1.1 Provincie Overijssel - Bijlage 1. Belangrijkste wijzigingen Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2026
Tekst van het document
Bijlage 1. Belangrijkste wijzigingen Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2026 Waarom een (nieuw) GTK? Het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) is aan vernieuwing toe. Dat heeft er mee te maken dat de huidige versie (uit 2020) niet meer actueel is. Maar ook omdat er verschillende ontwikkelingen zijn geweest waardoor het GTK niet meer volledig is. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een risicomodel, nieuwe regelgeving over het ramen van onderuitputting en het onder voorwaarden kunnen inzetten van de algemene reserve als structureel dekkingsmiddel . Teksten zijn verder verduidelijkt De tekst zijn voor sommige onderwerpen verder uitgewerkt of is de toelichting uitgebreid. Inzet van de algemene reserve surplus voor tekorten in de begroting Heeft uw begroting tekorten? En heeft uw gemeente een algemene reserve waarvan een deel geen bestemming heeft, ook wanneer u rekening houdt met uw risico’s? Dan kan het zijn dat u de algemene reserve kunt gebruiken om (een deel) van het structurele tekort te dekken. Wilt u hier gebruik van maken, dan moet u wel voldoen aan een aantal voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat u maximaal 10% mag inzetten van dat deel van de algemene reserve wat u niet nodig heeft om uw risico’s af te dekken. Daarnaast moet uw solvabiliteit, op 1 januari van het jaar van inzet, groter of gelijk zijn aan 20%.
Solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Het is een kengetal dat aangeeft hoe financieel gezond uw gemeente is. Dit kengetal vindt u (vaak) terug in uw paragraaf weerstandsvermogen. Neem vooraf contact op met de provincie wanneer u hier gebruik van wil maken. De provincie kan dan samen met u beoordelen of u voldoet aan de voorwaarden. Alleen wanneer u aan alle voorwaarden voldoet, kunnen wij dit accepteren als structureel dekkingsmiddel. Meer informatie vindt u in paragraaf 7.1.3.1 Inzet surplus algemene reserve van het GTK 2026. Inzet surplus voor een specifiek beleidsdoel Heeft u een groot vrij deel van de algemene reserve (surplus)? Dan kun u ook een deel hiervan inzetten voor een specifiek beleidsdoel. Onder bepaalde voorwaarden kunt u een deel van dit surplus uit de algemene reserve halen en dit storten in een nieuwe bestemmingsreserve. Een belangrijke voorwaarde is dat het gaat om een eenmalige onttrekking aan de algemene reserve ten gunste van (een vooraf aangegeven) programma of specifiek beleidsdoel anders dan voor de dekking van kapitaallasten. Neem vooraf contact op met de provincie wanneer u hier gebruik van wil maken. De provincie kan dan samen met u beoordelen of u voldoet aan de voorwaarden. Alleen wanneer u aan alle voorwaarden voldoet, kunnen wij dit accepteren als structureel dekkingsmiddel.
Meer informatie vindt u in paragraaf 7.1.3.3 Inzet surplus algemene reserve voor een specifiek beleidsdoel. Ramen onderuitputting Onderuitputting is wanneer je minder geld uitgeeft dan je had verwacht of gepland. Dit heet ook wel een onderschrijding van de begroting en/of jaarrekening. Vaak wordt onderschrijding achteraf pas duidelijk bij de jaarrekening. In sommige gevallen kan het zijn dat vooraf al duidelijk is dat er onderuitputting zal zijn. Gemeenten mogen een specifieke post aan onderuitputting opnemen in hun begroting. Dit geeft gemeenten de ruimte om op voorhand in de begroting rekening te houden dat niet alle plannen worden gerealiseerd. Op die manier wordt de (investerings-)planning direct betrokken bij de beoordeling van het structureel en reëel evenwicht. In de notitie Structurele en incidentele baten en lasten 2026 van de Commissie BBV worden als voorbeelden loonkosten, of investeringen die later tot realisatie komen dan begroot (over-programmering). Deze zijn in het GTK 2026 verder uitgewerkt. Een algemene stelpost onderuitputting vinden wij niet reëel. Gedeputeerde Staten bepalen of een stelpost kan worden toegestaan. Wilt u hier gebruik van maken? Neem dan contact op met de toezichthouder van uw gemeente. Meer informatie vindt u in paragraaf 7.2.2.4 Onderuitputting en een rekenvoorbeeld vindt u in bijlage 2.
Onderhoud kapitaalgoederen Om de financiële gevolgen van onderhoud op uw kapitaalgoederen duidelijk te maken, is het belangrijk dat per kapitaalgoed wordt beschreven welk onderhoud de komende jaren nodig is, wat de voortgang van en/of achterstand op het onderhoud is en hoe dit in de begroting staat. Zo wordt zichtbaar of de gemeente het gewenste kwaliteitsniveau kan halen met het beschikbare geld. In de begroting moet ook duidelijk zijn welk deel van de kosten voor klein onderhoud is en welk deel voor groot onderhoud. Heeft u voorzieningen om het groot onderhoud te dekken van uw kapitaalgoederen te dekken? Dan dient uw beheerplan actueel te zijn. Is uw beheerplan niet meer actueel? Dan vallen deze middelen vrij. Sommige gemeenten zetten dit geld dan (tijdelijk) in een aparte reserve voor groot onderhoud. Gebruikt u een dergelijke reserve? Dan zijn de onttrekkingen een incidentele baat. Dit kan gevolgen hebben op uw structurele saldo. De voorziening moet altijd voldoende zijn om het geplande groot onderhoud te betalen. Als er te weinig geld in zit, moet de gemeente dit aanvullen door jaarlijks meer geld te reserveren. Achterstallig onderhoud mag niet over meerdere jaren worden uitgesmeerd. Als er schade of een onveilige situatie is, moet er direct een voorziening worden gemaakt en moet herstel meteen in de begroting worden opgenomen, inclusief de kosten.
Meer informatie vindt u in paragraaf 7.3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Een stap richting meer risicogericht toezicht. In het vorige GTK was een toetspuntenlijst opgenomen. Als provincies streven we ernaar om meer risicogericht te beoordelen met een risicomodel. We willen dit risicomodel de komende tijd verder ontwikkelen en is daarmee niet in ‘beton gegoten’. De toetspuntenlijst, zoals deze in het voorgaand GTK nog was opgenomen, komt daarmee te vervallen. Veruit de meeste toetspunten krijgen aandacht in het risicomodel. Meer informatie vindt u in Bijlage 1 Toelichting op het risicomodel van het GTK 2026