8.1 Stichting GasDrOvF_ bijlage bij mail inzake zienswijze gaswinning Eesveen
Tekst van het document
AANGETEKEND Aan: Ministerie van Klimaat en Groene Groei Inspraakpunt winningsplan Eesveen Postbus 111 9200 AC DRACHTEN Van: Stichting GasDrovF p/a Middenweg 9, 8381 XM Vledder e-mail: info@gasdrovf.nl telefoon: 06 22624492 (dhr. J.A. Boersma) Betreft: Zienswijze met betrekking tot het ontwerpinstemmingsbesluit d.d. 5 november 2025 voor het gewijzigde winningsplan Eesveen d.d. 19 juli 2024 Datum: 15 december 2025 Geachte heer, mevrouw, Namens Stichting GasDrovF dienen wij bij deze onze zienswijze in op het ontwerpinstemmingsbesluit van 5 november 2025 voor het door Vermilion Energy Netherlands B.V. ingediende gewijzigde winningsplan Eesveen van 19 juli 2024. Het geactualiseerde winningsplan van Vermilion betreft het verzoek om langer gas te mogen winnen in de bestaande gasvelden Eesveen en Eesveen 2 dan aangegeven in het nu nog geldende winningsplan uit 2017. Daarnaast gaat het om een mogelijke boring van een extra put in een van de bestaande gasvelden en over drie toekomstige boringen naar twee nieuwe gasvelden: te weten Eesveen North en Eesveen Pop-Up. Het maximaal vergunde winningsvolume wordt in de actualisatie verhoogd naar 1,8 miljard Nm3 gas.
Stichting GasDrovF heeft als doel ‘het behouden en bevorderen van een evenwichtig en gezond, schoon, natuurlijk landschappelijk leef- en woonmilieu binnen, op, onder en boven de provincies Drenthe, Overijssel en Friesland‘ en zet zich daarom in om de nadelige effecten van gaswinning in de grensstreek van Friesland, Drenthe en Overijssel te voorkomen en te beperken. Wij hebben bezwaren tegen dit ontwerpinstemmingsbesluit, omdat wij ons zorgen maken over de bodemdaling, het seismisch risico en de gevolgen voor natuur en milieu als dit besluit wordt doorgezet en wij vinden dat de minister in onvoldoende mate heeft gemotiveerd waarom zij het merendeel van de adviezen van raadgevers als het SODM, het waterschap, de provincies en de gemeenten in deze naast zich heeft neergelegd. Daarnaast zijn wij van mening dat in dit besluit onvoldoende rekening wordt gehouden met de angsten en onzekerheden van bewoners en de mogelijke gevolgen voor het UNESCO werelderfgoed ‘Koloniën van Weldadigheid’. Onze zienswijze bevat dan ook de onderwerpen: 1. Bodemdaling 2. Bodemtrilling 3. Gevolgen voor natuur en milieu 4. Onzekerheid omwonenden 5. Unesco werelderfgoed 1
1. Bodemdaling Conform het geactualiseerde winningsplan voor het voorkomen Eesveen wordt door Vermilion een maximale bodemdaling van 7 cm verwacht. Het SodM stelt echter dat op grond van de gebruikte berekeningsmethode mag worden gesteld dat als alle voorkomens gas bevatten de kans reëel is dat de bodemdaling groter zal zijn, te meer daar alleen de toekomstige bodemdaling is meegenomen in de effectbeoordeling op natuur en milieu en niet de totale bodemdaling. SodM geeft dan ook als advies dat het aandeel van de Eesveen voorkomens aan bodemdaling binnen het invloedsgebied van het Eesveen winningsplan maximaal 5 cm mag zijn en dat de totale cumulatieve bodemdaling, mede veroorzaakt door productie uit omringende gasvelden, op het diepste punt maximaal 7 cm mag zijn. Dit advies is echter niet overgenomen en de minister motiveert niet goed waarom dit niet is overgenomen. Wij vinden dit zorgelijk. Hiermee heeft de minister onvoldoende voldaan aan het voorzorgbeginsel dat moet worden uitgegaan van de ‘worst case’ . SodM geeft ook als advies dat Vermilion binnen zes maanden na instemming met het voorliggende winningsplan, in samenspraak met het waterschap, provincie en gemeente, de nadere gevolgen van de totale, historische en toekomstige, bodemdaling in het gebied zal beschrijven, alsmede de beheersmaatregelen en financiële afspraken die daarvoor zijn overeengekomen.
De resultaten hiervan zullen ter goedkeuring worden overlegd aan de Inspecteur-generaal der Mijnen. Ook dit advies heeft de minister niet overgenomen, waardoor zij onvoldoende heeft voldaan aan het voorzorgbeginsel dat een cumulatief effectenbeeld van de totale bodemdaling nog voor aanvang van de activiteiten in beeld moet zijn gebracht. Het waterschap Drents Overijsselse Delta (WDO Delta) is kritisch ten aanzien van de verwachte maximale bodemdaling van 7 cm, omdat dit invloed kan hebben op het watersysteem. Zij hebben onderstaand geadviseerd en wij onderschrijven dat: Zorg voor meer bodemmonitoring. De minister motiveert onvoldoende waarom tot nu toe slechts ééns in de vijf jaar (2017 en 2022) een geodetische bodemdalingsmeting heeft plaatsgevonden. Geef het waterschap een grotere adviserende rol. Het waterschap sluit zich aan bij het voorschrift van SodM dat ook het waterschap binnen zes maanden na instemming een uitnodiging van Vermilion moet krijgen om de gevolgen van bodemdaling te bespreken. Dit advies is niet door de minister overgenomen. Wij vinden dat dit verzoek wel gehonoreerd moet worden omdat dit aansluit bij de Kamerbrief ‘Water en Bodemsturend’ en omdat de waterschappen, gezien de huidige klimaatopgaven waarbij het vasthouden van water een cruciale rol gaat spelen, een belangrijke speler zijn.
Bovendien sluit ook de Mijnraad zich aan bij dit advies van SodM en het waterschap WDO Delta. Neem de te verwachte extra bodemdaling door gaswinning uit de VDW (en Hilgert) velden ook mee bij dit instemmingsbesluit. Ook dit advies is onterecht niet door de minister overgenomen. Wij verzoeken de minister met klem om uit te leggen waarom er nog steeds geen noodzaak zou zijn om de totale impact van de reeds bestaande velden samen met de uitbreidingsplannen in kaart te laten brengen. Dus inclusief de gevolgen van de bodemdaling ten aanzien van de beoogde winning in de VDW en Hilgert voorkomens. Ook stelt het waterschap dat compensatie van het waterpeil in dit gebied onwenselijk is vanwege het risico op versnelde veenoxidatie en verhoogde CO2 uitstoot. Wij vinden dat de minister ook aan dit aspect te gemakkelijk voorbij gaat. 2 2. Bodemtrilling Seismische risicoanalyse Ten aanzien van het risico op bodemtrilling neemt Vermilion in het geactualiseerde winningsplan Eesveen de conclusie van TNO-AGE over dat op alle deel voorkomens de laagste risicocategorie (categorie 1) van toepassing is. SodM merkt daarbij op dat er echter geen analyse is uitgevoerd naar mogelijke grotere bodemtrilling door onderlinge beïnvloeding van de naast en boven elkaar gelegen voorkomens en de provincie Overijssel geeft aan dat dit niet onderbouwd is met cijfers.
SodM adviseert daarom om een nieuwe seismische risicoanalyse uit te voeren als na boring blijkt dat de maximale magnitude groter is dan in het winningsplan is vermeld. De minister wijst dit af, omdat er dan volgens de mijnbouwwet sprake is van een gewijzigde omstandigheid en Vermilion dan met een actualisatie van het winningsplan kan komen. Wij vinden dat er nu al een nieuwe seismische risicoanalyse moet komen, omdat de VDW en Hilgert voorkomens niet bij de huidige analyse zijn betrokken en omdat de gasvelden die vallen onder het geactualiseerde winningsplan Eesveen grenzen aan het afvalwaterinjectieveld Nijensleek. (zie bijgevoegd kaartje) Aardgasonttrekking is een opwaartse beweging, en veroorzaakt compactie, terwijl het injecteren van afvalwater een neerwaartse beweging is en zelfs kan leiden tot bodemstijging. Hoe verhouden deze tegenovergestelde bewegingen zich dan tot elkaar ten aanzien van bodembeweging, zoals bodemtrilling? Wij menen dat dit nader dient te worden onderzocht nog voordat de winning in de bestaande Eesveen velden wordt voortgezet en de nieuwe Eesveen voorkomens worden aangeboord. In dat verband merken wij ook op dat Vermilion het afvalwater voorheen injecteerde op de locatie Noordwolde, namelijk in veld Weststellingwerf, en dat dit in 2009 tot een beving heeft geleid van 2.8 op de schaal van Richter in het nabijgelegen dorpje De Hoeve.
Dat is zeker géén lichte beving. Bovendien is Nijensleek op dit moment de enig overgebleven afvalwaterinjectie- put van Vermilion in geheel Nederland. Bron: GasDrOvF – Hier is goed te zien dat het voorkomen Eesveen grenst aan het veld Nijensleek 3
3. Gevolgen voor natuur en milieu Bodemdaling SodM en WDO Delta wijzen in hun adviezen op het feit dat in de Uitgebreide Effect Analyse (UEA) enkel de gevolgen van de toekomstige bodemdaling zijn onderzocht en dat de beoordeling van reeds opgetreden effecten niet worden meegenomen. Wij zijn het met hen eens dat dit wel het geval had moeten zijn. WDO Delta geeft aan dat het de beoordeling van de gevolgen van de bodemdaling van dit geactualiseerde winningsplan voor het waterbeheer niet los kan zien van de gaswinning uit de toekomstige VDW velden (en uit het voorkomen Hilgert). Daarom pleiten wij er nogmaals voor om de totale impact van de reeds bestaande velden samen met de uitbreidingsplannen in kaart te laten brengen. De provincie Drenthe stelt dat een UEA, die in dit geval is meegeleverd in verband met de twee Natura 2000 gebieden in het gebied (Holtingerveld en Drents-Friese Wold) te beperkt is en adviseert de minister om Vermilion hier een MER- aanmeldnotitie op te laten maken zodat er een MER - beoordelingsbesluit genomen kan worden, zodat beter gefundeerd kan worden beoordeeld wat de gevolgen van de bodemdaling zullen zijn voor deze twee Natura-2000 gebieden. Wij vragen de minister om dit te heroverwegen.
Bron: GasDrOvF De groen/gele vlakken zijn de Natura-2000 gebieden Holtingerveld en Drents-Friese Wold Zuurstimulatie en de behandeling van waterstofsulfide Vermilion heeft het voornemen om in het voorkomen Eesveen de Zechtstein geologische laag aan te gaan boren om er gas uit te winnen. De risico’s hiervan worden summier benoemd, maar de gevolgen ervan zijn niet in kaart gebracht. Dit geldt voor de mogelijke zuurbehandelingen alsook voor het moeten behandelen van zwavelwaterstofsulfide (H2S) op de locatie. De gemeente Westerveld heeft hier vragen over gesteld maar geen reactie hierop mogen ontvangen. Wij verzoeken de minister nadrukkelijk om de vragen van de gemeente Westerveld hierover te beantwoorden, want: 4
Tijdens het aanboren van een Zechtstein formatie kan het namelijk nodig zijn om een zuurstimulatie uit te moeten voeren. In dat geval wordt onder hoge druk een zuurvloeistof in de formatie geperst om zodoende het gesteente deels op te lossen en de gasstroomsnelheid te stimuleren. De bezorgdheid hierover van de gemeente Westerveld is zeer terecht. Een dergelijke zuurstimulatie, onder druk van 178.4 Bar, is namelijk ook in 2014 uitgevoerd in veld Diever zonder dat de operatie van te voren bekend was gemaakt. Tevens ontbrak een onderzoek naar de gevolgen van de zuurstimulatie, zoals een Locatie Specifieke Risico Analyse. Vermilion geeft in het geactualiseerde winningsplan Eesveen aan dat zich in het ESV-02 het dodelijke gas H2S (waterstofsulfide of zwavelwaterstof) bevindt en dat daarvoor een ontzwavelingsinstallatie zal worden geïnstalleerd. Dat de minister hier niet op gereageerd heeft vinden wij heel zorgelijk. De locatie Eesveen is immers niet alleen een gaswinningslocatie maar tevens de enige locatie in Nederland waar Vermilion haar afvalwater met vrachtwagens naartoe brengt, waarna het via een ondergrondse pijpleiding naar de afvalwaterinjectieput Nijensleek wordt gepompt. Bij het overladen van het afvalwater uit de vrachtwagens naar de op de locatie Eesveen aanwezige tanks kan benzeen emissie ontstaan alsook tijdens het tijdelijk opslaan van het afvalwater in de tanks.
Benzeen is in de categorie Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) ingedeeld. Stikstofuitstoot Zodra blijkt dat er meer benzeen emissie zal ontstaan door de beoogde uitbreiding van gaswinning in veld Eesveen dan aangegeven in de bestaande benzeen emissieberekeningen uit 2014 zal alsnog een katalytische naverbrander moeten worden geïnstalleerd waardoor sprake zal zijn van extra stikstofuitstoot. Deze extra stikstofuitstoot zal ook verder toenemen zodra sprake is van toename van afvalwatertransporten, aangezien Vermilion niet uitsluit dat het afvalwater uit ESV-02 zal (moeten) worden afgevoerd naar elders. Bovendien zal ook tijdens het ontzwavelen extra stikstof ontstaan. Omdat er eerst een verzoek is aangevraagd om in te stemmen met een winningsplan, is nog niet duidelijk welke extra gevolgen de stikstofuitstoot met zich meebrengt. Dit is gezien de nabijheid van twee Natura 2000 gebieden niet wenselijk. Ook hier pleiten wij voor een MER- aanmeldnotitie, zodat de gevolgen van de stikstofuitstoot voor de Natura 2000 gebieden beter beoordeeld kunnen worden. Verlies van waterbergend vermogen SodM geeft aan dat het verlies aan waterbergend vermogen door bodemdaling als gevolg van gaswinning afhangt van de (on)mogelijkheden van het waterschap om de gevolgen van max. 7 cm bodemdaling op te vangen. Het waterschap WDO Delta geeft aan dat het dit niet kan garanderen.
GasDrOvF vindt dit zorgelijk, want: Afname van het waterbergend vermogen leidt enerzijds tot vernatting op het maaiveld wat schadelijk is voor de agrarische sector en anderzijds tot onomkeerbare gevolgen voor de aan het waterschap opgelegde klimaatopgave om neerslag langer in de bodem te bergen om dit tijdens droogte te kunnen benutten. Volgens de voorspelling van waterschap It Wetterskip gaat het zelfs om een verlies van waterberging van honderdduizenden kuub water, dat definitief niet meer in de bodem kan worden geborgen. Dit zal ertoe leiden dat de klimaatopgaven die zijn opgelegd aan de waterschappen worden gefrustreerd. In dat geval staan deze dubbele gevolgen haaks op de Kamerbrief ‘Water en Bodem Sturend’. 5 4. Onzekerheid omwonenden Gaswinning ligt gevoelig bij omwonenden. Zeker nu bij Zeerijp in de provincie Groningen onlangs weer een flinke aardbeving is geweest. Er wordt wel beweerd dat het hier in de regio maar om kleine gasveldjes gaat met een zeer gering risico op bodemtrilling of schade door bodemdaling, maar ondertussen zijn er in de regio rondom Eesveen inmiddels zoveel kleine veldjes aangeboord of/en in productie genomen dat bij de bewoners de indruk ontstaat dat het om één grote gatenkaas aan gasvelden gaat.
Temeer daar ze vaak door Vermilion en het ministerie van KGG overvallen worden door weer een nieuwe uitbreiding of aanvraag, zonder dat daarover van tevoren goed gecommuniceerd is. De provincie Drenthe heeft het ook over deze zogenaamde ‘salami tactiek’ waarbij het idee ontstaat dat stukje bij beetje toch grote effecten kunnen optreden. Wij delen de zorgen van de omwonenden over het geactualiseerd winningsplan Eesveen, want: De totale gaswinning gaat omhoog van 542 miljoen Nm3 gewonnen gas tot nu toe naar 1888 miljoen Nm3 gas in 2041. Dat is een forse toename. Er komen vier nieuwe boorputten bij met alle overlast van dien: lichtvervuiling gedurende 48 uur per dag, lawaai, veel extra verkeer etc. De te verwachten bodemdaling gaat van 1 naar 7 cm, maar is waarschijnlijk groter als uit wordt gegaan van de maximale winning en wanneer ook de effecten van alle andere (potentiële) gasvelden worden meegenomen. De aanwezigheid van het dodelijke gas H2S en de kans op een benzeen emissie bij het overladen van het afvalwater naar tanks en pijpleidingen is zorgwekkend en angstaanjagend. Het is onduidelijk wat de gevolgen zullen zijn voor bv bodemtrilling als er gas wordt aangeboord in een veld dat naast een afvalwaterinjectieveld ligt. Er is geen goede schaderegeling.
Er geldt geen omgekeerde bewijslast, waardoor bewoners zelf moeten aantonen dat de schade aan hun woning door gaswinning is ontstaan. Zij kunnen die schade melden bij de Commissie Mijnbouwschade, maar de ervaring in bv Ekehaar heeft al uitgewezen dat de resultaten teleurstellend zijn. Wij vragen daarom dat de minister zich inzet voor: een voortijdige en betere communicatie van de plannen van Vermilion, gefinancierde nulmetingen een schaderegeling waarbij de omgekeerde bewijslast van toepassing is dat voor een bezwaar tegen een schaderapport niet bij de civiele rechtspraak (duur) aangeklopt moet worden, maar dat dit een bestuursrechtelijke procedure wordt. het instellen van een gebiedsfonds, in overleg met de gemeenten, zodat op een eerlijke manier baten van de gaswinning aan alle bewoners ten goede komen. Nu is er alleen een subsidiepotje van Vermilion, de ‘spiegeltjes en kraaltjes’, wat zorgt voor polarisatie in een gemeenschap. 5. UNESCO werelderfgoed ‘Koloniën van Weldadigheid’ Meerdere raadplegers, zoals de provincie Drenthe en de gemeenten Westerveld en Steenwijkerland hebben in hun adviesbrief aangegeven dat zij zich zorgen maken over het UNESCO werelderfgoed ‘Koloniën van Weldadigheid’- component Fredriksoord, Wilhelminaoord - als de uitbreiding van deze gaswinning doorgaat.
Met name het nieuwe voorkomen ‘Eesveen North’ ligt praktisch onder het erfgoed, zoals op het kaartje op de volgende pagina te zien is. 6 Het bevreemdt ons dat in het geactualiseerde winningsplan aan dit UNESCO werelderfgoed voorbij wordt gegaan. Het bevreemdt ons ook dat de Directie van het Werelderfgoed niet op de hoogte is gebracht van het onderhavige winningsplan en niet als adviseur bij deze procedure is betrokken. Daarom sluiten wij ons aan bij de opvatting van de decentrale overheden om vanuit het voorzorgsprincipe Vermilion te verplichten een Heritage Impact Assessment (HIA) op te laten stellen, zoals ook gebeurt in de VDW procedure, de gaswinning nabij Vledder. In afwachting van uw reactie, Hoogachtend, namens GasDrOvF J.A. Boersma 7
8