CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

2610611 WVS Begroting 2027.pdf

Besluitvormende Vergadering 25 juni 2026, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 06.: Begrotingen verbonden partijen 2027.8.463 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Ontwerp begroting 2027 Meerjarenraming 2028 - 2030

Inhoudsopgave

1. Voorwoord Algemeen Directeur

3

2. Financiële begroting en meerjarenraming

6

2.1 Uitgangspunten begroting 2027 en meerjarenraming 2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD 2.3 Overzicht van baten en lasten 2025 - 2030 2.4 Financiële positie 2.5 Risicoparagraaf

6 10 12 13 14

3. Overige begrotingsinformatie

18

3.1 Weerstandsvermogen 3.2 Wet Open Overheid

18 18

Bijlagen 1. Resultatenrekening 2027 - 2030 Overhead 2. Balans per ultimo 2025 - 2027 3. Overzicht lang- en kortlopende leningen 4. Overzicht reserves en voorzieningen 5. Overzicht van investeringen in vaste activa 6. Gemeentelijke bijdrage 2027 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente 2027

WVS - Ontwerpbegroting 2027

19 20 21 22 23 24 25

2

1. Voorwoord Algemeen Directeur WVS WVS is nog steeds één van de grootste werkgevers in West-Brabant met meer dan tweeduizend werknemers woonachtig in onze deelnemende gemeenten. WVS werkt, als werkontwikkelbedrijf van West-Brabant, samen met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein, om een steeds groter wordende groep inwoners die aan de zijlijn staan weer een betere toekomst te bieden. Gezamenlijk gaan we de uitdaging aan om zoveel als mogelijk de groep inwoners die al langer aan de zijlijn staan, te laten participeren en te ontwikkelen naar liefst loonvormende arbeid. Wij geloven dat we door meer samen te werken, in staat zijn om de maatschappelijke kosten te laten dalen en het maatschappelijke rendement te laten stijgen. Voor u ligt de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 tot en met 2030 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten vanuit de mei- en septembercirculaire 2025. De acties voortkomend uit het programma WegWijzer c.q. de samenwerking met de ISD en het Werkplein zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting en zijn met beide partijen afgestemd. De begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van de ISD en het Werkplein. WVS voert vanuit de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en het beschut werken uit. Daarnaast ontwikkelt WVS mensen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken.

Het gezamenlijke doel van de samenwerking met de ISD en het Werkplein voor 2027 en de meerjarenraming 2028 tot en met 2030, is om meer inwoners in ontwikkeling te zetten. Mede hiervoor is in 2024 ‘Startpunt’, het centrum voor een verdiepende diagnose, opgericht om inwoners gerichter te kunnen ontwikkelen op basis van hun vaardigheden. Hierdoor kunnen we onze bijstandsgerechtigde inwoners waaronder jongeren en statushouders nog beter in hun kracht zetten. Alle projecten in het programma WegWijzer bieden een vergaande verbetering van de samenwerking tussen ISD, Werkplein en WVS met als doel om meer kwetsbare inwoners in West-Brabant te ontwikkelen. WVS heeft vanuit het verleden te maken met hogere loonkosten t.o.v. het landelijk gemiddelde terwijl de bedrijfskosten en de verhouding reguliere medewerkers versus doelgroepmedewerkers lager liggen. Het inverdienvermogen ligt echter weer hoger t.o.v. het landelijk gemiddelde. WVS zit daarmee in de top van best presterende werkontwikkelbedrijven in Nederland zoals blijkt uit het onderzoek dat door Berenschot is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en de benchmark van de branchevereniging Cedris. In deze meerjarenraming is goed nagedacht over de financieel lastige jaren die onze deelnemende gemeenten voor de boeg hebben.

Wij blijven qua uitgaven scherp aan de wind zeilen en streven door intensievere samenwerking met ISD en Werkplein meer inwoners aan de slag te helpen dan wel geactiveerd te krijgen. ( x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Operationeel resultaat

2.014

2.028

2.161

2.899

4.280

7.145

Incidentele baten en lasten

4.140

1.833

-879

-248

-17

-3.187

Gemeentelijke bijdrage

8.058

5.593

7.532

7.700

8.135

4.866

Subsidieresultaat*

-10.076

-8.740

-7.746

-7.634

-6.880

-7.994

Totaal resultaat

4.136

714

1.068

2.717

5.518

830

* Het subsidieresultaat is het verschil tussen de rijksbijdrage/loonkostensubsidie en de loonkosten doelgroep. In 2020, 2021 en 2022 heeft WVS te kampen gehad met Covid-19. De compensatie vanuit het Rijk is verantwoord onder de incidentele baten en lasten. In 2025 zijn de verlofsaldi van Flexkompaan BV doorbelast aan WVS (1,4 mln) en is er een RVU voorziening Wsw gevormd (2,2 mln).

3

WVS - Ontwerpbegroting 2027

Factoren die een bepalende rol spelen bij het al dan niet realiseren van de begroting van 2027 zijn: 1. Subsidies 2. Kostenbeheersing 3. Algemene economische situatie 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door de gemeenten 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen 7. Uitstroom SW en leidinggevend SW-kader 8. WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) 9. Cao SW 10. Cao Aan de Slag (Wet Arbeidsmarkt in Balans) 11. Compensatie transitievergoeding Ad 1. Subsidies De begroting is gebaseerd op het voorlopig toegekende Wsw-participatiebudget voor 2027 o.b.v. de meicirculaire 2025 zijnde € 43.140,- en met 3 % LPO € 45.767,-. Dit is inclusief de compensatie voor het wegvallen van de LIV. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Naast de hoogte van het bedrag speelt ook de toekenning van de (fictieve) taakstelling een steeds belangrijkere rol. Door het Rijk is besloten om de begeleidingsvergoeding beschut werk per 2026 te verhogen naar € 12.485,- per taakstelling. Het Rijk heeft onderkend dat de loonwaardebepaling van beschut werk lastig is vanwege deeltaken.

Hierdoor wordt de loonwaarde vaak te hoog gewaardeerd en loopt de uitvoerende instantie (WVS) loonkostensubsidie mis. Er is een wetswijziging in de maak waarbij er sprake is van een forfaitaire loonkostensubside voor beschut werk van 68 %. Vooruitlopend op deze wijziging heeft het Rijk middelen vrijgemaakt om het verschil tussen de landelijke gemiddelde loonwaarde en de reële loonwaarde te compenseren. De wetswijziging wordt verwacht op 01-01-2028. Ad 2. Kostenbeheersing WVS scoort in de benchmark goed in kostenbeheersing. Echter, met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) zijn de kosten voor het begeleidend en ondersteunend regulier personeel flink gestegen. De flinke stijging van het WML en secundaire arbeidsvoorwaarden zorgen voor een verhoging van de loonkosten van de doelgroep werkende onder de Cao Aan de Slag. Daarnaast zijn er positieve effecten van de arbeidsontwikkeling van de doelgroep voor de werkpleinen. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van WVS. De financiële effecten hiervan zie je terug bij de ISD en het Werkplein. Daarom moeten de resultaten in samenhang worden gezien met die van het Werkplein en de ISD. Ad 3. Algemene economische situatie De economische groei lijkt gestagneerd te zijn. Ad 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde In de huidige economische ontwikkeling is het zaak om het nivo van de opbrengsten en toegevoegde waarde per medewerker te behouden.

Het inrichten van de organisatie op basis van lean en het realiseren van een betere prijsvorming is de basis voor een gezonde toekomst. Ad 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door gemeenten Een goede samenwerking met de gemeenten, ISD en Werkplein zorgt er voor dat meer mensen aan loonvormende arbeid kunnen deelnemen. Door opdrachten vanuit gemeenten te verstrekken voor werkzaamheden die bij de doelgroep passen, kunnen mensen op basis van hun ontwikkelmogelijkheden getraind worden binnen deze werkzaamheden. De druk op de financiële situatie bij de gemeenten is merkbaar in de opdrachtverstrekking. Dit heeft impact op het resultaat. Bij geschiktheid vindt er doorstroom plaats naar reguliere arbeid, maar inmiddels is er ook een vangnet voor die groep die deze stap niet kan maken. We zijn gestart met een pilot t.b.v. de ontwikkeling van statushouders. Samen WVS - Ontwerpbegroting 2027

4

met de ISD en het Werkplein is de afgelopen jaren een nieuwe werkwijze geïmplementeerd waarbij de ontwikkeling van de inwoner centraal staat. De komende jaren wordt er geïnvesteerd in mensen die meer begeleiding nodig hebben en het zelfstandig niet redden om in ontwikkeling te komen. Mocht het niet haalbaar zijn dat onze inwoners uit het Landelijk Doelgroep Register (LDR) kunnen aansluiten op de arbeidsmarkt, dan biedt WVS de mogelijkheid voor een (tijdelijk) dienstverband. WVS ondersteunt ook personen die met LKS aan de slag willen, maar het (tijdelijk) niet kunnen. Ad 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen De uitvoering van de Participatiewet vraagt om intensieve samenwerking met de werkpleinen en het werkgeversveld. Op arbeidsmarktregioniveau zijn er vanuit het Rijk participatiegelden beschikbaar voor de regio, t.b.v. de ontwikkeling van de doelgroep. Ad 7. Uitstroom SW personeel en leidinggevend SW kader In de begroting is opgenomen dat leidinggevend kader in SW-dienstverband wordt vervangen door reguliere krachten. Hierin is echter niet de volledige vervanging meegenomen die door uitstroom vanwege pensioenleeftijd is ingeschat. Door de invoering van de RVU regeling voor SW-personeel, is er een snellere uitstroom van SW-leidinggegevenden. Ad 8.

WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer om de Wet WAADI aan te passen. In de basis dienen medewerkers ingezet via detachering of uitzending betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. In het nieuwe wetsvoorstel zal er net als onder de huidige Wet WAADI een uitzondering worden gemaakt voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de beschut werk-geïndiceerden vallend onder de Cao aan de Slag. Voor deze groepen is er vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal wel de vrijstelling voor de doelgroep met de indicatie banenafspraak komen te vervallen en kan er alleen sprake zijn van een tijdelijke vrijstelling. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers met een banenindicatie binnen de werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met een veelvoud aan Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. Ad 9. Cao SW De Cao SW volgt de stijgingen van het WML en de LPO ontwikkeling van het IUSD-WSW.

De Cao loopt nog tot eind 2028. Ad10. Cao Aan de Slag (beschutwerken en LDR) De Cao Aan de Slag volgt de stijgingen van het WML. Ad 11. Compensatie transitievergoeding In de wetgeving staat dat bij vertrek van een medewerker uit de organisatie, anders dan ‘op eigen verzoek’ of ‘verwijtbaar’, er een transitievergoeding betaald dient te worden. Dit geldt ook voor medewerkers die na 2 jaar ziekte de organisatie verlaten. Voor de laatste categorie wordt er vanuit het Rijk compensatie verstrekt. Deze compensatie komt per 1-7-2026 te vervallen. Het gaat om een bedrag in de begroting van € 500.000,-, welke is komen te vervallen. Omdat de werkontwikkelbedrijven in verhouding veel uitstroom na 2 jaar ziekte hebben, worden zij extra financieel geraakt door deze maatregel. Het is inmiddels duidelijk dat er geen compensatie vanuit het Rijk te verwachten is voor het wegvallen van deze vergoeding. L.G.M. van der Beek, Algemeen Directeur WVS 5

WVS - Ontwerpbegroting 2027

2. Financiële begroting en meerjarenraming 2.1 Uitgangspunten begroting 2027 Bij het opstellen van de begroting zijn naast de werkelijke resultaten over 2025, de mei- en septembercirculaire 2025, de interne werkbudgetten voor 2026 als uitgangspunt gehanteerd. Toegevoegde waarde Voor de berekening van de toegevoegde waarde (TW) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

• •

De TW voor WVS is uit verschillende zaken opgebouwd. De TW per fte SW wordt constant verondersteld. Daarnaast is rekening gehouden met de TW voor de nieuwe beschut werk-medewerkers. Voor nieuwe medewerkers met structurele loonkostensubsidie wordt een TW nivo van de huidige SW-populatie verwacht. Hierbij gaan we uit van een loonwaarde van gemiddeld 50 %. Daarnaast zullen er ontwikkeltrajecten voor de ISD en het Werkplein uitgevoerd worden. Voor mensen in een ontwikkeltraject wordt geen toegevoegde waarde meegenomen omdat de focus ligt op leren i.p.v. werken. De formatie SW is gebaseerd op de prognose komende uit de mei- en septembercirculaire 2025. Per type contract (SW, beschut werk, participatie) wordt een andere inzetbaarheid over de verschillende werksoorten zoals groen, postbezorging en industriële activiteiten verwacht. In de begroting is rekening gehouden met een omzet vanuit de deelnemende gemeenten ten opzichte van de werkelijke omzet 2025 met een afname i.v.m. daling fte SW.

Rijksbijdrage Wsw Begroting 2027

Werkelijk 2025

Herz. begr. 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Aantal SE

1.374

1.294

1.197

1.126

1.046

973

Rijksbijdrage per SE

40.680

41.752

43.140

44.443

45.913

47.435

3,0 %

3,0 %

3,0 %

3,0 %

3,0 %

Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO

55.887

56.454

54.791

54.685

54.044

53.519

Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Rijksbijdrage Impuls en infrastructuur Begroting 2027 Werkelijk 2025

Herz. begr. 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Impulsbudget

614.601

533.634

533.634

533.634

533.634

533.634

Basis financiering

331.529

358.771

386.047

413.356

440.716

470.453

91

99

106

114

121

129

946.130

892.405

919.681

946.990

974.350

1.004.087

Aantal (per persoon 3600) Totaal bijdrage

Het impulsbudget moet een bijdrage leveren aan het oplossen van één van de knelpunten die Berenschot in zijn onderzoek in 2023 naar de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven heeft geïdentificeerd. Het impulsbudget wordt via een decentralisatie-uitkering (DU) uitgekeerd aan gemeenten. Het impulsbudget wordt beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Uitkering zal plaatsvinden aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband, in onze regio is dat de gemeente Roosendaal. Eind 2023 heeft het kabinet een extra financiële bijdrage aangekondigd voor de banen van mensen die niet vallen onder beschut werk, maar die tijdelijk aangewezen zijn op de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven (de zgn. ’10.000 banen van Schouten’). Het betreft mensen zonder een indicatie beschut werk, die baat hebben bij de intensieve begeleiding WVS - Ontwerpbegroting 2027

6

en ondersteuning die vanuit een werkontwikkelbedrijf wordt geboden. Het gaat onder meer om een tegemoetkoming in de kosten van overhead, huisvesting e.d. De extra bijdrage moet het daarnaast ook beter mogelijk maken om de vangnetfunctie als een van de arbeidsmarktfunctionaliteiten in te vullen. Het budget is in de meicirculaire 2025 apart zichtbaar opgenomen in de Integratieuitkering Participatie. Het betreft een oplopende reeks van € 19,8 miljoen in 2025 tot structureel € 35,9 miljoen vanaf 2035. In de oploop van deze middelen wordt uitgegaan van een groei van het aantal banen van zo’n 5.000 (nu) tot 10.000 (2035). De rijksbijdrage sociale infrastructuur wordt aan alle gemeenten uitgekeerd. Het budget wordt landelijk verdeeld op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In de regio is afgesproken om het impulsbudget en de integratieuitkering sociale infrastructuur in samenspraak met de ISD en het Werkplein in te zetten via het ontwikkelbedrijf WVS. Dit draagt bij aan de noodzakelijke transitie van de sociale infrastructuur en sluit aan bij de regionale toekomstvisie. In onze regio wordt als uitvloeisel van het verkennend onderzoek naar de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de ISD, het Werkplein en WVS, in samenspraak met de gemeenten, een toekomstvisie gepresenteerd op de sociale infrastructuur en de positie van het werkontwikkelbedrijf hierbinnen.

Voor de besteding van de budgetten is in samenspraak met de ISD, het Werkplein, WVS en de deelnemende gemeenten een (project)plan opgesteld. Bijdrage deelnemende gemeenten Basis is het aantal geplaatste doelgroep medewerkers (SW + participatie) op 1 januari van het voorafgaande jaar aan het rapportagejaar (zie bijlage 6 per gemeente). Begroting 2027

Werkelijk 2025

Aantal SW/participatie-medewerkers Gem. bijdrage per SW/participant in € Gem. bijdr. (€ x 1.000)

4.866

Herz. begr. 2026

Herz. begr. 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

1.787

1.785

1.726

1.657

1.586

3.073

3.507

3.428

3.332

3.201

5.492

6.260

5.916

5.522

5.077

Overige subsidies overheid Beschut Werk In de begroting is opgenomen dat er beschut werk wordt ingezet en dat deze zal worden uitgevoerd door WVS conform gemaakte afspraken. Voor deze doelgroep is uitgegaan van 70 % loonkostensubsidie en gemiddeld 28 uur per persoon. De begeleidingsvergoeding voor beschut werk wordt vanuit het ministerie BZK geraamd. In de begroting 2026 is een bedrag opgenomen van € 12.485,- per persoon conform de meicirculaire 2025. WVS neemt in haar begroting reeds een loonwaarde van 30 % (loonkostensubsidie 70 %) mee. Echter, de gemiddelde loonkostensubsidie is lager. De compensatie van het Rijk is verwerkt in de begroting.

Ontwikkeltrajecten Er zijn aannames gemaakt m.b.t. de afname van ontwikkeltrajecten door de ISD en het Werkplein. In de begroting en de meerjarenraming is uitgegaan van de met Werkplein en ISD afgestemde gegevens. De tariefstelling van de trajecten is o.b.v. het gemiddelde van afgelopen jaren met een indexering conform afspraak. Er wordt gerekend met een gemiddelde looptijd van een traject van 4 maanden. Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreft de doorberekening van de kosten van dienstverlening van WVS aan de verbonden partijen, zoals Flexkompaan BV, WVS Schoonmaak Vof en Propeople Holding BV, alsmede derdenpartijen zoals de Stichting Werkwijs West-Brabant en de Stichting Op Weg Naar Werk. In de begroting is verondersteld dat de dienstverlening op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft. De aanpassing van de opbrengst is op basis van het aantal fte’s dat gedetacheerd wordt.

7

WVS - Ontwerpbegroting 2027

Personeelskosten SW Voor de berekening van de indexering van de lonen SW is rekening gehouden met de huidige loonafspraken. De LPO op het participatiebudget SW wordt verondersteld op 3 % voor 2027. De loonsverhoging voor de SW is op 4 % gesteld. Voor de jaren 2027 e.v. is eveneens 4 % stijging aangehouden. Door uitstroom van in verhouding duurdere werknemers wordt daarnaast een algemene daling van de loonkosten per SW-fte verondersteld, die de loonkosten in positieve zin beïnvloedt. Overige personeelskosten SW De overige personeelskosten zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2025 en het budget 2026. Tevens is hier rekening gehouden met de uitstroom van SW-medewerkers conform de prognose vanuit de rijksoverheid. Loonkostensubsidie Begeleid Werken Het aantal BW-plaatsingen wordt constant verondersteld. Salariskosten regulier personeel Leidinggevende SW-medewerkers worden vanwege uitstroom gedeeltelijk vervangen door regulier Flexkompaan personeel. Verder wordt uitstromend leidinggevend kader ambtelijk en Flexkompaan vervangen door nieuwe Flexkompaan krachten. De omvorming tot werkontwikkelbedrijf heeft tot gevolg dat er ook nieuwe functies ontstaan die met regulier personeel moeten worden ingevuld. Begroting 2027

Werkelijk 2025

Herz. begr. 2026

Begroting 2026

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Fte ambt. pers.

32,0

33,0

31,0

29,0

27,0

25,0

Gem. loonsom (€)

97.749

98.892

104.810

107.704

110.685

113.756

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

3.126

3.263

3.249

3.123

2.989

2.844

Fte Flexkompaan

185,8

193,0

199,0

201,0

203,0

205,0

Gem. loonsom (€)

82.396

83.961

86.955

89.564

92.251

95.018

Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)

15.305

16.177

17.304

18.002

18.727

19.479

Totaal Fte regulier

217,8

226,0

230,0

230,0

230,0

230,0

Totaal Sal. kst. regulier (€ x 1.000)

18.431

19.440

20.553

21.125

21.716

22.323

Voor de berekening van de salarissen ambtelijk personeel is rekening gehouden met de verhoging van 3 % van de kosten voor 2027 en verder. Dit is voor Cao-stijgingen en wijzigingen in werkgeverslasten. Met de invoering van de WAB zijn de personeelsleden in Flexkompaan qua salariëring gelijk getrokken met de ambtelijke collega’s. Bij het uitwerken van de projectplannen van de impulsgelden is naar voren gekomen dat er inzet van extra (specifiek geschoold) personeel (tijdelijk) nodig is. Vanaf 2026 is voor vervanging bij WVS Schoonmaak 1 fte opgenomen, welke zal worden doorbelast aan WVS Schoonmaak. Loonkosten beschut werk In de Cao was sprake van een 37-urige werkweek, een pensioenvoorziening en extra secundaire arbeisvoorwaarden zoals bijv. reiskosten. Vanaf 2027 (nog onderhandelingsakkoord) is er afgesproken dat de contracturen worden teruggebracht naar 36 uur. Tevens is er een eindejaarsuitkering afgesproken van 350 per fte. Dit heeft een kostenverhogend effect. Loonkosten Participanten In de begroting wordt uitgegaan van dezelfde kostenstructuur als bij beschut werk.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

8

Afschrijvingen De afschrijvingskosten in 2027 zijn gebaseerd op een duurzamer en een behoudend investeringsbeleid. Overige bedrijfskosten Deze zijn min of meer constant verondersteld.

9

WVS - Ontwerpbegroting 2027

2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), het Werkplein en WVS gaat onverminderd door. Het bleek dat een groot deel van de inwoners dat langer dan 2 jaar een bijstandsuitkering heeft niet goed in beeld is en daardoor geen passende dienstverlening kon of werd geboden. Dit is aanleiding geweest om een aantal onderzoeken te doen. Onderzoek A, over de nut en noodzaak, B, een maatschappelijke kosten-batenanalyse, en C, een toekomstperspectief voor de gezamenlijke uitvoering voor inwoners in de Participatiewet. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken hebben wij een advies opgesteld voor de besturen van de drie organisaties. Op 30 juni 2025 is dit gezamenlijke eindadvies unaniem vastgesteld door de negen portefeuillehouders in de gezamenlijke bestuursvergadering. Het resultaat: een breed gedragen koers voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet, waarin de inwoner centraal staat. Uitgangspunten voor deze samenwerking (uit eindadvies) • • • • •

Zoek eerst naar een oplossing binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS alvorens je extern zoekt naar oplossingen. Stuur op het vermogen van de inwoner en op maatschappelijke meerwaarde in plaats van op aantallen. Er mag nog maar 1 intake plaatsvinden binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS. De motivatie van de inwoner staat centraal bij de keuze van het maatwerktraject. De kansrijke beroepen op de arbeidsmarkt bieden daarbij een kader. De samenwerking in de keten is een investering in mensen die anders niet meedoen in de samenleving. Niet de taak (bijv. groenvoorziening), maar het zorgen voor en de ontwikkeling van inwoners is de feitelijk opdracht.

Uitgangspunten dienstverlening (uit eindadvies) • • • • • • •

De mens centraal (niet geld, processen en procedures) Werken vanuit vertrouwen Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk) Nabij (inwoners en bedrijven) Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders et cetera) Leren en ontwikkelen Werken met data

De visie voor de samenwerking is: Iedereen doet mee “Wij geloven in de talenten van onze inwoners en stimuleren hen deze te ontwikkelen. Ons doel is dat inwoners actief meedoen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. Door hechte samenwerking, zowel binnen en tussen onze organisaties als met partners in het sociaal domein, zorgen we dat iedereen de ondersteuning krijgt die nodig is. Zo maken we samen maatschappelijke impact”. Voor 2026 hebben we de volgende strategische doelstelling vastgesteld: Elk jaar zorgen wij ervoor dat we meer inwoners samen helpen actief mee te doen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. In 2030 bieden wij passende dienstverlening aan alle inwoners vallend onder de Participatiewet. Iedereen doet mee. Om de strategische doelstelling te realiseren hebben we het programma Wegwijzer opgezet. Dit bestaat uit 11 adviezen op het gebied van de dienstverlening, de omgeving en systeem en cultuur.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

10

Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop. Het doel is dat iedereen meedoet in de samenleving, waar mogelijk door te werken. In onze samenwerking streven we ernaar om zoveel mogelijk inwoners te ondersteunen met bij hun behoefte passende dienstverlening. Een leerroute zoals techniek, groen, logistiek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Uitbreiding naar nieuwe werkgebieden wordt onderzocht. Elk jaar willen we meer inwoners passende dienstverlening bieden. De focus ligt dus zowel op de kwaliteit als op de kwantiteit. Aantallen activiteiten 2027

11

Werkplein

ISD BW

Totaal

Ontwikkeltrajecten

255

125

380

Loonwaardemetingen

100

50

150

Jobcoaching

50

5

55

WVS - Ontwerpbegroting 2027

2.3 Overzicht van baten en lasten 2025 - 2030 bedragen x € 1.000 Begroting 2027 Netto omzet derden

Werkelijk 2025

Herz. begr. 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

28.2359

26.772

28.280

28.622

29.071

29.377

Netto omzet deelnemende gemeenten

9.252

10.000

9.000

8.500

8.000

7.500

Grond- en hulpstof uitbesteed werk

-11.568

-11.822

-11.466

-11.418

-11.402

-11.342

Toegevoegde waarde

26.043

24.950

25.814

25.704

25.669

25.535

Rijksbijdrage Wsw

55.887

56.454

54.791

54.685

54.044

53.519

947

869

920

947

974

1.004

Loonkostensubsidie

4.758

4.855

5.658

6.304

6.993

7.613

Overige subs. overheid

5.344

4.457

5.791

6.224

6.678

7.125

Totaal bijdr. overheden

66.936

66.635

67.160

68.160

68.689

69.261

Overige bedrijfsopbr.

3.447

3.052

3.102

3.044

2.954

2.871

Totaal baten

96.426

94.637

96.076

96.908

97.312

97.667

Loonkosten SW

-58.624

-56.747

-55.849

-54.641

-52.797

-51.114

Overige pers. kstn SW

-2.778

-2.786

-2.664

-2.512

-2.396

-2.290

Verstrekte subsidies

-308

-275

-320

-320

-320

-320

Totaal pers. kstn SW

-61.710

-59.808

-58.833

-57.473

-55.512

-53.724

Kosten regulier pers.

-21.069

-21.210

-23.103

-23.675

-24.266

-24.873

Kosten beschut werk

-7.004

-7.376

-8.414

-9.275

-10.190

-11.165

Kosten participanten

-631

-1.431

-2.032

-2.465

-2.930

-3.047

Afschrijvingskosten

-2.208

-2.590

-2.430

-2.430

-2.430

-2.430

Overige bedr. kosten

-6.902

-7.327

-7.367

-7.347

-7.345

-7.345

Financieringskosten

-92

-387

-157

-160

-160

-160

Rijksbijdrage infrastructuur

Incidentele baten en lasten

-846

Sub-totaal overige bedr. kstn

-38.752

-40.321

-43.503

-45.352

-47.321

-49.020

Totaal bedrijfskosten

-100.462

-100.129

-102.336

-102.824

-102.834

-102.744

Result. voor gem. bijdr. en dividend

-4.036

-5.492

-6.260

-5.916

-5.522

-5.077

Gem. bijdrage

4.866

5.492

6.260

5.916

5.522

5.077

830

0

0

0

0

0

Totaal expl. result.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

12

2.4 Financiële positie De afgelopen jaren is een bijdrage van de gemeenten noodzakelijk om de exploitatie sluitend te maken. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de gemeentelijke bijdragen voor 2027. In bijlage 2 is de balans per ultimo opgenomen voor de jaren 2025 - 2030. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen is een overzicht gegeven van ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen’. Deze verplichtingen hebben een nadelige invloed op de financiële positie van WVS. Ultimo 2025 bedroegen de langlopende leningen € 6.200.000,-. In 2026 wordt hierop € 1.200.000,- afgelost. Om aan haar financieringsbehoefte te kunnen voldoen sluit WVS rekening-courantkredieten en kasgeldleningen af. De behoefte aan krediet is afgenomen vanwege de stortingen in de Algemene Reserve. WVS maakt gebruik van langlopendeen kasgeldleningen. Met deze financieringswijze voldoet WVS zowel aan de kasgeldlimiet als aan de norm voor het renterisico. In bijlage 3 is een overzicht van de langlopende en de kortlopende leningen gegeven voor de jaren 2025 - 2027. De voorzieningen die WVS heeft gevormd hebben het karakter van een toekomstige financiële verplichting. Sinds 2018 wordt er een voorziening gecreëerd voor het 3e WW-jaar ambtelijk. Dit is een verplichting. Deze wordt gevormd uit een bijdrage van het ambtelijk personeel zelf.

In 2022 is de voorziening spaarverlof gecreëerd voor de tegoeden die vanuit de Cao-regelingen SW en SGO worden gespaard. De toevoegingen aan en opnames uit deze voorziening hebben een onvoorspelbaar karakter. In 2025 is er een voorziening RVU Wsw en SGO gecreerd vanwege een aanpassing in de zienswijze van de Commissie BBV. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2025 - 2030.

13

WVS - Ontwerpbegroting 2027

2.5 Risicoparagraaf Als risico’s worden beschouwd alle redelijke voorzienbare risico’s die niet in de begroting zijn verwerkt en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de omvang van de exploitatie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen van WVS. Ondernemersrisico WVS opereert op de commerciële markt door producten en diensten aan derden te leveren. Hierdoor heeft WVS te maken met het normale ondernemersrisico zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Omvang: Het achterblijven van de TW van bijvoorbeeld 5 % levert direct een verlies op aan exploitatieresultaat van ruim € 1.200.000,-. Maatregelen: Via de interne P&C cyclus, waardoor snel achterblijvende resultaten zichtbaar zijn, spreiden van risico’s o.b.v. werksoorten, klanten en branches. Tevens werk blijven acquireren ook al is er geen stilstand. Dit vangt leegstand op, of biedt mogelijkheden voor betere rendementen. Opdrachten van deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn belangrijke opdrachtgevers voor WVS. De gemeentelijke opdrachten vormen voor WVS ook een belangrijke inkomstenbron, maar belangrijker nog is dat gemeenten veel werk hebben waar mensen uit de doelgroep op zijn aangewezen. Door een jaarlijkse krimp in het aantal SW-medewerkers en de beperkte instroom, komt de uitvoering van gemeentelijke opdrachten onder druk te staan.

Een tijdelijke plaatsing van inwoners met een LDR-indicatie kan hier een oplossing in bieden. Omvang: De gemeentelijk omzet beslaat om en nabij een derde van de omzet van WVS. Als er door de financiële druk op de begrotingen van de gemeenten, wellicht bezuinigd wordt op opdrachten m.b.t. detacheringen en groenvoorziening, verdwijnen hierdoor banen en werk voor de doelgroep. 5 % Van de omzet van de gemeenten staat voor een bedrag van € 450.000,-. Met de geplande indienstname van inwoners uit het LDR hebben we het werk hard nodig. Maatregelen: Samen met de gemeenten bekijken waar de mogelijkheden liggen. Zorgen dat er een goede orderportefeuille is. Risico rijksbijdrage Wsw In de begroting is uitgegaan van de afbouw SW zoals het Rijk die voorziet. Voorspellen wat de ontwikkeling van de rijksbijdrage gaat doen, is lastig. Er zijn veel landelijke factoren die van invloed zijn op de rijksbijdrage per SE. Indien er grote afwijkingen zijn t.o.v. de begroting zal dit worden gemeld, en indien nodig zal een begroting worden ingediend. In de begroting is uitgegaan van een compensatie van LPO van 3 %. Indien deze niet wordt ontvangen heeft dat impact op de begroting. Door de koppeling met de Cao SW (op dit moment) is de impact beperkt. Omvang: WVS ontvangt vanuit de gemeenten de volledige subsidie Wsw. Bij overschrijding van de taakstelling is het financiële risico geheel voor WVS.

Bij 10 SE is dit een risico van € 400.000,-. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Rente risico’s De totale activa bedragen ultimo 2025 € 27.482.000,-. Hiervan is ruim 70 % gefinancierd met vreemd vermogen. Een groot deel van dit vreemde vermogen is rentedragend. De aan het vreemde vermogen verbonden rentelasten leggen een claim op de exploitatiebegroting. Alle langlopende leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd WVS - Ontwerpbegroting 2027

14

van de lening. Derhalve is het renterisico met betrekking tot de langlopende leningen nihil. Wijzigingen in de rentestand hebben derhalve geen gevolgen voor het exploitatieresultaat. Anders ligt dit voor de kortlopende leningen. De rente hierop is variabel en de kosten hiervan fluctueren met wijzigingen in de rentestand. Momenteel is de rente stijgende. Omvang: Het renterisico op korte termijn ligt vooral bij de kasgeldleningen. Er is ultimo 2025 € 3.000.000,- aangetrokken. Daarnaast moet i.v.m. de aflossingsverplichting elk jaar € 1.200.000,- geherfinancierd worden. Stijging van het rentepercentage met 1 % heeft een impact van € 60.000,- op de exploitatie per jaar. Maatregelen: Zorgen dat het werkkapitaal op orde is. Het aanhouden van een eigen vermogen binnen WVS verlaagt de behoefte aan vreemd vermogen. Daarnaast het goed bewaken van de renterisiconorm en wetgeving vanuit Fido. RVU-regeling Cao SW In de Cao SW is een RVU-regeling opgenomen. Twee jaar vóór pensioen kan een SW-medewerker ervoor kiezen om te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.400 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum en blijft in dienst zodat de aanspraak op de rijksbijdrage blijft bestaan. Er is echter geen inverdienvermogen.

Gezien de vergrijzing binnen de SW is het mogelijk dat een steeds groter wordende groep hier gebruik van gaat maken. Omvang: Bij deelname van 20 fte zal de daling in toegevoegde waarde (o.b.v. gemiddelde TW per fte) € 250.000,bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Natuurlijk zal WVS de gevolgen zoveel mogelijk proberen te compenseren door productie efficiëncy. RVU-regeling Cao SGO In de Cao SGO is een nieuwe regeling opgenomen. Onder bepaalde voorwaarden kan een SGO-medewerker ervoor kiezen om net voor de pensioendatum te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.400,- bruto per maand (bij fulltime dienstverband) (in 2025 was dit nog € 2.200,-). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum. WVS zal deze medewerker moeten vervangen terwijl er nog wel kosten doorlopen m.b.t. de vertrekkende medewerker. Omvang: Bij deelname van 5 fte zullen de extra kosten € 400.000,- bedragen. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Volgens het BBV dienen de verplichtingen die gerelateerd zijn aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten niet als verplichting in de balans te worden opgenomen. Bij de beoordeling van het weerstandsvermogen van WVS dienen ze wel te worden meegenomen.

Deze verplichtingen worden in de begroting opgenomen op het moment dat ze tot betaling leiden. Het risico m.b.t. het oplopen van de verlofsaldi is dat er bij het einde van een dienstverband veel verlof wordt opgenomen, en er dan vervanging moet worden aangenomen, voor de uitdienst datum. Omvang: Het betreffen de volgende verplichtingen: • •

Vakantiegeldverplichtingen (waarde per ultimo 2025 € 2.073.000,-) Verloftegoeden (waarde per ultimo 2025: € 3.475.000,-)

Maatregelen: Gezien de daling van het aantal personeelsleden, zal ook deze post dalen in hoeveelheid verlofuren. Dit geldt tevens voor de vakantiegeldverplichting. De loonsom daalt en daarmee ook de verplichting. M.b.t. de 15

WVS - Ontwerpbegroting 2027

verloftegoeden, gelden ook binnen WVS de reguliere regels vanuit de cao’s. Binnen de Cao SW en de Cao SGO bestaat een regeling “spaarverlof”. Hierdoor kunnen medewerkers verlofuren sparen. Hierdoor loopt op persoonsnivo het saldo op. De omvang van de spaarverlof regeling is te vinden onder de voorziening spaarverlof. Uitstroom van SW-kader De capaciteiten van de SW-instroom is sinds 1998 (invoering nieuwe Wet sociale werkvoorziening) minder dan de gemiddelde SW-populatie van vóór 1998. Dit betekent dat kaderfuncties die momenteel zijn ingevuld door SWmedewerkers in geval van vervanging door pensionering of anderszins, niet meer door SW-medewerkers kunnen worden ingevuld omdat bij de huidige instroom de benodigde capaciteiten hiervoor ontbreken. Dit betekent dat extra regulier personeel moet worden aangetrokken om deze opengevallen plaatsen in te nemen. Omvang: Bij vervanging van een SW-medewerker door een reguliere kracht missen we de rijksbijdrage voor die plaats. Dit is voor 2027 een bedrag van € 45.767,- per fte inclusief LPO. Maatregelen: Uiteraard wordt getracht eventuele vacatures op een andere wijze in te vullen door herverdeling van taken en het niet vervangen van uitstroom van indirecte functies, maar dit is niet altijd mogelijk. Indien een SW-medewerker 1 op 1 vervangen moet worden, is het verschil in kosten, de rijkssubsidie.

Door de instroom van de doelgroep beschut werk stijgt de begeleidingsbehoefte t.o.v. de oude doelgroep SW. Vergoeding begeleidingskosten beschut werk De uitvoering van beschut werk ligt volledig bij WVS. De aanmelding voor een indicatie beschut werken loopt via de ISD en het Werkplein. De indicatie wordt afgegeven door het UWV. Vanaf 1 januari 2017 mogen burgers zich rechtstreeks melden bij het UWV voor het aanvragen van een indicatie beschut werk. Dit leidt tot wat meer indicaties beschut werk. De realisatie van de instroom is opgenomen conform de planning afgegeven door het Rijk. De feitelijke instroom is afhankelijk van het aantal door het UWV geindiceerde kandidaten die via de ISD en het Werkplein kunnen worden aangeleverd. Omvang: De aantallen ‘beschut werk’-plaatsingen kunnen achterblijven op de fictieve taakstellingen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij conform de fictieve taakstellingen personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet of minder geplaatst wordt, heeft WVS wel de kosten, maar niet de vergoeding hiervoor. Maatregelen: I.o.m. de werkpleinen zorgen voor een goede instroom, zodat de dekking geregeld is, of kijken naar afspraken m.b.t. minimale afname van ontwikkeltrajecten. Ontwikkeltrajecten De inschattingen voor afname ontwikkeltrajecten voor de jaren 2027-2030 zijn gebaseerd op de meerjaren afspraken.

Indien de aantallen naar beneden worden bijgesteld, zal dit invloed hebben op het resultaat van WVS. Indien de ontwikkeltrajecten niet worden ingevuld mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Omvang: De aantallen of de gemiddelde duur van ontwikkeltrajecten kunnen achterblijven op de afgesproken aantallen. WVS heeft haar begeleidingsorganisatie zo ingericht dat zij de personen in dat jaar kunnen plaatsen. Indien er niet wordt geplaatst mist WVS de dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met de werkpleinen zorgen voor een goede geleidelijke instroom en zo mogelijk volledige instroom van de afspraken.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

16

Academie In het kader van de ontwikkeling van inwoners die geen arbeidskwalificatie hebben heeft WVS de ‘Academie’ opgezet om inwoners via de praktijkroute op te leiden richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken. Omvang: De aantallen kunnen achterblijven op de verwachte aantallen terwijl de begeleidingsorganisatie hierop ingericht is. Indien er niet wordt geplaatst mist WVS dekking voor de begeleidingsorganisatie. Maatregelen: In overleg met met werkpleinen, onderwijsinstellingen en werkgevers zorgen voor een geleidelijke in- en doorstroom van de kandidaten. Wet Waadi (Wet allocatie arbeid door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer om de Wet Waadi aan te passen. In de basis dienen de medewerkers die worden ingezet via uitzending of detachering betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. In het nieuwe wetsvoorstel zal er net als onder de huidige wet WAADI een uitzondering worden gemaakt voor de medewerkers werkend onder de Cao’s SW en Aan de Slag. Voor deze groepen is er vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal wel de vrijstelling voor de doelgroep met de indicatie banenafspraak komen te vervallen en kan er alleen sprake zijn van een tijdelijke vrijstelling. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers met een banenindicatie binnen de werkontwikkelbedrijven.

• Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met een veelvoud aan Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. Omvang: WVS heeft deze nieuwe ontwikkeling nog niet doorgerekend, maar gedacht moet worden aan loonstijgingen of aan omzetdaling bij herplaatsing binnen de werkbedrijven. Maatregelen: WVS heeft hier geen invloed op. Vanuit Cedris loopt een lobby om deze vrijstelling weer terug in het nieuwe wetsvoorstel op te laten nemen. WVS gaat zich verder beraden over eventueel te nemen maatregelen.

17

WVS - Ontwerpbegroting 2027

3. Overige begrotingsinformatie 3.1 Weerstandsvermogen In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het vermogen van WVS om risico’s (zie paragraaf 2.4) die niet in de begroting zijn verwerkt op te vangen door middel van financiële buffers, genoemd weerstandscapaciteit. De relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, wordt weerstandsvermogen genoemd. In verband met de invoering van het BBV (2004) is het niet meer toegestaan de verlofrechten en de vakantiegeldverplichting als zodanig onder de schulden op te nemen. Deze verplichting (ultimo 2025 € 3.475.000,- cq € 2.073.000,-) wordt niet in de balans opgenomen. Als financiële buffer voor het opvangen van tegenvallers voortvloeiende uit de hiervoor genoemde risico’s dienen de reserves (eigen vermogen). Deze bedroegen per ultimo 2025 € 6.500.000,- exclusief bestemmingsreserves. Daarnaast fungeren de deelnemende gemeenten als vangnet voor WVS, doordat ze uiteindelijk - voor zover de reserves ontoereikend zijn - het exploitatietekort voor hun rekening nemen. In een bestuursbesluit in 2011 is vastgelegd dat de bandbreedte voor de reserves is vervallen en dat de bestemmingsreserve is toegevoegd aan de algemene reserve. Exploitatieverliezen moeten van de algemene reserve worden afgeboekt.

In 2024 is door Deloitte Accountants onderzocht wat het meest passende niveau van het weerstandsvermogen van WVS is, rekening houdend met de liquiditeitsbehoefte en de financiële risico’s. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden moet worden. Uit het onderzoek van Deloitte is gebleken dat een weerstandsvermogen van € 7.000.000,- voor WVS noodzakelijk is. Dit bedrag past binnen de in de Nota Verbonden Partijen aangegeven bandbreedte. Een reserve van € 7.000.000,- is ten opzichte van de begrote lasten in de begroting 2026 een percentage van 7 %. Het algemeen bestuur heeft naar aanleiding van het advies van Deloitte op 1 juli 2024 besloten om spelregels vast te stellen met betrekking tot de reserve van WVS. Eén van de spelregels is dat, mits het financiële resultaat dit toestaat, de algemene reserve geleidelijk zal groeien tot maximaal € 7.000.000,-.

3.2 Wet Open Overheid Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) is per 1 mei 2022 in werking getreden en is de opvolger van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). In deze paragraaf wordt beschreven hoe WVS invulling geeft en gaat geven aan de Woo. Passieve openbaarmaking In 2023 heeft WVS de rol van Woo-contactfunctionaris ingevuld. Contactgegevens zijn opgenomen op de website en intern gecommuniceerd. De Woo-contactfunctionaris is het eerste aanspreekpunt om vragen te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie en om eventuele Woo-verzoeken te behandelen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting geldt niet voor alle 11 categorieën tegelijk. WVS zorgt ervoor dat de verplichte informatiecategorieën actief gepubliceerd worden conform de daarvoor geldende regels. Zodra dit mogelijk is, wordt WVS aangesloten op het landelijke platform, zoals de Woo voorschrijft. Zolang er nog geen verplichting c.q. mogelijkheid is om bepaalde categorieën documenten te publiceren op het landelijke platform zal WVS openbare stukken blijven publiceren op de eigen website. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding op orde wordt gebracht. Dit is een randvoorwaarde om uitvoering te geven aan openbaarheid.

Dit betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. WVS is bezig met het optimaliseren van de digitale informatiehuishouding. WVS - Ontwerpbegroting 2027

18

Bijlage 1. Overhead 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Baten

Herz. begr. 2026

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

500

500

500

500

0

0

0

0

Grond- en hulpstoffen uitbesteed werk

-250

-250

-250

-250

Toegevoegde waarde

250

250

250

250

Bijdrage overheden

4.500

2.620

2.561

2.511

Overige opbrengsten

108

95

95

95

Netto omzet Mutatie voorraad GP en OHW

Subtotaal

4.608

2.715

2.656

2.606

Totaal Baten

4.858

2.965

2.906

2.856

Lasten

19

Personeelskosten

-11.234

-9.257

-9.324

-9.473

Overige bedrijfskosten

-3.061

-2.040

-2.040

-2.040

Totaal bedrijfskosten

-14.295

-11.297

-11.364

-11.513

Rentebaten- en lasten

-387

-51

-51

-51

Totaal lasten

-14.682

-11.348

-11.415

-11.564

Resultaat

-9.824

-8.383

-8.509

-8.708

WVS - Ontwerpbegroting 2027

Bijlage 2. Balans 2024 - 2029 (x € 1.000)

Activa

2025

Prognose 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Materiële activa

15.497

18.500

18.500

18.500

18.500

18.500

Financiële activa

18

18

18

18

18

18

Totaal vaste activa

15.515

18.518

18.518

18.518

18.518

18.518

Voorraden

956

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Vorderingen

7.848

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

765

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

stand per ultimo

Vaste activa

Vlottende activa

Overlopende activa Liquide middelen

2.398

0

0

0

0

0

Totaal vlottende activa

11.967

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

Totaal activa

27.482

27.518

27.518

27.518

27.518

27.518

6.500

8.176

7.000

7.000

7.000

7.000

Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve

846

0

0

0

0

0

Storting gemeenten

4.866

5.492

6.260

5.916

5.522

5.077

Onttrekking gemeenten

0

-330

0

0

0

0

Nog te bestemmen resultaat

-4.036

-5.492

-6.260

-5.916

-5.522

-5.077

Totaal eigen vermogen

8.176

7.846

7.000

7.000

7.000

7.000

Voorzieningen

4.052

4.052

4.052

4.052

4.052

4.052

Langlopende leningen

6.200

5.000

6.800

5.800

7.800

6.500

2.398

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Kortlopende schulden Crediteuren Rekeningcourantkrediet

0

620

666

666

666

966

Kasgeldleningen

3.000

4.000

3.000

4.000

2.000

3.000

Overlopende passiva

3.656

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Totaal kortlopende schulden

9.054

10.620

9.666

10.666

8.666

9.966

Totaal passiva

27.482

27.518

27.518

27.518

27.518

27.518

Eigen vermogen in % van totaal vermogen

29,8

28,5

25,4

25,4

25,4

25,4

Werkkapitaal

6.406

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

WVS - Ontwerpbegroting 2027

20

Bijlage 3. Overzicht van langlopende leningen en RC-krediet

Leningen o/g (in € x 1.000) Verstrekt door

Omschrijving

Hoofdsom

Looptijd

Rente %

BNG

Lening 111105

5.000

2017-2027

0,84

BNG

Lening 115893

4.000

2022-2032

1,88

BNG

Lening 116610

3.000

2023-2033

3,31

Sub-totaal

12.000

Werkelijk 2025

Prognose 2026

Raming 2027

6.200

5.000

6.800

3.000

4.000

3.000

Stand per ultimo

2.198

620

666

Saldo geleend - uitgeleend

11.398

9.620

10.466

Leningen o/g

-155

-173

-260

Kasgeldleningen

-85

-120

-127

Leningen o/g Stand per ultimo Kasgeldleningen Stand per ultimo Rekening courant-krediet

Rentebaten en -kosten

RC-krediet

57

0

-13

-183

-293

-400

Leningen o/g

-2,50

-3,46

-3,82

Kasgeldleningen

-2,83

-1,35

-3,00

RC-krediet

2,59

0,70

-2,00

Totaal gemiddelde rente %

-1,61

-3,05

-3,82

Rente lasten totaal Rente %

21

WVS - Ontwerpbegroting 2027

Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

9.518

8.176

7.000

7.000

7.000

7.000

Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves

846

-846

0

0

0

0

Storting gemeente

IMPULS/infra

4.866

5.492

6.260

5.916

5.522

5.077

Onttrekking gemeente

-3.018

-330

0

0

0

0

Nog te bestemmen resultaat

-4.882

-5.492

-6.260

-5.916

-5.522

-5.077

Totaal reserves

7.330

7.000

7.000

7.000

7.000

7.000

Voorziening rijkssubsidies 3e WW-jaar ambtelijk

17

17

17

17

17

17

Spaarverlof SW en Ambt.

1.819

1.819

1.819

1.819

1.819

1.819

RVU-Wsw

2.216

2.216

2.216

2.216

2.216

2.216

Totaal voorzieningen

4.052

4.052

4.052

4.052

4.052

4.052

Bestemmingsreserves: IMPULS / infracstructurele gelden zijn in 2025 ontvangen van het Rijk. Echter zijn de projecten (kosten) in 2025 nog maar beperkt van start gegaan. Voorziening: Per 1-1-2024 is vanuit de CAO voorlopig de dotatie aan het 3e WW-jaar voor ambtenaren stopgezet. Per 2025 is er een voorziening RVU-Wsw gevormd obv een uitspraak van de Commissie BBV.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

22

Bijlage 5. Overzicht van investeringen in vaste activa

(in € x 1.000) Werkelijk 2025 Grond Gebouwen en voorzieningen aan terreinen

Herz. Begr. 2026

Herz. begr. 2027

0

0

0

420

1.050

1.000

Installaties

503

600

600

Machines

247

150

300

Automatisering

75

100

100

Inventarissen

365

200

200

Vervoermiddelen

452

2.200

2.200

Projecten in uitvoering

252

0

0

0

0

0

Totaal investeringen

Overige

2.314

4.300

4.400

PM Afschrijvingskosten

-2.208

--2.590

-2.430

WVS wil in 2027 verder gaan met de inhaalslag m.b.t. de verduurzaming van onze panden, wagenpark (inclusief laadvoorzieningen) en het opwekken van groene stroom middels zonnepanelen.

23

WVS - Ontwerpbegroting 2027

Bijlage 6. Gemeentelijke bijdrage 2027

per 01-01-2026

SW aantal

beschut werken aantal

Participanten aantal

Totaal

Bergen op Zoom

310

45

9

364

Etten-Leur

169

43

6

218

Halderberge

149

19

5

173

Moerdijk

79

19

5

103

Roosendaal

408

90

9

507

Rucphen

165

20

0

185

Steenbergen

77

9

2

88

Woensdrecht

63

16

2

81

Zundert

54

8

4

66

1.474

269

42

1.785

Begroting 2027 per doelgroeper

Doelgroep 01-01-2026

Begroting Raming 2028 2027

Raming 2029

Raming 2030

Bergen op Zoom

364

€ 1.276.549

€ 1.206.470

€ 1.125.955

€ 1.035.309

Etten-Leur

218

€ 764.527

€ 722.556

€ 674.336

€ 620.048

Halderberge

173

€ 606.711

€ 573.405

€ 535.138

€ 492.056

Moerdijk

103

€ 361.221

€ 341.391

€ 318.608

€ 292.958

Roosendaal

507

€ 1.778.050

€ 1.680.440

€ 1.568.294

€ 1.442.038

Rucphen

185

€ 648.796

€ 613.178

€ 572.257

€ 526.187

Steenbergen

88

€ 308.616

€ 291.674

€ 272.209

€ 250.295

Woensdrecht

81

€ 284.067

€ 268.473

€ 250.556

€ 230.385

Zundert

66

€ 231.462

€ 218.756

€ 204.157

€ 187.721

1.785

€ 6.260.000

€ 5.916.344

€ 5.521.509

€ 5.076.997

aantal doelgroepers

1.785

1.726

1.657

1.586

per doelgroeper

€ 3.507

€ 3.428

€ 3.332

€ 3.201

Meerjarenraming per gemeente is gebaseerd op de verhouding van de doelgroepers per 1-1-2026.

WVS - Ontwerpbegroting 2027

24

Bijlage 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente

In de mei- en septembercirculaire 2025 zijn de volgende Participatiebudgetten SW per gemeente voor 2027 opgenomen. In de begroting is tevens 3 % correctie LPO opgenomen. Begroting 2027

25

2027 excl. LPO

2027 incl. LPO

Bergen op Zoom

€ 11.155.100

€ 11.834.446

Etten-Leur

€ 5.805.309

€ 6.158.853

Halderberge

€ 5.118.782

€ 5.430.516

Moerdijk

€ 2.511.843

€ 2.664.815

Roosendaal

€ 14.138.572

€ 14.999.611

Rucphen

€ 5.791.688

€ 6.144.402

Steenbergen

€ 2.698.941

€ 2.863.307

Woensdrecht

€ 2.326.538

€ 2.468.224

Zundert

€ 2.098.562

€ 2.226.364

Totaal

€ 51.645.336

€ 54.790.537

Per SE

€ 43.140

€ 45.767

WVS - Ontwerpbegroting 2027

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1845/documents/22664