Zakelijk verslag informatieavond 1 oktober 2025.pdf
Tekst van het document
Zakelijk verslag informatieavond 1 oktober 2025 Aanwezig Ed Hobo Danker Kouwen Toon van der Wegen Joop Stoeldraijer Jos Verbeek Gidion Tunders Bas van Opdorp Gerda van Caam Ko Brooijmans Rien Somers Cees van Agtmaal Dennis van Agtmaal Kaderstelling Samenleven met nieuwkomers Verbeek: Faciliteert de gemeente alleen locaties voor statushouders? A: Het enige wat de gemeente hoeft te doen is een locatie aanbieden. Volgens de wet zijn er twee mogelijkheden. De gemeente biedt een locatie aan en het AZC beoordeelt of die voldoet aan hun eisen en dan gaan zij er verder mee aan het werk. 1 van de belangrijke criteria die het COA hanteert is dat er gewerkt wordt met een minimum aantal opvangplekken van ongeveer 250 en meer om hun business case sluitend te krijgen. Aangezien Steenbergen niet meer dan het wettelijk aantal plekken wenst te realiseren in verband met de kleinschaligheid die passend is voor de kernen waaruit de gemeente is opgebouwd, komt optie 2 in beeld en dat is dat de gemeente onder eigen regie een kleinschaliger opvang realiseert in afstemming met het COA. In dat geval kan een andere organisatie gevraagd worden zoals het Rode Kruis om de uitvoering en het beheer op zich te nemen. Van Opdorp: Klopt het dat het COA een verbintenis van een locatie wil van minimaal 15 jaar? A: Het COA wil graag duurzame locaties. 15 jaar is daarin echt een minimum.
Het doel is locaties die zelfs 20 tot 30 jaar mee kunnen. Van Opdorp: Waarom kiezen wij niet voor noodopvang? De gemeente mag toch kiezen hoe we mensen opvangen? A: De gemeente mag inderdaad kiezen hoe we mensen opvangen, maar daar zitten wel vereisten aan. Een noodopvang voldoet bijvoorbeeld niet aan de duurzaamheidseis. Van der Wegen: Hoe vertaal je de zin “De spreidingswet schrijft niet voor hoe gemeenten de opvang van asielzoekers organiseren.” A: Het ‘hoe’ slaat op hoe gemeenten het proces doorlopen om een locatie aan te wijzen. Aan de locaties die de gemeente uiteindelijk aanwijst zitten wel allerlei eisen. Van Opdorp: Volgens de nieuwe Wet Inburgering moeten gemeenten voor statushouders voor 5 jaar onderdak, zorg en onderwijs organiseren. De meeste azc’s zijn een mengeling van asielzoekers en statushouders. Trekken wij deze wet door naar asielzoekers? A: Schriftelijke beantwoording volgt.
Brooijmans: Is de 14% die de enquête heeft beantwoord representatief? A: In een open enquête als deze, waarin een grote groep wordt aangeschreven, is 14% hoog. Hobo: Hoeveel van die enquêtes zijn teruggestuurd met een rood kruis erdoorheen? A: 131 respondenten hebben een rood kruis geplaatst op de enquête. Van der Wegen: Is de uitspraak dat 14% representatief is een uitspraak op basis van feiten? A: Dat zijn uitspraken van de onderzoeksexperts. De exacte tekst over de representativiteit is te vinden in de bijlage van de raadsmededeling van juni. Stoeldraijer: In kader 9 staat dat we financieel verantwoord handelen. Financiert het Rijk dit niet? Hoe kunnen we dat dan als kader stellen? A: Aan de opvang van Oekraïners houdt de gemeente geld over. Het Rijk geeft meer middelen dan we uitgeven. Voor statushouders krijgen gemeenten budget. Als je dit budget op een slimme manier uitgeeft, kom je met dit budget uit. Bij asielzoekers heb je de keuze of je de opvang aan het COA overlaat of zelf doet. Als je het aan het COA overlaat, is het hun verantwoordelijkheid. Het COA organiseert dit echter alleen bij opvanglocaties van 250+ mensen. Als de gemeente de opvang zelf organiseert krijgen we hier budget voor, zoals een bepaald bedrag per persoon per nacht en enkele andere potjes. Gemeenten die minder dan 250 personen opvangen onderhandelen nu met het Rijk over het geld dat ze krijgen.
Dat is wat wij ook gaan doen. Als we dan extra geld nodig hebben komt het college weer naar de raad.
Stoeldraijer: Het bedrag van €0,7 miljoen, dat we naar voorbeeld van Nijkerk waarschijnlijk zelf bij moeten leggen is elk jaar? A: Het tekort waarnaar wordt verwezen is inderdaad een berekening, een benadering, van het tekort dat zou ontstaan bij een aantal van 78 opvangplekken zoals Steenbergen die wettelijk moet realiseren en bij een financiering zoals die blijkt uit de cijfers van Nijkerk. Dat is elk jaar/ Verbeek: Dit voorstel is kostendekkend? A: De kadernota gaat idd uit van een kostendekkende operatie. Als uit de onderhandelingen blijkt dat dat niet zou lukken, moet het college terug naar de raad. Kouwen: Zijn er al locaties in zicht? A: Nee. We hebben bewust nog niet naar locaties gezocht. Er heeft zich één locatie aangeboden, maar die keuze is nu nog niet in de orde. Pas als de kaders vastgesteld zijn, weten we de opdracht vanuit de raad en gaan we op zoek naar een locatie. Kouwen: Kunnen we wel kaders stellen, als we nog niet weten hoe duur het gaat worden, omdat er nog geen locatie is gekozen. A: U stelt het kader dat we financieel verantwoord, kostendekkend, te werk gaan. De locatie moet daar dan binnen vallen.
Kouwen: Welke kaders of randvoorwaarden zijn er rond hoe het verblijf eruit moet zien? A: De regelgeving rondom asielzoekerscentra (AZC's) in Nederland is vastgelegd in de Wet COA, de EU-Opvangrichtlijn en de Spreidingswet, en wordt uitgevoerd door het COA (Centraal Orgaan
opvang asielzoekers). Asielzoekers hebben recht op onderdak, begeleiding, levensonderhoud en medische zorg. Er zijn specifieke regels voor afgewezen asielzoekers, statushouders en voor het gedrag in het AZC, zoals huisregels en bezoekersreglementen, die de leefbaarheid en veiligheid waarborgen. Deze informatie is te vinden via de volgende URL, https://www.coa.nl/nl/overprocedures-en-regelgeving Van Opdorp: Vaak zeggen mensen: “Niet in mijn voortuin.” Waarom is er geen participatie op de keuze voor de locatie? A: Er is wel gesproken over participatie mbt de locatiekeuze, maar het is altijd iemands voortuin. Als de gemeente het initiatief neemt en de locatie kiest is er daarna wel omgevingsparticipatie. In de enquête staat in ieder geval dat men wil dat de locatie(s) aan de rand van het dorp komt. Daarna komt de keuze voor de locatie nog naar de raad. De raad heeft adviesrecht bij Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA). De raad heeft dat recht bijvoorbeeld bij de huisvesting van vluchtelingen. Van Opdorp: Het adviesrecht van de raad is niet bindend. A: Het bindend adviesrecht van de gemeenteraad betekent dat de raad zich, vooraf bij raadsbesluit, kan aanmerken als adviseur voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
In die situaties moet het college van B&W het advies van de raad inwinnen, en – binnen de grenzen van de beoordelingsregels – er rekening mee houden: kan de raad bijvoorbeeld adviseren tot weigering, dan mag het college in beginsel niet besluiten tot verlening, en vice versa. Daarnaast geldt dat het advies pas bindend is voor zover het gebaseerd is op de wettelijk vastgestelde beoordelingsregels; liegt het advies daarbuiten, dan mag het college ervan afwijken, mits dat goed wordt gemotiveerd. Van Opdorp: In Etten-Leur is er wel participatie gedaan over de locatie. Daar is het een succes. Hoe is dat gegaan? A: Als het college een locatie op het oog heeft, wordt er meteen participatie toegepast. In EttenLeur is het een succes omdat er gesprekken met de omgeving gevoerd zijn zodra de locatie in beeld was. Die gesprekken gingen over hoe de locatie en dergelijke wel of niet werden ingevuld. Van der Wegen: Waarom kiest het college voor één hoofdlocatie in plaats van meerdere locaties, zoals uit de enquête naar voren kwam? A: Hier is uitgebreid bij stil gestaan. Meerdere locaties in meerdere kernen past bij de gemeente en haar kleine kernen. Men wil echter ook integratie. Dat is beter te regelen wanneer iedereen in één locatie verblijft. Dan kan je de docenten e.d. naar alleen die locatie sturen, en hoef je geen mensen te vervoeren.
Ook het Rijk vindt meerdere locaties niet efficiënt, wat kan betekenen dat we niet meer geld krijgen om meerdere locaties in te richten. Van der Wegen: Weten de respondenten van de enquête ook dat het college één locatie wil kiezen? A: Als de kaders bepaald zijn moeten we gaan uitleggen waarom we bepaalde keuzes gemaakt hebben. Verbeek: Stel dat we van het Rijk later toch meer mensen moeten opvangen. Moeten we dan alles opnieuw doen of zijn er andere mogelijkheden? A: Als de locatie van de gemeente is, is het lastig voor het Rijk om de gemeente op te dragen meer mensen op te vangen. Als uit het spreidingsmodel toch opeens blijkt dat we meer mensen
moeten gaan opvangen, gaan we terug naar het Rijk voor extra middelen. We moeten dus kijken naar een locatie waar eventueel ook bijgebouwd kan worden.