26-009 Antwoord Woonprogramma, vragen deel 2 ELS
Tekst van het document
Technische vragen Fractie
Eerlijk Leefbaar Stede Broec (ELS)
Opsteller
Rob Kuipers
Commissie/Raad
Commissie Grondgebiedzaken 12-1-2026
Onderwerp
Wensen en bedenkingen woonprogramma 2026-2030
Geagendeerd
Ja
Agendapunt
5
Datum aanvraag
13-1-2026
Inleiding: In het raadsvoorstel wordt de raad voorgesteld te besluiten: - Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien van het Woonprogramma Stede Broec 2026-2030. In alinea 5 van het raadsvoorstel wordt aangegeven; Gegeven de impact van het woonbeleid, wordt de gemeenteraad gevraagd om eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken alvorens het college tot definitieve vaststelling overgaat. In het deel kanttekeningen wordt aangegeven; -Hoewel het voorstel is om geen wensen en bedenkingen in te brengen, zijn er aandachtspunten en risico’s bij de uitvoering te benoemen. -Het alternatief, geen programma vaststellen, is niet wenselijk, omdat de gemeente dan geen sturingskader heeft voor nieuwe initiatieven, niet voldoet aan de regionale afspraken en niet voldoet aan de wet- en regelgeving. Het Woonprogramma bevat diverse duidelijke en goed onderbouwde keuzes, waaronder: De ambitie van 900 woningen tot 2030 sluit aan bij de regionale Woondeal en de lokale prognoses. De twee grote uitbreidingslocaties (Nijevoert en Silverwoid) vormen een solide basis voor de kwantitatieve opgave. Heldere differentiatie-eisen (2/3 betaalbaar, 30% sociaal) geven richting aan initiatiefnemers. De aandacht voor ouderen en doorstroming is goed uitgewerkt en sluit aan op het Woonzorgpact. Beleid voor splitsing en generatiewonen is vastgesteld en wordt actief ingezet.
Tegelijkertijd zien wij nog enkele kritische aandachtspunten/blinde vlekken.
Vragen: 1. Klopt het dat de raad nu enkel wensen en bedenkingen kan meegeven en dat het college vervolgens het woonprogramma vaststelt? Kunt u het formele besluitvormingspad (raad/college) én het vervolgproces inclusief tijdslijnen schetsen? 2. Welke status hebben “wensen en bedenkingen” bestuurlijk en juridisch? Op welke wijze worden deze door het college verwerkt (wel/niet, met motivering) en hoe/wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? 3. Het programma benoemt starters, maar jongeren 18–30 jaar komen beperkt expliciet terug, terwijl dit een belangrijke doelgroep is voor een vitale gemeente. Kan het college onderbouwen hoe de woonbehoefte van 18-30 jarigen is vertaald naar concrete aantallen en woningtypen (huur/koop, segmenten, woonconcepten) binnen 2026-2030? ⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@stedebroec.nl
pagina 1
4. Is overwogen om een expliciete jongerenparagraaf / jongerenstrategie toe te voegen met concrete acties en KPI’s (bijv. co-living, flexwoningen, tiny houses/apartments, jongerenhofjes) inclusief beoogde locaties en planning? 5. Komt er per grote locatie een integrale impactanalyse op mobiliteit, OV en fiets, zorg- en welzijnscapaciteit, onderwijs, kinderopvang en overige voorzieningen?
1. Klopt het dat de raad nu enkel wensen en bedenkingen kan meegeven en dat het college vervolgens het woonprogramma vaststelt? Kunt u het formele besluitvormingspad (raad/college) én het vervolgproces inclusief tijdslijnen schetsen? Nee, dit is na aanpassing van het raadsvoorstel niet meer aan de orde. • • •
Besluitvorming: De raad stelt het programma zelf vast in de vergadering van 29 januari 2026. Vervolgproces: Direct na vaststelling treedt het beleid in werking (februari 2026). Uitvoering: Het vastgestelde programma vormt direct de basis voor de nieuwe gesprekken over de prestatieafspraken met de corporaties en voor de uitwerking van woningbouwprojecten.
2. Welke status hebben “wensen en bedenkingen” bestuurlijk en juridisch? Op welke wijze worden deze door het college verwerkt (wel/niet, met motivering) en hoe/wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? Doordat het voorstel is gewijzigd naar een vaststellingsbesluit, is de figuur van "wensen en bedenkingen" niet meer van toepassing. De raad kan via de reguliere weg directe invloed uitoefenen op de tekst en kaders van het programma. 3. Het programma benoemt starters, maar jongeren 18–30 jaar komen beperkt expliciet terug, terwijl dit een belangrijke doelgroep is voor een vitale gemeente. Kan het college onderbouwen hoe de woonbehoefte van 18-30 jarigen is vertaald naar concrete aantallen en woningtypen (huur/koop, segmenten, woonconcepten) binnen 2026-2030? Het college deelt de zorg van de raad volledig: het behouden van onze jongeren is de topprioriteit om de vitaliteit van Stede Broec te borgen en vergrijzing tegen te gaan. In dit programma is de term 'starters' dan ook bijna één-op-één te lezen als 'jongeren'. •
•
•
Harde eisen voor betaalbaarheid: Er is vastgelegd dat 2/3 van de nieuwbouw (ca. 600 woningen) in het betaalbare segment moet vallen. Dit omvat sociale huur, middenhuur en goedkope koop. Dit zijn bij uitstek de segmenten die bereikbaar moeten zijn voor jongeren. Specifieke typologie: Om deze prijsklassen haalbaar te maken, maken we op 'bijzondere woonproducten' zoals studio’s en appartementen met kleinere oppervlaktes mogelijk. Dit is specifiek bedoeld om het aanbod voor 1- en 2-persoons (jongeren)huishoudens te vergroten. Doorstroming: Daarnaast bouwen we voor senioren. Elke senior die verhuist laat weer een woning achter. Zo wordt er een verhuistrein gecreëerd waardoor er woningen vrijkomen voor jongeren, starters en doorstromers. Pagina 2
4. Is overwogen om een expliciete jongerenparagraaf / jongerenstrategie toe te voegen met concrete acties en KPI’s (bijv. co-living, flexwoningen, tiny houses/apartments, jongerenhofjes) inclusief beoogde locaties en planning? Het gehele programma ademt de strategie om de woningmarkt weer toegankelijk te maken voor nieuwkomers, en daarmee specifiek ook voor jongeren. Het toevoegen van een aparte paragraaf zou suggereren dat dit een 'los' onderdeel is, terwijl het de kern van het beleid vormt. • •
•
Flexibiliteit voor concepten: Het programma biedt expliciet ruimte voor nieuwe woonvormen. In de tekst wordt al verwezen naar studio's en flexibele concepten. In de uitwerking per locatie zal het college de kaders uit dit programma gebruiken om plannen te toetsen. In het kader van de huisvesting van jongeren gaan we in overleg en zal de vraag steeds zijn: "Hoeveel jongeren kunnen hier wonen?" Of de oplossing dan een tiny house, een jongerenhofje of een studio heet, is secundair aan de prijs en beschikbaarheid Locaties: Het programma fungeert als het kader ('wat willen we') waarmee we met ontwikkelaars in gesprek gaan. Concrete invulling (welk type waar) volgt in de stedenbouwkundige plannen per locatie.
5. Komt er per grote locatie een integrale impactanalyse op mobiliteit, OV en fiets, zorgen welzijnscapaciteit, onderwijs, kinderopvang en overige voorzieningen? Dit Woonprogramma is een beleidskader gericht op onder andere aantallen en doelgroepen. Bij projecten zoals Nijevoert of Silverwoid, verplicht de Omgevingswet ons tot een integrale afweging van de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt getoetst of de infrastructuur (mobiliteit) en voorzieningen (zorg/onderwijs) de groei van 900 woningen aankunnen. Dit wordt dus per project, integraal geborgd.
Pagina 3