5.0 Veiligheidsregio IJsselland_Jaarstukken 2025 - vastgesteld 01-07-2026
Tekst van het document
Documentgegevens Documentnaam Jaarstukken 2025 Versie 0.1 Datum 20-04-2026 Auteur Martijn den Uijl, Sophie Wijnhoud Corsanummer 2 Inhoudsopgave Inleiding ................................ ................................ ................................ ............................... 3 Opbouw document................................ ................................ ................................ .......... 3 Procedure ................................ ................................ ................................ ....................... 3 DEEL A: JAARVERSLAG ................................ ................................ ................................ .... 4 1. Programmaverantwoording ................................ ................................ ............................ 4 1.1 Indeling ................................ ................................ ................................ ..................... 4 1.2 Brandweerzorg ................................ ................................ ................................ ......... 5 1.3 Risico- en crisisbeheersing ................................ ................................ ....................... 7 1.4 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ................................ ....................... 15 1.5 Overhead ................................ ................................
................................ ................ 17 2. Verplichte hoofdstukken Besluit begroting en verantwoording ................................ 19 2.1 Inleiding ................................ ................................ ................................ .................. 19 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................ ............................. 19 2.3 Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ ........ 25 2.4 Financiering ................................ ................................ ................................ ............ 36 2.5 Verbonden partijen ................................ ................................ ................................ .. 40 2.6 Onderhoud kapitaalgoederen ................................ ................................ .................. 44 2.7 Openbaarheid ................................ ................................ ................................ ......... 45 3. Sociaal jaarverslag ................................ ................................ ................................ ........ 46 3.1 Personele cijfers 2025 ................................ ................................ ............................ 46 3.2 Arbeidsomstandigheden ................................ ................................
......................... 50 Bijlage 1: gegevens per gemeente ................................ ................................ ................... 52 Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden ................................ ......................... 57 DEEL B: JAARREKENING ................................ ................................ ................................ 58 Toelichting op de staat van baten en lasten ................................ ................................ .. 62 Toelichting op de balans ................................ ................................ ............................... 74 Bijlagen wettelijk behorend tot de jaarrekening ................................ ............................. 93 Bijlage 1: Single Information Single Audit (SISA) ................................ .......................... 93 Bijlage 2: Overzicht taakvelden ................................ ................................ ..................... 94 Bijlage 3: Overzicht investeringskredieten ................................ ................................ .... 95 Bijlagen niet behorende tot de accountantscontrole ................................ ..................... 96 Bijlage 1: Langlopende leningen ................................ ................................ ................... 96 Bijlage 2: Gemeentelijke bijdrage ................................
................................ .................. 97 3 Inleiding Elf gemeenten hebben hun taken op het gebied van brandweer en risico- en crisisbeheersing, via een gemeenschappelijke regeling, ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland bestrijdt incidenten waar het moet, maar beperkt nog liever risico’s waar het kan. Daartoe staat zij zeven dagen per week 24 uur per dag klaar met kennis, mensen en middelen. Opbouw document In deze jaarstukken legt Veiligheidsregio IJsselland verantwoording af over de uitvoering van de begroting 2025. De jaarstukken bestaan uit de volgende onderdelen: − deel A: Jaarverslag (inclusief bijlagen) − deel B: Jaarrekening (inclusief bijlagen) In het jaarverslag wordt aangegeven hoe de behaalde resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen. Het jaarverslag is verdeeld in de volgende hoofdstukken: − Programmaverantwoording − Verplichte hoofdstukken op grond van het Besluit begroting en verantwoording − Sociaal jaarverslag Deel B betreft de jaarrekening. Hierin zijn het overzicht van baten en lasten en de balans opgenomen. Procedure Conform artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur vóór 30 april de voorlopige jaarstukken aan de raden van de deelnemende gemeenten. In feite krijgen de gemeenteraden de jaarstukken ter informatie toegestuurd.
Het jaar is tenslotte al ten einde en aan de uitvoering en uitgaven in dat jaar is niets meer te veranderen. De gemeenten kunnen hun burgemeesters wel punten meegeven voor de bespreking in de vergadering van het algemeen bestuur op 1 juli 2026. Conform artikel 34 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur de jaarstukken binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten. 4 DEEL A: JAARVERSLAG 1. Programmaverantwoording 1.1 Indeling De inrichting van dit jaarverslag dient, conform de financiële verordening van Veiligheidsregio IJsselland, aan te sluiten op de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportage moet onder andere ingaan op afwijkingen in de geleverde prestaties. In dit hoofdstuk gaan we hierop in. De begroting van het jaar 2025 kent een andere opzet. De begroting kent een indeling die past bij de organisatiestructuur, die sinds 2024 geldt. Hierdoor is het verdeeld in twee afzonderlijke uitvoeringsprogramma’s ‘Brandweerzorg’ en ‘Risico- en crisisbeheersing’ aangevuld met ‘ondersteuning’. In dit jaarverslag is dezelfde indeling gehanteerd. In de begroting staat bij elk onderdeel: - Wat willen we bereiken? - Wat gaan we daarvoor doen? - De van belang zijnde prestatie-indicatoren.
- ‘Wat heeft het gekost?’ In dit jaarverslag is per onderdeel de tekst opgenomen van het tweede aandachtspunt ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ In een tabel onder ieder onderdeel staat per prestatie-indicator de stand van zaken van de uitvoering van de begroting na afloop van het jaar. De stand van zaken is op de volgende manier aangegeven: Er is voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is uitgevoerd. Er is deels voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is deels uitgevoerd. Er is niet voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie is niet uitgevoerd. In de bijlage zijn prestatiegegevens per gemeente opgenomen in de vorm van tabellen of staafdiagrammen. Voor ‘Wat heeft het gekost?’ verwijzen wij naar deel B De jaarrekening. In het overzicht baten en lasten wordt de realisatie en eventuele afwijkingen per programma toegelicht. 5 1.2 Brandweerzorg Wat gaan we doen? We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Daarnaast spelen bij de brandweer nog een aantal landelijke ontwikkelingen.
Binnen de herijking van de wet veiligheidsregio’s gaat het om bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking, met name op het gebied van de gezamenlijke slagkracht. Tot slot speelt de herziening van het onderwijsstelsel. Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Brandweerzorg 1. Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan. In 2025 is bij 98,57% van de uitrukken voldaan aan de in het dekkingsplan vastgestelde normtijden. Bij de resterende 1,43% van de incidenten is sprake van een overschrijding van de gebiedsgerichte opkomsttijd. Deze meldingen betroffen incidenten binnen categorie I en II gebieden, zijnde woningen en gebouwen met overwegend zelfredzame personen, inclusief industriële objecten. De mate van overschrijding van de gehanteerde bandbreedte varieerde van enkele seconden tot maximaal 86 seconden. De onderliggende oorzaken van de overschrijdingen zijn divers van aard en omvatten onder meer verkeershinder, vertraagde uitruk, alsmede een latere statusmelding van aanwezigheid ter plaatse door het voertuig.
6 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 2. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd. Het opleiden, trainen en oefenen van de brandweer gaat naar wens. Door grotere doorstroom van brandweermedewerkers hebben we voor 2025 een financiële bijstelling van de begroting moeten doen om meer klassen met manschappen op te leiden. Vanaf dit jaar leiden we dan ook vijf klassen manschappen op, in plaats van drie klassen in het verleden. Er is hard gewerkt om een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in huis te halen, die in het eerste kwartaal van 2025 voor de opleidingen in gebruik is genomen. Vanaf het tweede kwartaal 2025 is er gewerkt om de ELO ook geschikt te krijgen voor de oefeningen op de posten. Het kwaliteitsregistratiesysteem m.b.t. oefenen, het zogenoemde “Veiligheidspaspoort”/ react, is in juni 2025 opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding kan met de huidige leverancier de dienstverlening worden voortgezet. 3. Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan. Het onderhoud en de investeringen zijn volgens schema verlopen. 4. De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde. De gezamenlijke meldkamer is sinds maart 2023 operationeel.
De tweede tussentijdse evaluatie loopt inmiddels. Tegelijkertijd functioneert de kern van het proces, van het 112-gesprek tot de inzet op straat, goed.
7 1.3 Risico- en crisisbeheersing In 2024 zijn de onderdelen van het programma ‘De crisis van morgen’ geborgd in de staande organisatie en is er een start gemaakt met het verder implementeren van de actiepunten. Dit is voortgezet in 2025. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld; 2. Risicoreductie; 3. Voorbereiden op incidenten. Deze focuspunten maken onderdeel uit van een bredere ontwikkeling voor risico- en crisisbeheersing. Hierbij wordt ingezet op een verdere samenwerking tussen de verschillende teams binnen de Veiligheidsregio, samen met onze partners. Zo willen we stappen zetten op het gebied van informatievoorziening, risicoreductie en vakbekwaamheid. Door het verbinden van kennis en talenten over de teams heen kunnen we beter invulling geven aan onze ambities; binnen de regio maar ook bovenregionaal. In samenwerking met de gemeenten wordt het programma ‘Veilig Leven’ verder ontwikkeld tot een programmaplan dat zich richt op het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Deze versterking betreft het in kaart brengen van risico’s, het verkleinen ervan, de voorbereiding op incidenten én het herstel na een crisis. Dit vraagt om een actief en goed functionerend netwerk van betrokken partijen, waaronder overheden, vitale aanbieders, het bedrijfsleven, vrijwilligers en anderen.
Binnen dit netwerk staan het delen van kennis en expertise, trainen en oefenen, het vergroten van publieke paraatheid, risicocommunicatie, bewustwording en een gecoördineerde inzet bij incidenten en crises centraal. Het algemeen bestuur heeft eind 2025 ingestemd om activiteiten uit het programma Veilig Leven te combineren met risicocommunicatie en zo een gezamenlijk beeld uit te stralen vanuit de Veiligheidsregio en gemeenten. De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven, gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen.
8 De Veiligheidsregio heeft blijvend aandacht voor het selectieproces van piketfunctionarissen en het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma. Daarnaast het faciliteren van de teams met de juiste middelen, planvorming, het continu evalueren van inzetten en oefeningen en het vakbekwaam houden van de crisisfunctionarissen. De crisisorganisatie en de daarbij behorende processen zijn vastgelegd in een door het algemeen bestuur vastgesteld crisisplan. Op het niveau van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland (Oost-5) wordt de samenwerking geïntensiveerd. Hierbij kan worden gedacht aan het continueren van een gezamenlijke planvorming, gezamenlijk ontwikkelen van trainings- en oefenprogramma’s en het uitwisselen van piketfunctionarissen. Bevolkingszorg en de GHOR gaan mee in de ontwikkelingen van de Veiligheidsregio in relatie tot risicogericht werken en het verstevigen van de informatievoorziening. De GHOR trekt daarbij in nauwe samenwerking met de GGD het thema ziektegolf. Ook wordt in 2025 de herziening van het zorgrisicoprofiel voorbereid. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van bevolkingszorg. Ook de GHOR, waarvoor de DPG eindverantwoordelijk is, is organisatorisch ingebed binnen de poot crisisbeheersing van de Veiligheidsregio.
De processen van bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. In 2026 zal meer duidelijk worden welke kwaliteitsslag nodig is en wat dat betekent voor de organisatie van bevolkingszorg in IJsselland. De aanpassing van de organisatie van bevolkingszorg en de daarbij behorende processen worden vastgelegd in het Handboek Bevolkingszorg. In de zorgsector wijzigt er de komende jaren veel. Bijvoorbeeld het centraal organiseren van faciliteiten en het versterken van netwerken. De GHOR zal blijven zorgen voor een goede aansluiting op de netwerkpartners binnen de zorg, een vertaling van de ontwikkelingen naar de regio en het eventueel aanpassen van processen. De DPG, en daarmee het GHOR-bureau als uitvoerende organisatie, zorgt voor de afstemming tussen de zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Deze taak is op te splitsen in drie rollen, namelijk: 1. Toezien op en rapporteren aan het bestuur van de Veiligheidsregio over de mate van voorbereiding van de zorg op crisisomstandigheden, met als doel om de ketencontinuïteit van zorg te waarborgen; 2. Zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid, zowel in crisisomstandigheden als daarbuiten, en zorgen voor operationele sturing op de geneeskundige hulpverlening via de GHOR-crisisfuncties; 3.
Adviseren over (zorg)risico’s en over operationele voorbereiding in zowel in de koude, lauwe als warme fase. 9 Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. Uitvoering geven aan prestatie-indicatoren voortkomend uit de landelijke agenda crisisbeheersing. De landelijke agenda bestaat uit drie onderdelen: • Versterken voorbereiding en paraatheid • Versterken van een weerbare samenleving • Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit Voor alle drie de onderdelen zet IJsselland zich in om tot concrete uitvoering te komen. 2. Een werkend procesmodel in relatie tot risicogericht werken, waar aandacht is voor de drie pijlers uit de landelijke agenda crisisbeheersing. Risicogericht werken krijgt steeds beter een centrale positie in de werkprocessen. We zien daarbij al resultaten in bijvoorbeeld een steeds pro-actiever Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) en verbeterde planvorming. 3. Een programmaplan dat gericht is op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. In 2025 is een basis van ‘sense of urgency’ gelegd. Dit is voldoende stevig om met vertrouwen te starten in samenwerking met de gemeenten aan twee hoofdlijnen: 1) Pilot met noodsteunpunten; 2) De 41 puntenlijst Weerbaarheid van de VNG. 4. Het lespakket #VetVeilig wordt door 20% van de scholen in IJsselland gebruikt.
De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet. Dit vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven, gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen. 5. Crisisteams en crisisexperts worden ingezet bij alle acute crises, en op verzoek van een burgemeester of voorzitter Veiligheidsregio Een groep van tien crisismanagers is inmiddels opgeleid en beschikbaar. Het is belangrijk dat ze vlieguren maken en de kans krijgen in deze rol te oefenen om steeds beter voor te bereiden op een grote
10 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden bij niet-acute crisissituaties of incidenten en/ of risico’s in de gemeente. crisis of de nafase daarvan. In 2025 is reeds een aantal keer gebruik gemaakt van een crisismanager op verzoek van een gemeente of bestuurder. Daarnaast is de rol van technisch voorzitter opgenomen in het crisisplan. 6. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorg- functionarissen, en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen. Het multidisciplinaire OTO-programma (opleidings- trainings- en oefenprogramma) voor de crisisfunctionarissen krijgt steeds meer de juiste plek binnen het kwaliteitssysteem. In 2025 is dit programma volledig behaald. Dit geldt ook voor het monodisciplinaire programma voor GHOR-functionarissen en leden van het regionale team bevolkingszorg. 7. Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crisis en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid. Leerpunten worden gerapporteerd aan de veiligheidsdirectie en het algemeen bestuur. Alle inzetten zijn geëvalueerd en indien nodig en/of gewenst zijn leerarena’s georganiseerd. De rode draden analyse (RDA) zal de leerpunten en daarbij behorende acties, maar ook de te bestendigen punten inzichtelijk gaan maken. 8.
Er vindt uitvoering plaats van de geprioriteerde samenwerkingsthema’s binnen de vijf veiligheidsregio’s in Oost- Nederland (Oost-5). De samenwerking is beter gebord door een verbetering van de overlegstructuur.
11 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Risicobeheersing 9. Alle aanvragen van provincie en gemeenten om een advies van de Veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire analyse van de voorliggende vraag. Voor ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen zijn er nieuwe afspraken met o.a. gemeenten en de Omgevingsdienst gemaakt over de manier van aanleveren van de adviezen. Op deze manier is het duidelijker wanneer de Veiligheidsregio een risicogericht maatwerkadvies maakt en wanneer een standaard advies voldoende is. 10. In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. Risicogericht advies is altijd maatwerk en afhankelijk van de adviesaanvraag. Hiermee brengen we verdieping aan en denken we oplossingsgericht mee, waarbij we gaan voor echte veiligheidswinst. Wanneer de adviesaanvraag niet vraagt om deze verdieping, is een standaardadvies voldoende. Hetzelfde risicogerichte advies geven we ook tijdens onze toezichtstaak. 11.
Er wordt jaarlijks toezicht gehouden op de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Seveso- inrichtingen), dit doen we samen met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. De aanwijzing toezichthoudende ambtenaren industriële veiligheid is recent vastgesteld. Daarnaast werken de toezichthouders aan een jaarlijkse factsheet voor bestuurders waarin de overtredingen per Seveso-inrichting overzichtelijk worden weergegeven.
12 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden GHOR 12. Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHOR- organisatie. De acute-zorgpartners delen voorziene risico’s voor de ketencontinuïteit van zorg met de partijen binnen het Regionaal Overleg Acute Zorgketen en daarmee met de GHOR. De GHOR zorgt ervoor dat de relevante informatie via het VIK multidisciplinair wordt gedeeld. 13. Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde. Onze evenementenadviezen worden overgenomen in de vergunningen. De wijze van controle op naleving van de voorwaarden verschilt per gemeente. 14. Bij alle risico’s in het regionaal (zorg-) risicoprofiel hebben wij informatiebronnen. De bijdrage vanuit de zorgsector (via de GHOR) ten behoeve van het veiligheidsbeeld is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Tegelijkertijd is de conclusie dat dit proces, o.a. vanwege personeelswisselingen en veranderde situaties bij zorgpartners, voortdurend aandacht behoeft vanuit de GHOR. Bevolkingszorg 15. Uitvoering geven aan de landelijke kwaliteitseisen bevolkingszorg. Dit project loopt landelijk achter op schema. In IJsselland is Bevolkingszorg georganiseerd volgens de landelijke lijn en op orde. 16. Processen in relatie tot nafase en herstel zijn geactualiseerd en geïmplementeerd.
De opgeleide crisismanagers zijn beschikbaar om ook een rol te vervullen in het proces van nafase. 17. Bevolkingszorg is een partner in de uitwerking van de pijler ‘weerbare en veerkrachtige samenleving Bevolkingszorg doet volledig mee aan het programma van Weerbaarheid en Veerkracht en pakt daarin haar taak op. Op landelijk niveau is dit nog niet het geval. Dit heeft de aandacht van de RCDV
13 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden en de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing. Bevolkingszorg In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van Bevolkingszorg. In het algemeen bestuur is akkoord gegeven op de landelijke actiepunten verwoord in het project Uniform Kwaliteitsbeleid Bevolkingszorg. Het Veiligheidsberaad heeft opdracht gegeven een landelijk kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie te beschrijven. Hiertoe zijn een stuur- en projectgroep Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg in het leven geroepen. Het beoogd effect is enerzijds het leveren van input voor de nieuwe wetgeving waarin bevolkingszorg en crisiscommunicatie vaste onderdelen moeten zijn. Anderzijds werken aan het verhogen van het kwaliteitsniveau van bevolkingszorg en landelijke samenwerking. Momenteel worden deze punten uitgewerkt in een landelijk implementatieplan. Focuspunten zijn het verbeteren van de samenwerking en uitwisselbaarheid tussen regio’s en het uniformeren van opleidingen en examinering. De richting die nu wordt voorgesteld in het kader van bevolkingszorg en crisiscommunicatie sluiten aan bij de koers die we al hadden ingezet. Regionaal moeten we blijven investeren in werving en selectie. Het lukt om het team voldoende gevuld te houden maar daar is wel meer moeite voor nodig dan enkele jaren geleden.
Dit leidt ook tot extra opleidingsinspanningen. In afstemming met de adviseurs crisisbeheersing heeft de veiligheidsregio naast coördinatie ook de kwaliteitsbewaking van het regionale team bevolkingszorg en crisiscommunicatie op zich genomen. In 2025 is daarvoor een programma opgesteld, dat in 2026 over het regionale team wordt uitgerold. Primitieve begroting Wijzigingen begroting Gewijzigde begroting Realisatie Saldo N/V Loonkosten 0 12.500 12.500 12.343 -157 V Toelagen (piket/wachtdienst) 156.666 0 156.666 133.839 -22.827 V Opleiden, trainen en oefenen 102.412 -14.000 88.412 37.221 -51.191 V Regie en netwerk 0 5.000 5.000 4.903 -97 V Doorberekening programma 238.867 0 238.867 238.867 0 - Overige kosten 57.073 -3.500 53.573 61.388 7.815 N Gemeentelijke bijdrage -181.626 0 -181.626 -181.626 0 - Eindtotaal 373.392 0 373.392 306.935 -66.457 V
14 In de primitieve begroting voor 2025 was een totaalbudget van 373.392 euro opgenomen voor Bevolkingszorg. Gedurende het jaar hebben administratieve begrotingswijzigingen plaatsgevonden. Per saldo is het budget niet gewijzigd waardoor de gewijzigde begroting eveneens uitkwam op 373.392 euro. De grootste verschuivingen betroffen een verhoging van de loonkosten (12.500 euro) en regie en netwerk (5.000 euro), en verlagingen bij opleiden, trainen en oefenen (14.000 euro) en overige kosten (3.500 euro). De realisatie over het jaar bedroeg 306.935 euro, wat resulteert in een positief saldo van 66.457 euro ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit voordeel is voornamelijk ontstaan door lagere uitgaven op toelagen (piket/wachtdienst) en opleidings-, trainings- en oefenkosten. Daartegenover stonden hogere uitgaven bij overige kosten. De gemeentelijke bijdrage bedroeg 181.626 euro en is volledig ingezet ter dekking van de kosten, met name voor toelagen, opleidingen en regie- en netwerkkosten. Per saldo sluit Bevolkingszorg het jaar 2025 af met een voordelig resultaat.
15 1.4 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Met het bestuur zijn afspraken gemaakt over het beleid ten aanzien van de algemene dekkingsmiddelen. De beleidsuitgangspunten zijn vastgesteld in de volgende door het bestuur vastgestelde documenten: • Financiële verordening 2025 • Kadernota 2025 • Programmabegroting 2025 • Eerste bestuursrapportage 2025 • Tweede bestuursrapportage 2025 De algemene dekkingsmiddelen dienen, naast de overige opbrengsten, als dekkingsmiddel voor het programma Veiligheid en Overhead. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de volgende onderdelen: • Gemeentelijke bijdrage • Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage vormt een structureel onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen van de veiligheidsregio. Via deze gezamenlijke financiering stellen de deelnemende gemeenten de veiligheidsregio in staat om haar wettelijke en maatschappelijke taken op het gebied van crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg en bevolkingszorg duurzaam en professioneel uit te voeren. De bijdrage borgt daarmee de continuïteit, paraatheid en kwaliteit van de regionale veiligheidsorganisatie. Voor het boekjaar 2025 bedraagt de totale gemeentelijke bijdrage 44.434.414 euro. Van dit bedrag is 181.626 euro specifiek toegerekend aan Bevolkingszorg.
Het resterende bedrag van 44.252.788 euro vormen een onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen en zijn bestemd voor de uitvoering van de wettelijke taken binnen de veiligheidsregio. De verdeling van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op basis van een vastgestelde verdeelsleutel, waarbij het inwonersaantal per gemeente een bepalende factor is. De gemeentelijke bijdrage wordt ingezet voor een breed palet aan kostenposten. Hieronder vallen onder meer operationele uitgaven, opleidings- en oefenactiviteiten, paraatheidsvoorzieningen, materieel en huisvesting, informatievoorziening, netwerk- en samenwerkingsactiviteiten en personeelskosten. Ook preventieve maatregelen en voorbereidende activiteiten — gericht op risicobeheersing en incidentrespons — worden hieruit bekostigd. Voor bevolkingszorg wordt de bijdrage primair gebruikt voor piket- en wachtdienstvergoedingen, opleidingen en trainingen, en de versterking van regie- en netwerkfuncties. Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is een structurele rijksbijdrage die de veiligheidsregio ontvangt ter ondersteuning van de wettelijke taken op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Deze uitkering is bedoeld om te investeren in de paraatheid en slagvaardigheid van de crisisorganisatie, waaronder opleiden, trainen en 16 oefenen (OTO), informatiemanagement en samenwerking binnen crisisbeheersing. Sinds 2023 ontvangt de Veiligheidsregio IJsselland aanvullende middelen vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid om de crisisbeheersing en informatievoorziening binnen de organisatie te versterken. Een belangrijke voorwaarde van deze middelen is dat zij de gemeentelijke bijdrage niet mogen beïnvloeden en dat eventuele overschotten niet mogen terugvloeien naar de deelnemende gemeenten. Naast deze structurele BDuR-middelen heeft de Veiligheidsregio in 2025 een extra bijdrage van 180.000 euro ontvangen voor het versterken van de weerbaarheid in de regio. Dit bedrag is onder andere bestemd voor de inrichting van noodsteunpunten. De planvorming hoe de gelden in de toekomst doelmatig besteed kunnen gaan worden is momenteel in voorbereiding binnen de organisatie. Vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie is voor het versterken van de weerbaarheid in de regio in 2025 180.000 euro beschikbaar gesteld en voor 2026 een bedrag van 400.000 euro. Voor het verslagjaar 2025 ontving de veiligheidsregio een totale BDuR-bijdrage van 9.163.428 euro.
Van de totale bijdrage is 2.275.272 euro gealloceerd voor de versterking van crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid. Dit betreffen de specifiek toegewezen middelen die uitsluitend voor dit doel mogen worden ingezet en geen invloed hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Het resterende deel van de ontvangen bijdrage van 6.888.156 euro is in 2025 aangewend voor de uitvoering van de wettelijke taken en het financieren van de ondersteunende diensten en bedrijfsvoering. Een specificatie van de algemene dekkingsmiddelen wordt in onderstaand overzicht weergegeven. Algemene dekkingsmiddelen Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v. begroting na wijziging N/V Gemeentelijke bijdrage -44.252.788 -44.252.788 -44.252.788 0 - BDuR -7.662.815 -9.183.428 -9.163.428 20.000 N Totale baten -51.915.603 -53.436.216 -53.416.216 20.000 N De gemeentelijke bijdrage is in 2025 ongewijzigd gebleven ten opzichte van de primitieve begroting. Zowel in de begroting na wijziging als in de realisatie bedraagt deze 44.252.788 euro (als bate verantwoord). De BDuR-bijdrage vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie is in de gewijzigde begroting hoger geraamd dan in de oorspronkelijke begroting.
De bijstelling is het gevolg van aanvullende rijksmiddelen voor onder andere de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening en compensatie voor loon- en prijsindexaties. De realisatie van de BDuR-bijdrage is echter 20.000 euro lager uitgekomen dan geraamd in de begroting na wijziging. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat de toegekende middelen voor weerbaarheid lager zijn vastgesteld dan eerder was voorzien. In de gewijzigde begroting was hiervoor een bedrag van 200.000 euro opgenomen, terwijl de definitieve toekenning 180.000 euro bedroeg. Hierdoor vallen de totale BDuR-baten lager uit dan opgenomen in de begroting na wijziging. 17 1.5 Overhead De kosten van overhead zijn alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. In het programma Veiligheid worden de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Uitgangspunt voor de definitie van overhead is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten, die gericht zijn op de externe klant, moeten in de betreffende taakvelden worden verantwoord. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord in het overzicht overhead. De kosten van overhead worden in onderstaand overzicht weergegeven.
Onder de tabel worden afwijkingen hoger dan 20.000 euro per onderdeel besproken. Overhead Begroting voor wijziging 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil t.o.v. begroting na wijziging N/V Financiën 126.676 79.148 84.433 5.285 N HRM 961.099 1.049.323 953.667 -95.655 V ICT 511.389 379.995 377.959 -2.036 V Facilitaire Zaken 422.977 416.293 434.867 18.573 N Bedrijfsvoering 3.822.192 3.649.323 3.708.702 59.379 N Directie 559.730 412.237 450.276 38.039 N Bestuur en Organisatie 355.367 465.123 490.965 25.842 N Communicatie 816.419 781.892 770.504 -11.389 V Informatievoorziening 1.248.339 1.262.223 1.294.057 31.835 N Managers 1.462.309 1.488.449 1.632.827 144.379 N Ondersteuners 409.214 381.211 371.575 -9.636 V Project Implementatie MS365 0 1.049.467 1.049.467 0 - Saldo Overhead 10.695.712 11.414.683 11.619.299 204.617 N 18 HRM Het saldo van het team HRM laat een overschot van 95.655 euro zien ten opzichte van de begroting. De belangrijkste afwijking betreft de doorbelasting van opleidingskosten voor medewerkers van de veiligheidsregio. Deze kosten zijn 77.000 euro lager uitgevallen dan begroot. Dit hangt samen met een lagere afname van opleidingen en trainingen dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Daarnaast zijn de kosten voor de bedrijfsarts 15.500 euro lager uitgevallen dan verwacht.
Dit verschil is ontstaan door een nacalculatie op basis van het werkelijke aantal medewerkers, waardoor de kosten lager zijn vastgesteld dan eerder geraamd. Bedrijfsvoering De afdelingen die onder Bedrijfsvoering vallen sluiten het boekjaar 2025 af met een nadelig saldo van 59.379 euro ten opzichte van de begroting. Dit tekort wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door hogere personeelsgerelateerde kosten dan vooraf werd voorzien. Een belangrijk deel van de overschrijding komt voort uit extra inhuur derden. Deze inhuur was noodzakelijk om de continuïteit van de werkzaamheden te waarborgen bij langdurige ziekte van medewerkers en om tijdelijk vacante formatieruimte op te vangen. Daarnaast zijn de kosten voor verbindingen en software hoger uitgekomen dan geraamd. Dit hangt samen met prijsstijgingen, aanvullende licenties en uitbreiding van digitale voorzieningen ter ondersteuning van bedrijfsvoering. Directie De kosten voor de afdeling Directie zijn in 2025 38.039 euro hoger uitgevallen dan begroot. De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door een incidentele bijdrage van 50.000 euro aan de Taskforce Natuurbrandbestrijding van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), waaraan de Veiligheidsregio IJsselland in 2025 heeft deelgenomen.
De meerkosten worden deels gecompenseerd door lagere uitgaven op andere kostenposten binnen Directie waardoor het uiteindelijke nadeel iets lager uitvalt. Bestuur en organisatie Voor de afdeling Bestuur en organisatie komt het saldo over 2025 uit op een nadelig resultaat van 25.842 euro ten opzichte van de begroting. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor de inhuur van derden. Daarnaast zijn de kosten voor opleidingen en cursussen hoger uitgevallen dan begroot. Dit hangt samen met de instroom van nieuwe medewerkers, waarvoor aanvullende scholing noodzakelijk was. Tevens heeft de afdeling als geheel een verdiepingscursus gevolgd. Informatievoorziening De kosten voor de afdeling Informatievoorziening zijn in 2025 31.835 euro hoger uitgevallen dan begroot. Hierdoor ontstaat een nadelig saldo ten opzichte van de begroting. De overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door extra inhuur van externe medewerkers. Het betreft onder meer de inzet van een programmacoördinator Informatievoorziening en tijdelijke ondersteuning bij de migratie van Corsa naar de cloudomgeving. Deze inzet was noodzakelijk om de voortgang, kwaliteit en continuïteit van de IV-projecten te waarborgen. Managers Binnen het onderdeel managers is sprake van een overschrijding van 144.379 euro.
Deze overschrijding wordt veroorzaakt door een dotatie van 150.000 euro aan de voorziening Personeel. De voorziening is gevormd ter afdekking van verwachte verplichtingen van personele aard voortvloeiend uit een lopende personele aangelegenheid. 19 2. Verplichte hoofdstukken Besluit begroting en verantwoording 2.1 Inleiding Op grond van artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient het jaarverslag een aantal verplichte paragrafen te bevatten. Voor Veiligheidsregio IJsselland zijn dit: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing (paragraaf 2.2) 2. Bedrijfsvoering (paragraaf 2.3) 3. Financiering (paragraaf 2.4) 4. Verbonden partijen (paragraaf 2.5) 5. Onderhoud kapitaalgoederen (paragraaf 2.6) 6. Openbaarheid (paragraaf 2.7) In deze paragrafen staat de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Volgens artikel 11 van het BBV zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht in hun begroting en jaarverslag een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van alle risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de weerstandscapaciteit en tot onze financiële positie.
Hiermee ontstaat inzicht in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Deze paragraaf bevat, conform artikel 11 BBV de volgende onderdelen: • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • Een inventarisatie van de risico’s; • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; • Een aantal verplichte financiële kengetallen. In de begroting zijn in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt, vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogen, gerapporteerd over de actuele risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Algemeen Veiligheidsregio IJsselland richt zich primair op het beheersen van veiligheidsrisico’s voor burgers. Dit vormt de kern van haar bestaansrecht. Naast deze operationele risico’s heeft de organisatie echter ook te maken met risico’s op het gebied van bedrijfsvoering, zoals ICT, HR, juridische kwesties, kwaliteitsbewaking en fraudepreventie.
Een effectief en 20 gestructureerd risicomanagement is essentieel om zowel de operationele als de organisatorische continuïteit te waarborgen. Om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen en risico’s bewust te beheersen, heeft Veiligheidsregio IJsselland haar risicomanagementbeleid geactualiseerd. Dit beleid richt zich op het systematisch identificeren, analyseren en beheersen van risico’s, met als doel een balans te vinden tussen risicobeheersing en financiële weerbaarheid. De organisatie streeft hierbij een risicomijdend profiel na, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door beheersmaatregelen. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is het bepalen van het weerstandsvermogen. Dit wordt gevormd door de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit—de middelen en reserves die de veiligheidsregio kan aanspreken bij onvoorziene kosten—en de benodigde weerstandscapaciteit, die voortkomt uit een inventarisatie van de financiële impact van geïdentificeerde risico’s. Veiligheidsregio IJsselland hanteert een gestructureerde methodiek om risico’s te kwantificeren en te prioriteren, gebaseerd op het Three Lines of Defence-model. Dit model verdeelt de verantwoordelijkheden binnen de organisatie over drie verdedigingslinies: 1. Eerste lijn – Teamleiders en proceseigenaren die risico’s signaleren en beheersmaatregelen implementeren. 2.
Tweede lijn – Experts en adviseurs die ondersteunen bij risicobeoordeling en compliance. 3. Derde lijn – Onafhankelijke toetsing en controle door interne en externe auditors. Door periodieke evaluatie en rapportage worden risico’s continu gemonitord en beheerst. In lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden kengetallen en risicoprofielen jaarlijks bijgewerkt en opgenomen in de begroting en het jaarverslag. Risicoprofiel In 2024 is het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland opnieuw vastgesteld, welk in 2025 nog steeds van kracht is. In dit proces zijn de risico’s geïnventariseerd die een bedreiging kunnen vormen voor de continuïteit van de organisatie en de uitvoering van haar taken. De geïdentificeerde risico’s zijn geanalyseerd op basis van hun aard, kans van optreden en de potentiële financiële impact. Hierbij zijn de risico’s afkomstig uit verschillende teams binnen de organisatie en omvatten zowel operationele als strategische risico’s. Het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland wordt beheerst door een risicomijdend beleid, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door verzekeringen, beheersmaatregelen en structurele monitoring. Niettemin zijn er risico’s die inherent zijn aan de aard van de organisatie en haar dienstverlening. Deze risico’s worden systematisch in kaart gebracht en beoordeeld.
Bij de inventarisatie is gebruikgemaakt van een geïntegreerde risicoanalyse, waarbij onder andere de volgende aspecten zijn onderzocht: • Operationele risico’s – Bijvoorbeeld risico’s met betrekking tot crisisbeheersing, incidentmanagement en de inzet van middelen en personeel. • Financiële risico’s – Onvoorziene kosten als gevolg van bijvoorbeeld budgetoverschrijdingen, juridische claims of economische ontwikkelingen. 21 • Technologische en ICT-risico’s – Cyberdreigingen, systeemuitval en afhankelijkheid van externe leveranciers. • Juridische en compliance-risico’s – Wijzigingen in wet- en regelgeving of juridische geschillen die financiële of reputatieschade kunnen veroorzaken. • HR-gerelateerde risico’s – Tekorten aan gekwalificeerd personeel, langdurig verzuim en de impact van vergrijzing op de organisatie. Om deze risico’s te beheersen, hanteert Veiligheidsregio IJsselland een gestructureerde methodiek voor risicokwantificatie. Hierbij wordt per risico een inschatting gemaakt van: • De kans dat het risico zich voordoet (in procenten); • Het financiële effect als het risico zich manifesteert; • Of het risico een incidenteel of structureel karakter heeft. Op basis van deze factoren wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.
Dit weerstandsvermogen wordt berekend volgens de methodiek zoals vastgelegd in de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele risico’s. Structurele risico’s worden incidenteel gemaakt door de impact over drie jaar te spreiden, conform de richtlijnen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De resultaten van deze risicoanalyse worden periodiek geëvalueerd en opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag. In deze paragraaf worden ook de financiële kengetallen vermeld die een indicatie geven van de financiële positie van de organisatie, waaronder de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. Om risico’s effectief te kunnen beheersen, wordt het risicoprofiel continu gemonitord en geactualiseerd. Belangrijke wijzigingen of nieuwe risico’s worden gerapporteerd in de bestuursrapportages en meegenomen in de reguliere planning- en controlcyclus. Dit zorgt ervoor dat Veiligheidsregio IJsselland tijdig kan anticiperen op veranderende omstandigheden en risico’s op een verantwoorde wijze kan blijven beheersen. In het volgende overzicht worden de tien risico’s gepresenteerd die de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit en daarmee op de financiële stabiliteit van de organisatie. 22 Nr.
Risico S/I* Financiële impact Kans Risicobedrag (impact x kans) Interne risico's 1 Taakdifferentiatie S € 1.250.000 40% € 500.000 2 Cyberveiligheid/digitalisering waarbij een aanval impact heeft op de continuïteit van de organisatie S € 1.000.000 25% € 250.000 3 Strategisch Vastgoedbeleid I € 500.000 15% € 75.000 4 Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel S € 300.000 20% € 60.000 5 Aansprakelijkheidsrisico met betrekking tot risico's die niet verzekerd zijn en de VRIJ zelf draagt. I € 200.000 20% € 40.000 Externe risico's 6 Wijzigingen in beleid of financiering van de Rijksoverheid dan wel het Veiligheidsberaad S € 750.000 35% € 262.500 7 Grootschalige/langdurige inzet I € 750.000 20% € 150.000 8 Veranderingen in wet- en regelgeving zonder financiële dekking (duurzaamheid, privacy, Woo etc.) S € 250.000 35% € 87.500 9 Klimaatverandering/extreem weer S € 200.000 25% € 50.000 10 Inflatie hoger dan de jaarlijkse index I € 200.000 10% € 20.000 Totaal € 1.495.000 *In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer. Weerstandsvermogen Op basis van alle risico’s met bijbehorende inschatting is een analyse gemaakt van het benodigde weerstandsvermogen voor Veiligheidsregio IJsselland.
Hiervoor is de simulatiemethodiek Monte-Carlo gebruikt. In de eerste plaats heeft dit geleid tot uitspraken over de mate van zekerheid dat het beschikbare weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Daarnaast geeft deze analyse antwoord op de vraag welke risico’s het meest bepalend zijn in de bepaling van de aan te houden risicovoorziening. Het terugdringen van deze risico’s heeft het grootste effect. Veiligheidsregio IJsselland heeft op dit moment een beschikbaar weerstandsvermogen (algemene reserve) van één miljoen euro. Het algemeen bestuur heeft in het voorjaar van 2024 besloten om vooralsnog met de huidige beschikbare algemene reserve/ weerstandscapaciteit van één miljoen euro te laten volstaan in plaats van de berekende 1,495 miljoen euro. De eventuele aanpassing van de hoogte van de aan te houden algemene reserve/ weerstandscapaciteit is aan de orde als uit de praktijk blijkt dat dit noodzakelijk is. 23 Financiële kengetallen Als gemeenschappelijke regeling is het verplicht om een uniforme basisset financiële kengetallen op te nemen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, die voor Veiligheidsregio IJsselland van toepassing zijn.
Kengetallen 2025 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025 Netto schuldquote 56% 59% 58% Solvabiliteitsratio 12% 12% 12% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 1,5% De overige ratio’s die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht zijn voorgeschreven, zijn niet opgenomen, aangezien deze niet relevant of van toepassing zijn op Veiligheidsregio IJsselland. Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote, ook wel aangeduid als de netto schuld als percentage van de inkomsten, vormt een belangrijk instrument voor het beoordelen van de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie investeringsruimte heeft, dan wel financiële terughoudendheid moet betrachten. Daarnaast zegt de netto schuldquote iets over de flexibiliteit van de begroting: naarmate de schuldenlast hoger is, neemt de druk van rente- en aflossingsverplichtingen op de exploitatie toe. De netto schuldquote weerspiegelt de omvang van de schuldenlast in verhouding tot de eigen middelen en inkomsten en fungeert daarmee als indicator voor de structurele financiële weerbaarheid. In de VNG-publicatie ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ wordt aangegeven dat een netto schuldquote van minder dan 100% als financieel aanvaardbaar kan worden beschouwd. In 2025 is een nieuwe langlopende lening afgesloten van 4 miljoen euro bij de NWB Bank.
Bij het opstellen van de programmabegroting 2025 was deze financieringsbehoefte reeds voorzien, zij het dat destijds werd uitgegaan van een lening van 3 miljoen euro. Het hogere leenbedrag heeft geleid tot een iets hogere netto schuldquote dan begroot. Waar in de begroting werd uitgegaan van een netto schuldquote van 59%, is de gerealiseerde netto schuldquote uitgekomen op 59%. Deze stijging past binnen de verwachte ontwikkeling en houdt direct verband met bewuste investeringskeuzes. De netto schuldquote blijft daarbij structureel binnen de geldende norm en wordt in samenhang beschouwd met andere financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte. Deze integrale benadering benadrukt dat ondanks de toename van de schuldenlast sprake blijft van een gezonde en beheersbare financiële positie. Daarnaast wordt de schuldenpositie actief gemonitord binnen het treasurybeleid, waarbij wordt gestuurd op renterisico’s, looptijden en aflossingsverplichtingen. Hierdoor blijven de financiële risico’s voor de exploitatie beheersbaar en is de organisatie in staat om zowel huidige taken als toekomstige investeringen verantwoord te financieren. 24 Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de bezittingen van de gemeenschappelijke regeling zijn gefinancierd met eigen middelen.
Dit kengetal wordt berekend als het aandeel van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. Hoe hoger dit percentage, hoe groter de financiële weerbaarheid en hoe gezonder de vermogenspositie van de organisatie. De VNG geeft als richtlijn mee dat dit percentage bij voorkeur hoger is dan 25% voor gemeenten. De Veiligheidsregio IJsselland heeft echter maar een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves), omdat in de regel een positief jaarrekeningresultaat wordt teruggestort naar de gemeenten. Binnen de veiligheidsregio wordt bewust gestuurd op een stabiel en gematigd solvabiliteitsniveau. Buiten de algemene reserve en enkele bestemmingsreserves – waaronder de egalisatiereserve kapitaalslasten, de bestemmingsreserve opleidingen en vorming en de bestemmingsreserve landelijke meldkamer – past het niet binnen het vastgestelde financiële beleid om het eigen vermogen structureel te laten groeien. Het beleid is erop gericht middelen doelmatig in te zetten voor de uitvoering van taken, waardoor het solvabiliteitsratio gemiddeld rond dit niveau blijft. Bij de bepaling van het solvabiliteitsratio over 2025 is het volledige resultaat van het boekjaar meegenomen. Het solvabiliteitsratio is in 2025 gelijk gebleven ten opzichte van 2024, doordat het eigen vermogen per saldo nauwelijks is gewijzigd gedurende het boekjaar.
Dit stabiele beeld wordt verklaard door een samenloop van factoren. Enerzijds hebben onttrekkingen plaatsgevonden uit verschillende bestemmingsreserves, waaronder de egalisatiereserve voor kapitaalslasten, de bestemmingsreserve voor de vorming van de Meldkamer Oost Nederland en de bestemmingsreserve Ontwikkelingen Veiligheidsregio, die is ingezet ter compensatie van het nadeel voor gemeenten als gevolg van de herijking van de gemeentelijke bijdrage. Anderzijds heeft het resultaat over 2025 per saldo geen significante wijziging in het eigen vermogen veroorzaakt. Hierdoor blijft het solvabiliteitsratio stabiel en wordt bevestigd dat de financiële positie van de veiligheidsregio evenwichtig is met voldoende weerstandsvermogen en zonder dat sprake is van onnodige vermogensopbouw. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft inzicht in de mate waarin de structurele lasten van de veiligheidsregio worden gedekt door structurele baten. Dit kengetal wordt bepaald door de structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten en deze te relateren aan de totale baten. Een gezonde structurele exploitatieruimte ligt boven de 0%.
Dit duidt erop dat er geen sprake is van een structureel dekkingstekort in de begroting, terwijl tegelijkertijd wordt voorkomen dat sprake is van een structureel overschot aan dekkingsmiddelen. Voor Veiligheidsregio IJsselland is de structurele exploitatieruimte in de begroting 2025 vastgesteld op 0%. De uiteindelijke realisatie is positief uitgekomen op 1,5%. Dit verschil wordt veroorzaakt door een gunstigere realisatie van structurele baten en lasten dan vooraf geraamd. Dit laat zien dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn en dat sprake is van een gezonde financiële structuur zonder structurele onder- of overdekking. 25 2.3 Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken van de voornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering, zoals opgenomen in de begroting 2025. De voornemens uit de begroting staat in onderstaande tabel bij ‘prestatie-indicator’. Stand van zaken na afloop van het jaar Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden HRM 1. HRM - de basis op orde De basisvoorzieningen op het gebied van salarisadministratie en advies op orde houden. In de huidige arbeidsmarkt is het daarnaast van belang dat we een goed en adequaat onboardingstraject hebben voor nieuwe managers en medewerkers. De basis is op orde.
We zijn ons gaan voorbereiden op de aanbesteding van ons salaris- en personeelssysteem en welk functioneel beheer daar passend bij is. Ons onboardingtraject voor managers en medewerkers staat, wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast. Voor de digitale ondersteuning van onboarding en W&S hebben we een ATS systeem aangeschaft. Dit systeem is in Q4 van 2025 ingericht en gaat in 2026 live. 2. HRM – aantrekkelijk werkgeverschap De juiste kennis en het inzicht van onze eigen medewerkers, onze maatschappelijke positie en de arbeidsmarkt is essentieel om een aantrekkelijke werkgever te blijven en daarbij een optimale bezetting van medewerkers te hebben. De vraagt om het structureel investeren op het gebied van talentontwikkeling, leiderschap, leren en ontwikkelen, goed werkgeverschap en diversiteit om ons doel te behalen. De afgelopen jaren hebben we samen geïnvesteerd in een methodiek (ontwikkelgerichte gesprekscyclus en vlootschouw), die in 2025 volledig doorlopen is. Organisatiebreed hebben we een eerste inzicht in de talenten, wensen en ambities van onze medewerkers. De eerste vlootschouw is geweest en heeft geleid tot gerichte ontwikkeltrajecten. Daarnaast blijven we investeren in talentontwikkeling en vitaliteit door bijvoorbeeld TMA’s af te nemen, actieve deelname aan activiteiten van Talentenregio en coaching aan te bieden.
26 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 3. HRM – datagedreven werken Advies geven over- en aan sluiten op gewenste ontwikkelingen om mee te gaan met datagedreven werken. Ook ter ondersteuning van de gewenste strategische personeelsplanning, het hebben van de juiste financiële inzichten en de verantwoording die hierbij nodig is. De ondersteuning van de systemen en functioneel beheer hierop is nog niet op het gewenste niveau. Een analyse van de huidige inrichting van het personeelssysteem laat ook zien dat een investering in functioneel beheer noodzakelijk is. De eerste stappen met SPP worden wel gezet, in combinatie met de vlootschouw. 4. HRM – organisatievermogen Met een veranderende organisatie wordt het organisatieadvies op het gebied van HRM-issues steeds meer prominent en gewenst. Deze rol is minimaal belegd in de huidige HRM bezetting en er wordt divers mee omgegaan. Hier zullen we de komende jaren met onder andere opleidingen in gaan investeren. De adviseurs zijn opgeleid en brengen dit ook in de praktijk. Bijvoorbeeld in onze wijze van het aannemen van projecten en projectmanagement of het adviseren van ons management op strategisch/ tactisch niveau. 5. HRM - Wnra Voorbereiden op de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. We wachten op landelijke besluitvorming over het van toepassing verklaren op de veiligheidsregio’s.
Er zijn geen signalen dat dit op korte termijn gaat leiden tot een besluit. 6. HRM – rechtspositie vrijwilligers Het vraagstuk of het verplichtend werkverband door kazernering of consignering van vrijwilligers in strijd is met Europese regelgeving, ligt inmiddels vijf jaar op de tafel van de minister van Veiligheid en Justitie. We zijn in afwachting van landelijke besluitvorming ten aanzien van dit onderwerp. Er zijn geen signalen dat dit op korte termijn gaat leiden tot een besluit.
27 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Facilitair 7. Gebouwenbeheer Ter verbetering van de kwaliteit van de huisvesting is er behoefte aan een meerjarenplan. Om dit meerjarenplan te kunnen uitwerken, is het nodig om eenduidige uitgangspunten voor verbouw of nieuwbouw vast te stellen, waarbij sober en doelmatig het leidend principe zijn. In afstemming met de deelnemende gemeenten, wordt een normenkader voor de bouwkundige kwaliteit en een blauwdruk voor de gewenste functionaliteiten van brandweerkazernes opgesteld. Het normenkader en de blauwdruk dienen om te bepalen welke kazernes voor verbetering dan wel nieuwbouw in aanmerking komen en afzonderlijke (ver)bouwplannen worden met kostenverantwoording ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. In het normenkader is aandacht voor de mate waarin duurzaamheidsmaatregelen in de (ver)bouwplannen van de kazernes worden meegenomen. Veiligheidsregio IJsselland heeft de ambitie om op termijn een CO2-neutrale organisatie te worden De gemeenten zijn eigenaar van de gebouwen, die in gebruik zijn door de Veiligheidsregio. In 2025 wordt er antwoord gegeven op de onderzoeksvraag of dit eigenaarschap het beste bij de In 2025 is gewerkt aan het in beeld brengen van het kazernebestand. De brandweerkazernes zijn daarbij ingedeeld in drie categorieën, op basis van de urgentie van onderhoud en de noodzaak tot nieuw- of verbouw.
Op basis van deze analyse is een tijdpad opgesteld voor de verbouw en nieuwbouw van brandweerkazernes. Dit tijdpad is op 24 september 2025 vastgesteld door het algemeen bestuur. De verwachting was dat in 2025 tevens antwoord zou worden gegeven op de onderzoeksvraag of de huidige eigendomsconstructie van de kazernes nog passend is. Dit onderzoek is in 2025 nog niet gestart, waardoor hierover nog geen conclusies kunnen worden getrokken.
28 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden gemeenten kan blijven, of dat overdracht aan de Veiligheidsregio tot een beter beheer van het vastgoed leidt. 8. Duurzaamheid Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen. Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen. In 2025 willen we doorgroeien naar niveau vier van de CO2- prestatieladder. Als eerste veiligheidsregio zijn we in 2022 (en 2023) gecertificeerd op niveau drie van de CO2-prestatieladder. In 2024 en 2025 zijn we, als eerste veiligheidsregio gecertificeerd op niveau vier. We richten ons nu ook op de CO2-uitstoot in twee ketens waar we invloed hebben. Dat zijn het realistisch oefenen en inkoop Beheer en Techniek. We hebben inmiddels 47% CO2- reductie bereikt ten opzichte van 2019. 9. Facilitaire zaken – contract- en inkoopbeleid Bij de voorziene aanbestedingen in 2025 zal duurzaamheid en SROI (Social Return on Investment) nadrukkelijk als afwegingskader worden meegenomen om duurzaam inkopen te bevorderen.
29 Aanvullende informatie ICT De 2025 is de volledige capaciteit van team ICT ingezet voor de grootschalige migratie naar Microsoft 365. Na een intensieve voorbereidingsfase de migratie daadwerkelijk plaatsgevonden. Deze transitie markeert een belangrijke stap in de modernisering van onze digitale werkomgeving. Zodra de basisomgeving stabiel is ingericht en de kritieke migratieactiviteiten zijn afgerond, zal de focus verschuiven naar bredere thema’s. Dit omvat zowel de doorontwikkeling van team ICT en haar dienstverlening als het oppakken van inhoudelijke innovatietrajecten binnen de organisatie. Documentaire Informatievoorziening (DIV) In 2025 is de tijd genomen om te onderzoeken in hoeverre onze DIV-organisatie nog passend is in het huidige digitale tijdperk. Er was geen structurele bezetting meer en functiebeschrijvingen en huidige taken sloten niet meer aan. Tevens zagen we steeds meer uiteenlopende taken en wet- en regelgeving tussen de VR en GGD. Zo is het besluit genomen om de DIV-functies afzonderlijk van elkaar te gaan organiseren per 1-1-2026. Uitzondering hierop is de functie applicatiebeheer Corsa en de applicatie voor archivering. Deze blijft bestaan binnen de gezamenlijke bedrijfsvoering. De applicatie Corsa is in 2025 geüpgraded naar een vernieuwde Cloud versie. Deze migratie is eind 2025 afgerond.