22.0_20260204 - schriftelijke vragen CDA - Natuurontwikkeling nabij Ossenzijl - beantwoording 20260219
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 17 februari 2026 - 2026_B&W_00158 1/5 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 17 februari 2026 Beleid en Uitvoering - Team Ruimtelijke ontwikkeling en projecten 17 2026_B&W_00158 Beantwoording raadsvragen natuurontwikkeling nabij Ossenzijl Samenstelling: Aanwezig: Erik de Groot, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Trijn Jongman, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; Dennis Eikenaar, waarnemend gemeentesecretaris; Jelmer Trox, directiesecretaris Nota van antwoord Inleiding De nieuwe natuurverbinding bij Ossenzijl, tussen de natuurgebieden Weerribben en Rottige Meenthe, heeft al vele jaren de aandacht. De provincie Overijssel is daarvoor de trekker en werkt samen met de gebiedspartners, gemeente Steenwijkerland, waterschap Drents Overijsselse Delta, Staatsbosbeheer, LTO en riettelers aan de invulling daarvan. De vertegenwoordiging van plaatselijk belang Ossenzijl heeft daarbij ook nadrukkelijk ook een plek gekregen. De dorpsvisie Ossenzijl en met name de gewenste randweg Ossenzijl heeft een belangrijke rol gekregen in de plannen die nu ter inzage zijn gelegd door de Provincie Overijssel en toegelicht tijdens een inloopbijeenkomst op 26 januari 2026 in het dorpshuis De Slinger. De CDA fractie heeft daarover vragen gesteld die hierbij beantwoord worden.
Naast de natuurontwikkeling bij Ossenzijl zijn er meer onderwerpen die actueel zijn rondom Ossenzijl, zoals de randweg, het EWC, gebiedsontwikkeling en de realisatie van een fietspad tussen Ossenzijl- Oldemarkt. Over die onderwerpen vindt ook afstemming plaats zodat die niet belemmerd worden door deze natuurontwikkeling. Vraag en antwoord 1. Wat is de rol van de gemeente geweest rondom de ontwikkeling van dit natuurgebied, mede gezien de toezeggingen en inspanningsverplichtingen vanuit genoemde documenten? Onze rol bij natuurontwikkeling is altijd kritisch en gericht op het behoud van een vitaal en leefbaar platteland. De ontwikkeling van deze natuurverbinding staat echter los van de toezeggingen en inspanningsverplichtingen van eind 2025. De toezeggingen en inspanningsverplichtingen hebben namelijk betrekking op huidige en toekomstige ontwikkelingen rondom water en natuur, zoals de herijking van het beheerplan en de veenweidestrategie. We hebben in dit kader al kritische acties ondernomen door een brief te sturen aan de provincie (in afschrift aan de raad) en door ons met de College van burgemeester en wethouders - 17 februari 2026 - 2026_B&W_00158 2/5 participatie van dit beheerplan te bemoeien. Zodra het protocol met de BAG is besproken wordt u daarover geïnformeerd.
De ontwikkeling van de natuurverbinding Ossenzijl is een ‘oude’ verplichting op grond van het geldende beheerplan Natura2000 (2017). Op basis van de bestuurlijke afspraken van Samen Werkt Beter werkt de provincie samen met gemeente, waterschap, terreinbeheerders en LTO aan de realisatie van deze opgave. De gemeente heeft hierin een adviserende rol. De ontwikkeling van deze natuurverbinding heeft een lange aanloop gehad. We hebben in een werkgroep gebiedskennis ingebracht, en onze gemeentelijke belangen. Zo hebben we in deze aanloop de natuurverbinding aan kunnen passen aan onze wensen. Er ruimte gemaakt voor de randweg, er wordt met Plaatselijk Belang gesproken over de realisatie van ommetjes en er een agrariër aan de Tussenbroekweg verplaatst. In ambtelijke (AAG) en bestuurlijke adviesgroepen (BAG) hebben we geadviseerd op notities en tussenproducten. De gemeente wordt door wethouder M. Slomp Dekkers bestuurlijk vertegenwoordigd in de bestuurlijke adviesgroep (BAG) die haar adviezen aan de provincie geeft. 2. Waarom is de verbindingszone nu meer dan het dubbele dan in eerste instantie wenselijk was? En wat kan het college doen, of heeft het college gedaan, om dit te voorkomen? De provincie heeft in het Beheerplan d.d. 30 maart 2017 bepaald dat een oppervlak van 58 hectare noodzakelijk was voor de natuurverbinding. Dit is vertaald naar een inrichtingsplan.
Dit eerste inrichtingsplan kon echter in de BAG niet op voldoende draagvlak rekenen, vervolgens heeft de provincie een alternatief voorgesteld: aankoop en verplaatsing van de agrariër ten westen van de natuurverbinding. De natuurverbinding vervolgens naar het westen verplaatsen en de hectares voor natuur bij de Meenthebrug (16 ha.) aan de natuurverbinding Ossenzijl toe te voegen. Dit maakt het totaal van in te richten natuur in Ossenzijl 74 hectare. Bij de Meenthebrug komt geen natuuruitbreiding van 16 ha en blijft het gebruik agrarisch. Wij hebben hier in de BAG positief op geadviseerd. 3. Kunt u uitleggen waarom u het al dan niet wenselijk acht een dergelijk natuurgebied tegen de bebouwde kom van Ossenzijl te realiseren? De begrenzing van de natuurverbinding is zodanig dat deze niet tegen de bebouwde kom aan ligt, behalve daar waar reeds bestaande natuur tegen het dorp aan ligt ( ten zuiden van de Ossenzijlerweg en ten oosten van de Venebosweg) wat na de inrichting integraal onderdeel is van de natuurverbinding. De voorgestelde ligging nabij de Ossenzijlersloot is de uitkomst van een lang proces, met diverse varianten. In eerste instantie was de natuurverbinding meer oostelijk gelegen.
De ligging van de voorgestelde verbindingszone is op verzoek van gemeente, waterschap en LTO dichterbij de Ossenzijlersloot gesitueerd om een negatief effect op de landbouw te minimaliseren en versnippering te voorkomen. Bij die verschuiving naar het westen is op verzoek van gemeente en plaatselijk belang Ossenzijl ook rekening gehouden met de te realiseren randweg en de daarvoor benodigde gronden. 4. Wat zijn de gevolgen van het verhogen van het waterpeil voor de woningen en bewoonbaarheid van Ossenzijl? De provincie heeft in afstemming met het waterschap voor de planvorming hydrologische modelberekeningen uitgevoerd om de effecten van de inrichting en eventuele peilaanpassingen op de omgeving in beeld te brengen. Er zijn verschillende varianten doorgerekend. Uit de berekeningen blijkt dat er geen negatieve effecten (hogere grondwaterstanden t.p.v. opstallen/erven) zijn te verwachten op de bebouwing en infrastructuur. De grondwaterstand wordt hoofdzakelijk bepaald door de Ossenzijlersloot die ook op boezempeil ligt. De gronden die grenzen aan de natuurontwikkeling zijn daarvan gescheiden door een watergang of kade zodat er geen negatieve effecten voor woningen of bewoonbaarheid zijn te verwachten. 5.
Wat zijn de gevolgen voor een eventuele rondweg bij Ossenzijl? Bij de planvorming voor de natuurverbinding is de benodigde ruimte voor de aanleg van de randweg gereserveerd zoals door gemeente is aangegeven en is overgenomen in de NRD. Recent is met de College van burgemeester en wethouders - 17 februari 2026 - 2026_B&W_00158 3/5 provincie afgesproken dat de provincie in ieder geval de gronden in haar bezit houdt tot na de inrichting van de natuurverbinding. De exacte invulling en besluitvorming over een randweg ligt bij ons en volgt een eigen planproces. 6. Hoe kunt u ervoor zorgen, of welke inspanning wilt u verrichten, om te voorkomen dat de nog aanwezige agrariërs hinder ondervinden van deze ontwikkelingen. De provincie is verantwoordelijk voor een zorgvuldige participatie en een afweging van belangen. De provincie is zelf in gesprek gegaan met de omliggende boeren. In werkgroepen, AAG en BAG worden eventuele dilemma’s besproken en zoeken we samen naar oplossingen waarbij hinder voor agrariërs zoveel mogelijk wordt voorkomen. Zoals bij vraag 3 is aangegeven zijn de belangen van een agrarisch ondernemer juist aanleiding geweest om de natuurverbinding te verschuiven richting het dorp Ossenzijl. De reden was dat een agrarisch bedrijf niet omringd zou worden door natuur en waterwegen. De natuur sluit dan aan bij de Ossenzijlersloot en de Linde.
Besluit Het college stelt de beantwoording raadsvragen Natuurontwikkeling nabij Ossenzijl vast. Bijlagen 1. 2026-02-04 - schriftelijke vragen CDA - Natuurontwikkeling nabij Ossenzijl.pdf Onderwerp: Vragen ex art. 37 RvO gemeenteraad Steenwijkerland inzake Natuurontwikkeling nabij Ossenzijl Sint Jansklooster, 4 februari 2026 Geacht college, Nabij Ossenzijl wordt momenteel hard gewerkt aan een nieuwe verbindingszone welke de natuurgebieden Rottige Meente in Friesland verbindt met de Weerribben. Dit is een lang gekoesterde wens van natuurorganisaties en ook van de provincie. Eind jaren ’90 van de vorige eeuw was het plan om hiervoor een gebied van ca. 35 hectare voor te ontwikkelen. Om diverse redenen is dit nog steeds niet gerealiseerd. Inmiddels ligt er een plan om hiervoor een natuurgebied van meer dan het dubbele voor te ontwikkelen, namelijk 75 hectare. Hiervoor is eind januari een inloopbijeenkomst georganiseerd in Dorpshuis de Slinger in Ossenzijl. Tijdens deze bijeenkomst zijn er vanuit verschillende organisaties en personen de nodige zorgen geuit. De CDA-fractie realiseert zich dat de provincie hier het bevoegd gezag is, maar ook als gemeente hebben we een rol. Om deze rol te benadrukken zijn er door het CDA op 6 oktober 2025 vragen gesteld aan het college rondom de door de provincie georganiseerde bijeenkomsten t.a.v. N2000 gebieden.
Hierop heeft het college beantwoord dat ze volop in willen zetten om de onrust bij burgers weg te nemen. Dat is in Ossenzijl nog niet gelukt. Via een motie van BGL, welke mede ingediend is door het CDA, ingediend op 11 november 2025 is opgeroepen diverse kritische acties te ondernemen richting de herziening van N2000 gebieden. In de motie van het CDA, ingediend op 20 januari 2026, is het college onder andere opgeroepen te voorkomen dat er nieuwe natuur ontstaat ten koste van reguliere landbouw. Naar aanleiding van bovenstaande heeft de CDA-fractie de volgende vragen aan het college: 1. Wat is de rol van de gemeente geweest rondom de ontwikkeling van dit natuurgebied, mede gezien de toezeggingen en inspanningsverplichtingen vanuit genoemde documenten? 2. Waarom is de verbindingszone nu meer dan het dubbele dan in eerste instantie wenselijk was? En wat kan het college doen, of heeft het college gedaan, om dit te voorkomen? 3. Kunt u uitleggen waarom u het al dan niet wenselijk acht een dergelijk natuurgebied tegen de bebouwde kom van Ossenzijl te realiseren? 4. Wat zijn de gevolgen van het verhogen van het waterpeil voor de woningen en bewoonbaarheid van Ossenzijl? 5. Wat zijn de gevolgen voor een eventuele rondweg bij Ossenzijl? 6.
Hoe kunt u ervoor zorgen, of welke inspanning wilt u verrichten, om te voorkomen dat de nog aanwezige agrariërs hinder ondervinden van deze ontwikkelingen. Graag zien we uw antwoorden tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens de CDA-fractie Steenwijkerland, Jan van Beekhuizen College van burgemeester en wethouders - 17 februari 2026 - 2026_B&W_00158 4/5 College van burgemeester en wethouders - 17 februari 2026 - 2026_B&W_00158 5/5