CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2612714 OMWB Jaarstukken 2025.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 juni 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 06.: Begrotingen verbonden partijen 2027.23.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk is een specifieke uitkering THE toegekend. De opbrengst over 2025 bedraagt € 1.212.000 (begroot € 1.174.000). Daarnaast kende het ministerie van I&W een subsidie voor 'Robuustheid' toe. De opbrengst hierop over 2025 bedraagt € 52.000 (begroot € 180.000). De bestedingen verantwoorden we apart in het overzicht van de baten.

Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen € 12.563.000 (begroot € 12.999.000) voor 2025. Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'. De kosten vennootschapsbelasting bedroegen € 2.000 (begroot € 5.000) in 2025. Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2025 en de aanslag 2024. Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2025 niet aangesproken.

Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid) Wet open overheid (Woo)

28

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie-)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De grootte van de weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een 'voldoende' weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Het algemeen bestuur stelde eerder een model vast voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers. Dit model bepaalt dat de OMWB maximaal 8% van het (begrotings-/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening (exclusief reservemutaties) als weerstandsvermogen aanhoudt. Deze normering sluit aan bij de Financiële Verordening van de OMWB.

Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang om een continu proces in te richten van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te vermijden, hiervoor verzekeringen af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op dat uitvoering krijgt in het begrotingsjaar. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Bestuursrapportage 2025 identificeerde we de volgende risico's: Maximaal schade bedrag

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

50%

190.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

600.000

50%

300.000

9. Bovenmatig verzuim

350.000

80%

280.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

40%

400.000

13. Cybercriminaliteit

1.000.000

60%

600.000

Risico's

29

14. Wet DBA/ VBAR

1.100.000

Totaal

5.030.000

40%

440.000 2.510.000

Voor de jaarrekening is bovenstaand overzicht geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting, waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om vacatures (tijdig) in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor om specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel. Vanuit de fiscale kaders (zie ook risico 14) is de inzet van inhuurkrachten (i.c. ZZP'ers) enkel onder voorwaarden toegestaan. Dit leidde ertoe dat de OMWB in 2025 het inhuurbestand onder de loep nam en met name met ZZP'ers afspraken maakte over samenwerking via detacheringsconstructies of arbeidsovereenkomst. De inzet van inhuurkrachten verlaagde daarmee fors, waardoor we het maximale schadebedrag bijstellen naar € 250.000. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel alsmede het aangaan van samenwerkingsvormen met andere omgevingsdiensten en organisaties. 5. Transitie mens en systeem De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds op de inhoud van het werk, anderzijds betreft het (digitale) vaardigheden.

De opleidingen besteden hier volop aandacht aan, zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. We verwachten dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, schatten we op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken. 6. Problematiek Arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 merken we het volgende op: omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega's 'on the job' op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega's nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. Maatregelen: De afgelopen periode werkten we aan een inwerkprogramma. Het programma had dusdanig effect dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Gezien de toenemende inzet van trainees wordt het maximale schadebedrag en kans van optreden gehandhaafd.

30

9. Bovenmatig verzuim In de begroting 2025 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,0%. Het verzuim over 2025 bedraagt daarentegen 5,52% (2024: 6,22%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 300.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 240.000. Maatregelen: inzet van een passend verzuim- en re-integratiebeleid met daarvan afgeleid instrumentarium. Daarnaast worden medewerkers op tal van manieren gefaciliteerd en gemotiveerd om aan de slag te gaan met hun vitaliteit, waaronder een recent aangegane samenwerking met medehuurder PTI. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Op dit moment constateren we een diversiteit aan milieuregels in de omgevingsplannen van de deelnemers, op proces en inhoud. Begin 2026 is een brief vanuit het Dagelijks Bestuur gestuurd aan alle deelnemers met een oproep tot harmonisatie. Gezien het huidige verschil in werkwijze en de daarmee mogelijke, samenhangende oplopende kosten, handhaven we de risico-inschatting. 13.

Cybercriminaliteit Het risico dat vreemden inbreken op systemen die de OMWB gebruikt blijft reëel, ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers. Met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%. 14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)/Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) De wet DBA geldt sinds 2016. Per 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst, waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaatsvindt. De OMWB voerde een risico-inventarisatie uit bij de aanwezige ZZP’ers en bracht het mogelijke financiële risico in kaart (circa € 1.100.000). Dit risico omvat slechts het fiscale aspect. Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies.

Maatregelen: in 2025 is actief en constructief (samen-)gewerkt aan het beëindigen van ZZP-constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking, detacheringsconstructie danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel. Dit risico kan komen te vervallen. 15. Geopolitieke spanningen We leven momenteel in een roerige tijd met toenemende rivaliteit tussen grootmachten en groeiende onzekerheden over de wereldeconomie tegen de achtergrond van de niet aflatende klimaatverandering. De huidige geopolitieke spanningen raken Nederland alsmede (het werkgebied van) de OMWB direct via thema's als veiligheid, economie en energievoorziening; door verstoringen in handelsketens en (strategische) afhankelijkheid van onder andere technologie. Deze spanningen benadrukken het belang van regionale en sectorale samenwerking en weerbaarheid. 31

De OMWB volgt de (inter-)nationale ontwikkelingen op de voet en onderzoekt bijvoorbeeld actief mogelijkheden om de strategische afhankelijkheid van grote techbedrijven te verminderen. Dit risico is bedoeld ter dekking van het niet of onvoldoende kunnen uitvoeren van werkzaamheden door bijvoorbeeld het niet beschikbaar zijn van systemen en apparatuur. Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2025 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

250.000

50%

125.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

600.000

50%

300.000

9. Bovenmatig verzuim

300.000

80%

240.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

40%

400.000

13. Cybercriminaliteit

1.000.000

60%

600.000

0

0%

0

15. Geopolitieke spanningen

1.000.000

25%

250.000

Totaal

4.750.000

Risico's

14. Wet DBA/ VBAR

2.215.000

Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2025 € 3.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.215.000 is de weerstandsratio 1,40. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘ruim voldoende’. In de jaarrekening 2024 bedroeg de weerstandsratio 0,99 (‘matig’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,58 ('ruim voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 besloot het algemeen bestuur om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te groeien naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd, met de resultaatbestemming 2024 is € 600.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2025 wordt conform afspraak aan het bestuur voorgesteld om € 400.000 aan de algemene reserve toe te voegen.

32

Financiële kengetallen Het BBV schrijft de opname van een aantal verplichte financiële kengetallen voor. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen staat in onderstaande tabel: Financiële kengetallen

Jaarrekening 2025

Begroting 2025

Jaarrekening 2024

Netto schuldquote

-15,5%

-1,5%

-11,4%

Solvabiliteitsratio

57,6%

28,3%

44,3%

Structurele exploitatieruimte

9,7%

0,0%

7,5%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter. De netto schuldquote verbeterde ten opzichte van de jaarrekening 2024. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit nam toe ten opzichte van de jaarrekening 2024. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Zowel de netto schuldquote als de solvabiliteit en de structurele exploitatieruimte verbeterden ten opzichte van 2024. De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.

33

Financiering In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in de Financiële verordening 2025. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Onder risico’s verstaan we zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen, zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'. Renterisicobeheer 1.

De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie- en behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van dergelijke leningen.

34

Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer De OMWB sluit valutarisico’s uit. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2025. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2025 berekend op € 3.627.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 19,6 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Stappen (1-4)

(2) Vlottende middelen

(1) Vlottende schuld

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)

(1) - (2) = (3) Eerste kwartaal

0

18.466

-18.466

Tweede kwartaal

0

21.806

-21.806

Derde kwartaal

0

16.815

-16.815

Vierde kwartaal

0

21.339

-21.339

(4) gemiddelde van (3)

0

19.607

-19.607

Stappen (5-9)

Variabelen

(5)

Kasgeldlimiet

3.627

(6a) = (5>4)

Ruimte onder de kasgeldlimiet

3.627

35

Stappen (1-4)

(1) Vlottende schuld

(6b) = (4>5)

Overschrijding van de kasgeldlimiet

(2) Vlottende middelen

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-) -

Berekening kasgeldlimiet (5) (7)

Begrotingstotaal

44.231

(8)

Percentage regeling

8,20%

(5) = (7) x (8) / 100

Kasgeldlimiet

3.627

Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB had gedurende het gehele boekjaar 2025 te maken met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.

Leningen en kredietfaciliteiten Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van € 1.000.000.

Bedrijfsvoering - plannen en resultaten Informatievoorziening Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie-, data- en ICT-gerelateerde onderwerpen. Landelijke ontwikkelingen, de verregaande digitalisering, datagedreven werken en toegenomen eisen vanuit wet- en regelgeving maken dat we blijven investeren in een moderne, veilige en betrouwbare informatievoorziening. Verantwoording 2025 Digitaal stelsel VTH-Milieu Pijler 3 van het Interbestuurlijk Programma VTH kreeg in 2025 een vervolg in het programma Digitaal stelsel VTH-Milieu. In 2025 werkten we aan een 1.0 versie van het conceptueel informatiemodel (CIM-FLO), stelden een architectuur op voor het te ontwikkelen landelijk register milieubelastende activiteiten (rMBA) en zetten de eerste vergunningen om in Digi-V in het kader van de Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). In 2026 krijgen deze activiteiten verder vervolg onder regie van ODNL.

36

Programma Datagedreven werken In 2025 zijn we gestart met het programma Datagedreven werken. Langs verschillende programmalijnen ontwikkelen we onze datavolwassenheid stapsgewijs door van 'basis' naar 'gevorderd'. Dit doen we aan de hand van de Interbestuurlijke Datastrategie (IDBS), waarbij we aansluiten. In 2025 vonden hiervoor verschillende activiteiten plaats. Zo investeerden we in de techniek (dataplatform), vaardigheden (datageletterdheid) en de besturing en (data)goverance. Datakwaliteit Omgevingsdossier Het Omgevingsdossier vormt het centrale informatiepunt van het werk van een vergunningverlener, toezichthouder, handhaver of adviseur. Het Omgevingsdossier geeft in één oogopslag weer wat er speelt op een locatie (welk object betreft het, welke activiteiten vinden er plaats, welke besluiten horen daarbij). Het is belangrijk dat de informatie in het Omgevingsdossier actueel, betrouwbaar en volledig is. We constateren dat op dit moment de kwaliteit niet op het gewenste niveau ligt. Daarom stelden we in 2025 een projectleider aan en startten een verbetertraject. We verwachten hierin in 2026 de eerste resultaten terug te zien. GIS/ GEO Vrijwel alles wat de OMWB doet, is te relateren aan een locatie op de kaart. Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses en geeft actueel inzicht in onze omgeving.

Deze inzichten gebruiken wij om de kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit van ons werk voor de leefomgeving te vergroten. Zo kunnen we deze inzichten gebruiken in het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader, waarbij gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel vormen. Daarnaast streven we ernaar om informatie via deze weg te ontsluiten naar onze deelnemers, ketenpartners en andere belangstellenden. In 2025 hebben we door middel van een Europese aanbesteding een GIS-viewer en een GEO-database aanbesteed. In het vierde kwartaal startte de implementatie. De beoogde livegang staat gepland voor het eerste kwartaal van 2026. Parallel hieraan trokken we in 2025 een GIS-specialist aan. De vacatureruimte voor een tweede GIS-specialist vullen we naar verwachting in de eerste helft van 2026 in. AI-verkenning In 2025 voerden we een verkenning uit naar Artificële Intelligentie (AI). Vanuit verschillende perspectieven brachten we de meerwaarde, kansen, uitdagingen en risico's van de inzet van (AI) in kaart . Tegelijkertijd startte een aantal praktische proeven om de meerwaarde in de praktijk te toetsen. De verkenning leidde in combinatie met de proeven tot waardevolle inzichten over de toekomstige richting van AI binnen de OMWB.

Daarnaast sloot de OMWB zich in 2025 aan bij de vereniging Mindlabs; een samenwerking tussen onderwijs, overheid en het bedrijfsleven waarin partijen samenwerken aan innovatie.

Huisvesting

Verantwoording 2025 De voorbereidingen van onze verbouwing verlopen traag doch gestaag. In 2025 werkten werkgroepen met externe adviseurs aan een juiste (werk-)indeling van onze verdiepingen. Er vond ook een onderzoek plaats naar de technische installaties; deze waren op orde. We namen daarnaast een besluit over welke verdiepingen we uiteindelijk onder het nieuwe contract willen betrekken. Dit alles leidde uiteindelijk tot 37

een voorlopig ontwerp met zogenaamde stacking. Eén van de voorwaardes voor het aangaan van een nieuw contract is en blijft dat de verhuurder investeert in het pand. In 2025 is het werkcafé Knegtel na een lange voorbereidingstijd door de verhuurder opgeleverd. Café Knegtel is voorzien van een aantal algemene voorzieningen die (mede-)bepalend zijn voor de inrichting van onze eigen vloeren. Over het nieuwe contract wordt nog onderhandeld, maar de voortekenen zijn positief. Voor de onderhandelingen maken we gebruik van een externe partij met ervaring in de vastgoedbranche.

Kernthema: Strategisch HRM Het programma 'Strategisch HRM' kent vier pijlers: cultuur en leiderschap, recruitment, loopbaanontwikkeling en vitaliteit. Iedere pijler heeft deelprojecten met een eigen dynamiek en planning. De opbrengst van de diverse projecten moeten uiteindelijk een positieve bijdrage leveren aan het imago van de OMWB als goede werkgever, voor huidige en toekomstige medewerkers. Verantwoording 2025 In 2025 is binnen het programma 'Strategisch HRM' ingezet op het versterken van de OMWB als aantrekkelijke en professionele werkgever. De focus lag op effectieve HRdienstverlening, ondersteuning van management, arbeidsmarktpositionering en het vergroten van bevlogenheid en ontwikkeling van medewerkers. Daarnaast is een organisatieverandering doorgevoerd waarbij we het aantal uitvoeringsteams uitbreidden van zeven naar negen. Op het gebied van recruitment investeerden we in het werkgeversmerk en de zichtbaarheid op de arbeidsmarkt. Deelname aan career events en een inhouse dag droegen bij aan een sterk wervingsresultaat. In totaal zijn 49 vacatures vervuld op basis van 733 sollicitaties, wat resulteerde in 49 externe en 11 interne aanstellingen. Ter versterking van bevlogenheid voerden we een organisatiebreed medewerkersonderzoek uit. De respons bedroeg 82%, aanzienlijk hoger dan de gemeentelijke benchmark van 72%.

Medewerkers waarderen de organisatie met een gemiddelde score van 7,9 (benchmark 7,5). De Net Promoter Score bedraagt +24, tegenover +2 in de benchmark. Op basis van deze resultaten ontving de OMWB het keurmerk World Class Workplace. De uitkomsten zijn in alle teams besproken en vertaald naar gerichte acties.

Financiën en Control Het afgelopen jaar zijn diverse onderwerpen opgepakt om de organisatie van verdere stuurinformatie te voorzien. Ook onderwerpen ter beheersing van risico's passeerden veelvuldig.

Verantwoording 2025 Actualisatie financiële, fiscale, controlerende en inkoopregelingen In het najaar van 2025 zijn de verschillende relevante beleidsdocumenten

38

geactualiseerd. In deze periodieke actualisatie zijn de regelingen afgestemd op wijzigingen in wet- en regelgeving; waaronder het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Waar van toepassing zijn ook optimalisaties omwille van efficiëncyredenen doorgevoerd. De OMWB beschikt met deze herijking weer over een volledig geactualiseerd stelsel van financiële, fiscale, controlerende en inkoopregelingen. Verbetering P&C-Cyclus In 2024 is PowerBi verrijkt met een financieel dashboard ten behoeve van de interne sturing. In 2025 vond een doorontwikkeling plaats waarbij het financiële dashboard opging in een integraal sturingsdashboard waarmee trendmatig inzicht wordt verkregen in voorname indicatoren als declarabiliteit, formatie, verzuim, financiën, et cetera. Wet DBA/ VBAR Op 1 januari 2025 verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst op de Wet DBA/ VBAR. Op grond hiervan besloot de OMWB om 2025 als overgangsjaar te beschouwen en vanaf 1 januari 2026 geen gebruik meer te maken van de diensten van ZZP'ers. In de loop van 2025 voerden we zeer succesvolle gesprekken met deze inhuurkrachten over omzetting van de inhuurconstructie naar een dienstverband, detacheringsconstructie, beëindiging van de inhuur, of in een enkel geval omzetting van de bestaande samenwerking naar een resultaatverplichting.

Kwaliteitsmanagement In het jaar 2025 werkten we verder aan het fundament onder het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit valt op te splitsen in de volgende elementen: 1. Ontwikkeling strategie: door middel van een SWOT-analyse en op basis van de 'nota ruimte' maakten we een analyse van ontwikkelingen die invloed (gaan) hebben op het functioneren van OMWB in de periode 2026-2030. De gegevens uit de SWOT-analyse zijn voor wat betreft de organisatieontwikkeling vertaald naar een strategische agenda. Op basis van de 'nota ruimte' bepaalden we de VTHthema's waarmee de OMWB in de komende jaren aan de slag gaat. Door deze aanpak krijgt de organisatie een duidelijke richting in haar handelen en is het mogelijk om duidelijke doelstellingen te formuleren en hierop te sturen. 2. Leveranciersmanagement: op basis van het model van Kraljic zijn alle leveranciers ingedeeld in de categorieën strategische leveranciers, leveranciers van routineproducten, leveranciers van hefboomproducten en leveranciers van bottleneckproducten. Op basis van deze indeling bepaalden we per categorie inkoopstrategieën, waardoor we een correcte balans vonden in het beheersen van de inkoopkosten en het aantal langdurige relaties/ partnerships gericht op continuïteit en innovatie/ ontwikkeling. Verdere implementatie vindt plaats in 2026.

39

3. KPI-dashboard, kaizen en Directiebeoordeling: in 2025 voerde het kern-MT de jaarlijkse directiebeoordeling uit. De directiebeoordeling is voor de eerste keer uitgevoerd op basis van vooraf vastgestelde doelstellingen voor een aantal KPI's zoals ziekteverzuim, declarabiliteit, financiën et cetera. Op basis van de uitkomsten van de directiebeoordeling stelden we tevens acties vast waarbij we in 2026 gaan werken aan meer richtinggevende KPI's, zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van inzicht in de mate waarin we wettelijke termijnen worden gehaald en de juistheid van kengetallen voor het maken van een betrouwbare planning. Ook richten we het een en ander in om het inzicht in de workload en de output meer inzichtelijk en voorspelbaar te maken. Dit geheel is sinds april 2025 ondersteund door maandelijkse kaizen-meetings. Tijdens deze meetings bespreken we knelpunten besproken en bepalen acties om deze weg te nemen. Het doel is om deze kaizen-meetings in 2026 verder uit te rollen naar alle medewerkers, om het bewustzijn rondom de te volgen strategie continu onder de aandacht te brengen en de resultaatgerichtheid van eenieder in de organisatie verder uit te bouwen. 4. Procesbeschrijvingen en risicoanalyse: in 2025 is een start gemaakt met het opstellen van procesbeschrijvingen van alle VTHKA-processen op basis van zaaktypen in GEMMA.

Van elk zaaktype is inmiddels een procesbeschrijving beschikbaar waarin het te volgen basisproces, de (verrichte) kwaliteitscontroles, de outputdocumenten en de archieftermijnen staan vastgelegd. Tevens bevatten deze documenten een risicoanalyse, waardoor we inzicht verkregen in zaken die fout kunnen gaan en gevolg hiervan. Deze informatie nemen we mee in de totstandkoming van de detailprocessen. Op basis hiervan maakten we detailprocesbeschrijvingen die we in 2026 verder kunnen uitwerken op clusterniveau en ontsluiten in het KMS (documentbeheersysteem). Hiernaast maakten we per team zogenaamde teamhandboeken, waarin algemene afspraken staan die gelden binnen een team. Denk aan zaken als aanwezigheid op kantoor, het hoe en waar van documenten opslaan, afspraken over samenwerken met andere teams en/of deelnemers, aanwezige rollen binnen het team, et cetera. 5. Visitaties: dit richt zich op een tweetal activiteiten: 1. De OMWB droeg in 2025 bij aan 3 visitaties van collega omgevingsdiensten door het leveren van auditeurs. 2. We gaven opvolging aan de observaties uit de visitatie die eind 2023 (rapport 2024) bij de OMWB is uitgevoerd. Er bestaat inmiddels een actieplan waarvan we de voortgang tijdens de kaizen-sessies bewaken.

Maatregelen span of attention Begin 2024 namen we het besluit om het aantal teams binnen de afdeling Uitvoering van 7 naar 9 te laten groeien. Dit kondigden we aan in de Kaderbrief 2025. De belangrijkste reden was dat de teams (te) groot waren. De focus per teammanager bedroeg gemiddeld 40 tot 50 medewerkers. Zo ontstonden twee nieuwe teammanager vacatures naast een reeds openstaande vacature. Begin 2025 zijn de drie openstaande vacatures met succes opgevuld met twee intern opgeleide medewerkers. Daarnaast trokken we één teammanager extern aan. In het medewerkersonderzoek van begin 2025 vroegen we expliciet naar mogelijke effecten van deze uitbreiding. De medewerkers waren voorzichtig positief, maar de termijn om mogelijke effecten te meten was ook erg kort.

40

Rechtmatigheidsverantwoording Over het jaar 2025 legde het dagelijks bestuur de rechtmatigheidsverantwoording af. Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Hierbij wordt de realisatie afgezet tegen de begroting na wijziging en worden alle overschrijdingen op programmaniveau van de lasten als onrechtmatig aangemerkt. Ook overschrijding van investeringskredieten wordt als onrechtmatig aangemerkt. Afwijkingen op de baten en onderschrijdingen van de lasten kunnen onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld. Overschrijdingen van lasten kunnen wel acceptabel zijn als deze passen binnen de afspraken die het dagelijks bestuur met het algemeen bestuur heeft gemaakt. De afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging zijn in de rechtmatigheidsverantwoording uiteengezet. Uit de staat van baten en lasten blijkt dat er een overschrijding van de lasten heeft plaatsgevonden voor het primair proces.

Voor een toelichting op deze overschrijding verwijzen wij naar de paragraaf ''toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'' waarin een nadere duiding is opgenomen omtrent de afwijkingen tussen begroting na wijziging en de realisatie over 2025. Gezien de beperkte omvang onder de rapporteringstolerantie behoeft er geen nadere toelichting te worden verstrekt. Naast de overschrijding op de lasten heeft ook een overschrijding van twee investeringskredieten plaatsgevonden. Het totaal van deze overschrijdingen is eveneens onder de rapporteringstolerantie waardoor hier geen nadere maatregelen voor hoeven te worden beschreven. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Een uiteenzetting van deze weten regelgeving heeft plaatsgevonden in het normenkader 2025 zoals is vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De controle op deze wet- en regelgeving is uitgewerkt in het controleplan 2025-2026. Hieruit blijkt dat de financiële rechtmatigheid bij het voorwaardencriterium voornamelijk toeziet op de wetgeving met betrekking tot Europese aanbestedingen. Hierbij is vastgesteld dat één langlopend contract met betrekking tot de automatisering niet Europees is aanbesteed.

Dit brengt een onrechtmatigheid met zich mee van €72.000. Gezien deze applicatie de primaire bedrijfsvoering raakt, wordt deze fout door het dagelijks bestuur geaccepteerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen met financieel effect waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. In 2025 zijn het Dagelijks Bestuur geen gevallen van fraude bekend geworden. Begin 2026 heeft het MT de frauderisicoanalyse geüpdatet. Deze wordt in 2026 opnieuw aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voorgelegd.

41

Openbaarheid Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) ging in op 1 mei 2022 en legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt vermeld hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Die kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen; 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking; 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking; 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze voldoen we aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen voerden we in 2023 door in onze processen. In onze organisatie ging het in 2025 om de volgende aantallen:

Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant

Ontvangen (#)

Besluiten (#)

Op tijd (#)

43

22

16

De besluiten bevatten de afwikkeling van 2 verzoeken uit 2024. Van de (43) ingediende verzoeken over 2025 zijn 20 besluiten genomen. Drie verzoeken lopen door in 2026. Voor vijf verzoeken uit 2025 is informatie aangeleverd op basis waarvan de gemeente een besluit heeft genomen. De overige verzoeken zijn afgehandeld door verstrekking van de gegevens op informele wijze. Naast de 16 tijdig genomen besluiten zijn er een aantal (3) besluiten waar in afstemming met de verzoeker een langere termijn is afgesproken. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om een aantal benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche met 5 onderdelen in werking. Het actief bekend maken van wetten, algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking werd door de OMWB, voor zover van toepassing, al gedaan op de site Openbarebekendmakingen.nl (artikel 3.3. lid 1, onderdeel a en b Woo). Onderdeel drie betreft vergaderstukken van de Staten-Generaal en is dus voor de OMWB niet van toepassing. Aan de onderdelen 4 en 5 voldeed de OMWB door informatie over de organisatie, werkwijze en bereikbaarheidsgegevens bekend te maken via de eigen website en de Woo-index. (artikel 3.3. lid 1, onderdeel d en e Woo).

42

Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.

43

Jaarrekening Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) Activa (bedragen x € 1.000)

31 december 2025

31 december 2024

Vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut

1.075 1.075

Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd gelijk of langer dan één jaar

1.092 1.092

155

155

Totaal vaste activa

0

0

1.230

1.092

8.949

7.945

Vlottende activa Uitzetting met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen

204

Overige vorderingen

123

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

8.622

Liquide middelen Banksaldi

Overlopende activa

290

7.655

991 991

985 985

3.843

3.705

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen 44

Activa (bedragen x € 1.000)

31 december 2025

31 december 2024

die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Vooruitontvangen facturen

540

226

- Nog te ontvangen BTW

542

529

- Nog te ontvangen posten

2.172

2.389

588

561

- Afrekeningen van werkprogramma's Totaal vlottende activa

13.783

12.635

Totaal generaal

15.013

13.727

Verliescompensatie krachtens Wet op de Vennootschapsbelasting 1969

Passiva (bedragen x € 1.000)

0

0

31 december 2025

31 december 2024

Vaste passiva Eigen vermogen

8.652

6.086

Algemene reserve

3.092

2.492

Bestemmingsreserve meetstations

1.040

1.132

Gerealiseerd resultaat

4.519

2.461

Voorzieningen Voorziening verlofsparen

2.199 2.105

1.873 1.703

45

Passiva (bedragen x € 1.000) Voorziening mobiliteit

31 december 2025

31 december 2024

94

Totaal vaste passiva

170 10.851

7.959

280

620

Vlottende passiva Kortlopende schulden Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

280

Overlopende passiva

620

3.883

5.148

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Van het Rijk

1.251

1.925

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van

46

Passiva (bedragen x € 1.000)

31 december 2025

31 december 2024

vergelijkbaar volume - Nog te betalen posten

864

964

- Afrekeningen werkprogramma's

1.701

2.087

- Afdr. loonheffing en netto salarissen

67

172

Totaal vlottende passiva

4.163

5.768

Totaal generaal

15.013

13.727

Het overzicht van baten en lasten

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

Salarissen

27.837

23.546

23.591

44

Reiskosten

294

380

462

82

Opleidingskosten

368

248

188

-60

Overige personele kosten

131

119

119

0

Inhuurbudgetten

2.422

3.997

3.868

-129

31.052

28.290

28.227

-63

493

405

411

7

Lasten (bedragen x € 1.000) Primair proces Personeelslasten

Subtotaal

Afschrijvingen Afschrijvingen

47

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

493

405

411

7

Huisvestiging en facilitaire kosten

90

93

82

-11

Tractie

45

52

45

-7

Automatisering

20

21

37

17

Algemeen beheer

40

57

60

3

195

223

224

1

1.802

1.149

1.310

161

Kosten SSIB

0

400

400

0

Milieumetingen

610

610

536

-74

2.412

2.159

2.246

87

Totaal lasten primair proces

34.153

31.077

31.109

32

Lasten (bedragen x € 1.000)

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

7.587

6.508

6.651

144

Lasten (bedragen x € 1.000) Subtotaal

Huisvestiging en organisatie

Subtotaal

Overige kosten Laboratoriumkosten

Subtotaal

Bedrijfsvoering Personeelslasten Salarissen

48

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

Reiskosten

222

127

84

-43

Opleidingskosten

359

386

407

20

Overige personeelskosten

517

635

622

-13

Inhuurbudgetten

362

474

446

-28

9.047

8.129

8.210

81

Afschrijvingen

317

93

107

14

Subtotaal

317

93

107

14

1.244

1.284

1.195

-89

37

41

44

3

Automatisering

2.641

2.450

2.220

-231

Algemeen beheer

438

1.002

787

-215

4.360

4.777

4.246

-531

13.724

12.999

12.563

-436

0

0

6

6

150

150

0

-150

5

5

2

-3

Lasten (bedragen x € 1.000)

Subtotaal

Afschrijvingen

Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten Tractie

Subtotaal

Totaal lasten Bedrijfsvoering

Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien Vennootschapsbelasting

49

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

155

155

8

-147

48.033

44.231

43.680

-551

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving

28.278

27.697

27.676

-21

Programmadeel 2: Advies en Projecten

14.013

12.209

12.300

91

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel

1.988

2.387

2.385

-2

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

1.802

2.641

3.032

391

Programmadeel 4: Overige exploitatie

610

573

562

-12

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

672

1.354

1.264

-90

47.365

46.861

47.218

357

Diverse baten

0

148

153

6

Detacheringsinkomsten*

0

80

89

9

Rentebaten

450

450

446

-3

Subtotaal

450

678

689

12

Lasten (bedragen x € 1.000) Subtotaal

Totaal lasten

Baten (bedragen x € 1.000)

Subtotaal

Overige baten

50

2025 begroting voor wijziging

2025 begroting na wijziging

2025 realisatie

verschil

47.815

47.539

47.907

368

-218

3.308

4.228

919

0

0

0

0

Onttrekking reserves

218

497

292

-205

Totaal reserves

218

497

292

-205

0

3.805

4.519

714

Baten (bedragen x € 1.000) Totaal baten

Gerealiseerd saldo baten en lasten

Storting reserves

Gerealiseerd resultaat

Toelichtingen Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening •

• • •

De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening OMWB 2025, waarin het algemeen bestuur op d.d. 11 december 2025 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vaststelde. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen staan absolute bedragen vermeld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Waardering van activa en passiva Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders staat vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Vaste activa Materiële vaste activa 51

Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief. Activa worden direct bij ingebruikname geactiveerd. Vanaf dat moment vindt tevens afschrijving plaats. Er wordt geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in deze toelichting opgenomen. Voor de technische apparatuur is ten opzichte van eerdere jaren sprake geweest van een schattingswijziging met als doel de technische en economische gebruiksduur op elkaar aan te laten sluiten. De afschrijvingstermijnen zijn hierop aangepast. De impact van deze aanpassing bedraagt € 204.000 en is opgenomen onder de afschrijvingskosten primair proces. Bij de waardering wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam lager is.

In die gevallen is als waardering de hoogste van bedrijfswaarde of directe opbrengstwaarde aangehouden. Gehanteerde afschrijvingstermijnen Conform besluiten van het AB worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen

Jaren

Automatisering

5

Huisvesting

10

Communicatiemiddelen

3

Wagenpark

7

Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur

5

Dienstkleding

3

Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een looptijd gelijk aan of langer dan 1 jaar De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende activa De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

52

Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB en de voorzieningen. Er is geen sprake van langlopende leningen. Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en lasten voor mutaties in reserves. Voor zover het algemeen bestuur gedurende het jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het algemeen bestuur, volgt een resultaat na bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen De OMWB heeft een voorziening voor verlofsparen. Deze voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. In deze voorziening is al het verlof opgenomen wat in verlofsparen is omgezet, of omgezet kan worden.

Dit verlof is gewaardeerd tegen het betreffende uurtarief (inclusief IKB) per 1 januari 2026 op persoonsniveau, inclusief opslag voor sociale lasten. Daarnaast kent de dienst een voorziening voor mobiliteit van medewerkers. De voorziening is gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar en overlopende passiva opgenomen. Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.

53

Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Personeelslasten Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken. Indien er sprake is van jaarlijks terugkerende verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten van niet vergelijkbaar volume, kan er wel een voorziening opgenomen worden. Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de Financiële verordening Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2025 en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV van september 2025. Dat betekent dat: • •

•

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 11 december 2025 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig in de tussentijdse rapportage zijn gemeld aan het algemeen bestuur; o Ten aanzien van het M&O-criterium is geen sprake van een nota M&Obeleid van onze organisatie. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 872.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf 'Bedrijfsvoering' worden opgenomen.

54

Toelichting op de balans per 31 december 2025 Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2025

Boekwaarde per 31-12-2024

Automatisering (Overige materiële vaste activa)

97

115

Huisvesting (Overige materiële vaste activa)

176

185

Communicatiemiddelen (Overige materiële vaste activa)

29

32

Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)

5

5

Machines, apparaten en installaties/technische apparatuur

669

755

Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen

99

0

1.075

1.092

Totaal

Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen geven we het volgende overzicht: Boekw aarde per 1-1-20 25

Afschrij vingen

Afschrijvi ngen Desinvest eringen

Boekw aarde per 31-122025

Investe ringen

Desinvest eringen

Automatiseri ng (Overige materiële vaste activa)

115

32

-

50

-

97

Huisvesting (Overige materiële vaste activa)

185

31

8

40

8

176

55

Boekw aarde per 1-1-20 25

Investe ringen

Desinvest eringen

Communicati emiddelen (Overige materiële vaste activa)

32

11

Tractie/wage npark (Vervoersmid delen)

5

Machines, apparaten en installaties/te chnische apparatuur Werkkleding en persoonlijke beschermings middelen Totaal

Afschrij vingen

Afschrijvi ngen Desinvest eringen

Boekw aarde per 31-122025

-

13

-

30

0

-

1

-

4

755

326

-

411

-

669

-

102

-

3

-

99

1.092

502

8

518

8

1.075

Van bijdrage derden was in 2025 geen sprake. De specificatie van de investeringen 2025 is als volgt:

Krediet per 1-1-20 25

Nieu w kredi et 2025

Beschikba ar totaal 2025

Uitgave n in 2025 (incl. bijdrag e van derden )

Automatisering

35

472

507

32

6

Huisvesting

135

2.000

2.135

31

3

Communicatiemiddelen

15

285

300

11

4

Vervanging wagenpark*

220

50

270

-

-

Technische apparatuur

266

0

266

326

65

(Vervangings)investeri ngen

Afschrijvi ng v.a. 2026

56

(Vervangings)investeri ngen

Krediet per 1-1-20 25

Nieu w kredi et 2025

Beschikba ar totaal 2025

Uitgave n in 2025 (incl. bijdrag e van derden )

0

80

80

102

34

671

2.887

3.558

501

112

Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen Totaal

Afschrijvi ng v.a. 2026

*Aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.

Financiële vaste activa Overige uitzettingen met een looptijd gelijk aan of langer dan 1 jaar In 2025 is een huurgarantie afgesloten ter garantstelling tegenover de verhuurder voor verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst. Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Overige uitzettingen met een looptijd gelijk aan of langer dan 1 jaar

155

0

Totaal

155

0

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Vordering openbare lichamen

204

290

Overige vorderingen

123

0

57

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

8.622

7.655

Totaal

8.949

7.945

Overige vorderingen Door een adequaat debiteurenbeheer is voor oninbaarheid geen voorziening noodzakelijk (2024: € 0). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren) Dit betreft het per 31 december 2025 uitstaand saldo in de schatkist. Sinds medio 2015 worden overtollige middelen in het kader van schatkistbankieren in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk afgestort. Voor het boekjaar 2025 bedraagt het drempelbedrag voor schatkistbankieren € 1.000.000. Op basis van de kwartaalcijfers vonden geen overschrijdingen op het drempelbedrag plaats. Gedurende het hele jaar zijn geen dagen geweest waarop het drempelbedrag aan het einde van de dag overschreden was. Onderstaande gegevens betreffen het gemiddeld bedrag aan middelen per kwartaal die voor het drempelbedrag buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden en de gemiddelde ruimte per kwartaal tot het drempelbedrag is bereikt. Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

952

961

943

966

Ruimte onder het drempelbedrag

48

39

57

34

Overschrijding van het drempelbedrag

0

0

0

0

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking en bestaat uit de volgende componenten:

58

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Banksaldo BNG

41

35

Banksaldo Rabobank

950

950

Totaal

991

985

Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

3.843

3.705

Totaal

3.843

3.705

Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Vooruit ontvangen facturen

540

226

Nog te ontvangen BTW

542

529

Nog te ontvangen posten

2.172

2.389

Afrekeningen werkprogramma's

588

561

3.843

3.705

Totaal

Vooruit ontvangen facturen Dit betreffen facturen die in 2025 zijn ontvangen, maar waarvan (een deel van) de kosten betrekking heeft op het boekjaar 2026. Nog te ontvangen posten Hier zijn diverse opbrengsten verantwoord over 2025 die per einde van het boekjaar nog niet (volledig) waren gefactureerd. 59

Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de te vorderen eindafrekeningen over 2025 die in januari 2026 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen.

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van de dienst bestaat uit het totaal van alle reserves per 31 december, aangevuld met het resultaat over het boekjaar. Zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend. Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Algemene reserve

3.092

2.492

Reserve meetstations

1.040

1.132

Gerealiseerd resultaat boekjaar 2025

4.519

0

Gerealiseerd resultaat boekjaar 2024

0

2.461

8.651

6.086

Totaal

Het boekjaar 2024 sloot met een te bestemmen voordelig resultaat van € 2.461.000. Van dit bedrag is conform het besluit van het algemeen bestuur in 2025 een bedrag van € 800.000 aan de algemene reserve gedoteerd, waarna een bedrag van € 200.000 is onttrokken en toegevoegd aan budgetten in 2025. Het overige deel (€ 1.661.000) is uitgekeerd aan de deelnemers. Het boekjaar 2025 sluit met een te bestemmen positief resultaat van € 4.519.000. Overeenkomstig het BBV is dit saldo afzonderlijk op de balans opgenomen. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal een voorstel tot bestemming van dit resultaat worden gedaan. Het verloop van de reserves over het boekjaar is als volgt:

60

Boekwaard e 31-12-202 4

Resultaatbestemmin g voorgaand boekjaar

Toevoegin g

Onttrekkin g

Boekwaard e 31-12-202 5

Algemene reserve

2.492

800

0

200

3.092

Reserve meetstation s

1.132

0

0

92

1.040

Totaal

3.624

800

0

292

4.132

Algemene reserve De algemene reserve is een buffer voor exploitatietekorten en het opvangen van risico’s. Gedurende het boekjaar 2025 heeft conform het besluit van het algemeen bestuur een dotatie van per saldo € 600.000 aan de reserve plaatsgevonden. Reserve meetstations Vanuit de overgebleven middelen van de provincie Noord-Brabant is vanuit de resultaatbestemming 2017 de reserve meetstations gevormd. Deze bestemmingsreserve is ter continuering van de meetstations (het betreft investeringsintensieve locaties). Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations over 2025 bedraagt € 92.000 negatief en is per jaareinde 2025 onttrokken aan de reserve. Er is geen sprake van verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd. Derhalve is hiervoor in de tabel geen kolom opgenomen.

Voorzieningen Voorziening verlofsparen In 2022 is voor het eerst een bedrag opgenomen ten behoeve van de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. Per 1 januari 2022 trad echter cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking, wat tot gevolg had dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. In deze voorziening zijn de verlofuren opgenomen die aan deze voorwaarde voldoen. Per balansdatum is deze voorziening herzien. Voorziening mobiliteit De trajecten die in 2024 waren voorzien zijn allen in 2025 afgerond. In sommige gevallen vonden de betreffende voormalig medewerkers zelfs eerder een nieuwe baan dan voorzien, waardoor een deel van de voorziening kon vrijvallen. Lopende 2025 is een mobiliteitstraject met een medewerker overeengekomen welke in 2026 vervolgd wordt. Daarnaast is een RVU overeengekomen met een medewerker, welke in de periode 2026-2028 tot effectuering komt. De maximale kosten bedragen € 94.000. Het verloop van de voorzieningen over het boekjaar 2025 is als volgt:

61

Boekwaarde 01-01-2025

Toevoeging

Onttrekking

Vrijval

Boekwaarde 31-12-2025

Voorziening verlofsparen

1.703

1.025

623

0

2.105

Voorziening mobiliteit

170

94

122

48

94

1.873

1.119

743

50

2.199

Totaal

Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

280

620

Overlopende passiva

3.883

5.148

Totaal

4.163

5.768

Ultimo 2025 was er (evenals voorgaande jaren) door de goede liquiditeitspositie geen noodzaak om kasgeldleningen op te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1845/documents/22687