CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2611845 VRMWB Jaarstukken 2025.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 juni 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 06.: Begrotingen verbonden partijen 2027.31.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit (beschikbare middelen). Een inventarisatie van de risico’s. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Een aantal verplichte financiële kengetallen.

Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2026, bij het opstellen van de jaarrekening 2025) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:

Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.037.500. De benodigde weerstandscapaciteit is met € 615.000 gedaald ten opzichte van de laatste inventarisatie bij de bestuursrapportage 2025 (€ 5.652.500). Dit is te verklaren door het vervallen van het risico met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet en het wijzigen van de financieel impact van een bestaand risico, namelijk het risico bij vrijwilligheid. Dit wordt verderop in deze paragraaf toegelicht. De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Voor ons is dit de algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 12 december 2024 besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en een algemene reserve te vormen. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2025 € 1.919.778 en vormt de beschikbare weerstandscapaciteit voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende

Jaarstukken 2025

48

gemeenten. De overige (bestemming)reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de reserves waaraan een bestemming is toegekend. Op basis van de financieel berekende risico’s is de ratio weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen: 0,38

Beschikbare weerstandscapaciteit: € 1.919.778 ------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit: € 5.037.500

De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de bestuursrapportage 2025 ongewijzigd en bedraagt € 1.919.778. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de bestuursrapportage 2025 gedaald en bedraagt € 5.037.500. Het weerstandsvermogen is hierdoor ten opzichte van de bestuursrapportage 2025 licht gestegen en bedraagt 0,38 (was 0,37). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. De VRMWB is, met een weerstandsvermogen van 0,38, beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Om deze reden dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om onze risico’s op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.

Inventarisatie risico's Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crises zoals de oorlog in Oekraïne en de hierdoor stijgende gasprijzen, tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werk. Zoals alle organisaties hebben ook wij te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd met de hoogste financiële impact. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we, voor zover mogelijk, maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden.

Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s met de hoogste financiële impact per februari 2026 nader toe.

Jaarstukken 2025

49

Vrijwilligheid De beschikbaarheid van vrijwilligers en daarmee de paraatheid staat onder druk. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer (natuurlijke) uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. Het kost op veel posten nog steeds moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. Het vinden en blijven binden van voldoende vrijwilligers aan de organisatie is een continu aandachtspunt. De bezetting van vrijwilligers is in 2025 toegenomen en het aantal vacatures is afgenomen. De gemiddelde financiële impact is om deze reden verlaagd. Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers (verplichtend karakter) Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te vinden en binden aan onze organisatie, hebben we ook te maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband.

In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving heeft het Algemeen Bestuur als tijdelijke maatregel het besluit genomen (oktober 2022) om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren. Met de keuze voor deze variant wordt niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. Hiervoor is in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465k. In 2026 worden deze kosten incidentele gedekt uit de algemene reserve. In een brief aan de informateur heeft de voorzitter van het Veiligheidsberaad benadrukt dat landelijk een extra investering van structureel 40 miljoen euro nodig is voor het behoud van onze vrijwilligers. De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dan met de veiligheidsregio’s in gesprek over financiering van de kosten. Informatieveiligheid De impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt (o.a. Phishing, ransome ware). Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Een aanval kan ook leiden tot vervreemding van overheidsgelden (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. Het afgelopen jaar zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. We zijn goed aangehaakt bij het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. De minister heeft in 2025 besloten dat alle veiligheidsregio’s tot de vitale infrastructuur behoren. Dit betekent dat we mogelijk aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen voor een aantal processen. Eind 2024 is een audit

Jaarstukken 2025

50

op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit deze audit is er een verbeterplan BIO geschreven. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. We beschikken over een siem/soc waarin we 24/7 monitoren op verstoringen van netwerkverkeer. In 2026 continueren we extra initiatieven ter verhoging van het bewustzijn rond privacy en informatiebeveiliging. Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden, het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval. Bedrijfscontinuïteit blijft een aandachtspunt. Naar aanleiding van de geopolitieke spanningen in de wereld is opdracht gegeven om in 2025 te werken aan een organisatie breed Continuïteitsplan. Vanaf 2026 wordt gewerkt aan het borgen van bedrijfscontinuïteit in onze primaire processen. Het ministerie van J&V heeft een (voorgenomen) besluit genomen om de veiligheidsregio’s onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. In 2026 zal een weerbaarheidsanalyse vanuit J&V worden uitgevoerd.

Op basis daarvan kan pas een inschatting worden gemaakt van de benodigde investeringen en kosten. Het risico bestaat dat hogere kosten gaan voorkomen vanuit aanvullende kosten ten aanzien van Bedrijfscontinuïteit management (BCM). Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (Wnra) De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), in werking per 1 januari 2020, regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de private sector.

Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van april 2021 is ook de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV is met ingang van 1 januari 2022 gestart en treedt namens alle Veiligheidsregio’s op als vakorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de WNRA is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. Het is onduidelijk wanneer een keuze wordt gemaakt. Als er een keuze wordt gemaakt in de RCDV, wordt deze vervolgens gedeeld met de minister die een keuze maakt. Dan is

Jaarstukken 2025

51

duidelijk wat de impact voor de Veiligheidsregio’s is. De invoering van de WNRA betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. Stijgende loon- en prijsontwikkeling Geopolitieke spanningen en tariefverhogingen leiden tot blijvende kostenstijgingen en langere levertijden voor materialen en diensten. Structurele ketenverstoringen en grondstoffen schaarste verhogen het risico op onverwachte prijsstijgingen voor materieel en bepakking. De aanhoudende volatiliteit in energiemarkten drijft productie- en logistieke kosten verder op. Kosten voor materieel, materialen, onderhoud, brandstof en energie stijgen. Investerings- en exploitatiebegroting kunnen hierdoor tekortschieten en reguliere indexatie is mogelijk onvoldoende bij extreme prijs- en loonschommelingen. In de begroting 2025 en 2026 is zijn budgetten waar nodig geïndexeerd. De werkelijke prijsstijging in 2025 en 2026 kan hiervan afwijken. Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gingen veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Voor veiligheidsregio’s is afgelopen jaar een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie.

Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen veiligheidsregio moeten worden gedragen. Safety Village De combinatie van aflopende tijdelijke vergunningen voor huisvesting op het terrein, verouderde infrastructuur, capaciteitsdruk en landelijke ontwikkelingen in het brandweeronderwijs maakt dat we op korte termijn moeten bepalen hoe we ook in de toekomst over goede opleidings- en oefenfaciliteiten kunnen blijven beschikken. Op basis van toenemende eisen aan flexibiliteit, inhoudelijke regie en betaalbaarheid is in het Algemeen Bestuur van september 2025 de strategische richting uitgesproken voor het behoud van een eigen opleidings- en oefencentrum. We onderzoeken hoe we deze opgave toekomstbestendig kunnen realiseren waarin de mogelijkheden, vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht.

Post Moerdijk Haven In de vergadering van 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost. De jaarlijkse kostenstijging van € 893k vanaf 2027 vangen we aanvankelijk incidenteel op. Vanaf 2029 is de intentie om deze kosten structureel te dekken vanuit het principe ‘nieuw voor oud’. Het is nu nog onzeker of binnen de transformatie brandweerzorg tijdig voldoende financiële ruimte ontstaat om deze ontwikkeling op te vangen.

Jaarstukken 2025

52

Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij we kosten krijgt die we niet kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.

Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Rekening 2024

Begroting 2025

36%

46%

39%

36%

46%

39%

10% 0,96%

7% 0,59%

11% 0,35%

Rekening 2025

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hoe lager het kengetal, hoe sterker de positie. Er is een kleine toename in de schuldquote te zien, dit komt doordat er in 2025 geen kasgeldlening is aangetrokken en er een hoger saldo aan liquide middelen is ontstaan, ook is het saldo van de overlopende activa gedaald door de verkoop van de kazerne Bergen op Zoom. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit wordt veroorzaakt doordat er geen kapitaalvestrekkingen zijn gedaan aan bijvoorbeeld deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen of overige verbonden partijen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft aan in welke mate we in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. De VNG geeft als richtlijn mee dat dit percentage bij voorkeur hoger is dan 25% voor gemeenten. We hebben echter maar een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves) omdat in de regel een positief jaarrekeningresultaat wordt teruggestort naar de gemeenten. Deze gemeenten vormen dan ook onze achtervang. De solvabiliteitsratio is iets gestegen ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting.

Bij de begroting is uitgegaan van een lager eigen vermogen. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten. Een gezond kengetal zit net boven 0%. Dit geeft aan dat er geen structureel dekkingstekort zit in de begroting zonder anderzijds een overvloed aan structurele dekkingsmiddelen te hebben. Onze structurele exploitatieruimte is in 2025 zowel in de begroting als de realisatie positief uitgekomen en laat een gezonde financiële structuur zien.

Jaarstukken 2025

53

3.6

Verbonden partijen

Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. We kennen formeel juridisch gezien geen verbonden partijen door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate of van een structureel samenwerkingsverband met een bestuurlijk belang gezien het maatschappelijke of algemene belang. De commissie BBV beveelt aan om ook deze partijen op te nemen in een tabel in de paragraaf Verbonden partijen.

Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant (Dvo-GGD). De Dvo-GGD is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening (KGR), waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel uit van deze KGR. In de KGR zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. We participeren voor een aandeel van 93,65% in de KGR. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een organisatorisch onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats met de cijfers van de GHOR. Onze bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving.

Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Sinds 1 februari 2013 is er op het haven- en industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Deze publiek-private samenwerking (PPS) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en VRMWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. Eind 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van 1 januari 2027 te stoppen met de bedrijfsbrandweeractiviteiten en de PPS constructie met de SBM te beëindigen. De brandweerpost gaat daarna door als overheidsbrandweer.

Publiek-Private Samenwerking voor blusboot We hebben een waakvlamovereenkomst tot 1 okt 2039 met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. Firma BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. We leveren een

Jaarstukken 2025

54

opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen. Ook leveren en onderhouden we de aanvullende bepakking. Eind 2025 zijn we gestart met de herziening van de RisicoInventarisatie en Evaluatie (RI&E) Furie4.

Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met veiligheidsregio Zeeland, over de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.

Jaarstukken 2025

55

4. Jaarrekening 4.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De jaarrekening geeft volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. Daarnaast geeft de jaarrekening een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. De waardering van de activa en passiva, en de bepaling van het resultaat, vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Het BBV bepaalt dat de jaarrekening uit onderstaande onderdelen bestaat: a. b. c. d.

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting. De balans en de toelichting. De bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. Een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • •

•

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet. De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 4 december 2025 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. Hierbij gelden de spelregels conform art. 25 van de Financiële Verordening VRMWB. Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

Jaarstukken 2025

56

•

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening 2025. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Overzicht van baten en lasten en de toelichting Het overzicht van baten en lasten bevat het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Per programma zijn de gerealiseerde baten en lasten, en het saldo daarvan, opgenomen in de jaarrekening. Daarnaast is het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting opgenomen. Indien een van deze eenheden structureel nul is, wordt deze weggelaten in het overzicht. Conform het BBV is de toelichting op het overzicht van baten en lasten opgenomen. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

De balans en de toelichting Vaste activa In de financiële verordening en artikel 212 Gemeentewet zijn de richtlijnen met betrekking tot waardering en afschrijving van vaste activa beschreven. Deze richtlijnen zijn uitgewerkt in de beleidsnota ‘investeren, waarderen en afschrijven vaste activa Veiligheidsregio MWB 2025’ (inwerkingtreding 1 januari 2025). Deze nota wordt iedere vier jaar geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De (materiële) vaste activa zijn opgenomen op basis van historische waarderingsgrondslagen, respectievelijk vervaardigings- of verkrijgingsprijs minus een lineaire afschrijving. Investeringen met een meerjarig economisch nut en een waarde van minimaal € 20.000 worden in het jaar van ingebruikname volledig geactiveerd en afgeschreven per 1 juli van het betreffende boekjaar. Voor het activeren van activa gelden de regels volgens Hoofdstuk 5 van het BBV, en de richtlijnen die zijn opgenomen in de beleidsnota ‘Investeren, waarderen en afschrijven’. Voor het afschrijven van de activa worden onderstaande vastgestelde termijnen gehanteerd. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de economische levensduur van de activa. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast.

De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Jaarlijks wordt het bestaansrecht van de activa gecontroleerd.

Jaarstukken 2025

57

Vlottende activa Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Buiten gebruik gestelde vaste activa Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde of nihil waarde indien al volledig afgeschreven. Vaste passiva Passiva bestaande uit het eigen vermogen, voorzieningen en langlopende schulden, worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De beleidsnota ‘Reserves en voorzieningen Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2025’ (Inwerkingtreding 1 januari 2025) behandelt de uitgangspunten en voorwaarden voor de vorming, aanwending en verantwoording van reserves en voorzieningen. Het eigen vermogen bestaat uit reserves en nog te bestemmen resultaat. Toevoegingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves worden gedaan op basis van resultaatbestemming en worden conform het BBV separaat verantwoord. Het BBV schrijft vier mogelijkheden voor om een voorziening te vormen. De omvang van de voorzieningen is mede gebaseerd op schattingselementen, verband houdende met uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Omdat de voorzieningen gewaardeerd worden tegen nominale waarden, worden geen jaarlijkse

Jaarstukken 2025

58

rentebijschrijvingen gedaan. De langlopende schulden worden verminderd met de aflossingen die al voor de balansdatum zijn voldaan. Vlottende passiva Kortlopende schulden en verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, worden gewaardeerd tegen nominale waarden. Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan we voor toekomstige jaren zijn verbonden, worden opgenomen in de toelichting op de balans. Resultaatbestemming Het saldo van de jaarlijkse baten en lasten vormt het resultaat. Dit resultaat en de bestemming daarvan wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

Jaarstukken 2025

59

4.2

Balans

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Materiële vaste activa economisch nut

31-12-2024

€

49.376

€

52.204

Totaal vaste activa

€

49.376

€

52.204

Vlottende activa Voorraden Gereed product en handelsgoederen

€

-

€

-

€

6.794

€

6.045

Liquide middelen Kas- en banksaldi

€

84

€

124

Overlopende activa

€

7.724

€

2.705

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of minder Vorderingen op publiekrechtelijke lichamen € Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 € Overige vorderingen of uitzettingen €

455 5.328 1.011

31-12-2025

€ € €

534 4.987 524

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek bestedingsdoel - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen

€ €

844 6.089

€ €

1.105

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen vooruitbetaalde voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek bestedingsdoel - Overige vooruitbetaalde bedragen gemeente Overige vooruitbetaalde bedragen

€ €

242 549

€ €

274 1.326

Totaal vlottende activa

€

14.602

€

8.874

Totaal generaal

€

63.978

€

61.078

PASSIVA Vaste passiva Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

31-12-2024

€ € €

1.770 4.750 176

€

1.744

€

3.405

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen binnenlandse banken Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige kasgeldleningen Overige schulden Overlopende passiva Verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen Ontvangen overheids-voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel - Rijk - Provincie - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen

€ €

10.000 2.242

€

7.191

€ € € €

322 639 -

€

6.696

€

5.150

31-12-2025

€ € €

1.920 5.545 -1.045

€

2.202

€

3.370

€

6.419

€

5.572

€

31.737

€

38.458

€

43.583

€

50.449

€

12.242

€

1.176

€

8.152

€

9.452

€ €

1.176

€

7.979

€ € € €

950 33 469 20

Totaal vlottende passiva

€

20.394

€

10.628

Totaal generaal

€

63.978

€

61.078

Jaarstukken 2025

60

4.3

Toelichting op de balans

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa (Bedragen x € 1.000)

Boekwaarde 31-12-2024

Investeringen

Des- Afschrijvingen investeringen

Bijdragen derden direct gerelateerd

Gronden en terreinen Gebouwen Grond weg en bouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

€ € € € € € €

433 € 4.586 € 87 € 29.349 € 3.006 € 10.146 € 47.608 €

- € 88 € - € 7.401 € 1.092 € 1.339 € 9.920 €

- € - € - € - € - € 54 € 54 €

- € 482 € 5 € 3.656 € 486 € 2.400 € 7.030 €

Afwaardering Boekwaarde 31-12-2025 wegens duurzame waarde- € vermindering - € 433 - € - € 4.191 - € - € 82 - € - € 33.093 - € - € 3.612 28 € - € 9.004 28 € - € 50.416

Onderhanden werk activa Totaal

€ €

1.768 € 49.376 €

20 9.940 €

54 €

7.030 €

28 €

€ - €

1.788 52.204

Materiële vaste activa economisch nut Investeringen De investeringen hebben betrekking op verbouwingen (gebouwen), reguliere vervangingen van voertuigen, machines, apparaten en installaties en overige materiële vaste activa. In paragraaf 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen wordt een gedetailleerde specificatie gegeven van de investeringen in 2025. Desinvesteringen Gedurende het jaar zijn diverse activa afgestoten en verkocht. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de exploitatie. Het resultaat op Overige materiële vaste activa betreft de boekwaarde bij buiten gebruikstelling van AVLS-navigatie voor TS- en volgvoertuigen. Alle activa zijn gecontroleerd op aanwezigheid en levensduur en indien van toepassing gedesinvesteerd. Afschrijvingen In 2025 zijn de afschrijvingen toegepast op basis van lineaire afschrijvingen, volgens de termijnen gesteld in paragraaf 4.1 grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Afwaardering In 2025 heeft er geen afwaardering in de activa plaatsgevonden. Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of minder Vorderingen op publiekrechtelijke lichamen

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Debiteuren openbare lichamen Afrekening GHOR

€ €

439 € 16 €

534 -

Totaal

€

455 €

534

De positie debiteuren openbare lichamen is in 2025 toegenomen. De toename wordt veroorzaakt door facturering aan het NIPV voor detachering van verschillende medewerkers.

Jaarstukken 2025

61

De afrekening GHOR resulteert in 2025 in een negatief resultaat, deze post is opgenomen bij overlopende passiva voor € 45k Uitzettingen in Rijk’s schatkist met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar De ter beschikking staande liquide middelen waren in 2025 toereikend om te voldoen aan de financieringsbehoefte die voortvloeide uit de salarisbetalingen, exploitatie uitgaven en realisatie op het investeringsplan. In 2025 is er geen kasgeldlening aangetrokken.

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Des Rijk's schatkist

€

5.328 €

4.987

Totaal

€

5.328 €

4.987

Uitzettingen in het kader van Schatkistbankieren Presentatie gelden buiten Schatkistbankieren voorgeschreven 2025: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar

2025

(1)

Drempelbedrag

1.863

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

203

109

123

127

(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

1.661 0

1.754 0

1.740 0

1.736 0

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(4c) (1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

2024

93.171 93.171

1.863

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2

(5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 3

Kwartaal 4

18.257

9.956

11.333

11.723

90

91

92

92

203

109

123

127

Overige vorderingen of uitzettingen

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Debiteuren

€

1.011 €

524

Totaal

€

1.011 €

524

Jaarstukken 2025

62

De afname in debiteuren wordt veroorzaakt door een correctie in 2024 op de indexering van de bijdrage PPS Moerdijk. Er is geen sprake van een voorziening dubieuze debiteuren. Liquide middelen Kas- en banksaldi

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Bank Simpled Card Kruisposten

€ € €

50 € 33 € 0 €

83 41 0

Totaal

€

84 €

124

In 2025 is er een rekening geopend bij de Rabobank voor een bijdrage aan de Risk Factory van € 40k. Dagelijks wordt het saldo van de BNG-bank afgeroomd tot € 50k naar Rijks Schatkist. Simpled Card Er zijn in 2025 nog enkele kaarten uitgegeven. De kaarten worden vooral gebruikt op de kazernes voor kleine uitgaven, zodat medewerkers niet elke keer een declaratieformulier hoeven in te dienen. Voor grote uitgaven wordt gebruik gemaakt van het inkoopsysteem. Vanwege de diensten op de kerstdagen en nieuwjaarsdag is op een aantal kaarten het kaartsaldo verhoogd om inkopen voor de viering op de kazerne te kunnen doen. Hierdoor neemt het geld in omloop licht toe. Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Overige Nederlandse overheidslichamen Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Opvang ontheemden Oekraïne

€

844 €

- €

Ontvangen bedragen 844 €

Totaal

€

844 €

- €

844 €

Toevoeging

31-12-2025

-

-

Het betreft de kosten van 2023 voor de opvang van ontheemden uit de Oekraïne die zijn gedeclareerd door diverse gemeenten en VRMWB. De definitieve afrekening door het Rijk van de verantwoorde bedragen over 2023 heeft in 2025 plaatsgevonden. De aan Europese en Nederlandse overheidslichamen vooruitbetaalde voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Ontvangen bedragen

31-12-2025

Vooruitbetaalde vs gemeenten t.b.v. Oekraïne

€

242 €

32 €

- €

274

Totaal

€

242 €

32 €

- €

274

Jaarstukken 2025

63

De vooruitbetaalde voorschotten t.b.v. opvang ontheemden Oekraïne betreffen de gemeente Breda en Oisterwijk, waarvan de definitieve afrekening plaatsvindt in 2026. Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Bedragen x € 1.000 Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal

€ €

31-12-2024 6.089 € 549 €

31-12-2025 1.105 1.325

€

6.638 €

2.430

Overige nog te ontvangen bedragen zijn opbrengsten die betrekking hebben op 2025 maar nog niet in 2025 zijn ontvangen. De afname van € 4.984k betreft de verkoop van de kazerne Bergen Op Zoom in december 2024, waarvoor het bedrag in januari 2025 ontvangen is. Betalingen die in 2025 zijn gedaan, maar betrekking hebben op 2026 zijn opgenomen op de balans als vooruitbetaalde bedragen. De toename van € 776k wordt veroorzaakt door diensten en licenties voor informatisering die op meerdere jaren betrekking hebben.

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Algemene Reserve

€

Toevoeging/ onttrekking resultaat 2024 1.770 € 150 €

Totaal

€

1.770 €

150 €

Toevoegingen reserves

Onttrekkingen reserves

Vrijval

31-12-2025

-

€

-

€

-

€

1.920

-

€

-

€

-

€

1.920

Vanuit het besluit over de resultaatbestemming is €150K uit het resultaat van 2024 toegevoegd aan de algemene reserve. Bestemmingsreserves Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging/ onttrekking resultaat 2024 € 26 € € - € € - € € - € € - € € - € € - €

BDuR strategische Projecten BDuR BTW BDuR CB Doorontwikkeling organisatie HSL Post Moerdijk Haven SaaS

€ € € € € € €

1.151 793 500 441 332 574 959

Totaal

€

4.750 €

26 €

Toevoegingen reserves

605 548 366

Onttrekkingen reserves

€ € € € € € €

1.519 €

Vrijval

31-12-2025

€ € € € € € €

-

€ € € € € € €

1.177 653 1.105 441 332 1.122 714

751 €

-

€

5.545

140 611

De bestemmingsreserves zijn opgenomen in een meerjarig bestedingspatroon, waarin de benutting wordt aangegeven. Bovenstaande overzichten van de algemene reserve en de bestemmingsreserves geven de totale reservepositie weer. Per 31-12-2024 bedroeg de totale reservepositie € 6.520k. Alle toevoegingen en onttrekkingen hebben volgens de begroting plaatsgevonden, met uitzondering van de reserves SaaS en BDuR Crisisbeheersing die op basis van de werkelijke realisatie worden gemuteerd. Per 31-12-2025

Jaarstukken 2025

64

resulteert dit in een totale reservepositie van € 7.465k. De individuele bestemmingsreserves worden hieronder nader toegelicht. BDuR strategische projecten Naar verhouding van Rijksbijdrage BDuR en gemeentelijke bijdragen wordt jaarlijks 15% van het exploitatieresultaat gestort in de reserve. Onttrekking gebeurt op basis van de in de begroting opgenomen geraamde projecten. Conform begroting heeft er geen onttrekking plaatsgevonden uit de reserve BDuR strategische projecten. Wel is € 26k toegevoegd vanuit het resultaat 2024. Deze reserve is ingesteld ter dekking van incidentele strategische- en ontwikkelprojecten. BDuR BTW Volgens begroting is een bijdrage van € 140K uit de reserve onttrokken. In het verleden werden de veiligheidsregio's binnen de rijksbijdrage BDuR gecompenseerd voor de BTW. Deze compensatie wordt niet meer separaat binnen de BDuR benoemd, maar maakt onderdeel uit van de totale bijdrage. BDuR Crisisbeheersing De voorwaarden van het Rijk voor de verstrekte extra BDUR-gelden Versterking Crisisbeheersing en Informatiepositie vermelden expliciet dat deze gelden alleen voor crisisbeheersing en informatievoorziening mogen worden ingezet, deze gelden mogen niet terugvloeien naar de gemeenten. Niet bestede gelden worden daarom per einde jaar gestort in de reserve CB.

Onttrekking gebeurt op basis van, via een begrotingswijziging opgenomen, geraamde projecten/activiteiten. Er is sprake van een € 142k hogere storting dan begroot in de reserve BDuR Crisisbeheersing. Deze afwijking bestaat uit diverse onderbestedingen. Doorontwikkeling organisatie Deze reserve is bestemd voor de frictiekosten en het leiderschapstraject als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie. Volgens begroting heeft er geen onttrekking plaatsgevonden. Hogesnelheidslijn (HSL) In 2025 heeft volgens begroting geen onttrekking plaatsgevonden met betrekking tot de reserve Hoge Snelheidslijn. Deze reserve is ingesteld voor het treffen van veiligheidsmaatregelen bij het optreden bij spoorwegincidenten op de HSL. Post Moerdijk-Haven Dit betreft een egalisatiereserve om de toekomstige kosten voor de overgang naar een beroepspost op te vangen. Er is volgens begroting en bestuurlijke afspraak € 548k toegevoegd aan de reserve Moerdijk-Haven. SaaS De ICT kosten voor Software as a Service (SaaS) worden gedekt uit een egalisatiereserve SaaS, waardoor een evenwichtige spreiding van de lasten wordt bereikt. Op basis van een meerjarenbegroting SaaS-projecten wordt in de begroting de hoogte van de onttrekking bepaald.

Voor 2025 is uiteindelijk € 217k minder onttrokken uit de reserve SaaS dan begroot, omdat kosten voor advies en uitbesteding lager zijn uitgevallen in verband met het doorschuiven van een tweetal projecten naar 2026. Zie hiervoor ook de toelichting op de verschillen in paragraaf 4.7.

Jaarstukken 2025

65

Gerealiseerde resultaat Het gerealiseerde resultaat over 2025 bedraagt -€ 1.045k. Dit resultaat is vastgesteld in overeenstemming met art. 42 van het BBV. Bedragen x € 1.000

Totaal

31-12-2024

€

Toevoeging/ Toevoegingen/ Verminderingen afschrijvingen activa onttrekking onttrekkingen baten en lasten resultaat 2024

176 €

(176) €

(1.045) €

31-12-2025

- €

(1.045)

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

31-12-2025

Regeling Vervroegde Uittreding Spaarverlof

€ €

309 € 1.435 €

58 € 778 €

164 € - €

15 € 199 €

188 2.014

Totaal

€

1.744 €

836 €

164 €

214 €

2.202

Regeling Vervroegde Uittreding Deze voorziening omvat alle financiële verplichtingen tot en met 2028 aan werknemers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) en is gebaseerd op het wettelijk vastgestelde drempelbedrag. In 2025 is één nieuwe regeling overeengekomen en toegevoegd aan de voorziening. Voor de lopende regelingen is in 2025 € 164k aangewend. De vrijval betreft een correctie van € 15k op de aanwending in 2024. Spaarverlof Deze voorziening omvat de aan arbeidskosten gerelateerde verplichting van medewerkers met betrekking tot het opgebouwde spaarverlof en de overmatige bovenwettelijke verlofsaldi. Op basis van de verlofstanden op 31-12-2025 is een storting geboekt voor nieuw opgebouwd verlof en een vrijval in de voorziening geboekt voor de opgenomen uren. De realisatie per eind 2025 is fors hoger dan tussentijds was voorzien. Veel medewerkers besluiten pas aan het einde van het jaar om hun verlofoverschot of IKB aan het spaarverlof toe te voegen, waardoor deze post lastig te voorspellen en te beïnvloeden is. Daarnaast hebben we in de tweede helft van 2025 te maken gehad met een hoog ziekteverzuim binnen de 24-uursdienst, hetgeen heeft geleid tot meer overuren dan gebruikelijk. Deze overuren zijn door de collega’s in de 24-uursdienst grotendeels toegevoegd aan het spaarverlof.

Voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren Onderhoud huisvesting Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Onderhoud huisvesting

€

3.405 €

842 €

878 €

Totaal

€

3.405 €

842 €

878 €

Vrijval -

31-12-2025 €

3.370

- €

3.370

In 2013 heeft het bestuur ingestemd met het vormen van een voorziening onderhoud huisvesting om de onderhoudskosten van de gebouwen in tijd gelijkmatig te spreiden. De voorziening wordt gevoed op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) dat voor iedere kazerne is opgesteld en waarop periodiek actualisering plaatsvindt. In 2026 vindt actualisering van de MJOP’s plaats, zodat toekomstige aanspraken (20 jaar) ten behoeve van de uitvoering van het onderhoud van de gebouwen als gebruiker zijn gewaarborgd en inzichtelijk worden gemaakt. Aan de voorziening is in 2025 een bedrag van € 842k toegevoegd. De werkelijke kosten die in 2025 zijn uitgegeven voor het planmatig onderhoud bedroegen € 878k. Dit bedrag is hoger dan het voorziene bedrag van € 420k.

Jaarstukken 2025

66

Een aantal zaken is vanuit het MJOP naar voren gehaald en aangewend omwille van nut en noodzaak. Zo is in een aantal gevallen gebruiksonderhoud bij kazernes financieel voordeliger uitgevoerd door dit direct in de verbouwing mee te nemen. Daarnaast noopten omgevingsfactoren, zoals ongedierte of zoutinslag, om direct structurele maatregelen hierop in te zetten. Het bedrag van € 878k is onttrokken aan de voorziening. Vaste schulden met een rente looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen binnenlandse banken Bedragen x € 1.000 Lening 40.82959 (4,58%) Lening 40.105429 (3,41%) Lening 40.105430 (3,68%) Lening 40.110376 (1,22%) Lening 40.110377 (0,84%) Lening 40.114923 (0,205%) Lening 40.115776 (2,132%) Lening 40.116078 (3,033%) Lening 40.116983 (2,707%) Lening 40.118231 (2,995%) Lening 40.118362 (3,064%)

€ € € € € € € € € € €

Saldo 31-12-2024 0 € 488 € 1.190 € 2.400 € 375 € 7.833 € 8.500 € 5.000 € 5.950 € - € - €

Totaal

€

31.737 €

Vermeerderingen - € - € - € - € - € - € - € - € - € 6.000 € 6.000 € 12.000 €

Aflossing 2025 0 488 207 400 250 667 667 1.000 1.400 200 -

€ € € € € € € € € € €

5.279 €

Saldo Rentelast 2025 Rentelast 2024 31-12-2025 0 € - € 1 - € 4 € 25 983 € 39 € 47 2.000 € 27 € 32 125 € 2 € 4 7.167 € 15 € 17 7.833 € 176 € 188 4.000 € 143 € 173 4.550 € 139 € 168 5.800 € 93 € 6.000 € 61 € 38.458 €

699 €

653

In 2025 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken voor totaal € 12.000k en is er € 5.279k afgelost op de lopende leningen, wat resulteert in een saldo van € 38.458k. Vlottende passiva Netto schulden met een rente looptijd korter dan 1 jaar Overige kasgeldleningen

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Kasgeldlening

€

10.000 €

-

Totaal

€

10.000 €

-

Op 18-2-2025 is een kasgeldlening uit 2024 afgelost. In 2025 is er geen nieuwe kasgeldlening aangetrokken. Overige schulden

Crediteuren Nog af te dragen BTW

€ €

31-12-2024 2.184 € 58 €

Totaal

€

2.242 €

31-12-2025 1.070 106 1.176

Het verschil in saldo crediteuren wordt in 2025 veroorzaakt doordat in 2024 twee grote facturen van ieder ongeveer € 500k aan het eind van het jaar binnen zijn gekomen. Een daarvan was bestemd voor informatisering. Deze is uiteindelijk in 2025 gecrediteerd. De andere factuur betrof de aanschaf van een hoogwerker. Deze factuur is begin 2025 betaald (conform betalingstermijn). De stijging van de omzetbelasting komt vooral doordat de aangifte van november 2025 ad € 111k wordt afgewikkeld in 2026. Er zijn nog lopende suppletieaangiften over 2025 die in 2026 nog binnen komen van €-6k.

Jaarstukken 2025

67

Overlopende passiva Verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen

Bedragen x € 1.000

31-12-2024

31-12-2025

Nog te betalen rente leningen Overige nog te betalen bedragen Salarissen 13e maand Af te dragen loonheffingen Nog te betalen afdrachten ABP etc Nog te betalen 3e jaar WW

€ € € € € €

92 2.083 43 4.281 692 -

€ € € € € €

125 2.735 46 4.308 750 14

Totaal

€

7.191 €

7.979

De toename in de rente leningen van € 33k wordt veroorzaakt, doordat in 2025 2 leningen voor € 12.000k zijn afgesloten, waarvan de rente hoger ligt dan voorgaande leningen. De toename in de overig nog te betalen bedragen van € 648k wordt voornamelijk veroorzaakt door de CAO verhoging, die in 2026 met terugwerkende kracht wordt uitbetaald. De toename in af te dragen loonheffingen en afdrachten ABP wordt veroorzaakt doordat er wijzigingen in belastingschalen hebben plaatsgevonden en de toename in het personeelsbestand. De post nog te betalen 3e jaar WW betreft een bij werknemers ingehouden premie vanaf augustus 2025. In de nieuwe CAO is deze premie met terugwerkende kracht op 0% gesteld, de in 2025 ingehouden premies worden terugbetaald zodra de nieuwe CAO definitief is. Ontvangen overheidsvoorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel – Rijk Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

31-12-2025

Vooruitontvangen vs eerste ontheemden Oekraïne Verbetering digitale dienstverlening Bijdrage HSL Noodsteunpunten

€

322 €

436 €

255 €

-

€

503

€ € €

176 € - € - €

150 € 97 € 180 €

156 € - € - €

-

€ € €

170 97 180

Totaal

€

498 €

863 €

411 €

- €

950

Voorschot eerste opvang ontheemden Oekraïne Het vooruit ontvangen voorschot vanuit het Rijk bedraagt voor 2024 € 617k waarbij de werkelijk gemaakte kosten van VRMWB (€ 295k) in 2024 aangewend zijn. Voor 2025 bedraagt het voorschot € 436k en de werkelijk gemaakte kosten van de VRMWB € 255k. Op basis van de definitieve beschikking van het Rijk SiSa 2025 vindt in 2026 respectievelijk 2027 de definitieve afrekening plaats. Verbetering digitale dienstverlening In 2024 is als Specifieke Uitkering (SPUK) € 147k ontvangen van het Rijk voor het project verbetering digitale dienstverlening. VRMWB is penvoerder voor dit project. In 2025 is het laatste deel van deze SPUK aangewend en het project afgerond. In 2025 is een aanvullende SPUK digitale dienstverlening ontvangen van € 150k, aanwending van deze gelden vindt plaats in 2026 en 2027.

Jaarstukken 2025

68

Bijdrage HSL Voor taken die we uitvoeren op het HSL traject (inzet 25kv spanningstester) zijn afspraken gemaakt met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Als gevolg van deze afspraken ontvangen we een bijdrage. Deze bijdrage van € 290k heeft betrekking op de periode mei tot en met april van het volgende jaar. De ontvangen bijdrage in 2025 is daarom voor € 97k meegenomen naar 2026. Noodsteunpunten In 2025 is € 180k ontvangen als voorschot voor de kosten van de pilot noodsteunpunten en burgerhulpverlening. Dit voorschot wordt in 2026 ingezet voor dit doel. Ontvangen overheidsvoorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel – Provincie Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Riskfactory

€

53 €

65 €

85 €

Totaal

€

53 €

65 €

85 €

Vrijval

31-12-2025 €

33

- €

33

-

Risk Factory Voor de activiteiten die gerelateerd zijn aan het opzetten en exploiteren van een Risk Factory heeft de Provincie Noord-Brabant eind 2021 een subsidie toegekend van € 175k. Tot en met 2024 is hiervan € 122k aangewend. In 2025 is een wijziging op de subsidie aangevraagd en is een aanvullende subsidie toegekend van € 150k. De 1e termijn van € 50k is in 2025 ontvangen. Daarnaast is nog een extra subsidie ontvangen van de Provincie van € 15k voor de opstart doelgroep senioren. De aanwending in 2025 bestaat uit 16,3% over de subsidiabele kosten van de Risk Factory. Ontvangen overheidsvoorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel - overige Nederlandse overheidslichamen Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

31-12-2025

Transitiekosten meldkamer Riskfactory bijdrage GGD

€ €

410 € - €

- € 100 €

41 € - €

-

€ €

369 100

Totaal

€

410 €

100 €

41 €

- €

469

Transitiekosten meldkamer In het uitwerkingskader van de meldkamer is afgesproken dat het beheer van de meldkamers wordt overgenomen door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Als compensatie van mogelijke frictiekosten op het gebied van beheer, ondersteuning en samenvoeging van meldkamers is een vergoeding ontvangen van het Ministerie van J&V ad € 500k. Tot en met 2024 is hiervan € 90k aangewend. In 2025 zijn vervolgstappen genomen in de transitie en ontwikkeling van de meldkamer, hiervoor is € 41k aangewend. Op basis van de (landelijke) ontwikkelingen worden deze gelden in 2026 verder aangewend. Risk Factory In 2025 is er door de GGD een partnerbijdrage geleverd van € 100k ter ondersteuning en versterking van de uitvoering van de doelstellingen van de Risk Factory. Deze gelden worden vanaf 2026 aangewend. Overige vooruitontvangen bedragen Bedragen x € 1.000

31-12-2024

Riskfactory Bijdrage Rabobank

€

Totaal

€

Jaarstukken 2025

-

Toevoeging

Aanwending

Vrijval

31-12-2025

€

40 €

13 €

7 €

20

- €

40 €

13 €

7 €

20

69

De Rabobank heeft een bijdrage geleverd van € 40k als partner van de Risk Factory. In 2025 is hiervan € 13k aangewend. Het restant van de gelden wordt verdeeld over 2026 en 2027 aangewend. De vrijval bestaat uit de afdracht van € 7k BTW over deze bijdrage.

4.4

Investeringen

Financiële consequenties investeringen In 2025 is er voor € 9,9 miljoen geïnvesteerd in materiële vaste activa. Alle investeringen betreffen investeringen met een economisch nut. We hebben geen investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Categorie (bedragen x € 1.000)

Begroting Primair

Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa

€ € € €

96 € 14.647 € 1.266 € 1.141 €

190 € 9.252 € 1.408 € 1.908 €

88 € 7.401 € 1.092 € 1.339 €

102 1.851 315 569

Totaal

€

17.149 €

12.758 €

9.920 €

2.838

Begroting na wijziging

Rekening Saldo (begroting /- rekening)

Hieronder worden de verschillen tussen de begroting na wijziging en de werkelijke investeringen eind 2025 toegelicht. De verschillen worden met name veroorzaakt vanwege het doorschuiven van investeringen van 2025 naar 2026.

Bedrijfsgebouwen Gebouwen De verbouwing van de kazerne in Ossendrecht, een investering van € 26k, is vanwege de meest actuele planning doorgeschoven naar 2026. Op het investeringsplan stond ook € 63k voor het verduurzamen van de kazernes. Er is gekozen om in 2025 een nulmeting voor de conditie van de kazernes uit te voeren waarna in 2026 het MJOP wordt geactualiseerd. De verduurzamingsmaatregelen worden hierin meegenomen en zijn daarom doorgeschoven.

Vervoermiddelen Voertuigen In 2025 stond de vervanging van een groot deel van de kleinere voertuigen (36 bestel/dienstbussen en 27 personenauto’s) op het investeringsplan. De totale investering van ruim € 8 mln. bleek € 185k voordeliger uit te pakken. Enkele voertuigen worden daarnaast vanwege langere levertijden pas in de eerste maanden van 2026 geleverd. Het gaat om een hoogwerker voor Tilburg Centrum (€ 1,3M), twee verkenningsvoertuigen (€ 147k) en een voertuig voor TBO (Technisch Brand Onderzoek) (€ 74k). De waterwagen in Zundert wordt voorzien van een bumpermonitor (€ 109k). De ingebruikname wordt januari 2026, vandaar dat de activering pas in 2026 plaats vindt. In 2025 is ook een deel van de inventaris voor de TS-en (€ 228) doorgeschoven naar 2026 en 2027 omdat directe vervanging niet nodig bleek. In 2026 wordt de materieelstrategie geoptimaliseerd en het investeringsplan hierop geactualiseerd.

Jaarstukken 2025

70

Machines, apparaten en installaties Installaties Voorafgaand aan de reguliere vervanging van rookafzuiginstallaties in de kazernes is eerst een onderzoek gedaan naar de technische levensduur en de staat van de verschillende afzuiginstallaties. De aanbesteding van de te vervangen installaties wordt gebundeld en zo beter aanbesteed. De vervangingen in 2025 (€ 114k) zijn daarom doorgeschoven naar 2026. Machines De levering van de verkenningsrobot heeft in 2025 plaats gevonden, maar het voertuig waar deze in vervoerd wordt moest nog worden aangepast. De definitieve in gebruik name vindt nu in januari 2026 plaats (€ 154k). Inventaris voertuigen De investeringen voor de inventaris van de hoogwerker in Tilburg (€ 32k) en het TBO voertuig (€ 42k) schuiven door levering van de voertuigen in 2026 ook door.

Overige materiële vaste activa Informatietechnologie In het kader van weerbaarheid en bij een 72-uurs stroomuitval wordt gewerkt aan het realiseren van noodvoorzieningen. Naast dat we 100 noodstroomaggregaten hebben aangeschaft wordt er ook gekeken naar noodcommunicatiemiddelen voor als de huidige digitale communicatie wegvalt. Er zijn 2 investeringen gepland voor de aanschaf van noodportofoons, antennes en overige randapparatuur. In totaliteit € 120k, in 2025 gevraagd, maar de levering vindt pas in 2026 plaats. Voor de vervanging van AVLS-navigatiesystemen geldt hetzelfde, ook hier vindt de levering plaats in Q1 2026 en schuift de investering van € 164k door naar 2026. De aanschaf van de AVLS iPads valt € 49k voordeliger uit en de aanschaf van iPads voor diverse piketfuncties voor € 33k is komen te vervallen, omdat dit binnen de huidige voorraad wordt opgelost. Jeugdbrandweer De jeugdbrandweer maakt gebruik van digitale schermen om te oefenen. De vervanging van deze schermen stond eind 2025 op de planning, maar er is eerst gekeken naar de exacte behoefte en mogelijke update van de schermen. De aanschaf vindt nu in 2026 plaats en dit geeft een verschil van € 28k. Inventaris gebouwen In 2025 stond de vervanging van meubilair in verschillende kazernes gepland.

Deze schuiven deels door naar 2026, omdat naar het totaal gekeken wordt in relatie tot geplande verbouwingen, nieuwbouw en levensduur. In 2026 gaat het dan om een bedrag van € 74k. Daarnaast is een investering van € 60k komen te vervallen omdat vervanging van dit meubilair in diverse kazernes nog niet nodig was. Deze worden later opgenomen in het investeringsplan. In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de gerealiseerde investeringen 2025 per soort.

Jaarstukken 2025

71

Investering Gebouwen Voertuigen Inventaris voertuigen MAI overig Materieel Meetapparatuur Werkplaatsen Informatietechnologie Inventaris gebouwen PBM

€ € € € € € € € € €

Rekening 88 7.401 450 240 14 169 219 792 395 153

Totaal

€

9.920

4.5

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

We hebben enkele (mogelijke) verplichtingen die van omvang zijn, maar niet in de balans zijn opgenomen. De belangrijkste verplichtingen (boven € 200k) staan in onderstaande tabel. Hier worden ook de overschrijdingen van de contracten meegenomen. Voor 2025 zijn er geen overschrijdingen op contracten geconstateerd.

4.6

Baten en lasten

In onderstaand overzicht van de baten en lasten wordt de begroting voor wijziging en begroting na wijziging vergeleken met de realisatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1845/documents/22681