18.3 College 2 - Ontwerp UVP 2026
Tekst van het document
Ontwerp Regionaal Uitvoeringsprogramma voor de uitvoering van milieutaken 2026 Omgevingsdienst IJssellandOmgevingsdienst IJsselland Inhoudsopgave Samenvatting 1. Inleiding en context 1.1 Doel 1.2 Regionale beleidscyclus 1.3 Totstandkoming 1.4 Leeswijzer 2. Strategische doelen en ambities 2.1 Doelen regionaal VTH-beleid 2.2 Route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland 3. Programma's en thematische speerpunten 3.1 Regulering 3.2 Toezicht & handhaving voor een veilige en schone leefomgeving 3.3 Toezicht & handhaving voor een duurzame leefomgeving 3.4 Advisering 3.5 Impactanalyse 4. Facultatieve taken en programma's 4.1 Facultatieve taken 4.2 Programma's en projecten 2 5. Vooruitblik: uitvoeringsagenda in de jaren na 2026 5.1 Route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland 5.2 Regulering 5.3 Toezicht en handhaving veilig en schoon 5.4 Toezicht en handhaving voor een duurzame leefomgeving 5.5 Advisering 6. Dienstverlening 6.1 Kwaliteit 6.2 Capaciteit 6.3 Middelen 7.
Monitoring en evaluatie Bijlagen 3 6 8 9 10 11 13 20 22 26 27 29 31 32 33 34 35 37 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen Samenvatting Het Regionaal uitvoeringsprogramma voor de uitvoering van milieutaken 2026 vertaalt het regionaal VTH-beleid, dat in 2024 is vastgesteld door alle deelnemende colleges, naar concrete inzet in 2026. Uitwerking per programma In dit uitvoeringsprogramma wordt per programmaonderdeel uit de begroting 2026 van Omgevingsdienst IJsselland de inzet op diverse onderwerpen geconcretiseerd. Regulering De taken onder het programma Regulering zijn gericht op het beoordelen van informatieplichten, meldingen en vergunningaanvragen, het actualiseren van geldende vergunningen en het bevorderen van kennisdeling. Toezicht en handhaving voor een veilige en schone leefomgeving Het programma Toezicht en handhaving voor een veilige en schone leefomgeving zet in 2026 breed in op toezicht en handhaving om risico’s voor mens en milieu te beperken. De inzet richt zich op het naleven van milieuregels, het voorkomen van incidenten en het versterken van het vertrouwen in overheidstoezicht. Omgevingsdienst IJsselland voert hierbij verschillende vormen van toezicht uit.
Hulpmiddel hierbij is het risicoprioriteringsinstrument, dat bedrijven rangschikt op basis van naleefgedrag, milieubelasting en tijd sinds laatste controle. Ook worden branche-, thema- of gebiedsgericht controles uitgevoerd. Vanaf 2026 wordt gebiedsgericht toezicht structureel ingepland, met onaangekondigde controles op locaties 3 met verhoogd risico. Dit programma richt zich daarnaast op klachten en ongewone voorvallen, asbest, ketentoezicht, ondermijning en strafrechtelijke handhaving. Toezicht en handhaving voor een duurzame leefomgeving Het programma Toezicht en handhaving voor een duurzame leefomgeving draagt in 2026 bij aan de verduurzaming van bedrijven en instellingen in de regio. De focus ligt op energiebesparing, CO ₂ -reductie en het stimuleren van naleving van duurzaamheidsverplichtingen. Advisering Omgevingsdienst IJsselland levert in 2026 diverse adviesdiensten aan deelnemers. Deze adviezen ondersteunen beleidsvorming, vergunningverlening en toezicht, en dragen bij aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Het betreft hier de onderwerpen geluid en trillingen, externe veiligheid, milieuzonering, juridische advisering, luchtkwaliteit en geur en bodem. Naast de uitvoering op de basistaken, worden ook de facultatieve taken beschreven in dit uitvoeringsprogramma.
Regionale beleidscyclus Het uitvoeringsprogramma 2026 is een belangrijk instrument binnen de regionale beleidscyclus voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het programma draagt hiermee bij aan het realiseren van maatschappelijke opgaven en een gelijk speelveld, met als doel een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in de regio IJsselland. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen De uitvoeringspraktijk is gebaseerd op wettelijke kaders uit het Omgevingsbesluit en sluit aan op de begroting van Omgevingsdienst IJsselland. De uitvoering wordt jaarlijks gepland, gemonitord en geëvalueerd via het uitvoeringsprogramma, het VTH-jaarverslag en een afrekening per deelnemer. Binnen de beleidscyclus wordt gewerkt volgens het BIG-8 model, waarmee strategisch beleid doelgericht wordt vertaald naar uitvoering. Robuustheid Naast de bijdrage aan realisatie van beleidsdoelen, zet Omgevingsdienst IJsselland in 2026 ook een eerste stap in de ontwikkeling naar een robuuste omgevingsdienst. Dit is onderdeel van een landelijke beweging om de kwaliteit en effectiviteit van het VTH-stelsel te verbeteren.
In 2026 is het benodigde structurele budget voor het actualiseren van vergunningen en het herstellen van de balans in de toezichtscapaciteit verwerkt in de Kaderbrief 2026 en de Ontwerpbegroting 2026 onder de noemer ‘blauwe spoor’. Doel is te groeien naar een robuuste organisatie en taakuitvoering in 2028. Samenvatting 4 Tabel 1 - Inzet in uren 2026 Een gedetailleerde uitwerking is opgenomen in de bijlage. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen Samenvatting 5 Afkortingenlijst Boa BGE Bibob BRIKS-taken CIMLK DVO ILT IPPC KIT LGR LHSO LOB LOD MBA NLA NVWA ODNL OM REV RIEC RPI SPUK UVP VLOD VTH VTHA Wbb ZZS buitengewoon opsporingsambtenaar Basiskaart Geluidsemissie Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bouw-, reclame-, inrit-, kap- en slooptaken Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit dienstverleningsovereenkomst Inspectie Leefomgeving en Transport Integrated Pollution Prevention and Control Keten Interventie Team Landelijk Grondwater Register Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet last onder bestuursdwang last onder dwangsom milieubelastende activiteit Nederlandse Arbeidsinspectie Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Omgevingsdienst NL openbaar ministerie Register Externe Veiligheid Regionale
Informatie- en Expertisecentrum risicoprioriteringsinstrument specifieke uitkering uitvoeringsprogramma voornemen tot last onder dwangsom vergunningverlening, toezicht en handhaving vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering Wet bodembescherming zeer zorgwekkende stoffen Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 1.2 Regionale beleidscyclus Het BIG-8 model (afbeelding 1) is een samenhangend geheel dat wordt gebruikt binnen de beleidscyclus van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit model helpt bij het vertalen van strategisch beleid naar operationeel beleid en zorgt voor kwaliteitsborging met een sluitende planning- en controlcyclus. Het regionaal VTH-beleid, het regionaal uitvoeringsprogramma en het regionaal VTH-jaarverslag maken onderdeel uit van deze beleidscyclus, waarbij de evaluatie vanuit uitvoering in het jaarverslag invloed heeft en richting geeft in de bijsturing van beleid. 1. Inleiding en context 1.1 Doel In de regio IJsselland streven we naar een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en een gelijk speelveld. Het regionaal uitvoeringsprogramma (UVP) is daarbij een belangrijk instrument.
Dit UVP is een belangrijke leidraad voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en andere milieutaken in de regio IJsselland in 2026. 1.1.1 Kaders en uitgangspunten De gemeenten in IJsselland en provincie Overijssel stelden het ‘Regionaal uniform beleid voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieutaken Omgevingsdienst IJsselland 2024’ (hierna: regionaal VTH-beleid) vast. De wettelijke grondslag voor dit regionaal VTH-beleid staat in het Omgevingsbesluit artikel 13.5, uitvoerings- en handhavingsstrategie, tweede lid. Deze uitvoerings- en handhavingsstrategie (het regionaal VTH- beleid) wordt jaarlijks uitgewerkt in een UVP, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar worden verricht (artikel 13.8 Omgevingsbesluit). Het UVP wordt jaarlijks geëvalueerd (artikel 13.11 uit het Omgevingsbesluit) in het VTH- jaarverslag; op basis van deze evaluatie volgt eventuele aanpassing van het beleid. De begroting van Omgevingsdienst IJsselland en de daarin opgenomen deelnemersbijdragen vormen de basis voor het regionaal UVP 2026. Op basis van dit UVP worden individuele jaaropdrachten opgesteld, de uitvoering ingezet en daarover naar de deelnemers gerapporteerd. Op basis van de daadwerkelijk bestede uren wordt per deelnemer na afloop van het jaar een afrekening gemaakt.
6 Afbeelding 1 - BIG 8-model (gekanteld) Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 1. Inleiding en context 1.2.1 VTH-beleid Het regionaal VTH-beleid werd in 2024 door alle colleges in de regio uniform vastgesteld. Dit regionaal VTH-beleid vormt het vertrekpunt voor de uitvoering van taken vanuit Omgevingsdienst IJsselland. Dit beleid wordt na een periode van 4 jaar geëvalueerd. 1.2.2 Ontwikkelingen en thema's Het regionaal VTH-beleid vermeldt de volgende thema’s: ‘Energie & duurzaamheid’, ‘Klimaat’, ‘Circulaire economie’, ‘Bodem & water’, ‘Zeer zorgwekkende stoffen’ en ‘Ondermijning’. In het UVP komen deze als volgt aan bod: ‘Energie en duurzaamheid’ en ‘Klimaat’ in paragraaf 3.3. Circulaire economie in 4.2.3. Bodem & water in paragraaf 3.4. Zeer zorgwekkende stoffen in 4.2.4. Ondermijning in paragraaf 3.2. In de Kaderbrief bij de begroting 2026 van Omgevingsdienst IJsselland worden daarnaast nog enkele andere maatschappelijke ontwikkelingen benoemd die impact hebben op het werk van de dienst, zoals de transitie van het landelijk gebied, de woningbouw- opgave, bodemenergiesystemen, netverzwaring van het elektriciteitsnet en robotisering. In de planning van werkzaamheden wordt waar mogelijk rekening gehouden met deze ontwikkelingen.
Er zijn andere ontwikkelingen die effect kunnen hebben op de uitvoering. Bijvoorbeeld de onzekerheid rond het stikstofbeleid: vergunningaanvragen kunnen teruglopen of 7 toenemen en mogelijkheden om vergunningaanvragen te behandelen ook beïnvloed worden door landelijk of regionaal beleid. Naast inzet op de realisatie van de doelen uit het regionale VTH- beleid, is in het UVP rekening gehouden met landelijke thema’s of wettelijke ontwikkelingen die wel aandacht vragen in de uitvoering, maar waarvoor geen doelen zijn geformuleerd omdat de impact en noodzaak eerder niet duidelijk was. Daarom is ruimte voor impactanalyse(s) gereserveerd in de programmering (zie paragraaf 3.5). 1.2.3 Evaluatie De verbeterpunten die het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie deelnemers generiek over 2024/2025 heeft meegegeven gaan over: 1. inzicht in kwaliteitscriteria; 2. ontwikkeling van indicatoren en streefwaarden en 3. inzicht in de realisatie van doelen; 4. inzicht in de werking van het dynamisch risicoprioriterings- instrument (RPI) en de daarbij horende risico-inschattingen; en 5. het uitvoeren van actualiteitstoets - en indien nodig actualisatie - van de relevante vergunningen. Voor wat betreft het eerste punt geldt dat in de teksten ten behoeve van het VTH-jaarverslag 2024 van deelnemers staat in hoeverre de Omgevingsdienst voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.3.
Vanaf 2025 gelden de kwaliteitscriteria 3.0. In dit UVP is in hoofdstuk 7 het onderwerp ‘kwaliteit’ opgenomen, met daarin een beschreven aanpak voor 2026. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 1. Inleiding en context Over het tweede punt en derde punt, over de ontwikkeling van indicatoren en streefwaarden en inzicht in doelen, is een beschrijving van de aanpak opgenomen in hoofdstuk 7. Voor punt 4 geldt dat in paragraaf 3.2 de werking van het RPI is toegelicht. De actualisatietoetsen en eventuele actualisatie van vergunningen, het vijfde punt, is gepland voor 2026 en opgenomen onder paragraaf 3.1. Daarnaast is er vanuit het perspectief van de regionale beleidscyclus vanaf 2025 meer aandacht voor de evaluatie van beleid via een specifiek VTH-jaarverslag. Daarmee is de regionale beleidscyclus compleet en is er input voor de uitvoeringsprogramma’s in de jaren daaropvolgend. 1.3 Totstandkoming Dit uitvoeringsprogramma kwam tot stand in samenwerking van deelnemers (beleidsadviseurs en ambtelijk opdrachtgevers) aan de gemeenschappelijke regeling en diverse inhoudelijk betrokkenen van Omgevingsdienst IJsselland. Speerpunt hierin was een goede aansluiting van het uitvoeringsprogramma op het VTH-beleid in de regionale beleidscyclus.
Ten opzichte van eerdere jaren is meer aandacht besteed aan het beschrijven van de ontwikkeling in inzet, ook na 2026 en zowel inhoudelijk als cijfermatig. 8 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de doelen uit het regionaal VTH-beleid en het besluit van het algemeen bestuur van Omgevingsdienst IJsselland om tot een robuuste uitvoeringsdienst te komen. Hoofdstuk 3 richt zich op de programmering van de taken van Omgevingsdienst IJsselland uit het in de regio afgesproken basistakenpakket milieu. Hoofdstuk 4 behandelt facultatieve taken en inzet op projecten en programma’s. Hoofdstuk 5 kijkt waar mogelijk verder vooruit dan 2026 in de planning van werkzaamheden. Hoofdstuk 6 beschrijft de voorwaarden voor uitvoering en dienstverlening, zoals capaciteit, middelen en kwaliteit. Hoofdstuk 7 gaat over de monitoring van de uitvoering en rapportage hiervan. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen In dit hoofdstuk staan de doelen uit het regionaal VTH-beleid en de strategische doelen en ambities op het gebied van de taakuitvoering en robuustheid van Omgevingsdienst IJsselland.
2.1.Doelen regionaal VTH-beleid Het regionaal VTH-beleid kent inhoudelijke doelen onder de deelgebieden ‘veilige leefomgeving’, ‘gezonde fysieke leefomgeving’ en ‘duurzaamheid’. Veilige leefomgeving 1. Inperken risico’s fysieke veiligheid bij bedrijven. - Risico’s omtrent fysieke veiligheid bij bedrijven worden zoveel mogelijk beperkt. 2. Mens en milieu zijn beschermd tegen onaanvaardbare risico’s. - Het risico van de aard en het effect van ongewone voorvallen (incidenten of afwijkingen van reguliere bedrijfsvoering) wordt geminimaliseerd. - Omgevingsdienst IJsselland heeft gebiedskennis in huis en heeft grip op activiteiten. 3. Ondermijning: Bonafide partijen zijn preventief beschermd tegen malafide partijen. We voorkomen een waterbedeffect. - Omgevingsdienst IJsselland signaleert actief ondermijnende activiteiten. - Er wordt regionaal en eenduidig ingezet op de aanpak van ondermijning (Bibob, integrale acties en handhaving). 2. Strategische doelen en ambities 9 Gezonde fysieke leefomgeving 1. Asbest: Asbest is geïntegreerd in VTH-proces. Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsschade door asbest. - Asbest wordt veilig gesaneerd conform wet- en regelgeving. 2. Luchtkwaliteit en geur: Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door de uitstoot van fijnstof en geur door activiteiten.
- Omgevingsdienst IJsselland is inhoudelijk deskundig op het gebied van geur en luchtkwaliteit en treedt op als kennispunt. - Er is een centraal monitoring systeem voor luchtkwaliteit. 3. Geluid: Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door geluid. - Geluidshinder als gevolg van milieubelastende activiteiten wordt actief tegengegaan. - Uniformiteit van geluidsnormen tussen deelnemers wordt nagestreefd. 4. Natuur: Beschermen van de biodiversiteit. - Toezichthouders van omgevingsdienst signaleren verdachte situaties voor groene VTH-taken richting provincie, het bevoegd gezag in dezen. - Er wordt actief kennis gedeeld met ketenpartners. Duurzaamheid 1. Omgevingsdienst IJsselland draagt bij aan energiebesparing bij bedrijven en verduurzaming van afvalstromen. - Activiteiten bij bedrijven verbruiken minder energie en activiteiten bij bedrijven stoten minder CO uit. 2 - Omgevingsdienst IJsselland ondersteunt de overgang naar een circulaire economie. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 2. Strategische doelen en ambities In hoofdstuk 3 wordt het verband tussen geplande werkzaamheden die ondersteunend zijn aan deze beleidsdoelen, inzichtelijk gemaakt.
In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de monitoring en rapportage van onder meer beleidsdoelen. Hierin worden ook de 6 resultaat- indicatoren die zijn gekoppeld aan VTH-beleidsdoelstellingen benoemd, waarop vanaf 1 januari 2026 wordt gerapporteerd. Naast inhoudelijke beleidsdoelen kent het VTH-beleid ook doelen op het gebied van uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en sturing en financiën. De monitoring van deze doelen wordt behandeld in de bestuurscyclus van Omgevingsdienst IJsselland en komt (deels) aan de orde in hoofdstuk 6 en 7. 2.2 Route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland Naast de sturing op uitvoering van werkzaamheden die bijdragen aan de realisatie van beleidsdoelen uit het regionaal VTH-beleid, wordt een aantal belangrijke ontwikkelingen vanuit de route naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland in 2026 geëffectueerd. Onder andere het Rijk, IPO en VNG hebben op basis van verschillende onderzoeken geconcludeerd dat het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in Nederland onvoldoende functioneert, met grote milieuschade als gevolg. Daarom is een proces gestart om in heel Nederland te komen tot robuuste omgevingsdiensten, waarbij landelijk afspraken zijn gemaakt en ondertekend door alle betrokken partijen. In 2026 wordt een eerste stap richting een robuuste dienst gemaakt.
10 2.2.1 Actualisatie vergunningen In de regio IJsselland zijn 590 bedrijven milieuvergunningplichtig, buiten de groep die onder de Seveso-richtlijn valt of militair terrein of gebouw is. De vergunningplichtige bedrijven vormen de groep met de meeste en zwaarste milieurisico's. Deze vergunningen moeten periodiek worden geactualiseerd. Bij de oprichting van de omgevingsdienst is onvoldoende budget beschikbaar gesteld om aan de wettelijke vereiste voor het actualiseren van vergunningen te voldoen. Met ingang van 2026 zijn hiervoor middelen beschikbaar en kunnen deze werkzaamheden worden gepland. 2.2.2 Herstellen balans toezichtcapaciteit In 2022 is binnen het programma Samen Toekomstbestendig opnieuw bepaald hoeveel tijd nodig is voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. Bij toezicht is geen rekening gehouden met hercontroles; er is uitgegaan van één controle zonder capaciteit voor opvolging. Hercontroles zijn echter noodzakelijk bij eerder geconstateerde overtredingen om te toetsen of deze zijn hersteld. Hoewel dit destijds als disclaimer is benoemd, heeft dit niet geleid tot opvolging. In de praktijk gingen hercontroles ten koste van eerste controles, waardoor achterstanden ontstaan. Dit vergroot bestuurlijke en milieurisico’s en beperkt de bijdrage aan leefbaarheid en duurzame ontwikkeling in de regio.
Om dit te herstellen is naar aanleiding van het AB-besluit van 19 december 2024 extra capaciteit voor toezicht opgenomen in de begroting en verwerkt in het uitvoeringsprogramma 2026. In hoofdstuk 5 wordt beschreven wat vervolgstappen in de ontwikkeling naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland na 2026 zijn. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 11 Uitvoering De volgende activiteiten dragen bij aan de realisatie van VTH- beleidsdoelen: Informatieplichten: ontvangen en controleren van verstrekte gegevens en bescheiden, dossiers raadplegen en zo nodig aanvullen, het afhandelingsbericht verzenden en registreren. Meldingen: ontvangen en controleren van verstrekte gegevens en bescheiden, dossiers raadplegen en zo nodig aanvullen, toetsen, afhandelingsbericht verzenden en registreren. Eventuele vervolgacties starten, zoals maatwerkbesluit. Vergunningen: ontvangen en controleren op indieningsvereisten, dossier raadplegen en zo nodig aanvullen, toetsen en besluiten, besluit verzenden en registreren. Na het verstrekken van de vergunning plannen we een oplevercontrole, waarbij onder meer beoordeeld wordt of de situatie aan de vergunning voldoet.
Voor de provincie Overijssel omvat dit ook de BRIKS-taken. Daarnaast wordt het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) voor de agrarische bedrijven gevuld (zie ook paragraaf 3.4.5). Deze tool geeft inzicht in de luchtkwaliteit. Inzet 19.708 uur waarvan 655 uur voor oplevercontroles. Samenwerking Waar nodig wordt advies gevraagd aan of vindt afstemming plaats met de deelnemers, het Waterschap, de Veiligheidsregio en/of GGD. Voor het CIMLK wordt gebruikgemaakt van een programma dat het ministerie van VWS hiervoor aanbiedt. In de begroting 2026 van Omgevingsdienst IJsselland worden de programma’s Regulering, Toezicht en Handhaving, Advies, Facultatieve taken en Projecten gespecificeerd. De werkzaamheden die onder de programma’s uit de begroting van Omgevingsdienst IJsselland worden benoemd, draaien in essentie om: Regulering/vergunningverlening: de afweging of en onder welke voorwaarden milieubelastende activiteiten (MBA’s) mogen plaatsvinden. Toezicht en Handhaving: het bevorderen en indien nodig afdwingen van naleefgedrag. Advisering: het beoordelen van rapportages en adviseren over milieuvraagstukken. De bijdrage aan de beleidsdoelen met inzet op werkzaamheden wordt in de volgende paragrafen uitgewerkt. Daarbij zijn de programma’s uit de begroting als vertrekpunt gehanteerd.
3.1 Regulering 3.1.1 Behandelen ‘informatieplichten’, meldingen en vergunningsaanvragen Omgevingsdienst IJsselland behandelt ‘informatieplichten’ , meldingen en vergunningaanvragen volgens de vergunningen- strategie uit het regionaal VTH-beleid en binnen de wettelijk gestelde termijnen . Deze werkzaamheden dragen bij aan diverse VTH-beleidsdoelen. 1 2 Zie Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving1 Zie Omgevingsrecht en Algemene wet 2 bestuursrecht Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 12 3.1.3 Kennisontwikkeling en vakoverleg Afstemming tussen de vakspecialisten, zoals het bespreken van casussen, is een voorwaarde voor een goede uitvoering van het werk. Voor kennisontwikkeling en -behoud via vakoverleg reserveren we voor regulering 1.890 uur. 3.1.2 Actualisatie(toets) vergunningen Een actuele vergunning draagt bij aan bescherming en kwaliteit van het milieu. Ook zorgt het voor een gelijk speelveld bij en toekomstbestendigheid van onze bedrijven. Uitvoering De vergunningen worden periodiek op actualiteit getoetst en als het nodig is geactualiseerd. In 2026 start Omgevingsdienst IJsselland een structureel programma voor alle deelnemers.
Daarbij krijgen complexe (IPPC) bedrijven prioriteit, vanwege hun aanzienlijke milieu-impact. Elke actualisatie begint met een toets die uitwijst of een actualisering noodzakelijk is. Als dat het geval is, wordt de vergunning geactualiseerd. Inzet 6.467 uur. Samenwerking Samenwerking is aan de orde als externe deskundigheid nodig is: het Waterschap wordt gevraagd om advies bij lozingen van afvalwater en de Veiligheidsregio bij complexe gevallen op het gebied van veiligheid. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten Gebiedsgericht werken Vanaf 2026 wordt in de programmering nadrukkelijk rekening gehouden met de uitvoering van gebiedsgericht werken. Denk hierbij aan gevelcontroles of gebiedsgerichte toezichtacties op onverwachte, onaangekondigde momenten in het buitengebied of op industrieterreinen. Deze controles vinden plaats zonder dat hieraan voorafgaand een melding, klacht of vergunningaanvraag ten grondslag ligt. Ze zijn locatiegebonden en vormen een belangrijk onderdeel van de toezichtstrategie. Gebiedsgerichte controles dragen bij aan het vroegtijdig signaleren van mogelijke overtredingen en het voorkomen van onwenselijke situaties in het buitengebied.
Risicoprioriteringsinstrument Het uitgangspunt in de regio is dat elk bedrijf minstens 1 keer per 10 jaar wordt gecontroleerd. Bij de start van Omgevingsdienst IJsselland werden controles op basis van dit uitgangspunt ingepland met een statisch risicomodel. Daarbij werden alle milieurelevante bedrijven in een vaste controlefrequentie gepland (inmiddels hanteert de Omgevingswet het begrip ‘locatie’ waarbij één of meer milieubelastende activiteiten (mba) plaatsvinden). De insteek daarbij was dat elk bedrijf in ieder geval 1 keer in de 10 jaar werd gecontroleerd, waarbij de frequentie voor de meest complexe bedrijven jaarlijks, voor gemiddeld complexe bedrijven eens per 3-5 jaar en de minst complexe bedrijven eens per 10 jaar was. In de praktijk zijn naast deze indeling meer factoren van invloed op milieurisico’s. Ook kan de invloed van deze factoren van moment tot moment wisselen. Een dynamisch risicoprioriteringsinstrument (RPI) neemt deze aspecten, zoals naleefgedrag, mee in de prioritering.
13 3.2 Toezicht & handhaving voor een veilige en schone leefomgeving 3.2.1 Algemene inzet voor een veilige en schone leefomgeving Het toezicht op bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten draagt bij aan de realisatie van de beleidsdoelen uit het regionaal VTH- beleid en daarmee de bescherming van mens en milieu tegen gezondheids- en milieurisico’s (luchtkwaliteit, geur, fijnstof, bodemverontreiniging, ZZS, geluid). Fysieke veiligheidsrisico’s bij bedrijven worden verminderd en een veilige, duurzame en leefbare omgeving bevorderd. Daarnaast is er een gelijk speelveld en wordt het vertrouwen in overheidstoezicht versterkt. Uitvoering Om deze doelen te realiseren, zetten we in op diverse vormen van toezicht, conform ons regionaal VTH-beleid: Toezicht bij oplevering van een milieuvergunning, samen met de vergunningverlener Periodiek toezicht (waaronder hercontroles) - Jaarlijkse controles bij IPPC-bedrijven (voorbeelden: grotere chemische installaties, intensieve veehouderijen (varkens, pluimvee) - Branche-, thema- of gebiedsgerichte aanpak, luchtwassers, Zeer Zorgwekkende Stoffen, ondermijning, vuurwerk) - Risicogestuurd toezicht Administratief toezicht Toezicht naar aanleiding van klachten en ongewone voorvallen Toezicht tijdens lopende handhavingsprocedures.
Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen Inzet 38.787 uur + 13.365 uur (herstel balans toezichtscapaciteit) = 52.152 uur. Samenwerking Het toezicht wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met diverse partners, om kennis, capaciteit en bevoegdheden optimaal te benutten. Belangrijke samenwerkingspartners zijn: Provincie Overijssel Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) Politie Veiligheidsregio Waterschappen Gemeenten Landsdeel Oost-Nederland De samenwerking kenmerkt zich door informatie-uitwisseling, afstemming van toezichtstrategieën, gezamenlijke acties en bestuurlijke afstemming waar nodig. 3. Programma's en thematische speerpunten Voordeel van het RPI is: Actueel: de beoordeling past zich steeds aan op basis van nieuwe data, zoals controleresultaten en meldingen; Efficiënter: het model richt zich op de locaties waar het meeste effect te behalen is; Transparantie en verantwoording: met het RPI is beter uit te leggen waarom een bepaalde locatie vaker wordt gecontroleerd en een ander niet; bij een statisch model zijn het immers vaste frequenties; Stimulans tot beter naleefgedrag: ondernemers zien dat beter naleefgedrag leidt tot minder/ander toezicht.
Kortom: met de diverse toezichtvormen en het RPI wordt de inzet van Omgevingsdienst IJsselland effectiever en efficiënter. Beleidsmatige wensen en accenten In samenspel met de deelnemers betrekt Omgevingsdienst IJsselland beleidsmatige wensen en accenten in de taakuitvoering. Het regionale VTH-beleid is daarbij het uitgangspunt. Voorbeelden van dit soort context: Thematisch: geur, bodemkwaliteit, energietransitie, veiligheid, stikstof Gebiedsgericht: bedrijventerreinen, buitengebied Beleidsdoelen/ambities: aansluiting bij omgevingsvisie en -plan, duurzaamheidsambities Omgevingsdienst IJsselland benut de mix van toezichtvormen om deze beleidswensen te incorporeren in de taakuitvoering. Met name branche- en themagericht werken biedt daartoe mogelijkheden. Als voorbeeld: voor een prioritair thema als ZZS kan Omgevingsdienst IJsselland via thema-aanpak doelgericht de desbetreffende bedrijven selecteren en toezicht houden. Met andere woorden: toezicht wordt niet uitsluitend via het RPI bepaald. Waar dat kan en nuttig is, wordt het RPI toegepast. 14 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3.
Programma's en thematische speerpunten 3.2.2 Klachten en ongewone voorvallen Met de inzet op klachten en ongewone voorvallen worden risico’s in de fysieke veiligheid bij bedrijven beperkt en worden mens en milieu beschermd tegen onaanvaardbare risico’s. Deze inzet zorgt ervoor dat burgers (en bedrijven) zo min mogelijk overlast ondervinden van milieubelastende activiteiten. Uitvoering Voor ongewone voorvallen is een protocol waarin wordt beschreven welke stappen gevolgd moeten worden indien melding wordt gemaakt van een ongewoon voorval (uniforme werkwijze). Door goede afspraken te maken met het Meldpunt en het klantcontactcentrum wordt beter inzicht beoogd in aantallen en locaties waar ongewone voorvallen plaatsvinden. Voor milieuklachten geldt dat Omgevingsdienst IJsselland naar aanleiding van een melding toezicht houdt. Klachten en meldingen worden binnen 5 werkdagen in behandeling genomen via één aanspreekpunt. Inzet Voor klachten en ongewone voorvallen wordt 3.510 uur gepland. Daarvan is 350 uur voor ongewone voorvallen gereserveerd. Daarnaast is er 2.066 uur gereserveerd voor algemene inzet voor het meldpunt milieu. Samenwerking Voor ongewone voorvallen is er vooral samenwerking met de Veiligheidsregio. De samenwerking over klachten heeft vooral betrekking op gemeenten in de regio en de provincie Overijssel.
15 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen Samenwerking Omgevingsdienst IJsselland onderhoudt nauwe samenwerking met relevante partners in de toezichtketen via: Deelname aan casus-overleggen met andere omgevingsdiensten; Inbreng in de Tactische Kamer en Werkkamer Asbest van Omgevingsdienst Nederland (ODNL); Structurele samenwerking met partijen als de Politie, Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA), Certificerende Instellingen (CBI’s), gemeenten en collega-omgevingsdiensten. 3.2.4 Ketentoezicht en ondermijning Met ketentoezicht willen we een verminderde leefbaarheid, gezondheid en duurzaamheid voorkomen of herstellen. Dit vraagt om zicht en grip op het naleefgedrag van de verschillende actoren in (afval)ketens binnen de regio IJsselland. Samen met netwerkpartners ontwikkelen we projectmatige samenwerkingen, zoals: Oliebenzine-afscheiders en vetvangputten – in samenwerking met de waterschappen. Opslag van gevaarlijke stoffen – samen met de Veiligheidsregio en de vakgroep Externe Veiligheid van team Advies. Afvalstoffenprojecten – uit het Jaarprogramma Omgevingsdiensten Oost-Nederland (Overijssel en Gelderland). Specifieke projecten binnen IJsselland.
Ondermijning Bij ondermijning zetten we in op bescherming van bonafide partijen tegen malafide invloeden en het voorkomen van een waterbed- effect. Omgevingsdienst IJsselland signaleert actief ondermijnende activiteiten en pakt deze regionaal en eenduidig aan, via Bibob, integrale acties en handhaving. 3. Programma's en thematische speerpunten 3.2.3 Asbest De werkzaamheden onder dit onderwerp dragen direct bij aan het VTH-beleidsdoel: Asbest wordt veilig gesaneerd conform wet- en regelgeving. Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsschade door asbest. Uitvoering Omgevingsdienst IJsselland verstevigt haar inzet op asbestverwijdering door in te zetten op innovatie, samenwerking en risicogerichte informatievoorziening.
In 2026 gebeurt dit onder andere door: De inzet van een AI-applicatie ter ondersteuning bij de beoordeling van asbestinventarisatierapporten; Het gebruik van een asbestdashboard waarmee toezicht efficiënter en data-gestuurd kan worden uitgevoerd; Het intensiveren van ketentoezicht en data-analyse en de samenwerking met ketenpartners, waaronder andere omgevingsdiensten, de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en certificerende instellingen; Door inzet van de AI-applicatie, het Asbestdashboard en versterkt ketentoezicht met behulp van data-analyse, kunnen signalen van afwijkingen en mogelijke illegale asbestsaneringen sneller en gerichter worden herkend en opgevolgd. Deze inspanningen dragen bij aan een beter overzicht van de risico’s, een hogere kwaliteit van toezicht en het voorkomen van gezondheidsrisico’s door ondeugdelijke of ongeoorloofde asbestverwijdering. Inzet 6.612 uur. 16 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten Uitvoering Ketentoezicht We formuleren heldere probleemstellingen en projectplannen op basis van beschikbare informatie en tactische analyses (onder andere van team Ketentoezicht Tiel). Deze plannen worden uitgevoerd en geëvalueerd binnen de reguliere beleidscyclus.
Ondermijning Samen met onze deelnemers streven we naar het ontdekken, voorkomen en tegengaan van ondermijning in het buitengebied en op bedrijventerreinen. We nemen deel aan uitvoeringsprojecten met netwerkpartners zoals: Veilig buitengebied Gemeentelijke en provinciale ondermijningsprojecten Synthetische drugs (syndru) Meld Misdaad Anoniem RIEC-tafels Daarnaast werken we samen met de veiligheidsregio, politie, GGD, NVWA, Rijkswaterstaat, het openbaar ministerie en waterschappen. We analyseren signalen en data, coördineren integrale controles en communiceren waar nodig over bevindingen en aanpak. Ketenprojecten 2026 In 2026 ligt de focus onder andere op: Grondstromen Metaalrecycling E-waste Propaantanks en olie- en benzineafscheiders Asbest Afvaltransportcontroles Inzet 5.854 uur. Samenwerking Binnen landsdeel Oost werkt Omgevingsdienst IJsselland samen op het gebied van ketentoezicht. De daaruit volgende rapporten en signalen bespreken we in ons keteninterventieteam (KIT) en bepalen we de vervolgstappen. In het KIT werken we nauw samen met het team Toezicht & Handhaving aan tactische analyses en projectuitvoering. 17 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3.
Programma's en thematische speerpunten 3.2.5 Strafrecht en boa's Door inzet op strafrechtelijke handhavingsinstrumenten levert Omgevingsdienst IJsselland een bijdrage aan de naleving van milieuwetgeving. Omgevingsdienst IJsselland bereidt strafrechtelijke opsporingsonderzoeken voor die voortkomen uit regulier toezicht, ketentoezicht en handhavingsverzoeken of meldingen conform de LHSO. Indien het bestuursrechtelijke handhavingstraject daartoe aanleiding geeft, wordt de zaak overgedragen aan het Openbaar Ministerie (OM) voor strafrechtelijke afhandeling. Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) wordt ingezet in onder meer de volgende situaties: 1. Op aanwijzing van de boa-coördinator (bijvoorbeeld bij opsporingsonderzoeken); 2. Als onderdeel van ketentoezicht; 3. Bij hercontroles in het kader van dwangsombesluiten. Binnen deze trajecten stellen boa’s diverse processen-verbaal op, waaronder bestuurlijke strafbeschikkingen milieu, SAM (Snelle Afdoening Milieu)-proces-verbalen, proces-verbaaldossiers en verkorte misdrijf-proces-verbalen. Inzet 1.900 uur. Samenwerking Omgevingsdienst IJsselland werkt structureel samen met: Het Functioneel Parket Politie Oost-Nederland ILT NVWA NLA Waterschappen RIEC Gemeenten Provincie Overijssel Andere omgevingsdiensten.
18 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 3.2.6 Handhavingzaken en -verzoeken Uitvoering Het handhavingstraject verloopt als volgt: Bij een geconstateerde overtreding geeft de toezichthouder een hersteltermijn. Na deze termijn volgt een hercontrole, soms samen met een boa. Indien de overtreding voortduurt, worden handhavingsmaatregelen getroffen: Voornemen tot last onder dwangsom (VLOD) Last onder dwangsom (LOD) In enkele gevallen: Last onder bestuursdwang (LOB) Bij meldingsgerichte handhaving voert een toezichthouder een controle uit, waarna -indien noodzakelijk- een bestuursrechtelijke maatregel wordt ingezet. Inzet 3.072 uur. Samenwerking Omgevingsdienst IJsselland neemt actief deel aan overlegstructuren met het Functioneel Parket, politie Oost-Nederland, ILT, NVWA, NLA, andere omgevingsdiensten, gemeenten, provincie, waterschappen en het RIEC. Deze structurele samenwerking draagt bij aan de versterking van kennisdeling, afstemming en gezamenlijke inzet in het kader van strafrechtelijke milieuhandhaving. 19 3.2.7 Kennisontwikkeling en vakoverleg Afstemming tussen de vakspecialisten, zoals het bespreken van casussen, is een voorwaarde voor een goede uitvoering van het werk.
Voor kennisontwikkeling en -behoud via vakoverleg ten behoeve van toezicht en handhaving voor een veilige en schone leefomgeving reserveren we 1.265 uur. Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 3.3 Toezicht en handhaving voor een duurzame leefomgeving De uitvoerring van werkzaamheden voor een duurzame leefomgeving dragen bij aan verduurzaming bij bedrijven en instellingen in de regio. Activiteiten bij bedrijven en gebouwen gebruiken minder energie en veroorzaken minder CO -uitstoot. 2 3.3.1 Algemene doelen voor een duurzame leefomgeving Uitvoering In 2026 voert Omgevingsdienst IJsselland op het gebied van energie en duurzaamheid het volgende uit: Controleren bij gebouwen en bedrijven of er voldoende energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Samen met de ondernemers en gebouweigenaren afspraken maken over de uitvoering van ontbrekende maatregelen. Controleren of deze afspraken ook worden nagekomen. Is dat niet het geval, dan start handhaving. Rapportages verzamelen in het kader van de Informatieplicht energiebesparing en de Onderzoeksplicht energiebesparing.
Inzicht in de doelgroep verbeteren door het identificeren van bedrijven met energiebesparingsplicht die nog niet hebben voldaan aan de Informatieplicht. Rapportages van de Onderzoekplicht (bij zeer grote bedrijven) beoordelen en actief in gesprek gaan met de bedrijven over de uitvoering van de energiebesparende maatregelen die in het onderzoek zijn geïdentificeerd. Adviseren over best beschikbare technieken bij aanvragen voor een omgevingsvergunning milieu. Deelnemen in diverse regionale en landelijke (kennis)netwerken op het gebied van energiebesparing. Inzet 2.920 uur en 486 uur voor E&D bij vergunningverlening. Samenwerking De reguliere werkzaamheden worden uitgevoerd voor alle gemeenten in het werkgebied en voor de provincie Overijssel. Er wordt samengewerkt met Omgevingsdienst Twente, bijvoorbeeld voor kennisontwikkeling en het bewerkstelligen van regionale uniformiteit. 3.3.2 CO2-reductie Werkgebonden personenmobiliteit Het Besluit CO ₂ -reductie werkgebonden personenmobiliteit heeft als doel werkgevers bewust(er) te maken van de duurzaamheid van hun mobiliteit. Werkgevers met meer dan 100 medewerkers zijn verplicht om gegevens aan te leveren over het woon-werkverkeer en zakelijke verkeer van hun werknemers. Omgevingsdiensten zijn aangewezen om de toezichthoudende taak en handhaving op deze regelgeving uit te voeren.
De handhaving gebeurt op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Uitvoering In 2026 streven we ernaar dat alle werkgevers die onder de reikwijdte van het besluit vallen, voldoen aan de rapportageverplichting. Binnen het werkgebied van Omgevingsdienst IJsselland betreft dit 305 bedrijven. 20 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten Inzet 1.000 uur. De inzet op deze nieuwe basistaak is niet opgenomen in de begroting 2026. Voor 2026 is hiervoor circa 1.000 uur nodig. Deze inzet wordt eenmalig binnen de bestaande begrotingsruimte gepland. Samenwerking Waar nodig vindt afstemming plaats met de deelnemers. Voor het uitvoeren van het besluit wordt gebruikgemaakt van de leidraad die ODNL hiervoor aanbiedt. 3.3.3 Kennisontwikkeling en vakoverleg Afstemming tussen de vakspecialisten, zoals het bespreken van casussen, is een voorwaarde voor een goede uitvoering van het werk. Voor kennisontwikkeling en -behoud via vakoverleg reserveren we voor toezicht en handhaving voor een duurzame leefomgeving 906 uur.
21 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 3.4 Advisering Voor adviesproducten zijn geen doelstellingen in het regionaal VTH-beleid bepaald; ze dragen bij aan de plannen of beleid bij deelnemers of aan producten van Omgevingsdienst IJsselland. In het UVP wordt gewerkt met de ureninzet zoals we deze afgelopen jaren hebben gepland, tenzij deelnemers afwijkingen melden, zoals bij bijzondere (RO-)projecten. Advies werkt vraaggestuurd. Naast de inzet op expertises in de volgende paragrafen, behandelt Omgevingsdienst IJsselland in algemene zin informatieverzoeken. Samenwerking in dit programma is gericht op de deelnemers en daarnaast op teams die werken aan vergunningverlening en toezicht en handhaving bij Omgevingsdienst IJsselland. 3.4.1 Geluid en trillingen Met advisering op het gebied van geluid geeft Omgevingsdienst IJsselland uitvoering aan de adviesvragen van alle deelnemers. Omgevingsdienst IJsselland zet zich actief in voor het beheersen van geluid- en trillingsoverlast. Wij voeren geluidmetingen uit, beoordelen akoestische rapporten en adviseren over vergunningverlening en ruimtelijke plannen.
Ook ondersteunen we bij klachtenafhandeling, toezicht en handhaving op het gebied van industrielawaai, bouwlawaai, wegverkeersgeluid en trillingen. Met onze inzet zorgen we ervoor dat de leefomgeving voldoet aan de geldende normen en dat hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dit doen we in lijn met de eisen uit de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en lokale regels. Beoordelen van onder meer geluidrapporten; Voor geluidgezoneerde terreinen (29 stuks) ondersteunt Omgevingsdienst IJsselland de deelnemers de komende jaren bij het proces om de omzetting naar geluidproductieplafonds (GPP’s) te regelen. Uiterlijk in 2031 moet dit klaar zijn. De basisgeluidemissie (BGE) van lokale (spoor)wegen legt Omgevingsdienst IJsselland vast in het geluidregister (centrale voorziening geluidgegevens, cvgg). De BGE is de nul-situatie (2026), het referentieniveau, en gaat bewaakt worden door het bevoegd gezag . 3 Er geldt een wettelijke periodieke vijfjaarlijkse monitoring voor de3 basisgeluidemissie. De gemeente is hiervoor verantwoordelijk. In 2031 moeten de BGE’s opnieuw berekend worden met de verkeersgegevens van dat jaar. Is er sprake van een toename van 1,5 dB, dan dient de gemeente dit te motiveren en aangeven welke maatregelen zij neemt om deze geluidtoename zoveel mogelijk te beperken. Inzet 8.168 uur.
3.4.2 Externe veiligheid De advisering op het gebied van externe veiligheid draagt bij aan het behoud en/of de verbetering van een veilige leefomgeving door te voldoen aan de adviesvragen van alle deelnemers. Uitvoering De komende jaren is onze focus gericht op het borgen van externe veiligheid binnen de energietransitie door vroegtijdig te adviseren over en samen te werken aan veilige toepassing van innovatieve energieoplossingen zoals waterstof en buurtbatterijen. Daarnaast richt onze advisering zich op het gebied van externe veiligheid op: De advisering over de routering van gevaarlijke stoffen; Afstemming met de Veiligheidsregio en soms een andere Omgevingsdienst; 22 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten Advisering aan vergunningverleners en toezichthouders ten aanzien van externe veiligheid; Het bijhouden van het register externe veiligheid (REV), zodat dit actueel blijft. Inzet 900 uur. 3.4.3 Milieuzonering Omgevingsdienst IJsselland adviseert over milieuzonering bij ruimtelijke ontwikkelingen om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen en milieuhinder tussen functies te voorkomen.
We beoordelen plannen op aspecten zoals geur, geluid, stof en gevaar en hanteren daarbij landelijke richtlijnen zoals de VNG- handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. Onze inzet draagt bij aan een zorgvuldige ruimtelijke afweging en het voorkomen van toekomstige hinder of knelpunten. Uitvoering Omgevingsdienst IJsselland adviseert inhoudelijk op het gebied van milieuzonering met het oog op integrale advisering aangaande alle milieuaspecten. Inzet 4.000 uur. 3.4.4 Zienswijzen, Woo-verzoeken en juridische procedures De advisering van Omgevingsdienst IJsselland draagt bij aan een correct besluit om een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving en gelijk speelveld te stimuleren. Uitvoering Ook in 2026 behandelt Omgevingsdienst IJsselland juridische vraagstukken op het terrein van het omgevingsrecht: Adviseren over en opstellen beschikkingen ten aanzien van (complexe) aanvragen op grond van de Omgevingswet of op grond van een omgevingsplan. Adviseren over ambtshalve wijzigingen, gedoog- en intrekkingsbeschikkingen. Onderbouwing bij ingediende zienswijzen bij de motivering van het definitieve besluit. Woo-verzoeken, Omgevingsdienst IJsselland werkt aan milieuzaken namens de deelnemers. Verzoeken om openbaarmaking worden in de meeste gevallen behandeld door de gemeente of provincie.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan verzoeken om inzage in vergunningen, uitgevoerde handhaving, geluid of uitstoot van stoffen. Omgevingsdienst IJsselland neemt in deze gevallen geen beslissing, maar levert wel informatie aan. Voor een aantal deelnemers behandelt Omgevingsdienst IJsselland ook het bezwaar en beroep (zie 4. Facultatieve taken). Inzet 1.794 uur. 23 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3. Programma's en thematische speerpunten 3.4.5 Luchtkwaliteit en geur Met advisering op het gebied van luchtkwaliteit en geur voldoet de omgevingsdienst aan de adviesvragen van alle deelnemers. Uitvoering De advisering op het gebied van luchtkwaliteit en geur richt zich in 2026 op: • Het voldoen aan de vragen van alle deelnemers en hierover integraal adviseren; • Advisering aan vergunningverleners en toezichthouders ten aanzien van lucht en geur; • Het bijhouden van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), analyse van de inzichten uit dit instrument en op basis daarvan adviseren over beleid, strategie en uitvoering. Inzet 1.000 uur. 3.4.6 Bodem Bodemadvisering levert een bijdrage aan het realiseren en behouden van een gezonde leefomgeving.
De energietransitie, huisvesting, economische ontwikkeling, landbouw, grondwater- kwaliteit en klimaatadaptatie zijn niet los van de bodem te zien. Bodem vormt het fundament van deze ruimtelijke ambities en opgaven. Uitvoering De taakuitvoering van Omgevingsdienst IJsselland draagt bij aan de uitvoering van het beleid, de doelen en regels die zijn vastgesteld in de omgevingsplannen, bodembeleidsplannen en de visie hierop. De inzet richt zich op de volgende thema’s: 1. Bodemenergiesystemen: - Registreren bodemenergiesystemen in het Landelijk Grondwater Register (LGR); - Afhandeling van toestemmingen voor bodemenergiesystemen en beoordeling van de werking van het bodemenergiesysteem; - Toezien op de aanleg van bodemenergiesystemen; - Toezicht bij onzekerheid over correcte uitvoering van de aanleg. 24 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 2. Adviestaken: - Bodemadvies bij en participatie in de uitvoering van projecten of bij onderwerpen van deelnemers; - Advisering op bodemgebied bij bezwaar en beroep bij deelnemers binnengekomen; - Interne advisering bij toezicht en vergunningverlening; - Informatieverstrekking aan deelnemers en derden (makelaars, aannemers, particulieren) - Verwerken van rapporten in Bodem Informatie Systeem (Nazca).
3. Vergunningverlening en toezicht: - Meldingen saneren beoordelen en afhandelen (vallen onder bodemvergunningverlening); - Vergunningverlening onder WBB (oude wet, overgangsrecht); - Toezicht op de meldingen graven (boven interventiewaarde of twijfel); - Meldingen beoordelen voor toepassen tijdelijk opslaan van grond, bagger en bouwstoffen en het toezicht hierop. Inzet 15.998 uur. 3. Programma's en thematische speerpunten 3.4.7 Advisering omgevingsplannen Omgevingsdienst IJsselland adviseert over de op te nemen milieuregels in omgevingsplannen. Wanneer deelnemers besluiten om gezamenlijk op te trekken, levert dit voordelen op in de uitvoering. Uitvoering Met specialistische kennis levert Omgevingsdienst IJsselland een bijdrage aan de RO-taak van gemeenten bij het opstellen van het omgevingsplan, zodat: Er regionale afstemming is en deelnemers leren van en met elkaar; We de efficiëntie van onze uitvoeringstaken kunnen vergroten; Beleidsontwikkeling, -doorwerking en -uitvoering een consistent geheel zijn; De handhaafbaarheid van de regels in omgevingsplannen gewaarborgd is en Een gelijk speelveld gecreëerd wordt in IJsselland. Inzet Omgevingsdienst IJsselland adviseert over de op te nemen milieuregels in omgevingsplannen. Hiervoor worden in 2026 geen uren gereserveerd. In de jaaropdrachten kunnen deelnemers en Omgevingsdienst IJsselland hierover individuele afspraken maken.
25 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 3.4.8 Kennisontwikkeling en vakoverleg Afstemming tussen de vakspecialisten, zoals het bespreken van casussen, is een voorwaarde voor een goede uitvoering van het werk. Voor kennisontwikkeling en -behoud via vakoverleg reserveren we voor advisering 1.093 uur. Daarnaast vindt ook regiobrede vakinhoudelijke afstemming plaats. 3.5 Impactanalyse Ons werkveld is dynamisch, ook in 2026 worden nieuwe wettelijke verplichtingen en ontwikkelingen voorzien. Met een reservering van 1% van de totaal inzetbare uren, 1.444 uur, worden ontwikkelingen en de gevolgen van wetgeving waaraan moet worden voldaan, in kaart gebracht. In de Kaderbrief en Begroting 2026 worden hierbij de Kaderrichtlijn Water en Richtlijn Industriële Emissies als voorbeeld benoemd. 3. Programma's en thematische speerpunten 26 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 4. Facultatieve taken en programma's 4.1 Facultatieve taken Voor elke facultatieve taak is (of wordt) een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten.
De insteek is dat de facultatieve taken aanvullend moeten zijn op de basistaken milieu, dat deze basistaken niet mogen verdringen en het kostendekkend is. 4.1.1 Bouwtaken Uitvoering Omgevingsdienst IJsselland verzorgt de benodigde vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake onder meer bouw, reclame, inrit, kap en sloop. Inzet Inzet op bouwtaken verloopt in overleg met de deelnemer. Samenwerking Advies binnen procedure wordt gevraagd bij welstand, de Veiligheidsregio en indien van toepassing het Waterschap. Bij rijksmonumenten wordt advies gevraagd aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE in opdracht van ministerie van OCW). Opdrachtgever Opdrachtgever voor deze facultatieve taak is de gemeente Ommen. 4.1.2 Toezicht en handhaving energielabels Uitvoering Omgevingsdienst IJsselland voert deze facultatieve taak uit op basis van een dienstverleningsovereenkomst voor de periode tot en met 2026, waaronder de volgende aspecten worden uitgevoerd: regionale aanpak werkzaamheden, naleving regelgeving en kwaliteitsborging, handhaving en monitoring. Inzet 1.213 uur conform AB-besluit 5 oktober 2023. Opdrachtgevers Deze facultatieve taak wordt uitgevoerd voor de gemeenten Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. De gemeenten Dalfsen en Deventer voeren de werkzaamheden zelf uit.
27 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 4. Facultatieve taken en programma's 4.1.3 Faciliteren omgevingstafel De regionale omgevingstafel is een instrument waarmee op efficiënte wijze initiatieven integraal besproken kunnen worden, dat wil zeggen: met alle ketenpartners. Hierdoor wordt de kans op de haalbaarheid van het initiatief vergroot. Dit zoeken naar het mogelijk maken van initiatieven past in de gedachte van de omgevingswet. Omgevingsdienst IJsselland faciliteert de omgevingstafel, waar deelnemers en aanvragers hun casussen kunnen aanmelden. Uitvoering Het faciliteren van de omgevingstafel IJsselland zodat: • voor de omgevingstafel een voorzitter en secretaris beschikbaar is; • de benodigde hulpmiddelen beschikbaar zijn, zoals mailadressen, internetsite, gegevensuitwisseling; • een digitale of fysieke locatie beschikbaar is voor de overleggen van de omgevingstafel en voor voorbereidende overleggen. Inzet In de begroting 2026 is €73.205 begroot. Daarnaast zijn er kosten voor ICT. De kosten worden achteraf verrekend naar deelnemers. Opdrachtgevers Opdrachtgevers hiervoor zijn: alle deelnemers en waterschap Drents Overijsselse Delta.
4.1.4 Behandelen bezwaar en beroep De behandeling van bezwaar en beroep richt zich op: Rechtmatige afhandeling; Zorgvuldige afhandeling en waar nodig politiek-bestuurlijke afstemming; Duidelijke en tijdige afhandeling, waarbij termijnen niet worden overschreden; Deskundige afhandeling, door deze taken door milieuspecialisten te verzorgen; Bevorderen gelijk speelveld door deze afhandeling voor zoveel mogelijk bevoegd gezagen in IJsselland te verzorgen; Efficiënte afhandeling, doordat we deze zaken reeds kennen uit de vergunnings- en/of handhavingsfase en door schaalgrootte. Uitvoering Het behandelen van bezwaar- en beroepszaken milieu (6 deelnemers), waaronder ook verzoeken om voorlopige voorzieningen en hoger beroepszaken worden begrepen, namens de deelnemer: Het ontvangen en analyseren van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken om voorlopige voorziening; Daar waar mogelijk naar een oplossing zoeken die in het belang van beide partijen is en tot intrekking van een bezwaar- of beroep kan leiden.
Het verzamelen en verzenden van de op de zaak betrekking hebbende stukken; Het opstellen van verweerschriften en pleitnota’s; Het vertegenwoordigen van het bevoegd gezag tijdens hoorzittingen; Opstellen van een voorstel aan het college op basis van het advies van de bezwaarcommissie en waar nodig bestuurlijke afstemming; 28 Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 4. Facultatieve taken en programma's Periodieke analyse van bezwaar en beroepszaken en aanbevelingen doen. Inzet We reserveren maximaal 900 uur voor de advisering Bezwaar en Beroep voor zes deelnemers. 4.1.5 Beleidsadvies bodem Een robuuste ondersteuning van onze deelnemers op het gebied van bodemadvies en het ondersteunen bij beleidsadviezen in het kader van de omgevingsplannen. Uitvoering Omgevingsdienst IJsselland adviseert en ondersteunt bij het opstellen van onder andere omgevingsplannen en bodemgerelateerde regionale regelgeving waarmee we de bodemkwaliteitsambities van de deelnemers realiseren. Daarnaast gaat het hierbij om periodiek opstellen en beheer van de bodemkwaliteitskaart en de bodemnota. Inzet In 2026 wordt geen vraag van deelnemers verwacht. Opdrachtgevers Opdrachtgevers hiervoor zijn: alle gemeenten (behalve gemeente Zwolle) en twee waterschappen.
29 4.2 Programma's en projecten 4.2.1 Op weg naar meer waarde In het regionaal VTH-beleid staat in paragraaf 4.4, ‘Programmeren nieuwe stijl: naar meer waarde’ een aantal vernieuwingen die leiden tot meer maatschappelijk effect (outcome). Het gaat hierbij om outcome-gericht werken, regionaal programmeren, branche- aanpak en integraal werken. De Routekaart 2025-2030 geldt daarbij als het meerjaren ontwikkelplan voor Omgevingsdienst IJsselland, waarin alle opgaven en acties programmatisch samenkomen. Doelen Een werkwijze met branche-, gebied- en themagerichte aanpak is volledig geïmplementeerd, naast de andere bekende vormen van toezicht. Deze aanpak levert input voor het Uitvoeringsprogramma 2027. Voor het regionaal programmeren hanteren we 10% van de beschikbare capaciteit voor planmatig toezicht. De zes afgesproken resultaatindicatoren uit het programma worden geregistreerd, gemonitord en er wordt actief op gestuurd. Energiebesparing wordt specifiek benoemd als beoogde outcome. Uitvoering Nieuwe werkwijze (verder) ontwikkelen en uitvoeren, waarbij we de keuze van de diverse toezichtsvormen betrekken. We passen de werkwijze aan op basis van onze ervaringen. Bevorderen van leren en ontwikkelen via intervisiesessies. In samenwerking met het regionale VTH-beleidsteam aan de slag met outcome.
Inleiding & context | Strategische doelen & ambities | Programma's & thema's | Facultatieve taken & programma's Uitvoeringsagenda | Dienstverlening | Monitoring & evaluatie | Bijlagen 4. Facultatieve taken en programma's 4.2.2 Programma Energie & Duurzaamheid (opdracht gemeente Deventer) Omgevingsdienst Isselland voert voor de gemeente Deventer extra werkzaamheden uit op het gebied van energiebesparing. Uitgangspunt is dat daardoor meer bedrijven gaan voldoen aan de wettelijke eisen door meer energiebesparende maatregelen te treffen. Hierdoor wordt binnen de gemeente blijvend energie bespaard. 4.2.3 Programma Circulaire economie (opdracht provincie Overijssel) Het programma Circulaire economie heeft als doel de overgang naar een circulaire economie te bevorderen. Inzet hierop verloopt in overleg met de opdrachtgever provincie Overijssel en in aansluiting op het programmaplan Circulaire Economie, in samenwerking met Omgevingsdienst Twente. 4.2.4 Programma Zeer zorgwekkende stoffen (opdracht provincie Overijssel) In overleg met opdrachtgever provincie Overijssel draagt het project bij aan een betere vergunningverlening, toezicht en handhaving in relatie tot zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) volgens de pijlers bewustwording, kennisdeling en samenwerking.