bijlage 3 nota beantwoording zienswijzen deel1 algemeen definitief
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen Stadsvisie Steenwijk “Stad en landschap dichtbij” Oktober 2025 Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Rode draad 2.1 Groei van de stad 2.2 Mobiliteit 2.3 Focusgebieden - Binnenstad/Vesting - Woldmeenthe Noord - Eeserwold 2 - De Kamp
1 Inleiding Na een intensief participatietraject heeft het college van B&W op <datum juli> de stadsvisie Steenwijk “Stad en Landschap dichtbij” vrijgegeven voor inspraak. Gezien de zomervakantie is de aankondiging tot het indienen van zienswijzen vooraf breed gecommuniceerd. De periode van het indienen van zienswijzen liep van3 0-7 t/m 10-9. In totaal hebben we 38 zienswijzen ontvangen. Dit zijn niet allemaal individuele zienswijzen. Zo zijn er zienswijzen binnengekomen ondertekend door meerdere personen. En hebben we veel inhoudelijk dezelfde brieven ontvangen, elke keer met een andere ondertekening. Deze hebben we als één zienswijze beschouwd. We hebben waardering voor de ingebrachte zienswijzen. Het getuigt van grote betrokkenheid bij de leefomgeving van de inwoners. Vaak goed doordacht. Niet alleen aandacht voor de individuele kant, maar ook wat het doet met de stad en de buurt waarin men leeft, en met suggesties hoe en wat naar mening van de indieners wel kan. Niet alle zienswijzen hebben betrekking op de fase van visievorming, het traject waar we ons nu bevinding. Er worden suggesties gedaan en aandachtspunten gegeven over de uitvoering. Waardevolle informatie die we in de verder uitvoering van (delen van) de visie zeker zullen benutten. Het vertrekpunt van deze stadsvisie is het afwegingskader wonen en werken.
Naast de lokale groei wordt ingezet op de bouw van 1.000 tot 1.500 woningen extra. Een toename van zo’n 5.000 extra inwoners. Dat is een forse schaalsprong voor de stad en die raakt de identiteit en de waarde die we belangrijk met z’n allen vinden. Het afwegingskader wonen en werken geeft aan waar en hoe we in de toekomst in en rond Steenwijk willen groeien. Dit afwegingskader wonen heeft de gemeenteraad in november 2024 richtinggevend vastgesteld, met een duidelijke boodschap: van een verkenning naar een verdieping en verbreding. Bij de verdieping gaat het om de uitwerking van de in het afwegingskader genoemde locaties. Bij de verbreding gaat het om het integraal betrekken van een aantal thema’s. 2 Rode draad Uit de vele zienswijzen is een rode draad te herkennen. Zonder afbreuk te willen doen aan die onderdelen die daar buiten vallen, gaan veel reacties over de groei en het waarom van de groei van de stad. Daarnaast zijn er veel vragen over het waarom van bepaalde keuzes over de mobiliteit en de bereikbaarheid. En uiteraard gaat het over de focusgebieden, en dan m.n. de uitbreidingslocaties De Kamp, Tuk en Woldmeenthe Noord en de binnenstad. Hieronder gaan we in algemene zin in op deze reacties. Groei van de stad Een aantal zienswijzen geeft (onderbouwd) aan dat de bevolkingsgroei van Steenwijk niet een dergelijke groei van de extra 1.000 tot 1.500 woningen rechtvaardigt.
De woonambities zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde woonagenda. Voor de lokale behoefte ligt er een opgave om in Steenwijk/Tuk tussen de 695 en 945 woningen toe te voegen tot 2031. Op veel plekken zijn we al aan de slag of liggen concrete plannen klaar om te worden uitgevoerd. Ook voor de langere termijn willen we inwoners perspectief kunnen bieden. Daarom kijken we verder, de periode na 2031. Zo zijn met de Regio Zwolle, waar Steenwijkerland onderdeel van is, in het kader van de verstedelijkingsstrategie, integraal afspraken gemaakt op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de opgave voor de regio. Uitgegaan wordt van een basisopgave van minimaal 50.000 nieuw te bouwen woningen tot 2040 in de Regio. Dit komt deels door autonome groei, maar ook door de positie van de regio in het Stedelijk Netwerk Nederland: de regio Zwolle is populair als alternatief voor de krapte op de woningmarkt in de Randstad en een aantrekkelijke plek op de schakel tussen Randstad en het noorden. Dit zien we ook terug in het woningmarktonderzoek Steenwijkerland dat de gemeente samen met de twee grootste corporaties, recent uitvoerden. Vanuit de Randstad is een beweging steeds verder landinwaarts en met sprongen richting grote steden om va nuit daar een overdruk op omliggende gemeenten te veroorzaken.
In de woonagenda is de ambitie uitgesproken om, aanvullend op de lokale behoefte 1000 tot 1500 woningen toe te voegen. Basis voor deze aantallen was het advies van de gemeenteraad over de ruimte voor (boven)regionale woningbehoefte tijdens de politieke markt in oktober 2021. Mobiliteit Voor een aantal van de voorgestelde maatregelen t.a.v. mobiliteit wordt de onderbouwing gemist. Terechte vragen naar het waarom van bepaalde ingrepen en maatregelen. De gemaakte keuzes zijn gebaseerd op een onderzoeksrapport “achtergrondrapport mobiliteit Stadsvisie Steenwijk”. Wij hebben tijdens het opstellen van de visie het bureau Goudappel gevraagd wat de ruimtelijke ontwikkelingen betekenen voor het mobiliteitssysteem van de stad Steenwijk , op basis waarvan nadere keuzes zijn gemaakt. Dit rapport vormt de onderbouwing voor de in de visie genoemde keuzes en ingrepen. In een kader in de visie is aangegeven dat dit onderzoek als achtergrondrapport beschikbaar is. Gezien de vele vragen over het waarom van keuzes betrekken we dit rapport bij de besluitvorming. Onderstaand een korte samenvatting van het rapport. Mobiliteit vorm een sleutel voor een toekomstbestendig Steenwijk. De ambities uit de stadsvisie zorgen voor extra druk op het mobiliteitssysteem. De huidige verkeersstructuur kent knelpunten (o.a. hoge verkeersdruk door het centrum en ontbrekende fietsverbindingen ).
Om deze ontwikkelingen op te vangen zonder te vervallen in een klassieke uitbreiding van de infrastructuur, is een strategische koers opgesteld die focust op het optimaliseren van de bestaande structuur en het wegennet. Een belangrijke pijler binnen deze aanpak is de gebiedsgerichte benadering via het ABC -model. Door Steenwijk op te delen in A-, B- en C-milieus wordt per gebiedstype gestuurd op het gewenste gebruik van vervoersmiddelen. Deze differentiatie maakt het mogelijk om mobiliteit beter a f te stemmen op de functie en inrichting van verschillende delen van de stad. 1 In het A-milieu (centrum en de stationsomgeving) staat de voetganger staat centraal en wordt er ingezet op verblijfskwaliteit en autoluwe inrichting. De hoge verkeersdruk in het centrum vraagt om het terugdringen van (doorgaand) verkeer; 2 Het B-milieu (woongebieden rondom het centrum) wordt ingericht voor de fiets als dominante modaliteit. Op bepaalde plekken ontbreekt een veilig en fijnmazig fietsnetwerk, dit belemmert het gebruik van actieve vormen van mobiliteit; 3 In C-milieus (stadsranden en langs hoofdwegen) is ruimte voor gemengd verkeer met een belangrijkere rol voor de auto en het OV. De druk neemt hier de komen jaren toe (m.n. op hoofdverbindingsroutes). Extra aandacht is nodig voor een veilige afwikkeling van gemengd verkeer.
Zonder verkeerskundige aanvullende maatregelen komt de leefbaarheid en bereikbaarheid onder druk komt te staan. In een aantal scenario’s is hier uitwerking aan gegeven. De verkeerskundige effecten van de ontwikkelingen zijn hierbij in beeld gebracht en verkeerskundige maatregelen doorgerekend die nodig zijn om het toekomstbestendig te maken. Gezien de vele reacties over de aan te leggen randweg Woldmeenthe ten noordwesten van Steenwijk wordt hier specifiek op ingegaan. De randweg zorgt voor een nieuwe doorgaande route die de A32 op een directe manier verbindt met het bedrijventerrein ten westen van Steenwijk. Doorgaand verkeer dat in de bestaande situatie dóór het centrum van Steenwijk rijdt, kan via deze nieuwe route worden afgewikkeld. Dat is ook te zien i n de forse afname van verkeer in de binnenstad op de Goeman Bogesiusstraat. Daarnaast ontlast de randweg de Eesveenseweg en daarmee ook de spoorwegovergang ter hoogte van het station. De randweg draagt bij aan de gestelde mobiliteitsambities. Focusgebieden Veel van de binnengekomen zienswijzen hebben betrekking op de focusgebieden . En dan met name de uitbreidingslocaties grenzend aan de stad. We halen even terug hoe deze locaties in beeld zijn gekomen. In het afwegingskader wonen en werken zijn mogelijke woningbouwlocaties integraal afgewogen op basis van een aantal ontwikkelprincipes.
Het gaat om een combinatie van: • Bouwen aan nabijheid • Kwaliteit herontwikkeling • Water en bodem sturend • Duurzaam bereikbaar • Diversiteit woonmilieus • Betaalbaar en versnelling De gemeenteraad heeft deze locaties richtinggevend vastgesteld, met het verzoek deze nader uit te werken. De ruimtelijk thema’s zijn bijeengebracht in een samenhangend beeld van Steenwijk, Tuk en Zuidveen in 2050. Daarbij spelen zeven gebieden een belangrijke rol. In deze zogeheten focusgebieden verwachten we dat de belangrijkste ontwikkelingen plaatsvinden. De inbreidingslocaties (spoorzone, binnenstad en Oostermeenthe Zuid) zijn onvoldoende om de ambitie van 1.000 tot 1.500 woningen toe te voegen, zeker gezien de groeiende behoefte aan betaalbare en diverse woonvormen . En het zijn m.n. de uitbreidingslocaties die veel reacties oproepen. In de Stadsvisie is voor deze gebieden nader inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn, welke uitgangspunten de gemeente hanteert en hoe ontwikkeling kan bijdragen aan het samenhan gend beeld voor 2050. Met uitzondering van de binnenstad/vesting en de spoorzone, is voor elk van de focusgebieden een ruimtescan opgesteld. Deze locaties zijn programmatisch, technisch, ruimtelijk en financieel nader uitgewerkt. Met name omdat in deze gebieden een relatief grote woningbouwopgave is voorzien. Tevens is een samenvattende SWOT analyse gemaakt per focusgebied.
Een aantal zienswijzen richtte zich ook op de betaalbaarheid van de ambities. Gezien het vertrouwelijke karakter van deze berekeningen is dit niet ter inzage gelegd. De spoorzone is met het door de raad (richtinggevend) vastgesteld ambitiedocument voldoende uitgewerkt. De ruimtescan worden betrokken bij de verdere besluitvorming. En we herhalen wat we al in het afwegingskader noemden. Er zijn geen eenvoudig te ontwikke len locaties. Elk van de onderzochte locaties kent zijn eigen kansen en knelpunten. We merken dat de mogelijke woningbouw op de uitbreidingslocaties bijvoorbeeld op de Kamp en in Tuk bewoners raken en begrijpen dat ook. Dat hebben we gehoord in de participatiebijeenkomsten en blijkt uit de vele zienswijzen die wij hebben mogen ontvangen. De ontwikkelingen en de en de groei opgave, het waarom en waar, leeft bij bewoners en ondernemers. Ze zijn (emotioneel) betrokken bij hun “Olde Veste” en de toekomst en hechten waarde aan de identiteit, historie karakter en de ligging. Binnenstad/Vesting We voelen ons verbonden met de binnenstad en hechten aan de identiteit van de vesting. De ‘olde veste’ vormt in verschillende opzichten het hart van Steenwijk. Het sociale hart, omdat mensen elkaar hier ontmoeten: op de markt, bij de supermarkt of op een terrasje.
Het functionele hart, omdat zich in en rond de oude vestingstad zich een concentratie van voorzieningen bevindt op het vlak van detailhandel, horeca en culturele voorzieningen. Ook het kernwinkelgebied is hier gelegen. En het emotionele hart, vanwege de gemeenschappelijke identiteit: denk je aan Steenwijk, dan denk je aan de oude vestingstad. Er worden zorgen geuit over de binnenstad, de vesting. De leegstand, het voorzieningenniveau en het parkeren. Hoe houden we stad leefbaar, met deze stapeling van opgaven. We blijven inzetten op een vitale stad. Alleen door breed te blijven investeren in en rond de vesting kan de kwaliteit van het historische, culturele, winkel- en voorzieningenhart van Steenwijk worden behouden en uitgebouwd. Dat vraagt een vereende inzet van overheden, ondernemers en inwoners. Illustratief is de samenwerking tussen deze partijen met de gezamenlijke uitvoeringsagenda. Samen vergroten we de kwaliteit van de binnenstad en versterken we de beleving van de historische vesting, als trots van Steenwijk en ontmoetingsplek voor de inwoners en bezoekers. Maar ook om de identiteit van de vestingstad als bestemming voor toeristen te versterken en benutten. De binnenstad moet rijk blijven aan programma, zowel cultureel en maatschappelijk, recreatief en commercieel.
Woldmeenthe Noord In de zienswijze kwam naar voren waarom er wel sportvelden aangelegd kunnen worden maar niet geschikt is voor woningbouw. Woldmeenthe Noord is een lager gelegen gebied. Vanuit het principe bodem en water sturend is dit gebied onvoldoende geschikt voor woningbouw. Sportvelden zijn wel mogelijk. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoende ruimte hebben voor het vasthouden, infiltreren en bergen van water (sponsstrategie). De open natuurvriendelijke inrichting draagt bij aan het verbeteren van de doelen voor de waterkwaliteit en is op advies van het waterschap in de visie opgenomen. Het uitgangspunt is dat we in de toekomst meer water zullen moeten accepteren op plekken waar we in het verleden ingezet hebben op technische maatregelen om het water zo snel mogelijk af te voeren. Ook het waterschap ziet ten aanzien van dit focusgebied geen reden tot zorg en ziet de ontwikkeling van sportvelden niet als negatief. Eeserwold 2 Eeserwold 2 is gelegen in een beekdal gebied. Het principe bodem en water sturend bepaalt in grote mate waar gebouwd kan worden. Mede vanuit dit principe, bekrachtigd door het negatieve advies van het waterschap en de provincie, is de locatie komen te vervallen als mogelijke woningbouwlocatie. De locatie sluit verder beperkt aan bij de bouwstenen, zoals de afstand tot voorzieningen en de bereikbaarheid.
De Kamp De Kamp is een locatie met kansen voor woningbouw, maar het is ook een belangrijk landschap (aardkundig, geologie en cultuurhistorie). Het vraagstuk al dan niet bouwen op de Kamp houdt de samenleving al geruime tijd bezig. Vanuit de opdracht van de raad is deze locatie nader uitgewerkt met de centrale vraag onder welke condities de Kamp als woningbouwlocatie ontwikkeld kan worden. De unieke combinatie van eigenschappen zoals de hoge ligging, de eigendomssituatie van de gemeente, de nabijheid van de stad maken de Kamp tot een logische keuze. Met inachtneming van de kwaliteiten en een zorgvuldige inpassing is ingezet voor een ontwikkeling to t woningbouw, zoals het behoud van zichtlijnen en hoogteverschillen.