2025_RAAD_00053 Vaststellen belastingverordeningen 2026 - RAADSVOORSTEL
Tekst van het document
Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 1/7 Gemeenteraad Vergadering van 16 december 2025 Bedrijfsvoering - Interne dienstverlening en belastingen 2025_RAAD_00053 Vaststellen belastingverordeningen 2026 Overlegd met Team Interne dienstverlening en belastingen, Team Vergunningverlening, toezicht en handhaving, Team Ontvangst, Team Beheer openbare ruimte, Cluster Financiën Portefeuillehouder Marcel Scheringa Samenvatting De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2026-2029 voor het jaar 2026 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van een of meer van de volgende punten: 1. realisatie van de bestaande opbrengst van 2025; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 2,7%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Voor wat betreft het bruggeld zou een verhoging met de inflatiecorrectie tot een in de praktijk minder goed werkbaar tarief leiden. Daarnaast is het bruggeld in 2024 (extra) verhoogd van € 2,20 naar € 2,50. Daarom stellen we voor het tarief voor 2026 ongewijzigd te laten. Omdat er ook geen andere wijzigingen zijn, hoeft er geen nieuwe verordening voor het bruggeld vastgesteld te worden.
Beschrijving Inleiding De belastingvoorstellen zijn onlosmakelijk verbonden met de in de belastingparagrafen van de Programmabegroting 2026-2029 voor het jaar 2026 geformuleerde uitgangspunten. Per belastingverordening wordt uitgegaan van één of meer van de volgende punten: 1. realisatie van de bestaande opbrengst van 2025; 2. toepassing van een inflatiecorrectie van 2,7%; 3. aanpassingen als gevolg van wijziging van beleid en/of wetgeving. Voor wat betreft het bruggeld zou een verhoging met de inflatiecorrectie tot een in praktijk minder goed werkbaar tarief leiden. Daarnaast is het bruggeld in 2024 (extra) verhoogd van € 2,20 naar € 2,50. Daarom stellen wij voor het tarief voor 2026 ongewijzigd te laten. Omdat er ook geen andere wijzigingen zijn, hoeft er geen nieuwe verordening voor het bruggeld vastgesteld te worden. Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 2/7 Gewenst resultaat Het vaststellen van de noodzakelijke verordeningen om in 2026 belastingen en heffingen in rekening te kunnen brengen. Argumenten Hieronder treft u per belastingsoort de tarieven aan die we voorstellen voor 2026. Zonder nadere toelichting zijn de bestaande tarieven verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,7%. Wanneer er een andere wijziging wordt voorgesteld, geven wij dit bij de desbetreffende belastingsoort aan.
Afvalstoffenheffing Ten aanzien van het vaste tarief stellen wij voor 2026 een verhoging voor van € 222,23 naar € 269,23. De extra stijging van het tarief, bovenop de inflatiecorrectie van 2,7%, heeft te maken met kostenstijgingen van de ROVA. Daarnaast hangt de stijging, net als afgelopen jaar, samen met het doorberekenen van de BTW. We werken in vier jaar toe naar 100% kostendekking. Voor wat betreft de tarieven per afvalaanbieding stellen wij voor de tarieven ongewijzigd te laten ten opzichte van 2025. Uitgaande van het gemiddelde afvalaanbod per huishouden bedraagt de totale afvalstoffenheffing in 2026 (vastrecht plus afvalaanbiedingen) € 297,13. De vaste tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Vast tarief per perceel per jaar € 222,23 € 269,23 Vast tarief zonder GFT per jaar € 186,43 € 233,43 Forensenbelasting De tweede woningen waarvoor forensenbelasting in rekening wordt gebracht krijgen met ingang van 2026 weer een nieuwe (WOZ-)waarde. Bij het bepalen van de waardeontwikkeling wordt uitgegaan van een stijging met 10,2%. Dit overeenkomstig de gemiddelde waardestijging van woningen. Het uitgangspunt is dat een waardestijging niet mag leiden tot een hogere belastingopbrengst. Daarom wordt het tarief van 2025 eerst verlaagd met 10,2% en daarna wordt de inflatiecorrectie toegepast.
Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving Tarief 2025 Waardeontwikkeling Tarief excl. inflatie Inflatie Tarief 2026 Forensenbelasting 0,389% 10,2% 0,353% 2,7% 0,363% Het minimumtarief van de forensenbelasting gaat van € 247,50 naar € 254,18. Havengeld Het tarief ontwikkelt zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Per ton laadvermogen, per 14 achtereenvolgende dagen € 0,17, met een minimum van € 1,70 € 0,18, met een minimum van € 1,75 Leges Ook bij de legestarieven wordt een inflatiecorrectie van 2,7% voorgesteld. Dit geldt niet voor wettelijke (maximum)tarieven. Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 3/7 Voor wat betreft de rijbewijzen en de reisdocumenten stellen wij voor (net als dit jaar), de maximumtarieven te hanteren. Milieuleges Het VTH-beleidsteam en de Omgevingsdienst IJsselland hebben de wens uitgesproken om binnen de regio uniforme milieuleges te hanteren. Bedrijven worden zo binnen de regio op dezelfde wijze belast. Er is sprake van eenduidigheid en rechtsgelijkheid. Daarnaast leiden uniforme afspraken tot een effectievere, efficiëntere uitvoering van de taken van de Omgevingsdienst. Om tot uniforme leges te komen zijn de bestaande tarieven van de verschillende gemeenten in kaart gebracht. De voorgestelde tarieven liggen in redelijke lijn met de bestaande tarieven.
Tot de kostendekkende tarieven is gekomen door het gemiddelde aantal uren dat gemoeid is met het behandelen van de desbetreffende aanvraag, te vermenigvuldigen met het in 2026 voor de Omgevingsdienst geldende uurtarief. Wij adviseren de aldus berekende tarieven over te nemen in de artikelen 2.12, 2.12a en 2.36 van de tarieventabel van de legesverordening: Omschrijving Tarief Omgevingsvergunning regulier € 4.600,00 Omgevingsvergunning uitgebreid € 7.130,00 Maatwerk milieu € 2.300,00 FOA (functioneel ondersteunende activiteit) € 1.725,00 Gesloten bodemenergiesysteem € 1.725,00 Liggeld woonschepen Er is al jaren een groot verschil tussen het voor de ligplaatsen aan De Rietlanden en in de Cornelisgracht te betalen bedrag en het voor De Werven in Steenwijk geldende tarief. Geadviseerd wordt om dit meer met elkaar in lijn te brengen. De betalingen voor de ligplaatsen in Giethoorn zullen gaan bestaan uit huur voor het gebruik van de oever en liggeld voor de ligplaats. De huur gaat gemiddeld € 650 bedragen. Om het totaalbedrag richting het niveau van De Werven te brengen, moet het liggeld voor de Cornelisgracht en De Rietlanden € 350 worden. Wij stellen voor deze verhoging stapsgewijs in twee jaar door te voeren. Komend jaar wordt het tarief € 220 en in 2027 € 350.
Daarna zal de inflatiecorrectie op het tarief worden toegepast, zoals dit ook voor de andere belastingen en rechten gebeurt. Voor 2026 ontwikkelen de tarieven zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Cornelisgracht en De Rietlanden in Giethoorn € 88,70 per jaar € 220,00 per jaar De Werven in Steenwijk € 1.020,80 per jaar € 1.048,35 per jaar Lijkbezorgingsrechten Een aantal voorbeelden van de ontwikkeling van de tarieven: Omschrijving 2025 2026 Grafrecht 1-diep (voor 20 jaar) € 1.193,20 € 1.225,40 Grafrecht 2-diep (voor 20 jaar) € 2.386,20 € 2.450,60 Begraven (12 jaar of ouder) € 1.174,10 € 1.205,80 Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 4/7 Urnenrecht (2 urnen, 5 jaar) € 535,55 € 550,00 Bijzetten urn € 455,40 € 467,70 Onderhouden graf € 108,80 € 111,75 Administratiekosten € 58,10 € 59,65 Markt- en staangeld De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Markt- en staangeld per vierkante meter: Per dag € 0,34 € 0,35 Per kwartaal € 2,95 € 3,00 Per jaar € 11,80 € 12,10 Traditionele jaarmarkt, per dag € 1,43 (minimaal € 8,85) € 1,47 (minimaal € 9,10) Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Ook in 2026 krijgen alle onroerende zaken weer een nieuwe waarde in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Inmiddels zijn de uitkomsten van deze herwaardering voor nagenoeg 100% bekend. De waarden zijn bepaald per waardepeildatum 1 januari 2025.
Ten opzichte van de vorige herwaardering, per waardepeildatum 1 januari 2024, zijn woningen gemiddeld met 10,2% in waarde gestegen. Niet-woningen zijn gemiddeld met 4,6% in waarde gestegen. Inclusief de woongedeelten die onderdeel uitmaken van niet-woningen bedraagt de waardestijging gemiddeld 5%. Ons uitgangspunt is dat een waardestijging niet leidt tot een hogere opbrengst. Om de OZB-tarieven voor 2026 te bepalen zijn daarom eerst de tarieven van 2025 verlaagd met de percentages waarmee de WOZ-waarden zijn gestegen. Op de aldus verlaagde tarieven is de inflatiecorrectie van 2,7% toegepast. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving Tarief 2025 Waardeontwikkeling Gecorrigeerd tarief Inflatie Tarief 2026 Eigendom woning 0,0756% 10,2% 0,0686% 2,7% 0,0705% Eigendom niet- woning 0,2197% 5,0% 0,2092% 2,7% 0,2149% Gebruik niet woning 0,1777% 4,6% 0,1699% 2,7% 0,1745% Omschrijving Geraamd Programmabegroting 2026- 2029 Opbrengst 2026 op basis van herwaardering Verschil Eigendom woning € 5.482.336 € 5.429.394 - € 59.942 Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 5/7 Eigendom niet- woning € 2.143.801 € 2.340.248 € 196.447 Gebruik niet- woning € 1.393.280 € 1.488.243 € 94.963 Totaal € 9.019.417 € 9.257.885 € 238.468 In het kader van de Wet WOZ zijn alle recreatiebedrijven dit jaar bezocht, opnieuw geïnventariseerd en gewaardeerd.
Hierdoor hebben de betreffende niet-woningen aanzienlijk hogere WOZ-waarden gekregen. Deze hogere waarden werken structureel door, doordat de beginwaarden waar we mee rekenen nu ook fors hoger liggen. Het gevolg hiervan is een structureel hogere OZB-opbrengst voor niet-woningen. Zoals in de tabel hierboven te zien is, ontstaat een voordeel van € 238.468. Voorgesteld wordt om de financiële consequenties van de herwaardering van de OZB (€ 238.468 voordelig) te verwerken in de Perspectiefnota 2026-2030. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWBB) De RWBB, die in rekening gebracht wordt voor roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik, vormt een aanvulling op de OZB. Inhoudelijk is de RWBB vrijwel identiek aan de OZB. Zo wordt bijvoorbeeld voor woonruimten (enkel) een eigenarenbelasting geheven van de eigenaar per 1 januari van het belastingjaar en wordt geheven op basis van de getaxeerde waarde van de ruimte. Voor de RWBB gelden dezelfde tarieven als voor de OZB. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Eigendom woning 0,0756% 0,0705% Eigendom niet-woning 0,2197% 0,2149% Gebruik niet-woning 0,1777% 0,1745% Rioolheffing Naast de inflatiecorrectie stijgen de tarieven vanwege het doorberekenen van de BTW.
Net als bij de afvalstoffenheffing wordt in een periode van vier jaar toegewerkt naar 100% kostendekking. De tariefstijging wordt zo gedempt en gespreid. De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Eigendom basis woning € 33,81 € 36,41 Eigendom afvalwater woning € 95,68 € 103,05 Gebruik basis woning € 27,50 € 29,62 Gebruik afvalwater woning € 72,05 € 77,60 Eigendom basis niet-woning 0,067% x de waarde, maximaal € 33,81 0,072% x de waarde, maximaal € 36,41 Eigendom afvalwater niet-woning € 95,68 € 103,05 Gebruik basis niet-woning 0,055% x de waarde, 0,059% x de waarde, Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 6/7 maximaal € 27,50 maximaal € 29,62 Gebruik afvalwater niet-woning t/m 500 m3 € 72,05 € 77,60 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 500 m3 t/m 2.500 m3 € 72,05 + € 0,64/m3 vanaf 500 m3 € 77,60 + € 0,69/m3 vanaf 500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 2.500 m3 t/m 20.000 m3 € 1.352,05 + € 1,31/m3 vanaf 2.500 m3 € 1.457,60 + € 1,41/m3 vanaf 2.500 m3 Gebruik afvalwater niet-woning meer dan 20.000 m3 € 24.277,05 + € 0,64/m3 vanaf 20.000 m3 € 26.132,60 + € 0,69/m3 vanaf 20.000 m3 Toeristenbelasting en Watertoeristenbelasting De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Toeristenbelasting per overnachting in een kampeermiddel, per persoon € 1,50 € 1,54 Toeristenbelasting per overige overnachting, per persoon € 2,20 € 2,26
Watertoeristenbelasting per etmaal, per persoon € 1,50 € 1,54 Vermakelijkhedenretributie De tarieven ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving 2025 2026 Houten punter € 52,63 € 54,05 Rondvaartboot € 526,30 € 540,50 Verhuurboot niet breder dan 180 cm € 526,30 € 540,50 Verhuurboot breder dan 180 cm € 1.578,90 € 1.621,50 Motorvaartuig niet breder dan 180 cm € 526,30 € 540,50 Motorvaartuig breder dan 180 cm € 1.578,90 € 1.621,50 Kanttekeningen en risico’s Niet van toepassing. Duurzaamheid en social return Niet van toepassing. Financiële toelichting De financiële gevolgen zijn verwerkt in de Programmabegroting 2026-2029. Communicatie en participatie De vaststelling van de belastingverordeningen wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Gemeenteraad - 16 december 2025 - 2025_RAAD_00053 7/7 Uitvoering en planning De verordeningen treden de eerste dag na bekendmaking in werking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Is het besluit openbaar? Ja Besluit Het college legt het volgende voor aan de gemeenteraad: 1. De volgende belastingverordeningen vast te stellen: 1. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026; 2. Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026; 3. Verordening op de heffing en invordering van havengeld 2026; 4. Verordening op de heffing en invordering van leges 2026; 5.
Verordening op de heffing en invordering van liggeld woonschepen 2026; 6. Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2026; 7. Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2026; 8. Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2026; 9. Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026; 10. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026; 11. Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026; 12. Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie Dorpsgracht Giethoorn 2026; 13. Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2026. 2. De financiële consequenties van de herwaardering voor de OZB te verwerken in de Perspectiefnota 2026-2030.