CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

HR _ Technische vragen peuterspeelzaal Pipi (002) (1) (1) (2) (2) (1) (1) (1).pdf

Besluitvormende Vergadering 25 juni 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 13.: Vaststelling definitieve jaarstukken 2025.1.044 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Lijst Verbeek inzake jaarrekening 2025 “Voorziening boekverlies Peuterspeelzaal Pippi” Inleiding In 2012 is peuterspeelzaal Pippi met gemeentelijke financiering gehuisvest in gerenoveerde, tweedehands noodunits. Daarbij werd uitgegaan van een boekwaarde gebaseerd op een verwachte levensduur van 25 jaar. Inmiddels is gebleken dat deze inschatÝng niet realistisch was en dat de feitelijke levensduur van de units korter is. Daarnaast was in het Meerjarenonderhoudsplan opgenomen dat het gebouw van Pippi in 2024 zou worden voorzien van een nieuw dak en in 2025 van een nieuwe brandmeldinstallatie. Met de getroffen regeling voor peuterspeelzaal Pippi is sprake van een kindcentrum, zoals opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Het IHP vormt het beleidsmatige kader voor de huisvesting van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Steenbergen. In het door de gemeenteraad op 26 september 2024 vastgestelde Integraal Huisvestingsplan Steenbergen 2024–2040 hebben de schoolbesturen en de gemeente de ambitie uitgesproken om te komen tot een bereikbaar en toekomstbestendig aanbod van kindvoorzieningen. Daarbij wordt ingezet op de realisatie van integrale kindcentra (IKC’s), waarin onderwijs en kinderopvang zoveel mogelijk gezamenlijk worden gehuisvest.

In dit geval is geen sprake van volledig gezamenlijke huisvesting van onderwijs en kinderopvang in één gebouw. Wel is sprake van een sterke functionele en organisatorische verbondenheid tussen beide voorzieningen. De nieuwe units zijn op 29 mei 2026 feestelijk in gebruik genomen. 1. Is het gebouw overgedragen aan de LPS en heeft de LPS het gesloopt of heeft de gemeente Steenbergen het gebouw gesloopt en heeft de LPS slechts de beschikking gekregen over de ondergrond van het gebouw? Antwoord: De gemeente is en blijft eigenaar van de grond waarop de voormalige Peuterspeelzaal Pipi was gevestigd. Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe huisvesting heeft LPS de bestaande units laten verwijderen en de daarmee samenhangende kosten voor haar rekening genomen. De nieuwe units zijn eigendom van LPS en de gemeente Steenbergen is eigenaar van de ondergrond gebleven. Om het gebruik van deze units op gemeentegrond mogelijk te maken, is ten behoeve van LPS een opstalrecht gevestigd. 2.

Wat is Uw overweging geweest om het gebouw te slopen dan wel “om niet” over te dragen aan de LPS, wetende dat volgens de taxateur het gebouw nog een zekere waarde had? Antwoord: Bij de afweging om het gebouw te slopen dan wel om niet over te dragen aan LPS is niet uitsluitend gekeken naar de getaxeerde waarde van het gebouw, maar nadrukkelijk ook naar de technische staat, de functionaliteit en de toekomstige onderhoudslasten. In de raadsmededeling van december 2024 is de raad ook geïnformeerd over het feit dat de gebruiker van de units heeft aangegeven dat het gebouw niet langer geschikt was voor de huisvesting van de peuterspeelzaal. Daarnaast was sprake van toenemende onderhoudsbehoefte en daarmee samenhangende kosten. Uit gesprekken met de gebruiker

bleek dat vervangende nieuwbouw noodzakelijk werd geacht om te kunnen voldoen aan de huidige eisen ten aanzien van kwaliteit, gebruiksgemak en het pedagogisch binnenklimaat. In de oorspronkelijke planvorming was uitgegaan van een levensduur van circa 25 jaar. In 2024 is echter geconstateerd dat deze inschatÝng te optimistisch is geweest. De technische staat van de units was zodanig verslechterd dat het gebouw niet langer voldeed aan de huidige wet- en regelgeving en de kwaliteitseisen die aan onderwijs- en opvanghuisvesting worden gesteld. 3. Bent U bereid om alsnog met de LPS in gesprek te gaan om te komen tot vergoeding van de getaxeerde waarde van het voormalige gebouw? Antwoord: Bij de totstandkoming van de afspraken met LPS is bewust gekozen voor een integrale oplossing waarbij LPS de kosten voor de verwijdering van de bestaande units en de realisatie en financiering van de nieuwe units voor haar rekening neemt. Zoals hiervoor is aangegeven, is de gemeente eigenaar gebleven van de grond en heeft LPS zorg gedragen voor de verwijdering van de bestaande units en de investering in de nieuwe huisvesting. Gelet op deze afspraken en de daarmee samenhangende financiële verdeling zien wij geen aanleiding om de gemaakte afspraken te herzien. 4.

Waarom heeft U als College geen melding gemaakt van deze taxatie? Antwoord: In de raadsmededeling van december 2024 is de raad geïnformeerd over de voorgenomen vervanging van de units en de overwegingen die daaraan ten grondslag lagen. Een taxatie is in beginsel een intern hulpmiddel bij de voorbereiding van besluitvorming en dient onder meer om een objectief beeld te verkrijgen van de financiële aspecten van een voorgenomen besluit. Het college heeft destijds de afweging gemaakt om de raad te informeren over het besluit en de onderliggende overwegingen, zonder daarbij afzonderlijk in te gaan op alle interne stukken die bij de besluitvorming zijn betrokken. 5. Bent U bereid de gemeenteraad inzage te verlenen in genoemd taxatierapport? Zo nee waarom niet? Zo ja, dan verzoek ik U dit taxatierapport toe te voegen op het RIS Antwoord: Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Woo kan deze informatie momenteel niet openbaar worden gemaakt, omdat dit de economische en/of financiële belangen van de gemeente beschadigt. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van openbaarheid op dit moment. Openbaarmaking van de informatie kan gevolgen hebben voor de privaatrechtelijke verhouding. Zodra het vestigen van het zakelijk recht notarieel is gevestigd en dit dossier is afgewikkeld is, kan de gemeenteraad stukken vertrouwelijk inzien via de grifÏe. 6.

Hoeveel bedraagt de jaarlijkse huur voor de betreffende ondergrond van het gebouw? Antwoord: Op grond van de huurovereenkomst bedraagt de jaarlijkse huur voor de betreffende ondergrond € 5.546,25. De huur wordt per kwartaal voldaan. De huurtermijnen voor het eerste en tweede kwartaal van 2026 zijn reeds door LPS betaald. 7. Met ingang van wanneer wordt deze huur in rekening gebracht aan de LPS en waar kan ik deze huur vinden in de jaarrekening 2025?

Antwoord: De huur wordt met ingang van 2026 per kwartaal aan LPS in rekening gebracht. De opbrengsten zijn daarom niet opgenomen in de jaarrekening 2025. 8. Is er voor het nieuwe gebouw al een recht van opstal gevestigd? Zo nee waarom niet? Antwoord: Het recht van opstal voor het nieuwe gebouw is op dit moment nog niet gevestigd. De opdracht hiervoor is inmiddels verstrekt aan de notaris en de benodigde voorbereidingen worden momenteel afgerond. Ik zie Uw antwoorden graag ruim vóór de besluitvormende vergadering van juni tegemoet, waarvoor bij voorbaat dank. Hartelijke groet Jos Verbeek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1845/documents/22882