bijlage 11 Ruimtescan_Bedrijventerrein Tuk
Tekst van het document
| Het te ontwikkelen bedrijventerrein heeft niet als doel om zware ▪ | In de zuidoostelijke hoek van het plangebied zelf staat een woning. | industrie te huisvesten. Uit het visiedocument komt naar voren dat de ▪ | Ten zuiden liggen bedrijven. Deze bedrijven hebben geen invloed op | gemeente inzet op innovatie bedrijven, waarbij wordt gericht op het bedrijventerrein. Op de zuidgrens ligt naast het bedrijventerrein | kantoren en werkplekken. Deze functies hebben een richtafstand van 0 een woning. Deze ligt op dit moment al strak naast bedrijven van | tot 10 meter en vallen onder functiemenging. In oude een redelijk hoge categorie. | bestemmingsplannen wordt vaak een maximale categorie ▪ | Ten westen van het plangebied liggen agrarisch velden en | aangehouden van 2 wat gelijkstaat aan een richtafstand van 30 meter. veebedrijven. Deze zijn niet beperkend voor de mogelijkheden op | In de vernieuwde handleiding staat dit gelijk aan 30 tot 50 meter het bedrijventerrein. | afstand. Binnen het grootste deel van het plangebied is het mogelijk om hier invulling aan te geven. De gevoelige functies rondom het plangebied zijn in de kaart met milieuzonering opgenomen. Rondom deze functies zijn contouren | 3.5.4 | Geluid getrokken. De afstanden die hierbij zijn aangehouden zijn 10 meter, 30 | Het aspect ‘geluid’ zit voor een deel in milieuzonering opgesloten.
In de meter, 50 meter, 100 meter en 200 meter. | wet zijn er aanvullend specifieke regels ten aanzien van geluidsbelasting. Het Rijk stelt heeft in het Besluit kwaliteit Om een indicatie te geven van wat voor soort bedrijven binnen de | leefomgeving (Bkl) instructieregels opgenomen voor geluid op verschillende contour aanwezig mogen zijn volgen hier een aantal | geluidgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geluidgevoelige voorbeelden van bedrijven: | gebouwen is de functie (wonen, onderwijs, zorg) bepalend. Bedrijven of 42
43 een bedrijventerrein vallen niet onder deze geluidgevoelige functie. Vanuit het Rijk zijn er daarom geen normen ten aanzien van de bescherming tegen geluid. De gemeente kan voor andere functies of locaties in het Omgevingsplan zelf de mate van bescherming tegen geluid bepalen vanuit haar taak voor ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. In dat kader kan het voor de gemeente interessant zijn om enig zicht op de geluidsbelasting op het gebied te weten. Op de geluidskaart is te zien dat de N334 ten westen en de Hooidijk ten zuiden zorgen voor enige geluidsbelasting in het gebied. Dat varieert van 45-50 dB in de noordoostelijke hoek van het gebied tot circa 65 dB direct langs de wegen. Aanvullend geldt op basis van de Omgevingswet (artikel 2.11a) dat de gemeente verplicht is om als omgevingswaarden geluidsproductieplafonds vast te stellen rondom industrieterreinen waaraan de bedrijven gezamenlijk dienen te voldoen. 3.5.5 Luchtkwaliteit In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn vanuit het Rijk luchtkwaliteitsnormen vastgesteld waaraan ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst. De belangrijkste stoffen waarnaar wordt gekeken zijn fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De maximale jaargemiddeld en liggen voor beide stoffen op 40 µg/m3. Aanvullend aan de wettelijke normen zijn er ook advieswaarden vanuit de WHO (in 2021 vastgesteld).
Deze liggen een stuk lager, namelijk 15 µg/m3 als het gaat om fijnstof en 10 µg/m3 bij stikstofdioxide. Op de luchtkwaliteitskaart van het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu is te zien dat de luchtkwaliteit voor de locatie van Tuk (en heel Steenwijk) ruim voldoet aan de gestelde normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Op een enkele plek nabij het bedrijventerrein (aansluiting van de Hooidijk op de N334) geldt dat de advieswaarden vanuit de WHO worden overschreden. Bij het toelaten van een bedrijf op een locatie waar de luchtkwaliteit reeds slecht is kan het belangrijk zijn om te toetsen op luchtkwaliteit. Omdat in dit geval ruim wordt voldaan aan de normen vanuit het Bkl en omdat bedrijven meestal ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging (wat helemaal zal gelden voor de beoogde bedrijven in de innovatieve sector met kantoorruimte) zal de luchtkwaliteit op de locatie niet zorgen voor een belemmering voor het bedrijventerrein. Aanvullend op de normen van het Rijk geldt dat de gemeente of provincie lokale omgevingswaarden voor de buitenlucht in de omgevingsverordening van het omgevingsplan kunnen opnemen (strengere waarden dan de Rijksomgevingswaarde). 3.5.6 Verkeer en parkeren Het toevoegen van een bedrijventerrein op de locatie bij Tuk betekent ook een groei van auto- en fietsverkeer in het gebied.
Dit zal ook betekenen dat het omliggende wegennet intensiever gebruikt gaat worden. Het bedrijventerrein wordt (in het schetsplan van BVR) ontsloten via de Hooidijk en vanaf daar rechtstreeks op de N334. Vanaf de N334 is er een snelle verbinding met de A28. In het kader van de stadsvisie voor Steenwijk is medio 2025 door Goudappel Coffeng de verkeersafwikkeling van autoverkeer in de gehele stad in 2050 onderzocht. Hierbij is gekeken naar zowel autonome groei als groei door het toevoegen van circa 1.500 woningen op verschillende locaties. EØn van die locaties is het bedrijventerrein Tuk. Uit dit onderzoek blijkt dat er mede door het bedrijventerrein een behoorlijke extra druk ontstaat op de N334. Door een aantal specifieke
44 verkeersmaatregelen in de stad worden negatieve gevolgen (ten opzichte van de autonome groei) echter volledig gemitigeerd. Denk hierbij aan het aanleggen van een nieuwe verbindingsweg tussen de Productieweg-Woldmeentherand, het aanleggen van een aantal rotondes (kruispunt Gagelsweg-Schansweg en Gagelsweg- Middenweg), instellen van ØØnrichtingsverkeers in het centrum en het verlagen van de snelheid naar 30km/u op diverse wegen. Parkeren De gemeente Steenwijkerland bepaald op basis van de nota parkeernormen 2015 de uitgangspunten voor parkeren bij functiewijzigingen, zoals ook bedrijventerreinen. Basisgedachte is da t elke initiatiefnemer van een ontwikkeling zelf verantwoordelijk is v oor het oplossen van de ontstane parkeerbehoefte. Het uitgangspunt is dat een bouwplan geen extra druk op de parkeersituatie in de bestaande openbare ruimte legt. Dat betekent ook dat eventuele parkeerplekken die verloren gaan worden gecompenseerd. Dat laatste is voor het bedrijventerrein niet het geval; er zijn op dit moment geen parkeerplekken te vinden in het plangebied. De locatie van het beoogde bedrijventerrein ligt in het gebied met de aanduiding ‘rest bebouwde kom’. De gemeente hanteert in het beleid parkeernormen per 100 m2 BVO gekoppeld aan een specifieke functie.
De normen verschillen behoorlijk afhankelijk van die functies; voor arbeidsextensieve bedrijven (zoals bijvoorbeeld een loods) geldt een norm van 0,8 terwijl voor kantoorpanden met een baliefunctie een norm van 3,3 geldt. Het exacte aantal parkeerplekken dat in het gebied en/of op de bedrijfskavels gerealiseerd moeten worden zal een nadere uitwerking zijn. Er is in het gebied voldoende ruimte om dit conform het beleid van de gemeente op te kunnen lossen. 3.5.7 Netcongestie Binnen het vervoer van elektriciteit wordt een scheiding gemaakt tussen het hoogspanningsnet en middenspanningsnet. Het hoogspanningsnet wordt onderhouden door TenneT en transporteert elektriciteit vanaf 110.000 volt. Grote energieverbruikers en zware industrie worden meestal direct aan het hoogspanningsnet aangesloten. Het middenspanningsnet in Steenwijk wordt onderhouden door RENDO. Netbewuste Nieuwbouw In het document ‘’Netbewuste Nieuwbouw’’, dat mede opgesteld is door Netbeheer Nederland, worden 7 kernprincipes benoemd omtrent netbewuste (woning)bouw. Deze principes zijn met name gericht op het ontlasten van het middenspanningsnet door lokale consumptie te stimuleren en vraag en piekbelasting te verminderen. De kernprincipes: 1. Gebiedsaanpak: Het integreren van bouw en energie-infrastructuur op gebiedsniveau door het samenwerken van netbeheerders, gemeenten en projectontwikkelaars.’ 2.
Warmte: Collectieve warmteoplossingen zoals warmtenetten en het beperken van piekbelasting door slimme aansturing en buffervaten. 3. Elektrisch laden: het aantal auto’s in een gebied verminderen en het stimuleren van laden buiten daluren met slimme laadpunten om piekbelasting te voorkomen. 4. Duurzame lokale opwek: directe consumptie van zonne-energie. Het terug leveren van energie beperken. 5. Koude: Passieve koeling door de oriºntatie van gebouwen en zonwering. 6. Opslag: Het stimuleren van thermische en elektrische opslag, zoals wijkbatterijen en warmtebuffers, als middel tegen congestie
45 7. Slimme sturing: Pieken vermijden door het integreren van technologische innovatie (slimme meters en algoritmes). Hoogspanningsnet In heel Overijssel is sprake van netcongestie op het hoogspanningsnet, er is of te veel vraag of te veel aanbod aan stroom. Als gevolg hiervan kunnen er geen nieuwe aansluitingen op het hoogspanningsnet worden gerealiseerd, of zijn de wachttijden hiervan er erg lang. Ook de gemeente Steenwijkerland kampt hiermee. Hierbij moet rekening gehouden worden met een wachttijd van minstens 1 jaar. Ook kunnen er geen zonneparken en windmolens aangesloten worden op het net. Dit geldt voor het gehele plangebied. Volgens de pMIEK (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat) Overijssel heeft uitbreiding van het hoogspanningsnet in Steenwijk geen prioriteit in vergelijking met andere uitbreidingen. Het congestiemanagement onderzoek Overijssel van TenneT geeft aan dat grootverbruikers in de gemeente Steenwijkerland pas in 2035 aangesloten kunnen worden aan het hoogspanningsnet. Hierdoor kunnen grootgebruikers rekenen op een wachttijd van minimaal een jaar. Per 1 oktober 2024 hebben bedrijven en instellingen die werk doen met maatschappelijk belang voorrang op de wachtlijst voor nieuwe aansluitingen. Dit geldt met name voor zorginstellingen, veiligheidsdiensten en onderwijs.
Middenspanningsnet Echter is ook te zien dat op het middenspanningsnet in het gehele gebied in en rondom Steenwijk voor zowel afname als teruglevering ruimte op het net is. Aangezien netcongestie vooral op het hoogspanningsnet voorkomt, heeft deze regeling vooral impact op grootgebruikers. Omdat er in het plangebied geen rekening gehouden wordt met zware industrie, is de mogelijkheid op een aansluiting dus aanwezig. RENDO geeft aan verzoeken voor nieuwe aansluitingen binnen 26-52 weken te verwerken. De snelheid van de aansluitingsverwerking hangt af van verschillende complexiteitsfactoren, zoals technische aansluitmogelijkheid, grondeigenschap en uitvoeringscomplexiteit. Ook hoogbouw en elektrificatie van het bedrijventerrein is tot op bepaalde hoogte te realiseren. Een aanzienlijk deel van de gebouwen kan voorzien worden van een laadpaal en warmtepomp zonder dat het middenspanningsnet te zwaar belast wordt. Echter is dit niet mogelijk op volledige gebiedsschaal. Bij realisatie wordt daarom geadviseerd de bouwstenen uit ‘Netbewuste Woningbouw’ mee te nemen om de druk van het bedrijventerrein op het middenspanningsnet te verlagen. Vooral het principe ‘elektrisch laden’ is van belang aangezien het STEC rapport aantoont een groot deel van de bedrijfskundige ruimtevraag in Steenwijkerland afkomstig is vanuit de logistiek en transportsectoren.
De verwachting is dat tot 2030 er een wachttijd van minimaal 1 jaar geldt voor nieuwe aansluitingen aan het hoogspanningsnet. Mochten er bedrijven op Tuk een hoge energievraag hebben, dan zullen deze moeten wachten tot er ruimte vrij is op het hoogspanningsnet. Kantoren hebben een laag energieverbruik en kunnen op het middenspanningsnet aangesloten worden waar in Steenwijk nog wel ruimte is. Netbewust bouwen kan ervoor zorgen dat netcongestie op het middenspanningsnet in Steenwijkerland langer uitblijft.
46 Externe veiligheid Op deze kaart zijn elementen die van belang zijn in het kader van externe veiligheid gevisualiseerd. Langs het plangebied loopt een persleiding (gas). Daarbij horen een PR-contour (10-8) en een brandaandachtsgebied.
47 Bedrijven en milieuzonering Op deze kaart zijn nabij gelegen gevoelige functies op de kaart geprojecteerd. Er is een contour van 0-10 meter, >30 meter, >50 meter, >100 meter en >200 meter rondom deze gevoelige functies getrokken.
48 Geluidskaart Op deze kaart wordt globaal gevisualiseerd hoeveel geluid (in dB per etmaal (Lden)) verschillende bronnen bij elkaar opgeteld veroorzaken. Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines.
49 Kaart luchtkwaliteit Op deze kaart is gevisualiseerd hoeveel stikstofdioxide (NO2) er gemiddeld in de lucht zat in Nederland in 2023. Met blauwtinten wordt aangegeven waar de luchtkwaliteit voldoet aan de normen uit het Bkl en WHO. In geeltinten zijn overschrijdingen van de geadviseerde normen van de WHO aangegeven, maar voldoet de lucht aan het Bkl.
50 Capaciteitskaart regionale netbeheerders (afname) Op deze kaart is regionaal gevisualiseerd in hoeverre er ruimte is voor afname van het middenspanningsnet (van regionale netbeheerders). Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar transportcapaciteit beschikbaar is zonder wachtrij (wit), transportcapaciteit beperkt beschikbaar zonder wachtrij, in onderzoek met wachtrij en tekort aan transportcapaciteit met wachtrij.
51 Hoofdstuk 4 Sterkte-zwakte analyse
52 4. Sterkte-zwakte analyse De locatie is getoetst op de in deze scan genoemde onderwerpen en aan de zes bouwstenen uit het afwegingskader wonen en werken Steenwijk 2040. Grootste locatie specifieke sterktes en kansen ▪ De locatie ligt gunstig wat betreft nabijheid van het station op fietsafstand. ▪ Wonen en werken liggen dicht bij elkaar. ▪ Het terrein sluit aan op bedrijventerrein Hooidijk. De transportbewegingen raken de woonomgeving niet en sluiten via de Hooidijk en de N334 aan op de A32. ▪ Qua milieuzonering is het bedrijventerrein inpasbaar op de bestaande en nieuwe woonwijken. ▪ Voor bedrijven op het middenspanningsnet is vooralsnog ruimte. ▪ De gronden zijn mogelijk te verwerven via een ontwikkelaar die terugkooprecht heeft op deze gronden. Grootste locatiespecifieke zwaktes en bedreigingen ▪ De lage ligging vraagt om extra maatregelen en investeringen voor waterberging en afvoer. Algemene risico’s ▪ Elke ontwikkeling kent een risico op maatschappelijke weerstand met risico op bezwaar en beroep. ▪ Daarnaast is stikstofdepositie een risico voor elk bouwproject in Nederland. Financiële kansen en risico’s De financiºle haalbaarheid is separaat uitgewerkt gerelateerd aan de ontwerpen uit de visie. Dit ontwerp kan nog bijgesteld worden wat dan invloed zal hebben op het financiºle resultaat.
53
54 Bijlage(n)
55 Bijlage 1 - Benodigde onderzoeken bij de ontwikkeling Thema Onderzoeken Tuk bedrjiven Doel Verplicht / aanbevolen Toelichting Urgentie Archeologie & cultuurhistorie Archeologisch bureauonderzoek Aanwezigheid van archeologische waarden vaststellen op basis van historische gegevens. Verplicht Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan. Middel Archeologisch veldonderzoek Aanwezigheid van archeologische waarden vaststellen op basis van veldonderzoek en/of proefsleuven. Mogelijk benodigd Mogelijk benodigd wanneer uit archeologisch bureauonderzoek blijkt dat er een reºle kans bestaat dat archeologische waarden (sporen, objecten of structuren) in de bodem aanwezig zijn en deze kunnen worden verstoord. Laag Cultuurhistorisch onderzoek Inventariseren van cultuurhistorische waarden in de omgeving Verplicht Benodigd voor de uitwerking van het stedenbouwkundig- en inrichtingsplan en in een later stadium voor wijziging van het omgevingsplan. Hoog Bodem (Verkennend en/of nader) Bodemonderzoek Vaststellen of bodemkwaliteit (evt. verontreiniging) geschikt is voor activiteit wonen Verplicht Voor ruimtelijke plannen en vergunningaanvragen (NEN 5740, 5707); in het kader van de wijziging van het omgevingsplan uitvoeren.
Middel Geotechnisch onderzoek (sonderingen) Inzicht in opbouw bodem, draagkracht ondergrond voor fundering Verplicht Uitvoeren na vaststelling van het omgevingsplan en vooruitlopend op de aanvraag van de bouwvergunningen. Laag Water Waterhuishoudkundig onderzoek/Watertoets Inzicht in grondwater, afwatering, effecten op waterbeheer Verplicht In het kader van de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan uitvoeren om met het waterschap tot overeenstemming te komen over randvoorwaarden met betrekking tot waterbeheer. Hoog Leefomgeving Akoestisch onderzoek Toetsing effect bedrijventerrein in relatie tot omgeving. Verplicht Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van bedrijventerrein en tevens voor Middel
1 bepalen mogelijke functies in gebied bedrijventerrein. Luchtkwaliteitsonderzoek Toetsing aan normen voor fijnstof/NO₂, invloed van ontwikkeling op omgeving en vice versa (externe/interne werking) Aanbevolen Niet verplicht, maar in het kader van zorgvuldige afweging kwaliteit leefomgeving wel aanbevolen (op grond van art. 5.10 Ow, art. 5.4-5.6 Bkl). Laag Verkeersonderzoek Effect op verkeersveiligheid, doorstroming, parkeren Aanbevolen Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan, ook nodig om uitkomsten goed mee te nemen in de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan. Middel Verkennend NGE-onderzoek Inzicht in de (potentiºle) aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het plangebied Aanbevolen Eerst historisch vooronderzoek en als blijkt dat de aanwezigheid niet is uitgesloten dan detectieonderzoek. Dat laatste wordt niet verwacht. Benodigd voor de wijziging van het Omgevingsplan. Niet verplicht volgens de Omgevingswet, maar in het kader van de zorgplicht wel wenselijk om dit uit te sluiten. Laag Ecologie Ecologische quickscan Inzicht in (potentiºle) effecten op beschermde soorten, soortenbescherming Verplicht Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan en voor vergunningsaanvragen (maximale houdbaarheid van het onderzoek is 3 jaar). MIddel Ecologische voortoets (incl.
Aerius-berekening) Inzicht in (potentiºle) effecten op beschermde natuurgebieden, gebiedsbescherming Verplicht Benodigd voor de wijziging van het omgevingsplan, maar in verband met impact op haalbaarheid (met name stikstof-effecten) essentieel om op korte termijn uit te voeren. NB: belangrijk dat onderzoek bij vaststelling gebaseerd is op meest actuele Aerius- model. Hoog Passende beoordeling Inzicht in potentiºle significante negatieve gevolgen voor Natura 2000- gebieden Mogelijk benodigd Benodigd wanneer uit de hiervoor beschreven ecologische voortoets blijkt dat negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden. Middel
2 Milieueffecten Plan-MER Inzicht en strategische afweging over potentiºle significante milieu-effecten Mogelijk benodigd Benodigd wanneer voor het bedrijventerrein ook een Passende Beoordeling opgesteld moet worden (art 16.32, lid 1, sub b, Omgevingswet). Middel Project-mer-beoordeling Inzicht in potentiºle significante negatieve milieueffecten als een gevolg van definitieve plan Verplicht Op grond van het Besluit milieueffectrapportage geldt voor industrieterreinen dat de milieueffecten in beeld gebracht moeten worden (Bijlage 2, onderdeel D, categorie D11.3). Voor ontwikkelingen kleiner dan 75 hectare geldt een m.e.r.- beoordelingsplicht. Middel
Ruimtewerk Thorbeckegracht 39 8011 VN Zwolle 038 425 43 21 info@ruimtewerk.nl