22.0 20260605 - Schriftelijke vragen CDA - Bestemmingswijziging en spuitzones - beantwoording 20260617
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2026 - 2026_B&W_00440 1/5 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 16 juni 2026 Beleid en Uitvoering - Team Ruimtelijke ontwikkeling en projecten 20 2026_B&W_00440 Beantwoording raadsvragen bestemmingswijzigingen en spuitzones Samenstelling: Aanwezig: Erik de Groot, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; Steven Bunt; Tilko Gernaat; Jelmer Trox, directiesecretaris; Josée Woertman, gemeentesecretaris Nota van antwoord Inleiding Het CDA heeft vragen gesteld over het opnemen van spuitvrijezones in TAM-omgevingsplannen (voorheen bestemmingsplannen). Vraag en antwoord 1. Op welke wijze worden eigenaren van landbouwgronden, niet zijnde de initiatiefnemers, geïnformeerd over mogelijke beperkingen die voortvloeien uit een bestemmingswijziging? Eigenaren van landbouwgronden worden in het beginstadium van een beoogde ontwikkeling (zoals woningbouw) door een initiatiefnemer geïnformeerd over mogelijke beperkingen op hun gronden. Zodra duidelijk is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling het onderwerp spuitzonering aan de orde is, geven we bij initiatiefnemers aan wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot dit onderwerp.
Wij geven initiatiefnemers mee dat er drie scenario's zijn met betrekking tot het regelen van een spuitvrije zone, om een beoogde ontwikkeling (zoals woningbouw) planologisch mogelijk te kunnen maken: 1. Het betreft een beoogde ontwikkeling waarbij omliggende landbouwgronden in eigendom zijn van de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij; 2. Het betreft een beoogde ontwikkeling waarbij omliggende landbouwgronden niet in eigendom zijn van de initiatiefnemer/ontwikkelende partij, maar er is wel een overeenkomst gesloten over spuitzonering tussen de ontwikkelende partij en de agrarische grondeigenaar; 3. Het betreft een beoogde ontwikkeling waarbij de omliggende landbouwgronden (tot minimaal 50 meter vanaf gevoelige functies) niet in eigendom zijn van de ontwikkelende partij en er geen overeenkomst is gesloten over spuitzonering tussen ontwikkelende partij en de agrarische grondeigenaar. College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2026 - 2026_B&W_00440 2/5 Het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij de spuitvrijezone realiseert op eigen gronden (scenario 1). Kan dit niet, omdat de initiatiefnemer de omliggende landbouwgronden niet in eigendom heeft, wordt erop gestuurd om in overeenstemming met de agrarisch grondeigenaar een overeenkomst te sluiten over het niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op bepaalde gronden.
Dit gaat in gezamenlijk overleg tussen de agrarische grondeigenaar en initiatiefnemer/ontwikkelende partij (scenario 2). Komen de initiatiefnemer/ ontwikkelende partij en de agrarische grondeigenaar niet tot een overeenkomst, dan is scenario drie aan de orde. Bij het derde scenario zijn er twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat de wijziging van het omgevingsplan geen doorgang kan vinden en de beoogde ontwikkeling dus niet door kan gaan. De tweede mogelijkheid is dat na een zorgvuldige belangenafweging besloten wordt om de betreffende agrarische gronden van een spuitvrije zone te voorzien, waardoor op de betreffende gronden geen gewasbeschermingsmiddelen meer mogen worden gebruikt. Dit besluit is aan de raad in het kader van de vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan. Het college benadrukt dat deze mogelijkheid alleen aan de orde is, indien de gesprekken tussen initiatiefnemer/ ontwikkelende partij en de agrarische grondeigenaar niet tot een overeenkomst hebben geleid. Bij deze mogelijkheid vindt een zorgvuldige belangenafweging plaats tussen het (maatschappelijke) belang van een beoogde ontwikkeling en de impact van de beperking op de agrarische gronden. Zoals gezegd is het aan uw raad om hierover een besluit te nemen. Bij de huidige plannen is er nog geen sprake van een spuitvrijezone waar geen overeenstemming over gesloten is. 2.
Als bovenstaande niet het geval is, bent u dit dan voornemens op te nemen in de werkwijze rondom deze bestemmingswijzingen? Uitgangspunt in hierboven vermelde werkwijze is dat er gestreefd wordt naar overeenstemming met de betrokken grondeigenaren. Deze grondeigenaren worden hierin geïnformeerd en betrokken door de initiatiefnemer. 3. Indien deze grondeigenaren niet vooraf op de hoogte worden gebracht kan dit tot grote onvrede leiden en eventuele lange juridische procedures die gewenste ontwikkeling ernstig vertragen. Hoe denkt u dit te kunnen voorkomen? Zoals in het antwoord op vraag 1 toegelicht worden agrarische grondeigenaren tijdig geïnformeerd over beoogde ontwikkelingen die mogelijk gevolgen hebben voor hun gronden. Er is geen sprake van het eenzijdig opleggen van een beperking met betrekking tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zonder de agrarische grondeigenaren vooraf te betrekken. 4. Als er geen overeenstemming is met betreffende derden mag er dan überhaupt al wel een bestemmingswijziging worden aangevraagd, welke invloed heeft op gronden van derden? Ja dat mag. Een aanvraag om het omgevingsplan te wijzigen kunnen wij niet verbieden. Het is vervolgens aan uw raad om een belangenafweging te maken en wel of niet in te stemmen met de aangevraagde wijziging van het omgevingsplan. 5.
Bent u bereid om standaard in de raadsvoorstellen op te nemen: een analyse van effecten op omliggende agrarische bedrijven; een overzicht van gevoerde participatie; een risico-inschatting van mogelijke beperkingen (zoals spuitzones)? In de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan moet reeds worden ingegaan op de spuitvrijezone en de mogelijke gevolgen en impact van deze beperking. Deze analyses worden aan de voorzijde gedaan bij het motiveren van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) voor de planwijziging. In de motivering bij de wijziging wordt ingegaan op de impact op omliggende bedrijven en de spuitvrijezone. Ook de gevoerde participatie wordt in de motivering nader beschreven. Besluit College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2026 - 2026_B&W_00440 3/5 Het college stelt de beantwoording raadsvragen bestemmingswijzigingen en spuitzones vast. Bijlagen 1. 20260605 - Schriftelijke vragen CDA- Bestemmingswijziging en spuitzones.pdf Schriftelijke vragen aan het college conform artikel 37 van het Reglement van Orde Betreft: Bestemmingswijzigingen en spuitzones 2 juni 2026 Geacht college, In de afgelopen maanden is regelmatig een bestemmingswijzing in de raad behandeld waarbij een voormalig agrarische locatie een nieuwe bestemming krijgt. Veelal van agrarische bestemming naar een woonbestemming.
Op zich een logische ontwikkeling en vaak de wens van de bewoners. Het gevolg van deze bestemmingswijziging kan zijn dat nabijgelegen agrarische gronden niet meer bewerkt kunnen worden zoals voorheen. Als deze landbouwgrond in eigendom is van de aanvrager van deze bestemmingswijzing hoeft dat geen probleem te zijn. Het wordt echter vervelend als een agrariër hierdoor onverwacht belemmerd wordt in zijn bedrijfsvoering. Wanneer een strook van 50 meter van een perceel beperkingen krijgt opgelegd, heeft dat behoorlijk gevolgen. Naar aanleiding hiervan zijn er bij de CDA-fractie de volgende vragen ontstaan t.a.v. de procedure rondom het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming: 1. Op welke wijze worden eigenaren van landbouwgronden, niet zijnde de initiatiefnemers, geïnformeerd over mogelijke beperkingen die voortvloeien uit een bestemmingswijziging? 2. Als bovenstaande niet het geval is, bent u dit dan voornemens op te nemen in de werkwijze rondom deze bestemmingswijzingen? 3. Indien deze grondeigenaren niet vooraf op de hoogte worden gebracht kan dit tot grote onvrede leiden en eventuele lange juridische procedures die gewenste ontwikkeling ernstig vertragen. Hoe denkt u dit te kunnen voorkomen? 4.
Als er geen overeenstemming is met betreffende derden mag er dan überhaupt al wel een bestemmingswijziging worden aangevraagd, welke invloed heeft op gronden van derden? 5. Bent u bereid om standaard in de raadsvoorstellen op te nemen: een analyse van effecten op omliggende agrarische bedrijven; een overzicht van gevoerde participatie; een risico-inschatting van mogelijke beperkingen (zoals spuitzones)? Graag zien we de beantwoording spoedig tegemoet. Namens de CDA-fractie Jan van Beekhuizen College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2026 - 2026_B&W_00440 4/5 College van burgemeester en wethouders - 16 juni 2026 - 2026_B&W_00440 5/5