Beantwoording technische vragen ppn vragenuurtje 14 juni 2017.doc
Tekst van het document
1 Beantwoording van de technische vragen over de Perspectiefnota 2018-2021 Samenstelling bevolking gemeente Steenwijkerland Pagina 9 (par. 2.2.): Onder bedreigen staat vermeld: ‘De bevolking in ons gebied vergrijst, jongeren trekken weg’. Wordt dit gestaafd met cijfers? Bij het opstellen van de PPN 2018-2021 is geconstateerd dat de in de vorige PPN opgenomen bedreiging nog steeds actueel is. De landelijke trend van vergrijzing is ook in Steenwijkerland zichtbaar. Op basis van cijfers van burgerzaken blijkt dat het aantal ouderen in de leeftijd vanaf 70 jaar de afgelopen 10 jaar met 28% is toegenomen tot circa 6.400 inwoners (stand 01-01-2017). In dezelfde periode was sprake van een bevolkingsgroei van ongeveer 1% tot 43.448 inwoners. In het woningmarkt- en woonbehoefte onderzoek van febr. 2016 dat mede in opdracht van de gemeente Steenwijkerland is uitgevoerd, is zowel teruggekeken als vooruitgeblikt. Uit het onderzoek blijkt dat bij met name jongeren sprake is van een permanent vertrekoverschot. Meestal vertrekken deze jongeren uit de gemeente vanwege werk of studie elders. Het is een groep die (in deze levensfase) niet of nauwelijks met passend woningaanbod alsnog binnen de gemeente Steenwijkerland gehouden kan worden.
In datzelfde onderzoek is een bevolkingsprognose gegeven voor de periode tot 2040: Bevolkingsprognose gemeente Steenwijkerland, ontwikkeling naar leeftijd (2015-2040) 2015 2020 2025 2030 2035 2040 2015-2040 2015-2040 <20 jaar 9.915 9.315 8.795 8.720 8.765 8.710 -1.205 -12% 20-34 jaar 6.510 6.685 6.680 6.345 6.020 5.715 -795 -12% 35-54 jaar 11.825 10.865 10.035 9.540 9.685 9.850 -1.975 -17% 55-74 jaar 11.100 12.055 12.515 12.640 11.930 10.960 -140 -1% >75 jaar 3.865 4.400 5.345 5.990 6.715 7.460 +3.595 +93% Totaal 43.125 43.320 43.370 43.235 43.115 42.695 -520 -1% Bron: Woningmarkt- en woonbehoefteonderzoek, febr. 2016 (p. 16) Hetzelfde beeld, maar dan grafisch:
2 Conclusies: De bevolkingsafname manifesteert zich vooral in de leeftijdscategorie 35-54 jaar. Deze groep neemt in de komende 25 jaar af met 17% ten opzichte van 2015 ( -1.975 personen). Ook de categorieën allerjongsten (groep < 20 jaar) en jongeren (20-34 jaar) nemen met 12% fors af. Met name de groep 75-plussers zal sterk groeien (+3.595 personen). Zwembaden toevoegen aan Voorziening Maatschappelijk Vastgoed Pagina 19: Maatregel 6 in het bestedingsplan (Zwembaden toevoegen aan de Voorziening Maatschappelijk Vastgoed). Hoe verhoudt de € 270.000 structureel zich tot de € 600.000 die structureel nodig zou zijn? Wat was al verwerkt in het financieel beeld? De benodigde bedragen voor de zwembaden vallen uiteen in installaties (waarop wordt afgeschreven) en onderhoudslasten (waarop niet wordt afgeschreven). De komende 10 jaar bedragen de investeringen in installaties circa € 2.000.000. De onderhoudsuitgaven bedragen de komende 10 jaar circa € 3.700.000. In totaal dus € 5.700.000 , gedeeld door 10 jaar = circa € 570.000 per jaar. De investeringen in installaties worden vertaald in kapitaallasten (gerekend met afschrijvingstermijn van 15 jaar) welke ten laste komen van het begrotingssaldo. De jaarlijkse kapitaallasten worden dus over een langere periode ‘uitgesmeerd’.
De jaarlijkse onderhoudslasten komen in zijn geheel ten laste van het saldo van het desbetreffende begrotingsjaar. Voor wat betreft het benodigde jaarlijkse extra budget in de voorziening is allereerst gekeken naar de bestaande budgetten voor zwembaden. Het bestaande budget bedraagt jaarlijks circa € 90.000. Daarnaast is in 2017 eenmalig een bedrag van € 300.000 beschikbaar. Beide budgetten worden overgeheveld naar de bestaande voorziening maatschappelijk vastgoed. Deze voorziening is bedoeld voor circa 125 gemeentelijke gebouwen waar nu ook de zwembaden aan worden toegevoegd. Voor voorzieningen geldt dat deze in geen enkel jaar negatief mogen staan. Vervolgens is gekeken binnen de gehele voorziening maatschappelijk vastgoed welk jaarlijks budget noodzakelijk is om dit tot stand te brengen zonder dat de voorziening ‘in het rood’ komt. Voor de periode 2018 t/m 2021 is sprake van financiële ruimte op de voorziening. Hierdoor komt het jaarlijks benodigd budget lager uit dan het geval zou zijn als gekozen was voor het oprichten van een nieuwe voorziening. Het jaarlijkse aanvullend budget voor de periode 2018 t/m 2021 om de voorziening op peil te houden, is becijferd op € 270.000.