3.1 Kinderombudsman - Rapport Niemand hielp mij
Tekst van het document
Opgroeien in onveiligheid: wat kinderen met ruzie en geweld thuis ons vertellen. Niemand hielp mij 1 De Kinderombudsman heeft de afgelopen tien jaar veel onderzoek gedaan naar kinderen in Nederland. We keken naar hun kwaliteit van leven, hun welzijn en hoe zij zich ontwikkelen. In deze publicatie delen we de belangrijkste inzichten over wat kinderen die met (fysiek en verbaal) geweld thuis opgroeien ons de afgelopen vijf jaar zélf hebben verteld. Daarin vallen meerdere dingen op. In ons onderzoek geeft 8% van alle kinderen aan dat zij met ruzie en geweld thuis opgroeien. Dat komt overeen met schattingen van anderen, al ontbreken recente prevalentiecijfers. Van de kinderen die met ruzie en geweld opgroeien geeft ruim 80% aan dat ze geen (professionele) hulp krijgen. Van de kinderen binnen deze groep die hun leven een onvoldoende geven, zegt bijna 70% geen hulp te krijgen. De grote meerderheid van de kinderen die met ruzie en geweld opgroeit, lijkt daarmee buiten het zicht te zijn van de professionele hulpverlening. Verder vertellen de kwetsbaarste kinderen ons dat zij een gebrek aan steun vanuit hun sociale omgeving ervaren. Dit zet hun welzijn, ontwikkeling en toekomstperspectief ernstig onder druk.
De Kinderombudsman concludeert dat iedereen in onze samenleving een cruciale rol kan en moet spelen in de signalering en melding van geweld tegen kinderen én in het bieden van steun aan kind (en ouder). Het Rijk moet omstanders ondersteunen om deze rol op te pakken. Het Rijk en gemeenten moeten daarnaast gaan werken aan oplossingen voor de problemen binnen Jeugdbescherming en Veilig Thuis-organisaties. Zij falen al vele jaren in hun taak om kinderen die opgroeien met ruzie en geweld te beschermen en te ondersteunen. Ook de stem van deze kinderen wordt vaak niet gehoord. De aanpak van de problemen binnen Jeugdbescherming en Veilig Thuis heeft de hoogste prioriteit. “ Ik voel me onveilig thuis als mijn moeder er is. Ik word soms geslagen en uitgescholden (maar ook bedreigd met slaan).” 11-jarig meisje 2 Inleiding In elk gezin wordt wel eens ruzie gemaakt. Ouders1 zijn het soms niet met elkaar eens, kinderen voelen zich niet altijd begrepen, broers en zussen kunnen elkaar dwarszitten. Aanhoudende ruzies of spanningen kunnen tot stress en problemen leiden bij kinderen. Zeker wanneer er sprake is van uitschelden, kleineren, bang maken, slaan, schoppen of seksueel geweld. Dan spreken we over kindermishandeling of geweld tegen kinderen.
Geweld tegen kinderen omvat elke vorm van fysiek, psychisch of seksueel contact die voor een kind bedreigend of gewelddadig is.2 Hier valt ook fysieke en emotionele verwaarlozing onder, en getuige zijn van geweld tussen ouders of andere gezinsleden onderling. Het is onduidelijk hoeveel kinderen3 te maken hebben met geweld in de thuissituatie. Er is geen recent onderzoek gedaan. Cijfers uit 2017 laten zien dat naar schatting tussen de 90.000 en 127.000 kinderen te maken hebben gehad met één of meerdere vormen van mishandeling.4 Dat is een stuk hoger dan het aantal meldingen dat bij Veilig Thuis binnenkomt. In 2024 zijn er 67.030 meldingen gedaan van kindermishandeling.5 Na een melding moeten kinderen en gezinnen vaak lang wachten op actie van Veilig Thuis. Dat geldt ook voor meldingen over ernstige structurele verwaarlozing of mishandeling. Alleen bij acute onveiligheid6 pakt Veilig Thuis een melding meteen op. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd maakt zich daarom al een aantal jaren ernstig zorgen over kinderen en gezinnen voor wie niet tijdig actie wordt ondernomen na een melding.7 De korte- en langetermijngevolgen van geweld tegen kinderen zijn groot.8 De thuissituatie is onvoorspelbaar, bedreigend en onveilig. Soms kunnen ouders helemaal geen geborgenheid meer bieden, soms worden warme momenten afgewisseld met momenten van onveiligheid.
Een kind dat in die situatie opgroeit is angstig, al zal dit niet altijd zichtbaar zijn. In zo’n situatie krijgt een kind ook niet de ruimte, aandacht en het vertrouwen om op een fijne manier op te groeien. Dit zet het welzijn en de ontwikkeling van een kind zwaar onder druk. Zeker wanneer de situatie lang voortduurt. Chronische stress maakt kinderen steeds gevoeliger voor stress en spanning.9 1 Met ‘ouders’ bedoelen wij ouders en verzorgers. Voor de leesbaarheid gebruiken we hier alleen het woord ‘ouders’. 2 Artikel 1.1 Jeugdwet 3 Met ‘kinderen’ wordt iedereen bedoeld die jonger is dan achttien jaar. Hieronder vallen dus ook jongeren van 12 tot 18 jaar. Voor de leesbaarheid van de tekst gebruiken we, in navolging van het Kinderrechtenverdrag, voornamelijk kinderen. 4 Universiteit Leiden en TNO in opdracht van het WODC, NPM- 2017: nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen, 2018. 5 Cijfers CBS over huiselijk geweld geraadpleegd op 27-10-2025. Te raadplegen via: StatLine - Huiselijk geweld; aard geweld, aanvullende informatie, Veilig Thuis-regio 6 Een persoon is in direct fysiek gevaar, diens veiligheid is de komende dagen niet gegarandeerd en hij of zij heeft direct bescherming nodig. 7 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Aanhoudende onveiligheid tijdens het wachten op Veilig Thuis, oktober 2024.
8 Augeo, Voorkom kindermishandeling, geraadpleegd op 20-10-2025. 9 Verwey-Jonker Instituut, Kwestie van lange adem, november 2020. 3 4 Ze raken in een overlevingsmodus die, samen met de mishandeling, kan leiden tot psychosociale problemen10 en gedragsproblemen. Zware lichamelijke mishandeling of verwaarlozing kan bij kinderen zelfs tot de dood leiden.11 Verder hebben het lichamelijk, emotioneel en seksueel geweld dat iemand tijdens het opgroeien meemaakt tot ver in het volwassen leven gevolgen voor de fysieke, emotionele en mentale toestand van die persoon.12 Er kunnen lichamelijke problemen ontstaan, zoals een blijvend gevoelig stresssysteem, chronische ziekten als diabetes en astma, maar ook chronische pijn aan bijvoorbeeld het hoofd en de buik. Veelvoorkomende psychische problemen zijn een verstoord zelfbeeld, hechtingsstoornissen, depressie, angst of (complexe) posttraumatische stress. Daarnaast komen verslavingen en eetstoornissen voor. Bovendien kan het moeilijk zijn om gezonde relaties met anderen aan te gaan. Het risico bestaat dat de cirkel van geweld wordt overgedragen op de volgende generatie. 10 Verwey-Jonker Instituut, Veerkrachtig functioneren van jongeren, november 2024. 11 Augeo, Voorkom kindermishandeling, geraadpleegd op 20-10-2025. 12 Augeomagazine Langetermijngevolgen van kindermishandeling; Augeo, Voorkom kindermishandeling, geraadpleegd op 20-10-2025.
“ De veiligste plek in m’n huis vind ik de badkamer, er worden geen drugs gebruikt maar er wordt wel vaak gescholden en geschreeuwd.” 14-jarige jongen 4 De Kinderombudsman voert sinds 2016 elke twee jaar het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’ uit. In dat onderzoek vragen we kinderen in heel Nederland hoe het met hen gaat en wat er in hun leven speelt. 1 Tweejaarlijks onderzoek naar het welzijn van kinderen “ Mijn moeder is niet vaak thuis en ik ben nog heel jong voor de dingen die ik hoor en doe.” 11-jarig meisje 5 We stellen vragen over veertien onderwerpen die te maken hebben met de kwaliteit van hun leven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die kwaliteit veel zegt over de toekomst en de kansen van een kind.13 Hoe hoger de kwaliteit van leven, hoe groter de kans dat een kind fijn en gelukkig opgroeit, zich goed ontwikkelt en een goede toekomst heeft. Zeven onderwerpen gaan over het leven van kinderen binnen het gezin. De andere zeven gaan over het leven daarbuiten, zoals school en de buurt waar ze in opgroeien. Deze onderwerpen noemen we de veertien omgevingsvoorwaarden.14 We vragen naar de situatie waarin kinderen opgroeien.
Voorbeelden van vragen zijn: Woon je bij je ouders of ergens anders? Is er bij jou thuis vaak ruzie, waarbij soms gescholden, geslagen of geschopt wordt? Krijg je jeugdhulp? We vragen kinderen ook om hun leven een cijfer te geven tussen de 0 en 10. Dit cijfer koppelen we aan hun antwoorden. Zo kunnen we zien hoe het met hen gaat en wat voor hen belangrijk is. Invloed van ruzie en geweld thuis op kinderen Het onderzoek is nu vijf keer uitgevoerd. In deze studie kijken we naar de antwoorden van kinderen die aangeven dat er thuis vaak ruzie is, waarbij soms gescholden, geslagen of geschopt wordt. We kijken hierbij alleen naar de jaren 2020, 2022 en 2024, omdat alleen in die jaren deze vraag zo gesteld is.15 Het gaat om 7.059 kinderen. Van hen geven 565 kinderen aan dat er thuis vaak ruzie is, waarbij soms gescholden, geslagen of geschopt wordt. We kunnen niet goed achterhalen in hoeverre er sprake is van kindermishandeling van het kind zelf, of het kind getuige is van partnergeweld, mishandeling van een broer of zus of dat het gaat om ruzie en geweld tussen kinderen in het gezin. In deze studie onderzoeken we daarom breed wat het betekent voor kinderen om op te groeien met ruzie en geweld thuis. Op basis daarvan geven we advies aan beleidsmakers. 13 Zijlstra, E., Post, W., Hopman, M., de Jong, A., & Kalverboer, M. (2023).
The Best Interests of The Child Self-Report (BIC-S): Psychometric Properties of the Adapted Version of the BIC-S used as a Monitoring Instrument to Measure the Quality of The Children’s Rearing Environment From a Children’s Rights Perspective. Child indicators research, 16, 1341-1361. https:/ /doi. org/10.1007/s12187-023-10010-8 14 Zie voor meer informatie over de 14 omgevingsvoorwaarden: M. Kalverboer & E. Zijlstra (2006). Het belang van het kind in het Nederlands recht, Voorwaarden voor ontwikkeling vanuit een pedagogisch perspectief. Uitgeverij SWP: Amsterdam. 15 Vanaf 2020 hebben we in de vragenlijst gevraagd of er thuis vaak ruzie was, waarbij soms gescholden, geslagen of geschopt wordt. In 2016 en 2018 werd enkel gevraagd of er thuis problemen waren. 6 De veertien omgevingsvoorwaarden 1. Adequate verzorging (goede verzorging) 2. Veiligheid 3. Liefde en aandacht van ouders 4. Structuur, regels en ondersteuning 5. Goed voorbeeldgedrag van ouders 6. Interesse van ouders 7. Stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (vaste manier van opvoeding en zorg thuis) 8. Veiligheid in de buurt 9. Respect 10. Een sociaal netwerk van andere volwassenen 11. School en vrijetijdsbesteding 12. Contact met leeftijdgenoten en vrienden 13. Goed voorbeeld van andere volwassenen 14.
Zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden “ Ik krijg wel eten maar als ik me niet gedraag krijg ik geen eten.” 13-jarig meisje 7 In ons onderzoek hebben we de groep van 565 kinderen die thuis vaak te maken hebben met ruzie en geweld (8%) vergeleken met de groep kinderen die niet te maken hebben met ruzie en geweld thuis (6.494 kinderen). 8 2 Uitkomsten van ons onderzoek Daarnaast hebben we gekeken naar verschillen tussen kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een voldoende geven (rapportcijfer 6 of hoger) en de kinderen binnen die groep die hun leven een onvoldoende geven (rapportcijfer 5 of lager). Van de kinderen met ruzie en geweld thuis gaven 408 kinderen (72,2%) hun leven een voldoende, 157 kinderen (27,8%) gaven hun leven een onvoldoende. 8 Kinderen met ruzie en geweld thuis zijn minder tevreden over hun leven Over de jaren heen zien we dat kinderen die thuis te maken hebben met ruzie en geweld gemiddeld een lager cijfer aan hun leven geven dan kinderen die zonder ruzie en geweld thuis opgroeien (figuur 1).
Alle jaren samengenomen was dit gemiddeld een verschil van 1,4 punt op een schaal van 1 tot en met 10.16 Net als in andere publicaties over deze data zien we dat er tijdens de coronapandemie in 2020 andere rapportcijfers zijn gegeven dan in de jaren daarna.17 Voor kinderen die in armoede opgroeien zorgde de coronapandemie voor hogere rapportcijfers in relatie tot kinderen die niet in armoede opgroeien. Doordat alle kinderen thuis waren, vielen de verschillen deels weg.18 16 Dit verschil in gemiddeld rapportcijfer tussen kinderen met ruzie en geweld thuis en kinderen die zonder ruzie en geweld thuis opgroeien is significant. Een significant verschil betekent dat dit verschil niet op toeval berust. Dit is getoetst met een eenzijdige ongepaarde Fisher-Pitman permutatietoets: Z = 18,3; p < 0,001. 6 8 7 9 10 2020 2022 2024 6,1 8,0 8,3 8,2 6,9 geen ruzie en geweld thuis wel ruzie en geweld thuis 6,9 17 Kinderombudsman, Ouders zijn onvervangbaar, 10 juli 2024; Kinderombudsman, Opgroeien in onzekerheid, 24 september 2025. 18 Kinderombudsman, Opgroeien in onzekerheid, 24 september 2025. Figuur 1: Rapportcijfer eigen leven tussen 2020 en 2024 9 We zien dat kinderen met ruzie en geweld thuis hun leven in 2020 juist een lager cijfer geven. Dat is niet vreemd. Tijdens de pandemie bleven alle kinderen thuis.
Als er thuis veel ruzie wordt gemaakt en er ook sprake is van geweld, is het niet fijn om thuis te moeten blijven. Uit onderzoek weten we dat tijdens de lockdown meer kinderen slachtoffer waren van kindermishandeling dan in een periode voor de lockdown.19 Voor het grootste deel ging het om kinderen in gezinnen waar voor de lockdown ook al zorgen over waren. In deze gezinnen heeft de lockdown de situatie verergerd. Veiligheid thuis en vertrouwen in de toekomst onder druk Kinderen die te maken hebben met ruzie en geweld thuis scoren lager op de veertien omgevingsvoorwaarden dan kinderen die in een veilige situatie opgroeien. Gemiddeld scoren zij 10,3 van de 14 omgevingsvoorwaarden als voldoende tot goed. Voor kinderen die zonder ruzie en geweld thuis opgroeien is dat 13,1.20 19 Vermeulen, S., van Berkel, S., Alink, L. (2022). Kindermishandeling tijdens de tweede lockdown. Universiteit Leiden. 20 Dit verschil in de gemiddelde score op de 14 omgevingsvoorwaarden tussen kinderen met ruzie en geweld thuis en kinderen die zonder ruzie en geweld thuis opgroeien is significant. Dit is getoetst met een eenzijdige ongepaarde Fisher-Pitman permutatietoets: Z = 29,8; p < 0,001. “ Thuis is er veel ruzie, ik was in de lockdown ook het vaakst thuis omdat mijn school nog gesloten was en die van mijn zusje niet.
Ik was dus ook bij alle ruzies.” 13-jarig meisje 10 21 De zeven omgevingsvoorwaarden die gaan over de thuissituatie zijn: Verzorging, veiligheid thuis, aandacht ouders, structuur, voorbeeld ouders, interesse ouders en opvoeding Figuur 2 laat per omgevingsvoorwaarde zien wat het verschil in score is tussen kinderen met en zonder ruzie en geweld thuis. Daar zien we dat kinderen met ruzie en geweld thuis op alle voorwaarden lager scoren. Vooral de zeven omgevingsvoorwaarden die gaan over de thuissituatie worden slecht beoordeeld.21 Het grootste verschil zien we op de omgevingsvoorwaarden ‘veiligheid thuis’, ‘zekerheid’ en ‘voorbeeld van ouders’. De omgevingsvoorwaarde ‘veiligheid thuis’ gaat over de vraag of kinderen zich thuis veilig voelen, dat er geen geweld of drugs wordt gebruikt en dat er ook niet wordt gescholden. De omgevingsvoorwaarde ‘voorbeeld van ouders’ gaat over de vraag of ouders ruzies uitpraten, ze dingen uitleggen als hun kind iets niet snapt en dat ze goed voor zichzelf en anderen zorgen. Met de omgevingsvoorwaarde ‘zekerheid’ bedoelen we dat kinderen plotselinge veranderingen meemaken, bijvoorbeeld een verhuizing of verandering van school. Onder ‘zekerheid’ verstaan we ook of kinderen het vertrouwen hebben dat het in de toekomst goed zal komen.
Op deze Figuur 2: Verschilscores op de omgevingsvoorwaarden voor kinderen met ruzie en geweld thuis en kinderen zonder ruzie en geweld thuis -0,8 -0,7 -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0,0 ZekerheidVoorbeeld omgevingVriendenSchool en vrije tijdSociaal netwerkRespectVeiligheid buurtOpvoedingInteresse oudersVoorbeeld oudersStructuurAandacht oudersVeiligheid thuisVerzorging –0,40 -0,79 -0,67 -0,67 -0,75 -0,64 -0,60 -0,45 -0,64 -0,51 -0,34 -0,35 -0,46 -0,78 Verschilscore ruzie en geweld thuis 1111 Figuur 3: Verschilscores op de omgevingsvoorwaarden voor kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een voldoende geven en zij die hun leven een onvoldoende geven drie voorwaarden scoren kinderen met ruzie en geweld thuis tussen de 0,75 en 0,79 punt lager dan kinderen die zonder ruzie en geweld thuis opgroeien. Naast thuissituatie ook brede sociale leefomgeving onder druk voor kwetsbaarste kinderen Ook binnen de groep kinderen met ruzie en geweld thuis zijn duidelijk verschillen op de omgevingsvoorwaarden te zien tussen kinderen die hun leven een onvoldoende geven en kinderen die juist een voldoende geven. Kinderen die hun leven een onvoldoende geven scoren veel lager op de omgevingsvoorwaarden dan de kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een voldoende geven (figuur 3).
Gemiddeld beoordelen kinderen die hun leven een onvoldoende geven 6,8 van de 14 omgevingsvoorwaarden als voldoende tot goed. Kinderen die een voldoende geven aan hun leven, beoordelen gemiddeld 11,7 voorwaarden als voldoende tot goed.22 -1,2 -1,0 -0,8 -0,6 -0,4 -0,2 0,0 ZekerheidVoorbeeld omgevingVriendenSchool en vrije tijdSociaal netwerkRespectVeiligheid buurtOpvoedingInteresse oudersVoorbeel oudersStructuurAandacht oudersVeiligheid thuisVerzorging -0,66 -0,86 -1,01 -0,75 -0,92 -0,86 -0,93 -0,67 -0,86 -0,72 -0,85 -0,69 -0,60 -1,03 Verschilscore ruzie en geweld thuis 22 Dit verschil in de gemiddelde score op de 14 omgevingsvoorwaarden tussen kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een voldoende geven en die hun leven een onvoldoende geven, is significant. Dit is getoetst met een eenzijdige ongepaarde Fisher-Pitman permutatietoets: Z = 14,0; p < 0,001. 12 De grootste verschillen zijn zichtbaar op de omgevingsvoorwaarden ‘zekerheid’, ‘aandacht ouders’, ‘opvoeding’ en ‘voorbeeld ouders’. De omgevingsvoorwaarden ‘zekerheid’ en ‘voorbeeld ouders’ zijn in de vorige alinea uitgelegd. De omgevingsvoorwaarde ‘aandacht ouders’ gaat over de vraag of ouders hun best doen om hun kind te begrijpen, ze de ruimte en tijd nemen als hun kind hen nodig heeft en of ze een goede band hebben met hun kind.
Met de omgevingsvoorwaarde ‘opvoeding’ bedoelen we dat er altijd goed gezorgd wordt voor kinderen, er altijd iemand voor hen klaarstaat en dat ze contact hebben met volwassenen die belangrijk voor hen zijn. In figuur 3 valt nog iets op. Kinderen die te maken hebben met ruzie en geweld in de thuissituatie én die hun leven een onvoldoende geven, scoren op alle omgevingsvoorwaarden flink lager dan kinderen die ook met ruzie en geweld in de thuissituatie te maken hebben maar hun leven toch een voldoende geven. Dat betekent dat er voor de kinderen die hun leven een onvoldoende geven niet alleen sprake is van een (zeer) slechte thuissituatie, maar dat het ook in de bredere sociale omgeving niet goed gaat. Met de bredere sociale omgeving bedoelen we contacten die het kind heeft met vrienden of andere volwassenen, hoe het met het kind op school gaat, hoe de buurt is waarin een kind opgroeit, of een kind gerespecteerd wordt en of een kind het goede voorbeeld krijgt van mensen in zijn omgeving.23 Opeenstapeling van problemen bij kwetsbaarste kinderen met ruzie en geweld thuis Kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een onvoldoende geven hebben vaker te maken met meerdere problemen. Dat houdt in dat er meerdere situaties zijn die hen kwetsbaar maken, zoals psychische problemen van het kind, gescheiden ouders of weinig geld thuis (zie figuur 4).
Bij meer dan de helft (56,7%) van deze kinderen speelden twee of meer van die situaties tegelijk. Amper hulp voor kinderen die thuis opgroeien met ruzie en geweld Opvallend is dat de overgrote meerderheid (82,5%) van de kinderen met ruzie en geweld thuis aangeeft geen jeugdhulp of jeugd-GGZ te krijgen. Bij kinderen met ruzie en geweld thuis die hun leven een onvoldoende geven, zien wij dat ruim twee derde (68,2%) van hen geen jeugdhulp ontvangt. Juist bij deze groep zien wij aan hun kwaliteit van leven dat hulp noodzakelijk is, maar dat zij die hulp dus niet krijgen.24 23 Het gaat hier om zeven omgevingsvoorwaarden: veiligheid buurt, respect, sociaal netwerk, school en vrije tijd, vrienden, voorbeeld omgeving en zekerheid. 24 Het kan zijn dat deze kinderen (nog) niet of niet meer in beeld zijn. Het kan ook zijn dat er wel hulp en ondersteuning is in het gezin maar dat kinderen niet weten dat dit jeugdhulp is.
13 Onvoldoende rapportcijfer Voldoende rapportcijfer 0% 5% 10% 15% 20% 25% Kind heeft een lichamelijke ziekte Kind heeft psychische problemen Kind krijgt Jeugdhulp of JeugdGGZ Kind staat op de wachtlijst voor hulp Kind gaat naar het speciaal onderwijs Kind is een vluchteling Ouder heeft een lichamelijke ziekte Ouder is verslaafd of heeft psychische problemen Gescheiden ouders die niet goed met elkaar omgaan Er is weinig geld thuis 30% 35% 40% Figuur 4: Verschillen in het vóórkomen van kwetsbare situaties (naast ruzie en geweld thuis) tussen kinderen die hun leven een voldoende geven en kinderen die hun leven een onvoldoende geven 1414 Alle kinderen hebben rechten. Deze staan in het Kinderrechtenverdrag (IVRK). Dat verdrag bestaat uit 54 afspraken over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen, bijvoorbeeld over school, familie en gezondheid. Met het verdrag kunnen kinderen zich zo goed mogelijk ontwikkelen in een gezonde en veilige omgeving. “ Ik vind het niet leuk op school, ik wil graag weg eigenlijk naar huis maar daar is het ook niet fijn. En mijn vrienden? Soms gaat het wel, maar ik krijg ook vaak klappen. Dus ik sta een beetje vast.” 17-jarig meisje 3 Kinderrechten en ruzie en geweld thuis 15 In het verdrag staan vier artikelen centraal: 1. Het recht op gelijke behandeling (artikel 2 IVRK) 2. Het belang van het kind (artikel 3 IVRK) 3.
Het recht op een goed leven en een goede ontwikkeling (artikel 6 IVRK) 4. Het recht om een mening te geven (artikel 12 IVRK) In het verdrag staat ook dat kinderen beschermd moeten worden tegen alle vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing (art. 19 IVRK). Ouders zijn hiervoor verantwoordelijk. Zij moeten zorgen voor de ontwikkeling van hun kind (art. 18 IVRK). Dat moeten ze doen met alle liefde en aandacht die daarvoor nodig is. De overheid moet deze rol van ouders respecteren (art. 5 IVRK). Maar niet iedere ouder lukt het om een veilige omgeving te bieden voor zijn kind. In die gevallen moet de overheid ouders en kinderen helpen (art. 18 IVRK). Bijvoorbeeld door hulp in het gezin in te zetten. Wanneer de veiligheid van een kind in gevaar is, moet de overheid het kind beschermen. Het kan in die gevallen soms beter zijn voor de veiligheid en ontwikkeling van een kind om (tijdelijk) ergens anders te wonen (art. 6 en 9 IVRK). Als het thuis niet goed gaat, heeft dit ook effect op andere delen van het leven van een kind. De stress die kinderen ervaren van de thuissituatie kan zorgen voor concentratieproblemen op school. Ook kunnen ruzies en geweld thuis leiden tot mentale en fysieke gezondheidsproblemen bij kinderen. Daardoor komen twee andere rechten onder druk: het recht op onderwijs (artikel 28 IVRK) en het recht op gezondheid (artikel 24 IVRK).
Kinderen die slachtoffer zijn geworden van geweld, verwaarlozing, mishandeling, misbruik of uitbuiting hebben ook recht op hulp van de overheid om hiervan te herstellen (art. 39 IVRK). Bij het Kinderrechtenverdrag horen de General Comments die zijn opgesteld door het Kinderrechtencomité. Hierin staat extra uitleg over de verschillende artikelen in het verdrag. Zo staat in General Comment 7 dat de vroege kinderjaren een belangrijke ontwikkelingsperiode zijn voor het realiseren van kinderrechten. Dit General Comment benoemt ook specifiek de impact van moeilijke situaties, zoals geweld, op de ontwikkeling en toekomst van jonge kinderen. Effectieve en passende ondersteuning bieden aan ouders en jonge kinderen is nodig om de ontwikkeling en toekomst van jonge kinderen positief te beïnvloeden. 16 General Comment 13 benadrukt dat de overheid niet alleen moet reageren op geweld tegen kinderen door hulp te bieden, maar ook moet voorkomen dat kinderen te maken krijgen met geweld. General Comment 14 gaat over het belang van het kind bij besluiten. Er staat uitgelegd hoe je dat belang onderzoekt en meeneemt in je besluit. Deze studie is daar een voorbeeld van. We onderzoeken de kwaliteit van leven van kinderen aan de hand van veertien omgevingsvoorwaarden.
“ Er wordt vaker geweld vertoond door mijn ouders, vooral mijn moeder.” 12-jarige jongen 17 4 Verbeter de aanpak van geweld tegen kinderen De Kinderombudsman maakt zich ernstig zorgen over kinderen die thuis te maken hebben met ruzie en geweld. Deze overzichtsstudie laat de negatieve impact zien op hun welzijn en ontwikkeling. De overheid heeft de plicht om in deze situatie hulp te bieden aan zowel ouders als kind om de negatieve gevolgen voor het welzijn en de ontwikkeling van deze kinderen een halt toe te roepen en te werken aan herstel. Uit deze studie blijkt dat de brede sociale omgeving van kinderen die opgroeien met ruzie en geweld thuis een positieve rol kan spelen in hun welzijn en ontwikkeling. 18 De kinderen die hun leven een onvoldoende geven hebben niet alleen te maken met een (zeer) slechte thuissituatie, maar ook met een minder beschermende bredere sociale omgeving. Zij hebben geen goed netwerk, wonen in slechtere wijken, het gaat vaak niet goed op school en ze ervaren weinig steun of afleiding uit hun omgeving. De behoefte aan ondersteuning en hulp voor deze kinderen is groot. Het is dan ook schokkend dat bijna 70% van de kwetsbaarste kinderen aangeeft geen jeugdhulp te krijgen. Dit ondersteunt het vermoeden25 dat veel kinderen die emotioneel, fysiek en/of seksueel mishandeld worden niet in beeld zijn.
Het belang van in beeld zijn Tijdig hulp en steun bieden is cruciaal om de gevolgen van geweld tegen kinderen te voorkomen. Uit onderzoek weten we dat kinderen en jongeren veerkrachtig zijn en dat hun leven positief verandert als het geweld in hun gezin stopt.26 Zo waren jongeren later meer tevreden over zichzelf, konden zij beter omgaan met stressvolle situaties, ervoeren zij een beter psychisch welzijn en hadden ze minder emotionele problemen. Dit geldt zowel voor psychisch als voor fysiek geweld. Daarnaast weten we uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut dat jeugdbeschermingsmaatregelen effectief zijn om kindermishandeling af te laten nemen.27 In één op de drie gezinnen waar jeugdbeschermingsmaatregelen zijn getroffen komt geweld op den duur helemaal niet meer voor. Een voorwaarde hiervoor is wel dat deze maatregelen kwalitatief goed worden uitgevoerd. 25 Het aantal meldingen bij Veilig Thuis is flink lager dan het aantal geschatte kinderen dat te maken heeft met geweld in de thuissituatie. Zie WODC, NPM- 2017: nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen, 2018 en Cijfers CBS over huiselijk geweld geraadpleegd op 27-10-2025. Te raadplegen via: StatLine - Huiselijk geweld; aard geweld, aanvullende informatie, Veilig Thuis-regio. 26 Verwey-Jonker Instituut, Veerkrachtig functioneren van jongeren, november 2024.
27 Verwey-Jonker Instituut, Hoe bescherm je kinderen als het thuis onveilig is, 27 november 2022 “ Veel nare dingen gebeurd. Voel me de laatste tijd angstig en depri.” 18-jarig meisje 19 Iedereen heeft een rol Iedereen in de samenleving zou het als zijn taak moeten zien om signalen over onveiligheid van een kind op te vangen en om hier vervolgens actie op te ondernemen. Ook omdat we weten dat kinderen hun verhaal eerder doen aan bekenden die dicht bij hen staan dan aan professionals.28 Het is van groot belang dat iedereen goed naar kinderen luistert wanneer zij iets vertellen wat mogelijk over kindermishandeling gaat. Iedereen zou de signalen van emotionele, fysieke en seksuele kindermishandeling moeten kennen en ernaar moeten handelen. Zeker nu het erop lijkt dat veel kinderen niet in beeld zijn. In dit onderzoek zien we hoe belangrijk de sociale omgeving is. De kinderen die opgroeien met ruzie en geweld thuis en hun leven een onvoldoende geven, kunnen niet op steun uit hun sociale netwerk, vrienden of school terugvallen. Daardoor staan ze er alleen voor. De overheid zet met de tv-campagne ‘Geweld in huiselijke kring’ in op actie vanuit de brede sociale omgeving van het kind.29 Deze campagne heeft wel voor meer kennis gezorgd bij omstanders, maar er niet daadwerkelijk toe geleid dat zij meer actie ondernemen richting het slachtoffer.
Dat is teleurstellend, want buren, vrienden, familie en andere mensen zijn niet alleen belangrijk om te signaleren dat een kind met geweld te maken heeft, maar ook om een kind een luisterend oor en ondersteuning te bieden. Hoewel het onaanvaardbaar is dat geweld niet altijd meteen gestopt wordt, is goede ondersteuning van een kind (en ouders) cruciaal. Het gesprek over geweld tegen kinderen komt moeizaam op gang Geweld tegen kinderen succesvol aanpakken hangt af van de wijze waarop we kinderen en ouders de mogelijkheid bieden om over de thuissituatie te praten. Onder de ouders die thuis ruzie en geweld gebruiken bevindt zich een groep die misschien wel anders zou willen maar onmachtig is om het anders te doen.30 In gesprekken die de Kinderombudsman met ouders voert horen wij vaak dat ze bij opvoedproblemen niet om hulp durven te vragen omdat ze bang zijn dat hun kind uithuisgeplaatst wordt.31 Kinderen zelf zullen ook niet snel vertellen over geweld of ruzie thuis uit loyaliteit naar ouders, omdat zij zich schamen, zichzelf de schuld geven of bang zijn om uithuisgeplaatst te worden.32 Het kan ook zijn dat ze zelf niet herkennen dat hun thuissituatie onveilig is. Uit een prevalentiestudie 28 ITS in opdracht van het WODC, Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016, 31 maart 2017.
29 DVJ Insights, Campagneonderzoek Geweld in Huiselijke Kring 2023, 20 oktober 2023 30 Augeo, Psychische mishandeling, geraadpleegd op 20-10-2025. 31 Gesprekken die de Kinderombudsman voert met ouders in het kader van klachtbehandeling, onderzoek of werkbezoeken. 32 NJI, Hoe praat ik met een kind over vermoedens van kindermishandeling?; Augeo Magazine 15, Waarom kinderen geheimen hebben. Beiden geraadpleegd op 20-10-2025. 20 naar kindermishandeling onder scholieren uit 2016 bleek dat ongeveer 40% van de kinderen om hulp heeft gevraagd.33 Het is belangrijk dat de overheid uitdraagt dat uithuisplaatsing het allerlaatste middel is en dat ouders recht hebben op hulp als zij moeite hebben om hun kind zonder geweld op te voeden. Daarnaast hebben kinderen het recht op goede voorlichting die hen aan woorden helpt om er gemakkelijker over te kunnen praten. De afleveringen van het tv-programma Het Klokhuis in combinatie met een lespakket over kindermishandeling34 zorgden ervoor dat er tussen kinderen onderling en tussen ouders en kinderen meer werd gesproken over kindermishandeling.
Ook werden leerkrachten vaker in vertrouwen genomen door kinderen.35 Kinderen, ouders en leraren vinden schoolvoorlichting over kindermishandeling en een gezonde opvoeding een belangrijk preventiemiddel.36 Eén kindvriendelijke plek waar een kind zijn verhaal kan doen Het is voor kinderen van belang dat zij hun verhaal kunnen doen in een voor hen veilige setting, bij iemand die zij vertrouwen. Daarbij is het ook belangrijk dat zij hun verhaal niet talloze keren bij verschillende professionals hoeven te herhalen. Én dat er daarna op een gecoördineerde manier wordt gehandeld, waarbij het kind niet wordt losgelaten of overgedragen. In Nederland is met een Multi Disciplinaire Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (MDA++)37 ingezet op een betere samenwerking tussen organisaties om mishandeling van kinderen te voorkomen en te stoppen. Het ontbreekt echter aan één kindvriendelijke plek waar kinderen hun verhaal kunnen doen en niet worden doorverwezen naar een volgende instantie. Het VN-Kinderrechtencomité heeft in haar laatste rapportage de Nederlandse overheid geadviseerd in te zetten op maatregelen die ervoor zorgen dat kinderen die slachtoffer of getuige zijn van geweld onmiddellijk toegang hebben tot kindvriendelijke en brede ondersteuning.38 33 ITS in opdracht van het WODC, Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016, 31 maart 2017.
34 Het Klokhuis, Informatie over Kindermishandeling, geraadpleegd op 20-10-2025. 35 Hoefnagels, C., Onrust, S., van Rooijen, M., Jonkman, H., van Spanje-Hennes, A., & Breeman, L.D. (2021). Changing the classroom climate to lower the threshold for child abuse and neglect self-disclosure: A non-randomized cluster controlled trail. Children and Yount Services Review, 130. https:/ /doi.org/10.1016/j. childyouth.2021.106196 36 Gubbels, J., Assink, M., Prinzie, P., van der Put, C., (2021). Schoolvoorlichting over Kindermishandeling. Jeugd in Ontwikkeling. https:/ / doi.org/10.54447/JiO.12074; Pieper, I., & De Haan, N. (2017). Adviezen van jongeren en ouders voor het voorkómen van Kindermishandeling. Stichting Alexander. 37 Movisie en NJI, Factsheet Wat is MDA++ en wat heb je er als gemeente aan?, juni 2017 38 VN-Kinderrechtencomité, Concluding observations on the combined fifth and sixth periodic reports of the Kingdom of the Netherlands, maart 2022. 21 Jeugdbescherming schiet tekort De brede sociale omgeving van kinderen speelt een belangrijke rol in het zichtbaar maken en ondersteunen van kinderen die met geweld en ruzie thuis te maken hebben. Het is echter aan de overheid om de juiste hulp en bescherming beschikbaar en toegankelijk te maken voor kinderen en ouders die dit nodig hebben.
Helaas kunnen zowel ouders als kinderen momenteel niet vertrouwen op de organisaties die de overheid hiervoor in het leven geroepen heeft. Zo lukt het Veilig Thuis niet om binnen de gestelde termijnen actie te ondernemen bij meldingen over kindermishandeling.39 Bovendien raken sommige gezinnen over wie melding is gedaan bij Veilig Thuis weer buiten beeld.40 De organisaties die de jeugdbeschermingsmaatregelen uitvoeren falen eveneens; zij hebben te weinig zicht op de veiligheid en ontwikkeling van kwetsbare kinderen en jongeren in pleegzorg en Jeugdbescherming.41 Er is onvoldoende samenwerking tussen organisaties, richtlijnen worden niet goed genoeg gevolgd en passende hulp voor (pleeg)kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel is er niet of komt te laat. Hierdoor kunnen signalen van onveiligheid worden gemist. Kinderen krijgen niet de kans om te vertellen dat zij zich onveilig voelen. Het risico is dan groot dat er niet op tijd ondersteund of ingegrepen wordt. Daarom moet de overheid nog hard werken aan de bescherming van het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. 39 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Aanhoudende onveiligheid tijdens het wachten op Veilig Thuis, oktober 2024. 40 Verwey-Jonker Instituut, Kwestie van lange adem, november 2020.
41 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd & Inspectie Justitie en Veiligheid, Risico’s kwetsbare kinderen pleegzorg, jeugdbescherming en -reclassering, september 2025. “ Ik moet uitkijken wat ik zeg anders kan ik uitgescholden of geklapt worden geen harde klap maar wel een tik.” 13-jarig meisje 22 Kinderen die te maken hebben met ruzie en geweld thuis en ouders die hun kinderen niet geweldloos kunnen opvoeden, hebben recht op hulp. Zij hebben recht op hulp bij het herstellen van de schade aan hun ontwikkeling en om verdere schade te voorkomen. Dit onderzoek laat tevens zien dat de omgeving (buren, vrienden, familie, school en andere mensen) erg belangrijk is om kinderen in een onveilige thuissituatie in beeld te krijgen én om ze veiligheid en ondersteuning te bieden. De Kinderombudsman doet op basis van dit onderzoek een aantal dringende aanbevelingen aan het Rijk, gemeenten en Veilig Thuis- organisaties. 5 Aanbevelingen “ Mijn moeder liegt en bedriegt. En mijn vader is een beetje onbetrouwbaar maar zie hem wel soms.” 13-jarige jongen 23 Zorg dat kinderen in beeld komen en bied ondersteuning aan ouder en kind De Rijksoverheid: • Ontwikkel een integrale visie op het jeugdbeleid. Zet niet alleen in op het stoppen van het geweld en het verbeteren van de opvoedsituatie, maar betrek in je hulp ook alle andere terreinen die voor de ontwikkeling van kinderen van belang zijn.
Kijk bijvoorbeeld ook naar de financiële situatie van ouders, de veiligheid in een buurt, het behoud van positieve, voor het kind beschermende factoren zoals huisvesting en de ontwikkelingsmogelijkheden op school en in de vrije tijd. Gebruik in de visie de veertien omgevingsvoorwaarden zoals deze in dit onderzoek zijn gebruikt. • Creëer met gemeenten één lokale kindvriendelijke plek waar kinderen die slachtoffer of getuige zijn van ruzie en geweld thuis onmiddellijk toegang hebben tot kindgerichte ondersteuning, waardoor ze maar één keer hun verhaal hoeven te vertellen. Dit helpt een kind zijn verhaal echt te vertellen. Betrek ervaringsdeskundigen bij de realisatie van deze plekken. Daarnaast richt de Kinderombudsman zich in het bijzonder tot iedere lezer van dit rapport. “ Ga als voetbalcoach, buurvrouw, oom, tante, ouder van een ander kind, leerkracht, schoolarts, vertrouwenspersoon of wie u ook bent met een kind in gesprek bij tekenen van onveiligheid in de thuissituatie. Neem verantwoordelijkheid om de kinderen (en als het kan de ouders) in uw omgeving te helpen waar u dit kunt.” Hoe u signalen herkent en wat u kunt doen leest u op de website: ikvermoedhuiselijkgeweld.nl/ kindermishandeling. 24 • Realiseer brede maatschappelijke kennis over kindermishandeling en de tekenen hiervan.
– In de huidige aanpak ontbreekt informatie over hoe en met welke bewoordingen een kind probeert aan te geven dat het thuis niet goed gaat. Dit kan heel subtiel zijn. – Benadruk dat zowel ouders als kinderen recht hebben op hulp als het thuis niet goed gaat en dat uithuisplaatsing het allerlaatste middel is. • Maak lessen over kindermishandeling, huiselijk geweld en wat een gezonde opvoeding is een verplicht onderdeel van het curriculum op scholen. Leer kinderen woorden te geven aan wat er gebeurt en hoe ze zich op andere manieren hierover kunnen uiten. Zo kun je bevorderen dat ze delen wat ze meemaken. • Onderzoek wat omstanders tegenhoudt om met een kind of ouder in gesprek te gaan over kindermishandeling of om een melding te doen bij Veilig Thuis. • Voer een periodieke monitoring uit naar de prevalentie van verschillende vormen van kindermishandeling. Nu hebben we maar beperkt zicht op de omvang van het probleem. Gemeenten: • Wees proactief in de aanpak van geweld tegen kinderen door laagdrempelige gesprekken met kinderen te faciliteren in de wijk of op school. Zet getrainde professionals in om met kinderen te praten over hun kwaliteit van leven aan de hand van de veertien omgevingsvoorwaarden.
Professionals die met kinderen werken (GGD, wijkteams en onderwijzers): • Ga met kinderen in gesprek en creëer een veilige omgeving waarin kinderen kunnen praten over wat zij thuis meemaken. • Let extra op kinderen met een zwak sociaal netwerk. Ons onderzoek laat zien dat de kwetsbaarste kinderen geen sociaal netwerk hebben om op terug te vallen. Gebruik hiervoor de veertien omgevingsvoorwaarden die ook opgenomen zijn in de richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen die door Jeugdbescherming wordt gebruikt.42 42 De Richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen legt uit hoe de 14 omgevingsvoorwaarden te gebruiken zijn. 25 Verbeter de bescherming van kinderen en jongeren die in beeld zijn De Rijksoverheid: • Zet met grote urgentie in op verbetering van Jeugdbescherming. Veel te veel kinderen, zo blijkt ook uit de onderzoeken43 van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid, blijven nu verstoken van adequate, tijdige en passende hulpverlening. Gemeenten: • Zorg dat alle meldingen van geweld tegen kinderen bij Veilig Thuis daadwerkelijk worden onderzocht, dat er altijd hulp wordt geboden en dat gezinnen niet uit beeld verdwijnen.
Professionals die met kinderen werken: • Zet in op hulp en ondersteuning vanuit de brede sociale omgeving van een kind wanneer het geweld of de onveiligheid in de thuissituatie niet direct gestopt kan worden. 43 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd & Inspectie Justitie en Veiligheid, Risico’s kwetsbare kinderen pleegzorg, jeugdbescherming en -reclassering, september 2025. 26 Bijlage A. De veertien omgevingsvoorwaarden De veertien omgevingsvoorwaarden met voorbeelden die op de vragenlijst staan. De omgevingsvoorwaarden zijn te verdelen in twee domeinen: leven in het gezin en het sociale leven daarbuiten. Kinderen krijgen bij elke vraag de opties goed, voldoende, matig en onvoldoende. Kinderen kunnen bij elk onderdeel hun antwoord toelichten als ze dat willen. Leven in het gezin Aandacht van ouders Ik vind de liefde en aandacht die ik van mijn ouders of opvoeders krijg… Hiermee bedoelen we: – Ze begrijpen je. – Ze hebben tijd voor je als je ze nodig hebt. – Je hebt een goede band met ze. Structuur Ik vind de structuur, regels en ondersteuning die er thuis zijn… Hiermee bedoelen we: – Je staat op een vaste tijd op. – Je gaat elke dag naar school. – Er zijn afspraken en regels. Daar moet jij je aan houden. – Er is thuis iemand die je helpt als dat nodig is Voorbeeld ouders Ik vind het goede voorbeeld dat mijn ouders of opvoeders geven… Hiermee bedoelen we: – Ruzie wordt uitgepraat.
– Ze leggen dingen uit als je iets niet snapt. – Ze zorgen goed voor zichzelf en anderen. – Ze hebben werk of doen vrijwilligerswerk. Interesse van ouder Ik vind de interesse die mijn ouders of opvoeders hebben in wat ik belangrijk vind… Hiermee bedoelen we: – Je kunt je verhaal bij hen kwijt. – Ze luisteren naar jouw ideeën en wensen. – Je kunt met hen praten als je problemen hebt. – In je vrije tijd mag je zelf kiezen wat jij wilt doen. 27 Opvoeding Ik vind mijn opvoeding… Hiermee bedoelen we: – Er wordt altijd goed voor je gezorgd. – Er staat altijd iemand voor je klaar. – Je hebt contact met andere volwassenen die belangrijk voor je zijn. – Of die langere tijd voor je hebben gezorgd (bijvoorbeeld familieleden of pleegouders). Veiligheid thuis Ik vind de veiligheid bij mij in huis… Hiermee bedoelen we: – Je voelt je veilig bij jou thuis. – Er wordt bij jou thuis niet geslagen of gevochten. – Er worden bij jou thuis geen drugs gebruikt. – Er wordt bij jou thuis niet gescholden. Verzorging De verzorging die ik krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je krijgt genoeg te eten en te drinken. – Je hebt genoeg kleding. – Je krijgt genoeg slaap. – Er is een dokter wanneer je die nodig hebt. Sociale omgeving buiten het gezin School en vrije tijd School en mijn vrije tijd vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je vindt het niet vervelend om naar school te gaan.
– Je krijgt op school genoeg hulp en steun, zodat je goed kunt leren. – Je krijgt de kans om in je vrije tijd de dingen te doen die je leuk vindt. Of dingen waar je goed in bent (bijvoorbeeld sport, muziek, toneel, scouting of skateboarden). Vrienden Ik vind het contact met mijn vrienden… Hiermee bedoelen we: – Je doet leuke dingen met je vrienden. – Je kunt goed met je vrienden opschieten. – Jouw vrienden begrijpen je. – Jouw vrienden houden rekening met wie jij bent. 28 Andere volwassenen De hulp die ik van andere volwassenen krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Behalve je ouders of opvoeders zijn er andere mensen die jou helpen. Bijvoorbeeld andere familie, buren of leraren. – Als je vragen hebt of extra hulp nodig hebt, kun je bij familieleden, buren, leraren of andere mensen terecht. – Je zit bij een (sport)club of vereniging. Voorbeeld andere volwassenen Het goede voorbeeld dat ik krijg van mensen die ik ken, vind ik… Hiermee bedoelen we: – Kinderen en volwassenen die jij kent zorgen goed voor zichzelf en voor anderen. – Kinderen en volwassenen die jij kent helpen elkaar graag. – Kinderen en volwassenen die jij kent behandelen elkaar met respect (zijn aardig voor elkaar). – Kinderen en volwassenen die jij kent hebben een goede invloed op je.
Respect Ik vind het respect dat ik krijg… Hiermee bedoelen we: – Je wordt niet anders behandeld dan andere kinderen die jij kent (bijvoorbeeld om je geloof, om hoe je eruitziet, omdat je arm of rijk bent, of omdat je een handicap hebt). – Je hebt het gevoel dat anderen rekening houden met wie jij bent. – Je krijgt dezelfde kansen als andere kinderen. – Je kunt alleen zijn wanneer jij dat wilt (bijvoorbeeld op jouw kamer). – Jouw ouders, opvoeders of anderen lezen niet zomaar mee met je WhatsApp- gesprekken, e-mails of brieven. Veiligheid buurt Ik vind de veiligheid bij mij in de buurt… Hiermee bedoelen we: – Je voelt je veilig in jouw buurt. – Er is weinig ruzie in de buurt. – Er wordt niet vaak ingebroken in jouw buurt. – Er worden in jouw buurt geen dingen gedaan die niet mogen. – Er hangen geen vervelende mensen of jongeren rond in jouw buurt. 29 Zekerheid en toekomstperspectief De rust en zekerheid in mijn leven vind ik… Hiermee bedoelen we: – Je gelooft dat jouw leven later goed zal zijn. – Je bent niet vaak verhuisd. – Als er iets verandert dan wordt dat met jou besproken. – Je bent niet plotseling van school gewisseld. – Er zijn geen grote dingen in je leven gebeurd die je moeilijk of vervelend vond. “ Mijn moeder is vrij onverwachts, net als mijn zus. Mijn zus woont gelukkig niet meer thuis, aangezien dat echt niet meer kon.” 17-jarig meisje 30 Bijlage B.
Over het onderzoek De kinderen die meededen aan het onderzoek Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de gegevens uit het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’. De Kinderombudsman heeft de data verzameld over drie periodes tussen 2020 en 2024. ‘Als je het ons vraagt’ heeft als doel om inzicht te krijgen in hoe het gaat met kinderen in Nederland en waar zij graag verbetering in willen zien. De deelnemers zijn kinderen van 8 tot 18 jaar die in Nederland wonen. De deelnemende kinderen werden voornamelijk geworven via online platforms en jeugdorganisaties. Kinderen uit Caribisch Nederland en kinderen van wie de ingevulde vragenlijsten niet compleet waren, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Uiteindelijk waren er in totaal 7.059 kinderen die deelnamen aan dit onderzoek. Hiervan gaven 565 kinderen aan dat zij thuis te maken hebben met ruzie en geweld, waarvan 408 kinderen hun leven een voldoende gaven en 157 hun leven een onvoldoende. Colofon De Kinderombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag 0800-876 54 32 (maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur) www.dekinderombudsman.nl Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer Hoofd onderzoek Laura van den Heuvel Auteur Quincy Krijger Alexandra de Jong 20 november 2025 Rapportnummer: KOM10/2025