CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 VRIJ - Kaderbrief bij begroting 2027 Veiligheidsregio

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.057 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KADERBRIEF BIJ BEGROTING VEILIGHEIDSREGIO IJSSELLAND 2027 Definitief 2 Documentgegevens Documentnaam Kaderbrief bij begroting Veiligheidsregio IJsselland 2027 Versie Datum 5 december 2025 Auteur Martijn den Uijl, Daniëlle Homans Corsanummer 3 Inhoud 1. Inleiding ........................................................................................................................ 4 2. Beleidskaders ............................................................................................................... 5 2.1 Wettelijk kader ................................................................................................... 5 2.1.1 Wet veiligheidsregio’s ........................................................................................ 5 2.2 Autonome ontwikkelingen .................................................................................. 6 2.2.1 Brandweer ......................................................................................................... 6 2.2.2 Risico- en crisisbeheersing ................................................................................ 6 2.2.3 Extra BDuR-gelden van het Rijk ........................................................................ 7 2.2.4 Structurele financiële opgave en voorbereiden van maatregelen .......................

7 2.3 Regionaal beleid ................................................................................................ 8 2.3.1 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland .................................... 8 2.3.2 Aanvullende beleidskaders ................................................................................ 8 3. Financiële kaders ........................................................................................................10 3.1 Indexaties ........................................................................................................ 10 3.1.1 Prijsindexering ................................................................................................. 10 3.1.2 Loonindexering ................................................................................................ 11 3.1.3 Financieel kader & ontwikkelingen ................................................................... 11 3.2 Uitgangspunten begroting ............................................................................... 14 3.2.1 Verkenning ombuigingen 2027 ........................................................................ 14 3.3 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact ..................................................... 17 3.3.1 Verkenning ombuigingen 2027 ........................................................................ 17 4 1.

Inleiding Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen stuurt het dagelijks bestuur vóór 30 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze kaderbrief bevat de uitgangspunten voor de programmabegroting 2027. Vanaf 2026 staat Veiligheidsregio IJsselland voor aanzienlijke financiële opgaven. Door de bezuiniging op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met 10% ontvangt onze regio in 2027 € 904.195 minder. Bij de begroting 2026 is besloten deze taakstelling gedurende twee jaren binnen de eigen begroting op te vangen door middel van incidentele maatregelen, waarmee gemeenten tijdelijk worden ontzien. Deze maatregelen blijven daarom ook in 2027 van kracht. Tegelijkertijd is het onvermijdelijk dat vanaf 2028 opnieuw naar de structurele effecten van de korting moet worden gekeken. De financiële opgave wordt in dat jaar nog complexer, mede doordat de ruimte om aanvullende maatregelen te treffen verder onder druk komt te staan. Tegelijkertijd hebben meerdere gemeenten in hun zienswijzen bij de begroting voor 2026 verzocht om scenario’s voor structurele maatregelen uit te werken. Het jaarrekeningresultaat beweegt steeds verder richting de nulgrens, waardoor de financiële ruimte steeds verder afneemt.

Daarbij blijft het aantal opgaven toenemen: op het gebied van crisisbeheersing, informatievoorziening, weerbaarheid, natuurbrandbestrijding en de doorontwikkeling van de (vrijwillige) brandweer. Een groot deel van deze opgaven is bovendien niet-vrijblijvend en volgt uit landelijke verplichtingen en maatschappelijke verwachtingen. De keuzeruimte voor het bijstellen van ambities wordt daarmee steeds kleiner. Hoewel wij ons maximaal inspannen om efficiënter en effectiever te werken, zowel intern als met andere veiligheidsregio’s, kan efficiency deze groeiende opgaven slechts ten dele opvangen. Samenwerking versterkt de uitvoeringskracht, maar levert geen substantiële financiële ruimte op. Ondertussen komen er vanuit Den Haag verdere verplichtingen en verwachtingen op ons af, terwijl de middelen waarmee deze moeten worden uitgevoerd niet altijd zeker of toereikend zijn. Voor weerbaarheid heeft het Rijk inmiddels structurele middelen beschikbaar gesteld, maar in samenhang met de andere opgaven geldt dat de veiligheidsregio financieel aan haar grenzen zit. In een tijd waarin de risico’s veranderen, door onder meer klimaatverandering, geopolitieke spanningen en maatschappelijke onrust, is het van belang dat deze voorzieningen robuust en toekomstbestendig blijven. 5 2.

Beleidskaders 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Wet veiligheidsregio’s De veiligheidsregio voert hoofdzakelijk wettelijke taken uit die voortvloeien uit de Wet veiligheidsregio’s. Het gaat hierbij om de organisatie van onder andere brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, risicobeheersing en crisisbeheersing. In stabiele tijden is de inzet hiervan wellicht minder zichtbaar, maar het belang ervan wordt des te duidelijker op momenten dat zich een incident of crisis voordoet. Het kader van ons werk staat in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Hier staat dat de gemeenten de volgende taken overdragen aan de veiligheidsregio: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester & wethouders over de taak brandweerzorg: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e.

het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken. Nieuwe Wet veiligheidsregio’s De herziening van de Wet veiligheidsregio’s wordt uitgevoerd in twee tranches. De eerste tranche richt zich op het versterken van de crisisstructuur en het oplossen van knelpunten die tijdens de Covid-19-pandemie zichtbaar zijn geworden. Voor deze tranche zijn zowel de preconsultatie als de internetconsultatie inmiddels afgerond. De tweede tranche bevat onderwerpen die complexer zijn en meer tijd vragen voor beleidsontwikkeling en besluitvorming. Deze wordt pas uitgewerkt nadat tranche 1 is afgerond. Een tijdsplanning voor tranche 2 is nog niet vastgesteld en het is nog niet duidelijk wanneer het totaalpakket van wetswijzigingen aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Eerder is op landelijk niveau besloten om de beoogde aanpassing en uitbreiding van taken al uit te voeren, vooruitlopend op de formele inwerkingtreding van de wetswijziging.

6 2.2 Autonome ontwikkelingen 2.2.1 Brandweer We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Meer dan wat er aankomende jaren regionaal te verwachten is, spelen er landelijk een viertal ontwikkelingen, die effect hebben op de IJssellandse brandweerorganisatie. Dit betreffen: 1. de implementatie van de gevolgen van EU-regelgeving op het verplichtend karakter bij vrijwilligers; 2. de herziening van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing; 3. de landelijke aandacht voor de toename van natuurbrandrisico’s op het gebied van beheersing en bestrijding; 4. de uitwerking van het landelijk dekkingsplan met bijbehorende slagkracht van de brandweer. De effecten zijn verschillend van aard en omvang. De implementatie van EU-regelgeving betreft de aanstellingsvorm van vrijwilligers, die gekazerneerd of geconsigneerd zijn. De herziening van het onderwijsstelsel leidt er onder andere toe dat beter wordt aangesloten op het regulier onderwijs.

De landelijke aanpak van natuurbrandrisico’s en het dekkingsplan zal eisen stellen aan de operationele sterkte van de brandweerorganisatie, die verder gaan dan de dekking van het regionaal risico. Deze ontwikkelingen hebben ook een kosteneffect. 2.2.2 Risico- en crisisbeheersing In de Landelijke Agenda Crisisbeheersing is de koers op het gebied van risico- en crisisbeheersing uitgezet voor de komende zes jaar (2024-2029). Met deze agenda zetten we in op het realiseren van langjarige gezamenlijke ambities van het Rijk, de veiligheidsregio’s en openbare lichamen in Caribisch Nederland. De agenda bevat ambities waar deze partijen zoveel mogelijk in samenwerking met vele partners en de samenleving de komende jaren aan willen werken. Deze landelijke agenda is vertaald naar een landelijk meerjarenplan voor risico- en crisisbeheersing en heeft een doorvertaling plaatsgevonden naar de regio in het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’. De financiering vindt plaats vanuit de BDuR-gelden. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden incidenten 4. Weerbaarheid en veerkracht We bereiden ons voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken.

Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder worden tegen datgene wat op ons afkomt, zodat we hier veerkrachtig op kunnen reageren. Dat is een taak van ons allemaal. Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld 7 overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog in de Baltische staten of een overstroomde eerste hulp). Gelijktijdig speelt ook in toenemende mate mee dat we rekening moeten houden met maatschappelijke spanningen en onrust, dalend vertrouwen in de overheid en de impact van desinformatie. 2.2.3 Extra BDuR-gelden van het Rijk Sinds 2023 ontvangen de veiligheidsregio’s structureel extra BDuR-gelden die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de ontwikkeling van crisisbeheersing en informatievoorziening. Deze gelden worden ingezet conform de landelijk gestelde uitgangspunten: 1. Het toekomstgericht - in lijn met de contourennota - verder professionaliseren van risico- en crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio's door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk-regio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie. 2.

De informatiepositie van de veiligheidsregio's te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde veiligheidsinformatieknooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio's in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. Voor de ontwikkeling en beheer van informatiesystemen een impuls nodig. Vanwege de verbinding tussen Regio's en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio's en het Rijk georganiseerd. 3. Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio's en partners: KCR2. Bij de Voorjaarsnota 2025 is besloten dat vanaf 2027 structureel € 70 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid. Dat zal ook gebeuren via een BDuR-uitkering. Daarnaast heeft de minister van Justitie en Veiligheid voor de jaren 2025 en 2026 aanvullend respectievelijk € 10 miljoen en € 20 miljoen vrijgemaakt om in deze overgangsjaren al bij te kunnen dragen aan diverse initiatieven.

Deze middelen worden in eerste instantie ingezet op vijf samenhangende thema’s waaronder de inrichting van lokale noodsteunpunten, versterking van regionale structuren, burgerhulpverlening en een meerjarige publiekscampagne. Veiligheidsregio’s en gemeenten ontwikkelen deze activiteiten gezamenlijk waarbij lokale kennis en regionale crisisstructuren nadrukkelijk worden verbonden. De exacte voorwaarden en bestedingskaders van deze middelen zijn echter nog niet volledig uitgewerkt door het Rijk. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, bepalen we hoe deze gelden het meest effectief kunnen worden ingezet binnen de regionale opgave. 2.2.4 Structurele financiële opgave en voorbereiden van maatregelen Met ingang van 2026 krijgen veiligheidsregio’s te maken met een structurele korting van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit een jaarlijkse vermindering van circa € 900.000. In de begroting 2026 zijn de effecten hiervan nog tijdelijk opgevangen door incidentele maatregelen, maar deze bieden geen structurele oplossing voor de jaren daarna. De veiligheidsregio heeft zich in de afgelopen elf jaar ontwikkeld tot een financieel solide organisatie. De begroting en het jaarrekeningresultaat zijn steeds dichter bij elkaar komen te liggen. Hoewel er jaarlijks sprake is van een beperkt incidenteel overschot, neemt deze 8 marge af.

Dit betekent dat de mogelijkheden voor bezuinigingen zonder ingrijpende gevolgen voor de organisatie en/of de maatschappelijke dienstverlening steeds beperkt zijn. Deze opgave vraagt om keuzes die tot merkbare aanpassingen in structuur, inzet en dienstverlening kunnen leiden. Wanneer aanvullende maatregelen nodig blijken, zijn gevolgen voor personele inzet, operationele dekking of ondersteunende capaciteit onvermijdelijk. Dit vraagt om een zorgvuldige en integrale afweging. 2.3 Regionaal beleid 2.3.1 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland Op grond van artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s is de veiligheidsregio verplicht elke vier jaar een beleidsplan vast te stellen. De huidige Strategische Beleidsagenda beslaat de periode 2023–2026. Dit betekent dat in 2026 wordt gestart met de voorbereiding van een nieuwe Strategische Beleidsagenda voor de periode 2027–2030. In deze nieuwe agenda zullen naar verwachting verschillende actuele opgaven een prominente plek krijgen, zoals de verdere ontwikkeling van weerbaarheid, natuurbrandbeheersing en de doorontwikkeling van de brandweerorganisatie. Daarnaast kunnen in dit proces aanvullende doelen voor 2027 worden geformuleerd die leiden tot vernieuwing of verandering van regionaal beleid.

2.3.2 Aanvullende beleidskaders Huisvesting/ vastgoedbeleid brandweerkazernes Op 25 september 2024 heeft het algemeen bestuur besloten om het Normenkader huisvesting brandweer IJsselland en de Blauwdruk brandweerkazernes Veiligheidsregio IJsselland vast te stellen als leidende kaders voor de ver- en nieuwbouw van brandweerkazernes. Tevens is ingestemd met een set uitgangspunten die moeten zorgen voor een eenduidig, consistent en toekomstbestendig vastgoedbeleid binnen de regio. Deze uitgangspunten zijn: sober en doelmatig, collectief en gedragen, logisch en vergelijkbaar, gebaseerd op solidariteit en toekomstbestendig. In 2025 is de staat van alle kazernes in kaart gebracht en is een prioritering aangebracht voor ver- en nieuwbouw. Voor de periode 2025–2030 is een aantal kazernes aangewezen voor een scenario-onderzoek om te bepalen welke ingrepen nodig zijn om deze locaties toekomstbestendig te maken. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken worden vervolgbesluiten voorbereid en aan het bestuur voorgelegd. Programma ’Vandaag voorbereid op morgen’ De komende tijd zal het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ zich blijven richten op de stappen die nodig zijn om IJsselland zo goed mogelijk voor te bereiden op de dreigingen van een complexere en onvoorspelbaardere wereld om ons heen.

Dit vraagt een verdere versterking van het risicogericht werken en thema’s als veilig leven, risicocommunicatie en eigen continuïteit. De samenwerking met gemeenten is hierbij essentieel. Gemeenten spelen, vanuit hun verantwoordelijkheid voor bevolkingszorg, een belangrijke rol op lokaal niveau, terwijl de veiligheidsregio zorgt voor de noodzakelijke coördinatie en aansluiting op de regionale crisisstructuur. Alleen in gezamenlijke afstemming kan maatschappelijke weerbaarheid worden versterkt. Programma IV 2025 - 2030 In de Strategische Beleidsagenda 2023-2026 heeft informatievoorziening een stevige positie gekregen in de organisatie van de Veiligheidsregio IJsselland. Onderwerpen zoals 9 informatiegestuurd werken, het versterken van de informatiepositie en informatieveiligheid komen meermaals aan de orde. Tegelijkertijd ontvangt de veiligheidsregio extra BDuR- gelden voor de versterking van informatievoorziening. Om hier uitvoering aan te geven is het programma IV opgesteld, waarin aan de hand van zeven strategische doelen gewerkt wordt aan het verder professionaliseren van de informatievoorziening en de inrichting ervan bestand maken tegen nieuwe dreigingen. Betrokkenheid gemeenteraden We blijven investeren in de betrokkenheid van gemeenteraden door de mogelijkheden van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen verder te benutten.

Daarbij werken we intensief samen met de drie gemeenschappelijke regelingen in de regio IJsselland. In afstemming met gemeenteraden, griffiers en de betrokken organisaties wordt zorgvuldig bepaald hoe deze samenwerking vorm krijgt en welke inhoud daarin centraal staat. In 2026 vinden nieuwe gemeenteraadsverkiezingen plaats. Zowel in dat jaar als in de periode daarna zetten we gericht in op het versterken van de wederzijdse betrokkenheid, zodat raadsleden goed geïnformeerd en tijdig meegenomen blijven in regionale ontwikkelingen. 10 3. Financiële kaders 3.1 Inleiding Veiligheidsregio IJsselland opereert financieel op de rand van de nullijn. De ruimte om tegenvallers op te vangen is vrijwel verdwenen, terwijl de wettelijke en bestuurlijke opgaven blijven toenemen. 2027 wordt al een uitdagend jaar, maar vooral 2028 wordt financieel zeer complex: dan moeten de tijdelijke maatregelen en de afwijkende indexatie uit eerdere jaren worden hersteld, bovenop de structurele 10%-korting op de BDuR. Dit leidt naar verwachting tot een aanzienlijk structureel tekort. Daarbij komen nieuwe onzekerheden, zoals het beleid van het nieuwe kabinet, stijgende structurele lasten en specifieke risico’s op het gebied van PTSS, brandweeropleidingen en informatievoorziening.

De druk op bedrijfsvoering en ICT neemt verder toe, terwijl de middelen die hiertegenover staan vaak incidenteel, onzeker of onvoldoende zijn. Intensivering van samenwerking — zowel intern als met partners zoals VIK en de GGD — is noodzakelijk, maar levert geen financiële besparing op; het helpt slechts om de druk enigszins beheersbaar te houden. Efficiencymaatregelen zijn maximaal benut, maar zijn niet toereikend om de groeiende opgaven binnen de huidige middelen op te vangen. Zonder aanvullende financiering zullen ambities moeten worden bijgesteld en moeten er keuzes worden gemaakt over welke taken wij nog kunnen uitvoeren. Het bestuur moet zich daarom bewust zijn van de beperkte financiële ruimte, de toenemende onzekerheden en de spanning tussen wat financieel haalbaar is en wat vanuit het Rijk verplicht wordt gevraagd. 3.2 Indexaties 3.2.1 Prijsindexering Binnen de financiële kaders van de Veiligheidsregio IJsselland is afgesproken dat de prijsindexering wordt gekoppeld aan de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product (BBP) zoals vastgesteld door het Centraal Planbureau (CPB) in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor het begrotingsjaar 2027 betekent dit een verwachte prijsstijging van 2,60% ten opzichte van het begrotingsjaar 2026.

Daarnaast is bestuurlijk overeengekomen dat de toegepaste indexeringen jaarlijks worden geëvalueerd en waar nodig bijgesteld zodat deze zo goed mogelijk aansluiten bij de feitelijke economische ontwikkelingen. Uit de nacalculatie over het jaar 2025 blijkt dat de werkelijke prijsontwikkeling 4,10% bedroeg terwijl in de begroting een index van 4,00% is gehanteerd. Dit resulteert in een structureel tekort van 0,10%. Om dit tekort te corrigeren wordt voorgesteld om de verwachte index voor 2027 met 0,10 procentpunt te verhogen naar 2,70% (2,60% + 0,10%). Dit percentage wordt zowel aan de uitgaven- als de inkomstenzijde toegepast om de begroting structureel in balans te houden. Begroting Begroot Werkelijk Ruimte 2025 4,00% 4,10%* -0,10% 2026 5,20%** *bron: Centraal Plan Bureau MEV 2025 11 ** Op basis van het CEP 2024 is de BBP-prijsontwikkeling voor de periode 2025–2028 vastgesteld op gemiddeld 2,50%. In lijn met de standaard begrotingsregels had in de begroting 2026 een prijsindex van 4,70% toegepast mogen worden. Echter, in het kader van de taakstelling als gevolg van de landelijke korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is ervoor gekozen om een afwijkend, verlaagd indexpercentage van 2,00% toe te passen. Dit leverde een besparing op van 2,70%.

In de kaderbrief voor de begroting 2026, vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 12 februari 2025, is bepaald dat deze taakstellende maatregel voor maximaal twee jaar binnen de reguliere begroting wordt opgevangen. Dit betekent dat de niet-toegepaste index van 2,70% in 2026 uiterlijk in de begroting van 2028 moet worden hersteld. Het tijdig compenseren van deze afwijking is essentieel om structurele scheefgroei in de begroting te voorkomen. Indien deze correctie achterwege blijft, ontstaat er een blijvend verschil tussen de feitelijke prijsontwikkeling en de gehanteerde indexering in de begroting. Dit leidt op termijn tot onderdekking van kosten waardoor de financiële ruimte voor reguliere taken en investeringen structureel onder druk komt te staan. Bovendien wordt het risico vergroot dat toekomstige begrotingsjaren met onverwachte tekorten worden geconfronteerd wat de stabiliteit en voorspelbaarheid van het financiële beleid aantast. Door de correctie tijdig te verwerken blijft de begroting realistisch en in lijn met de economische werkelijkheid. 3.2.2 Loonindexering Voor de raming van de personeelslasten in de begroting 2027 wordt uitgegaan van de feitelijke loonkosten zoals deze gelden in het betreffende jaar, verhoogd met de door het Rijk vastgestelde ‘Loonvoet sector overheid’ (bron: septembercirculaire 2025).

De septembercirculaire van het Gemeentefonds vermeldt voor 2027 een loonkostenstijging van 5,10%. Dit betekent dat wij voor de begroting 2027 de werkelijke loonkosten van januari 2026 – waarin alle actuele cao-ontwikkelingen, periodieken en sociale lasten volledig zijn verwerkt (nacalculatie) – indexeren met 5,10%. Op deze wijze sluiten de geraamde personeelslasten zo goed mogelijk aan bij de actuele loonontwikkeling binnen de publieke sector. Mocht gedurende het begrotingsjaar 2027 blijken dat de gehanteerde indexatie van 5,10% hoger is dan feitelijk benodigd dan wordt dit verschil eenmalig en tijdig teruggegeven aan de deelnemende gemeenten via de tussentijdse rapportages 2027. Indien er sprake is van een structurele afwijking, dan wordt dit verwerkt in de begroting 2028 waarin opnieuw wordt uitgegaan van de dan geldende werkelijke loonkosten en de actuele loonvoet. 3.2.3 Financieel kader & ontwikkelingen Totaal financieel kader Het totale financiële kader van de begroting 2026 bedraagt 58,4 miljoen euro. Hiervan wordt 46,4 miljoen euro gedekt door de gemeentelijke bijdrage terwijl 8,0 miljoen euro afkomstig is uit de rijksbijdrage van het Ministerie van Veiligheid & Justitie. De resterende 3,6 miljoen euro wordt gefinancierd uit overige bijdragen, waarbij de bijdrage van de GGD voor diverse bedrijfsvoeringstaken de grootste component vormt.

Voor de totstandkoming van het financiële kader voor de begroting 2027 wordt de begroting 2026 als uitgangspunt gehanteerd. Op alle onderdelen wordt de in deze kaderbrief beschreven loon- en prijsindexering toegepast, conform de meest recente inzichten uit de septembercirculaire 2025 en andere beschikbare bronnen. Crisisbeheersing & Informatievoorziening 12 Net als in 2025 ontvangen de veiligheidsregio’s in 2026, in het kader van de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg, een extra doeluitkering, als verhoging van de jaarlijkse BDuR-bijdrage voor het uitvoeren van haar wettelijke taken. Voor Veiligheidsregio IJsselland gaat het in 2027 vooralsnog om een bedrag van 2.297.392 euro. De gelden zullen ten gunste komen van risico- en crisisbeheersing en versterking van de informatieveiligheid. Binnen dit bedrag is rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling van 2025, de korting op de BDuR uitkering die evenredig over alle onderdelen is toegepast en de aanvullende ophoging van de extra middelen in het kader van de crisisbeheersing en informatievoorziening. Aan de hand van landelijke verplichtingen, het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en de eisen ten aanzien van de informatievoorziening en – beveiliging zullen de kosten een bestemming krijgen die in lijn ligt met de desbetreffende uitkering die wordt ontvangen.

De extra BDuR-middelen in het kader van Crisisbeheersing en Informatievoorziening raken de hoogte van de gemeentelijke bijdrage niet en worden bij een overschot niet teruggestort naar de deelnemende gemeentes. Weerbaarheid Naast de aanvullende BDuR-middelen voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, ontvangt Veiligheidsregio IJsselland vanaf 2025 extra middelen voor het vergroten van de regionale weerbaarheid. De landelijke weerbaarheidsopgave is omvangrijk en raakt zowel overheid, bedrijven als inwoners. Het kabinet heeft daarom in de Voorjaarsnota aangekondigd vanaf 2027 structureel 25 miljoen euro beschikbaar te stellen. In de aanloopfase wordt in 2025 een bedrag van 4,5 miljoen euro toegekend en in 2026 een bedrag van 8 miljoen. Deze middelen worden in eerste instantie ingezet op vijf samenhangende thema’s waaronder de inrichting van lokale noodsteunpunten, versterking van regionale structuren, burgerhulpverlening en een meerjarige publiekscampagne. Veiligheidsregio’s en gemeenten ontwikkelen deze activiteiten gezamenlijk waarbij lokale kennis en regionale crisisstructuren nadrukkelijk worden verbonden. De aanvullende middelen betreffen geoormerkt budget en worden afzonderlijk verantwoord. Deze middelen staan los van de gemeentelijke bijdragen en hebben geen invloed op de hoogte daarvan.

Voor de jaren 2025 en 2026 worden de middelen via een incidentele bijdrage evenredig over de 25 veiligheidsregio’s verdeeld. Vanaf 2027 wordt de jaarlijkse bijdrage verhoogd met als doel vanaf 2028 toe te groeien naar een structurele toevoeging van de middelen aan de BDuR. Hiervoor wordt in 2027 een afzonderlijk verdeelsysteem vastgesteld. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit dat zij de volgende bedragen ontvangt:  2025: € 180.000 (incidenteel)  2026: € 320.000 (incidenteel)  Vanaf 2027: € 828.779 per jaar (structureel) Bedrijfsvoering De uitbreiding van taken op het gebied van crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid vraagt om een versterking van de interne bedrijfsvoering. Om deze extra opgaven verantwoord te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk een deel van de aanvullende middelen in te zetten voor ondersteunende functies. Hiermee wordt geborgd dat de organisatie beschikt over voldoende personele capaciteit en passende ondersteuning voor een toekomstbestendige informatie- en beheersstructuur. 13 Daarnaast vindt binnen de gezamenlijke bedrijfsvoering van de Veiligheidsregio IJsselland en GGD IJsselland een tweede ontwikkeling plaats.

De organisaties onderzoeken in gezamenlijkheid op dit moment in hoeverre bepaalde bedrijfsvoeringstaken — met name de scheiding tussen beleidsontwikkeling en uitvoering — in de toekomst afzonderlijk georganiseerd zouden kunnen worden. Doel van dit onderzoek is om te komen tot een heldere taakverdeling en een bedrijfsvoering die beter aansluit bij de specifieke behoeften van beide organisaties. Een mogelijke consequentie van deze heroriëntatie is dat het uit elkaar halen van taken kan leiden tot frictiekosten, bijvoorbeeld door het opnieuw inrichten van processen, systemen of teams. Deze effecten zijn op dit moment nog niet volledig te overzien, maar kunnen wel van invloed zijn op de financiële kaders van de bedrijfsvoering. PTSS De landelijke Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte treedt per 1 februari 2026 in werking en geldt voor alle veiligheidsregio’s. Met deze regeling worden de rechten van medewerkers en brandweervrijwilligers met PTSS vastgelegd. Door de mogelijkheid om vijf jaar terugwerkende kracht toe te passen, zal de regeling – met name in de beginjaren – leiden tot een toename van aanvragen waaronder meldingen die eerder niet zijn gedaan. Voor de veiligheidsregio betekent deze regeling dat, naast de landelijke dekking van systeemkosten, de daadwerkelijke kosten van individuele PTSS-gevallen volledig bij de regio zelf komen te liggen.

Het gaat hierbij onder meer om loondoorbetaling, aanvullende uitkeringen, verzuim- en re-integratiekosten, vergoeding van medische kosten en eventuele schadeclaims. Door de combinatie van terugwerkende kracht, verhoogde bewustwording en een structurele instroom die ook de komende jaren verwacht wordt ontstaat een complex en moeilijk voorspelbaar kostenbeeld. De impact van PTSS is echter breder dan financieel. Langdurige uitval van repressieve en ondersteunende medewerkers raakt direct de operationele paraatheid, de continuïteit van de brandweerzorg en de inzetbaarheid van teams. Structurele capaciteitsdruk kan leiden tot extra inzet van collega’s, overwerk, herverdeling van taken of inhuur met bijbehorende kosten en gevolgen voor gezondheid, motivatie en duurzame inzetbaarheid. Daarmee vormt PTSS zowel een financieel als een operationeel risico dat structurele aandacht vraagt in de strategische sturing, risicomanagement en de meerjarenbegroting van de veiligheidsregio. Brandweeropleidingen De kosten voor brandweeropleidingen vormen een steeds hogere structurele last. Deze opleidingen zijn wettelijk verplicht en cruciaal voor de uitvoering van de basiszorg en de specialistische taken binnen de brandweer. De afgelopen jaren zijn zowel de zwaarte als de kosten aanzienlijk toegenomen onder meer door aangescherpte eisen en intensievere opleidingsprogramma’s.

Tegelijkertijd is het personeelsverloop onder zowel vrijwilligers als beroepskrachten toegenomen waardoor jaarlijks meer opleidingscapaciteit nodig is om de operationele sterkte op peil te houden. Waar voorheen drie opleidingsklassen per jaar voldoende waren is inmiddels structureel een uitbreiding naar vijf klassen noodzakelijk. Dit betekent dat er jaarlijks circa 60 opleidingsplekken nodig zijn in plaats van 36 om de uitstroom op te vangen. Bij vrijwilligers leidt een dalende gemiddelde dienstduur tot een hogere instroombehoefte, terwijl bij het beroepspersoneel de verplichte tweede loopbaan en vervroegde uitstroom eveneens extra opleidingsmomenten vereisen. Daarnaast speelt mee dat het opleidingsinstituut BOGO de tarieven voor brandweeropleidingen sneller indexeert dan de jaarlijkse indexatie die binnen de eigen begroting kan worden toegepast waardoor de 14 financiële druk verder oploopt. Ondanks dat sinds de begroting 2025 jaarlijks 250.000 euro structureel aan het opleidingsbudget is toegevoegd laten de meerjarenramingen zien dat deze intensivering onvoldoende is om de structureel hogere kosten volledig te dekken. Dit vormt een blijvend financieel knelpunt dat de komende jaren nadrukkelijk aandacht vraagt om de kwaliteitseisen en de operationele paraatheid duurzaam te kunnen blijven borgen.

Extreme prijsstijgingen De veiligheidsregio bevindt zich inmiddels aan de grens van wat binnen de huidige financiële kaders uitvoerbaar is. Hoewel de beschikbare budgetten op dit moment nog toereikend zijn, is de rek eruit. De structureel stijgende prijs- en loonkosten hebben de organisatie de afgelopen jaren steeds verder onder druk gezet. Deze ontwikkelingen konden tot nu toe worden opgevangen binnen de bestaande middelen, maar verdere absorptie is niet mogelijk zonder consequenties. De organisatie heeft ingezet op efficiency, scherpe inkoop en regionale samenwerking. Met name op het gebied van ICT nemen de kosten de komende jaren fors toe. De licentiekosten voor MS365 stijgen vanaf 2027 met minimaal 301.600 euro per jaar, boven op de reguliere prijsstijgingen die andere softwareleveranciers in rekening brengen. Dit vergroot de druk op het budget voor informatievoorziening en raakt direct onze digitale werkomgeving. Verdere ombuigingen of het uitstellen van noodzakelijke investeringen zullen merkbare gevolgen hebben voor de organisatie, bijvoorbeeld voor het onderhoud van locaties, de ondersteuning van het primaire proces en de beschikbaarheid van kritieke ICT-systemen. Dit vraagt om een realistische en zorgvuldige afweging richting de toekomst om de continuïteit van onze wettelijke taken te kunnen blijven borgen.

3.3 Uitgangspunten begroting 3.3.1 Verkenning ombuigingen 2027 Inleiding Uit de Monitor financiële conditie gemeenten op basis van de jaarrekeningen 2024 blijkt dat de financiële positie van gemeenten zich over het algemeen stabiel ontwikkelt1. Tegelijkertijd staan veel gemeenten voor aanzienlijke financiële opgaven als gevolg van de aangekondigde kortingen op rijksbijdragen in de komende jaren. Deze neerwaartse bijstelling komt neer op circa 5% van de totale omvang van de rijksoverdrachten. Daarnaast worden enkele gemeenten geconfronteerd met een negatief restant in het ingroeipad van de herverdeling van de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds 2023, waardoor aanvullende ombuigingen noodzakelijk zijn. Deze ontwikkelingen werken door in de financiële kaders van de veiligheidsregio en maken het noodzakelijk om voor 2027 ombuigingsrichtingen te verkennen. Daarnaast hebben meerdere gemeenten in hun zienswijzen op de begroting 2026 verzocht om in de kaderbrief 2027 concrete voorstellen voor structurele maatregelen op te nemen. Hierbij valt te denken aan ombuigingen in het primaire proces, in de beleidsvorming en/of in de bedrijfsvoering. Het verdient aanbeveling door toepassing van scenario’s het maatschappelijk effect van de ombuigingen van de gemeenschappelijke regeling te duiden. In deze paragraaf staat de uitwerking van deze vraag.

Waar staan we nu? 1 Bron: Financiën gemeenten stabiel, maar druk neemt toe | VNG 15 In 2026 bedragen de gemeentelijke bijdragen voor de uitvoering van onze wettelijke taken in totaal 46.419.561 euro. Deze bijdragen vormen ongeveer 80 procent van de totale baten van Veiligheidsregio IJsselland en zijn daarmee de belangrijkste financieringsbron voor de uitvoering van onze kerntaken binnen crisisbeheersing, brandweerzorg, GHOR, bedrijfsvoering en informatieveiligheid. In de begroting 2026 is 1.981.514 euro aan loon- en prijsindexaties verwerkt. Dit bedrag bestaat uit 947.155 euro aan loonindexeringen en 1.034.359 euro aan prijsindexeringen. Op basis hiervan is de totale gemeentelijke bijdrage voor 2026 definitief vastgesteld en door de gemeenten toegekend op 46.419.561 euro. Naast de gemeentelijke bijdragen ontvangt de veiligheidsregio een jaarlijkse rijksbijdrage via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daarnaast ontvangt de veiligheidsregio aanvullende, geoormerkte middelen voor de versterking van de crisisbeheersing, informatievoorziening en – sinds 2025 – de landelijke opgave rondom weerbaarheid.

In de primitieve begroting 2026 bedragen de BDuR-middelen in totaal 8.074.216 euro waarbij rekening is gehouden met de landelijke taakstelling van 10 procent op de totale BDuR-gelden. Daarmee vormt de BDuR een belangrijke tweede financieringsstroom naast de gemeentelijke bijdragen. De laatste financieringsbron (3.652.926 euro) betreft de opbrengsten uit detacheringen van medewerkers van de veiligheidsregio aan externe partijen (142.181 euro), de verkoop van materieel dat buiten gebruik is gesteld (100.000 euro) en de bijdrage van GGD IJsselland voor de gezamenlijke bedrijfsvoeringsactiviteiten (3.359.719 euro). In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage weergegeven sinds de oprichting van Veiligheidsregio IJsselland in 2014. In deze periode is de gemeentelijke bijdrage gestegen van 30,9 miljoen euro in 2014 naar 44,4 miljoen euro in 2024. Tegelijkertijd is via jaarrekeningresultaten in totaal 11,1 miljoen euro teruggegeven aan de gemeenten en is 3,3 miljoen euro verwerkt aan taakstellingen en incidentele compensaties in de primitieve begrotingen. De jaarrekeningresultaten over 2022 (negatief resultaat), 2023 (128.000 euro) en 2024 (183.000 euro) laten zien dat het financieel resultaat al enkele jaren zeer beperkt is. Voor 2025 wordt een totaalresultaat van 789.705 euro verwacht.

Van dit bedrag is 672.379 euro toe te rekenen aan de extra BDuR-middelen, waarvoor geldt dat deze niet mogen terugvloeien naar de deelnemende gemeenten. Hierdoor resteert een resultaat voor de gemeenten van 117.326 euro. Indien het jaarrekeningresultaat daadwerkelijk op dit niveau uitkomt wordt dit bedrag volledig ten gunste van de deelnemende gemeenten teruggestort. Deze ontwikkeling bevestigt dat het resultaat steeds meer richting het nulpunt beweegt. Het resterende resultaat bedraagt immers afgerond 0,2% van de totale begroting. Bedragen x €1.000 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Totaal Bijdrage totaal VRIJ 34.080 34.080 34.106 33.797 33.229 33.722 34.822 35.622 36.878 37.437 38.413 41.034 Indexering 0 356 155 432 493 1.100 801 1.256 560 919 1.115 2.513 9.698 Incidentele compensatie 0 0 0 -67 -67 -67 0 -516 -516 -144 -96 -48 -1.523 Taakstelling 0 -330 -75 -1.000 0 0 0 0 0 -366 0 0 -1.771 Aanvullende compensatie 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 935 935 34.080 34.106 34.186 33.162 33.655 34.754 35.622 36.362 36.921 37.846 39.432 44.434 CAO-effect 2023 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.689 1.358 0 3.048 34.080 34.106 34.186 33.162 33.655 34.754 35.622 36.362 36.921 39.536 40.790 44.434 Teruggave jaarrekening -3.225 -1.094 -663 0 -954 -759 -1.364 -2.721 0 -128 -183 ? -11.091 Bijdrage werkelijk 30.856 33.012 33.524 33.162 32.700 33.995 34.258 33.641 36.921 39.408 40.606 44.434

16 Deze ontwikkeling geeft aan dat de organisatie zeer strak binnen de beschikbare middelen opereert en dat de financiële bewegingsruimte minimaal is. Er is beperkte ruimte om tegenvallers op te vangen wat de kwetsbaarheid van de begroting vergroot. Incidentele afwijkingen of kostenstijgingen kunnen daardoor direct impact hebben op de uitvoering van onze taken. Dit vraagt om een zorgvuldige bestuurlijke afweging voor de komende jaren over de mate waarin risico’s binnen de bestaande middelen kunnen worden gedragen. Wat komt er op ons af? De veiligheidsregio staat de komende jaren voor een uitdagende periode. Een combinatie van landelijke en regionale ontwikkelingen verhoogt de druk op onze middelen en uitvoeringscapaciteit. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe verplichtingen en financiële uitdagingen die zorgvuldig moeten worden opgepakt om onze kerntaken goed te blijven uitvoeren. 1. Budgettaire veranderingen. Vanaf 2026 krijgt de veiligheidsregio een structurele korting van 10% op de BDuR, waardoor er minder algemene middelen beschikbaar zijn. Tegelijkertijd komen geoormerkte middelen beschikbaar voor crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheidsopgaven, zoals noodsteunpunten en burgerhulpverlening. 2. Natuurbrandbestrijding. Door toenemende droogte en klimaatverandering neemt het risico op natuurbranden toe.

Dit vraagt meer capaciteit en middelen voor preventie en bestrijding, evenals nauwe samenwerking met gemeenten en hulpdiensten. 3. PTSS-aanpak en -opvang. Per 1 februari 2026 treedt de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS in werking. De kosten van individuele gevallen – zoals loondoorbetaling, verzuim, re-integratie en medische vergoedingen – komen volledig bij de regio te liggen. Langdurige uitval kan de operationele paraatheid en continuïteit van de brandweerzorg beïnvloeden, waardoor PTSS zowel een financieel als operationeel risico vormt. 4. Stijgende structurele lasten. Prijs- en loonkosten blijven stijgen terwijl er extra verplichtingen op het gebied van brandweeropleidingen, ICT, onderhoud en bedrijfsvoering bijkomen. Materieel, gebouwen en processen vereisen voortdurend aandacht wat vraagt om efficiënte inzet van middelen en goede organisatie. 5. Complexiteit van de opgave. Al deze ontwikkelingen spelen tegelijk, waardoor de regio voortdurend moet prioriteren en efficiënt organiseren. Samenwerking met partners en een duidelijke strategie zijn essentieel om kerntaken op het gebied van veiligheid, crisisbeheersing en hulpverlening te blijven uitvoeren.

Jaarrekeningresultaat 2025 (prognose) Saldo Resultaat 2025 789.705 Reservering extra BDuR-gelden 2025 672.379 Resultaat deelnemende gemeentes 117.326 17 3.4 Wijzigingsvoorstellen met financiële impact In de voorgaande paragraaf is aangegeven dat het ministerie van Veiligheid en Justitie vanaf 2026 een structurele korting van 10 procent toepast op de BDuR-bijdrage voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Deze structurele taakstelling blijft ook in 2027 van kracht. In de decembercirculaire 2025 is toegelicht hoe deze korting is verwerkt in de bijdrage voor 2027. Uit onderstaande tabel blijkt dat de landelijke taakstelling van 27.670.000 euro leidt tot een korting van 904.195 euro voor Veiligheidsregio IJsselland op basis van ons aandeel van 3,268 procent in het landelijke verdeelmodel. Dit bedrag wordt als structurele vermindering van de rijksbijdrage doorgevoerd en vormt daarmee een vast onderdeel van het financiële kader voor 2027. Voor 2027 komt de totale BDuR-bijdrage voor Veiligheidsregio IJsselland uit op 9.267.366 euro. Dit bedrag omvat zowel de reguliere middelen voor de uitvoering van de wettelijke taken als de aanvullende middelen voor de versterking van regionale weerbaarheid, crisisbeheersing en informatievoorziening. In de bijdrage is tevens rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling 2025 en met de doorwerking van de structurele korting op de BDuR.

De korting wordt niet toegepast op de middelen voor weerbaarheid die vanaf 2025 incidenteel en vanaf 2027 structureel worden toegevoegd. De uiteindelijke BDuR-bijdrage voor 2027 kan nog worden bijgesteld indien de loon- en prijsindexatie 2026 hoger of lager uitvalt dan nu geraamd. 3.4.1 Verkenning ombuigingen 2027 Zoals in de tabel op de vorige pagina is weergegeven wordt Veiligheidsregio IJsselland in 2027 geconfronteerd met een taakstelling van 904.195 euro die in de begroting moet worden verwerkt. Bestuurlijk is afgesproken dat de taakstelling als gevolg van de 10 procent korting op de BDuR gelden gedurende twee jaren binnen de reguliere begroting wordt opgevangen. Daarnaast hebben meerdere gemeenten in hun zienswijzen op de begroting 2026 nadrukkelijk verzocht om in de kaderbrief 2027 met concrete voorstellen voor structurele maatregelen te komen. Tegelijkertijd moet worden onderkend dat onze financiële speelruimte steeds beperkter wordt. De jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren laten zien dat de financiële positie richting een nullijn beweegt, waardoor het stapelen van taakstellingen een toenemende uitdaging vormt en de mogelijkheden om nieuwe opgaven op te vangen verder afnemen. Voor 2026 is de taakstelling van 897.135 euro ingevuld door een pakket aan maatregelen.

Een belangrijk onderdeel daarvan was het tijdelijk verlagen van de algemene prijsindexatie naar 2%, hetgeen een besparing van 448.568 euro heeft opgeleverd. Aanvullend zijn maatregelen getroffen zoals het tijdelijk afschalen van de flexibele schil (91.812 euro), het uitstellen van investeringen met bijbehorende besparing op kapitaallasten (79.460 euro) en het niet toekennen van de ophogingen binnen de extra BDuR-middelen voor informatievoorziening (112.000 euro) en crisisbeheersing (165.295 euro). Deze systematiek Taakstelling BDuR 2027 Saldo Totale taakstelling BDuR 2027 27.670.000 Percentage bijdrage Veiligheidsregio IJsselland 3,268% Taakstelling VRIJ 2027 904.195 18 wordt als uitgangspunt genomen voor de wijze waarop de taakstelling voor 2027 in de conceptbegroting zal worden verwerkt. Volgens de geldende begrotingsregels wordt voor 2027 een algemene prijsindexatie van 2,7% gehanteerd (zie paragraaf 3.1.1), conform de mutatie van het BBP. Deze indexatie wordt volledig toegepast in 2027. In 2026 heeft de veiligheidsregio echter een afwijkende index van circa 2% toegepast in plaats van de reguliere 4,7%. Dit leverde een structureel effect op van 448.568 euro, omdat het lagere indexniveau automatisch doorwerkt in de begroting van de jaren daarna totdat deze afwijking wordt hersteld.

Dit betekent dat dit bedrag in 2027 opnieuw wordt verhoogd met de reguliere index van 2,7%, maar de onderliggende achterstand in indexatie blijft bestaan zolang de afwijkende index niet is gecorrigeerd. Bestuurlijk is afgesproken deze correctie op zijn vroegst in 2028 te kunnen doorvoeren. Het structureel hanteren van een lagere index dan de landelijke systematiek is echter niet zonder risico’s. Een onderindexatie bouwt zich cumulatief op en leidt tot financiële achterstanden in bedrijfsvoering, ICT, materieel en onderhoud die later alleen met aanzienlijke middelen kunnen worden ingehaald. Ook ontstaat het risico dat de meerjarenbegroting uit balans raakt wanneer essentiële kostenstijgingen niet volledig worden gecompenseerd. Om deze redenen wordt in 2027 vastgehouden aan de volledige toepassing van de voorgeschreven index van 2,7%; verdere afwijking is binnen de huidige financiële en operationele context niet langer verantwoord. Naast de structurele doorwerking van het aangepaste indexpercentage uit 2026 is het, net als vorig jaar, noodzakelijk opnieuw te kijken naar maatregelen zoals het tijdelijk aanhouden van vacatures en het uitstellen van investeringen in materieel en huisvesting. Deze maatregelen hebben echter negatieve consequenties.

Het niet invullen van vacatures leidt tot afwijkingen van het vastgestelde formatieplan, creëert risico’s op capaciteits- en continuïteitsproblemen en kan ertoe leiden dat projecten vertragen of niet kunnen worden uitgevoerd. Het uitstellen van investeringen brengt risico’s met zich mee voor de betrouwbaarheid van materieel en gebouwen en kan tot hogere kosten op langere termijn leiden. Het bestuur wordt daarom nadrukkelijk gevraagd zich bewust te zijn van de impact van deze maatregelen op de operationele slagkracht en de uitvoering van onze wettelijke taken. Naast de structurele korting van 10% op de BDuR wordt Veiligheidsregio IJsselland in 2027 opnieuw door gemeenten verzocht om te onderzoeken of binnen de begroting aanvullende ombuigingen mogelijk zijn. De combinatie van deze ontwikkelingen brengt aanzienlijke financiële en operationele uitdagingen met zich mee. In 2027 nemen de wettelijke en bestuurlijke opgaven verder toe, onder meer door de uitbreiding van taken op het gebied van crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid. Tegelijkertijd stijgen de structurele lasten door de invoering van de landelijke PTSS-regeling en de toename van de kosten voor brandweeropleidingen. Deze ontwikkelingen leggen extra druk op onze bedrijfsvoering, beschikbare capaciteit en investeringsruimte.

Tegen deze achtergrond is het steeds moeilijker om aanvullende taakstellingen binnen de reguliere begroting op te vangen zonder dat dit leidt tot merkbare gevolgen voor de uitvoering. Mogelijkheden zoals het langer aanhouden van vacatures, het uitstellen van noodzakelijke investeringen of het verder beperken van indexatie zijn nog maar beperkt verantwoord inzetbaar. Het is daarom van 19 belang dat gemeenten deze context meewegen bij het beoordelen van mogelijke aanvullende ombuigingen. Conclusie De combinatie van de structurele korting op de BDuR, de toenemende wettelijke- en bestuurlijke opgaven en oplopende structurele kosten zorgen ervoor dat de begroting 2027 onder druk staat. De financiële ruimte om nieuwe taakstellingen op te vangen is beperkt, terwijl tegelijkertijd de maatschappelijke en operationele verwachtingen richting de veiligheidsregio blijven toenemen. De mogelijkheden om binnen de bestaande begroting aanvullende ombuigingen te realiseren zijn nog maar in beperkte mate verantwoord inzetbaar en brengen risico’s met zich mee voor continuïteit en uitvoeringskwaliteit. Verdere druk op de begroting zal zich direct vertalen in verminderde capaciteit, vertraging in noodzakelijke programma’s en een afname van de wendbaarheid en veerkracht van de organisatie.

Het is daarom essentieel dat het bestuur zich bewust is van de grenzen van de huidige financiële kaders en dat eventuele aanvullende opgaven alleen kunnen worden gerealiseerd met zorgvuldige bestuurlijke afwegingen. Het waarborgen van onze wettelijke taken, de operationele paraatheid en de veiligheid van onze inwoners moet daarbij leidend zijn en blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d675f36f-d19f-4e56-bce8-aba46f36fb0d?agendaItemId=31785eb6-a0de-4c32-9026-70661edd38c5