6.1 VRIJ - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
In 2026 wordt een plan opgesteld om verdere verbeterstappen door te voeren. De migratie naar de Cloud brengt direct al voordelen met zich mee: documenten kunnen d.m.v. minder ‘klikhandelingen’ opgeslagen worden en meer handelingen zijn geautomatiseerd. Ondersteuning Wat gaan we doen? We intensiveren de betrokkenheid van gemeenteraden door verdere invulling te geven aan de nieuwe mogelijkheden die de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt. Dit heeft in 2025 vaste vorm gekregen door een platform te bieden waar raadseleden en de vier gemeenschappelijke regelingen elkaar periodiek treffen om invulling te geven aan die betrokkenheid. We bereiden ons voor op de wet als opvolger van de Wet veiligheidsregio’s die naar verwachting in 2026 in werking treedt, als uitwerking van de contourennota Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg. We maken de stappen die nodig zijn om te voldoen aan wetgeving als Woo, Wep, AVG en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. In 2026 zal gekeken worden naar de mogelijkheden voor een nieuwe website. Hiervoor is het doel de website te laten voldoen aan alle relevante nieuwe wetgeving op dit gebied (o.a. digitale toegankelijkheid en informatieveiligheid). Daarnaast zal risico- en crisiscommunicatie meer aandacht krijgen. We richten een informatieknooppunt in dat aansluit op het landelijk informatieknooppunt.
Informatie wordt met partners en overige veiligheidsregio’s gedeeld, gezamenlijk geduid en op basis van deze informatie worden risico’s ingeschat en eventuele acties bepaald. Hiermee versterken we de informatiepositie en kunnen we gemeenten sneller informeren en meenemen 30 in de bestaande risico’s. Daarnaast willen we dat dit informatieknooppunt in de regio niet alleen beschikbaar is voor risico- en crisisbeheersing, maar ook doorontwikkeld wordt voor de brandweer en bedrijfsvoering. Voor de kantooromgeving is samen met de GGD de migratie naar Microsoft 365 uitgevoerd. Hiermee zijn we in staat om aan te sluiten op landelijke standaarden voor samenwerking. Op het gebied van informatiebeveiliging hebben we stappen gezet in 2025. Uit de landelijk gehouden audit van Secura in voorjaar 2025 blijkt een volwassenheidsniveau op de BIO- normering van 2,6. Met deze score zitten we op het landelijke gemiddelde. We volgen de landelijke ambitie om door te groeien naar BIO niveau 3 in uiterlijk 2027 en niveau 4 in uiterlijk 2029. We zijn per 1 januari 2026 van CERT overgestapt, van Northwave naar NFIR, de CERT waar het merendeel van de veiligheidsregio’s bij is aangesloten. We hebben besloten om niet aan te sluiten bij de landelijke SOC-regeling die in voorbereiding is, omdat deze niet goed aansluit bij de maatregelen die we op dit gebied al hebben getroffen.
In 2025 zijn drie processen binnen de Veiligheidsregio aangewezen als vitale processen door de rijksoverheid. Informatievoorziening is er een van. De impact op informatieveiligheid, met daarin onder andere de Cyberbeveiligingswet, wordt begin 2026 bepaald. Er komt een nieuw breedband communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Dit systeem dient onder andere ter vervanging van het huidige C2000. Naast spraak zijn er dan ook nieuwe data- opties mogelijk zoals sensoren, telemetrie en video. Deze verbeteringen zijn in zicht maar kosten veel ontwikkeltijd. Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling.
31 Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. De betrokkenheid van raadsleden bij de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland is structureel geborgd. In 2025 hebben VR IJsselland, GGD IJsselland en OD IJsselland intensief opgetrokken om de betrokkenheid van raadsleden te doen toenemen. Er is een eerste versie van een digitaal platform opgezet, er heeft een fysieke bijeenkomst plaatsgevonden en er is afstemming over de P&C-cyclus geweest. In 2026 zal dit proces verder worden doorgezet. 2. We voldoen aan de minimale eisen van de Woo, Wep, AVG en digitale toegankelijkheid. Woo: We voldoen aan de eerste tranche van de Woo en wachten landelijke berichtgeving af over de navolgende tranches. De voorbereidingen worden opgepakt vanuit een aparte projectgroep die valt onder het programma IV. AVG: We hebben een goede basis gelegd om toe te werken naar een acceptabel volwassenheidsniveau. Wep: We voldoen aan de Wep, maar dit dient nog structureel geborgd te worden. Digitale toegankelijkheid: De website voldoet voor 70% aan de gestelde eisen vanuit digitale toegankelijkheid. De eisen rondom digitale toegankelijkheid worden meegenomen in de ontwikkeling rondom een nieuwe website. 3. De vernieuwde website wordt ingezet voor risico- en crisiscommunicatie.
Het project voor het vernieuwen van de website is in het derde kwartaal van 2025 gestart. In 2026 zal verder gekeken worden naar de mogelijkheden. Hiervoor is het doel de website te laten voldoen aan alle relevante nieuwe wetgeving op dit gebied (o.a. digitale toegankelijkheid en informatieveiligheid). Daarnaast zal risico- en
32 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden crisiscommunicatie meer aandacht krijgen 4. Het informatieknooppunt is operationeel. Het VIK is een organisatieonderdeel dat: 1. signalen over actuele en toekomstige veiligheidsrisico’s voor de regio oppikt; 2. data over deze risico’s ontsluit, analyseert en laat duiden door inhoudelijk experts; 3. informatieproducten over deze risico’s produceert, die mensen binnen en buiten onze organisatie helpen om passende maatregelen te treffen. Inmiddels levert het VIK op alle drie de onderdelen en wordt er op alle onderdelen ook gewerkt aan verdere ontwikkeling, samenwerking en uitwisseling van informatie met partners. 5. De kantooromgeving draait operationeel op Microsoft 365. In 2025 is de migratie naar Microsoft 365 succesvol afgerond, waarmee een belangrijke stap is gezet in het moderniseren en toekomstbestendig maken van de digitale werkomgeving. De transitie is binnen planning en budget gerealiseerd, met oog voor continuïteit. Door ook de vervanging van laptops en beeldschermen mee te nemen beschikt de organisatie nu over een moderne, uniforme en stabiele werkplek die digitale samenwerking ondersteunt en een solide basis vormt voor verdere doorontwikkeling. 6. De informatiebeveiliging is versterkt tot op BIO-niveau 4. De huidige score (voorjaar 2025) qua volwassenheidsniveau is 2,6.
In 2026 wordt hier verder aan gewerkt, met als einddoel volwassenheidsniveau 4 in uiterlijk 2029. Dit is conform landelijke afspraak. Belangrijkste focuspunten zijn 1) Risicogebaseerd werken, 2) gestructureerd en planmatig werken via
33 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden het ISMS en 3) implementatie van beveiligingsmaatregelen. Dit zijn onder andere maatregelen vanuit de BIO- volwassenheidsmeting van april 2025 en diverse risicoanalyses die gedaan zullen worden. 7. Er is een start gemaakt met de inrichting van een SOC/ CERT voorziening op sectorniveau. CERT-contract met NFIR is ingegaan op 1-1-2026. We hebben besloten om niet aan te sluiten bij de landelijke SOC- regeling die in voorbereiding is, omdat deze niet goed aansluit bij de maatregelen die we op dit gebied al hebben getroffen. We werken al met o.a. Vectra.ai voor slimme monitoring en detectie. 8. We starten voorbereidend voor de uitrol van het nieuwe breedband communicatiesysteem. Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling. Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur legt verantwoording af over rechtmatigheid in de jaarrekening (zie pagina 80) en in deze paragraaf over rechtmatigheid in overeenstemming met de financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland 2025. Het dagelijks bestuur heeft beoordeeld dat er tezamen geen fouten en onduidelijkheden zijn boven de verantwoordingsgrens van 2%.
Ten aanzien van rechtmatigheid is het dagelijks bestuur onder andere geïnformeerd door de accountant via de managementletter en het accountantsverslag en via de het verslag van de adviseur interne beheersing. Het verslag van de adviseur interne beheersing volgt uit de werkzaamheden volgens het controleplan over 2025. De opvolging van de bevindingen van de accountant en de adviseur interne beheersing wordt bewaakt door het management en gerapporteerd aan het dagelijks bestuur. Voorzet verantwoording bevindingen in paragraaf bedrijfsvoering Uit de interne controle, gevolgd door de accountantscontrole, zijn twee bevindingen van financiële onrechtmatigheid naar voren gekomen met een totaalbedrag van 0,91 miljoen euro waarvan 0,52 miljoen euro acceptabel is. Met betrekking tot aanbestedingen is de onrechtmatigheid 0,37 miljoen euro en met betrekking tot de begrotingsrechtmatigheid betreft dit 0,54 miljoen euro:
34 • De licenties voor de (digitale) werkplekomgeving zijn ten onrechte niet tijdig zijn aanbesteed. Inmiddels zijn deze licenties in 2025 opnieuw aanbesteedt. • Met betrekking tot de inhuur van personeel vanaf schaal 10 is over 2025 nog sprake van een beperkte onrechtmatigheid. De Veiligheidsregio onderzoekt welke contractvorm het beste past bij de verschillende vragen voor de inhuur van personeel vanaf schaal 10 en de veranderende arbeidsmarktomstandigheden. Klachten Er zijn dit jaar meerdere klachten ingediend die het werk van de veiligheidsregio aangaan. Eén daarvan werd ingetrokken. De meerderheid kon informeel worden afgedaan. De strekking van deze klachten was: • Eenmaal te hard rijden door een woonwijk door een brandweervrijwilliger naar de kazerne; • Eenmaal het niet voldoende vooraf aangeven van een oefening in de wijk; • Tweemaal door verschillende posten te hard varen op de brandweerboot; • Eenmaal het onnodig voeren van optische- en geluidssignalen bij een evenement/festiviteit; • Eenmaal het stoken van een klein brandje door jeugdbrandweerleden; • Eenmaal het onnodig gebruiken van excessief geweld op de voordeur bij het binnentreden; • Eenmaal een interne klacht. AVG-datalekken Datalekken worden opgenomen in het datalekkenregister van de Veiligheidsregio. Er zijn dit jaar twaalf datalekken geregistreerd.
Eenmaal werd een melding aangemerkt als een potentieel datalek. Dat houdt in dat het in principe een informatiebeveiligingsincident betreft, waarvan het aannemelijk is dat dit een datalek zou worden. De resterende elf datalekken, zagen op: • Tweemaal een papier/print verloren (intern, op de kazerne) waardoor externen (gevoelige) gegevens hebben kunnen inzien; • Tweemaal een mail verstuurd naar een onbevoegde interne ontvanger; • Eenmaal mail naar onbevoegde gestuurd, waarin persoonsgegevens zijn gedeeld met een onbetrouwbare ontvanger (niet intern, mogelijk kwaadwillend); • Viermaal waren de toegangsrechten of technische instellingen onjuist ingesteld, waardoor een collega toegang had tot documenten die vertrouwelijk waren; • Tweemaal werd een gegevensdrager verloren. Twee datalekken werden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP). Eén daarvan kon worden ingetrokken: het betrof hier een gegevensdrager die verloren was en weer werd teruggevonden. Het andere datalek dat werd gemeld aan de AP betrof het teveel inzien van persoonsgegevens. Na de overgang naar MS365 werd een map zichtbaar voor een grote groep mensen, die daartoe niet bevoegd was. De map bevatte vertrouwelijke gegevens. Betrokkenen van het datalek zijn hierover formeel geïnformeerd.
Eenmaal werd betrokkene (informeel) geïnformeerd over een datalek dat betrekking had op de persoonsgegevens van betrokkene. Dit houdt in dat dit uit hoofde van de AVG niet verplicht was, maar vanuit collegiaal oogpunt wel gewenst. 35 Tot slot hebben er vier datalekken bij leveranciers voorgedaan. Deze vallen weliswaar niet onder onze verantwoordelijkheid, maar er zijn hierbij wel gegevens van medewerkers (uit hoofde van hun functie) geraakt. Open overheid De Wet open overheid (Woo) trad op 1 mei 2022 in werking. Volgens deze wet moeten wij in de jaarverantwoording een openbaarheidsparagraaf opnemen en daarin verslag doen van de uitvoering van de wet. In 2025 heeft de veiligheidsregio zes Woo-verzoeken ontvangen. De MT’s van GGD en VRIJ vormden in mei 2022 een gezamenlijk projectteam om na te gaan en te adviseren over wat er nodig is om tot een goede in- en uitvoering van de Wet open overheid te komen, op korte en langere termijn. In mei 2024 bood het projectteam de laatste vervolg- en afrondende voorstellen aan het MT en in juni aan het DB. In 2024 zijn we aangesloten op de Woo-index. Op 1 november moest volgens de eerste tranche van de Woo de eerste categorieën actief openbaar worden gemaakt. Daaraan heeft onze veiligheidsregio voldaan. De tweede tranche stond gepland voor medio 2025.
KOOP werkt aan de ontwikkeling van een dossierfunctionaliteit voor de Woo-index via een koppeling met Open Raadsinformatie (ORI). De gesprekken hierover zijn gaande en de verwachting is dat de ontwikkeling van de koppeling zeker een jaar duurt. Het ministerie kiest er vermoedelijk voor om te wachten op deze techniek en richt zich nu op Q1 2026 voor de inwerkingtreding van de verplichte openbaarmaking van tranche twee. De overige tranches volgen mogelijk ook in 2026. Het MT en DB zijn eind 2025 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Verplichte beleidsindicatoren Taakveld Naam Eenheid Begroting 2025 Realisatie 2025 0. bestuur en ondersteuning Formatie FTE per 1.000 inwoners 0.53fte 0,54fte 0. bestuur en ondersteuning Bezetting FTE per 1.000 inwoners -- 0,50fte 0. bestuur en ondersteuning Apparaatskosten Kosten per inwoner € 49,19 € 46,69 0. bestuur en ondersteuning Externe inhuur Kosten als % totale loonsom + totale kosten inhuur externen 3,0% 5,7% 0. bestuur en ondersteuning Overhead % van de totale lasten 19,0% 21,6% 36 2.4 Financiering Inleiding De kaders voor financiering zijn gebaseerd op de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen waaronder artikel 212 van de Gemeentewet. Het eigen treasurybeleid van Veiligheidsregio IJsselland is vastgelegd in het treasurystatuut.
In de Wet Fido is bepaald dat een financieringsparagraaf in de begroting wordt opgenomen. Ook is vastgelegd welke informatie de financieringsparagraaf dient te bevatten. Dit zijn: • Kasgeldlimiet; • Renterisiconorm; • Liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; • Rentevisie; • Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het risicobeheer is opgenomen onder de Treasury functie. De doelstelling van de treasury functie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en • kredietrisico’s; • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie; • Het minimaliseren van de rentekosten. Renterisicobeheer Voor het renterisicobeheer gelden de volgende criteria: • Conform de Wet FIDO wordt de kasgeldlimiet niet overschreden; • Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; • De rentetypische looptijd (periode waarvoor de rente vaststaat) en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze wettelijke norm bepaalt dat maximaal 20% van de totale omvang van de begroting in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. In de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden zijn 2 modelstaten opgenomen om de risico’s in beeld te brengen te weten: • Berekening kasgeldlimiet (model A); • Renterisiconorm (model B). 37 Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2025 De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van de totale begrotingsomvang. Een gemeenschappelijke regeling mag twee kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren.
De kasgeldlimiet voor Veiligheidsregio IJsselland bedraagt 8,2% van 55,8 miljoen euro = 4,58 miljoen euro. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2025 zijn er geen kortlopende leningen afgesloten. Hier volgt een totaaloverzicht van het jaar 2025 van de modelstaten per kwartaal. Kwartaal Gemiddelde vlottende schuld Gemiddelde vlottende middelen Netto vlottend tekort (+) of overschot van middelen (-) Kasgeldlimiet Ruimte (-) of overschrijding (+) 1e kwartaal 0 5.053.436 -5.053.436 4.579.278 -9.632.714 2e kwartaal 0 3.424.518 -3.424.518 4.579.278 -8.003.796 3e kwartaal 0 3.332.398 -3.332.398 4.579.278 -7.911.676 4e kwartaal 0 2.802.333 -2.802.333 4.579.278 -7.381.611 Wanneer meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen is overschreden in het boekjaar 2025. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. Door berekening van de renterisiconorm verkrijgen wij inzicht in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen.
De renterisiconorm is gebaseerd op het begrotingstotaal en schrijft voor hoeveel maximaal geleend (herfinanciering) mag worden voor een periode langer dan een jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. In 2025 is er een langlopende leningen afgesloten bij de NWB Bank ter hoogte van 4 miljoen euro. Over deze lening dient in april 2026 de eerste aflossing plaats te vinden van 266.667 euro. In onderstaand overzicht wordt de renterisiconorm voor de Veiligheidsregio IJsselland voor 2025 weergegeven: 38 Model B 2025 (bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen/ herfinanciering - 2. Aflossingen 267 3. Renterisico (1+2) 267 4. Renterisiconorm 11.169 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 10.902 5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) - 4a. Begrotingstotaal 55.845 4b. Percentage regeling 20% 4. Renterisiconorm 11.169 Uit bovenstaand tabel blijkt dat het bedrag aan langlopende leningen, waarover de Veiligheidsregio IJsselland een renterisico loopt, ruimschoots binnen de wettelijke norm (volgens de wet FIDO) blijft. Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt maandelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald. Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en de investeringen.
De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. Maar door de toename van materieel en kapitaalgoederen en de tijdelijke overname van een deel van de brandweerkazernes en -posten heeft Veiligheidsregio IJsselland een financieringsbehoefte. Dit leidt tot omvangrijke uitgaande kasstromen waardoor het aantrekken van leningen noodzakelijk was en is. Bepaling financieringsbehoefte 2025: Boekwaarde investeringen € 40.796.830 Reserves en voorzieningen € 5.672.776 Langlopende leningen € 34.466.667 € 40.139.443 Overschot aan financieringsmiddelen € -657.387 Uit het overzicht blijkt dat we per einde 2025 beschikken over een overschot aan financieringsmiddelen van €657.387 (in 2024 was dit €1.183.475). In 2025 is een groot deel van de uitgestelde investeringen gerealiseerd. Om deze investeringen te kunnen financieren, is in 2025 een aanvullende langlopende lening van €4.000.000 afgesloten. Voor de vervangingsinvesteringen die in 2026 en de daaropvolgende jaren uitgevoerd zullen worden is aanvullende financiering noodzakelijk om dit te kunnen financieren. Met betrekking tot de baten wordt de liquiditeitspositie met name bepaald door de gemeentelijke bijdragen en de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) uitkeringen. De gemeentelijke bijdragen worden maandelijks gefactureerd en de BDuR uitkeringen worden per kwartaal uitbetaald.
39 Renterevisie In de begroting 2025 is uitgegaan van de daadwerkelijke rente op de bestaande langlopende leningen. In de loop van 2025 is een aanvullende langlopende lening aangetrokken, die is afgesloten ná het opstellen van de primaire begroting. De hiermee samenhangende rentelasten zijn verwerkt via een begrotingswijziging in de eerste tussentijdse bestuursrapportage van 2025 en opgenomen in de gewijzigde begroting. De aantrekking van deze lening heeft geleid tot hogere rentelasten. Tegelijkertijd zijn echter ook extra renteopbrengsten uit schatkistbankieren gerealiseerd, doordat geplande investeringen zijn uitgesteld en grotendeels pas in 2026 tot besteding komen. Hierdoor bleef tijdelijk meer liquide middelen beschikbaar, wat een positief effect had op de renteopbrengsten. Voor de begroting 2026 worden de rentelasten van de nieuwe lening incidenteel verwerkt en via de tussentijdse bestuursrapportages gemeld. De structurele verwerking van deze hogere rentelasten vindt plaats in de begroting 2027. Alle wijzigingen zijn conform de geldende regelgeving tijdig gerapporteerd via begrotingswijzigingen in de tussentijdse bestuursrapportages. Over reserves en voorzieningen is geen rente berekend. Per saldo resulteert dit in een positief renteresultaat op het taakveld treasury over 2025 van 123.573 euro. In de onderstaande tabel is het renteschema voor 2025 opgenomen.
Renteschema 2025 a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering € 584.591 b. De externe rentebaten (rekeningcourant en schatkistbankieren) -/- € 123.573 Totaal door te rekenen externe rente € 461.018 c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend. -/- € - De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € - -/- € - Saldo door te rekenen externe rente € 461.018 d1. Rente over eigen vermogen € - d2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) € - De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente € 461.018 e. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) -/- € 584.591 f. Renteresultaat op het taakveld treasury € 123.573 40 2.5 Verbonden partijen Met het inzetten van verbonden partijen kunnen we bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van Veiligheidsregio IJsselland. Het deelnemen in een verbonden partij kan ook risico’s met zich meebrengen. Dit laatste is een belangrijke reden geweest om in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) de verplichting op te nemen om de bijdrage/ het risico van verbonden partijen te melden in een afzonderlijke paragraaf van zowel de begroting als de jaarstukken.
Een verbonden partij is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin we zowel een bestuurlijk als een risicodragend financieel belang hebben. Een bestuurlijk belang is in deze context zeggenschap in de vorm van vertegenwoordiging in het bestuur of het hebben van stemrecht. Een risicodragend financieel belang wil zeggen dat we verlies kunnen lijden bij een eventueel faillissement van de verbonden partij en/of aansprakelijk kunnen worden gehouden voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De Commissie BBV beveelt aan om, vanwege het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s, ook organisaties op te nemen in de paragraaf verbonden partijen indien: - formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, maar er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang. Hieronder zijn vier partijen genoemd, die gezien kunnen worden als verbonden partijen van Veiligheidsregio IJsselland.
Gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multidisciplinaire Samenwerking Doelstelling Gezamenlijke uitvoering van de wettelijke meldkamerfunctie en –taken voor de brandweer, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening door de 5 veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. De gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multi (MKBM), een zelfstandig onderdeel van de MKON in Apeldoorn, valt onder de verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. Zoals de Wet veiligheidsregio’s aangeeft hebben deze regio’s in 2023 hun afspraken over de meldkamersamenwerking vastgelegd in een bestuurlijk convenant. Bestuurlijk en financieel belang De besturen van de vijf veiligheidsregio’s worden voor het beheer van de MKBM vertegenwoordigd door een bestuursraad, samengesteld uit de portefeuillehouders meldkamer. In het convenant is afgesproken welke onderwerpen in de bestuursraad aan de orde komen en welke worden voorgelegd aan de besturen van de afzonderlijke veiligheidsregio’s voor besluitvorming. 41 De kosten van het takenpakket volgens de eigen begroting MKBM worden gezamenlijk door de partijen gedragen op basis van de verdeelsleutel, die is vastgesteld door de besturen van de veiligheidsregio’s. Deze verdeelsleutel ondergaat geen jaarlijkse wijziging. Risico Geen bijzondere risico's.
Financiële gevolgen voor de deelnemende veiligheidsregio’s waarvoor niet reeds afspraken over de bekostiging gemaakt zijn, worden via het directieberaad en de bestuursraad aangeboden aan de besturen van de deelnemende veiligheidsregio’s. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen Geen gegevens beschikbaar. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (Stichting BOGO) Doelstelling Het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen, oefeningen en trainingen van brandweermedewerkers in opdracht van zes veiligheidsregio’s, onder andere Veiligheidsregio IJsselland, op niet commerciële/ marktgerichte basis. Stichting BOGO is gevestigd in Hattem. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in Stichting BOGO. Er is sprake van zeggenschap en stemrecht door de vertegenwoordiging in het bestuur. De commandant brandweer/ directeur VRIJ heeft zitting in het bestuur van de BOGO. Hij is benoemd op voordracht van het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in de Stichting BOGO. Veiligheidsregio IJsselland doet namelijk alleen betalingen aan de stichting voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is Stichting BOGO daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij.
Maar wat dit betreft volgen wij de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven wij Stichting BOGO opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Als veiligheidsregio nemen we van de BOGO opleidingen af op basis van instroom en doorontwikkeling van beroepsbrandweerlieden/ brandweervrijwilligers. Sinds enkele jaren factureert en ontvangt de BOGO de hele bedragen voorafgaand aan de opleidingen. Mocht de BOGO in financiële problemen komen dan kunnen de vooruitbetalingen voor de veiligheidsregio wel een risico opleveren als de afgesproken opleidingen niet of beperkt doorgaan en terugbetaling aan de veiligheidsregio niet mogelijk is. Het risico is klein omdat de Stichting BOGO een gedegen financieel beheer voert, vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s en drie gemeenten het bestuur vormen en omdat de zes veiligheidsregio’s geen andere financiële banden met de BOGO hebben dan alleen die van opdrachtgevers. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen Geen gegevens beschikbaar.
42 Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Doelstelling De landelijke Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) heeft tot doel het namens de veiligheidsregio’s, als gezamenlijke werkgeversorganisatie, voeren van onderhandelingen en sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaardenovereenkomsten met werknemersorganisaties ten behoeve van het personeel van de veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in de WVSV. Volgens de statuten van de vereniging is de voorzitter van het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland afgevaardigde naar de algemene vergadering van de WVSV. Een lid van het algemeen bestuur (de waarnemend voorzitter) is plaatsvervangend lid van die algemene vergadering. De kosten van de vereniging worden gedekt uit de contributiegelden. Voor haar lidmaatschap is de veiligheidsregio per verenigingsjaar een contributie verschuldigd, waarvan de hoogte elk jaar door de algemene vergadering wordt vastgesteld. De contributie vormt geen risicodragend financieel belang in de zin van het BBV. De veiligheidsregio’s kunnen ook niet aansprakelijk worden gehouden voor een bepaald bedrag als de WVSV haar verplichtingen niet nakomt. De WVSV is daarmee geen verbonden partij, zoals omschreven in het BBV. Risico Geen bijzondere risico's.
Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen WVSV (bedragen x 1000 euro) 2025 2024 Eigen vermogen 441 232 Vreemd vermogen 582 181 Balanstotaal 1.023 413 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Doelstelling Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is ingesteld door de Wet veiligheidsregio’s en heeft wettelijke taken op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Daarnaast voert het NIPV werkzaamheden uit in opdracht van en voor een of meer veiligheidsregio’s. Bestuurlijk en financieel belang Het NIPV heeft een algemeen bestuur, dat bestaat uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk. Daarmee heeft Veiligheidsregio IJsselland een bestuurlijk belang in het NIPV. De bijdrage van Veiligheidsregio IJsselland voor collectieve en individuele dienstverlening van het NIPV bedraagt circa 380.000 euro per jaar waar een directe tegenprestatie 43 tegenover staat. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in het NIPV omdat de veiligheidsregio alleen betalingen doet aan het NIPV voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is het NIPV daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. We volgen echter wel de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven het NIPV opnemen in de paragraaf Verbonden partijen.
Risico Het risico is nihil. Het NIPV is een publiekrechtelijk rechtspersoon, net als gemeenten en veiligheidsregio’s. Daarbij is het NIPV een zelfstandig bestuursorgaan en kunnen zij geen beroep op de veiligheidsregio doen ingeval van financiële problemen. Ontwikkeling van het Eigen- en Vreemd vermogen NIPV (bedragen x 1000 euro) 2025 2024 Eigen vermogen 13.937 16.603 Vreemd vermogen 56.386 60.272 Balanstotaal 70.323 76.875
44 2.6 Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn voor het onderhoud van kapitaalgoederen, de financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. We beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan voor een groot deel uit voertuigen en materieel. Gebouwen Voor de kazernes zijn met de gemeenten afspraken gemaakt over het onderhoud van het gebruikersdeel. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP). De kazernes worden gehuurd van de elf gemeenten. De huurprijs wordt gebaseerd op de kostprijs. Op basis van de begrotingen van de gemeenten zijn de volledige huisvestingskosten in beeld gebracht inclusief de kosten voor groot onderhoud. Het groot onderhoud voor alle brandweerkazernes wordt uitgevoerd door de gemeentelijke vastgoedonderdelen. De kosten van dit groot onderhoud zijn in de nulmeting in beeld gebracht en maken naast de gemiddelde kapitaallasten deel uit van de huurprijzen. Materieel Veiligheidsregio IJsselland beschikt over een omvangrijke vloot aan voertuigen en operationeel materieel.
Het team Beheer & Techniek is verantwoordelijk voor het beheer, het onderhoud en de inzetbaarheid van al het rijdend materieel en de daarbij behorende materialen. Hiermee wordt geborgd dat de operationele eenheden te allen tijde veilig, betrouwbaar en adequaat kunnen optreden. Binnen dit taakveld wordt continu gewerkt aan efficiency- en kwaliteitsverbeteringen in het beheer en onderhoud. Daarbij wordt steeds gezocht naar een zorgvuldige balans tussen enerzijds de betrokkenheid en praktische kennis van vrijwilligers binnen de brandweerkazernes en anderzijds de noodzakelijke professionaliteit en zakelijkheid vanuit de organisatie.
45 2.7 Openbaarheid Veiligheidsregio IJsselland hecht groot belang aan openbaarheid, transparantie en een goede informatievoorziening richting inwoners, bestuurders en samenwerkingspartners. In lijn met artikel 3.1 van de Wet open overheid (Woo) wordt actief gewerkt aan het uit eigen beweging openbaar maken van informatie, voor zover deze openbaar kan worden verstrekt. Een groot deel van de bestuurlijke en beleidsmatige informatie is reeds openbaar beschikbaar via de website van Veiligheidsregio IJsselland. Dit betreft onder meer vergaderstukken en besluiten van het algemeen bestuur, documenten uit de planning- en controlcyclus, het Crisisplan en overige relevante beleids- en verantwoordingsstukken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de actieve openbaarmakingsplicht zoals bedoeld in artikel 3.3 van de Woo. Voor de informatiecategorieën waarvoor de actieve openbaarmaking gefaseerd wordt ingevoerd, zoals vastgelegd in artikel 3.3a van de Woo, volgt Veiligheidsregio IJsselland de landelijke implementatiestappen en geldende termijnen. Daarnaast biedt Veiligheidsregio IJsselland belanghebbenden de mogelijkheid om informatie op te vragen via een Woo-verzoek, overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 4 van de Wet open overheid.
Woo-verzoeken worden zorgvuldig, tijdig en volgens de wettelijke procedures behandeld, waarbij een belangenafweging plaatsvindt tussen openbaarheid en de bescherming van belangen zoals privacy, veiligheid en bedrijfsgevoelige informatie. De uitvoering van het beleid rondom open overheid is nader toegelicht onder het kopje ‘Wet open overheid’. Door zowel actieve als passieve openbaarmaking draagt Veiligheidsregio IJsselland bij aan een transparante overheid en een versterking van het vertrouwen in het openbaar bestuur.
46 3. Sociaal jaarverslag 3.1 Personele cijfers 2025 Formatie en bezetting beroepsmedewerkers in 2025 In 2025 was de totale formatieve ruimte 293,10 fte en de totale bezetting (beroepsmedewerkers met een vaste of tijdelijke aanstelling) 282,94 fte. In absolute aantallen van medewerkers kan de volgende vergelijking met 2024 worden gemaakt: Tijdelijke inhuur (ZZP’ers, uitzendkrachten, expertise, detacheringen) zijn niet meegenomen in de telling. In totaal gaat het om 42 medewerkers die in 2025 tijdelijk zijn ingehuurd. Er waren 22 medewerkers in dienst met buitengewoon verlof vanuit het FLO-overgangsrecht. Bezetting vrijwilligers in 2025 In december 2025 waren er in totaal 813 vrijwilligers in dienst, waarvan 73 vrijwilligers een niet repressieve aanstelling hadden. In absolute aantallen van medewerkers kan de volgende vergelijking met 2024 gemaakt worden:
47 In en uitdienst Beroepsmedewerkers In 2025 zijn er 33 beroepsmedewerkers ingestroomd, waarvan zes manschappen bij de 24-uursdienst van Deventer en Zwolle. Vier van deze manschappen zijn ingestroomd als aspirant. In 2025 zijn er 32 beroepsmedewerkers uitgestroomd, waarvan vier in de 24- uursdienst van Zwolle en Deventer. Vrijwilligers (repressief en niet repressief) In het najaar van 2024 is er, zoals elk najaar, een grote wervingscampagne opgestart voor nieuwe vrijwilligers. Na de infodagen, selectiedagen, assessments en een keuringen zijn circa 60 aspiranten per 1 april 2025 aangesteld en starten in de loop van het jaar met hun opleiding van twee jaar. Dit verklaart de jaarlijkse piek in april.
48 Stagiaires In 2025 hebben 18 studenten stagegelopen bij onze organisatie. Ziekteverzuim Het verzuimpercentage van de Veiligheidsregio IJsselland bedroeg 4,02 procent in 2025 ten opzichte van 4,92 procent in 2024.
49 Verdeling in leeftijd en man/vrouw Beroepsmedewerkers met een vaste of tijdelijke aanstelling in 2025: Vrijwilligers (repressief en niet repressief) met een vaste of tijdelijke aanstelling in 2025:
50 3.2 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf worden activiteiten toegelicht die in 2025 binnen Veiligheidsregio IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden. Op het gebied van arbeidsomstandigheden bevinden we ons in de fase waarin we (succesvol) reactief acteren op ongewenste situaties. Daarnaast is er de wens om de stap te kunnen maken preventief te handelen en zo risico’s in onze werkzaamheden te voorkomen. Hiervoor is het nodig dat informatie/data op het gebied van Arbo & veiligheid centraal in kaart wordt gebracht en het management op basis van ‘leading indicators’ kan sturen. In 2025 stonden we voor de uitdaging hoe we dit binnen onze organisatie vorm kunnen geven. Ongevallen en incidenten In 2025 zijn er 53 meldingen van (bijna) ongevallen binnengekomen. In onderstaande afbeelding is hier een overzicht van te zien. Opvallend is dat 75 procent van de meldingen betrekking heeft op oefensituaties en op sportactiviteiten. Meldingen met betrekking tot de inzet bij incident vormen slechts een klein deel van de meldingen. Er is een eerste aanzet gedaan om het thema ‘veiligheid in vakbekwaam worden en blijven’ op een structurele manier in te bouwen. Hierbij worden vooraf veiligheidsrisico’s en processen op zowel de oefenlocaties als in de oefenprogramma’s op een structurele manier ingebouwd om op die wijze het aantal incidenten te verminderen.
De opvolging van deze stappen heeft nodige aandacht en prioriteitsstelling in 2026. Hiervoor kan de methodische werkwijze ontwikkeld en geïmplementeerd op het thema duiken als standaard worden genomen in de werkprocessen van andere soorten incidenten. Tijdens een inzet van het veetakel-team van de post Hasselt in Genemuiden is de Noodprocedure Brandweer afgekondigd, doordat één van de ingezette manschappen dermate in de problemen kwam in een gierkelder en daarbij de ademlucht opraakte. De Nederlandse Arbeidsinspectie is over het incident geïnformeerd en een intern ongevalsonderzoek is afgerond.
51 Warme RI&E In 2024 werd na een traject van enkele jaren “de warme RI&E” afgesloten. De warme RI&E is een instrument vanuit brandweer Nederland, waarin aan de hand van een aantal thema’s risico’s en de risicobeleving door de manschappen voor een standaard inzet in kaart worden gebracht. Vanuit de RI&E is een plan van aanpak opgesteld met daarin de aandachtsgebieden. De invulling en opvolging van deze acties is belegd in de “Rode Organisatie” middels een plan van aanpak, die in 2025 tot uitvoer is gebracht. De evaluatie van dit plan van aanpak wordt begeleid door afdeling Incident Bestrijding. Positief gezond werkgeverschap Veiligheidsregio IJsselland hecht er vanuit de visie op gezondheid veel waarde aan dat medewerkers gedurende hun hele loopbaan gezond en vitaal hun werk kunnen blijven doen. Om hieraan bij te dragen wordt er sinds januari 2022 samengewerkt met arbodienst Rienks, die het gedachtegoed van positieve gezondheid onderschrijft, waarbij gezondheid gezien wordt als meer dan alleen de afwezigheid van ziekte. Daarnaast zijn projecten doorontwikkeld die indirect bijdragen aan vitaal en gezond werken. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkelgerichte gesprekscyclus als onderdeel van ons talent- en mobiliteitsbeleid (Talent in Beeld). Deze vorm van gesprekken over ontwikkeling sluit aan bij de visie op positief gezond werkgeverschap en talentontwikkeling.
De ontwikkelgerichte gesprekscyclus is erop gericht om de duurzame inzetbaarheid en eigenaarschap van medewerkers te versterken. De cyclus is flexibel en integreert continue feedback en zelfreflectie vanuit een positieve lading. Het is het doel dat medewerkers meer eigen regie nemen en doelgericht werken aan hun eigen ontwikkeling en werk. Daarnaast is er gewerkt aan het opstellen van gedragsprofielen voor leidinggevenden, met daarbij ook specifiek aandacht voor de kwaliteiten en eigenschappen die nodig zijn om medewerkers te kunnen faciliteren in de eigen regie op gezondheid. Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de organisatie (via OnzeCoach). In 2025 zijn een aantal meldingen binnengekomen bij de vertrouwenspersoon en zijn ook enkele vervolg acties/onderzoeken opgestart en uitgevoerd. Veilige publieke taak (agressie & geweld) Helaas is bekend dat ook medewerkers van de Veiligheidsregio in de uitvoering van hun taken tegen agressie aanlopen. In hoeverre dit “als onderdeel van het werk” wordt ervaren en niet als exceptionele te melden incident verdient aandacht.
Die aandacht wordt enerzijds bestuurlijk gegeven, waarbij bijvoorbeeld een aantal burgemeesters op oudjaarnacht persoonlijk de hulpverleners benaderen. Anderzijds wordt vanuit de organisatie aandacht besteed aan de mogelijkheid om aangifte te doen volgens protocol “agressie geweld publieke taak”. In 2025 is geen melding gedaan met betrekking tot dit thema. 52 Bijlage 1: gegevens per gemeente Algemeen: met de gemeenten zijn maatwerkafspraken gemaakt over de dienstverlening. Niet alle taken komen in de overzichten terug, aangezien een aantal taken niet in prestatie- indicatoren uit te drukken is. Adviezen op A en B evenementen De A- en B-evenementen zijn de lichtere evenementen. De gemeente Kampen en Zwolle verzorgen zelf de advisering op de A- en B-evenementen. Olst-Wijhe en Deventer werkt niet in LiveEvents, maar voor Deventer wordt wel advies gegeven bij B-evenementen. In 2025 waren veertien grote C-evenementen waar advies is gegeven: één in Dalfsen, vijf in Deventer, drie in Raalte, en vijf in Zwolle. GRIP-incidenten Er hebben zich in 2025 vijf GRIP1-incidenten voorgedaan. Zie onderstaand overzicht. Er is driemaal (voorbereidend) ROT (Regionaal Operationeel Team) geformeerd in deze periode. Nr.
Datu m GRI P Plaats Incident Evaluatie 1 27-01- 2025 1 Hasselt Brand bij palletbedrijf Infographic brandweer 2 19-02- 2025 1 Heetveld Brand in fabriekshal Rapport 3 09-03- 2025 1 Balkbrug Brand bij recyclingbedr ijf Rapport 4 10-08- 2025 1 Rouveen Eenzijdig ongeval op de A28: Rapport 0 20 40 60 80 100 120 53 Nr. Datu m GRI P Plaats Incident Evaluatie personenauto te water 5 22-08- 2025 1 Deventer Flatbrand, ontruiming van drie verdiepingen Rapport (Voorbereidende) ROT’s N r. Datu m Plaats Incident Evaluatie 1 13-06- 2025 Zwolle Afgelaste halve marathon Infographic brandweer 2 25-06- 2025 Landelijk Odido-storing Rapport 3 01-08- 2025 Landelijk Odido-storing Rapport Aantal incidenten per gemeente In onderstaand overzicht staat het totaal aantal unieke incidenten binnen onze regio. Het betreft hier incidenten waarvoor een brandweerinzet heeft plaatsgevonden, ongeacht de post, eenheid of type inzet. Ieder incident wordt eenmalig geteld, ongeacht het aantal eenheden dat is uitgerukt.
Gemeente Alarm Brand Dienstverle ning Leef milieu Ongeval Totaal Dalfsen 19 47 24 19 21 130 Deventer 70 265 197 85 44 661 Hardenberg 44 139 65 41 34 323 Kampen 38 111 78 56 37 320 Olst-Wijhe 11 40 26 19 15 111 Ommen 15 47 11 12 18 103 Raalte 12 55 55 31 24 177 Staphorst 7 54 15 9 18 103 Steenwijkerl and 29 143 75 37 43 327 54 Gemeente Alarm Brand Dienstverle ning Leef milieu Ongeval Totaal Zwartewate rland 15 66 37 13 15 146 Zwolle 94 354 202 114 72 836 Total 354 1322 785 437 341 3239 Uitrukken per brandweerpost In dit overzicht staan de uitrukken per post bij een uniek incident. In dit overzicht worden piketfuncties (zoals AGS, OVD) uitgesloten. Op het moment dat een post met meer dan één voertuig aanwezig is bij een incident, dan wordt dit als één unieke uitruk geteld. Alarm: betreft automatische brandmeldingen; Dienstverlening: betreft onder andere de assistentie van de ambulancedienst, het redden van dieren, het opheffen van liftopsluitingen en het reinigen van het wegdek; Leefmilieu: betreft onder andere om assistentie bij storm- en waterschade.
Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal Dalfsen Dalfsen 13 29 10 4 11 67 Lemelerveld 6 18 11 9 6 50 Nieuwleusen 7 37 8 7 4 63 Deventer Bathmen 9 17 13 13 6 58 Deventer 62 285 219 77 73 716 Diepenveen 30 20 7 4 61 Hardenberg Balkbrug 4 25 4 9 6 48 Bergentheim 2 32 15 3 6 58 De Krim 23 6 1 30 Dedemsvaart 8 33 10 9 7 67 Gramsbergen 5 11 7 4 6 33 Hardenberg 29 78 35 15 12 169 Slagharen 1 31 13 4 6 55 Kampen 55 Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal IJsselmuiden 6 41 21 14 11 93 Kampen 28 115 73 33 30 279 Olst-Wijhe Olst 11 16 13 10 5 55 Welsum 4 1 2 7 Wesepe 35 5 3 5 48 Wijhe 32 10 6 9 57 Ommen Ommen 7 55 8 8 15 93 Raalte Heeten 1 12 10 8 7 38 Heino 2 29 10 8 2 51 Luttenberg 5 14 9 7 6 41 Raalte 8 23 26 6 11 74 Staphorst Staphorst 6 55 17 5 17 100 Steenwijkerland Giethoorn 5 36 17 5 14 77 Kuinre 25 7 2 2 36 Oldemarkt 2 40 7 2 4 55 Ossenzijl 1 1 Steenwijk 20 114 38 20 24 216 Vollenhove 3 39 16 4 17 79 Zwartewaterland Genemuiden 6 32 12 4 3 57 Hasselt 8 48 21 6 13 96 Zwartsluis 4 33 17 4 8 66 Zwolle Reserve 3 1 1 1 6 56 Gemeente Alarm Brand Dienstve rlening Leef milieu Ongeval Totaal Zwolle Noord Beroeps 64 260 105 68 89 586 Zwolle Noord Vrijwillig 6 1 7 Zwolle Zuid Beroeps 30 203 165 64 63 525 Duiding incidenten en uitrukken Wanneer we de cijfers over de van 2025 vergelijken met 2024 dan zien we een trend op de volgende thema’s: •
Over de hele linie is het aantal incidenten in de Veiligheidsregio vijf procent gestegen waarbij 2024 onder het gemiddelde ligt over de afgelopen jaren. • De incidenten ‘alarm’ laten een lichte daling zien van elf procent. • De incidenten ‘brand’ zijn gestegen met 24 procent naar 1321 incidenten - De buitenbranden zijn gestegen met bijna 50 procent naar 374 incidenten. Voor zowel bosschage als afval is de brandweer vaker uitgerukt. - Ook de natuurbranden zijn gestegen van zes incidenten in 2024 naar 29 incidenten in 2025. - De gebouwbranden laten een stijging zien van 18 procent naar 285 incidenten. Deze stijging is toe te wijden aan de branden in een keet/schuurtje naar 46 incidenten en incidenten gezondheidszorg naar 31 incidenten. • De dienstverlening laat een lichte stijging zien met vijf procent naar 785 incidenten. Met name het afhijsen van slachtoffers laat een stijging zien van circa 20 procent. • De incidenten op het gebied van leefmilieu zijn met 20 procent gedaald omdat zich geen grootschalige wateroverlast en beperkte stormschade heeft plaatsgevonden. • De incidenten ongevallen zijn onveranderd.
57 Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden In 2025 is in 98,57 procent van de uitrukken voldaan aan de normtijden uit het dekkingsplan. In 1,43 procent van de incidenten is de opkomsttijd dus overschreden. De opkomsttijd bestaat uit de verwerkingstijd op de meldkamer, de uitruktijd (de tijd tussen alarmering en het uitrukken van het brandweervoertuig) en de aanrijtijd (de tijd tussen het wegrijden uit de post en de aankomst op de incidentlocatie). De overschrijdingen doen zich zowel voor bij de verwerking, het uitrukken en het aanrijden. Hieronder worden de oorzaken hiervan kort benoemd. Oorzaken overschrijding tijdens het verwerken van de melding Bij automatische brandmeldingen wordt niet direct een brandweervoertuig gealarmeerd, maar wordt eerst door de meldkamer contact opgenomen met het desbetreffende bedrijf om te checken of er daadwerkelijk sprake is van brand. Aangezien er bij deze meldingen in circa 95 procent van de gevallen niet daadwerkelijk brand is, neemt het aantal nodeloze uitrukken hiermee significant af. Dit nabellen bij automatische meldingen zorgt echter wel voor langere opkomsttijden, indien het wel nodig is dat de brandweer ter plaatse komt. Het nabellen duurt namelijk maximaal twee minuten, voordat er wordt door gealarmeerd.
Oorzaken overschrijdingen tijdens het uitrukken Het zijn vooral vrijwillige posten die de uitruktijden overschrijden (en niet de posten met beroeps-brandweer). Dat is natuurlijk niet zo vreemd, aangezien de uitruktijden van vrijwilligers grilliger zijn doordat zij niet op de post verblijven. Afhankelijk van het tijdstip van de melding moeten zij eerst van hun huis, werk of een andere locatie komen. Oorzaken overschrijdingen tijdens het aanrijden De oorzaken van overschrijdingen op het gebied van het aanrijden komen door onder andere het tijdstip van de melding in relatie tot de verkeersdrukte. Maar ook weersinvloeden hebben effect op de aanrijtijd. Ook kan het bij met name beroepsposten voorkomen dat het brandweervoertuig wat gealarmeerd wordt zich niet in de post bevindt. Dit is aan de orde wanneer het voertuig vertrekt vanaf een andere incidentlocatie, binnen het gebied aan het oefenen is of niet beschikbaar is. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen als het brandweervoertuig al ingezet is bij een ander incident, waardoor een brandweervoertuig van een andere post, met een langere aanrijtijd, gealarmeerd moet worden. Ontwikkelingen Om te voldoen aan de opkomsttijden zoals die zijn gesteld in het bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan lopen verschillende verbeterprojecten. Zoals projecten om het aantal nodeloze meldingen terug te dringen en het project ‘Uitruk op maat’.
58 DEEL B: JAARREKENING Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening 2025 is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland 2025 ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur op 10 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening geeft volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. Daarnaast geeft de jaarrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in hele euro’s. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Het BBV bepaalt dat de jaarrekening uit de volgende onderdelen bestaat: a. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting. b. De balans en de toelichting. c. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. d.
Een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling. 59 Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende zaken een oordeel vormt en dat de leiding een schatting maakt die essentieel is voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Balans Materiële vaste activa met economisch nut Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bijdragen van derden worden op de investering in mindering gebracht. De afschrijving start in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering is afgerond dan wel is verworven. Op de investeringen wordt lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar de ‘Nota Activabeleid 2025’. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De minimale activeringsgrens is 10.000 euro voor aangeschafte activa vanaf 1 januari 2025. Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorraad De voorraad wordt gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur.
Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen bestemming, dan wordt het een algemene reserve genoemd. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. 60 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Vaste schulden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar of één jaar of langer worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Vlottende passiva Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaatbestemming Het saldo van de jaarlijkse baten en lasten vormt het resultaat. Dit resultaat en de bestemming daarvan wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 10 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent date een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde 1.182.000 euro) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. Relevante fouten en onduidelijkheden worden in de paragraaf bedrijfsvoering opgenomen. 61 Staat van baten en lasten Programma Veiligheid Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v.
begroting na wijziging N = Nadeel, V = Voordeel Lasten Risico- en crisisbeheersing 7.081.154 7.097.107 6.978.794 -118.313 V Brandweerzorg 35.024.196 36.781.944 36.840.191 58.248 N Overhead 13.739.507 15.044.440 15.271.824 227.385 N Totaal lasten 55.844.857 58.923.491 59.090.810 167.319 N Baten Risico- en crisisbeheersing -181.626 -379.388 -406.748 -27.360 V Brandweerzorg -361.483 -1.806.056 -1.794.825 11.231 N Overhead -3.043.795 -3.629.757 -3.652.525 -22.768 V Totaal baten -3.586.904 -5.815.201 -5.854.098 -38.897 V Saldo's Risico- en crisisbeheersing 6.899.528 6.717.720 6.572.047 -145.673 V Brandweerzorg 34.662.713 34.975.888 35.045.366 69.478 N Overhead 10.695.712 11.414.682 11.619.299 204.617 N Totaal programma Veiligheid 52.257.953 53.108.290 53.236.713 128.423 V Algemene uitkeringen -51.915.604 -53.436.217 -53.416.216 20.001 N Saldo van de financieringsfunctie 0 -119.429 -123.573 -4.144 V Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen -51.915.604 -53.555.646 -53.539.789 15.857 N Overige baten en lasten 0 0 0 - Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 - Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten 342.349 -447.356 -303.076 144.279 V Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -294.190 -294.190 -294.190 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen -48.159 -48.159 -48.159 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal onttrekkingen aan reserves -342.349 -342.349 -342.349 0 -