Bijlage 1 - Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026
Tekst van het document
Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026 (versie geldig vanaf xx-xx-xxxx) De raad van de gemeente Steenwijkerland gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [ datum en eventueel nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van; besluit: vast te stellen de volgende Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026. AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanbieder (deelauto): de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodelen gebruik ter beschikking stelt, zie ook deelauto-organisatie b. aanvrager: degene die een aanvraagformulier invult en ondertekent, met als doel in aanmerking te komen voor een parkeervergunning; c. aanvraagformulier: een formulier dat door een aanvrager ingevuld en ondertekend moet worden om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning; d. aanhangwagen: een voertuig dat is bestemd om achter een motorvoertuig te worden gekoppeld en vervolgens daarmee wordt voortgetrokken; e. adres: adres als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; f. algemene gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met het bord E6 uit bijlage 1 van het RVV 1990; g.
autodeelbedrijf: organisatie die bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook motorvoertuigen op of aan de weg beschikbaar stelt voor gebruik in het verkeer, met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door een besloten kring van personen; h. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die I. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of II. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; i. bewoner: degene die volgens de BRP staat ingeschreven op een adres dat met een afzonderlijk huisnummer is aangegeven en waar diegene ook daadwerkelijk woont. Het vereiste van een afzonderlijk huisnummer geldt niet voor bejaarden - en verzorgingstehuizen; j. deelauto-organisatie: een organisatie die motorvoertuigen voor autodate gebruik ter beschikking stelt k. deelauto(stand)plaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het R VV 1990 met onderbord met aanduiding “deelauto”. l. geïndiceerde zorg: vaststelling van zorg door een indicatieorgaan, waarbij het indicatieorgaan de noodzakelijke (hoeveelheid) zorg aangeeft;
m. gehandicaptenparkeerkaart: een parkeerkaart waarmee bij alle algemene gehandicaptenparkeerplaatsen parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; n. houder: I. persoon van wie het kenteken van het motorvoertuig op naam is ingeschreven in het kentekenregister als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; of II. persoon die met een schriftelijke overeenkomst of een melding in het parkeersysteem kan aantonen dat het motorvoertuig tijdens het parkeren bij deze persoon in gebruik was. o. kampeervoertuig: een caravan of camper; p. leasemaatschappij: een bedrijf of organisatie die zich op een professionele manier bezighoudt met autolease en wagenparkbeheer. Hierbij staat centraal dat zij auto’s ter beschikking stellen aan een huurder waarvoor deze een (maandelijkse) vergoeding aan de leasemaatschappij betaald; q. motorvoertuig(en): auto, motor, of ander motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een brommobiel als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 r. parkeerschijf: een platte schijf die aanduidt om welk uur een auto op een parkeerplaats is gezet. In een zone waar de parkeertijd begrensd is, kan de toezichthouder zien of de auto er dan al te lang staat of niet; s.
parkeersysteem: middel voor het bijhouden van parkeerrechten en parkeergegevens voor parkeerplaatsen waarvoor aan - en afmelden nodig is, waaronder ook wordt begrepen parkeermeters, parkeerautomaten of het digitaal systeem voor de gehandicaptenparkeerkaart; t. parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen vergunninghouderplaatsen; u. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; v. parkeren op eigen terrein: parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken of had kunnen beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, in gebruikgeving of anderszins, alsmede een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of bewonersabonnement in een parkeergarage; w. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van 26 juli 1990, Stb. 459; x.
vergunninggebied: gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een gebied dat wordt begrensd door verkeersbord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met daarboven het woord 'zone' en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid. y. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend; z. vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die I. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of II. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met de opschriftzone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; aa. vergunningenplafond: het door het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 9 lid 1 te bepalen maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen;
bb. wachtlijst: lijst waarop aanvragers van een parkeervergunning komen te staan nadat de vergunningaanvraag is afgewezen vanwege het bereiken van het parkeervergunningenplafond; AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN Artikel 2. Aanwijzen plaatsen en tijden 1. Het college kan gebieden aanwijzen waar met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. Daarbij kan per gebied of deel daarvan worden aangegeven welke vergunninghouders er kunnen parkeren. 2. Het college kan adressen binnen een vergunninggebied aanwijzen, waarvoor geen parkeervergunning wordt verleend. Artikel 3. Het verlenen van de parkeervergunning 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op vergunninghouderplaatsen; 2. Het college kan nadere regels stellen over parkeervergunningen , waaronder in ieder geval regels over: a. het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per vergunninggebied , per adres of per bedrijf; b. het type motorvoertuig waarvoor men een parkeervergunning kan krijgen; c. het maximaal aantal uren per periode waarvoor een parkeervergunning voor een bezoeker geldt. 2.
Het college kan nadere regels stellen over het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning, de gevallen waarin aan - of afmelden bij het parkeersysteem verplicht is om van een parkeervergunning gebruik te maken en op welke wijze dat aan - en afmelden plaatsvindt. 3. Het college geeft in de parkeervergunning in ieder geval aan: a. voor welke periode de parkeervergunning geldt; b. voor welk gebied of welke parkeerplaats de parkeervergunning geldt; c. op welke naam of op welk kenteken de parkeervergunning staat. Artikel 4. Beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid 1. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen aan verlenen van een parkeervergunning bij het beschikken van parkeergelegenheid op eigen terrein. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag van een parkeervergunning wordt als eigen parkeergelegenheid beschouwd; a. parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken of had kunnen beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins, alsmede een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of bewonersabonnement in een parkeergarage; b. Dit is niet van toepassing als de feitelijke mogelijkheid tot koop of huur ontbreekt doordat betreffende parkeergelegenheid al volledig in eigendom of huur aan anderen is uitgegeven, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van de exploitant van d ie parkeergelegenheid. 3.
Tot de eigen parkeergelegenheid zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden ten minste gerekend parkeermogelijkheden die zich kenmerken door: a. voldoende toegankelijkheid - hiervan is sprake bij een doorgang of toegang van 2,30 m breed of meer;
b. voldoende afmetingen - hiervan is sprake bij een lengte van 5,00 m of meer en een breedte van minimaal: 1,80 m (opstelruimte op een terrein), 2,65 m (binnenmaat van garage voor één auto) of 2,25 m (plaats in garage voor meer dan één auto naast elkaar. 4. De beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid zoals gedefinieerd onder lid 2 van dit artikel wordt in de eerste plaats bepaald door de feitelijke aanwezigheid van parkeermogelijkheden. Tevens is van belang hetgeen daaromtrent in bouwvergunningen is vastgelegd. Zo zal ruimte die volgens verleende bouwvergunningen staat geregistreerd als parkeerruimte of garage tot de eigen parkeergelegenheid worden gerekend. 5. Een vergunninghouder bij wie een wijziging optreedt in de beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid dient hiervan binnen een maand melding te maken door het invullen van een wijzigingsformulier. Artikel 5. Soorten parkeervergunningen 1. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten parkeervergunningen: Parkeervergunning voor bewoners Een parkeervergunning voor personen die woonachtig zijn op een adres in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn; Parkeervergunning voor bezoekers van bewoners Een parkeervergunning voor personen die woonachtig zijn op een adres in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn waarmee bezoek kan parkeren.
Parkeervergunning voor zakelijk gebruik Een parkeervergunning voor personen die een beroep of bedrijf gevestigd hebben in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn; Parkeervergunning voor mantelzorgverleners Een parkeervergunning voor personen die woonachtig zijn op een adres in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn, en die afhankelijk zijn van de niet professionele hulp van derden, ten behoeve van het parkeren van die derden; Parkeervergunning voor hulpverleners en thuiszorg Een parkeervergunning huisartsen, verloskundigen en bepaalde andere zorgverleners die hulpverlenen aan patiënten die woonachtig zijn op een adres in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn; Parkeervergunning voor deelauto’s zonder vaste standplaats Een parkeervergunning voor een bedrijf of organisatie die deelauto’s zonder vaste standplaats ter beschikking stelt in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn. Artikel 6. Een parkeervergunning aanvragen 1. Een aanvraag voor een parkeervergunning wordt ingediend middels een daartoe bestemd, digitaal aanvraagformulier. 2. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een parkeervergunning. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen.
Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 4. Het besluit tot afwijzing van een aanvraag voor een parkeervergunning is met redenen omkleed. De aanvrager wordt van dezer afwijzing schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 7. Gehandicaptenparkeerkaart 1. De gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in artikel 49 en 50 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer worden voor de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een parkeervergunning waarmee in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur geparkeerd mag worden bij vergunninghouderplaatsen.
Artikel 8. Ontheffing ex art 87 RVV 1. Een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens voor zover het betreft de verkeerstekens E1, E2 en E3 wordt voor de toepassing van deze verordening gelijkgesteld met een parkeervergunning e.e.a. onder de voorwaarden die gelden voor deze ontheffing. Artikel 9. Vergunningenplafond en wachtlijst 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen voor gebieden als bedoeld in artikel 2 vast. 2. Indien een parkeervergunning is geweigerd op grond van het feit dat het vergunningenplafond van het betrokken gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn is bereikt (zie artikel 3 lid 5), wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst. 3. De volgorde waarin de aanvrager op de wachtlijst wordt geplaatst is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. 4. De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd indien: a. de aanvrager daarom verzoekt; b. de aanvrager een parkeervergunning is toegekend; c. blijkt dat bij de aanvraag om de parkeervergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid; d. niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden voor de aangevraagde parkeervergunning gesteld bij of krachtens deze verordening. Artikel 10.
Voorschriften voor gebruik en geldigheid 1. Een parkeervergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een motorvoertuig waarvan het kenteken op de parkeervergunning is vermeld. 2. Een parkeervergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren van een motorvoertuig in het gebied dat op de parkeervergunning is vermeld. 3. Een parkeervergunning is uitsluitend geldig op de tijdstippen die op de parkeervergunning is vermeld. 4. Een parkeervergunning wordt altijd uitgegeven op kenteken. 5. Een parkeervergunning is geldig voor ten hoogste één kalenderjaar, tenzij anders staat aangegeven en zolang men aan de gestelde criteria voldoet. Artikel 11. Overige voorschriften 1. Op de parkeervergunning staan de voorwaarden waaraan de vergunninghouder zicht dient te houden. 2. Aan een parkeervergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van: a) het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte; b) het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade en van de gevolgen voor het milieu; c) overige belangen in verband met regulering van het gebruik van parkeerplaatsen. Artikel 12. Doorgeven van wijzigingen 1. Een vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant is voor de geldigheid van een parkeervergunning, onmiddellijk schriftelijk aan het college kenbaar te maken.
Met schriftelijk wordt bedoeld via post, email of internetapplicaties (voor zover dit het mogelijk maakt). 2. Onder wijzigingen wordt in ieder geval bedoeld:
a. wijziging van het kenteken van het voertuig; b. adreswijziging van vergunninghouder; c. wijziging van (bedrijfs)naam; d. wijziging van aantal werknemers; e. aankoop of huren van een parkeerplaats binnen het eigen vergunningengebied. 3. Een aanvrager kan een kenteken op een nog niet verlopen parkeervergunning wijzigen: a. op eigen verzoek van de aanvrager (verzoeken dienen schriftelijk of aan de balie ingediend te worden); b. op vertoon van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager; c. tegen overlegging van het originele parkeervergunningbewijs; d. voor de resterende geldigheidsduur van reeds verstrekte parkeervergunning. Artikel 13. Intrekken, wijzigen of niet verlengen van parkeervergunningen 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een parkeervergunning intrekken, wijzigen of niet verlengen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning (zie artikel 12); d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunning komt te vervallen; e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan; f.
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens niet tot verstrekking van de parkeervergunning zou hebben geleid; h. de vergunningverlening onjuist was; i. om redenen van openbaar belang. Artikel 14. Verstrekken van een duplicaat van de parkeervergunning 1. Een duplicaat van een parkeervergunning kan verstrekt worden: a. bij verlies of diefstal van de parkeervergunning; b. op eigen verzoek van de aanvrager (verzoeken dienen schriftelijk bij burgemeester en wethouders ingediend te worden); c. tegen overlegging van een ondertekende verklaring van verlies en diefstal van de parkeervergunning, zie ‘Verklaring verlies of diefstal parkeervergunning’; d. indien een parkeervergunning is versleten of (ten dele) onleesbaar is geworden of zodanig is beschadigd dat deze niet meer bruikbaar is; e. in het geval van lid 1, sub d van dit artikel kan een duplicaat enkel ten inlevering van de reeds geldige parkeervergunning, mits het registratienummer van de parkeervergunning leesbaar is.
AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN Artikel 15. Verbodsbepalingen 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een deelautoplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder parkeervergunning; b. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en de Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Artikel 16. Verkeerd gebruik 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan op een vergunninghouderplaats; 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
AFDELING IV. STRAFBEPALING Artikel 17. Strafbepaling 1. Overtreding van de regels van deze verordening of nadere regels op basis van deze verordening, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie. AFDELING V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 18. Toezichthouders 2. Met het toezicht op de naleving van de regels, vergunningen en voorschriften die bij of krachtens deze verordening gelden, zijn belast de door het college aangewezen toezichthouders. Artikel 19. Citeertitel 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026. Artikel 20. Inwerktreding 1. Deze verordening treedt in werking op [datum] of een door het college van burgemeester en wethouder bij openbaar besluit bekend te maken datum; Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van [datum] De voorzitter, De griffier,
TOELICHTING ALGEMENE TOELICHTING Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer - en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via parkeerbeleid tracht de gemeente Steenwijkerland de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte te reguleren en overlast te voorkomen. Een instrument dat de gemeente Steenwijkerland reeds enkele jaren gebruikt voor de parkeerregulering is het vergunninghoudersparkeren. In de Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026 wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van parkeervergunn ingen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het zonderparkeervergunning parkeren op een vergunninghouderplaats en het plaatsen van andere voorwerpen op vergunninghouderplaatsen. AUTODELEN Onder autodelen wordt verstaan het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een auto op basis van een overeenkomst tussen meerdere partijen (zie art.1 onder lid g van de Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026 ). Parkeervergunningen voor aanbieders van motorvoertuigen bestemd voor autodelen worden verleend met het oog op de bijdrage die daardoor kan worden geleverd aan het selectief gebruik van de auto.
De voorschriften en beperkingen waaronder de parkeervergunningen worden verleend en de gronden waarop parkeervergunningen worden geweigerd zouden dan ook betrekking moeten hebben op deze bijdrage aan het publiek belang. Om deelautoplaatsen te kunnen reserveren in gebieden zonder parkeerdruk is het noodzakelijk om het motief van de verordening expliciet te verbreden naar de in artikel 2, tweede lid van de Wegenverkeerswet genoemde motieven: het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waarbij onder het laatste ook wordt verstaan het bevorderen van selectief autogebruik. Bij de besluitvorming over het afgeven van een parkeervergunning voor een deelautoplaats kunnen gemeenten de volgende criteria een rol laten spelen: - de beschikbaarheid van de auto voor deelnemers dag en nacht - het ophalen en terugbrengen van de auto is makkelijk en dicht in de buurt - het systeem draagt bij aan een bewust en selectief autogebruik - de afspraken tussen aanbieder en deelnemers zijn van langere duur (dus niet incidenteel) - de (technische) kwaliteit en service bij ongevallen en storingen is goed. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Aanhef In de aanhef van de Verordening Parkeerregulering Steenwijkerland 2026 dienen de artikelen 149 Gemeentewet en 2a Wegenverkeerswet 1994 opgenomen te worden.
Op grond van het eerste artikel mogen autonome verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel behouden gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voor zover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen. AFDELING I DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen Dit artikel spreekt voor zich. AFDELING II PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN Artikel 2. Aanwijzen plaatsen en tijden Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een parkeervergunning op vergunnininghouderplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of krachtens deze verordening te worden geregeld. De aanwijzing van gebieden waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn is in principe alleen mogelijk waar een redelijke mate van parkeerdruk aanwezig is. Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij het college van burgemeester en wethouders neergelegd. Voor het aanwijzen van een deelautoplaats is de aanwezigheid van parkeerdruk niet per se noodzakelijk. Het motief van het aanwijzen van zo’n autodeelplaats is veel meer gelegen in het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid WVW 1994). Autodelen levert een bijdrage aan een selectiever autogebruik en daarmee aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van de geluidsoverlast door het verkeer. Het reserveren van een autodeelplaats in een gebied zonder parkeerdruk is nodig om autodelen als werkbaar alternatief voor de eigen auto te kunnen aanbieden.
Voorkomen moet worden dat de gebruiker van een deelauto eerst de gehele buurt moet gaan afzoeken naar de plek waar de deelauto door de vorige gebruiker is geparkeerd. Het welslagen van autodeelsystemen is in grote mate afhankelijk van de mate waarin de aanbieder een dienst kan aanbieden die hetzelfde gebruikersgemak kent als 'de (eigen) auto voor de deur'. Artikel 3. Het verlenen van de parkeervergunning Het college van burgemeester en wethouders kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor vergunninghouders. Het college van burgemeester en wethouders kan tevens nadere regels stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de parkeervergunning. Hierbij kan worden gedacht aan het stellen van indieningvereisten voor het aanvragen van een parkeervergunning. Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied te veel parkeervergunningen worden uitgegeven, kan bij de invoering van vergunninghouder parkeren het maximumaantal uit te geven parkeervergunningen bepaald worden door het college van burgemeester en wethouders. Artikel 4. Beschikbaarheid van eigen parkeergelegenheid Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 5. Soorten parkeervergunningen Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 6. Een parkeervergunning aanvragen Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de aanvraag middels een daartoe ontworpen formulier geschiedt.
Op het formulier kunnen de meest relevante gegevens worden ingevuld. Vaak zijn extra documenten vereist, zoals onder andere het rijbewijs, een leasecontract en een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel om te bepalen of een onderneming gevestigd is in een gebied met parkeermaatregelen. Op die manier kan onder andere aangetoond worden dat de werkzaamheden in het betreffende gebied plaats vinden.
De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een beslissing wordt genomen opeen aanvraag voor een parkeervergunning. Om op dit punt voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijnde termijnen in de verordening zelf opgenomen. In de verordening is een beslistermijn van vier weken opgenomen, die eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd. Normaal gesproken moet een parkeervergunning binnen vier weken kunnen worden verstrekt. Mocht dit in een enkel geval onverhoopt niet lukken, dan kan deze termijn worden verlengd met vier weken. Indien een aanvraag wordt afgewezen, wordt de aanvrager schriftelijk en met onderbouwing hiervan op de hoogte gebracht. Artikel 7. Gehandicaptenparkeerkaart Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 8. Ontheffing ex art 87 RVV Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 9. Vergunningenplafond en wachtlijst Het college van burgemeester en wethouders bepaalt op basis van het beschikbaar aantal openbare parkeerplaatsen in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn hoeveel parkeervergunningen kunnen worden uitgegeven. Als het maximumaantal uit te geven parkeervergunningen is bereikt, kan een aanvraag om een parkeervergunning worden geweigerd en wordt de aanvrager op een wachtlijst geplaatst.
Wanneer de aanvrager aan de beurt is voor een nieuwe parkeervergunning, wordt hij of zij uitgenodigd om opnieuw een aanvraag in te dienen en zal er opnieuw een besluit worden genomen. Artikel 10. Voorschriften voor gebruik en geldigheid Indien nodig kunnen aan een parkeervergunning voorschriften worden verbonden. Daarbij valt te denken aan een parkeervergunning die slechts geldt voor een specifiek gebied of voor bepaalde tijden. In de literatuur en de jurisprudentie wordt algemeen het standpunt gehuldigd dat aan een parkeervergunning of ontheffing voorschriften mogen worden verbonden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de parkeervergunning of ontheffing is vereist. Alleen wanneer de wettelijke regeling zich daartegen verzet, bijvoorbeeld in het geval van een gebonden beschikking, zijn dergelijke voorschriften niet geoorloofd. De geldigheidsduur van een jaar geldt niet voor de dagvergunning. Op de parkeervergunning staan de voorwaarden vermeld waaronder de parkeervergunning geldt. Artikel 11. Overige voorschriften Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 12. Doorgeven van wijzigingen Een verandering van de situatie of omstandigheden van een vergunninghouder of aanvrager van een parkeervergunning kan invloed hebben op het behoudt van of het recht op toekenning van een parkeervergunning.
In dit artikel is beschreven welke wijzigingen een vergunninghouder of aanvrager van een parkeervergunning in dergelijke gevallen moet doorgeven. Artikel 13. Intrekken, wijzigen of niet verlengen van parkeervergunningen
In bepaalde gevallen kan tot intrekking of wijziging van een parkeervergunning worden overgegaan. Vrijwel altijd zal de vergunninghouder eerst een voornemen tot intrekking of wijziging worden toegezonden en zal hij inde gelegenheid worden gesteld hierop zijn zienswijze te geven (e.e.a. conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht). Artikel 14. Verstrekken van een duplicaat van de parkeervergunning Dit artikel spreekt voor zich. AFDELING III VERBODSBEPALINGEN Artikel 15. Verbodsbepalingen Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 16. Verkeerd gebruik Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen, op vergunninghouderplaatsen. Het plaatsen van dergelijke voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Van het tweede lid kan een ontheffing worden verleend. AFDELING IV STRAFBEPALING Artikel 17. Strafbepaling Overtreding van de landelijke verboden is al strafbaar. Om de gemeentelijke verboden van de artikelen in deze Verordening ook strafrechtelijk te kunnen handhaven, stelt dit artikel overtreding van ook die verboden strafbaar. AFDELING V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 18. Toezicht en opsporing Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 19. Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 20. Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich.