CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Reactie Wmo Adviesraad

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen Verordening Jeugdhulp 2025 Stede Broec847 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

uw brief van:

9 april 2025

Adviesraad Stede Broec

uw kenmerk: ons kenmerk:

0532592197

behandeld door:

Delia Spoelstra

bijlagen:

Datum: Onderwerp:

9 april 2025 Reactie Advies verordening Jeugdhulp 2025 gemeente Stede Broec

Geachte leden van de WMO-adviesraad,

Bedankt voor uw advies inzake de nieuwe verordening Jeugdhulp 2025. Op 6 mei 2025 hebben wij besloten bijgevoegde concept verordening aan de gemeenteraad voor te leggen ter vaststelling. De gemeenteraad vergadert op 3 juli. Graag gaan wij puntsgewijs in op de door u ter wijziging van de verordening aangedragen punten in uw advies van 28 maart. 1. Artikel 5.6 Gebruikelijke hulp en eigen kracht. Net als bij de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning speelt het begrip 'Gebruikelijke Hulp' een grote rol. En ook hier kunnen we concluderen dat dit een redelijk uitgangspunt is, maar ook een arbitrair begrip is dat verschillende invullingen mogelijk maakt en daardoor voor conflicten kan zorgen. Het lijkt ons het beste als er voorzichtig met deze afdwingbare eisen wordt omgesprongen. Het belang van het kind moet in principe centraal staan. Gebruikelijke hulp is op zichzelf inderdaad een arbitrair begrip. Door de uitgebreide beschrijving die opgenomen is in de verordening van hoe dit wordt beoordeeld is getracht de kans dat het begrip verschillend wordt ingevuld te verkleinen. Uiteraard zal hier voorzichtig mee worden omgegaan en zal gekeken worden naar de werkbaarheid van de begrippen zoals nu opgenomen in de verordening in de praktijk met regelmaat onder de loep worden genomen. 2.

Artikel 5.6, lid 1 In het geval van gescheiden ouders kan de gebruikelijke hulp van de ouder waar het kind niet bij inwoont wel eens moeilijk te incasseren zijn. Dat hangt ook sterk af van de relatie tussen de exen en de ideeën van het kind. Van ouders wordt verwacht dat zij, los van de onderlinge verhouding door bijvoorbeeld een echtscheiding, in staat zijn hun kind de hulp te bieden die ze nodig hebben. Met deze verordening wordt de verantwoordelijkheid van de ouder(s) duidelijker neergezet dan in vorige versies van de verordeningen. Echter zal altijd het belang van het kind voorop blijven staan en zijn er indien noodzakelijk altijd mogelijkheden om af te wijken van de eisen. Wij zullen uw advies om hier bewust van te zijn meenemen. 3. Artikel 5.6.5 Dat het college tijdens het proces nadere regels kan opstellen lijkt ons niet bevorderlijk voor de voorspelbaarheid en de transparantie.

Bezoekadres De Middend 2 1611 KW Bovenkarspel

Postadres Postbus 20 1610 AA Bovenkarspel

Telefoon 14 0228 gemeente@stedebroec.nl www.stedebroec.nl

KvK 37159550 IBAN NL25BNGH0285015877 BIC BNGHNL2G

Naar aanleiding van uw advies zijn deze artikelen verwijderd. 4. Artikel 6.2.2 Verstrekken van een pgb. Is het niet zo dat door de Bibob-toets de punten a, b, c overbodig zijn? Het kind mag niet de dupe zijn van frauderende ouders. Kan er dan als overgangsregeling geen vervangende toezichthouder worden aangesteld? Artikel 6.2.2. gaat niet over de ouders van het kind, maar over de uitvoerder van de jeugdhulp die betaald wordt uit het pgb. Als de uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag fraude heeft gepleegd zal het college geen pgb verstrekken. Mogelijk refereert u naar het artikel 6.3.2.b.iii. Indien er sprake is van fraude door de ouder korter dan vier jaar voorafgaand aan de pgb aanvraag dan mag de ouder niet de pgb-houder zijn. Echter mag er in dat geval een vervangend pgb-houder worden aangewezen, zoals een tweedegraads bloedverwant. 5. Artikel 7.4, lid 2 Het college blijft o.i. de uiteindelijk verantwoordelijke voor de uitvoering van de voorziening door de jeugdhulpaanbieder. De gemeente heeft contractuele afspraken met de jeugdhulpaanbieder. Hiermee is de jeugdhulpaanbieder verplicht om adequaat op klachten te reageren. Daarnaast heeft de gemeente haar reguliere controle op de hulpverlening van haar gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.

Echter hebben wij naar aanleiding van uw advies dit artikel aangescherpt en het volgende lid aan het artikel toegevoegd: ‘Wanneer de aanbieder niet adequaat op de klacht reageert of er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie tussen aanbieder en klager, komt de gemeentelijke klachtmogelijkheid in zicht.’ 6. Artikel 9.2.3 In het kader van het onderzoek naar recht- en doelmatigheid van de individuele voorzieningen kan het begrip 'periodiek' beter nauwkeuriger worden omschreven. Ook de uitvoering van dit onderzoek (wie, hoe?) kan nauwkeuriger worden omschreven. Wij zullen dit advies meenemen bij de uitwerking van de nadere regels. 7. Wij adviseren u voorzichtig met de begrippen 'Gebruikelijke hulp' en 'Eigen kracht' om te gaan. Het zijn redelijke uitgangspunten, maar de belangen van de jeugdige cliënt moeten, in principe, centraal staan. Die belangen moeten ook centraal blijven staan in het geval van frauderende ouders. Zie voor antwoord op deze opmerking de voorgaande antwoorden, en specifiek het antwoord op opmerking 1 en 4. Meer informatie Wij danken u ten zeerste voor uw inzet en uw zeer gewaardeerde advies. Voor meer informatie kunt u ons bereiken op telefoonnummer 14 0228. U kunt hierbij verwijzen naar het bovenstaande kenmerk.

Pagina 2 van 3

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Stede Broec, De secretaris,

De burgemeester,

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15652364/2