CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

24585 Notitie Aanvullend onderzoek Kornputkwartier (1)

Politieke Markt 19 mei 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22 AG Steenwijk - Stormbaan3.448 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · 12 pagina's

(085) 4871265 info@ecogroen.nl www.ecogroen.nl Pagina 1 van 12 Aanleiding Gemeente Steenwijkerland heeft het voornemen een omgevingsplanprocedure voor woningbouw in het Kornput- kwartier in Steenwijk op te starten. Omdat uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, dient er een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd te worden. In 2024 heeft Ecogroen een quickscan natuurtoets1 uitgevoerd. In de quickscan natuurtoets is naar voren gekomen dat er aanvullend onderzoek nodig is naar diverse soorten om eventueel aanwezige beschermde verblijfplaatsen in kaart te brengen. Voorliggende notitie bevat een beschrijving van de huidige situatie, de voorgenomen ontwikkelingen, de gehan- teerde werkwijze en de resultaten van het aanvullend onderzoek. Op basis van de resultaten is bepaald of een nega- tief effect op beschermde soorten (zie tabel 1) te verwachten is en (indien van toepassing) welke vervolgstappen noodzakelijk zijn in het kader van de Omgevingswet. Naast de hier benoemde soorten zijn er andere (potentiële) beschermde natuurwaarden aanwezig in het plangebied, hiervoor verwijzen we naar de quickscan natuurtoets. Tabel 1 Beschermde soorten waarvoor aanvullend onderzoek is uitgevoerd.

Soorten Vogels Huismus Gierzwaluw Boerenzwaluw Huiszwaluw Steenuil Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Gewone grootoorvleermuis Overige zoogdieren Grote bosmuis Steenmarter Egel Eekhoorn Ongewervelden Teunisbloempijlstaart Grote vos Grote weerschijnvlinder 1 Arkema, K.J. & Boerhof, M. (2024). Quickscan natuurtoets woningbouw Kornputkwartier, Steenwijk. 24-346. Ecogroen bv Aan M. (Marja) van der Broek Gemeente Steenwijkerland notitie Contactpersoon Kenmerk Status Datum Klaas Jan Arkema 24585 concept 8 december 2025 Betreft Resultaten aanvullend onderzoek Kornputkwartier, Steenwijk

notitie Pagina 2 van 12 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied “Kornputkwartier” is gelegen in Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland . Het gebied wordt ten zuiden en westen omsloten door de Meppelerweg en aan de noordoost kant aan de Stormbaan (zie figuur 1.1). In de westkant van het plangebied staan twee woonhuizen (A, C), een garagebox met een plat dak (B) en een schuur met een puntdak (D). Woonhuis A wordt momenteel bewoond, woonhuis C staat al enige tijd leeg. Rondom de woningen zijn verspreid rommelhoekjes aanwezig met onder andere pallets en losse dakpannen. Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit schraal bloemrijk grasland. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde omzoomd door een oude bomensingel. Daarnaast is er ondergroei van braam en framboos aanwezig. Aan de zuidzijde van het pla nge- bied, langs de Meppelerweg, staat jonge bosopslag. Op de woonerven zijn diverse bomen, struiken, hagen en gazons aanwezig. De woningen hebben gemetselde spouwmuren en pannendaken. De woningen hebben achterstallig onderhoud. In het noorden ligt direct naast het plangebied een oude bunker (zie figuur 1.1, object E) die is ingericht als winterverblijfplaats voor vleermuizen. De bunker is ontoegankelijk voor mensen, de twee op het zuidoosten gerichte ingangen zijn dichtgemetseld.

Voor vleer- muizen zijn er opening gelaten in het metselwerk zodat zij de bunker wel in en uit kunnen vliegen. Figuur 1 Het plangebied (rood omlijnd), met woonhuizen (A, C), schuur (B), garagebox (D) en de vleermuisbunker (E). Bron luchtfoto: PDOK

notitie Methode Vleermuizen Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het landelijke Vleermuisprotocol 2021.2 In het vleermuisprotocol is beschreven waar een vleermuisonderzoek (minimaal) aan moet voldoen om het gebruik van een (vaste) verblijf- plaats door vleermuizen vast te kunnen stellen. Op basis van de door Ecogroen uitgevoerde quickscan worden mo- gelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten verwacht. Het gaat hierbij om soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Massawinterver- blijfplaatsen en de aanwezigheid van onmisbare vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen zijn in de quickscan uitgesloten. De onderzoeksinspanning is afgestemd op de te verwachten soorten (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleer- muis, laatvlieger, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis). Conform het landelijk vleermuisprotocol2 en de kennisdocumenten van vleermuizen3 en 4 zijn in deze situatie vijf bezoeken verspreid over het jaar uitgevoerd (zie ta- bel 2). Specifiek gaat het om drie nachtelijke bezoeken in de periode half mei tot half juli gericht op kraamkolonies en zomerverblijfplaatsen en twee nachtelijke bezoeken in de periode half augustus tot eind september gericht op baltslocaties en paarverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen van vleermuizen.

Op basis van de omvang van het plangebied is het vleermuisonderzoek met 2 personen uitgevoerd. Uitzondering hierop is een avondbezoek in de paarperiode. Dit bezoek is met 1 persoon uitgevoerd, aangezien baltsactiviteit de gehele nacht kan worden waarge- nomen. Tijdens de bezoeken is het plangebied lopend doorkruist. Alle bezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden (droog, geen harde wind, minimaal 12 °C). Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van batde- tectors met de mogelijkheid om opnamen te maken, zoals de Pettersson D240x, de Petterson M500 en de Echome- ter Touch 2. Tabel 2 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden en onderzoeksinzet tijdens veldonderzoeken naar verblijfplaatsen van vleer- muizen in het plangebied.

Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 21 mei 2025 | 02:30 – 05:30 uur | Zomer- en kraamverblijven | 12 ° C, licht bewolkt, droog, wind- | 2 stil 2 juni 2025 | 21.45 - 00.30 uur | Zomer- en kraamverblijven | 15 ° C, helder, droog, windstil | 2 4 juli 2025 | 02:15 – 05:15 uur | Zomer- en kraamverblijven | 14 ° C, helder, droog, windstil | 1 8 juli 2025 | 21:00 – 00:30 uur | Baltsterritoria en paarverblijven | 16 ° C, bewolkt, droog, weinig | 1 wind 22 september 2025 | 22:00 - 00:00 uur | Baltsterritoria en paarverblijven | 12 ° C, licht bewolkt, droog, ma- | 1 tige wind Steenmarter Voor steenmarter bestaat geen kennisdocument of onderzoeksprotocol. Tijdens alle nachtelijke bezoeken | voor de overige soorten is gelet op sporen van steenmarter en zijn zichtwaarnemingen van dieren gedocumenteerd. Daar- naast is gecombineerd met het bezoek voor grote vos een extra inspectie in de gebouwen uitgevoerd | (zie tabel 3). 2 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. www.netwerkgroenebu- reaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl 3 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis | Pipistrellus pipistrellus Versie 1.0, juli 2017. 4 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, Versie 1.0, juli 2017. Pagina 3 van 12

notitie Tabel 3 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden en onderzoeksinzet tijdens gericht dagbezoek naar verblijfplaatsen van steenmarter in het plangebied. Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 17 februari 2025 | 20:30 – 21:30 uur | Dagbezoek steenmarter | -4 ° C, licht bewolkt, droog, | 1 windstil Egel Voor egel bestaat geen kennisdocument of onderzoeksprotocol. Tijdens alle nachtelijke bezoeken voor de overige soorten is gelet op (sporen van) egel. Grote bosmuis Voor grote bosmuis is er geen standaard inventarisatieprotocol. De gangbare methode om muizen te inventariseren is het vangen met behulp van zogeheten life-traps van het type Longworth. De optimale periode voor het uitvoeren van muizenonderzoek met life-traps is het najaar (augustus-oktober), wanneer de muizenpopulatie het grootst is. Er zijn 30 life-traps verspreid over het plangebied geplaatst in de voor muizen geschikte biotopen, zoals lage begroei- ing. De vallen zijn gevuld met een combinatie van hooi, voer, zaden en noten. De vallen zijn drie dagen voor het daadwerkelijke onderzoek geplaatst, maar nog niet op scherp gezet (het zogenoemde prebaiten). Na het prebaiten zijn de vallen op scherp gezet en | zijn de vallen gedurende drie dagen gecontroleerd | (zie tabel 4).

Om de kans op sterfte zo klein mogelijk te houden | zijn de vallen elke 12 uur (tweemaal per dag) | gecontroleerd. Tabel 4 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, tijdens veldonderzoeken naar grote bosmuis in het plangebied. Datum | Tijdstip | Handeling 29 september 2025 | Middag | Uitzetten vallen 29 september - 6 oktober 2025 | Prebaiten 6 september 2025 | Ochtend | Scherpstellen vallen 6 september 2025 | Avond | Eerste controle 7 september 2025 | Ochtend | Tweede controle 7 september 2025 | Avond | Derde controle 8 september 2025 | Ochtend | Vierde controle 8 september 2025 | Avond | Vijfde controle 9 september 2025 | Ochtend | Zesde controle + opruimen Pagina 4 van 12

notitie Pagina 5 van 12 Figuur 2 Het plangebied (rood omlijnd) en de dertig uitgezette vallen (gele stippen). Bron kaartachtergrond: PDOK Eekhoorn Voor eekhoorn bestaat het aanvullend onderzoek naar beschermde verblijfplaatsen uit één bezoek in de periode maart-april (zie tabel 5). Tijdens dit bezoek is gezocht naar bolvormige nesten en geschikte holten in bomen. Het onderzoek is in de bladloze periode uitgevoerd op een moment dat eekhoorns weer actief zijn. Dit bezoek is gecom- bineerd met één van de bezoeken voor huismus. Tabel 5 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning en weeromstandigheden tijdens dagbezoekn naar nesten van eekhoorn in het plangebied. Datum Tijdstip Onderzoek Weersomstandigheden Aantal personen 9 april 2025 10:15 – 10:45 uur Dagbezoek eekhoorn 6 ° C, helder, droog, weinig wind 1

notitie Vogels Huismus Huismusonderzoek is uitgevoerd conform het Kennisdocument Huismus5 en is gericht op nest-, broed- en territo- rium-indicerend gedrag. Het onderzoek, bestaande uit twee ochtendbezoeken, is door één persoon uitgevoerd. De bezoeken zijn uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei 2025, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 6). De onderzoeken zijn in de ochtenduren uitgevoerd, omdat huismussen op dat moment van de dag het meest actief zijn rondom de nestplaatsen. Tabel 6 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden tijdens onderzoeken naar nesten van huismus in het plangebied. Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 9 april 2025 | 9:15 – 10:15 uur | Ochtendbezoek huismus | 6 ° C, helder, droog, weinig wind | 1 8 mei 2025 | 09:00 – 10:00 uur | Ochtendbezoek huismus | 12 ° C, helder, droog, weinig wind | 1 Steenuil Onderzoek naar de aan- of afwezigheid van de steenuil is uitgevoerd conform het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus6. Het protocol schrijft voor dat in de periode 1 februari tot 30 april drie nachtelijke be- zoeken en één dagbezoek uitgevoerd moeten worden. Tijdens de nachtelijke bezoeken is zowel binnen het plange- bied als in een ruime zone daarbuiten geluisterd naar de territoriumroep en contactgeluiden van steenuil (zie tabel 7).

De vogels zijn tot roepen aangespoord door middel van het afspelen van de territoriumroep. Tijdens het dagbe- zoek zijn potentiële nestlocaties (zoals schuren) geïnspecteerd op (sporen van) uilen. | Hierbij zijn ook de erven in de directe omgeving van het plangebied onderzocht om meer informatie te krijgen over aanwezige nestlocaties van steenuil. Dit dagbezoek is gecombineerd met het onderzoek naar verblijfplaatsen van steenmarter en overwinte- ringsplekken van grote vos. Tabel 7 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden tijdens onderzoeken naar aanwezigheid van steenuil in het plangebied. Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 17 februari 2025 | 02:30 – 05:30 uur | Dagbezoek | -4 ° C, helder, droog, weinig wind | 1 19 februari 2025 | 18.30 - 00.00 uur | Nachtelijk bezoek | 1 ° C, helder, droog, weinig wind | 1 24 maart 2025 | 19:30 - 00:00 uur | Nachtelijk bezoek | 7 ° C, bewolkt, droog, weinig wind | 1 8 juli 2025 | 21:00 - 00:00 uur | Nachtelijk bezoek | 7 ° C, helder, droog, windstil | 1 Gierzwaluw In de periode 1 juni tot 15 juli 2025 is gericht onderzoek naar gierzwaluw uitgevoerd conform het kennisdocument gierzwaluw7. Er dienen volgens het kennisdocument drie bezoeken in de genoemde periode te worden uitgevoerd in de avonduren en bij gunstige weersomstandigheden (droog, weinig wind).

Aangezien na twee avondbezoeken waar- nemingen van gierzwaluw ontbraken en ook tijdens de overige uitgevoerde onderzoeken in die periode geen gier- zwaluwen zijn waargenomen in het plangebied is het onderzoek na twee bezoeken afgerond (zie tabel 8). 5 BIJ12 (2024). Kennisdocument huismus Passer domesticus. Versie 2.1 februari 2023. BIJ12, Utrecht. 6 Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet | natuurbe- scherming, versie juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl 7 BIJ12 (2024). Kennisdocument gierzwaluw Apus apus. Versie 2.0 juli 2023. BIJ12, Utrecht. Pagina 6 van 12

notitie Tabel 8 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden tijdens onderzoeken naar nesten van gierzwaluw in het plangebied. Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 16 juni 2025 | 21:00 - 22:30 uur | Avondbezoek gierzwaluw | 19 ° C, helder, droog, windstil | 1 8 juli 2025 | 21:00 – 22:30 | Avondbezoek gierzwaluw | 16 ° C, matig bewolkt, droog, | 1 weinig wind Huiszwaluw en boerenzwaluw Voor het uitvoeren van onderzoek naar nesten van huis- of boerenzwaluw bestaat geen standaardprotocol, maar zijn de richtlijnen van Sovon gevolgd. Zodoende is het onderzoek naar huis- en boerenzwaluw uitgevoerd door tij- dens alle bezoeken in de periode 1 juni tot en met 31 augustus te letten op de aanwezigheid van sporen, nesten en nestindicerend gedrag van huis- of boerenzwaluw. Grote weerschijnvlinder Voor grote weerschijnvlinder richt het onderzoek zich op het zoeken naar rupsen, aangezien deze methode be- trouwbaarder is dan het zoeken naar imago’s. De inspanning bestaat uit één telling in de nazomer (augustus of sep- tember). In deze periode is de trefkans van rupsen het hoogst, vanwege de hogere dichtheden. Hierbij zijn alle waardplanten (bos- en grauwe wilg) afgezocht naar vraatsporen of bladeren die verdord zijn na vraatschade van rup- sen (zie tabel 9).

Indien alle waardplanten zorgvuldig zijn onderzocht en geen (sporen van) rupsen zijn gevonden dan is dat een betrouwbare aanwijzing voor de afwezigheid. Tabel 9 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden tijdens onderzoek | en naar (sporen van) rupsen van grote weerschijnvlinder in het plangebied. Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 14 augustus 2025 | 14:00 – 15:00 | (sporen van) rupsen van grote weerschijnvlinder | 23 ° C, helder, droog, windstil | 1 Grote vos Voor grote vos is onderzoek uitgevoerd conform het protocol van de vlinderstichting | 8. Voor deze soort is zowel on- derzoek gedaan naar sporen van rupsen op de waardplanten als overwinterende imago’s in de winterverblijfplaat- sen aangezien beide beschermd zijn. Voor de waardplanten gaat het om | twee bezoeken (1x half/eind mei & 1x half juni), waarbij aanwezige waardplanten in het p | langebied zijn gecontroleerd op vraatsporen van rupsen | (zie tabel 10). Daarnaast is in de winterperiode tenminste één bezoek gebracht en zijn de geschikte winterverblijfplaatsen gecon- troleerd op de aanwezigheid van imago’s met behulp van een zaklamp. Dit bezoek is gecombineerd met het dagbe- zoek voor steenuil. Tabel 10 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning en weeromstandigheden tijdenst onderzoeken naar (sporen van) rupsen of exemplaren van grote vos in het plangebied.

Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 17 februari 2025 | 20:30 – 21:30 uur | Dagbezoek grote vos | -4 ° C, licht bewolkt, droog, | 1 windstil 26 mei 2025 | 16:00 – 17:00 | (sporen van) rupsen van grote vos | 17 ° C, licht bewolkt, droog, | 1 matige wind 8 Bos-Groenendijk, G.I. & N. Thierry (2023). Onderzoeksprotocol en libellen. Rapport VS2023.058, De Vlinderstichting, Wageningen. Pagina 7 van 12

notitie 13 juni 2025 | 14:30 – 15:00 | (sporen van) rupsen van grote vos | 27 ° C, onbewolkt, droog, | 1 windstil Teunisbloempijlstaart Voor teunisbloempijlstaart is onderzoek uitgevoerd conform het protocol van de vlinderstichting9. Hierbij is gezocht naar rupsen op waardplanten (teunisbloem) binnen het plangebied. De meest geschikte periode is van juli tot half augustus, aangezien de trefkans voor het aantreffen van de rupsen dan het hoogst is. Er zijn drie bezoeken uitge- voerd tussen half juni en begin augustus, waarvan minimaal één bezoek in de eerste helft van juli uitgevoerd is (zie tabel 11). Er is een tussenperiode van 20 dagen tussen de verschillende bezoeken aangehouden. Tabel 11 Datum, tijdstip, onderzoeksinspanning, weeromstandigheden tijdens onderzoeken | naar (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart in het plangebied.

Datum | Tijdstip | Onderzoek | Weersomstandigheden | Aantal personen 26 juni 2025 | 20:30 – 21:30 uur | (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart | 20 ° C, onbewolkt, droog, | 1 matige wind 15 juni 2025 | 10:15 – 11:15 | (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart | 21 ° C, onbewolkt, droog, | 1 windstil 4 augustus 2025 | 09:30 – 10:30 | (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart | 18 ° C, onbewolkt, droog, | 1 matige wind Resultaten aanvullend onderzoek Vleermuizen In het plangebied zijn twee verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen (zie figuur 3 en tabel 12), beide verblijfplaatsen bevinden zich in gebouw C, dit betreft één van de woningen. Specifiek gaat het om twee zo- merverblijfplaatsen, die zich bevinden in de omlijsting van de dakgoot. | Mogelijk zijn deze verblijfplaatsen bij zacht winterweer ook in gebruik in de winterperiode. Tijdens het bezoek op | 4 juli 2025 is vastgesteld dat een van de zo- merverblijfplaatsen door minimaal 2 dieren wordt bewoond. Figuur 3 geeft een kaartweergave van de aangetroffen verblijfplaatsen. Verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, meervleermuis en/ of an- dere vleermuissoorten zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen. Tabel 12 Overzicht van aangetroffen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in het plangebied.

Aantal en soort vleermuis | Functie | Beschrijving van de locatie van de verblijfplaats 2 gewone dwergvleermuizen | Zomerverblijfplaats | Noordwesthoek van de omlijsting van de dakgoot van gebouw C. 1 gewone dwergvleermuis | Zomerverblijfplaats | Noordzijde van de omlijsting van de dakgoot van gebouw C. 9 Bos-Groenendijk, G.I. & N. Thierry (2023). Onderzoeksprotocol en libellen. Rapport VS2023.058, De Vlinderstichting, Wageningen. Pagina 8 van 12

notitie Pagina 9 van 12 Figuur 3 Het plangebied (rood omlijnd) met de gebouwen (letters) en de aangetroffen zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (gele stippen) in gebouw C. Bron kaartachtergrond: PDOK). Steenmarter In het plangebied is een verblijfplaats van steenmarter aangetroffen, op de zolder van woning A zijn diverse latrines en sporen van steenmarter aangetroffen. Tijdens de nachtelijke vleermuisbezoeken zijn meerdere malen steenmar- ters binnen het plangebied aangetroffen, waarbij er eenmaal een steenmarter op het dak van de garagebox (ge- bouw D) en het dak van woning A is waargenomen. Egel In het plangebied zijn tijdens de nachtelijke onderzoeken egels waargenomen, tijdens een van de nachtelijke bezoe- ken zijn er tegelijkertijd twee egels binnen het plangebied aangetroffen. In het plangebied zijn twee kunstmatige verblijfplaatsen (egelhuisjes) aanwezig, daarnaast wordt er verwacht dat ze verspreid over het plangebied verblijf- plaatsen hebben. Grote bosmuis In het plangebied zijn tijdens het muizenonderzoek geen grote bosmuizen aangetroffen. In tabel 13 zijn de gevangen muizensoorten per ronde weergegeven.

notitie Pagina 10 van 12 Tabel 13 Overzicht van alle gevangen muizensoorten per controleronde. Soort 1e controle 2e controle 3e controle 4e controle 5e controle 6e controle Grote bosmuis 0 0 0 0 0 0 Bosmuis 1 7 1 4 0 6 Huisspitsmuis 2 7 2 7 5 6 Rosse woelmuis 1 2 0 0 0 1 Veldmuis 1 0 0 1 0 0 Eekhoorn In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen van eekhoorn. Net buiten het plangebied, in de bomenlaan langs de Dennenallee, zijn er twee eekhoornnesten aangetroffen (zie figuur 4). Figuur 4 Het plangebied (rood omlijnd) met de aangetroffen nesten van eekhoorn buiten het plangebied (oranje stippen). Bron kaartachtergrond: PDOK. Vogels In het plangebied zijn tijdens het aanvullend onderzoek geen (sporen van) huismus, gierzwaluw, huiszwaluw of boe- renzwaluw aangetroffen.

notitie Pagina 11 van 12 Grote vos In het plangebied zijn tijdens het aanvullend onderzoek geen (sporen van) rupsen van grote vos of overwinterings- plekken van grote vos aangetroffen. Grote weerschijnvlinder In het plangebied zijn tijdens het aanvullend onderzoek geen (sporen van) rupsen van grote vos of overwinterings- plekken van grote vos aangetroffen. Teunisbloempijlstaart In het plangebied zijn tijdens het aanvullend onderzoek geen (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart aange- troffen. De enkele teunisbloemen in het plangebied die tijdens de quickscan zichtbaar waren, zijn in de loop van het seizoen gegroeid tot circa 80 exemplaren verspreid over de oostelijke zijde van het plangebied. Tijdens de drie be- zoeken (zie tabel 10), zijn alle planten afgezocht op (sporen van) rupsen van teunisbloempijlstaart. Conclusies aanvullend onderzoek In het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. De verblijfplaatsen worden bij zacht winterweer mogelijk ook gebruikt in de winterperiode. Daarnaast is er een verblijfplaats van steenmarter in gebouw A aangetroffen. In het plangebied zijn tenminste twee verblijfplaatsen van egel aangetroffen die in gebruik zijn. Overige beschermde nest-, of verblijfplaatsen of individuen van geen beschermde soorten zijn tijdens het aan- vullend onderzoek niet aangetroffen.

Vervolgstappen Het slopen van gebouw C leidt tot het vernielen van verblijfplaatsen en verstoren van vleermuizen. Het slopen van gebouw A leidt tot het vernielen van een verblijfplaats en verstoren van steenmarter. Bij het verwijderen van de egelhuisjes, houtwallen en struwelen gaan verblijfplaatsen van egel verloren. Deze schadelijke handelingen zijn ver- boden en alleen toegestaan met een omgevingsvergunning voor een flora - en fauna-activiteit. In de voorliggende situatie is er geen aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van kleine marterachtigen uitge- voerd. Provincie Overijssel hanteert de mogelijkheid om voor kleine marterachtigen zonder nader onderzoek een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te kunnen aanvragen10 . Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de soort(en) aanwezig zijn, zonder aan te tonen of dit daadwerkelijk het geval is. Een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit kan worden verleend als voldaan wordt aan drie voorwaarden: er zijn geen alternatieven mogelijk, er is een wettelijk belang en de gunstige staat van instandhouding mag niet in het geding zijn. Tijdens de nadere planuitwerking moet worden onderbouwd of aan deze voorwaarden wordt vol- daan en of er zodoende uitzicht is op een Omgevingsvergunning. Mits de nodige maatregelen worden genomen, is er ten aanzien van soortbescherming zicht op een Omgevingsvergunning. 10 H.T.

Scholten-Huizendveld (2021). Soortenbescherming in Overijssel. Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing, februari 2021. Provin- cie Overijssel, Zwolle.

notitie Pagina 12 van 12 Ge ld igh eidsdu ur eco log is ch o nde rz oek Tot slot wijzen wij u op de beperkte geldigheidsduur van het ecologisch onderzoek. Het uitgevoerde onderzoek is in deze situatie geldig tot oktober 2028 (tenzij zich in de tussentijd in het plangebied grote wijzigingen voordoen). Na deze periode dient het onderzoek geactualiseerd te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Paginanummers tellen de pagina's van het PDF, niet de nummers die op de pagina's gedrukt staan. Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/72920df1-ceab-4f12-8ac8-632beef687a4?agendaItemId=34430921-8aa6-4ad5-b182-0aa9f15939fd