8.1 VRIJ - Jaarstukken 2024 - Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
JAARSTUKKEN 2024 Jaarverslag en jaarrekening 2024 - definitief 24 Documentgegevens Documentnaam Jaarstukken 2024 Versie 1.0 Datum 11-03-2025 Auteur Danielle Homans, Martijn den Uijl Corsanummer 2 Inhoudsopgave Inleiding ................................ ................................ ................................ ............................... 4 Opbouw document ................................ ................................ ................................ ...... 4 Procedure ................................ ................................ ................................ ................... 4 DEEL A: JAARVERSLAG ................................ ................................ ................................ .... 5 1. Programmaverantwoording ................................ ................................ ......................... 5 1.1 Indeling................................ ................................ ................................ .............. 5 1.2 Voorkomen ................................ ................................ ................................ ........ 6 1.3 Bestrijden en Beheersen ................................ ................................ ................... 8 1.4 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ................................ ................ 17 1.5 Overhead ................................
................................ ................................ ........ 18 1.6 Nieuwe ambities ................................ ................................ .............................. 19 2. Verplichte hoofdstukken Besluit begroting en verantwoording .............................. 23 2.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ ........... 23 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................ ...................... 23 2.3 Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ . 27 2.4 Financiering ................................ ................................ ................................ ..... 34 2.5 Verbonden partijen ................................ ................................ .......................... 37 2.6 Onderhoud kapitaalgoederen ................................ ................................ .......... 41 3. Sociaal jaarverslag ................................ ................................ ................................ ......42 3.1 Personele cijfers 2024 ................................ ................................ ..................... 42 3.2 Arbeidsomstandigheden ................................ ................................ ..................
46 Bijlage 1: gegevens per gemeente ................................ ................................ ....................49 Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden ................................ ..........................55 DEEL B: JAARREKENING ................................ ................................ ................................ .56 Staat van baten en lasten ................................ ................................ ......................... 56 Toelichting op de staat baten en lasten ................................ ................................ .... 57 Balans ................................ ................................ ................................ ...................... 64 Toelichting op de balans ................................ ................................ ........................... 65 Rechtmatigheidsverantwoording ................................ ................................ ............... 80 3 Bijlagen wettelijk behorend tot de jaarrekening ................................ ............................... 83 Bijlage 1: Single Information Single Audit (SISA) ................................ ...................... 83 Bijlage 2: Overzicht taakvelden ................................ ................................ ................. 84 Bijlagen niet behorende tot de accountantscontrole ................................
.......................85 Bijlage 1: Langlopende leningen ................................ ................................ ............... 85 Bijlage 2: Gemeentelijke bijdrage ................................ ................................ .............. 86 Bijlage controleverklaring bij de jaarrekening ................................ ................................ .87 4 Inleiding Elf gemeenten hebben hun taken op het gebied van brandweer en risico- en crisisbeheersing, via een gemeenschappelijke regeling, ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland bestrijdt incidenten waar het moet, maar beperkt nog liever risico’s waar het kan. Daartoe staat zij zeven dagen per week 24 uur per dag klaar met kennis, mensen en middelen. Opbouw document In deze jaarstukken legt Veiligheidsregio IJsselland verantwoording af over de uitvoering van de begroting 2024. De jaarstukken bestaan uit de volgende onderdelen: − deel A: Jaarverslag (inclusief bijlagen) − deel B: Jaarrekening (inclusief bijlagen) In het jaarverslag wordt aangegeven hoe de behaalde resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. Het jaarverslag is verdeeld in de volgende hoofdstukken: − Programmaverantwoording − Verplichte hoofdstukken op grond van het Besluit begroting en verantwoording − Sociaal jaarverslag Deel B betreft de jaarrekening.
Hierin zijn het overzicht van baten en lasten en de balans opgenomen. Procedure Conform artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur vóór 15 april de voorlopige jaarstukken aan de raden van de deelnemende gemeenten. In feite krijgen de gemeenteraden de jaarstukken ter informatie toegestuurd. Het jaar is tenslotte al ten einde en aan de uitvoering en uitgaven in dat jaar is niets meer te veranderen. De gemeenten kunnen hun burgemeesters wel punten meegeven voor de bespreking in de vergadering van het algemeen bestuur op 9 juli 2025. Waar de gemeenteraden wel expliciet wat van kunnen vinden, is de bestemming van het financieel resultaat. Conform artikel 34 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur de jaarstukken binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten. 5 DEEL A: JAARVERSLAG 1. Programmaverantwoording 1.1 Indeling De inrichting van dit jaarverslag dient, conform de financiële verordening van Veiligheidsregio IJsselland, aan te sluiten op de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportage moet onder andere ingaan op afwijkingen in de geleverde prestaties. In dit hoofdstuk gaan we hierop in. In de begroting is onderscheid gemaakt tussen de wettelijke taken en de aanvullende ambities.
De wettelijke taken zijn verdeeld in ‘voorkomen’ en ‘bestrijden’. In dit jaarverslag is dezelfde indeling gehanteerd. In de begroting staat bij elk onderdeel: − Wat willen we bereiken? − Wat gaan we daarvoor doen? − De van belang zijnde prestatie-indicatoren. − Wat gaat dat kosten? In dit jaarverslag is per onderdeel de tekst opgenomen van het tweede aandachtspunt ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. De koptekst is veranderd in ‘Wat doen we?’. In een tabel onder ieder onderdeel staat per prestatie-indicator de stand van zaken van de uitvoering van de begroting na afloop van het jaar. De stand van zaken is op de volgende manier aangegeven: Er is voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is uitgevoerd. Er is deels voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is deels uitgevoerd. Er is niet voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is niet uitgevoerd. De twee programma’s ‘Veilig Leven’ en ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ zijn bij respectievelijk ‘Wettelijke taken – Voorkomen’ en ‘Wettelijke taken - bestrijden’ ondergebracht. In de bijlage zijn prestatiegegevens per gemeente opgenomen in de vorm van tabellen of staafdiagrammen. Voor ‘Wat heeft het gekost?’ verwijzen wij naar deel B De jaarrekening. In het overzicht baten en lasten wordt de realisatie en eventuele afwijkingen per programma toegelicht.
6 1.2 Voorkomen Wat gaan we doen? We zorgen voor een overzicht van risico’s in een actueel, door het bestuur vastgesteld, regionaal risicoprofiel. We zijn alert op nieuwe risico’s en bepalen van deze en de al bekende risico’s welke rol voor ons is weggelegd. Hierbij is een goede informatievoorziening noodzakelijk. Deze gaan we verder ontwikkelen. We investeren in netwerken om partners en inwoners bewust te maken van risico’s zodat zij, indien mogelijk, risico’s kunnen beperken. Wij adviseren provincie en gemeenten onder andere over evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen (milieu, bouwen en gebruik). We houden toezicht op risicovolle bedrijven en hebben bij deze bedrijven de mogelijkheid om een bedrijfsbrandweer aan te wijzen. We leveren een actieve bijdrage aan de integrale uitvoering van de Omgevingswet, bijvoorbeeld door deelname aan de Omgevingstafel. Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. Het regionaal risicoprofiel dat we elke vier jaar opstellen is volledig, actueel en door het bestuur vastgesteld. We sluiten aan bij het landelijk format om ook bovenregionaal toe te werken naar een landelijk risicoprofiel. Het regionaal risicoprofiel is als onderdeel van de Strategische Beleidsagenda geactualiseerd. Dit heeft geen nieuwe risico’s of thema’s opgeleverd.
Landelijk is een nieuw format opgesteld waarin er sprake is van drie levels: 4-jaarlijks, jaarlijks en continue proces van risicomanagement. Veiligheidsregio IJsselland heeft op basis van dit kader een proces opgesteld om meer in gezamenlijkheid en meer bewust te besluiten over op te pakken risico’s. 2. Er vindt permanente risicomonitoring plaats in de veiligheidsketen. Nieuwe en actuele risico’s worden geduid met partners. Zo nodig worden acties ingezet. De methodiek om te komen tot deze kortcyclische risicomonitoring wordt verder doorontwikkeld. Elke twee weken, of indien nodig vaker, is er overleg over actuele risico’s. Op basis van dit overleg en het opgestelde veiligheidsbeeld worden acties uitgezet in de veiligheidsregio en/ of bij de operationele diensten. Het gezamenlijk voorwaarts denken en handelen met partners is samen met de ontwikkeling van een veiligheidsinformatieknooppunt
7 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden (VIK) één van de vijf deelprojecten van het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’. Permanente risicomonitoring is hier een onderdeel van. Deze deelprojecten worden geïmplementeerd en verder ontwikkeld. 3. Voor alle risico’s wordt bekeken welke consequenties er zijn voor de crisisorganisatie, brandweer, interne organisatie en betrokken netwerken. Op basis hiervan worden, indien noodzakelijk, benodigde acties ingezet. Er zijn drie risico’s voor 2024 geprioriteerd (klimaatverandering, vitale voorzieningen en risicovolle bedrijven). Deze zijn en worden opgepakt door themahouders en in afstemming met partners worden acties ingezet. 4. Alle aanvragen van provincie en gemeenten voor een advies van de veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire analyse van de voorliggende vraag. Alle ingediende aanvragen zijn beoordeeld en indien nodig multidisciplinair opgepakt. 5. In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. 6.
Er wordt jaarlijks toezicht gehouden bij de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Seveso- inrichtingen), dit samen met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. In samenwerking met de veiligheidsregio’s in Oost- Nederland wordt aan deze inspecties vormgegeven.
8 Programma Veilig Leven; iedereen aan zet! In het programma Veilig Leven werkt Veiligheidsregio IJsselland aan een integrale aanpak om de zelfredzaamheid van haar inwoners te bevorderen. Dit doen we deels zelf en deels in samenwerking met andere organisaties. De belangrijkste doelgroepen zijn vooralsnog zelfstandig wonende ouderen en jeugd. Op dit moment zien we veel ontwikkelingen op het gebied van een weerbare en veerkrachtige samenleving. Dit hangt nauw samen met actuele maatschappelijke kwesties, zoals de toegenomen militaire dreiging. Dit vraagt om zowel op landelijk als regionaal niveau na te denken over het versterken van netwerk-samenwerkingen en het vergroten van zelfredzaamheid in de samenleving. Veiligheidsregio IJsselland is goed aangesloten op landelijke initiatieven vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg. Regionaal betekent dit dat we, in lijn met de huidige activiteiten binnen het deelprogramma Veilig Leven en de lopende acties in de gemeenten op dit thema, werken aan een geïntegreerde aanpak die aansluit bij de landelijke ontwikkelingen. Veilig leven is een thema binnen de bredere context van weerbaarheid. Deze koppeling is een bewuste keuze die aansluit op de groeiende landelijke urgentie rondom het versterken van de veerkracht en weerbaarheid binnen onze samenleving.
Het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid is van essentieel belang. Dit stelt eisen aan voorlichting en communicatie door de overheid, samenwerking met burgers en bedrijven, met anderen overheden en maatschappelijke partners. Het streven is een samenleving die beter voorbereid is op verstoringen, waarbij hulpdiensten niet altijd meer beschikbaar kunnen zijn. In 2024 is er een roadshow opgezet en wordt er gewerkt aan beeldvorming in de keten. In medio 2025 volgt een opdrachtformulering in het algemeen bestuur. 1.3 Bestrijden en Beheersen Ondanks inspanningen om risico’s te beperken en de zelfredzaamheid te vergroten, zijn niet alle branden, rampen, crises en andere incidenten te voorkomen. Daarom bestrijden we branden, rampen, crises en andere incidenten waar het moet. Deze paragraaf beschrijft wat de stand van zaken na vier maanden is van de wettelijke taken die wij uitvoeren op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio). Wat gaan we doen? Brandweerzorg We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand.
Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. De drie meldkamers in Oost-Nederland zijn in 2023 samengevoegd. Samen met de andere veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel ontwikkelen we de meldkamer tot een knooppunt van informatie, die ondersteunt bij de bestrijding van branden, andere incidenten en bij de crisisbeheersing. Rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR We bereiden ons voor op de crises die voort kunnen komen uit de risico’s in het regionaal risicoprofiel en permanente risicomonitoring. De noodzakelijke operationele voorbereiding 9 voor deze mogelijke crises wordt met alle teams en organisaties die daarbij van belang zijn, afgestemd. We zijn alert op nieuwe risico’s en bepalen hierbij welke rol er voor ons is weggelegd. We helpen onze partners in de zorgsector bij hun eigen voorbereiding op crisisomstandigheden. Dit doen wij door onderlinge samenwerking en het denken in keteneffecten te stimuleren. Maar ook door hun crisisteams mee te nemen in hetzelfde raamwerk voor crisismanagement dat de veiligheidsregio toepast.
In crisisomstandigheden, of bij dreiging daarvan: • geven GHOR-functionarissen leiding aan de processen waar zij rechtstreeks op sturen: acute gezondheidszorg en publieke gezondheidszorg; • coördineert de GHOR de inzet van aanbieders van gezondheidszorg en vormt zij de verbinding tussen de zorgsector en de multidisciplinaire crisisorganisatie; • faciliteert de GHOR aanbieders van gezondheidszorg om, binnen hun eigen verantwoordelijkheid, keuzes te maken die het effect voor de gehele zorgketen optimaliseren. Wij en onze partnerorganisaties doorleven de consequenties van het regionaal (zorg-) risicoprofiel. Dit is terug te zien in onze advisering, maar ook in de informatiebronnen die wij voor onszelf en onze partners ontsluiten. We houden de rampbestrijdingsplannen, die wettelijke verplicht zijn in onze regio, actueel en beoefenen deze. We volgen de ontwikkelingen in het kader van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio's en de drie grote werken en voeren eventuele wijzigingen door in onze crisisorganisatie. De regionale ontwikkelingen op het gebied van crisisbeheersing worden programmatisch opgepakt.
De veiligheidsregio is verantwoordelijk om blijvend aandacht te hebben voor het selectieproces van piketfunctionarissen, het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma en het faciliteren van de teams met de juiste middelen, planvorming, het continue evalueren van inzetten en oefeningen en het vakbekwaam houden van de crisisfunctionarissen. De crisisorganisatie en de daarbij behorende processen worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vastgesteld crisisplan. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van Bevolkingszorg (inclusief crisiscommunicatie). De processen van Bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. In 2024 is de keuze gemaakt een kwaliteitsslag voor te bereiden. Dat betekent voor de organisatie van Bevolkingszorg in IJsselland een intensievere begeleiding van de functionarissen binnen het team. De aanpassing van de organisatie van Bevolkingszorg en de daarbij behorende processen worden vastgelegd in het Handboek Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie. Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Brandweerzorg
10 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan. In de eerste acht maanden van 2024 is in 97,97% van de uitrukken voldaan aan de normtijden uit het dekkingsplan. In 2,03% van de incidenten wordt de opkomsttijd dus overschreden. De meldingen waarbij de gebiedsgerichte opkomsttijd overschreden zijn, waren categorie II-gebieden: woningen en gebouwen met zelfredzame personen inclusief industrie. De overschrijding van de bandbreedte (tussen de 7 en 13 minuten) zit tussen een paar seconde en maximaal twee minuten. De oorzaak van de overschrijdingen wisselt: verkeershinder, langzame opkomst maar ook bijvoorbeeld het later ter plaatse melden van het voertuig. 2. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd. Het opleiden, trainen en oefenen van de brandweer gaat goed, maar we hebben te maken met een aantal knelpunten. Zo is de uitstroom van brandweermedewerkers hoger dan we gewend zijn. Enerzijds heeft dit te maken met leeftijd; anderzijds met de trend dat mensen zich korter committeren aan de brandweer. Ook voor de komende jaren voorzien we dat we een verhoogd aantal manschappen moeten gaan opleiden. Dat heeft financiële gevolgen. Inmiddels heeft er een structurele verhoging van opleidingsbudget plaats gevonden.
Naast manschappen zullen ook opleidingen als bevelvoerder en chauffeur om dezelfde redenen vaker gegeven moeten gaan worden. De grootste zorg hierbij is om voldoende nieuwe mensen te vinden. Er wordt hard gewerkt om een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in huis te halen. Daarnaast is het kwaliteitsregistratiesysteem met betrekking tot oefenen, het zogenoemde “Veiligheidspaspoort”, vernieuwd. 3. Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en Het onderhoud en de investeringen lopen op schema.
11 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan. 4. De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde. De gezamenlijke meldkamer draait sinds maart 2023. Er zijn nog punten van afstemming en fouten die in het systeem en werkwijzen worden ontdekt. Er is een gezamenlijk overleg op het niveau van Oost-5 om deze samen met de meldkamer op te pakken. 5. Toekomstbestendige brandweerzorg De implementatie van bouwsteen ‘verplichtend karakter’, wat tot gevolg heeft dat vrijwilligers geen kazernerings- of consignatiediensten meer mogen draaien. Het één en ander hangt nog wel af van de landelijke en regionale besluitvorming hierover. Er heeft nog geen landelijke besluitvorming plaatsgevonden over bouwsteen 1. 6. Toekomstbestendige brandweerzorg Het dekkingsplan geeft input voor de in en na 2023 te maken keuzes op het gebied van risicobeheersing/ brandveilig leven en repressieve brandweerzorg. Bij de objecten waar de opkomsttijd wordt overschreden, wordt bekeken welke risicobeheersende maatregelen genomen kunnen worden om risico’s te beperken en welke activiteiten in het kader van brandveilig leven kunnen worden ingezet om de bewustwording te verhogen. 7.
Toekomstbestendige brandweerzorg In 2024 wordt het landelijke kader Uitruk op Maat verder geïmplementeerd. Deze vorm van flexibele uitruk wordt naar behoefte bij de posten geïmplementeerd. Rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR 9. Actuele risico’s zijn afgestemd met bestuur en in samenwerking met partners heeft operationele voorbereiding plaatsgevonden en is per Er vindt operationele voorbereiding plaats op de risico’s die door het bestuur ieder jaar centraal worden gesteld. De ervaring leert dat de veiligheidsregio ook wordt ingezet op nieuwe vormen van risico’s zoals vluchtelingen, COVID-19 en gevolgen van klimaatverandering. Op
12 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden risico duidelijk wat ieders rol is. basis van deze ontwikkeling moet opnieuw worden bepaald wat de rol van de veiligheidsregio en crisisorganisatie is in deze ontwikkeling. Dit wordt opgepakt in het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ dat in het najaar van 2023 is gestart. Er begint meer lijn te ontstaan in de landelijke, Oost-5 en regionale planvorming. De samenwerking op dit vlak is versterkt, waardoor er efficiënter wordt gewerkt. De planvorming is meer uitwisselbaar en ingericht op meer regio- overschrijdende incidenten. Op basis van landelijke planvorming is de operationele voorbereiding in de regio’s geüniformeerd en aangepast. Dit is bijvoorbeeld aan de orde op het gebied van cyber, ruwe aardolie en tekort aan gas. De inhoud van het zorgrisicoprofiel vormde voor de GHOR de basis voor verdere planvorming en voor opleidingen, trainingen en oefeningen met partners in de zorg. Hierbij trok de GHOR o.a. op met het bureau Netwerk Acute Zorg (de organisator van het Regionaal Overleg Acute Zorgketen, ROAZ). 10. De rampbestrijdingsplannen die wettelijk verplicht zijn in onze regio, zijn actueel en worden beoefend. De rampbestrijdingsplannen zijn actueel en maken onderdeel uit van het MOTO- programma. We houden daarbij rekening met de toekomstige ontwikkelingen die bij de Seveso- inrichtingen gaan spelen.
Op 25 september 2024 heeft het algemeen bestuur akkoord gegeven op het uitstellen van het actualiseren van de rampbestrijdingsplannen van drie Seveso-bedrijven. Dit komt doordat er bij deze bedrijven de aankomende tijd aanpassingen worden doorgevoerd, die vragen om een aanpassing van het rampbestrijdingsplan. Door de huidige plannen een jaar langer te laten gelden kunnen deze aanpassingen direct meegenomen worden.
13 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 11. Er is aansluiting met de landelijk door het RCDV benoemde drie grote werken. Eventuele actiepunten worden opgepakt. Vanuit de veiligheidsregio zijn wij betrokken bij de drie grote werken: - Crisisbeheersing en informatievoorziening - Vakbekwaamheid - Goed werkgeverschap Deze onderwerpen worden vanuit de RCDV en de betrokken vakraden opgepakt en uitgewerkt in programmalijnen en verbetervoorstellen. Zo vindt er bijvoorbeeld op het gebied van vakbekwaamheid een doorontwikkeling plaats, waarbij het onderwijsstelsel meer adaptief moet zijn om zo in te kunnen spelen op actuele onderwerpen. 12. Bij (acute en niet-acute) crisissituaties is de crisisorganisatie geactiveerd en operationeel conform het crisisplan. Zie bijlage 1 voor alle GRIP-incidenten en inzetten van het ROT. 13. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorg- functionarissen en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen. Het multidisciplinaire OTO-programma (opleidings- trainings- en oefenprogramma) voor de crisisfunctionarissen is gebaseerd op de gezamenlijke visie op kwaliteit. Uitvoering van dit programma ligt op schema. 14. Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crises en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid.
Leerpunten worden gerapporteerd aan de Veiligheidsdirectie en het bestuur. Alle inzetten zijn geëvalueerd en indien nodig en/of gewenst zijn leerarena’s georganiseerd.
14 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 15. Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHOR- organisatie. De acute-zorgpartners delen voorziene risico’s voor de ketencontinuïteit van zorg met de partijen binnen het Regionaal Overleg Acute Zorgketen, en daarmee met de GHOR. Denk hierbij aan tijdelijke sluiting van onderdelen van de organisatie i.v.m. onderhoud of vanwege personeelstekorten. Er zijn geen incidenten geweest met keteneffecten. Er zijn diverse oefeningen en trainingen geweest met de partners in de zorgsector. 16. Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde. Onze evenementenadviezen worden overgenomen in de vergunningen. De wijze van controle op naleving van de voorwaarden verschilt per gemeente. 17. Bij alle risico’s in het regionaal (zorg-) risicoprofiel hebben wij informatiebronnen ontsloten. Voor de risico’s die specifiek betrekking hebben op de zorg hebben de GHOR’en in Oost-5 verband een project ‘witte informatiebron’ gestart. Dit project is goed aangesloten bij en volgend op de multidisciplinaire ontwikkelingen rond informatiegestuurde veiligheid in Oost-5 en de VIK’s. Voorzien was, dat dit project in 2024 zou worden afgerond. Dit wordt naar verwachting Q1 van 2025.
Bevolkingszorg In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van Bevolkingszorg. In het algemeen bestuur is akkoord gegeven op de landelijke actiepunten verwoord in het project Uniform Kwaliteitsbeleid Bevolkingszorg. Het Veiligheidsberaad heeft opdracht gegeven een landelijk kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie te beschrijven. Hiertoe zijn een stuur- en projectgroep Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg in het leven geroepen. Het beoogd effect is enerzijds het leveren van input voor de nieuwe wetgeving waarin bevolkingszorg en crisiscommunicatie vaste onderdelen moeten zijn. Anderzijds werken aan het verhogen van het kwaliteitsniveau van bevolkingszorg en landelijke samenwerking. Momenteel worden deze punten uitgewerkt in een landelijk implementatieplan. Focuspunten zijn het verbeteren van de samenwerking en uitwisselbaarheid tussen regio’s en het uniformeren van opleidingen en examinering. De richting die nu wordt voorgesteld in het kader van bevolkingszorg en crisiscommunicatie sluiten aan bij de koers die we al hadden ingezet.
15 Regionaal moeten we blijven investeren in werving en selectie. Het lukt om het team voldoende gevuld te houden maar daar is wel meer moeite voor nodig dan enkele jaren geleden. Dit leidt ook tot extra opleidingsinspanningen. In afstemming met de adviseurs crisisbeheersing zijn we gestart met een verdieping op het begrip kwaliteit. Welke verantwoordelijkheid hebben we nu eigenlijk waar neergelegd en hoe kunnen we daar beter op sturen? Dat zijn de belangrijkste vragen die we met elkaar onderzoeken. In de primitieve begroting voor 2024 was een totaalbudget van 352.180 euro opgenomen voor Bevolkingszorg. Gedurende het jaar heeft er een begrotingswijziging plaatsgevonden op basis van de geprognosticeerde uitnutting van de budgetten. Dit heeft geleid tot een verlaging van het budget met 55.055 euro, waardoor de gewijzigde begroting voor 2024 uitkwam op 297.125 euro. De gemeentelijke bijdrage aan Bevolkingszorg bedroeg in 2024 167.089 euro. Uit deze bijdrage werden primair de toelagen voor piket- en wachtdiensten betaald. Het resterende deel van de bijdrage is besteed aan opleidings-, trainings- en oefenkosten voor medewerkers van de afdeling Bevolkingszorg, evenals aan een deel van de kosten voor regie en netwerk. Per saldo heeft Bevolkingszorg in 2024 een positief resultaat behaald van 1.126 euro.
Programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ We bereiden ons voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken. Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder worden tegen datgene wat op ons afkomt, zodat we hier veerkrachtig op kunnen reageren. Dat is een taak van ons allemaal. Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog in de Baltische staten of een overstroomde eerste hulp). Het algemeen bestuur heeft de veiligheidsregio twee opdrachten gegeven: 1. Regisseer het risicogericht werken in het brede veiligheidsnetwerk 2. Organiseer het strategisch crisismanagement Met het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ hebben we invulling gegeven aan deze twee opdrachten. Ons programma bestaat uit drie onderwerpen. • Risico's in beeld: We willen weten wat er op ons afkomt, wat de risico's zijn, wat dat voor ons kan betekenen en welke partijen betrokken zijn.
Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK), wat op dit moment opgericht wordt, is een belangrijke manier om de risico’s in beeld te krijgen. Samenwerking met ketenpartners is hiervoor noodzakelijk. • Risicoreductie: We willen proactief met onze partners de juiste acties bepalen om de risico’s die we in beeld hebben te verminderen. Bijvoorbeeld door de omgeving anders in te richten, meer te handhaven of een publiekscampagne te starten. Primitieve begroting Wijzigingen begroting Gewijzigde begroting Realisatie Saldo N/V Toelagen (piket/wachtdienst) 144.127 -44.102 100.025 99.723 -301 V Opleiden, trainen en oefenen 94.216 -24.000 70.216 72.740 2.524 N Regie en netwerk 0 5.000 5.000 5.080 80 N Doorberekening programma 227.482 0 227.482 227.482 0 - Overige kosten 53.444 8.047 61.491 58.063 -3.428 V Gemeentelijke bijdrage -167.089 0 -167.089 -167.089 0 - Eindtotaal 352.180 -55.055 297.125 295.999 -1.126 V 16 • Voorbereiden incidenten: We willen op basis van benoemde risico’s goed voorbereid zijn op een inzet van de crisisorganisatie en de samenwerking met partners. Dit gaat ook over mensen, middelen, het delen van kennis en het spreken van dezelfde taal. Met een programmateam is ook het afgelopen jaar hard gewerkt om invulling te geven aan deze opdrachten. Dit hebben we niet alleen gedaan.
Er is een kopgroep samengesteld met drie gemeentesecretarissen om hen ook voldoende te betrekken bij de ontwikkelingen. Op ambtelijk niveau vindt afstemming plaats met een multidisciplinaire klankbordgroep en met de adviseurs Crisisbeheersing van de gemeenten in het Regionaal overleg Samenwerking Crisisbeheersing (RSC). Partners zijn betrokken en met hen vindt nadere afstemming plaats. Dit gebeurt bijvoorbeeld op het gebied van het VIK en bij het selecteren van risico’s. Voor het versterken van risico- en crisisbeheersing en zijn door het Rijk extra structurele gelden beschikbaar gesteld. Afgelopen jaren zijn deze gelden besteed aan: • Het verder professionaliseren van risico- en crisisbeheersing; • Het risicogericht werken krijgt steeds meer een basis in de organisatie van de veiligheidsregio en in samenwerking met partners. Bewustwordingstrajecten zijn hiervoor ingezet in de organisatie van de veiligheidsregio als ook in het netwerk. Daarnaast is de formatie uitgebreid om netwerken verder uit te bouwen, de crisisorganisatie te versterken om ook in andersoortige en bovenregionale crises verantwoordelijkheid te kunnen pakken. De veiligheidsregio treedt ook steeds meer op als een trainingspartner om in de keten een zelfde (crisis)taal te ontwikkelen en een gezamenlijke methodiek te kunnen gebruiken in een crisis als het gaat om scenario’s en het voorwaarts denken.
Er zijn crisismanagers opgeleid om in deze trajecten te kunnen ondersteunen, om als technisch voorzitter en adviseur te kunnen optreden. Alles vanuit een basisgedachte dat samenwerken een must is om van meerwaarde te kunnen zijn in het huidige crisislandschap. • Er is een informatieknooppunt gebouwd om het risicogerichte en informatiegestuurde werken in de veiligheidsregio en de keten te ondersteunen. Het knooppunt wordt ondersteund door twee medewerkers. Vanuit het netwerk zijn procedures ontwikkeld om informatie goed te kunnen verzamelen, te kunnen signaleren en te duiden en op basis daarvan handelingsperspectief te kunnen formuleren. De basis staat, deze wordt de komende tijd verder uitgebouwd binnen de organisatie van de veiligheidsregio en de keten. Het knooppunt is daarnaast in verbinding met KCR2 (LOCC en NCTV) om ook bovenregionaal te bouwen aan informatiegestuurd werken. • Dit stelt veiligheidsregio's in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. Een groot deel van de acties zijn afgerond of zitten in een afrondende fase. Borging van de processen en het verder uitbouwen van het gedachtegoed zijn punten die verder worden opgepakt.
17 1.4 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Met het bestuur zijn afspraken gemaakt over het beleid ten aanzien van de algemene dekkingsmiddelen. De beleidsuitgangspunten zijn vastgesteld in de volgende door het bestuur vastgestelde documenten: • Financiële verordening 2024 • Kadernota 2024 • Programmabegroting 2024 De algemene dekkingsmiddelen dienen, naast de overige opbrengsten, als dekkingsmiddel voor het programma Veiligheid en Overhead. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: • Gemeentelijke bijdrage • Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage vormt een essentieel onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen van de veiligheidsregio. Alle deelnemende gemeenten leveren een financiële bijdrage om de uitvoering van taken op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg mogelijk te maken. Voor het verslagjaar 2024 bedroeg de totale gemeentelijke bijdrage 40.923.590 euro. Dit bedrag is gebaseerd op een verdeelsleutel die rekening houdt met het inwonersaantal per gemeente. Met deze bijdrage wordt onder andere de financiering van operationele kosten, preventieve maatregelen en de inzet van personeel gewaarborgd.
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is een structurele rijksbijdrage die de veiligheidsregio ontvangt ter ondersteuning van de wettelijke taken op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Deze uitkering is bedoeld om te investeren in de paraatheid en slagvaardigheid van de crisisorganisatie, waaronder opleiden, trainen en oefenen (OTO), informatiemanagement en samenwerking binnen de crisisbeheersingsstructuur. Voor het verslagjaar 2024 ontving de veiligheidsregio een BDuR-bijdrage van 8.313.591 euro. Van de totale bijdrage is 1.597.568 euro gealloceerd voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. Dit betreft specifiek toegewezen middelen die uitsluitend voor dit doel mogen worden ingezet en geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Het resterende deel van de ontvangen bijdrage van 6.716.023 euro is in 2024 aangewend voor de uitvoering van de wettelijke taken en het financieren van de ondersteunende diensten en bedrijfsvoering. Een specificatie van de algemene dekkingsmiddelen wordt in onderstaand overzicht weergegeven. Algemene dekkingsmiddelen Begroting voor wijziging 2024 Begroting na wijziging 2024 Realisatie 2024 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging N/V Gemeentelijke bijdrage -40.957.009 -40.923.590 -40.523.590 0 - BDuR -7.456.565 -8.313.590 -8.313.590 0 - Totale baten -48.413.574 -49.237.180 -48.837.180 0 - 18 De gemeentelijke bijdrage is in 2024 met 33.419 euro gedaald ten opzichte van de gewijzigde primaire begroting. Deze daling is het gevolg van het beëindigen van een maatwerkafspraak met de gemeente Olst-Wijhe over de bekostiging van de inzet van een medewerker. Vanaf 2024 worden deze kosten niet langer via een specifieke gemeentelijke bijdrage gefinancierd, maar gedekt vanuit de eigen begroting van de veiligheidsregio. De BDuR-bijdrage vanuit het ministerie is in de gewijzigde begroting 857.025 euro hoger uitgevallen dan in de primaire begroting. Dit verschil is ontstaan doordat de primaire begroting gebaseerd was op de decembercirculaire 2022, waarin een bedrag van 7.456.565 euro was opgenomen. Door de extra middelen voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening is dit bedrag met €481.401 toegenomen. Daarnaast heeft de veiligheidsregio in 2024 een aanvullende bijdrage ontvangen voor loon- en prijsindexaties over 2023 ter hoogte van 375.624 euro. 1.5 Overhead De kosten van overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
In het programma Veiligheid worden de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Uitgangspunt voor de definitie van overhead is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten, die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden verantwoord. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord in het overzicht overhead. De kosten van overhead worden in onderstaand overzicht weergegeven. Onder de tabel worden afwijkingen hoger dan 20.000 euro per onderdeel besproken. Overhead Begroting voor wijziging 2024 Begroting na wijziging 2024 Realisatie 2024 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging N/V Financiën 116.537 126.860 175.441 48.581 N HRM 830.763 969.196 818.769 -150.427 V ICT 553.047 436.023 396.213 -39.810 V Facilitaire Zaken 425.922 384.615 397.811 13.196 N Bedrijfsvoering 3.790.742 3.979.234 4.011.815 32.581 N Treasury 0 -211.000 -328.986 -117.986 V Directie 585.441 592.456 564.151 -28.305 V Bestuur en Organisatie 269.165 421.068 420.865 -203 V Communicatie 615.524 609.687 600.980 -8.707 V Informatievoorziening 1.273.153 931.574 931.348 -226 V Managers 796.956 836.108 829.715 -6.393 V Ondersteuners 481.538 377.881 387.155 9.274 N 19 Project Implementatie MS365 0 490.000 197.816 -292.184 V Saldo Overhead 9.738.788 9.943.702 9.403.093 -540.609 V Financiën De kosten van de afdeling Financiën zijn in 2024 48.500 euro hoger uitgevallen dan in de gewijzigde begroting. Dit wordt veroorzaakt doordat zowel de accountantskosten voor 2023 als die voor 2024 in het boekjaar 2024 zijn opgenomen. HRM Het saldo van de afdeling HRM toont een overschot van 150.000 euro. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door lagere doorbelasting van opleidingskosten voor medewerkers van de veiligheidsregio die 140.000 euro lager uitvallen dan begroot. ICT De afdeling ICT heeft over 2024 een positief resultaat van 40.000 euro behaald.
Dit is het gevolg van lagere kosten voor ICT-verbindingen en abonnementen die zijn afgeschaald in voorbereiding op de overgang naar MS365. Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering heeft over het boekjaar 2024 een tekort van 32.500 euro. Dit tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor de inhuur van derden ter vervanging van langdurig zieke medewerkers en voor het tijdelijk invullen van vacante formatieruimte. Treasury Het positieve saldo voor Treasury van 118.000 euro wordt veroorzaakt door hogere rentebaten op het uitstaande saldo op de rekening-courant bij de BNG Bank en het uitstaand saldo bij de Nederlandse schatkist. Directie De kosten voor de afdeling Directie zijn 28.500 euro lager dan begroot. Dit positieve saldo wordt veroorzaakt doordat de begrote middelen voor de opleidingen van de directiemedewerkers niet volledig zijn besteed. Project Implementatie MS365 Voor de implementatie van MS365 was volgens de projectbegroting voor het boekjaar 2024 een bedrag van €490.000 nodig. Aangezien niet alle geplande opdrachten in het huidige jaar konden worden uitgevoerd en zijn uitgesteld naar volgend jaar, zijn de gerealiseerde kosten voor het project uitgekomen op €197.816. Dit heeft geresulteerd in een positief saldo van €292.000.
1.6 Nieuwe ambities Wat gaan we doen? Naast de ambities die we hebben voor ‘voorkomen’ en ‘bestrijden’, gaan we in 2024 ook aan de slag met: • Wij geven uitvoering aan de maatregelen die geselecteerd zijn om de CO2-uitstoot van de veiligheidsregio te verminderen. Op die manier blijven wij tevens gecertificeerd op niveau 3 van de CO2-prestatieladder. In 2024 willen we doorgroeien naar niveau 4. Naast de prestatieladder worden ook andere initiatieven ontplooid in het kader van duurzaamheid, bijvoorbeeld bij het onderdeel brandweer. • Informatievoorziening (inclusief voldoen aan Woo) & Informatieveiligheid (inclusief BIO), als vervolg op de acties die in 2023 worden ingezet. • Invoering gewijzigde gemeenschappelijke regeling. 20 • Herijking huisvestingsbeleid. • Het versterken van onze positie op de arbeidsmarkt. Stand van zaken na afloop van het jaar CO2-prestatieladder Veiligheidsregio IJsselland is in 2022 en 2023, als eerste veiligheidsregio, gecertificeerd op niveau 3 (van 5) van de CO2-prestatieladder. Het daarbij geformuleerde doel was het bereiken van 50% CO2-reductie in 2025 ten opzichte van 2019 (pré-coronajaar). De maatregelen, waarvoor gekozen is om het doel te bereiken, worden momenteel uitgevoerd. Zo zijn we overgegaan op de afname van groene stroom en worden de vaste brandstoftanks gevuld met biodiesel.
Door uitvoering van deze en een aantal andere maatregelen hebben we tot en met het jaar 2023 al een reductie van 45% CO2 bereikt! Andere regio’s kijken over onze schouder mee en een groot aantal veiligheidsregio’s zijn inmiddels ook bezig met de CO2-prestatieladder en de overgang naar biodiesel. In dit jaar 2024 is het ons zelfs gelukt om, wederom als eerste veiligheidsregio, een trede te stijgen naar certificering op niveau 4. Daartoe richten we ons niet meer alleen op onze eigen organisatie, maar hebben we een plan opgesteld om CO2-reductie te bereiken in twee voor ons belangrijke ketens. De ketens die hiertoe geselecteerd zijn, zijn de inkoop van materieel en het realistisch oefenen op externe oefencentra. Daarnaast richten we ons ook op het algemene onderwerp ‘duurzaamheid’. We doen dat door acties uit te voeren die de medewerkers zelf aandragen en waar zij hun schouders onder willen zetten. Informatievoorziening en informatieveiligheid Sinds januari 2024 is informatievoorziening voor het eerst zelfstandig team binnen de Veiligheidsregio IJsselland. De taakvelden privacy, informatiebeveiliging, data en documentaire informatievoorziening zijn hier gebundeld. Afgelopen jaar heeft dan ook veel in het teken gestaan van teamontwikkeling. Waar staan we voor, op welke manier dragen we bij aan de opgaven van onze organisatie en wat is daarvoor nodig.
Hiervoor hebben we onze ambitie en missie met elkaar vastgelegd en zijn we aan de slag gegaan met ontwikkelstappen voor processen en planvorming.
21 We hebben gemerkt dat, naarmate het jaar vorderde, collega’s ons beter wisten te vinden en we daardoor eerder aangesloten werden bij IV gerelateerde vraagstukken om te adviseren. Het tijdig adviseren leidt onder andere tot betere bewustwording op privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast draagt het bij aan de stappen richting BIO compliance. Op privacy gebied is het privacy beleid en het camerabeleid vastgesteld. Dit beleidskader ligt in lijn met het vastgestelde informatieveiligheidsbeleid. Vanuit deze kaders wordt nu verdere invulling gegeven aan processen, procedures en werkafspraken. Er zijn voorbereidingen getroffen voor de migratie in mei 2025 naar onze nieuwe werkomgeving Microsoft365. Kaders voor informatieveiligheid zijn vastgesteld en DPIA’s worden uitgevoerd. De landelijke ontwikkeling KCR2, de Oost-5 ontwikkeling Informatie Gestuurde Veiligheid en het regionale VIK (veiligheidsinformatieknooppunt) krijgen steeds meer gestalte. De behoefte aan expertise op het gebied van informatievoorziening vanuit de organisatie (naast Oost-5 en landelijke ontwikkelingen) is groot en we kunnen de vragen niet allemaal tegelijk aan. We hebben ons team inmiddels uitgebreid door vaste ingevulde formatie op de functie adviseur informatievoorziening.
Gemeenschappelijke regeling Het algemeen bestuur nam op 27 maart 2024 kennis van de resultaten van de zienswijzeronde van de colleges van B&W langs de deelnemende gemeenteraden over de concept-wijziging van de GR VRIJ. Het bestuur nam een besluit over de zienswijze van de gemeenteraad van Kampen. De wijzigingen in de GR VRIJ zijn op 28 maart ter vaststelling voorgelegd aan de Colleges, die daarvoor goedkeuring moeten vragen aan hun gemeenteraad. In de vergadering van 10 juli 2024 is een unanieme meerderheid geconstateerd voor het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling VRIJ. Vervolgens is de gemeenschappelijke regeling gepubliceerd en in werking getreden. Huisvestingsbeleid Er is gewerkt aan een normenkader met uitgangspunten met betrekking tot de kaders voor nieuwbouw, verbouw, onderhoudskosten en duurzaamheidsaspecten. Tevens is er een blauwdruk ontwikkeld voor de functionele en bouwtechnische standaard voor de IJssellandse Kazerne, zodat in de toekomst regionale uniformiteit ontstaat in het gebouwenbestand. Deze documenten zijn in september 2024 vastgesteld door het algemeen bestuur en hebben
22 geleid tot toetsingskaders voor het bepalen van de urgentie om kazernes te verbouwen dan wel nieuw te bouwen en uitgangspunten voor een sobere en doelmatige verbetering van de kwaliteit van de huisvesting. Momenteel wordt gewerkt aan een vertaling hiervan in een meerjarenplanning voor alle kazernes die is afgestemd met de vastgoedbeheerders van de deelnemende gemeenten en deze zal in 2025 aan het algemeen bestuur worden voorgelegd. Arbeidsmarkt Door te investeren in aantrekkelijk en goed werkgeverschap versterken we onze positie op de arbeidsmarkt. In 2024 is een corporate recruiter binnen het team HRM gestart om het werving- en selectieproces en arbeidsmarktcommunicatie verder te professionaliseren. Daarnaast koppelen we kantoorfuncties aan repressieve functies om het werk interessanter te maken. Zo versterken we de interne mobiliteit en diversiteit. In Q3 en Q4 van 2024 zijn onder de regie en begeleiding van de recruiter grotere wervingscampagnes voor rollen en functies op het gebied van crisismanagement en functie van vrijwilligers succesvol ingevuld. Momenteel zijn we een traject begonnen om via een ATS systeem de verdere professionalisering beter vorm te geven en beter met data te kunnen onderbouwen. Verder blijven we via onze talentontwikkelmethodiek en strategische personeelsplanning interne talenten een kans bieden. 23 2.
Verplichte hoofdstukken Besluit begroting en verantwoording 2.1 Inleiding Op grond van artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient het jaarverslag een aantal verplichte paragrafen te bevatten. Voor Veiligheidsregio IJsselland zijn dit: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Bedrijfsvoering 3. Financiering 4. Verbonden partijen 5. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragrafen staat de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Veiligheidsregio IJsselland richt zich primair op het beheersen van veiligheidsrisico’s voor burgers. Dit vormt de kern van haar bestaansrecht. Naast deze operationele risico’s heeft de organisatie echter ook te maken met risico’s op het gebied van bedrijfsvoering, zoals ICT, HR, juridische kwesties, kwaliteitsbewaking en fraudepreventie. Een effectief en gestructureerd risicomanagement is essentieel om zowel de operationele als de organisatorische continuïteit te waarborgen. Om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen en risico’s bewust te beheersen, heeft Veiligheidsregio IJsselland haar risicomanagementbeleid geactualiseerd. Dit beleid richt zich op het systematisch identificeren, analyseren en beheersen van risico’s, met als doel een balans te vinden tussen risicobeheersing en financiële weerbaarheid.
De organisatie streeft hierbij een risicomijdend profiel na, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door beheersmaatregelen. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is het bepalen van het weerstandsvermogen. Dit wordt gevormd door de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit—de middelen en reserves die de veiligheidsregio kan aanspreken bij onvoorziene kosten—en de benodigde weerstandscapaciteit, die voortkomt uit een inventarisatie van de financiële impact van geïdentificeerde risico’s. Veiligheidsregio IJsselland hanteert een gestructureerde methodiek om risico’s te kwantificeren en te prioriteren, gebaseerd op het Three Lines of Defence-model. Dit model verdeelt de verantwoordelijkheden binnen de organisatie over drie verdedigingslinies: 1. Eerste lijn – Teamleiders en proceseigenaren die risico’s signaleren en beheersmaatregelen implementeren. 2. Tweede lijn – Experts en adviseurs die ondersteunen bij risicobeoordeling en compliance. 3. Derde lijn – Onafhankelijke toetsing en controle door interne en externe auditors. Door periodieke evaluatie en rapportage worden risico’s continu gemonitord en beheerst. In lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden kengetallen en risicoprofielen jaarlijks bijgewerkt en opgenomen in de begroting en het jaarverslag.
24 Risicoprofiel Begin 2024 is het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland opnieuw vastgesteld. In dit proces zijn de risico’s geïnventariseerd die een bedreiging kunnen vormen voor de continuïteit van de organisatie en de uitvoering van haar taken. De geïdentificeerde risico’s zijn geanalyseerd op basis van hun aard, kans van optreden en de potentiële financiële impact. Hierbij zijn de risico’s afkomstig uit verschillende teams binnen de organisatie en omvatten zowel operationele als strategische risico’s. Het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland wordt beheerst door een risicomijdend beleid, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door verzekeringen, beheersmaatregelen en structurele monitoring. Niettemin zijn er risico’s die inherent zijn aan de aard van de organisatie en haar dienstverlening. Deze risico’s worden systematisch in kaart gebracht en beoordeeld. Bij de inventarisatie is gebruikgemaakt van een geïntegreerde risicoanalyse, waarbij onder andere de volgende aspecten zijn onderzocht: • Operationele risico’s – Bijvoorbeeld risico’s met betrekking tot crisisbeheersing, incidentmanagement en de inzet van middelen en personeel. • Financiële risico’s – Onvoorziene kosten als gevolg van bijvoorbeeld budgetoverschrijdingen, juridische claims of economische ontwikkelingen.
• Technologische en ICT-risico’s – Cyberdreigingen, systeemuitval en afhankelijkheid van externe leveranciers. • Juridische en compliance-risico’s – Wijzigingen in wet- en regelgeving of juridische geschillen die financiële of reputatieschade kunnen veroorzaken. • HR-gerelateerde risico’s – Tekorten aan gekwalificeerd personeel, langdurig verzuim en de impact van vergrijzing op de organisatie. Om deze risico’s te beheersen, hanteert Veiligheidsregio IJsselland een gestructureerde methodiek voor risicokwantificatie. Hierbij wordt per risico een inschatting gemaakt van: • De kans dat het risico zich voordoet (in procenten). • Het financiële effect als het risico zich manifesteert. • Of het risico een incidenteel of structureel karakter heeft. Op basis van deze factoren wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Dit weerstandsvermogen wordt berekend volgens de methodiek zoals vastgelegd in de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2024, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele risico’s. Structurele risico’s worden incidenteel gemaakt door de impact over drie jaar te spreiden, conform de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De resultaten van deze risicoanalyse worden periodiek geëvalueerd en opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag.
In deze paragraaf worden ook de financiële kengetallen vermeld die een indicatie geven van de financiële positie van de organisatie, waaronder de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. 25 Om risico’s effectief te kunnen beheersen, wordt het risicoprofiel continu gemonitord en geactualiseerd. Belangrijke wijzigingen of nieuwe risico’s worden gerapporteerd in de bestuursrapportages en meegenomen in de reguliere planning- en controlcyclus. Dit zorgt ervoor dat Veiligheidsregio IJsselland tijdig kan anticiperen op veranderende omstandigheden en risico’s op een verantwoorde wijze kan blijven beheersen. In het volgende overzicht worden de tien risico’s gepresenteerd die de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit en daarmee op de financiële stabiliteit van de organisatie. Nr. Risico S/I* Financiële impact Kans Risicobedrag (impact x kans) Interne risico's 1 Taakdifferentiatie S € 1.250.000 40% € 500.000 2 Cyberveiligheid/digitalisering waarbij een aanval impact heeft op de continuïteit van de organisatie S € 1.000.000 25% € 250.000 3 Strategisch Vastgoedbeleid I € 500.000 15% € 75.000 4 Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel S € 300.000 20% € 60.000 5 Aansprakelijkheidsrisico met betrekking tot risico's die niet verzekerd zijn en de VRIJ zelf draagt.
I € 200.000 20% € 40.000 Externe risico's 6 Wijzigingen in beleid of financiering van de Rijksoverheid dan wel het Veiligheidsberaad S € 750.000 35% € 262.500 7 Grootschalige/langdurige inzet I € 750.000 20% € 150.000 8 Veranderingen in wet- en regelgeving zonder financiële dekking (duurzaamheid, privacy, Woo etc.) S € 250.000 35% € 87.500 9 Klimaatverandering/extreem weer S € 200.000 25% € 50.000 10 Inflatie hoger dan de jaarlijkse index I € 200.000 10% € 20.000 Totaal € 1.495.000 *In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer. Weerstandsvermogen Op basis van alle risico’s met bijbehorende inschatting is een analyse gemaakt van het benodigde weerstandsvermogen voor Veiligheidsregio IJsselland. Hiervoor is de simulatiemethodiek Monte-Carlo gebruikt. In de eerste plaats heeft dit geleid tot uitspraken over de mate van zekerheid dat het beschikbare weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Daarnaast geeft deze analyse antwoord op de vraag welke risico’s het meest bepalend zijn in de bepaling van de aan te houden risicovoorziening. Het terugdringen van deze risico’s heeft het grootste effect. 26 Veiligheidsregio IJsselland heeft op dit moment een beschikbaar weerstandsvermogen (algemene reserve) van één miljoen euro.
Het algemeen bestuur heeft in het voorjaar van 2024 besloten om vooralsnog met de huidige beschikbare algemene reserve/ weerstandscapaciteit van één miljoen euro te laten volstaan in plaats van de berekende 1,495 miljoen euro. De eventuele aanpassing van de hoogte van de aan te houden algemene reserve/ weerstandscapaciteit is aan de orde als uit de praktijk blijkt dat dit noodzakelijk is. Financiële kengetallen Als gemeenschappelijke regeling is het verplicht om een uniforme basisset financiële kengetallen op te nemen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, die voor Veiligheidsregio IJsselland van toepassing zijn. Kengetallen 2024 Rekening 2023 Begroting 2024 Rekening 2024 Netto schuldquote 55% 64% 58% Solvabiliteitsratio 12% 12% 12% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 0% De overige ratio’s die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht zijn voorgeschreven, zijn niet opgenomen, aangezien deze niet relevant of van toepassing zijn op Veiligheidsregio IJsselland. Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote geeft aan of de gemeenschappelijke regeling investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen.
Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de VNG- uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld. Dit is met 58% het geval bij Veiligheidsregio IJsselland. In 2024 zijn er geen nieuwe langlopende leningen afgesloten, hoewel dit oorspronkelijk was voorzien bij het opstellen van de programmabegroting over het boekjaar 2024. Dit heeft geleid tot een lagere netto schuldquote dan begroot. Waar in de begroting een netto schuldquote van 64 procent werd verwacht, kwam de gerealiseerde netto schuldquote in 2024 uit op 58 procent. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling.
Buiten een algemene reserve en enkele bestemmingsreserves (egalisatie kapitaalslasten, opleidingen en vorming landelijke meldkamer) ligt het niet in de lijn om het eigen vermogen te verhogen, zodat de ratio gemiddeld op dit niveau blijft. Hierbij merken wij op dat het volledige resultaat 2024 is 27 meegenomen in het solvabiliteitspercentage voor 2024. Het solvabiliteitsratio is in 2024 gelijk gebleven ten opzichte van 2023, aangezien het eigen vermogen per saldo vrijwel onveranderd is gebleven gedurende het boekjaar. Dit wordt veroorzaakt door de onttrekkingen uit de egalisatiereserves (voor kapitaalslasten), de bestemmingsreserve voor de vorming van de Meldkamer Oost Nederland (met incidentele meerkosten die gedurende drie jaar aflopen), de bestemmingsreserve voor de Ontwikkeling van VR (ter compensatie van het nadeel voor de gemeente door de herijking van de gemeentelijke bijdrage, eveneens aflopend over drie jaar), en het resultaat over 2024, dat per saldo geen grote wijzigingen in het eigen vermogen heeft veroorzaakt. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke bijdrage en de rijksbijdrage.