29.0 Schriftelijke vragen CDA - Inzake ronselen jongeren voor georganiseerde misdaad - beantwoording 20260317
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 17 maart 2026 - 2026_B&W_00232 1/5 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 17 maart 2026 Concernstaf & Interne controle - Concernadvies en Veiligheid 20 2026_B&W_00232 Beantwoording raadsvragen over het ronselen van jongeren voor georganiseerde misdaad Samenstelling: Aanwezig: Erik de Groot, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Trijn Jongman, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; Dennis Eikenaar, waarnemend gemeentesecretaris; Jelmer Trox, directiesecretaris Nota van antwoord Inleiding De fractie van het CDA heeft op 2 maart 2026 vragen gesteld naar aanleiding van een bericht in een landelijke krant over het ronselen van jongeren voor criminele klusjes. Hieronder worden deze vragen beantwoord. Vraag en antwoord 1. Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georganiseerde of ondermijnende criminaliteit? Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar? Het college herkent het landelijke beeld dat jongeren kwetsbaar kunnen zijn voor ronseling en betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit. Binnen de gemeente zijn er geen specifieke cijfers beschikbaar over de betrokkenheid van jongeren bij georganiseerde criminaliteit.
De politie geeft aan het beeld te herkennen, maar legt uit dat er lastig grip op te krijgen is. 2. Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media? Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld? De gemeente beschikt niet over een registratie van ronselpraktijken onder jongeren, ook niet als dit specifiek via sociale media gebeurt. Primair is het de taak van de politie om te onderzoeken of er sprake is van ronselen of strafbare feiten. Mochten er signalen met betrekking tot het ronselen van jongeren binnenkomen, dan kunnen ze in de periodieke overleggen tussen politie en gemeente gedeeld worden. De verantwoordelijkheid voor het onderzoek en de opsporing ligt bij de politie. In het belang van (lopende) onderzoeken kan en mag informatie hierover niet altijd met de gemeente worden gedeeld. College van burgemeester en wethouders - 17 maart 2026 - 2026_B&W_00232 2/5 3. Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting? Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd? Er zijn diverse programma’s en interventies die we als gemeente inzetten om jongeren te beschermen en bewust te maken van de risico’s van criminele uitbuiting.
Er worden jongerenwerkers vanuit Sociaal Werk De Kop op de scholen ingezet om workshops over dit thema te geven. Daarnaast vindt er een projectmatige samenwerking plaats met Sociaal Werk De Kop en de Rabobank om dit thema meer aandacht te geven. Daarnaast zetten we HALT in om preventieve voorlichtingslessen te geven op scholen, zowel basis- als voortgezet onderwijs over dit thema. Scholen kunnen kiezen uit de lesthema’s: o Snelle euro’s hebben een prijs (weerbaarheid tegen georganiseerde criminaliteit), o De kosten van snel geld verdienen, Invloed van de groep en Gedrag online. In de subsidieverantwoording wordt aangegeven welke scholen welke lesthema’s hebben afgenomen. Ook biedt Jeugdbescherming Overijssel in onze gemeente diverse preventieve begeleidingsprogramma’s zoals BASTA. Dit richt zich op jongeren die in het criminele circuit dreigen te belanden. Bij het RSJ IJsselland is forensische jeugdhulp ingekocht. Dit aanbod is bedoeld voor jeugdigen die al in aanraking zijn gekomen met justitie of die risicovol gedrag vertonen. In tegenstelling tot preventieve maatregelen richt dit aanbod zich op situaties waarin al sprake is van (dreigende) strafbare feiten of contact met justitie. De effectiviteit van deze interventies is moeilijk eenduidig te meten. Het gaat vaak om maatwerk, waarbij de ondersteuning wordt afgestemd op de specifieke situaties.
Dit maakt het lastig om de resultaten generiek te evalueren. 4. Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken? Acht het college deze samenwerking toereikend? Sinds 2026 werken we met de AVE-methodiek. Bij complexe casuïstiek wordt een casusregisseur aangewezen. De casusregisseur brengt de betrokken professionals bijeen en zorgt ervoor dat het zorg- en veiligheidsdomein beter met elkaar worden verbonden, waarbij hij of zij de regie op de casus voert. Bij signalen van criminele uitbuiting kunnen betrokken partners terecht bij de weeg- en monitortafel van het Zorg- en Veiligheidshuis. Afhankelijk van de casus wordt gekozen voor een zorg- en ondersteuningstraject of een strafrechtelijke aanpak. Daarnaast sluit de procesregisseur Sociaal Domein aan bij Het Justitieel Overleg Risicojongeren (JOR) dat is gericht op de aanpak van jongeren (12-23 jaar). Het werken volgens de AVE-methodiek en het inzetten van weegtafels laat zien dat er sprake is van een brede samenwerking van alle betrokken partijen rond dit thema. 5.
Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voorkomen? Het college erkent dat jongeren kwetsbaar kunnen zijn voor betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit. Dit onderstreept het belang van een blijvende inzet op de multidisciplinaire samenwerking. Op dit moment zien wij geen duidelijke aanleiding om aanvullende maatregelen te treffen. We blijven de ontwikkelingen wel aandachtig volgen. In een nieuw integraal veiligheidsplan (2027-2030) kan aanvullend aandacht worden besteed aan het thema jeugd. College van burgemeester en wethouders - 17 maart 2026 - 2026_B&W_00232 3/5 Besluit Het college stelt de beantwoording raadsvragen over het ronselen van jongeren voor georganiseerde misdaad vast. Bijlagen 1. 20260302 - Schriftelijke vragen CDA - Inzake ronselen jongeren voor georganiseerde misdaad.pdf Onderwerp: Vragen ex art. 37 RvO gemeenteraad Steenwijkerland inzake inzake het ronselen van jongeren voor georganiseerde misdaad Sint Jansklooster, 2 maart 2026 Geacht college, Onze fractie heeft kennisgenomen van het artikel van Trouw getiteld “Voor vier op de tien scholieren uit Groningen en Drenthe komt georganiseerde criminaliteit dichtbij” (zie bijgaand).
Uit het artikel blijkt dat jongeren in Groningen en Drenthe via sociale media zoals Snapchat worden geronseld voor criminele klusjes, zoals het vervoeren of verhandelen van vapes en drugs in ruil voor geld. Ook blijkt dat georganiseerde criminaliteit voor hen steeds minder een ver-van-hun-bed-show is en dat jongeren, eenmaal betrokken, vaak door druk en dreiging niet meer durven te stoppen. Dat brengt ons tot de volgende vragen aan het college: 1. Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georganiseerde of ondermijnende criminaliteit? Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar? 2. Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media? Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld? 3. Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting? Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd? 4. Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken? Acht het college deze samenwerking toereikend? 5.
Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voorkomen? Wij verzoeken u deze vragen schriftelijk te beantwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn. Graag zien we uw antwoorden tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens de CDA-fractie Steenwijkerland, Jan van Beekhuizen Steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 17 maart 2026 - 2026_B&W_00232 4/5 College van burgemeester en wethouders - 17 maart 2026 - 2026_B&W_00232 5/5