4.1 Kaderbrief bij begroting Veiligheidsregio IJsselland 2026
Tekst van het document
KADERBRIEF BIJ BEGROTING VEILIGHEIDSREGIO IJSSELLAND 2026 Definitief 2 Documentgegevens Documentnaam Kaderbrief bij begroting Veiligheidsregio IJsselland 2026 Versie 01 Datum 3 december 2024 Auteur Martijn den Uijl en Marjolein Fransen Corsanummer V24.001259 3 Inhoud Voorwoord ................................ ................................ ................................ ........................... 4 1. Inleiding ................................ ................................ ................................ ........................ 4 2. Beleidskaders ................................ ................................ ................................ ............... 5 2.1 Wettelijk kader ................................ ................................ ................................ ... 5 2.1.1 Wet veiligheidsregio’s ................................ ................................ ........................ 5 2.2 Autonome ontwikkelingen ................................ ................................ .................. 6 2.2.1 Brandweer ................................ ................................ ................................ ......... 6 2.2.2 Risico- en crisisbeheersing ................................ ................................ ................ 6 2.2.3 Extra BDuR-gelden van het Rijk ................................ ................................ ........
7 2.3 Regionaal beleid ................................ ................................ ................................ 8 2.3.1 Kernwaarden Veiligheidsregio IJsselland ................................ .......................... 8 2.3.2 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland ................................ .... 8 2.3.3 Andere kaders vanuit besluiten algemeen bestuur ................................ ............ 8 2.3.4 Bestuur & Organisatie ................................ ................................ ..................... 10 3. Financiële kaders ................................ ................................ ................................ ........11 3.1 Indexaties ................................ ................................ ................................ ........ 11 3.1.1 Prijsindexering ................................ ................................ ................................ . 11 3.1.2 Loonindexering ................................ ................................ ................................ 11 3.2 Uitgangspunten begroting ................................ ................................ ............... 12 3.2.1 Verkenning ombuigingen 2026 ................................ ................................ ........ 12 3.3 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact ................................ .....................
14 3.3.1 Verkenning ombuigingen 2026 ................................ ................................ ........ 15 4 Voorwoord Hierbij bieden wij u de beleidsmatige en financiële kaders voor de begroting van 2026 aan. Voor de indeling van deze Kaderbrief heeft afstemming plaatsgevonden met de drie andere gemeenschappelijke regelingen die voor dezelfde elf gemeenten werken. Dat betreft de GGD, Omgevingsdienst en Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ). Voor deze kaderbrief is met hen eenzelfde naam en indeling afgesproken. De kaderbrieven worden gezamenlijk aangeboden aan de gemeenteraden. 1. Inleiding Op basis van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze notitie betreft de kaders voor de programmabegroting van het jaar 2026. In dat jaar voorzien we een aantal financiële uitdagingen. Eén van de uitdagingen is dat het kabinet van plan is om een bezuiniging van tien procent door te voeren op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor Veiligheidsregio IJsselland zou dat een korting van circa 900.000 euro betekenen. Er vinden op landelijk niveau nog gesprekken plaats over deze korting en de consequenties daarvan. Het kabinet beslist hierover in de Voorjaarsnota.
Deze is pas in april 2025 te verwachten. Dat is ruim na de besluitvorming in februari in het algemeen bestuur over deze Kaderbrief. Het Veiligheidsberaad heeft bij de Tweede Kamer juist om extra middelen gevraagd voor de versterking van natuurbrandbestrijding en het behoud van de vrijwillige brandweer in ons land. Hierover volgt meer informatie in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen - Brandweer’. Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat wij financieel gezien aan onze grenzen zitten. Ook gemeenten hebben te maken met een incidentele korting op het gemeentefonds, terwijl de kosten blijven stijgen. Het jaar 2026 wordt om die reden door gemeenten aangemerkt als het ‘ravijnjaar’: Negen van de elf bij de veiligheidsregio aangesloten gemeenten hebben de veiligheidsregio verzocht om ombuigingen aan te dragen en deze te verwerken in deze kaderbrief. We willen uiteraard meedenken over ombuigingen, maar het kan niet anders dan dat er dan keuzes gemaakt moeten worden. In de laatste paragraaf van de kaderbrief ‘Verkenning ombuigingen 2026’ wordt hierop ingegaan. 5 2. Beleidskaders 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Wet veiligheidsregio’s Het kader van ons werk staat in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Hier staat dat de gemeenten de volgende taken overdragen aan de veiligheidsregio: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b.
het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester & wethouders over de taak brandweerzorg: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken. Nieuwe Wet veiligheidsregio’s De herziening van de Wet veiligheidsregio's wordt uitgevoerd in twee tranches. De eerste tranche richt zich op het versterken van de crisisstructuur en het oplossen van knelpunten die tijdens de Covid-19-pandemie zijn gebleken.
Deze tranche gaat in consultatie in het eerste kwartaal van 2025. De tweede tranche zal zich bezighouden met onderwerpen die meer tijd vragen qua uitwerking en besluitvorming. Deze volgt na afronding van de eerste tranche. Een tijdsplanning voor de tweede tranche is nog niet vastgesteld. Naar verwachting wordt de gehele herziening in 2026 aangeboden aan de Tweede Kamer. In de nieuwe wet wordt gesproken over aanvullende meer coördinerende taken voor de veiligheidsregio. In de praktijk wordt nu al conform deze nieuwe taakstelling gewerkt. 6 2.2 Autonome ontwikkelingen 2.2.1 Brandweer We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Meer dan wat er aankomende jaren regionaal te verwachten is, spelen er landelijk een viertal ontwikkelingen, die effect hebben op de IJssellandse brandweerorganisatie. Dit betreffen: 1. de implementatie van de gevolgen van EU-regelgeving op het verplichtend karakter bij vrijwilligers; 2. de herziening van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing; 3.
de landelijke aandacht voor de toename van natuurbrandrisico’s op het gebied van beheersing en bestrijding; 4. de uitwerking van het landelijk dekkingsplan met bijbehorende slagkracht van de brandweer. De effecten zijn verschillend van aard en omvang. De implementatie van EU-regelgeving betreft de aanstellingsvorm van vrijwilligers, die gekazerneerd of geconsigneerd zijn. De herziening van het onderwijsstelsel leidt er onder andere toe dat beter wordt aangesloten op het regulier onderwijs. De landelijke aanpak van natuurbrandrisico’s en het dekkingsplan zal eisen stellen aan de operationele sterkte van de brandweerorganisatie, die verder gaan dan de dekking van het regionaal risico. Deze ontwikkelingen hebben ook een kosteneffect. Vanuit het Veiligheidsberaad ligt er landelijk een claim van structureel 35 miljoen euro vanwege de EU-regelgeving, waarvan circa 800.000 voor IJsselland. Voor versterking van de natuurbrandbestrijding is landelijk structureel vijf miljoen euro gevraagd. 2.2.2 Risico- en crisisbeheersing In de Landelijke Agenda Crisisbeheersing is de koers op het gebied van risico- en crisisbeheersing uitgezet voor de komende zes jaar (2024-2029). Met deze agenda zetten we in op het realiseren van langjarige gezamenlijke ambities van het Rijk, de veiligheidsregio’s en openbare lichamen in Caribisch Nederland.
Ambities waar deze partijen zoveel mogelijk in samenwerking met vele partners en de samenleving de komende jaren aan willen werken. De ambities zijn in deze agenda langs drie pijlers geformuleerd: 1. Versterken voorbereiding en paraatheid (inclusief voorbereiding op crisiscommunicatie). 2. Versterken van een weerbare samenleving (inclusief risicocommunicatie). 3. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. Deze landelijke agenda is vertaald naar een landelijk meerjarenplan voor risico- en crisisbeheersing en heeft een doorvertaling plaatsgevonden naar de regio in het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’. De drie genoemde pijlers hebben hierin een plek 7 gekregen. De financiering vindt plaats vanuit de BDuR-gelden. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden incidenten 4.
Weerbaarheid en veerkracht Naast doelstellingen gerelateerd aan het versterken van onze weerbaarheid is in de landelijke agenda een aantal dreigingen genoemd waar bij de nadere uitwerking van activiteiten inhoudelijk rekening wordt gehouden: • Klimaatverandering en natuurrampen • Infectieziekten • Energietransitie en ruimtelijke inrichting • Militaire en geopolitieke dreigingen (inclusief hybride vormen) • Continuïteit van vitale processen • Digitale en technologische ontwikkelingen Gelijktijdig speelt ook in toenemende mate mee dat we rekening moeten houden met maatschappelijke spanningen en onrust, dalend vertrouwen in de overheid en de impact van desinformatie. We bereiden ons voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken. Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder worden tegen datgene wat op ons afkomt, zodat we hier veerkrachtig op kunnen reageren. Dat is een taak van ons allemaal.
Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog in de Baltische staten of een overstroomde eerste hulp). 2.2.3 Extra BDuR-gelden van het Rijk Sinds 2023 ontvangen de veiligheidsregio’s structureel extra BDuR-gelden die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de ontwikkeling van crisisbeheersing en informatievoorziening. Deze gelden worden ingezet conform de landelijk gestelde uitgangspunten: 1. Het toekomstgericht - in lijn met de contourennota - verder professionaliseren van risico- en crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio's door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk-regio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie. 2. De informatiepositie van de veiligheidsregio's te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde veiligheidsinformatieknooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio's in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. Voor de ontwikkeling en beheer van informatiesystemen een impuls nodig.
Vanwege de verbinding tussen 8 Regio's en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio's en het Rijk georganiseerd. 3. Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio's en partners: KCR2. 2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Kernwaarden Veiligheidsregio IJsselland Onze kernwaarden zijn vertrouwen, verbinding en vakmanschap. 2.3.2 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland In de Strategische beleidsagenda 2023-2026 staan de volgende kaders: 1. Risicogericht werken als basis van ons werk. Dit betekent samen met onze partners informatie delen en duiden. Op basis hiervan signaleren en monitoren we risico’s en zetten acties uit. 2. De crisisorganisatie is inzetbaar voor de klassieke crises, maar ook voor nieuwe, meer onvoorziene en langdurige crises. Dit betekent dat we: • de crisisorganisatie flexibeler gaan maken, waardoor sneller kan worden op- en afgeschaald; • competenties ontwikkelen waardoor de crisisfunctionarissen inzetbaar zijn ongeacht het soort crisis en de duur van de crisis. Minder gericht op inhoud, meer gericht op flexibel en adaptief zijn. 3. Doorontwikkeling van de uitrukorganisatie van de brandweer: evenwichtig, op maat, flexibel en dynamisch. Passend binnen de kaders van het dekkingsplan en de Europese regelgeving. 4.
Het vergroten van de burgerkracht binnen het programma Veilig leven. 5. De nieuwe Meldkamer Oost-Nederland gebruiken als katalysator voor de (operationele) samenwerking binnen de Oost-5 veiligheidsregio’s. 2.3.3 Andere kaders vanuit besluiten algemeen bestuur Toekomstbestendige brandweerorganisatie De brandweer van IJsselland is verdeeld over 35 brandweerposten. Het grootste deel van de brandweerposten wordt bemenst met vrijwilligers. De brandweerposten van Zwolle en Deventer hebben een beroepsmatige 24-uursdienst. Vanaf 2025 is de brandweerpost van Kampen continue gekazerneerd met een viertal vrijwilligers, aangevuld met een vrije instroom daarvan. Om de brandweerorganisatie toekomstbestendig te maken, is vanaf 2025 structureel bijna een miljoen euro beschikbaar gesteld om: 1. de beroepsorganisaties van Zwolle en Deventer te harmoniseren en versterken; 2. te zorgen voor de kazernering van brandweer Kampen 3. ter verhoging van het opleidingsbudget, vanwege de steeds groter wordende opgave aan brandweeropleidingen. 9 Daarmee staat de IJssellandse brandweerorganisatie solide voor de aankomende jaren en kan zich richten op nieuwe risico’s (energietransitie) en op een dynamische alarmering met meer flexibiliteit en maatwerk (adaptieve brandweer).
Huisvesting/ vastgoedbeleid brandweerkazernes Het algemeen bestuur heeft op 25 september 2024 besloten om het ‘Normenkader huisvesting brandweer IJsselland’ en de ‘Blauwdruk brandweerkazernes veiligheidsregio IJsselland’ als uitgangspunt te nemen voor de ver- en nieuwbouw van de brandweerkazernes. Tevens stemde het algemeen bestuur in met een aantal uitgangspunten, die ervoor moeten zorgen dat het vastgoedbeleid voor de brandweerkazernes binnen de veiligheidsregio eenduidig, consistent en toekomstbestendig wordt, en dat het toetsingsproces aan de hand van het normenkader effectief en transparant verloopt. De uitgangspunten zijn sober en doelmatig, collectief en met draagvlak, logisch en vergelijkbaar, solidariteitsbeginsel en toekomstbestendig. Programma ’Vandaag voorbereid op morgen’ Het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ heeft een aantal activiteiten afgerond en overgedragen aan de staande organisatie.
Zo ligt de tijdlijn ‘stap voor stap door de crisis’ voor in de colleges, krijgt de pilot ‘workshops basiscrisismanagement’ een structureel vervolg, wordt er een groep crisismanagers opgeleid, heeft een onderzoek naar de crisisgereedheid van de ondersteunende teams mede geleid tot een traject om te komen tot een integraal continuïteitsplan, heeft het Veiligheidsinformatie Knooppunt een sterke basis voor doorontwikkeling en komt dit allemaal samen in een ingericht proces ‘Risicogericht werken’. Vanaf de start van het programma is aangegeven dat veranderingen nodig zijn omdat het crisislandschap verandert, incidenten zich steeds vaker stapelen, langer duren en daarmee complexer worden. Sinds de start van het programma is daar een steeds complexere geopolitieke situatie bijgekomen. Op de bestuurders tweedaagse van oktober is deze snel veranderende context toegelicht door de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid, Pieter-Jaap Aalbersberg. Op de tweedaagse is ook gesproken over de noodzaak om zowel regionaal als lokaal actief aan de slag te gaan met zorgen voor eigen en maatschappelijke continuïteit en de verwachting dat hiervoor een opdracht richting de veiligheidsregio’s komt.
De komende tijd zal het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ zich richten op de stappen die nodig zijn om IJsselland zo goed mogelijk voor te bereiden op de dreigingen van een complexere en onvoorspelbaardere wereld om ons heen. Een voorstel voor een nadere opdracht in het kader van het verder versterken van de continuïteit van de veiligheidsregio als organisatie, de crisisorganisatie en de IJssellandse maatschappij is daarvoor in voorbereiding en zal ook zijn uitwerking hebben in 2026. Dit vraagt een verdere versterking van het risicogericht werken en thema’s als veilig leven, risicocommunicatie en eigen continuïteit. 10 2.3.4 Bestuur & Organisatie We intensiveren de betrokkenheid van gemeenteraden door verdere invulling te geven aan de mogelijkheden die de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen biedt. In dit kader werken we nauw samen met de vier gemeenschappelijke regelingen in de regio IJsselland. Hierbij wordt zorgvuldig afgestemd met gemeenteraden, griffiers en de gemeenschappelijke regelingen hoe deze samenwerking vorm zal krijgen en met welke inhoud. Naar verwachting zal in 2026 de Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg leiden tot een nieuwe Wet veiligheidsregio’s. Wij zorgen voor de implementatie daarvan.
Daarnaast zorgen we ervoor dat we voldoen aan overige wetgeving zoals Wet open overheid (Woo), Wet elektronische publicaties (Wep), AVG en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. In 2026 wordt, conform artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s, een nieuw beleidsplan 2027 t/m 2030 opgesteld. In de Klimaatwet staat dat Nederland in 2030 55% minder CO2 moet uitstoten dan in 1990. Het doel is om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het is niet meer dan logisch dat een organisatie als Veiligheidsregio IJsselland, die zich onder andere richt op rampenbestrijding en crisisbeheersing, ook zijn bijdrage hieraan wil leveren. Daartoe gebruikt de organisatie de methode ‘CO2-prestatieladder’. 11 3. Financiële kaders 3.1 Indexaties 3.1.1 Prijsindexering De afgesproken kaders en spelregels koppelen de prijsindexering aan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (bron: CPB CEP 2024) en betekenen voor de prijzen een stijging van 2,50% ten opzichte van het jaar 2025. Bestuurlijk hebben wij afgesproken om jaarlijks de toegepaste indexeringen te monitoren, zodat wij zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid komen. In onderstaande tabel is te zien dat wij in de begroting 2024 een prijsindexering van 2,90% hebben toegepast, maar de werkelijke indexering over het jaar 2024 is 5,10%. Dit betekent dat er nog 2,20% structurele tekort zit (nacalculatie) in de begroting.
Voorgesteld wordt dit structurele tekort te corrigeren door de verwachte stijging van 2,50% met 2,20% op te hogen. Voor het jaar 2026 zullen de prijzen dan met 4,70% stijgen (2,50% + 2,20%). Hetzelfde percentage wordt ook gehanteerd voor de inkomsten. Begroting Begroot Werkelijk Ruimte 2024 2,90% 5,10%* -2,20% 2025 4,00% *bron: Centraal Plan Bureau MEV 2025 3.1.2 Loonindexering Voor de lonen gaan deze kaders en spelregels uit van de werkelijke loonkosten in het desbetreffende jaar vermeerderd met de ‘Loonvoet sector overheid’ (bron: septembercirculaire 2024). In de septembercirculaire van het Gemeentefonds is een stijging voor 2026 benoemd van 3,80%. Dit betekent voor de begroting 2026 dat de werkelijke loonkosten van de maand januari 2025 worden verhoogd met 3,80%. In de werkelijke loonkosten zijn dus de laatste cao-ontwikkelingen en sociale lasten meegenomen (nacalculatie). Mocht in het jaar 2026 blijken dat wij de 3,80% niet nodig hebben dan geven wij dit eenmalig, via de tussentijdse rapportages 2026, terug aan de deelnemende gemeenten en structureel via de begroting 2027 door weer uit te gaan van de werkelijke loonkosten op dat moment. Totaal financieel kader Het totale financiële kader van de begroting 2025 bedraagt 55,8 miljoen euro. Hiervan wordt 44,4 miljoen euro gefinancierd met de gemeentelijke bijdrage en 7,7 miljoen euro vanuit de rijksbijdrage.
De resterende 3,7 miljoen euro komt uit overige bijdragen, waarbij de bijdrage van de GGD voor de bedrijfsvoeringstaken de grootste component vormt. Voor het totale financiële kader van de begroting 2026 is de begroting 2025 het vertrekpunt waarbij bovenstaande indexering wordt toegepast voor de betreffende componenten lonen en prijzen in de begroting. Hieronder worden de bijkomende aspecten in de begroting 2026 beschreven waarover nog onzekerheid bestaat. De verwachting is dat deze onzekerheden bij de concept begroting 2026 grotendeels zijn opgehelderd. 12 Verhoging BDuR Net als in 2024 ontvangen de veiligheidsregio’s in 2025, in het kader van de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg, een extra doeluitkering, als verhoging van de BDuR. Voor Veiligheidsregio IJsselland gaat het in 2026 vooralsnog om een bedrag van 2.327.836 euro. Bij de toekenning van de gelden is aangegeven dat in de periode tot en met 2026 het budget jaarlijks structureel verhoogd wordt. Het is op dit moment nog onduidelijk wat de verhoging voor 2026 exact zal zijn. Voor 1 juli 2025 dienen de veiligheidsregio’s hun plannen aan te leveren bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). Daar wordt beoordeeld of en in hoeverre de extra gelden voor 2026 ten gunste van de regio’s komen en/ of ten gunste van landelijke ontwikkelingen.
De gelden zullen ten gunste komen van risico- en crisisbeheersing en versterking van de informatieveiligheid. Aan de hand van landelijke verplichtingen, programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en de eisen ten aanzien van de informatievoorziening en – beveiliging zal een voorstel voor het algemeen bestuur worden opgesteld op welke wijze deze gelden kunnen worden besteed. 3.2 Uitgangspunten begroting 3.2.1 Verkenning ombuigingen 2026 Aanleiding Voor gemeenten komen er financieel andere tijden aan. Gemeenten krijgen steeds meer taken vanuit het Rijk overgedragen. Daar staat tegenover dat, als gevolg van de herijking van het Gemeentefonds, veel gemeenten een flinke daling van inkomsten te wachten staat. Het jaar 2026 wordt dan ook wel het ‘ravijnjaar’ genoemd. Het jaar waarin veel gemeentelijke begrotingen onder druk komen te staan. Dit noodzaakt gemeenten tot bezuinigingen. De gemeenten in IJsselland hebben per brief aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regelingen (inclusief Veiligheidsregio IJsselland) gevraagd om als verlengd lokaal bestuur mee te bewegen met deze ontwikkeling. Aan ons is gevraagd om potentiële, concrete en onderbouwde ombuigingsmaatregelen voor te bereiden. Hierbij valt te denken aan ombuigingen in het primaire proces, in de beleidsvorming en/of in de bedrijfsvoering.
Het verdient aanbeveling door toepassing van scenario’s het maatschappelijk effect van de ombuigingen van de gemeenschappelijke regeling te duiden. In deze paragraaf staat de uitwerking van deze vraag. Waar komen we vandaan? Veiligheidsregio IJsselland heeft inmiddels een historie van tien jaar achter zich. Daarmee heeft de financiële huishouding van de organisatie ook een ontwikkeling doorgemaakt. 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Bijdrage totaal VRIJ 34.080.094 34.080.094 34.106.340 33.797.234 33.228.950 33.721.923 34.821.576 35.622.178 36.877.943 37.437.459 37.990.683 Indexering 0 356.246 154.596 431.716 492.973 1.099.653 800.602 1.255.765 559.516 919.224 1.114.565 Incidentele compensatie 0 0 0 -67.360 -67.360 -67.360 0 -516.000 -516.000 -144.477 -96.318 -1.474.875 Taakstelling 0 -330.000 -74.500 -1.000.000 0 0 0 0 0 -366.000 0 -1.770.500 34.080.094 34.106.340 34.186.436 33.161.590 33.654.563 34.754.216 35.622.178 36.361.943 36.921.459 37.846.206 39.008.930 CAO-effect 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.689.496 1.358.369 3.047.865 34.080.094 34.106.340 34.186.436 33.161.590 33.654.563 34.754.216 35.622.178 36.361.943 36.921.459 39.535.702 40.367.299 Teruggave jaarrekening -3.224.500 -1.094.300 -662.500 0 -954.308 -759.174 -1.364.080 -2.721.070 0 -127.965 -10.907.897 Bijdrage werkelijk 30.855.594 33.012.040 33.523.936 33.161.590 32.700.255 33.995.042 34.258.098
33.640.873 36.921.459 39.407.738 40.367.299 13 Sinds de start van Veiligheidsregio IJsselland in 2014 heeft de organisatie in totaal voor 1.770.500 euro structureel aan taakstellingen opgenomen binnen de eigen begroting. Daarnaast is er aan de gemeentes in totaal voor 1.474.875 euro aan incidentele compensatie toegepast. Deze compensatie komt met name voort uit de herverdelingssystematiek waarbij de nadeelgemeentes door middel van een ingroeimodel werden gecompenseerd voor hun gestegen bijdragen. Vervolgens is er in de jaren 2014- 2024 in totaal voor een bedrag van 10.907.897 euro teruggevloeid naar de gemeentes vanuit het jaarrekeningresultaat. Een groot gedeelde van dit bedrag komt voort uit de coronajaren 2020 en 2021. Een groot deel van de organisatie en de samenleving als geheel waren in die jaren beperkt operationeel waardoor er minder inzet van vrijwilligers benodigd was en er niet tot nauwelijks kon worden geoefend. Dit heeft geresulteerd in 4.085.150 euro aan overschotten in deze jaren. Uit de tabel komt naar voren dat de gemeentelijke bijdrage is gestegen van 30.855.594 euro in 2014 tot 40.367.299 euro in 2024. Waar staan we nu? In 2025 bedragen de gemeentelijke bijdrages ten behoeve van onze wettelijke taken in totaal 44.434.414 euro.
Dit is inclusief de extra bijdrage van 935.000 euro die is gevraagd aan de gemeentes ten aanzien van het toekomstbestendig maken van de brandweerorganisatie. Zie paragraaf 2.3.3 ‘Toekomstbestendige brandweerorganisatie’ voor een nadere toelichting. In de begroting voor 2025 is in totaal voor 2.513.129 euro aan loon- en prijsindexaties opgenomen. Deze vallen uiteen in loonindexeringen ter grootte van 1.173.040 euro en prijsindexeringen ter grootte van 1.340.089 euro waarmee de totale gemeentelijke bijdrage voor 2025 is vastgesteld en toegekend is op 44.434.414 euro. In de bijdrage voor 2025 is voor het laatste jaar rekening gehouden met de incidentele compensatie van het ingroeimodel van de herijking van de verdeelmethodiek die voor 2025 48.159 euro bedraagt. In de begroting van 2026 zal deze incidentele compensatie aan de nadeelgemeenten niet langer meer worden toegekend.
2012-2013 Nulmeting Bezuinigingen brandweertaak 2012-2013 1.550.000 Versobering overhead 775.000 Opbrengst restwaarde brandweervoertuigen 85.000 2.410.000 2014 Financieel kader Vervallen btw-compensatie en kosten sociaal plan 798.000 Verlaging gemeentelijke bijdragen 330.000 1.128.000 2015 Herhuisvesting Besparing huisvestingslasten verhuizing 74.500 2017 Efficiency- en schaalvoordelen Op basis van jaarrekeningen 2014 en 2015 1.000.000 2020 Salarislasten Taakstelling op indexering ivm sociale lasten 352.000 2021 Financiële opgaven gemeenten Bijdrage incidenteel 2021/2022 516.000. Onder verrekening van 150.000 kosten meldkamer definitieve bijdrage 366.000 Totale taakstellingen 2012 -2024 5.330.500 Ten gunste van gemeentelijke bijdragen -1.770.500 Interne taakstellingen 3.560.000 14 Voor de reguliere begroting van de veiligheidsregio wordt voor het boekjaar 2024 een totaal overschot van 420.866 euro verwacht. Van dit verwachte overschot is 338.956 euro toe te wijzen aan de extra BDuR-gelden voor IV en CB die niet mogen terugvloeien naar de deelnemende gemeentes en aan het einde van het boekjaar uit het resultaat worden gereserveerd voor toekomstige doeleinden. Per saldo leidt dit tot een verwacht positief resultaat van 81.910 euro voor de deelnemende gemeentes van de Veiligheidsregio IJsselland.
Indien en voor zover het jaarrekeningresultaat op dit bedrag uitkomt, zal dit ten gunste komen van de gemeentes en aan hen worden teruggegeven. Wat komt er op ons af? In het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet is de volgende passage voor ons van belang voor onze organisatie: ‘Het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid is van essentieel belang. Dit stelt eisen aan voorlichting en communicatie door de overheid, samenwerking met burgers en bedrijven, met anderen overheden en maatschappelijke partners. Het streven is een samenleving die beter voorbereid is op verstoringen’. Het Veiligheidsberaad heeft bij de minister van Justitie & Veiligheid en de Tweede Kamer zijn zorgen geuit over de voorgenomen bezuiniging van 10% op de BDuR-gelden voor crisisbeheersing en brandweer. In een brief aan de leden van de Tweede Kamer roept het Veiligheidsberaad op: • de voorgestelde bezuiniging van 10% op crisisbeheersing en brandweer af te wijzen; • structureel minimaal vijf miljoen euro bij te dragen aan de versterking van natuurbrandbestrijding; • structureel minimaal 35 miljoen euro bij te dragen aan het behoud van de vrijwillige brandweerinzet in ons land. Daarnaast is de verwachting dat de bijdrage die de veiligheidsregio’s kunnen leveren aan de landelijke aanpak om de weerbaarheid van de samenleving te vergroten in het geding komt.
3.3 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact In de voorgaande paragraaf is aangegeven dat er vanuit het ministerie van Justitie & Veiligheid een voorgenomen bezuiniging van 10% komt op de bijdrage die ontvangen wordt voor crisisbeheersing en de brandweer. In 2026 komt de BDuR-bijdrage uit op een bedrag van 8.074.216 euro wat zonder de bezuiniging 8.971.351 euro zou zijn geweest. Dit heeft als consequentie dat Veiligheidsregio IJsselland wordt geconfronteerd met een taakstelling van 897.135 euro voor de begroting van 2026. De uiteindelijke BDuR-bijdrage voor 2026 kan mogelijk hoger uitvallen door de toepassing van loon- en prijsindexatie. Aangezien de hoogte van deze indexatie nog niet bekend is en de begrotingsregels zijn gebaseerd op de decembercirculaire van het ministerie uit jaar T-2, wordt in de begroting voor 2026 uitgegaan van het eerdergenoemde bedrag van 8.074.216 euro. Saldo Totale saldo baten & lasten veiligheidsregio 420.866 Reservering specifieke doeluitkering BDuR-gelden CB & IV 338.956 Saldo begroting VR (resultaat gemeentes) 81.910 15 3.3.1 Verkenning ombuigingen 2026 Zoals hiervoor al is aangegeven wordt Veiligheidsregio IJsselland geconfronteerd met een taakstelling van 897.135 euro voor de begroting van 2026. Daarnaast hebben enkele gemeenten de vraag gesteld om aanvullende bezuinigingen te onderzoeken met het oog op de begroting van dat jaar.
De afgelopen periode is onderzoek gedaan naar mogelijkheden om zowel de taakstelling op te vangen, als ruimte te creëren voor verdere ombuigingen. Hierbij is het belangrijk op te merken dat de financiële speelruimte binnen de begroting steeds beperkter wordt waardoor het stapelen van taakstellingen een aanzienlijke uitdaging vormt. Zoals uiteengezet in paragraaf 3.2.1 over het verwachte jaarrekeningresultaat van 2024, blijkt dat de financiële situatie van de organisatie zich richting een nullijn beweegt. Hierdoor is er steeds minder ruimte om nieuwe taakstellingen op te vangen zonder ingrijpende maatregelen. Volgens de geldende begrotingsregels wordt voor de begroting van 2026 een algemene prijsindexatie van 4,7% gehanteerd. Om de extra kosten van de taakstelling te dekken, wordt voorgesteld om een deel van de begroting anders te indexeren. Er wordt in dit kader een gedifferentieerde indexatie voorgesteld. Dit betekent dat essentiële uitgaven, waarvoor de volledige indexatie van 4,7% noodzakelijk is, dit percentage ook daadwerkelijk krijgen. Voor andere posten, waarvoor een lagere indexatie voldoende is, wordt een lager percentage aangehouden. Het besluit om af te wijken van de algemene prijsindexatie is een complexe beslissing die verregaande gevolgen kan hebben voor de taakinvulling en om efficiencyslagen vraagt.
Daarom wordt deze keuze niet lichtvaardig genomen zonder de potentiële gevolgen in ogenschouw te nemen. Wanneer het aanpassen van de indexatie langer duurt dan twee jaar, bestaat het risico dat de meerjarenbegroting op de lange termijn uit de pas gaat lopen. Daardoor kunnen na deze periode aanvullende bijstellingen noodzakelijk zijn om de financiële stabiliteit te waarborgen. Om het resterende deel van de taakstelling te dekken, kan het bestuur in overweging nemen om investeringen in personeel en materieel uitgesteld. Ten eerste worden (openstaande) vacatures tijdelijk niet ingevuld. Door het aanhouden van vacatures wordt een besparing op personeelskosten gerealiseerd. Daarnaast wordt het eerder goedgekeurde huisvestingsprogramma en de vervangingsinvesteringen in nieuwe voertuigen uitgesteld. Deze maatregelen hebben echter directe gevolgen voor onze operationele capaciteit. Door het niet invullen van alle vacatures wordt afgeweken van het vastgestelde formatieplan, dat is opgesteld om te waarborgen dat de toegewezen taken effectief en verantwoord kunnen worden uitgevoerd. Hierdoor dreigt een personeelstekort, met als gevolg dat sommige projecten vertraging oplopen, stil komen te liggen of zelfs geheel niet worden uitgevoerd. Door de beperkte personele- en financiële middelen zullen we onze inzet op deze belangrijke thema’s noodzakelijkerwijs moeten heroverwegen.
Naast de verlaging van 10% van de BDuR-gelden vanuit het ministerie van Justitie & Veiligheid hebben de gemeenten gevraagd om te onderzoeken of de begroting ruimte biedt voor ombuigingen. De combinatie van deze ontwikkelingen stelt onze financiële positie onder aanzienlijke druk. De BDuR-verlaging betekent een directe inperking van onze middelen voor taken op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding, wat ten koste gaat van onze basistaken die wij als veiligheidsregio hebben. De toenemende vraag naar onze diensten, zowel vanuit de overheid als vanuit de samenleving, staat daarmee haaks op de beschikbare 16 financiële middelen. Het is duidelijk dat de huidige financiële ontwikkelingen ons dwingen om beleidskeuzes te maken. Het gelijktijdig optreden van de BDuR-bezuiniging en mogelijke extra taakstellingen vanuit de gemeenten zal leiden tot een situatie waarin we genoodzaakt zijn tot rigoureuze maatregelen. Hierbij overwegen wij drastische maatregelen zoals verdere personeelsreductie en de sluiting van meerdere brandweerkazernes. Hoewel deze maatregelen op termijn een besparing kunnen opleveren, zal de volledige realisatie hiervan enkele jaren in beslag nemen vanwege de complexiteit van het besluitvormingsproces. Door aanvullende taakstellingen en de bijbehorende personeelsreductie komt de uitvoering van onze kerntaken verder in het gedrang.
Het sluiten van kazernes kan bovendien resulteren in langere aanrijtijden voor de brandweer, wat de veiligheid van onze inwoners in gevaar brengt. De conclusie is dat de combinatie van deze ontwikkelingen een zware druk legt op de begroting van 2026 waarbij de beperkte financiële ruimte nauwelijks mogelijkheden biedt om verdere taakstellingen op te vangen zonder ingrijpende maatregelen. De voorgestelde besparingen hebben directe gevolgen voor onze operationele capaciteit en slagkracht. Dit zal onvermijdelijk leiden tot vertragingen in projecten, een afname van onze weerbaarheid en mogelijk langere aanrijtijden bij incidenten. De huidige situatie dwingt ons tot lastige beleidskeuzes waarbij de uitvoering van onze kerntaken onder druk komt te staan en de veiligheid van onze inwoners op termijn mogelijk in het gedrang komt.