5.1c Programmabegroting 2018-2021.pdf
Tekst van het document
Dit omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Crediteuren worden binnen 28 dagen betaald, als de factuur binnen deze periode is geaccordeerd. Schatkistbankieren De Wet HOF verplicht lagere overheden alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elkaar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 500 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel voor 2018 0,75% van € 116 miljoen, ofwel € 0,871 miljoen.
Wij mogen dus een positief rekening-courantsaldo hebben van € 0,871 miljoen, voordat wij moeten beleggen in de schatkist. Gelet op onze rekening-courantpositie en de geraamde financieringsbehoefte gaan wij ervan uit dat we in 2018 slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. 101
Leningenportefeuille Wij maken op dit moment optimaal gebruik van de kasgeldlimiet met name als gevolg van nieuwe investeringen en aflossingen op bestaande leningen. Deze vlottende schuld (looptijd < 1 jaar) moet bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een langere termijn worden omgezet in een schuld voor langere termijn (looptijd > 1 jaar) in de vorm van het aantrekken van een langlopende geldlening. In de afgelopen periode is geen nieuwe langlopend geldlening aangetrokken. bedragen x € 1.000 Ontwikkeling leningenportefeuille o/g | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 Schuldrestant per 1 januari | 61.682 | 57.661 | 53.680 | 50.083 Nieuw aangetrokken leningen | - | - | - | - Reguliere aflossingen | 4.021 | 3.981 | 3.597 | 3.573 Schuldrestant per 31 december | 57.661 | 53.680 | 50.083 | 46.510 Verschuldigde rente | 1.768 | 1.641 | 1.516 | 1.404 Gemiddeld rentepercentage | 3,07% | 3,06% | 3,03% | 3,02% In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. Het schuldrestant van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2018 € 9,2 miljoen. Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2018 moet een totaalbedrag van circa € 1,8 miljoen worden betaald wegens | verschuldigde | rentekosten. | Dit | is | inclusief | de | rentelasten | van | afgerond | € | 0,26 | miljoen.
| voor | de doorgesluisde | leningen | aan | Wetland | Wonen. | Wij | lopen | een | risico | als | de | woningcorporatie | haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Treasury Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor gemeenten is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. Doelstelling van de wijzigingen zijn met name het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en de richtlijnen van de door de commissie BBV opgestelde notitie Rente 2017 treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. In het renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden. Door het omslagpercentage overeenkomstig bovengenoemde richtlijnen vast te stellen en niet langer bespaarde rente over het eigen vermogen en voorzieningen toe te rekenen ontstaat een aanzienlijk saldo op het taakveld Treasury.
Per saldo wordt de programmabegroting echter wel belast met de (verwachte) werkelijke rente ter grootte van € 1.289.000. 102
bedragen x € 1.000 Renteschema | Rekening | Begroting | Begroting 2016 | 2017 | 2018 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering | (-) | - | - 1.936 | - 1.968 b. Externe rentebaten (idem) | (+) | - | 498 | 434 Saldo rentelasten en rentebaten | - | - 1.439 | - 1.534 c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden | (+) | - | 259 | 245 doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het | (+) | - | - 275 | - 260 betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= project- | (-) | 275 | 260 financiering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente | - | - 1.179 | - 1.289 d1. Rente over eigen vermogen | (-) | - | - | - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) | (-) | - | - | - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente | - | - 1.179 | - 1.289 e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | (-) | - | - 1.173 | - 1.701 Renteresultaat op het taakveld treasury | - | - 7 | 412 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. Onze gemeente zal in het begrotingsjaar 2018 in beperkte mate te maken hebben met kredietrisico’s.
De totale omvang van deze leningen per 1-1-2018 bedraagt afgerond € 13 mln. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. bedragen x € 1.000 Verstrekte leningen | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2018 | 2019 | 2020 | 2021 Vordering op Enexis N.V. | 680 | 680 | - | - Vitens N.V. | 1.055 | 792 | 528 | 264 Stichting roeiaccommodatie 't Diep | 33 | 28 | 23 | 17 Stichting Woonconcept | 560 | 280 | - | - Wetland Wonen Groep | 9.165 | 8.624 | 8.071 | 7.506 IGSD | 150 | 75 | - | - N.V. Rova Holding | 1.011 | 1.011 | 1.011 | 1.011 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel | 57 | 49 | 41 | 32 Totaal verstrekte leningen | 12.711 | 11.539 | 9.674 | 8.830 Rentevergoeding | 484 | 444 | 317 | 295 Gemiddeld rentepercentage | 3,81% | 3,85% | 3,28% | 3,34% Voor 2018 is een rentevergoeding van afgerond € 0,485 miljoen begroot. Hieronder volgt een korte toelichting: 103
bedragen x € 1.000 Ontvangen rente | Begroting 2018 Vordering op Enexis N.V. | 77 Vitens N.V. | 20 Stichting roeiaccommodatie 't Diep | 1 Stichting Woonconcept | 39 Wetland Wonen Groep | 260 IGSD | 6 N.V. Rova Holding | 81 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel | 1 Totaal ontvangen rente | 485 Liquiditeitsplanning De planning van de liquiditeiten heeft betrekking op toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente. Voor het opstellen van deze planning is het nodig dat er een liquiditeitsprognose wordt gemaakt. In deze prognose moeten de ontvangsten en uitgaven in een bepaalde periode worden vermeld. Dit zal uiteindelijk leiden tot een verwachting van de benodigde liquiditeit. De Wet FIDO stelt eisen aan het actief beheren van toekomstige renterisico’s. De gemeente wordt daarom gedwongen om een systematische planning hiervoor te ontwikkelen en bij te houden. Financiering Binnen de gemeente wordt een omslagrente in rekening gebracht bij de investeringen en de projecten van 1,5% (2017: 3%). Financieringspositie Het verschil tussen de financieringsbehoefte en de aanwezige beschikbare financieringsmiddelen (langlopende opgenomen geldleningen plus reserves en voorzieningen) is het financieringstekort of –overschot. De boekwaar- de van de investeringen wordt per 1 januari 2018 geraamd op € 142,5 miljoen.
bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte | 01-01-2018 | 01-01-2019 | 01-01-2020 | 01-01-2021 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl. voorraden | 127.283 | 120.749 | 113.978 | 106.353 Boekwaarde leningen u/g | 15.250 | 14.077 | 12.212 | 11.370 Totaal boekwaarde | 142.533 | 134.826 | 126.190 | 117.723 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Algemene reserves | 28.937 | 25.780 | 25.244 | 25.760 Bestemmingsreserves | 17.334 | 17.250 | 17.035 | 16.851 Totaal eigen vermogen | 46.271 | 43.030 | 42.279 | 42.610 Vreemd vermogen Voorzieningen | 6.425 | 7.274 | 6.696 | 6.255 Langlopende leningen | 61.682 | 57.661 | 53.680 | 50.083 104
Totaal vreemd vermogen | 68.107 | 64.935 | 60.376 | 56.338 Totaal financieringsmiddelen | 114.378 | 107.965 | 102.654 | 98.948 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) | - 28.155 | - 26.861 | - 23.536 | - 18.775 Financieringstekort Bij de aanvang van dit begrotingsjaar ramen wij een financieringstekort van € 28 miljoen. Dit tekort ontstaat doordat de som van de reserves en voorzieningen en de opgenomen | geldleningen per 1 januari 2018 lager is dan de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2018. Rente-ontwikkeling De Europese Centrale Bank (ECB) zal vanwege de gematigde inflatieverwachtingen een ruim monetair beleid blijven voeren. De officiële tarieven blijven onveranderd. De lange rentetarieven zullen mede onder invloed van een aantrekkende inflatie naar verwachting wat gaan oplopen. Relatiebeheer Evenals voorgaande jaren is de BNG onze huisbankier. Nagenoeg alle transacties vinden plaats via deze bank. Eind 2014 is een nieuwe dienstverleningsovereenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat wij tot een bedrag van € 12 miljoen “rood” mogen staan. Verder is er sprake van een basisrente van 1 maands Euribor met een spread8 van 0,40% (was 0,21% tot en met 31 december 2011) tot en met 31 december 2015. De spread kan na afloop van de looptijd, waarvoor deze is vastgesteld, door de BNG voor een nader te bepalen looptijd worden gewijzigd.
| De excedentrente9 bedraagt 5% (was 5%). Wel kan nu deze rente van tijd tot tijd worden aangepast door de bank. Verder | heeft | de | gemeente | een | rekening-courantovereenkomst | met | de | Rabobank | “Meppel-Staphorst- Steenwijkerland”. Prognose Meerjarenbalans Sinds 2017 moet voor de programmabegroting een meerjarige geprognotiseerde balans worden opgesteld, die aansluit bij de jaarrekening. De meerjarige geprognosticeerde balans laat met name het verloop zien van de investeringen, de aangetrokken geldleningen en de mutaties in de reserves en voorzieningen. Er is dus rekening gehouden met de geplande investeringen van het Bestedingsplan 2018-2021. In de geprognosticeerde balans is rekening gehouden met de geraamde financieringsbehoefte voor de komende jaren. Voorts is een zeer ruwe schatting gemaakt van de overlopende passiva en de vlottende schuld met een looptijd < 1 jaar. De geprognosticeerde balans is nog in ontwikkeling. In de komende jaren wordt nader invulling gegeven aan de kaders en richtlijnen voor de samenstelling van de geprognosticeerde balans. Met name de relatie | met het EMU saldo vereist nog de nodige aandacht. 8 Spread is de debetopslag op het 1-maands Euribor-tarief. 9 Excedentrente is de extra toeslag op de debetrente die de BNG bank in rekening brengt bij het overschrijden van de kredietlimiet in rekening- courant. 105
bedragen x € 1.000 Realisatie | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR Prognose meerjarenbalans | Ultimo | Ultimo | Ultimo | Ultimo | Ultimo | Ultimo 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa | - | - | - | - | - | - Materiële vaste activa | 91.341 | 106.408 | 101.962 | 97.712 | 93.677 | 89.914 Financiële vaste activa | 17.658 | 16.496 | 15.323 | 13.458 | 12.616 | 11.801 Totaal vaste activa | 108.998 | 122.904 | 117.285 | 111.170 | 106.293 | 101.715 Vlottende Activa Voorraden | 20.742 | 19.629 | 17.541 | 15.020 | 11.429 | 7.476 Uitzettingen met een rentetyp. looptijd < 1 jaar | 10.331 | 10.331 | 10.331 | 10.331 | 10.331 | 10.331 Liquide middelen | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 Overlopende activa | 3.240 | 3.240 | 3.240 | 3.240 | 3.240 | 3.240 Totaal vlottende activa | 34.374 | 33.261 | 31.173 | 28.652 | 25.061 | 21.108 Totaal activa | 143.372 | 156.165 | 148.458 | 139.822 | 131.354 | 122.823 Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen | 55.032 | 46.271 | 43.030 | 42.279 | 42.610 | 43.946 Voorzieningen | 6.633 | 6.425 | 7.274 | 6.696 | 6.255 | 5.831 Financieringsbehoefte | 28.155 | 26.861 | 23.536 | 18.775 | 12.905 Vaste Schuld met een rentetyp.
looptijd > 1 jaar | 66.498 | 61.682 | 57.661 | 53.680 | 50.082 | 46.510 Totaal vaste passiva | 128.163 | 142.533 | 134.826 | 126.190 | 117.722 | 109.191 Vlottende Passiva Vlottende schuld met een rentetyp. looptijd < 1 jaar | 10.270 | 8.693 | 8.700 | 8.700 | 8.700 | 8.700 Overlopende passiva | 4.939 | 4.939 | 4.932 | 4.932 | 4.932 | 4.932 Totaal vlottende passiva | 15.209 | 13.632 | 13.632 | 13.632 | 13.632 | 13.632 Totaal passiva | 143.372 | 156.165 | 148.458 | 139.822 | 131.354 | 122.823 EMU-saldo Om strakker te kunnen sturen op de afspraken die het Rijk heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF) ingevoerd. De wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau. Het collectieve aandeel van de decentrale overheden voor het EMU-saldo is voor het jaar 2017 vastgesteld op -0,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Deze norm ligt in de lijn met het Financieel akkoord 2013-2017 dat eerder is afgesloten tussen het kabinet en de decentrale overheden. Wij hebben een sluitende (meerjaren)begroting maar de manier waarop het Rijk het EMU-saldo berekent, betekent dat wij een negatief EMU-saldo hebben. De belangrijkste oorzaak is dat het Rijk investeringen aan één jaar toerekent (het zgn.
kasstelsel) terwijl andere overheden en het bedrijfsleven dergelijke uitgaven via afschrijvingen over meerdere jaren uitsmeren (stelsel van baten en lasten). Sturingsopties om het EMU-saldo in positieve zin te beïnvloeden zijn het afstoten van activa en passiva die niet tot de “core business” van een gemeente horen. Als vervolg daarop kan het noodzakelijk zijn keuzes te maken en ambities te beperken als het gaat om het investeringsprogramma. Voor vastgoedobjecten kan daarbij huur of lease een optie zijn. 106
bedragen x € 1.000 EMU-saldo | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 1. | (+) | Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit | - 8.495 | - 2.671 | - 215 | 622 | 1.381 reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. | (+) | Afschrijvingen ten laste van de exploitatie | - 4.779 | - 4.757 | - 4.676 | - 4.572 | - 4.340 3. | (+) | Bruto dotatie aan voorzieningen ten laste van de exploitatie | 880 | 2.047 | 120 | 120 | 394 4. | (-) | Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans | 25.394 | 4.833 | 3.244 | 3.424 | 2.391 worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie 5. | (+) | en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en | 207 | - | - | - | - niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa. 6. | (+) | Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa | 150 | - | - | - | - (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp 7. | (-) | maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de | - 1.205 | - 2.088 | - 2.520 | - 3.591 | - 3.952 exploitatie staan) 8. | (+) | Baten bouwgrondexploitatie. | - 92 | - | - | - | - Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord 9.
| (-) | Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze | 329 | 228 | 166 | 40 | 45 transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste 10. | (-) | van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden | - | - | - | - | - gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten 11a. | Worden er deelnemingen en/of aandelen verkocht? | nee | nee | nee | nee | nee 11b. | (-) | Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen in jaar | - | - | - | - | - Berekend EMU-saldo | - 36.648 | - 8.355 | - 5.660 | - 3.702 | - 1.049 4.6. Bedrijfsvoering In programmabegroting van vorig jaar is aangegeven dat de organisatie een Toekomstagenda heeft opgesteld met de thema’s participatie, dienstverlening, samenwerking en interne organisatie. De organisatie heeft als ambitie om de ‘vraag’ van de inwoners en ondernemers centraal te stellen. Dat maakt dat de organisatie in staat moet zijn om vroegtijdig te anticiperen op maatschappelijke veranderingen. Tegelijkertijd | moet het een omgeving zijn waar 107
108 mensen met plezier werken en kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Wij willen een lerende organisatie zijn die zich richt op wendbaarheid en verbinding. Participatie Het meer en beter betrekken van inwoners bij plannen, activiteiten en voorzieningen. Uit het laatst gehouden inwonersonderzoek (2015) is gebleken dat 19% van de inwoners vindt dat de gemeente dit in voldoende mate doet Participatie als thema binnen de Toekomstagenda gaat over de veranderende rol van de gemeente. Overheidsparticipatie: het initiatief ligt bij de bewoner en de overheid participeert hierin. De overheid heeft hierbij een faciliterende en vaak bescheidene rol. Burgerparticipatie: het initiatief ligt bij de overheid en zij vraagt de inwoner mee te denken of te doen. De samenleving verandert en wij maken, als onderdeel van die samenleving, deel uit van dat veranderingsproces. Steeds vaker nemen inwoners het initiatief en zoeken in de gemeentelijke organisatie een coöperatieve partner. Namens de organisatie is De Werkplaats als verkenner in dit veranderproces vooruit gestuurd.
De Werkplaats is een organisatiebrede werkgroep die met allerlei initiatieven en activiteiten werkt aan een gemeente die: - ècht luistert en de bedoeling van initiatiefnemers centraal stelt; - denkt in mogelijkheden en ruimte biedt; - stimuleert dat inwoners de leefbaarheid in hun woon- en leefomgeving in eigen handen nemen. Overheids- en burgerparticipatie zijn essentiële onderdelen in verschillende processen. Afgelopen jaren is hier veelvuldig mee geëxperimenteerd. De Werkplaats zal de komende tijd een aantal processen waarbij overheids - en burgerparticipatie is toegepast evalueren. Samen met de desbetreffende projectleider wordt het proces doorlopen en worden succesfactoren en verbeterpunten eruit gelicht om ons voordeel mee te doen bij volgende processen. Processen die binnenkort geëvalueerd kunnen worden zijn bijvoorbeeld herinrichting Torenlanden, project Steenwijk Binnenstad, gebiedsgerichte aanpak Giethoorn, evaluatie oud papier en een aantal projecten vanuit de Matrix dorpsplannen. Thema Dienstverlening Doelstelling Het verbeteren van de dienstverlening, door aan te sluiten bij verwachtingen van inwoners en ondernemers. Vanuit dit thema richten we ons op de volgende doelstellingen: - Inwoners en ondernemers zijn tevreden over de dienstverlening van onze gemeente. - Wij zoeken meer persoonlijk contact met onze inwoners en ondernemers.
Toelichting De kwaliteit van dienstverlening wordt positiever ervaren wanneer deze aansluit op de wensen en verwachtingen van onze inwoners en ondernemers. Het is daarom zaak in kaart te brengen wat die wensen en verwachtingen zijn. En wat daarin de belangrijkste ijkpunten zijn voor (bepaalde groepen) inwoners en ondernemers. De uitkomsten zijn of worden vertaald in indicatoren waarop we continu de klanttevredenheid meten. De resultaten hiervan combineren we met andere klantsignalen en gebruiken we om verbeteringen in de processen door te voeren en daar met elkaar heldere afspraken over te maken, zodat we onze inwoners en ondernemers kunnen vertellen wat zij van ons mogen verwachten: zo doen we da t!
109 Thema Dienstverlening In het algemeen hanteren we als uitgangspunt ‘digitaal waar mogelijk, persoonlijk waar nodig’. Waarbij we de wens van de inwoner, ondernemer of groep inwoners /ondernemers in contactvoorkeur volgen: dienstverlening op maat. We zoeken zelf persoonlijk c ontact wanneer we het voornemen hebben een negatieve beschikking te sturen. Of wanneer we de vraag achter de vraag willen achterhalen. Of bij aanvragen in het sociaal domein. De digitale dienstverlening is erop gericht om de inwoner/ondernemer snel en een voudig optimale dienstverlening te bieden. Hiervoor gaan we uit van het eenmalig vastleggen van gegevens (in een database) en meervoudig gebruiken ervan, waarvoor gegevensbestanden aan elkaar gekoppeld (moeten) worden, zodat de benodigde broninformatie mak kelijk bereikbaar en beschikbaar is. Thema Samenwerking Doelstelling Daar waar wij kansen zien om meerwaarde te creëren zoeken wij onze samenwerkingspartners op. Die meerwaarde bepalen we vooral vanuit de urgentie van onze maatschappelijke opgaven. Het vergroten van de kwaliteit, het verminderen van de kwetsbaarheid en het zo mogelijk verlagen van kosten zijn onze uitgangspunten bij samenwerking. Toelichting In lijn met de maatschappelijke opgaven werken we op verschillende schaalniveaus samen.
Waar deze opgaven vooral een regionale aanpak vereisen, zoeken we een sterke( re) oriëntatie op de regio Zwolle; dat geldt bijvoorbeeld voor vraagstukken op het gebied van arbeidsparticipatie, jeugdzorg, woningmarkt en recreatie & toerisme. Die lijn trekken we in 2018 door. Op regionale schaal werken we zoals bekend samen in diverse (verplichte) samenwerkingsverbanden, zoals de Veiligheidsregio en de GGD. Daarnaast is in 2017 voor de Omgevingsdienst IJsselland een gemeenschappelijke regeling vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2018 worden onze milieutaken in deze dienst uitgevoerd. Andere opgaven kunnen beter in kleiner verband worden opgepakt, bijvoorbeeld in de sub - regio (met Meppel, Westerveld, Staphorst en Zwartewaterland). Zo werken we samen op het gebied van de werkgeversdienstverlening (Participatiewet) en is in 2017 besloten tot samenwerking tussen deze vijf gemeenten op het gebied van Interne controle en audit (mede ingegeven door strengere eisen in de BBV). In 2018 wordt dit verder uitgewerkt. Verder vindt regelmatig bestuurlijke afstemming plaats tussen deze vijf burgemees ters en gemeentesecretarissen. Samen met Zwartewaterland en Westerveld geven we invulling aan de aanpak van de eisen van de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ten slotte werken we in de uitvoering concreet samen met Zwartewaterland.
Dit wordt vooral bottom-up ontwikkeld; dat geldt vooral op het gebied van KCC, inkoop, infrastructuur en ingenieursdiensten (kennisdeling, uitwisseling van personeel, samenwerking bij meerjarige onderhoudsplannen). In 2018 wordt dit laatste onderdeel nog ver der vormgegeven. Periodiek vinden bijeenkomsten plaats van de beide gemeentesecretarissen en management teams. M.b.t. de IGSD/NWG werken we uiteraard nauw samen met Westerveld. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek in 2017 naar de toegangstaken (de integratie daarvan in de
110 lokale toegangsteams) bekijken we in 2018 wat de mogelijke gevolgen zijn voor de Gemeenschappelijke Regeling en de samenwerking met Westerveld en komen wij eventueel met concrete voorstellen. Thema Interne organisatie Doelstelling We zijn een lerende organisatie die zich richt op wendbaarheid en verbinding. Een organisatie waar met plezier gewerkt wordt, in goede arbeidsomstandigheden. Toelichting Wij investeren in medewerkers Zij zijn tenslotte ons belangrijkste kapitaal. Daarom zijn we scheutig als het gaat om het bieden van kansen en mogelijkheden. Voor persoonlijke ontwikkeling bijvoorbeeld. Ca. 200 medewerkers volgden het afgelopen jaar één of meerdere trainingen uit het concernopleidingsprogramma. De verwachting is dat dit aantal verder oploopt in 2018. Ook blijven we investeren in het opdoen van ervaring om daarmee een goede (door)start te maken op de arbeidsmarkt. Inschatting is dat in 2018 het aantal medewerkers dat deels dan wel geheel gedetacheerd wordt naar een andere organisatie oploopt. Kansen zijn er ook in de komende jaren op het gebied van mobiliteit, zowel binnen als buiten onze organisatie. Het is onze manier om als werkgever aantrekkelijk te zijn en te blijven. Maatschappelijke veranderingen Maatschappelijke veranderingen gaan niet aan onze deur voorbij.
Flexibilisering, toename van het opleidingsniveau, ontgroening, vergrijzing zijn zaken waar ook onze gemeente mee te maken heeft. Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat 80% van de medewerkers 45 jaar of ouder is. Willen we in de toekomst ook een aantrekkelijk werkgever zijn, dan moeten we zorgen voor een personeelsbestand dat in balans is. En dat betekent een goede mix tussen jong talent met een frisse kijk op de organisatie én de ervari ng van de iets oudere medewerker. Daarom is de pilot met het generatiepact voor de komende jaren uitgebreid. Medewerkers vanaf 58 jaar kunnen nu gebruik maken van deze regeling. Inschatting is dat het aantal deelnemers toeneemt. De besparing die dit oplevert wordt ingezet om jonge medewerkers aan te trekken. Talentvolle starters krijgen zo de kans om zich op de arbeidsmarkt te ontwikkelen. Het mes snijdt zo aan twee kanten. De komende jaren gaan we dit verder ontwikkelen. Social Return Hoe help je mensen die moeite hebben met het vinden van een baan? Wij blijven dat de komende jaren mede doen via onze aanbestedingen. We vragen bedrijven om bij het uitvoeren van een klus -daar waar het kan - ook mensen te betrekken die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Zo dragen we allemaal een steentje bij. Veel medewerkers van de Noordwestgroep zijn inmiddels ook bekende gezichten.
Niet verwonderlijk, want zij zijn vanuit de Noordwestgroep gedetacheerd om ons mee te helpen bij het (groen)onderhoud, bij het bedienen van de bruggen, bij het onderhoud van onze begraafplaatsen, bij het maaien van de sportvelden, bij de postbezorging en in onze eigen werkplaats. Het aantal werkervaringsplaatsen dat we aanbieden zal de komende jaren verder oplopen.
111 4.7. Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente een zetel in het bestuur heeft of stemrecht heeft bij de vergaderingen. Met financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente financiële middelen in het bedrijf heeft geïnvesteerd, c.q. gestoken. Als het bedrijf failliet gaat, is de kans groot dat de gemeente de beschikbare financiële middelen kwijt is. Ook bij problemen bij de verbonden partij kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld en kunnen kosten verhaald worden op de gemeente. Een partij die ieder jaar een subsidie krijgt, waar geen tegenprestatie tegenover staat is geen verbonden partij. In de “Nota Verbonden Partijen” zijn regels vermeld voor het aangaan van diverse nieuwe samenwerkingen. Het proces van deelnemingen is een dynam isch gebeuren. Daarom treft u net als vorig jaar weer een aantal wijzigingen, c.q. aanvullingen aan die passen binnen de huidige kaders van de “Nota Verbonden Partijen”. Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen Wij streven ernaar om het bestuurl ijk en financieel belang te houden in die organisaties die een bijdrage leveren aan het openbaar belang en waarvan de activiteiten aansluiten bij het beleid zoals dat door de gemeente wordt gevoerd.
Beleidswijzigingen voor specifieke verbonden partijen worden voor zover nodig of wenselijk afzonderlijk aan de raad voorgelegd. De verbonden partijen die medio 2009 zijn gevormd in verband met de verkoop van Essent aan RWE zullen binnen enkele jaren worden opgeheven. Verbonden partijen waarin de gemeente Steenwijkerland deelneemt De verbonden partijen van de gemeente Steenwijkerland bestaan uit de gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en publiekrechtelijke rechtspersonen. Voornemens tot het aangaan van nieuwe bestuurlijke participaties Wij hebben geen voornemens om op korte termijn nieuwe bestuurlijke participaties aan te gaan. Wel heeft de raad op 1 september 2015 ingestemd om vanuit de regierol samen met de gebiedspartners (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en ondernemers) te werken a an het Nationaal Park Weerribben -Wieden nieuwe stijl. Gedacht wordt dat één en ander plaatsvinden in een zgn. pps -constructie. Voornemens tot het beëindigen van bestaande participaties Verwacht wordt dat de gemeente op korte termijn haar participaties, be houdens een aantal deelnemingen in verband met de afwikkeling van de verkoop van de aandelen Essent aan RWE, niet zal gaan beëindigen. Wijzigingen bestaande participaties RUD IJsselland De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) zal met ingang van 1 januari 2018 worden omgezet van een netwerkorganisatie naar een gemeenschappelijke regeling.
De omzetting heeft financiële consequenties voor de gemeente. De omvang van die financiële consequenties is afhankelijk van de keuze die gemaakt wordt. Risico’s Bij het deelnemen in een verbonden partij kan de gemeente risico’s lopen. Te denken valt onder andere aan: - de hoogte van de dividenduitkering; - aansprakelijkstelling bij faillissement en
- | verplichte hogere bijdragen bij exploitatietekorten bij gemeenschappelijke regelingen. Beheersmaatregelen Om de risico’s te beperken zijn de volgende maatregelen getroffen: - | de gemeenschappelijke regelingen moeten jaarlijks vóór 15 april hun ontwerpbegroting en voorlopige jaarrekening naar de gemeenteraden zenden; - | bij de rechtspersonen (onder andere nutsbedrijven) heeft de gemeente, via de portefeuillehouder inspraak bij de behandeling tijdens de aandeelhoudersvergaderingen. Bij de verschillende programma’s worden de specifieke risico’s van de verbonden partijen vermeld. Verder treft u in bijlage 8 het overzicht aan van de verbonden partijen. Resumé Hieronder treft u een beknopt overzicht aan van dividenduitkeringen, rente-inkomsten en verschuldigde bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. bedragen x € 1.000 Dividend/rentevergoeding | Rekening | Begroting | Begroting 2016 | 2017 | 2018 Steenwijkerl'ANDERS' doen het samen N.V. Noordwestgroep te Steenwijk | - | - | - Intergemeentelijke sociale dienst te Steenwijk | 12 | 9 | 6 Financiën en bedrijfsvoering Enexis N.V. te Arnhem | 37 | - | - Enexis N.V. te Arnhem | 217 | 210 | 210 Enexis N.V. te Arnhem (rente meegeleverd lening tranche D) | - | 2 | 2 Enexis N.V. te Arnhem (suppletie afloss. Lening D) | - | 26 | 26 Vordering op Enexis B.V. te Den Bosch | 94 | 49 | 49 N.V.
Vitens te Apeldoorn | 52 | 37 | 20 Verkoop Vennootschap B.V. te Den Bosch | 162 | 2 | - CSV Amsterdam B.V. | - | 4 | - CBL Vennootschap B.V. | 15 | 1 | - N.V. Vitens te Apeldoorn | 231 | 202 | 135 N.V. Rendo te Meppel | 1.499 | 1.499 | 1.499 Wadinko N.V. te Zwolle | 65 | 65 | 65 Attero Holding N.V. te Haelen (opbrengst verkoop aandelen) | - | - | - N.V. B.N.G. te Den Haag | 132 | 213 | 213 N.V. Rova Holding te Zwolle | 81 | 81 | 81 N.V. Rova Holding te Zwolle | 324 | 431 | 270 N.V. Rova Holding te Zwolle (Opbrengst Cv kapitaal Essent) | 916 | - | - N.V. Rova Holding te Zwolle (verbrandingsbel. Rova)(via afrek. 2016) | 39 | - | - B.V. Dataland te Gouda | - | - | - Totaal dividend/rentevergoeding | 3.876 | 2.831 | 2.576 112
bedragen x € 1.000 Gemeentelijke bijdragen | Rekening | Begroting | Begroting 2016 | 2017 | 2018 Steenwijkerl'ANDERS' voelen zich thuis Veiligheidsregio IJsselland te Zwolle | 2.626 | 2.757 | 2.799 Steenwijkerl'ANDERS' doen het samen GGD IJsselland te Zwolle | 618 | 767 | 814 BVO Jeugdzorg Ijsselland | 93 | 96 | 97 Regionale Uitvoeringsdienst Ijsselland (RUD) | 88 | 92 | 816 Steenwijkerl'ANDERS' zijn actief Intergemeentelijke sociale dienst te Steenwijk | 3.683 | 2.682 | 3.531 Totaal gemeentelijke bijdragen | 7.108 | 6.394 | 8.057 4.8. Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen Algemeen In de paragraaf Grondbeleid en ontwikkelingsinvesteringen wordt ingegaan op de vermogenspositie van het grondbedrijf op basis van geactualiseerde exploitatieopzetten van de diverse complexen. Tevens zijn de diverse risico’s, waar het grondbedrijf mee te maken heeft, beschreven. De resultaten van 2016 zijn verwerkt in de jaarrekening en hebben hun weerslag gehad op de grondexploitaties. Op basis van de bijgestelde grondexploitaties is de vermogenspositie van het grondbedrijf in beeld gebracht. Nieuwe ontwikkelingen Vennootschapsbelasting (Vpb) Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig (Vpb) voor zover zij ondernemingsactiviteiten verrichten.
Naar verwachting zal de belastingdienst tot de conclusie komen dat Steenwijkerland met de exploitatie van | grond | ondernemingsactiviteiten | onderneemt. | De | gemeente | Steenwijkerland | heeft | een | inmiddels | een voorlopige aangifte ingediend over 2016, op basis waarvan een de belastingdienst een voorlopige aanslag over 2016 heeft opgelegd. Op dit moment wordt gewerkt aan de definitieve aangifte over 2016, waarbij de gemeente zich gedurende het aangifteproces laat ondersteunen en adviseren door EFK Belastingadviseurs. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan | duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Echter niet valt uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen | afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting. Notitie faciliterend grondbeleid Door de commissie Besluit, Begroting en Verantwoording (BBV) is in maart 2016 de notitie faciliterend grondbeleid bekendgemaakt.
Er zijn wijzigingen geweest in de regels voor faciliterend grondbeleid en deze hebben effect op 113
114 het project Eeserwold. In het project heeft de gemeente geen grondpositie. In het verleden is het project (door een kleine verkoop van grond met functiewijziging) toch aangemerkt als actief grondbeleid en opgenomen in het grondbedrijf. Door de aangescherpte regels is het niet meer mogelijk het project binnen het grondbedrijf financieel te verantwoorden. Het financiële gevolg is dat de totale boekwaarde van het project in de jaarrekening 2016 als verlies is genomen. Dit betekende een verliesneming van circa € 2,1 miljoen. Het project is dan ook geen onderdeel meer van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties 2018-2021 . Wijziging parameters Jaarlijks worden de parameters kosten - en opbrengstenstijging in de perspectiefnota ten behoeve van de MBG opnieuw vastgesteld en vertaald in de grondprijzenbrief. Voor de komende begrotingsperiode (Meerjarenbegroting Grondexploitaties 2018 -2021) wordt voorgesteld een opbrengstenstijging van 1,5% te hanteren, op basis v an de ontwikkeling van de Consumentenprijsindex (CPI). Hiermee wordt de opbrengstenstijging ten opzichte van voorgaande jaren verlaagd van 2% naar 1,5%. Voor de komende begrotingsperiode (Meerjarenbegroting Grondexploitaties 2018 -2021) wordt voorgesteld e en kostenstijging van 2% te hanteren, op basis van de ontwikkeling van de Grond-, Weg- en Waterbouwindex (GWW- index).
Deze index brengt de prijsontwikkeling van civieltechnische kosten in beeld. De kostenstijging wordt hiermee verlaagd ten opzichte van voorgaande jaren van 3% naar 2%. Het rentepercentage dat wordt doorberekend aan de grondexploitaties is gewijzigd van 0,6% naar 1,25%. Ook dit percentage is door de raad in de perspectiefnota vastgesteld. Fluctuaties in dit percentages zullen structureel optreden, want het wordt afgeleid van het investeringsvolume en de samenstelling van de leningenportefeuille. Grondbeleid Het grondbeleid van de gemeente Steenwijkerland is verwoord in de Nota Grond- en Ontwikkelbeleid 2016-2020. Deze nota is op 8 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad. Het grondbeleid is voor een periode van 4 jaar vastgesteld. Conform deze nota zal de gemeente Steenwijkerland de komende jaren een faciliterend grondbeleid voeren, tenzij vanwege volkshuisvestings - en economische rede nen actief grondbeleid gewenst is. Voor verdere inhoud van het grondbeleid wordt verwezen naar de Nota Grond- en Ontwikkelbeleid 2016-2020. Uitgifte bouwgrond in relatie tot de programma’s Woningbouw De Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 is in het voorjaar 2017 vastgesteld door de raad.
Hierin wordt geconstateerd dat de huidige harde plancapaciteit in de gemeente bestaat uit 842 woningen, terwijl de huishoudensgroei tot 2025 wordt geprognosticeerd op bijna 1.200 (exclusief taakstelling voor statushouder s). Conform de Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021 wordt uitgegaan van een jaarlijkse toevoeging van gemiddeld circa 120 woningen. De Samenwerkingsovereenkomst woonafspraken West -Overijssel 2016 -2020 vorm het kader voor de toevoegingen van woningen in Steenwijkerland. Vanuit de gemeentelijke plannen wordt conform de Woonvisie Steenwijkerland 2017 -2021 uitgegaan van een totale toevoeging van circa 450 woningen tot 2025. Dit correspondeert met de totale toevoeging van woningen waar in de grondexploitaties vanuit wordt gegaan. Jaarlijks betekent dat een gemiddelde toevoeging van circa 45 woningen. In 2015 en 2016 zijn er respectievelijk 35 en 41 woningen aan de voorraad toegevoegd vanuit de gemeentelijke plannen.
Voor de fasering en planning in de grondexploitaties voor woningbouwprojecten is op de uitgangspunten in de Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021. | De planning is voorzichtigheidshalve iets behoudender ingestoken in vergelijking met de planning in de | Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021. Kwalitatief gezien wordt er in Steenwijk rekening gehouden met de nodige behoefte aan sociale huur (vaak appartementen) en in de koopsector aan rijwoningen. In de overige kernen geldt dat het aanbod van kavels vooral gericht is op tweekappers en vrijstaande woningen. Bedrijven Op het niveau van de provincie Overijssel als geheel is er sprake van overprogrammering van bedrijventerreinen. Daarom zijn er in het voorjaar 2017 bestuurlijke afspraken vastgelegd tussen de elf gemeenten in de regio West- Overijssel voor de uitgifte van bedrijventerreinen in het programmadocument Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2017-2020. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt daarentegen geconstateerd dat er sprake is van te weinig aanbod. De vraagtoedeling voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt circa 53 hectare, terwijl het aanbod op dit moment circa 40 hectare bedraagt. Van de harde capaciteit bevind circa 28 hectare zich op bedrijvenpark Eeserwold, wat in particulier bezit is. Vanuit de gemeentelijke plannen bedraagt de harde capaciteit circa 12 hectare.
De capaciteit is verdeeld over diverse bedrijventerreinen binnen de diverse kernen. De uitgifte is bedoeld voor de lokale vraag, waardoor de kaveloppervlaktes relatief klein zijn. Tot 2026 is sprake van een gemiddelde vraag van circa 5,3 hectare per jaar. Vanuit de harde plancapaciteit wordt uitgegaan van een gemiddelde uitgifte van circa 4,1 hectare per jaar. Het gaat om gemiddeld 2,8 hectare per jaar in Eeserwold en 1,3 hectare per jaar vanuit de gemeentelijke plannen. In 2016 en 2017 is respectievelijk 0,2 hectare en 0,8 hectare verkocht vanuit de gemeentelijke plannen. Hiermee is de werkelijke uitgifte de afgelopen twee jaar lager geweest dan de verwachte gemiddelde uitgifte van 1,3 hectare voor de komende jaren. Dit uitgiftetempo wordt als passend gezien in relatie tot de aantrekkende markt, de toenemende investeringsruimte bij bedrijven en de situatie van onderprogrammering binnen de gemeente Steenwijkerland. Resultaten grondexploitaties In | onderstaande | tabel | zijn | de | geprognosticeerde | resultaten | weergegeven | van | de | grondexploitaties | voor woningbouw en bedrijventerreinen.
bedragen x € 1.000 Resultaten grondexploitaties | Boekwaarde | Verwacht saldo (- = positief; + = negatief) 1-jan-2017 | Eindwaarde | Startwaarde Woningbouw onderhanden | 18.040 | - 6.988 | - 6.276 Industrieterreinen onderhanden | 2.703 | - 1.358 | - 1.278 Totaal | 20.742 | - 8.346 | - 7.554 Het | verwachte | resultaat | op | startwaarde | per | 1 | januari | 2017 | van | alle | grondexploitaties | woningbouw, bedrijventerreinen en overige complexen bedraagt circa € 7,6 miljoen voordelig. Ter vergelijking: het resultaat op startwaarde per 1 januari 2016 bedroeg circa € 8,0 miljoen voordelig. De afname van het resultaat op startwaarde heeft hoofzakelijk te maken met de wijziging van de parameters. 115
116 Het positieve resultaat van € 7,6 miljoen toont dat de ontwikkelwinsten uit de toekomstige realisatie en uitgifte van woningbouwgebieden, bedrijventerreinen en mengvormen van deze beide voldoende zijn om de totale investeringskosten (inclusief de reeds gedane investeringen = de huidige boekwaarde per 1 januari 2017 à € 20,7 miljoen) terug te verdienen. Risico’s Indien de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de grondexploitatie wijzigen, dan heeft dat gevolgen v oor de resultaten van de exploitaties. Gedacht kan worden aan vertraging in de gronduitgifte waardoor hogere renteverliezen ontstaan. Stagnerende of dalende grondprijzen waardoor de geplande opbrengsten en/of opbrengstenstijgingen niet gehaald kunnen worde n. Hoge inflatie waardoor de civieltechnische kosten hoger uitvallen dan geraamd. Of een stijging van het renteniveau waardoor eveneens hogere renteverliezen ontstaan. Om de risico’s op te kunnen vangen is er de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG). Winsten en verliezen in de projecten worden verrekend met de Algemene Reserve Grondexploitatie . Om de gewenste hoogte van de Algemene Reserve Grondexploitatie te bepalen wordt er, zoals bepaald in de Nota Grond- en Ontwikkelbeleid 2016-2020, gebruik gemaakt van de Risman -methode. Hierin wordt ingegaan op algemene risico’s en project specifieke risico’s.
Van de project specifieke risico’s wordt vervolgens aangegeven of deze kwantitatief of kwalitatief van aard zijn. De beide soorten risico’s worden omgezet in een bedrag voor de hoogte van het risico per project. Uitgangspunt is dat de kans dat alle onderkende risico’s zich op exact hetzelfde moment zullen voordoen 75% is. Dit percentage is overeenkomend richtlijnen die worden gehanteerd door de Vereniging van G rondbedrijven (70 -80%). Dit leidt vervolgens tot de risicobepaling in de vorm van één risicobedrag. De risicobepaling van alle grondexploitaties tezamen vormt de minimale hoogte van de Algemene Reserve Grondexploitatie , die als financiële buffer dient om d e risico’s op te kunnen vangen. Het actuele risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt circa € 2,9 miljoen. Hiermee is het risicoprofiel circa € 0,3 miljoen lager in vergelijking met vorig jaar, toen het risicoprofiel was ingeschat op circa € 3,2 miljoe n. Dat het risicoprofiel is afgenomen heeft hoofdzakelijk te maken met de aantrekkende markt, waardoor het risico op vertraging in de kaveluitgifte is afgenomen. De hoogte van de Algemene Reserve Grondexploitatie per 1 januari 2017 bedraagt € 3,5 miljoen (zie tabel Verloop Algemene Reserve grondexploitaties) . De Algemene Reserve Grondexploitatie is dus voldoende om de risico’s binnen het grondbedrijf op te vangen.
Risicoprofiel Grondexploitatie: bedragen x € 1.000 Risico's grondexploitatie Risicobepaling Woningbouw 2.443 Industrieterreinen 462 Totaal 2.905
Verloop Algemene Reserve Grondexploitatie: bedragen x € 1.000 Verloop Algemene Reserve Grondexploitatie | Begroting 2017 Saldo per 1 januari 2017 | 3.500 Winstnemingen | - Saldo per 31 december 2017 | 3.500 Gewenste stand conform risicobepaling | 2.905 Verschil | 595 Vermindering bij Perspectiefnota | - Huidig overschot | 595 Vermogenspositie De Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) wordt gevormd door de resultaten van de in het verleden afgesloten complexen, waarbij de winsten in deze reserve zijn gestort en de verliezen ten laste van deze reserve zijn gebracht. Daarnaast wordt de reserve gevoed door het saldo van voorlopige winst- en verliesnemingen. Het saldo van de Algemene Reserve Grondexploitatie bedraagt per 1 januari 2017 € 3,5 miljoen. De verwachting is dat ook in de toekomstige jaren de Algemene Reserve Grondexploitatie zich positief zal ontwikkelen. Hiermee zal de stand van de Algemene Reserve Grondexploitatie naar verwachting blijvend voldoende zijn om de risico’s binnen het grondbedrijf in de toekomst op te vangen. Uitgaande van een gelijkblijvend risicoprofiel is de verwachting dat de Algemene Reserve Grondexploitatie de komende jaren niet onder de huidige minimale buffer van € 2,9 miljoen uit zal komen.
Meerjarige ontwikkeling Algemene Reserve Grondexploitatie bedragen x € 1.000 Meerjarige ontwikkeling Algemene reserve grondexploitatie | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 Saldo ARG per 1 januari | 3.500 | 3.500 | 4.207 | 4.715 | 6.106 Perspectiefnota Winstnemingen | - | 707 | 508 | 1.391 | 1.320 Verliesnemingen | - | - | - | - | - Overige onttrekkingen | - | - | - | - | - Saldo ARG per 31 december | 3.500 | 4.207 | 4.715 | 6.106 | 7.426 Bij deze tabel dient uitdrukkelijk vermeld te worden dat in de begroting geen budget is opgenomen voor toekomstige Vpb verplichtingen. Mocht deze verplichting ontstaan dan | dient deze door de algemene dienst voldaan te worden. Conclusies De volgende conclusies kunnen naar aanleiding van de meerjarenbegroting getrokken worden: - | Het resultaat op startwaarde per 1 januari 2017 van alle grondexploitaties bedraagt € 7,6 miljoen voordelig. Het resultaat van de Meerjarenbegroting 2016-2019 bedroeg € 8,0 miljoen voordelig. Het saldo is verslechterd met € 0,3 miljoen; - | Het saldo van de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG) bedraagt per 1 januari 2017 € 3,5 mln. voordelig; - | Het saldo van de Algemene Reserve Grondexploitatie is naar verwachting eind 2017 voldoende om de gewenste buffer aan te houden. De precieze omvang van dit bedrag zal bij de jaarrekening 2017 opnieuw worden berekend. 117
5. Raadsbesluit Steenwijk, | Nummer: | 2017/ Onderwerp: Programmabegroting 2018-2021 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. 10 oktober 2017, nummer 2017/ ; b e s l u i t : Wij stellen u dan ook voor de volgende besluiten te nemen: 1. | De tarieven voor gemeentelijke belastingen en rechten | vast te stellen overeenkomstig | onderstaande voorstellen: a. de rioolrechten in 2018 met 10% te verlagen ten opzichte van 2017 en het dekkingspercentage voor 2018 te bepalen op 80,7%; b. de afvalstoffenheffing in 2018 met 1,3% te verhogen ten opzichte van 2017 en het dekkingspercentage voor 2018 te bepalen op 71,6%; c. de onroerende-zaakbelastingen in 2018 te verhogen met 1,7% ten opzichte van 2017; d. de lijkbezorgingsrechten | te verhogen met 1,7% | ten opzichte van 2017 en het dekkingspercentage te bepalen op 60,1%. 2. | Voor de jaren 2018, 2019 en 2020 jaarlijks een krediet van € 300.000 beschikbaar te stellen vanwege het activeren van de investeringen in oeverbeschermingen zoals beschreven in hoofdstuk 3.3.5. 3. | Een krediet van € 12.382.000 beschikbaar te stellen voor het bestedingsplan 2018-2021 zoals opgenomen in hoofdstuk 3.3.6. 4. | Een krediet van € 740.000 beschikbaar te stellen voor het uitvoeringsplan riolering 2018 zoals opgenomen in hoofdstuk 4.1.7. 5.
| Een krediet van € 670.000 | beschikbaar te stellen voor de in bijlage 1 vermelde aanschaf/vervanging van bedrijfsmiddelen in 2018. 6. | Op basis van de Meerjarenbegroting Grondexploitaties 2018-2021: a. de grondexploitaties voor woningbouwprojecten en bedrijventerreinen die onderhanden zijn gewijzigd vast te stellen; b. het college te machtigen, indien de markt- en economische omstandigheden daartoe aanleiding geven, tegen andere grondprijzen te verkopen dan opgenomen in de desbetreffende grondexploitaties onder de voorwaarde van een blijvend minimaal sluitende grondexploitatie. 7. | De vijf bestuursprogramma’s vast te stellen. 118
Bijlage 1. Vervangingsinvesteringen Bedragen x € 1 Vervangingsinvesteringen | Investering | Begroting | MJR | MJR | MJR 2018 | 2019 | 2020 | 2021 DIRECTIE Openbare werken (Tractie) Te reserveren voor 2019- 2021 | 665.000 | - | 16.314 | 23.728 | 92.008 Beschikbaar te stellen voor 2018 | 160.000 | 24.542 | 24.209 | 23.876 | 23.543 Totaal benodigd | 825.000 | 24.542 | 40.523 | 47.604 | 115.551 Totaal beschikbaar | 1.691 | 29.762 | 73.145 | 118.029 Tekort (-) / Overschot (+) kapitaallasten | - 22.851 | - 10.761 | 25.541 | 2.478 Ondersteuning (ICT) Te reserveren voor 2019- 2021 | 1.308.000 | 112.284 | 195.384 | 332.427 Beschikbaar te stellen voor 2018 | 455.000 | 118.242 | 116.571 | 114.900 | 73.229 Totaal benodigd | 1.763.000 | 118.242 | 228.855 | 310.284 | 405.656 Totaal beschikbaar | 111.347 | 217.541 | 303.498 | 398.650 Tekort (-) / Overschot (+) kapitaallasten | - 6.895 | - 11.314 | - 6.786 | - 7.006 Facilitair Te reserveren voor 2019- 2021 | 73.400 | 900 | 16.180 | 7.552 Lease koffieautomaten | 20.438 | 16.000 | 16.000 Beschikbaar te stellen voor 2018 | - | - | - | - | - Totaal benodigd | 73.400 | - | 21.338 | 32.180 | 23.552 Totaal beschikbaar | - 19 | 886 | 17.088 | 31.842 Tekort (-) / Overschot (+) kapitaallasten | - 19 | - 20.452 | - 15.092 | 8.290 DIRECTIE: Tekort (-) / Overschot (+) kapitaallasten | - 29.765 | - 42.527 | 3.663 | 3.762 BEGRAAFPLAATSEN Begraafplaatsen Te
reserveren voor 2019- 2021 | 130.000 | - | 2.875 | 9.839 | 16.657 Beschikbaar te stellen voor 2018 | 55.000 | 7.700 | 7.597 | 7.494 | 7.391 Totaal benodigd | 185.000 | 7.700 | 10.472 | 17.333 | 24.048 Totaal beschikbaar | 6.926 | 7.039 | 7.150 | 14.310 BEGRAAFPLAATSEN: Tekort (-) / Overschot (+) kapitaallasten | - 774 | - 3.433 | - 10.183 | - 9.738 TOTAAL: Tekort (-) / Overschot (+) kap.lasten, excl. Begraafpl. | - 29.765 | - 42.527 | 3.663 | 3.762 TOTAAL: Beschikbaar te stellen krediet voor 2018 | 670.000 119
Bijlage 2. Resultaat programmabegroting per taakveld bedragen x € 1.000 Alle taakvelden | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 Saldo van baten en lasten Lasten 0. Bestuur en ondersteuning | - 76.728 | - 22.441 | - 21.744 | - 21.570 | - 21.649 | - 21.861 0.1 Bestuur | - 2.917 | - 2.158 | - 2.383 | - 1.953 | - 1.953 | - 2.211 0.2 Burgerzaken | - 1.195 | - 1.100 | - 1.036 | - 1.042 | - 1.051 | - 1.055 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden | - 2.216 | - 1.525 | - 1.548 | - 1.372 | - 1.409 | - 1.320 0.4 Overhead | - 58.291 | - 16.966 | - 16.456 | - 16.776 | - 16.871 | - 17.011 0.5 Treasury | - 9.666 | - 257 | 192 | 94 | 160 | 261 0.61 OZB woningen | - 649 | - 420 | - 467 | - 475 | - 479 | - 480 0.64 Belastingen overig | - 7 | - 15 | - 47 | - 47 | - 47 | - 47 0.8 Overige baten en lasten | - 1.787 | - | - | - | - | - 1. Veiligheid | - 4.364 | - 4.066 | - 3.658 | - 3.662 | - 3.670 | - 3.664 1.1 Crisisbeheersing en brandweer | - 2.678 | - 2.812 | - 2.845 | - 2.843 | - 2.840 | - 2.840 1.2 Openbare orde en veiligheid | - 1.686 | - 1.254 | - 813 | - 819 | - 830 | - 824 2.
Verkeer, vervoer en waterstaat | - 8.921 | - 5.795 | - 7.413 | - 5.953 | - 6.124 | - 6.179 2.1 Verkeer en vervoer | - 6.757 | - 4.131 | - 6.028 | - 4.621 | - 4.749 | - 4.835 2.2 Parkeren | - 212 | - 99 | - 101 | - 101 | - 102 | - 102 2.3 Recreatieve havens | - 65 | - 69 | - 70 | - 64 | - 64 | - 64 2.4 Economische havens en waterwegen | - 1.812 | - 1.437 | - 1.154 | - 1.106 | - 1.147 | - 1.117 2.5 Openbaar vervoer | - 75 | - 59 | - 61 | - 61 | - 62 | - 62 3. Economie | - 2.142 | - 2.878 | - 3.312 | - 2.816 | - 2.602 | - 2.105 3.1 Economische ontwikkeling | - 741 | - 979 | - 1.017 | - 1.029 | - 973 | - 400 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur | - 289 | - 791 | - 1.044 | - 1.024 | - 913 | - 987 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen | - 62 | - 29 | - 14 | - 14 | - 14 | - 14 3.4 Economische promotie | - 1.049 | - 1.079 | - 1.237 | - 749 | - 703 | - 704 4. Onderwijs | - 5.253 | - 4.524 | - 3.962 | - 3.956 | - 3.952 | - 3.960 4.2 Onderwijshuisvesting | - 2.758 | - 2.225 | - 1.730 | - 1.795 | - 1.756 | - 1.730 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken | - 2.494 | - 2.299 | - 2.232 | - 2.161 | - 2.197 | - 2.230 5.
Sport, cultuur en recreatie | - 12.520 | - 10.220 | - 8.575 | - 8.631 | - 8.540 | - 8.561 5.1 Sportbeleid en activering | - 726 | - 576 | - 356 | - 405 | - 406 | - 406 5.2 Sportaccommodaties | - 3.432 | - 3.170 | - 2.525 | - 2.509 | - 2.504 | - 2.491 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en | - 906 | - 883 | - 892 | - 892 | - 892 | - 892 cultuurparticipatie 5.4 Musea | - 879 | - 515 | - 566 | - 568 | - 507 | - 508 5.5 Cultureel erfgoed | - 460 | - 351 | - 261 | - 263 | - 265 | - 266 5.6 Media | - 894 | - 886 | - 884 | - 884 | - 884 | - 884 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie | - 5.224 | - 3.838 | - 3.091 | - 3.109 | - 3.082 | - 3.113 6. Sociaal domein | - 53.759 | - 53.119 | - 49.877 | - 48.758 | - 48.381 | - 48.035 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie | - 4.833 | - 3.557 | - 3.383 | - 3.377 | - 3.375 | - 2.850 6.2 Wijkteams | - 1.467 | - 1.532 | - 1.568 | - 1.577 | - 1.590 | - 1.595 6.3 Inkomensregelingen | - 18.036 | - 17.081 | - 15.206 | - 14.554 | - 14.415 | - 14.485 6.4 Begeleide participatie | - 8.852 | - 8.430 | - 7.624 | - 7.160 | - 6.750 | - 6.651 6.5 Arbeidsparticipatie | - 1.704 | - 2.299 | - 1.365 | - 1.413 | - 1.414 | - 1.414 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) | - 1.165 | - 1.277 | - 1.303 | - 1.303 | - 1.303 | - 1.304 120
bedragen x € 1.000 Alle taakvelden | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ | - 8.268 | - 9.720 | - 10.293 | - 10.236 | - 10.325 | - 10.473 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- | - 8.984 | - 8.848 | - 8.757 | - 8.758 | - 8.826 | - 8.879 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ | 83 | - 80 | - 80 | - 80 | - 80 | - 80 6.82 Geëscaleerde zorg 18- | - 532 | - 293 | - 300 | - 301 | - 304 | - 305 7. Volksgezondheid en milieu | - 13.219 | - 12.164 | - 11.089 | - 10.501 | - 10.529 | - 10.470 7.1 Volksgezondheid | - 1.460 | - 1.466 | - 1.436 | - 1.436 | - 1.437 | - 1.437 7.2 Riolering | - 4.566 | - 3.994 | - 3.625 | - 3.619 | - 3.672 | - 3.637 7.3 Afval | - 4.688 | - 3.981 | - 4.036 | - 4.021 | - 4.024 | - 4.026 7.4 Milieubeheer | - 1.487 | - 2.043 | - 1.480 | - 961 | - 933 | - 906 7.5 Begraafplaatsen en crematoria | - 1.018 | - 679 | - 512 | - 464 | - 462 | - 464 8.
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke | - 15.287 | - 8.386 | - 6.483 | - 6.959 | - 7.436 | - 7.409 vernieuwing 8.1 Ruimtelijke ordening | - 1.577 | - 1.074 | - 834 | - 939 | - 797 | - 701 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) | - 8.042 | - 3.151 | - 3.304 | - 3.692 | - 4.314 | - 4.394 8.3 Wonen en bouwen | - 5.668 | - 4.160 | - 2.345 | - 2.328 | - 2.325 | - 2.314 Totaal Lasten | - 192.193 | - 123.592 | - 116.113 | - | - | - 112.805 | 112.883 | 112.244 Baten 0. Bestuur en ondersteuning | 150.539 | 81.466 | 80.433 | 79.491 | 79.014 | 79.136 0.1 Bestuur | 29 | 39 | 438 | 11 | 11 | 269 0.2 Burgerzaken | 828 | 600 | 610 | 610 | 610 | 610 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden | 1.861 | 726 | 485 | 478 | 378 | 374 0.4 Overhead | 56.961 | 2.562 | 1.266 | 1.266 | 1.266 | 1.266 0.5 Treasury | 13.947 | 2.849 | 2.624 | 2.468 | 2.358 | 2.293 0.61 OZB woningen | 5.726 | 4.096 | 4.185 | 4.185 | 4.185 | 4.185 0.63 Parkeerbelasting | 15 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 0.64 Belastingen overig | 189 | 197 | 248 | 248 | 248 | 248 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen | 68.860 | 67.619 | 67.751 | 67.400 | 67.132 | 67.066 gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten | 1.067 | - | - | - | - | - 0.62 OZB niet-woningen | 1.056 | 2.768 | 2.816 | 2.816 | 2.816 | 2.816 1.
Veiligheid | 296 | 380 | 183 | 183 | 183 | 183 1.1 Crisisbeheersing en brandweer | 130 | 201 | 155 | 155 | 155 | 155 1.2 Openbare orde en veiligheid | 165 | 179 | 28 | 28 | 28 | 28 2. Verkeer, vervoer en waterstaat | 1.314 | 576 | 223 | 223 | 223 | 223 2.1 Verkeer en vervoer | 1.050 | 180 | 164 | 164 | 164 | 164 2.3 Recreatieve havens | 49 | 54 | 54 | 54 | 54 | 54 2.4 Economische havens en waterwegen | 208 | 338 | 1 | 1 | 1 | 1 2.5 Openbaar vervoer | 7 | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 3. Economie | 1.678 | 1.865 | 2.767 | 2.542 | 2.425 | 2.682 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur | 164 | 548 | 1.450 | 1.224 | 1.108 | 1.364 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen | 47 | 19 | 19 | 19 | 19 | 19 3.4 Economische promotie | 1.466 | 1.298 | 1.298 | 1.298 | 1.298 | 1.298 4. Onderwijs | 412 | 227 | 227 | 227 | 227 | 227 4.2 Onderwijshuisvesting | 18 | - | - | - | - | - 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken | 394 | 227 | 227 | 227 | 227 | 227 121
bedragen x € 1.000 Alle taakvelden | Rekening | Begroting | Begroting | MJR | MJR | MJR 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 5. Sport, cultuur en recreatie | 1.001 | 1.475 | 709 | 684 | 616 | 616 5.1 Sportbeleid en activering | 8 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 5.2 Sportaccommodaties | 539 | 572 | 581 | 581 | 581 | 581 5.3 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en | - | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 cultuurparticipatie 5.4 Musea | 14 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 5.5 Cultureel erfgoed | 180 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie | 261 | 893 | 118 | 93 | 25 | 25 6. Sociaal domein | 16.126 | 13.898 | 13.792 | 13.792 | 13.792 | 13.792 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie | 834 | 160 | 134 | 134 | 134 | 134 6.3 Inkomensregelingen | 13.717 | 13.028 | 13.008 | 13.008 | 13.008 | 13.008 6.4 Begeleide participatie | 26 | - | - | - | - | - 6.5 Arbeidsparticipatie | 479 | 59 | - | - | - | - 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) | 4 | - | - | - | - | - 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ | 587 | 650 | 650 | 650 | 650 | 650 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- | 465 | - | - | - | - | - 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ | 14 | - | - | - | - | - 7.
Volksgezondheid en milieu | 11.071 | 10.539 | 9.992 | 9.953 | 10.037 | 9.968 7.1 Volksgezondheid | 17 | - | - | - | - | - 7.2 Riolering | 5.692 | 5.533 | 5.206 | 5.185 | 5.268 | 5.199 7.3 Afval | 4.688 | 4.296 | 4.332 | 4.314 | 4.314 | 4.314 7.4 Milieubeheer | 208 | 268 | 9 | 9 | 9 | 9 7.5 Begraafplaatsen en crematoria | 465 | 442 | 445 | 445 | 445 | 445 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke | 7.778 | 4.672 | 5.116 | 5.495 | 6.987 | 6.798 vernieuwing 8.1 Ruimtelijke ordening | 46 | 71 | 73 | 73 | 73 | 73 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) | 5.473 | 3.131 | 3.574 | 3.970 | 5.478 | 5.305 8.3 Wonen en bouwen | 2.259 | 1.469 | 1.469 | 1.453 | 1.437 | 1.420 Totaal Baten | 190.214 | 115.097 | 113.442 | 112.591 | 113.506 | 113.625 Saldo van baten en lasten | - 1.979 | - 8.495 | - 2.671 | - 215 | 622 | 1.381 Mutatie reserves Toevoegingen 0. Bestuur en ondersteuning | - 15.844 | - 7.351 | - 857 | - 558 | - 1.441 | - 1.370 0.10 Mutaties reserves | - 15.844 | - 7.351 | - 857 | - 558 | - 1.441 | - 1.370 Totaal Toevoegingen | - 15.844 | - 7.351 | - 857 | - 558 | - 1.441 | - 1.370 Onttrekkingen 0.
Bestuur en ondersteuning | 21.866 | 16.112 | 4.098 | 1.310 | 1.109 | 34 0.10 Mutaties reserves | 21.866 | 16.112 | 4.098 | 1.310 | 1.109 | 34 Totaal Onttrekkingen | 21.866 | 16.112 | 4.098 | 1.310 | 1.109 | 34 Mutatie reserves | 6.021 | 8.761 | 3.241 | 751 | - 332 | - 1.335 Resultaat | 4.042 | 266 | 570 | 537 | 291 | 45 122
123 Bijlage 3. Meerjarig audit-programma, jaarschijf 2018 Het fundament voor de interne controle, het meerjarig auditplan 2015 -2018, heeft u in 2014 vastgesteld. In deze bijlage staan de processen die in 2018 onderzocht gaan worden. Door het vaststellen van deze programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor 201 8 bekrachtigd. WETTELIJKE VEREISTEN Eenheid Proces Invalshoek Doelstellingen ALLE ENSIA Beheersing In beeld brengen of de informatieveiligheid conform regelgeving wordt uitgevoerd. ALLE SISA Financiële Beoordeling van de besteding van de specifieke rechtmatigheid uitkeringen van het rijk. FISCALE WET- EN REGELGEVING Eenheid Proces Invalshoek Doelstellingen ALLE BTW Beheersing In beeld brengen of de regelgeving rond BTW conform wordt uitgevoerd. ALLE Nader te bepalen Elk jaar zal een nader te bepalen onderwerp op projecten (vanuit diverse basis van relevantie worden gecontroleerd, bijv. disciplines mogelijk) vennootschapsbelasting, loonheffing, verhuurder- heffing, wet markt & overheid, werkkostenregeling SAMENLOOP ACCOUNTANTSCONTROLE Eenheid Proces Invalshoek Doelstellingen DV Legesverordening Beheersing Inzichtelijk maken of tarieven conform de legesverordening in rekening worden gebracht. Financiële Vaststellen dat de opbrengsten passen rechtmatigheid binnen de geautoriseerde begroting.