,1 Druppelzone jongveestal - MMA2 | 501+502 | 0,0-0,04 - 503 t/m 506 | 0,0-0,1 Druppelzone stal - MMA6 | 701 Ym 705 | 0,0-0,1 Verkennend asbestonderzoek Erf - MMA3 | 13 | 0,08-0,3 - 18+21 | 0,0-0,5 24+25 | 0,0-0,5 | Resten grind MMA4 | 601+602+607 | 0,0-0,5 | Zwak grind 605 | 0,2-0,5 | Zwak grind 606 | 0,0-0,5 | Zwak grind MMA5 | 1b | 0,0-1,0 | Zwak puin 8+106 | 0,15-0,5 | Zwak puin Ya | 0,08-0,7 | Resten puin 5 | 0,0-0,5 | Resten grind, resten hout en sporen puin Druppelzone schuur MMA1 | 401 t/m 403 | 0,0-0,1 | Brokken puin 404 t/m 406 | 0,0-0,1 | Glas op maaiveld Druppelzone jongveestal - MMA2 | 501+502 | 0,0-0,04 - 503 t/m 506 | 0,0-0,1 Druppelzone stal - MMA6 | 701 Ym 705 | 0,0-0,1 In het geval voor het verkennend asbestonderzoek ter hoogte van de druppelzone schuur (MMA) en de druppelzone van het erf (MMA3) | is uit praktisch oogpunt besloten om verschillende in- spectiegaten met verschillende bijmengingen | op te mengen dan volgens NEN5707 | is voorge- schreven.
Ondanks dat dit een afwijking is met de NEN5707 | wordt, gezien de zintuiglijk controle van de monsters, niet verwacht dat dit van invloed is op de resultaten van dit onderzoek. 1 4 R apport 25KL287 4. 3. Concentratieberekening plaatmateriaal Voor het berekenen van het gehalte asbestmateriaal in grond/granulaat , met een diameter groter dan 20 mm , is het noodzakelijk om de door het laboratorium gerapporteerde gehalten te corrigeren aan de inspectie efficiëntie en de massa van het uitgegraven materiaal. Het gehalte wordt berekend met de onderstaande formule. C mi , = ∑ (M k x % ki , / 100) / M lok C mi , = het gehalte asbest per asbestsoort is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen , in mg/kg ds. ; M k = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type k , in mg; = het percentage asbest van het asbestsoort i in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type k , in %; % ki , M lok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op de locatie , in kg. Gezien het feit dat een groot monster is geïnspecteerd , is weging van het monster niet mogelijk waardoor het drooggewicht van het monster is afgeleid van de volgende formule.
M lok = (1000 x V x n) s x (%E/100) x M/M a va V = het volume van de geïnspecteerde deelpartij in m³; N s = het stortgewicht van het materiaal , in kg/dm³; %E = een schatting van de inspectie efficiëntie , in %; M a = de massa van het gedroogde analysemonster , in kg; M va = de massa van het veldvochtige analysemonster , in kg. Formeel dient de bulkdichtheid (n) s van het materiaal worden bepaald conform NEN 5926 , echter op basis van ervaringscijfers kan worden aangenomen dat het gewicht van het materiaal (puin en grond) is gelegen tussen de 125 , en 20 , ton/m³. Ten tijde van het onderzoek voldeden de weersomstandigheden aan de gestelde randvoorwaarden voor asbestonderzoek. Dit betekent: het maaiveld is vrij inspecteerbaar; het maaiveld is droog , vorstvrij en onbesneeuwd; geen regenval van meer dan 100mm/h; geen hagel of sneeuwval; onderzoek is uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang; geen mist met een zicht van minder dan 50 meter. o o o o o o Gezien het feit dat in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal is aange- troffen , is in onderhavig onderzoek geen concentratie berekening uitgevoerd. KlijnBodemonderzoek | 15 | Rapport 25KL287 RESULTATEN | METINGEN | EN CHEMISCHE | ANALYSES 5.1. | Meetgegevens | grondwater Voordat | de peilbuizen zijn bemonsterd, | is de waterstand in de peilbuizen gemeten.
| Tevens | zijn het elektrisch geleidingsvermogen | (EC), troebelheid (NTU) | en de zuurgraad | (pH) van het water bepaald. De grondwatermonsters | zijn in het veld, voor zover noodzakelijk, | gefiltreerd en gecon- serveerd. De bemonstering | heeft plaatsgevonden | conform | de NEN5744. | De resultaten van de me- tingen zijn weergegeven | in tabel 7. De watermonstername | is op 22 en 30 september | 2025 uitge- voerd door (geanonimiseerd)(erkend monsternemer | certificaat MM | volgens | K44009). Tabel 7: Meetgegevens | grondwater Peilbuis Filterdiepte Waterstand | zuurgraad | elektrisch Troebelheid _ Afgepompt Toestro- | Monster (pH) | geleidings- | NTU | liter | ming | belucht? m-mv | m-mv | vermogen uS/cm Erf 2 | 2,25-3,25 | 1,0 | 8,6 | 1.662 | 8,2 | 5 | goed | nee 11 | 2,5-3,5 | 1,05 | 84 | 1.905 | 9,5 | 5 | goed | nee Bovengrondse dieseltank 106 | 2,5-3,5 | 0,7 | 8,0 | 2.054 | 7 | 5 | goed | nee Vml. Bovengrondse dieseltank 201 | 3,0-4,0 | 1,68 | 8,3 | 2.544 | 9 | 5 | goed | nee Werkplaats 301 | 1,5-2,5 | 0,8 | 8,6 | 1.780 | 9,8 | 5 | goed | nee Gedempte watergangen 605 | 2,8-3,8 | 1,2 | 8,5 | 1.950 | 9 | 5 | goed | nee De gemeten | pH en EC zijn normale waarden | voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. De meetresultaten | van het grondwater | hebben | geen aanleiding gegeven | tot het bijstellen van het onderzoeksprogramma. 5.2.
| Toetsingskader Om | de mate van verontreiniging van de bodem | te kunnen beoordelen, | zijn de chemische | analy- seresultaten van de grond en het grondwater | getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse | Zaken | en Koninkrijksrelaties (BZK) | en Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW). | Hierbij zijn de gehalten van de grond getoetst aan de Interventiewaarden bodemkwaliteit | (landbodem) | uit bijlage IIA in het Besluit activiteiten leefomgeving | (Bal). Tevens zijn de gehalten van de grondanalyses | getoetst aan de kwaliteitseisen voor de indeling van land- bodem, | grond | en baggerspecie | in kwaliteitsklassen, zoals opgenomen | in bijlage B van de Rege- ling Bodemkwaliteit | 2022. Dit ten behoeve | van het toepassen | van grond en baggerspecie. | Voor het grondwater | zijn geen interventiewaarden | opgenomen | in de algemene | Rijksregels. De concen- traties met betrekking tot grondwater | zijn opgenomen | in de omgevingsverordening | van de betref- fende provincie of omgevingsplan | van de betreffende gemeente. | Afhankelijk | van de beschikbaar- heid van deze verordening | of omgevingsplan | worden | de concentraties getoetst aan deze betref- fende waarden.
| Als deze niet beschikbaar zijn worden deze getoetst aan de signaleringsparameters beoordeling | grondwatersanering | uit bijlage Vd van het Besluit Kwaliteit leefomgeving | (Bkl), deze zijn vergelijkbaar met de voormalige | interventiewaarden | voor grondwater. | In het algemeen zijn deze signaleringsparameters | beoordeling | grondwatersanering | leidend in de omgevingsveror- dening | of omgevingsplan. | Zowel | de interventiewaarden | bodemkwaliteit | en signaleringsparame- ters beoordeling | grondwatersanering | komen | overeen | met de voormalige | interventiewaarden | voor grond | en grondwater | uit de circulaire Bodemsanering | per 1 juli 2013. 1 6 R apport 25KL287 Derhalve bij de uitrol van de omgevingswet-toetsen geen duidelijk beeld wordt verkregen van de noodzaak voor nader bodemonderzoek en toetsing voor de veiligheidsklassen voor werkzaamhe- den in verontreinigde grond (CROW 400) , worden de resultaten van de grond tevens getoetst aan de oude T. 12 toetsing conform Wet Bodembescherming. Bij de T. 12 toetsing wordt duidelijk zichtbaar wanneer er sprake is van een zogenaamde tussenwaarde overschrijding (gemiddelde van de voormalige achtergrondwaarde en interventiewaarde). Met deze toetsing kan worden vast- gesteld of er mogelijk aanvullend en/of nader onderzoek noodzakelijk is.
Ook is de tussenwaarde relevant voor het bepalen van de veiligheidsklassen in een verontreinigde bodem. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat de nieuwe toetsing gebaseerd is op de oude en nagenoeg overeen komt met de oude toetsing. Hierbij is echter alleen de terminologie voor de klasseninde- ling gewijzigd. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de signaleringsparame- ters conform T. 1001. De voormalige interventiewaarden komen namelijk overeen met de signa- leringsparameters beoordeling grondwatersanering uit het Bkl. Daarnaast zijn de oude normen zoals de streefwaarde (voor grondwater) nog relevant als een aanvulling op de onderbouwing van duurzaam bodembeheer , bepaling van de veiligheidsklassen en de gewenste gebiedskwaliteit in omgevingsvisies , omgevingsplannen en omgevingsverordeningen. Ten behoeve van de oude toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond- , streef- , tussen- en interventiewaarde. De oude achtergrondwaarden zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodem- kwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit betreft in de huidige regelgeving de benaming landbouw/natuur.
Dit omdat dergelijke gronden niet aan belasting door lokale verontreinigings- bronnen onderhevig zijn. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau van de grond of grondwater aan waarbij mogelijk aanvullend en/of nader onderzoek is gewenst om uit te sluiten of de milieuhygiënische kwaliteit van toelaatbare kwaliteit is. Wel dient te worden opgemerkt dat deze waarde sinds 2009 niet meer voor komt in de NEN 5740 en dus geen formele status heeft. De interventiewaarde/signaleringsparameter (I) geeft het concentratieniveau in de grond of grond- water aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens , dier en plant heeft , in ernstige mate kunnen zijn verminderd. Een invulling van de instructieregels voor het toelaten van een bouwactiviteit van een bodemge- voelig gebouw op een bodemgevoelige locatie is opgenomen in het Bkl. Waarbij voorafgaand dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit van toelaatbare kwaliteit is. Voor het bepalen van de toelaatbare bodem kwaliteit is in het algemeen artikel 22. 30 van de bruidsschat van toepassing. 3 De bodemkwaliteit is onvoldoende als bij een omvang van meer dan 25 m bodemvolume de Interventiewaarde bodemkwaliteit , uit bijlage IIA van het Bal , wordt overschreden.
Voor asbest geldt geen volumecriterium. Bij een onvoldoende kwaliteit is sanering van de bodem of zijn be- schermende maatregelen noodzakelijk. Voor de kwaliteit van het grondwater zijn geen rijksregels opgesteld. Derhalve is er geen sprake van algemene beoordelingsregels. De voorschriften zijn in de omgevingsverordening of het omgevingsplan opgenomen en zijn afhankelijk van de betref- fende provincie/gemeente. Over de hoeveelheid grond of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interven- tiewaarde of signaalwaarde voorkomt in de bodem , kan tijdens een eerste verkennend bodemon- derzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen dan , op basis van de resultaten van een eerste onderzoek , meestal ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van de omvang en ernst van het eventuele verontreinigingsgeval. 1 7 | R apport | 25KL287 Bij de getoetste | waarden | conform | T. 12 is tevens | een | index | opgenomen. | Deze | index | is als volgt berekend: | Index | = (GSSD | - AW) | / (I - AW). | Een | negatieve | waarde | voor | de index | houdt | in dat de gestandaardiseerde | meetwaarde | (GSSD) | lager | is dan | de oude | achtergrondwaarde | c. q. land- bouw/natuur. | Bij een index | boven | de 1 ligt de gestandaardiseerde | meetwaarde | boven | de interven- tiewaarde.
| Een | index | tussen | de 0 en 05, betekent | dat de gestandaardiseerde | meetwaarde | (ver) onder | de interventiewaarde/signaalwaarde | ligt. Een | index | tussen | de 05, en 1 houdt | in dat de ge- standaardiseerde | meetwaarde | (dicht) | bij de | interventiewaarde/signaalwaarde | ligt (overschrijding voormalige | tussenwaarde). | Afhankelijk | van | de specifieke | situatie kan | dit aanleiding | geven | voor het uitsplitsen | van een | mengmonster | en/of het uitvoeren | van | een nader | onderzoek. | Met | een | nader bodemonderzoek | kan | de ernst , aard | en omvang | van | de situatie | worden | vastgesteld. | Een | nader onderzoek | kan worden | uitgevoerd | als er een | duidelijke | indicatie | bestaat | van | onaanvaardbare | ri- sico’s voor | de leefomgeving. | Afhankelijk | van | het doel | van het onderzoek | kan | worden | overwogen of het uitvoeren | van een | nader | bodemonderzoek | noodzakelijk | is. Nader | bodemonderzoek | betreft in alle gevallen | maatwerk. Bij de toetsing | worden | de gemeten | gehalten | aan | de hand | van | geanalyseerde | of geschatte | gehalten organische | stof en | lutum | met | BOTOVA-gevalideerde | software | omgerekend | naar zogenaamde standaardbodemcondities | (bodem | met | 10% | organische | stof en 25% | lutum). | Deze | gestandaardi- seerde | meetwaarden | worden | vergeleken | met | de vaste | normwaarden.
Door | een | aantal wijzigingen | in de Regeling | Bodemkwaliteit | zijn per 1 april 2009 | de normen | voor barium | in grond | tijdelijk buiten | werking | gesteld. | Onder | de nieuwe | rijksregels | zijn deze | regels voor | barium | nog | steeds van | kracht. | Als blijkt dat verhoogde | gehalten | aan | barium | worden | veroor- zaakt door | antropogene | bronnen , | kan | het bevoegd | gezag | dit gehalte | beoordelen | aan de | voormalige interventiewaarde. 5. 3. | Analyseresultaten | verkennend | asbestonderzoek | NEN | 5707 De resultaten | zijn getoetst aan het | integrale | beleid voor | asbest in bodem , | grond | en puin(granulaat). De | interventiewaarde | bodemkwaliteit | voor | asbest | en de | restconcentratienorm | voor | asbesthou- dende | bulkmaterialen | is vastgesteld | op 100 | mg/kg (gewogen). | Met | “gewogen” | wordt | bedoeld | de concentratie | serpentijnasbest | vermeerderd | met | tienmaal | de concentratie | amfiboolasbest. | Indien de grens | van 05, maal | de interventiewaarde | van 100 | mg/kg | ds. (= 50 mg/kg | ds. ) aan asbest | wordt overschreden | is nader | onderzoek | gewenst.
| Op | het vaststellen | van | het gewogen | gehalte | asbest in de bodem | onder , gelijk aan en boven | de interventiewaarde | bodemkwaliteit | is NEN | 5707 | van | toe- passing | bij gebruik | van | ten hoogste | 50% | van | de | droge | stof bodemvreemd | materiaal. | De | NEN 5897 | is van | toepassing | bij gebruik | van meer | dan | 50% | van de droge | stof bodemvreemd | materiaal. Het materiaal | wordt | dan beschouwd als , | onbewerkt | bouw- | en sloopafval , | bewerkt | bouw- | en sloop- afval of recyclinggranulaat. De | resultaten | van | de SEM-analyse | zijn getoetst | aan de risicogrens | van | 10 mg/kg | d. s. (gewogen) voor | respirabele | asbestvezels. | Indien | de | grens | van | de risicogrens | van 10 | mg/kg | ds. aan | asbest wordt | overschreden | is er mogelijk | sprake | van | onaanvaardbare | risico’s | en is er sprake | van spoed- eisendheid | voor | sanering. In tabel 8 is de totale hoeveelheid | asbest | in grond | opgenomen. | In de analyserapporten | (bijlage | 3) zijn de gemeten | concentraties | aan asbest | in de fijne fractie | (delen | kleiner dan | 20 mm) | weergege- ven. Voor | de asbestconcentratie | ter plaatse van | MMA1 | geldt dat het analysemonster | < 20 mm | niet is gecorrigeerd | met | de | grotere | fractie | > 20 mm | van | het | totale monster | (20< | mm | + > | 20 mm).
Gezien | de geringe | fractie > 20 | MM | bodemvreemd | materiaal. (geanonimiseerd) | 18 | Rapport 25KL287 Tabel 8: Totale hoeveelheid asbest in ds. mg/kg | per (meng)monster Monster Omgerekend gewicht asbest __Geanalyseerd gewicht asbest Totaal gewicht asbest in ds. | in ds. | in ds. mg/kg | mg/kg | mg/kg Oostzijde Erf MMA3 | 0,0 | 0,0 | 0,0 MMA4 | 0,0 | 0,0 | 0,0 MMA5 | 0,0 | 0,0 | 0,0 Druppelzone schuur MMA1 | 0,0 | 200 | 200 Druppelzone jongveestal MMA2 | 0,0 | 0,0 | 0,0 Druppelzone stal MMA6 | 0,0 | 0,0 | 0,0 5.4. Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende ana- Iyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectieli- miet zijn niet omgerekend). Tevens is in de toetsingstabel de indicatieve waarde voor hergebruik, conform de toetsing Besluit Bodem Kwaliteit, opgenomen. In de tabellen 9, 10 en 11 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3.
19 Rapport 25KL287 (geanonimiseerd) Tabel 9: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds, tenzij anders vermeld) Parameters Resultaat GSSD |AW | Tindex | Toets oordeel | Toetsing BBK Erf MM4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: parameters NEN-pakket - - je - - <AW Landbouw/natuur 1b+5+106 MM2 (0-0,5 m-mv) Samenstelling: parameters NEN-pakket n - n - - <AW Landbouw/natuur 6+10+18+22 MM3 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: som 10 PAK 2,62 1,5 40 0,029 >AWen<=T ||Wonen 4+23+24+26 overige parameters NEN-pakket | - - - - - <AW Landbouw/natuur MM4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: Lood (Pb) 100 136 50 530 0,18 >AWen<=T ||Wonen 7+12+14+15 overige parameters NEN-pakket | - - - - - <AW Landbouw/natuur MMS5 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: parameters NEN-pakket - - - - - <AW Landbouw/natuur 19+20+21+27 MMS6 (0,08-0,3 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 63 315 190 5000 0,026 >AW en <=T | Industrie 8+13 overige parameters NEN-pakket || - - - - - <AW Landbouw/natuur MM7 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: Zink (Zn) 110 212 140 720 0,12 >AWen<=T [Industrie 2+3+9+16 Lood (Pb) 35 50,1 50 530 0,0002 >AWen <=T [Wonen overige parameters NEN-pakket | - - - - - <AW Landbouw/natuur MMB8 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: parameters NEN-pakket - - je n n <AW Landbouw/natuur 3+11+23+26 MM9 (0,5-1,9 m-mv) Samenstelling: parameters NEN-pakket - - - - - <AW Landbouw/natuur 2+23+25+26 20 Rapport
25KL287 (geanonimiseerd) Tabel 10: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds. tenzij anders vermeld) Parameters Resultaat GSSD [AW | Tindex | Toets oordeel | Toetsing BBK Bovengrondse dieseltank MM413 (0,08-0,25 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 <35 122 190 5000 -1 <AW Landbouw/natuur 101+102 Vluchtige aromaten - - - - - <AW Landbouw/natuur MM414 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: Lood (Pb) 41 63,4 50 530 0,028 >AWen<=T [Wonen 106 overige parameters NEN-pakket || - - - - - <AW Landbouw/natuur Voormalige bovengrondse dieseltank M11 (0,7-0,9 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 230 1095 [190 5000 0,19 > AW en <=T |[Matig verontreinigd 201 Vluchtige aromaten - - - - - <AW Landbouw/natuur M12 (1,5-2,0 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 <35 64,5 190 5000 -1 <= AW Landbouw/natuur 201 Vluchtige aromaten - - - - - <AW Landbouw/natuur Werkplaats MM40 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: som 10 PAK 11,1 1,5 40 0,25 >AWen<=T | Industrie 301+302 overige parameters NEN-pakket || - - - - - <AW Landbouw/natuur Gedempte watergangen MM415 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 110 297 190 5000 0,022 >AW en <=T | Industrie 601+605+606+607 som 10 PAK 5,15 15 40 0,095 >AWen<=T [Wonen overige parameters NEN-pakket || - - - - - <AW Landbouw/natuur MM416 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: som 10 PAK 2,11 1,5 40 0,016 >AWen<=T [Wonen 601+605+606
overige parameters NEN-pakket || - - - - <AW Landbouw/natuur Druppelzone schuur MMA1 (0,0-0,1 m-mv) Samenstelling: som 7 PCB in ug/kg 24,5 20 1000 -1 <AW Landbouw/natuur 401 t/m 406 Druppelzone jongveestal MMA2 (0,0-0,1 m-mv) Samenstelling: som 7 PCB in ug/kg 24,5 20 1000 -1 <AW Landbouw/natuur 501 t/m 506 Druppelzone stal MMA6 (0,0-0,1 m-mv) Samenstelling: som 7 PCB in ug/kg 24,5 20 1000 -1 <AW Landbouw/natuur 701 tm 705 AW Achtergrondwaarde c.q. landbouw/natuur | Interventiewaarde bodemkwaliteit GSSD Gestandaardiseerde meetwaarde T-index Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Toets oordeel Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index’ Toetsing BBK Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit Index < 0 GStandaard < AW 0 < Index < 0,5 GStandaard ligt tussen de AW en de oude T 0,5 < Index < 1 GStandaard ligt tussen de oude T en | Index > 1 loverschreden - Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de waarden voor landbouw/natuur NEN-pakket Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Nien Zn); PCB's; minerale olie (GC); PAK som 10 21 Rapport 25KL287 (geanonimiseerd) Tabel 11: Samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonster (concentraties in ug/l, tenzij anders vermeld) Parameters Resultaat GSSD SW Tindex | Toets oordeel Erf Peilbuis 2 Filterstelling:
2,25-3,25 m-mv__|| Barium (Ba) 250 250 50 625 0,35 >SWen <=T overige parameters NEN-pakket || - - - - - <SW Peilbuis 11 Filterstelling: 2,5-3,5 m-mv Kobalt (Co) 37 37 20 100 0,21 >SWen<=T Barium (Ba) 280 280 50 625 0,4 > SW en <=T Nikkel (Ni) 110 110 15 75 1,58 >| overige parameters NEN-pakket || - - - - - <SW Bovengrondse dieseltank Peilbuis 106 Filterstelling: 2,5-3,5 m-mv Minerale olie C10-C40 <50 35 50 600 1 < SW Naftaleen 0,04 0,04 0,01 70 0,0004 >SWen<=T Overige vluchtige aromaten - - - - - <SW Voormalige bovengrondse dieseltank Peilbuis 201 Filterstelling: 3,0-4,0 m-mv Minerale olie C10-C40 <50 35 50 600 | < SW Vluchtige aromaten - - - - - < SW Werkplaats Peilbuis 301 Filterstelling: 1,5-2,5 m-mv Barium (Ba) 390 390 50 625 0,59 >Ten<=l| overige parameters NEN-pakket || - - - - - <SW Gedempte watergangen Peilbuis 605 Filterstelling: 2,8-3,8 m-mv Barium (Ba) 470 470 50 625 0,73 >Ten<=l| overige parameters NEN-pakket ||- - - - - <SW SW Streefwaarde | Interventiewaarde c.q.
signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering GSSD Gestandaardiseerde meetwaarde T-index Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Toets oordeel Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index’ Index < 0 GStandaard < SW 0 < Index < 0,5 GStandaard ligt tussen de SW en de oude T 0,5 < Index < 1 GStandaard ligt tussen de oude T en | Index > 1 loverschreden - Geen verhoogde concentraties ten opzichte van de streefwaarden NEN-pakket zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen 2 2 | R apport | 25KL287 5. 5. | Toelichting | analyseresultaten Op | basis van | de veldwaarnemingen | en de analyseresultaten | kan | de bodemkwaliteit als | volgt | wor- den | toegelicht: Verkennend | asbestonderzoek | NEN | 5707 Grond , | erf In de opgegraven | en bemonsterde | grond | is zowel | zintuiglijk | als analytisch | geen | asbest | aange- toond. | De | gewogen | asbestconcentratie | van MMA3 | t/m MMA5 | (00, mg/kg ds. ) | liggen | ruim onder de grens | van 05, | maal | de interventiewaarde | (=50 | mg/kg | ds. ). Grond , | druppelzone | schuur In de opgegraven | grond | ter plaatse | van | druppelzone | schuur | is zintuiglijk | geen | asbest | verdachte materialen | waargenomen.
| Analytisch | is een | verhoogde | concentratie | aan | asbest | aangetoond. | De gewogen | asbestconcentratie | van | MMA1 | (200 | mg/kg | ds. ) ligt ruim | boven | de | grens | van | 05, maal de interventiewaarde | (=50 | mg/kg | ds. ). Tijdens | de SEM-analyse | van | MMA1 | is het gehalte | aan | respirabele | asbestvezels | vastgesteld | op 00, mg/kg | ds. Analytisch | zijn geen | respirabele | vezels | aangetroffen. | Het | totaal gewogen | gehalte respirabele | vezels | ligt ruim | onder | de risicogrens | van | 10 mg/kg | ds. Grond , | druppelzone | jongveestal In de opgegraven | en bemonsterde | grond | ter plaats | van de | druppelzone | jongveestal | is zowel | zin- tuiglijk | als analytisch | geen | asbest | aangetoond. | De | gewogen | asbestconcentratie | van | MMA2 | (00, mg/kg | ds. ) ligt ruim | onder | de grens | van 05, maal | de interventiewaarde | (=50 | mg/kg | ds. ). Tijdens | de SEM-analyse | vanzijn MMA2 | is het gehalte | aan | respirabele | asbestvezels | vastgesteld | op 00, mg/kg | ds. Analytisch | geen | respirabele | vezels | aangetroffen. | Het | totaal gewogen | gehalte respirabele | vezels | ligt ruim | onder | de risicogrens | van | 10 mg/kg | ds. Grond , | druppelzone | stal In de opgegraven en | bemonsterde | grond | ter plaats | van de druppelzone | stal is zowel zintuiglijk | als analytisch | geen | asbest | aangetoond.
| De | gewogen | asbestconcentratie | van | MMA6 | (00, | mg/kg | ds. ) ligt ruim | onder | de grens | van 05, maal | de interventiewaarde | (=50 | mg/kg | ds. ). Tijdens | de SEM-analyse | van | MMA6 | is het gehalte | aan | respirabele | asbestvezels | vastgesteld | op 00, mg/kg | ds. Analytisch | zijn geen | respirabele | vezels | aangetroffen. | Het | totaal gewogen | gehalte respirabele | vezels | ligt ruim | onder | de risicogrens | van | 10 mg/kg | ds. Opgemerkt | wordt | dat de mengmonsters | van de toplaag | van | MMA2 | niet voldoet | aan de eis van de NEN | 5898 | en NEN | 5707 | vanwege | het hoge | vocht | gehalte. | Hierdoor | is ca 87, kg d. s. materiaal geanalyseerd | in plaats van | de vereiste | 10 kg d. s. Gezien | het feit dat er geen | asbest | is aangetoond wordt | niet verwacht | dat het aanleveren | van | meer | monstermateriaal | zal leiden | tot andere | conclu- sies. Deze | afwijking | wordt | derhalve | als niet kritisch | beoordeeld. Voor | de volledigheid | dient | te worden | vermeld | dat bij analyse | van mengmonsters | de gehalten | bij separate | analyse | van individuele | deelmonsters | zowel | hoger | als lager kunnen | uitvallen.
2 3 | R apport | 25KL287 Verkennend | bodemonderzoek | NEN | 5740 Grond , erf In mengmonster | MM3 | (00-05, , m-mv) | is het gehalte | aan PAK | verhoogd | aangetoond | ten opzichte van de waarde | voor | landbouw/natuur. In mengmonster | MM4 | (00-05, , m-mv) | is het gehalte | aan lood verhoogd | aangetoond | ten opzichte van de waarde | voor | landbouw/natuur. In mengmonster | MM6 | (008-03, , m-mv) | is het gehalte | aan minerale | olie verhoogd | aangetoond | ten opzichte | van de waarden | voor landbouw/natuur. In mengmonster | MM7 | (05-20, , m-mv) | zijn de gehalten | aan zink | en lood verhoogd | aangetoond ten opzichte | van de waarden | voor | landbouw/natuur. In de overige | mengmonster | MM1 , | MM2 , | MM5 , | MM8 | en MM9 | zijn geen | van de geanalyseerde parameters | in een | verhoogde | concentratie | ten opzichte | van de | waarden | voor | landbouw/natuur aangetroffen. Grond , bovengrondse | dieseltank In mengmonster | MM13 | (008-025, , | m-mv) | is geen | van de geanalyseerde | parameters | in een | ver- hoogde | concentratie | ten opzichte | van de waarden | voor landbouw/natuur | aangetroffen. In mengmonster | MM14 | (05-15, , m-mv) | is het gehalte aan lood | verhoogd | aangetoond | ten opzichte van de waarde | voor | landbouw/natuur.
Grond , voormalige | bovengrondse | dieseltank In monster | M11 | (boring | 201: | 07-09, , m-mv) | is het gehalte | aan minerale | olie verhoogd aangetoond ten opzichte | van de waarde | voor landbouw/natuur. In monster | M12 | (boring | 201: 15-20, , m-mv) | zijn geen | van de geanalyseerde | parameters | in een verhoogde | concentratie | ten opzichte | van | de waarden | voor landbouw/natuur | aangetroffen. Grond , werkplaats In mengmonster | MM10 | (00-05, , m-mv) | is het gehalte | aan PAK | verhoogd aangetoond | ten opzichte van de waarde | voor | landbouw/natuur. Grond , gedempte | watergangen In mengmonster | MM15 | (05-20, , m-mv) | zijn de | gehalten | aan minerale | olie en | PAK | verhoogd aangetoond | ten opzichte | van de waarde | voor | landbouw/natuur. In mengmonster | MM16 | (05-15, , m-mv) | is het gehalte | aan PAK | verhoogd aangetoond | ten opzichte van de waarde | voor | landbouw/natuur. Grond , druppelzone | schuur In mengmonster | MMA1 | (00-01, , m-mv) | is het gehalte | aan | PCB | niet verhoogd | aangetoond | ten opzichte | van de waarde | voor | landbouw/natuur. Grond , druppelzone | jongveestal In mengmonster | MMA2 | (00-01, , m-mv) | is het gehalte | aan | PCB | niet verhoogd | aangetoond | ten opzichte | van de waarde | voor | landbouw/natuur.
Grond , druppelzone | stal In mengmonster | MMA6 | (00-01, , m-mv) | is het gehalte | aan | PCB | niet verhoogd | aangetoond | ten opzichte | van de waarde | voor | landbouw/natuur. 2 4 R apport 25KL287 De licht verhoogde gehalten met zware metalen , minerale olie en PAK hangen vermoedelijk sa- men met het langdurig menselijk gebruik van het terrein en/of aangetroffen bijmengingen met bodemvreemde materialen. Wel dient rekening te worden gehouden met het feit dat de conserveringstermijn van monster MM7 ten behoeve van een aantal analyse zijn overschreden. Dit is enkel het gevolg van het later inzetten van de analyses. Door het overschrijden van de conserveringstermijn kunnen de resulta- ten mogelijk beïnvloed zijn. Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Grondwater , erf Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 , ten opzichte van de streefwaarde , een verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 11 , ten opzichte van de streefwaarde , verhoogde concentraties aan kobalt en barium aangetoond. Daarnaast is de concentratie aan nik- kel verhoogd aangetoond ten opzichte van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersa- nering.
Grondwater , bovengrondse dieseltank Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 106 , ten opzichte van de streefwaarde , een verhoogde concentratie aan naftaleen aangetoond. Grondwater , voormalige bovengrondse dieseltank In het grondwater ter plaatse van peilbuis 201 is geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de streefwaarde aangetroffen. Grondwater , werkplaats Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 301 , ten opzichte van de tussenwaarde , een verhoogde concentratie aan barium aangetoond Grondwater , gedempte watergangen Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 605 , ten opzichte van de tussenwaarde , een verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De licht tot sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater kunnen mogelijk worden toegeschreven aan de natuurlijke samenstelling van regionaal aanwezige sedimenten. In de loop der tijd is het sedimentmateriaal verweerd waarbij de zware metalen zijn uitgespoeld naar het grondwater , waar het momenteel als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie wordt aangetroffen. De oorzaak van de licht verhoogde concentratie aan naftaleen is vermoedelijk te relateren aan de activiteiten met betrekking tot de bovengrondse dieseltank.