2.1 VRIJ - Kadernota 2025 Veiligheidsregio IJsselland
Tekst van het document
KADERNOTA BEGROTING 2025 Beleidsmatige en financiële kaders voor de Programmabegroting 2025 2 Kadernota 2025 Inleiding De kadernota schetst de inhoudelijke en financiële kaders voor de programmabegroting van het jaar 2025. Veiligheidsregio IJsselland blijft in 2025 continu klaar staan met kennis, mensen en middelen om de kerntaken goed uit te voeren: het versterken van veiligheid, beperken van risico’s waar het kan en bestrijden van incidenten wanneer dat moet. De veiligheidsregio investeert daarvoor in vakmanschap van medewerkers, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland Vanuit de Strategische beleidsagenda 2023-2026 beschrijven we met welke ontwikkelingen we in 2025 aan de slag gaan. Deze activiteiten sluiten aan op de ontwikkelingen en trends in onze omgeving, die invloed hebben op het werk dat we doen. Dat werk doen we altijd met in het achterhoofd onze kernwaarden: vertrouwen, verbinding en vakmanschap. En met als doel samen (met gemeenten en partners) de veiligheid in IJsselland te versterken. De hoofdlijnen uit de beleidsagenda zijn: IJssellands fundament Het vanuit onze wettelijke basis toewerken naar een breder IJssellands fundament. Dat fundament bestaat uit vijf onderdelen: 1.
Samenwerken met onze partners, collega veiligheidsregio’s, collega’s in het aangrenzend deel van Duitsland, organisaties en inwoners. Én deze samenwerking waar nodig versterken. 2. Helpen: daar waar we gevraagd worden en we waarde kunnen toevoegen. 3. Flexibel en adaptief opereren en blijven leren en ontwikkelen, zowel in de operatie als in de bedrijfsvoering. 4. Transparant en voorspelbaar zijn in brede zin, van de aanpak van crises tot de financiële verantwoording. 5. Informatiegestuurd werken: proactief informatie verzamelen, verrijken en delen. Acties om het IJssellands fundament te versterken We gaan door op de ingezette weg en versterken het IJssellands fundament. Door dit samen met onze partners te doen, kunnen we van grotere meerwaarde voor de samenleving in IJsselland zijn. Dit betekent: 1. Risicogericht werken als basis van ons werk. Dit betekent samen met onze partners informatie delen. Het gezamenlijk duiden van deze informatie geeft meerwaarde. Op basis hiervan signaleren en monitoren we risico’s en zetten acties uit. 2. De crisisorganisatie is inzetbaar voor de klassieke crises, maar ook voor nieuwe, meer onvoorziene en langdurige crises.
Dit betekent dat we: • de crisisorganisatie flexibeler gaan maken, waardoor sneller kan worden op- en afgeschaald; • competenties ontwikkelen waardoor de crisisfunctionarissen inzetbaar zijn ongeacht het soort crisis en de duur van de crisis. Minder gericht op inhoud, meer gericht op flexibel en adaptief zijn. 3. Doorontwikkeling van de uitrukorganisatie van de brandweer: evenwichtig, op maat, flexibel en dynamisch. Passend binnen de kaders van het dekkingsplan en de Europese regelgeving. 4. Het vergroten van de burgerkracht binnen het programma Veilig leven. 5. De nieuwe Meldkamer Oost-Nederland gebruiken als katalysator voor de (operationele) samenwerking binnen de Oost-5 veiligheidsregio’s. 3 Acties vanuit de beleidsagenda in het jaar 2025 Dit beleid werken we verder uit via meerjarige programma’s en themaplannen per jaar. Hieronder lichten we toe welke dat specifiek zijn voor het jaar 2025. Daarbij gaat het met name om de hoofdlijnen van het beleid en de onderwerpen waarop (mogelijk) sprake is van een kostenverhogend effect. Brandweerzorg De brandweerorganisatie staat er goed voor, maar kent een aantal uiteenlopende aandachtsvelden, waarvoor doorontwikkeling nodig is om ook in de toekomst de gewenste kwaliteit van brandweerzorg te bieden. Dit betreft de brandweeropleidingen, de uitrukorganisatie van Kampen, de 24-uursdienst van Zwolle en de brandweerkazernes.
Voorstellen voor verbetering worden uitgewerkt, gericht op de programmabegroting van 2025. Voor 1 april 2024 zal hiertoe over besloten worden. Voor de verschillende onderdelen is de vraag als volgt: • Voor een toename van het jaarlijks aantal brandweeropleidingen, vanwege een hoger personeelsverloop, wordt een aanvullend budget van € 250.000 gevraagd. • Voor de kazernering van vrijwilligers in de post Kampen wordt een aanvullend budget van € 360.000 gevraagd. • Voor versterking van de 24-uursdienst voor Zwolle, door aanvullende formatie van beroepsmedewerkers, wordt een aanvullend budget van € 305.000 gevraagd. • Ter verbetering van de kwaliteit van de huisvesting wordt een meerjarenplan uitgewerkt. Afzonderlijke (ver)bouwplannen worden met kostenverantwoording ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. De investeringskosten worden in de vorm van huurverhogingen door de gemeenten, na oplevering, aan de veiligheidsregio doorbelast. Budgetverhoging van de huisvesting binnen de begroting van de veiligheidsregio zal hierdoor stapsgewijs plaatsvinden. Daarnaast spelen bij de brandweer nog een aantal landelijke ontwikkelingen, waarvan in 2025 de consequenties voor onze regio duidelijker gaan worden. Binnen de herijking van de wet veiligheidsregio’s gaat het om bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking, met name op het gebied van de gezamenlijke slagkracht.
Tot slot speelt de herziening van het onderwijsstelsel. Voor deze ontwikkelingen is nog geen zicht op gevolgen voor onze begroting. Risico- en crisisbeheersing In 2024 zijn de onderdelen van het programma ‘De crisis van morgen’ geborgd in de staande organisatie en is een start gemaakt met het verder implementeren van de actiepunten. Dit wordt voortgezet in 2025 en zal worden gefinancierd vanuit de BDuR-gelden. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden incidenten Deze focuspunten maken onderdeel uit van een breder ontwikkelplan voor risico- en crisisbeheersing dat in 2024 is opgesteld. Hierbij wordt ingezet op een verdere samenwerking tussen de verschillende teams binnen de veiligheidsregio en met onze partners. We denken daarmee winst te behalen op de onderwerpen vakbekwaamheid, informatievoorziening en risicoreductie. Door het verbinden van kennis en talenten over de teams heen kunnen we beter invulling geven aan onze ambities; binnen de regio maar ook bovenregionaal. Focuspunten: • Verdere implementatie onderdelen van het programma ‘De crisis van morgen’. 4 • Een integrale benadering van risicogericht werken met het verder ontwikkelen van bijbehorende competenties. Hierbij ligt de focus op risico’s in de actualiteit, risico’s uit het regionaal risicoprofiel en het zorgrisicoprofiel.
• Stimuleren van de uitgangspunten van risicogericht werken • Veilig leven gericht op verdere ontwikkeling van #VetVeilig op basisscholen en zelfredzaamheid in de crisis. • De in 2024 ingevoerde nieuwe Omgevingswet heeft invloed op de werkzaamheden van de veiligheidsregio. Deze wijzigingen krijgen de komende jaren verder zijn beslag en kunnen financiële consequenties hebben in verband met verhoogde personeelskosten. Een eerste schatting is € 200.000. • Input leveren en betrokken zijn bij de bovenregionale ontwikkelingen op het gebied van Oost-5 en landelijke ontwikkelingen. • Streven naar zoveel mogelijk bovenregionale en landelijke uniformiteit wat betreft advisering over risico’s en optreden bij crises. • Bevolkingszorg en de GHOR gaan mee in de ontwikkelingen van de veiligheidsregio in relatie tot risicogericht werken en het verstevigen van de informatievoorziening. • In 2024 wordt het implementatieplan ten aanzien van Bevolkingszorg uitgevoerd. Dit kan in 2025 (financiële) consequenties hebben als het gaat om bijvoorbeeld opleidingen of het aanpassen van processen aan de landelijke norm. • In de zorgsector wijzigt er de komende jaren veel. Bijvoorbeeld het centraal organiseren van faciliteiten en het versterken van netwerken. De GHOR zal steeds zorgen voor een vertaling naar de regio en eventueel aanpassen van processen.
Bestuur & Organisatie • We intensiveren de betrokkenheid van gemeenteraden door verdere invulling te geven aan de nieuwe mogelijkheden die de wet biedt. Bij de ontwikkeling van het voorstel voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling zijn de gemeenteraden nauwlettend betrokken geweest. Onze primaire focus ligt op het concreet vorm en inhoud geven aan de structurele samenwerking met gemeenteraden. In dit kader werken we nauw samen met de vier gemeenschappelijke regelingen in de regio IJsselland, met specifieke aandacht voor het vergroten van de betrokkenheid aan de voorkant van het proces. Hierbij wordt zorgvuldig afgestemd met gemeenteraden, griffiers en de gemeenschappelijke regelingen hoe deze samenwerking vorm zal krijgen en met welke inhoud. De eerste stappen zullen gezet worden om periodiek met gemeenteraden in gesprek te zijn om in een vroeg stadium de ontwikkelingen te bespreken. Daarbij streven we ernaar om, op basis van de opgedane ervaring, de samenwerking continu te optimaliseren. • Naar verwachting in 2026 zal de Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg leiden tot een nieuwe wet. In 2025 bereiden we ons daarop voor. Daarnaast worden in 2025 stappen genomen om te voldoen aan wetgeving als Woo, Wep, AVG en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid.
Voor bovenstaande ontwikkelingen zal op enkele vlakken een investering op technisch vlak nodig zijn. De kosten daarvan zijn nog onbekend, maar zullen ten laste van de gemene rekening komen, voor zover het de gezamenlijke applicaties van bedrijfsvoering betreft en dus gedeeld worden met de GGD. Hierbij zal het uitgangspunt zijn dit op te vangen binnen de begroting. • Duurzaamheid: bestendigen van niveau vier van de CO2-prestatieladder. • In 2025 zal een nieuwe website ontwikkeld en gelanceerd worden. De website zal voldoen aan alle relevante nieuwe wetgeving op dit gebied (o.a. digitale toegankelijkheid en informatieveiligheid). Daarnaast zal risico- en crisiscommunicatie beter aandacht krijgen. We streven ernaar dit binnen de begroting te financieren. 5 Informatie Het werkveld van informatie is in ontwikkeling. Dit betekent dat de veiligheidsregio een informatieknooppunt inricht dat aansluit op het landelijk informatieknooppunt. Informatie wordt met partners en overige veiligheidsregio’s gedeeld, gezamenlijk geduid en op basis van deze informatie worden risico’s ingeschat en eventuele acties bepaald. Hiermee versterken we de informatiepositie en kunnen gemeenten sneller informeren en meenemen in de bestaande risico’s.
Daarnaast willen we dat dit informatieknooppunt in de regio niet alleen beschikbaar is voor risico- en crisisbeheersing maar ook doorontwikkeld wordt voor de brandweer en bedrijfsvoering. Dit proces zal in 2024 en 2025 verder zijn beslag krijgen. Deze ontwikkeling is een stevige uitdaging, zowel als het gaat om techniek en op het gebied van samenwerking. Technisch gaat het om de realisatie van een digitale veilige infrastructuur om informatie volgens vaste standaarden over en weer te kunnen uitwisselen tussen organisaties. In het netwerk van betrokken partners is het de opgave om informatievragen scherp te maken en af stemmen, zodat informatieproducten voorzien in de behoefte. Uitwisselen van informatie is niet de vraag, maar vooral het gericht uitwisselen op het juiste moment met de juiste partners. Om inhoudelijk stappen te zetten, is het noodzakelijk om in samenwerking met overige regio’s onze systemen en architectuur te actualiseren, technische koppelingen te realiseren, onze informatieveiligheid te verhogen en voldoende aandacht te schenken aan privacyvraagstukken. Hiermee versterken en professionaliseren we onze informatievoorziening. De aanvullende BDuR-gelden worden hiervoor ingezet. Dit geeft voor 2025 een aantal focuspunten: • Voor de kantooromgeving gaan we samen met de GGD in 2024 de migratie naar Microsoft 365 uitvoeren.
Hiermee zijn we in staat om aan te sluiten op landelijke standaarden voor samenwerking. De incidentele kosten worden grotendeels in 2024 gemaakt. Voor 2025 worden de kosten gedekt binnen de bestaande begroting. • Ook de informatiebeveiliging zal zich blijven ontwikkelen. We gaan doorgroeien naar BIO niveau 4. De Europese regelgeving op het gebied van informatieveiligheid, NIS2, zal waarschijnlijk nog aanvullende eisen met zich meebrengen. We kiezen daarbij een risicogerichte strategie, omdat het simpelweg ondoenlijk is alles dicht te regelen. Afwegingen op basis van kans en effect zijn daarom noodzakelijk. Daarnaast gaan we ons aansluiten op de landelijke SOC/CERT-voorziening voor veiligheidsregio’s. Hiervoor reserveren we middelen uit de aanvullende BDuR-gelden. Zeer waarschijnlijk wordt de gehele veiligheidsregio, of verschillende processen daarbinnen, aangewezen als vitale sector door de rijksoverheid. Dit zal ook eisen stellen aan de informatiebeveiliging. • Er komt een nieuw breedband communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Dit systeem dient onder andere ter vervanging van het huidige C2000. Naast spraak zijn er dan ook nieuwe data-opties mogelijk zoals sensoren, telemetrie en video. Het Rijk financiert dit systeem. Bedrijfsvoering (GGD/ VR) - HRM: we groeien door naar een modern HRM-beleid met de bijbehorende instrumenten.
Dit sluit ook aan bij de ambities die de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) heeft voor de komende jaren op het gebied van goed werkgeverschap. - Financiën: we focussen op het optimaliseren van de financiële bedrijfsprocessen. Na het leggen van de basis in 2023 en 2024, is er in 2025 de kans om verder door te ontwikkelen. Dit is van belang in relatie tot onze begroting, die steeds meer in balans is met de realisatie. 6 Financiële kaders De programmabegroting 2025 wordt opgesteld aan de hand van de programmabegroting 2024 met toepassing van de volgende financiële uitgangspunten. Deze zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2023 van het gemeentefonds en op het AB-besluit op 11 mei 2016, waar de kaders en spelregels zijn vastgesteld voor indexering ter voorbereiding en opstellen van de begroting Veiligheidsregio IJsselland. Prijsindexering De afgesproken kaders en spelregels koppelen de prijsindexering aan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (bron: CPB MEV 2024) en betekenen voor de prijzen een stijging van 4,00% ten opzichte van het jaar 2024. Bestuurlijk hebben wij afgesproken om jaarlijks de toegepaste indexeringen te monitoren, zodat wij zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid komen.
In onderstaande tabel is te zien dat wij in de begroting 2023 een prijsindexering van 1,90% hebben toegepast, maar de werkelijke indexering over het jaar 2023 is 6,60%. Dit betekent dat er nog 4,70% structurele tekort zit (nacalculatie) in de begroting. Voorgesteld wordt dit structurele tekort te corrigeren door de verwachte stijging van 4,00% met 4,70% op te hogen. Voor het jaar 2025 zullen de prijzen dan met 8,70% stijgen (4,00% + 4,70%). Hetzelfde percentage wordt ook gehanteerd voor de inkomsten. Begroting Begroot Werkelijk Ruimte 2023 1,90% 6,60%* -4,70% 2024 2,90% *bron: Centraal Plan Bureau MEV 2024 Loonindexering Voor de lonen gaan deze kaders en spelregels uit van de werkelijke loonkosten in het desbetreffende jaar vermeerderd met de ‘Loonvoet sector overheid’ (bron: septembercirculaire 2023). In de septembercirculaire van het Gemeentefonds is een stijging voor 2025 benoemd van 5,30%. Dit betekent voor de begroting 2025 dat de werkelijke loonkosten van de maand januari 2024 wordt verhoogd met 5,30%. In de werkelijke loonkosten zijn dus de laatste cao-ontwikkelingen en sociale lasten meegenomen (nacalculatie).
Mocht in het jaar 2025 blijken dat wij de 5,30% niet nodig hebben dan geven wij dit eenmalig, via de tussentijdse rapportages 2025, terug aan de deelnemende gemeenten en structureel via de begroting 2026 door weer uit te gaan van de werkelijke loonkosten op dat moment. In 2024 wordt onderzocht of het mogelijk is om voor de vier IJssellandse gemeenschappelijke regelingen (naast de veiligheidsregio de GGD, Omgevingsdienst en Regionaal Serviceteam Jeugd) gelijke indexen te gaan gebruiken vanaf de begroting 2026. Gemeentelijke verdeelsleutel De specifieke bijdrage per gemeente is berekend overeenkomstig de besluitvorming over de verdeelmethode op 8 december 2021. Het algemeen bestuur heeft gekozen voor de variant 50% gebaseerd op de historische kosten en 50% gebaseerd op de uitkering uit het gemeentefonds. Op basis daarvan wordt de gemeentelijke verdeelsleutel op de volgende bladzijde gehanteerd.
7 Gemeente Percentage Dalfsen 5,08% Deventer 18,92% Hardenberg 11,04% Kampen 8,54% Olst-Wijhe 3,77% Ommen 3,76% Raalte 6,70% Staphorst 2,82% Steenwijkerland 8,75% Zwartewaterland 4,48% Zwolle 26,13% Totaal 100% Herijking gemeentelijke bijdragen, laatste jaar van het ingroeimodel Op 8 december 2021 heeft het algemeen bestuur besloten de gemeentelijke bijdrage te berekenen op basis van vijftig procent historische bijdrage en vijftig procent op basis uitkering gemeentefonds voor brandweer en rampenbestrijding. Daarbij worden de nadeel gemeenten in 2024 en 2025 aflopend gecompenseerd om in te groeien naar de aangepaste jaarlijkse bijdrage. Bestuurlijk is afgesproken om de komende jaren de verdeelsleutel 50/50 te blijven hanteren. Totaal financieel kader Het totale financiële kader van de begroting 2024 bedraagt 52 miljoen euro. Hiervan wordt 40,8 miljoen euro gefinancierd met de gemeentelijke bijdrage en 7,5 miljoen euro vanuit de rijksbijdrage. De resterende 3,7 miljoen euro komt uit overige bijdragen, waarbij de bijdrage van de GGD voor de bedrijfsvoeringstaken de grootste component vormt. Voor het totale financiële kader van de begroting 2025 is de begroting 2024 het vertrekpunt waarbij bovenstaande indexering wordt toegepast voor de betreffende componenten lonen en prijzen in de begroting.
Hieronder worden de bijkomende aspecten in de begroting 2025 beschreven waarover nog onzekerheid bestaat. De verwachting is dat deze onzekerheden bij de concept begroting 2025 grotendeels zijn opgehelderd. Verhoging BDuR Net als in 2023 ontvangen de veiligheidsregio’s in 2024, in het kader van de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg, een extra doeluitkering, als verhoging van de BDuR. Voor Veiligheidsregio IJsselland gaat het in 2024 om 1.598.634 euro structureel. Bij de toekenning van deze verhoging is aangegeven dat in de periode 2025-2026 het budget opnieuw structureel verhoogd wordt. Het is op dit moment nog onduidelijk wat de verhoging voor 2025 is. Voor 1 juli 2024 dienen de veiligheidsregio’s hun plannen aan te leveren bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). Daar wordt beoordeeld of en in hoeverre de extra gelden voor de jaren 2025 en 2026 ten gunste van de regio’s komen en/ of ten gunste van landelijke ontwikkelingen. De gelden zullen ten gunste komen van risico- en crisisbeheersing en versterking van de informatieveiligheid. Aan de hand van landelijke verplichtingen, programma ‘De crisis van morgen’ en de eisen ten aanzien van de informatievoorziening en – beveiliging zal een voorstel voor het algemeen bestuur worden opgesteld op welke wijze deze gelden kunnen worden besteed.
8 Meerjarenperspectief en het principe ‘nieuw voor oud’ De afgelopen jaren heeft Veiligheidsregio IJsselland zich ontwikkeld tot een gezonde organisatie, ook bedrijfsmatig en financieel gezien. Er ontstaat steeds meer balans tussen de begroting en realisatie van de inkomsten en uitgaven. Op diverse momenten is taakstellend de begroting structureel bijgesteld bij de tussenstappen naar verdere objectivering van de verdeelsleutel. In 2023 hebben we voor het eerst het punt bereikt dat er slechts een beperkt overschot op het jaarrekeningresultaat is gerealiseerd. Dit geeft enerzijds een reëel beeld van de te maken kosten, anderzijds ontstaat er minder ruimte in de begroting om nieuwe vraagstukken financieel op te kunnen lossen. Indien mogelijk blijven we het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ hanteren voor de financiering van nieuwe vraagstukken. Een aantal ontwikkelingen heeft echter effect op dit uitgangspunt. Ten eerste ontvangt de veiligheidsregio BDuR-gelden waarmee met nieuw geld nieuwe ontwikkelingen in gang kunnen worden gezet. Daarnaast zien we in toenemende mate dat het aantal nieuwe ontwikkelingen zich steeds sneller opvolgt, terwijl bestaande voorzieningen nog steeds gecontinueerd moeten worden. Vaak zijn dit ook ontwikkelingen die landelijk zijn ingegeven of ontstaan vanuit een externe omstandigheid.
Zoals hogere opleidingskosten, de invoering van de Omgevingswet en de vitaliteitsbeoordeling (in het kader van de aanwijzing vitale sector). Hier staan voor een deel ook extra bijdragen van het rijk tegenover, hoewel de verdere verhogingen van de BDuR de komende jaren nog onzeker zijn. Bij een aantal inkooptrajecten lopen we er tegenaan dat kosten stijgen. Deze vallen niet altijd binnen de grenzen van de indexering zoals wij die toepassen bij het opstellen van de begroting. Dit geldt bijvoorbeeld voor de energielasten, de schoonmaakkosten en de vervanging van tankautospuiten. De kostenoverschrijdingen die hieruit voortkomen vangen wij op korte termijn op binnen de huidige begroting. Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat het vermogen om deze onvoorziene extra kosten intern op te vangen niet sterkt tot lange termijn uitgaven zoals de kapitaalslasten op investeringen. Op basis van bovenstaande ontwikkelingen houden we ons meerjarenperspectief constant actueel op basis van de nieuwste inzichten. Tevens zorgen we voor een up-to-date risicoparagraaf. Op die manier geven we het bestuur steeds zo snel mogelijk inzicht in de laatste financiële ontwikkelingen.
Nog te nemen bestuursbesluiten met mogelijke financiële gevolgen Ten tijde van het schrijven van deze Kadernota waren enkele voorstellen met financiële consequenties nog onderwerp van gesprek in het bestuurlijke besluitvormingsproces. Het gaat om de volgende voorstellen: - het op peil houden van de kwaliteit en capaciteit van de brandweermedewerkers door verhoging van het opleidingsbudget. Hiervoor is een structurele verhoging van het opleidingsbudget nodig van 250.000 euro. - maatregelen in Kampen om de 24/7 brandweerdekking veilig te stellen. De kosten van de meest sobere variant om dit probleem op te lossen, zijn 360.000 euro structureel. - harmonisatie van de beroepsdiensten in Deventer en Zwolle. Hiervoor komt de veiligheidsregio een bedrag van 305.000 euro structureel te kort. - huisvesting: 20.000 euro voor aanpassing van de kazerne Kampen, die niet gedekt is. De totale kosten voor het oplossen van de drie brandweervraagstukken, die niet gedekt kunnen worden door de veiligheidsregio zelf, bedragen dus 935.000 euro. Pas na bestuurlijke besluitvorming in maart is bekend of de gemeentelijke bijdrage verhoogd wordt en met welke bedragen. Bovenstaande bedragen zijn wat dat betreft maximale bedragen.