CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordtlijst wijziging APV gemeente Steenbergen ihkv de Omgevingswet 2331382.pdf

Besluitvormende Vergadering 14 december 2023, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 12.: Wijziging APV vanwege de Omgevingswet5.517 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

*2331382* 2331382

Was-wordt-lijst wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Steenbergen in het kader van de Omgevingswet (artikel II, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) WAS Algemene Plaatselijke Verordening 2022 (artikel II, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1:1 (Definities) In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Steenbergen; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk

zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens, kinderwagens, en rolstoelen;

WORDT Algemene Plaatselijke Verordening 2024

WORDT In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet. - bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak

zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

2331382

WAS - weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

(artikel II, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1:2, derde lid (Beslistermijn) 3.In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11 of een vergunning als bedoeld in artikel 2:12. (artikel II, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1:4, derde lid (Voorschriften en beperkingen)

WORDT - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

WORDT 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

WORDT

3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. (artikel II, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1:5 (Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing) De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

(artikel II, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 1:6, eerste en tweede lid (Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing) De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

WORDT

1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

WORDT

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of 2/13

2331382

WAS d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.

WORDT e. de houder dit verzoekt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

(artikel II, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:10, tweede t/m zevende lid (Voorwerpen op of aan een openbare plaats)

WORDT

2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg en/of openbare plaats is verleend.

4. Het verbod geldt tevens niet voor de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels uit hoofde van het vierde lid: a. terrassen als bedoeld in artikel 2:27 eerste lid onder b; b. uitstallingen; c. bouwobjecten; d. reclameborden; e. plantenbakken en banken; f. nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen. 5. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid; 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.

[vervalt]

2. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg en/of openbare plaats is verleend. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het vierde lid gestelde nadere regels: a. terrassen als bedoeld in artikel 2:27 eerste lid onder b; b. uitstallingen; c. bouwobjecten; d. reclameborden; e. plantenbakken en banken; f. nader door het college aan te wijzen voorwerpen. 4. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het derde lid; 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

3/13

2331382

WAS 7.In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

WORDT 6. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

8.Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

(artikel II, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg) 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Verordening wegen Noord-Brabant 2010, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren.

(artikel II, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:12, derde lid, (Omgevings)vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg

WORDT

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. [vervalt]

2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren.

WORDT

4/13

2331382

WAS 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.

WORDT 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

(artikel II, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:21, tweede lid (Voorzieningen voor verkeer en verlichting) 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

WORDT

2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

(artikel II, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:28, tweede lid (Exploitatie openbare inrichting) 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid eveneens weigeren indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn.

WORDT

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

(artikel II, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:29, vijfde lid (Sluitingstijd) 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

WORDT 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

(artikel II, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:39, derde lid onder b (Speelgelegenheden)

WORDT

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

(artikel II, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit)

5/13

2331382

WAS Artikel 2:40e, onder c (Weigeringsgronden)

WORDT

c. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening en geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning;

c. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend omgevingsplan en geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning;

(artikel II, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:40i, vierde lid onder e (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat) 4. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: [e.v.] e. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan of een geldende Leefmilieuverordening; [e.v.] (artikel II, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:60, eerste lid (Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren) 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.

(artikel II, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:64, vierde lid (Bijen) 4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de verordening Wegen Noord-Brabant 2012;

(artikel II, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 2:71 (Definitie)

WORDT

4. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: [e.v.] e. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan; [e.v.]

WORDT

1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; of c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of d. te voeren.

WORDT 4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

WORDT

6/13

2331382

WAS In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

WORDT In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

(artikel II, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 3:7, eerste lid onder j (Weigeringsgronden) j. De voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een beheersverordening.

WORDT j. De voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

(artikel II, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 3:9, eerste lid onder g (Intrekkingsgronden)

WORDT

1. De vergunning wordt ingetrokken als: [e.v.] g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening.

(artikel II, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:1 (Definities) In deze afdeling wordt verstaan onder: - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

1. De vergunning wordt ingetrokken als: [e.v.] g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.

WORDT In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

7/13

2331382

WAS - geluidsgevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

(artikel II, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:5, eerste lid onder c en vierde lid (Onverstrekte muziek) 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: [e.v.] c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; [e.v.]

WORDT

1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: [e.v.] c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; [e.v.]

4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. (artikel II, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:5b, vijfde lid (Geluidhinder in de openlucht)

WORDT - geluidsgevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

WORDT

8/13

2331382

WAS 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010.

WORDT 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of de provinciale omgevingsverordening.

(artikel II, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:6, derde lid (Overige geluidhinder) 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Provinciale milieuverordening Noord- Brabant 2010.

WORDT 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

(artikel II, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) Artikel 4:13, aanhef eerste lid en derde lid (Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke) 1.Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: [e.v.]

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Wegenverordening Noord- Brabant 2010. (artikel II, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:15, tweede lid (Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. (artikel II, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:17 (Definitie)

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: [e.v.] 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

WORDT

2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. WORDT

9/13

2331382

WAS In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. (artikel II, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 4:18, eerste lid (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) 1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd of buiten een kampeerterrein valt waarvoor de medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning.

WORDT

1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

(artikel II, onderdeel AC, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:5, tweede lid (Voertuigwrakken) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

WORDT 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit activiteiten leefomgeving.

(artikel II, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:6, derde lid (Kampeermiddelen en andere voertuigen) 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Verordening wegen Noord-Brabant 2010.

(artikel II, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:18, tweede lid (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden) 2.Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen medewerking is of zal worden verleend aan het afwijken middels een omgevingsvergunning. (artikel II, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:20, eerste lid (Afbakeningsbepalingen)

WORDT In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

WORDT

3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

WORDT

2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

WORDT

10/13

2331382

WAS 1. Artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.

WORDT 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

(artikel II, onderdeel AG, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:24, vierde lid (Voorwerpen op, in of boven openbaar water) 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, Verordening water Noord- Brabant, de Woonschepenverordening, de Havenverordening, de Telecommunicatiewet of Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren.

(artikel II, onderdeel AH, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:25, derde lid (Ligplaats vaartuigen) 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening water Noord- Brabant.

(artikel II, onderdeel AI, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:28, tweede lid (Beschadigen van waterstaatswerken) 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water NoordBrabant. (artikel II, onderdeel AJ, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:30, tweede lid (Veiligheid op het water)

WORDT

4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, de Woonschepenverordening, de Havenverordening, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

WORDT 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, of het Binnenvaartpolitiereglement.

WORDT

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

WORDT

11/13

2331382

WAS 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water Noord- Brabant.

WORDT 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

(artikel II, onderdeel AK, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:32, derde lid (Crossterreinen) 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

WORDT 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

(artikel II, onderdeel AL, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:33, vierde lid onder b (Beperkingen verkeer in natuurgebieden) 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening Noord- Brabant aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

WORDT

4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’.

(artikel II, onderdeel AM, van het wijzigingsbesluit) WAS Artikel 5:34, eerste en vijfde lid (Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken) 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

WORDT

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening Noord- Brabant 2010.

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Aanpassingen van ‘Toelichting op de Algemene plaatselijke verordening 2016 (APV)’ (artikel II, onderdeel AN, van het wijzigingsbesluit) WAS Toelichting op ‘2:22’ De bepaling fungeert als vangnetbepaling voor wanneer het bestemmingsplan de problematiek onvoldoende regelt.

WORDT De bepaling fungeert als vangnetbepaling voor wanneer het omgevingsplan de problematiek onvoldoende regelt.

12/13

2331382

WAS

WORDT

Toelichting op ‘2:28’ In lid 2 is toegevoegd ‘onverminderd het bepaalde in artikel 1:8’ om aan te geven dat de weigeringsgronden van artikel 1:8 ook hier van toepassing zijn. De vergunning voor het exploiteren en geopend hebben van een openbare inrichting is persoonsgebonden. De persoon van de exploitant speelt immers een belangrijke rol in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. Mede daarom is in het tweede lid als weigeringsgrond opgenomen dat de vergunning kan worden geweigerd indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn. Aansluiting is hier gezocht bij de terminologieën inhoud van wat hieronder wordt verstaan in artikel 8 van de Alcoholwet. De toetsingsgronden zijn hier van overeenkomstige toepassing. Toelichting op ‘Hoofdstuk 4, 4:2 t/m 4:5’ Op basis van de Wet Milieubeheer zijn in het landelijk Activiteitenbesluit de geluidsnormen vastgelegd waar aan de horeca zich dient te houden. De gemeente heeft de mogelijkheid om collectieve of individuele ontheffingen te verlenen en de geluidniveaus waaraan moet worden voldaan te verlagen. Dat is geregeld in de APV.

[vervalt]

De vergunning voor het exploiteren en geopend hebben van een openbare inrichting is persoonsgebonden. De persoon van de exploitant speelt immers een belangrijke rol in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. Mede daarom is in het derde lid als weigeringsgrond opgenomen dat de vergunning kan worden geweigerd indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn. Aansluiting is hier gezocht bij de terminologieën inhoud van wat hieronder wordt verstaan in artikel 8 van de Alcoholwet. De toetsingsgronden zijn hier van overeenkomstige toepassing. Op basis van de Wet Milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn in het landelijk Activiteitenbesluit de geluidsnormen vastgelegd waar aan de horeca zich dient te houden. De gemeente heeft de mogelijkheid om collectieve of individuele ontheffingen te verlenen en de geluidniveaus waaraan moet worden voldaan te verlagen. Dat is geregeld in de APV.

Algemene toelichting op artikel II, onderdelen B t/m AN: De APV bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat na inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Omgevingswet. Het gaat om een juridisch-technische omzetting.

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1664/documents/19143