CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

26-0041a Bijlage Sweco Energievisie Silverwoid Lutjebroek

Commissie Samenleving 14 april 2026, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Gemeld ter bespreking7.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Energievisie Silverwoid, Lutjebroek

Inhoudsopgave

1 2

Context en aanleiding .................................................................................................... 4 Situatie netcongestie ..................................................................................................... 4 2.1 Nieuw maatschappelijk prioriteringskader ........................................................ 4 2.2 Netcongestie situatie Lutjebroek ....................................................................... 5 2.3 Gesprek met de netbeheerder Liander ............................................................. 5

3

Toelichting op Netbewust bouwen ................................................................................ 6 3.1 Netbewust Maatregelen woonwijk .................................................................... 6

4

Overzicht warmteconcepten ........................................................................................ 11 4.1 Haalbaarheidsanalyse individueel en collectief warmteconcepten ................. 11 4.2 Financiële vergelijking kansrijke warmteconcepten ........................................ 12 4.2.1 Financiële vergelijking per woningtypologie ................................... 12

Conclusies ............................................................................................................................. 15 Advies en aanbevelingen....................................................................................................... 16 Bijlage A: Toelichting afwegingskader Bijlage B: Referenties passieve bouw (Bouwnext)

Documentreferentie NL25-648800269-158167

3/17

1

Context en aanleiding

In Lutjebroek staat de nieuwbouwopgave Silverwoid van circa 400 woningen ten noorden van de bestaande lintbebouwing gepland. Deze opgave bestaat uit een mix van grondgebonden woningen en appartementen, met een focus op duurzaamheid en klimaatadaptiviteit. Het plan is ruim opgezet en trekt de bestaande wateren ten oosten van de ontwikkeling door in het plangebied. De ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd en heeft als doel een toekomstbestendige woonwijk te realiseren die voldoet aan de hedendaagse en toekomstige eisen op het gebied van energie, waterbeheer en ruimtelijke kwaliteit.

Figuur 1: Locatie en plan nieuwbouwopgave Silverwoid (Bron: Ruimtelijk Concept, BREEN-stedenbouw)

De ontwikkelende partij, VKL C.V., wil graag inzicht in de haalbaarheid van verschillende warmteconcepten voor de warmtevoorziening van de gebouwen. Dit om de gemeenteraad goed te kunnen informeren en invulling te geven aan de zorgen rondom de toekomstbestendigheid van de energievoorziening voor warmte en elektriciteit. In juli 2025 heeft de raad het ambitiedocument vastgesteld en middels een motie gevraagd om een integrale energievisie, waarin wordt onderbouwd hoe de energievoorziening (elektriciteit en warmte) voor de wijk Silverwoid toekomstbestendig wordt geborgd. Hierbij is extra focus gelegd op realistische oplossingen die betaalbaar zijn voor de bewoners en op de ambitie om betaalbare woningen te realiseren. Er zijn verzoeken gekomen vanuit de raad om de meest geschikte warmteoplossing inzichtelijk te maken. Sweco is gevraagd een integrale energievisie te schrijven waarin verschillende warmteconcepten en netbewuste maatregelen worden afgewogen. Een duidelijke en tijdige energievisie helpt vertraging door netproblemen te voorkomen door vroegtijdige planning en afstemming op netcapaciteit. Voor dit onderzoek is een deskstudie uitgevoerd en een gesprek met de netbeheerder gevoerd. Deze energievisie is hiervan het resultaat.

2

Situatie netcongestie

2.1

Nieuw maatschappelijk prioriteringskader

Op veel plaatsen in Nederland zit het elektriciteitsnet vol. Daarom zijn er wachtlijsten voor de toegang tot het elektriciteitsnet. Voorheen werd de plek op die wachtlijst alleen bepaald door het moment van aanvragen: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De ACM heeft vorig jaar een besluit genomen waarmee netbeheerders voorrang kunnen geven aan projecten die belangrijk zijn voor de samenleving, zoals ziekenhuizen en scholen. Dit houdt in dat dat aanvragen met een maatschappelijke functie prioriteit krijgen. De categorieën zijn als volgt geprioriteerd: 1. Congestie-verzachters (aanvragen die ruimte kunnen vrijmaken op het elektriciteitsnet). 2. Veiligheid (onder andere politie, ziekenhuis, brandweer etc.). 3. Basisbehoeften (onder andere onderwijs, woonbehoefte, warmtevoorziening, openbaar vervoer). Binnen een categorie blijft het principe van ‘first come, first serve’ gehanteerd. Valt een aanvraag niet binnen de bovenstaande categorieën dan krijgt dit geen prioriteit.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

4/17

Dit betekent ook dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen klein- en grootverbruikers aanvragen. Ook kleinverbruikers kunnen dus op een wachtlijst komen. Woningbouw valt dan wel weer onder categorie 3 en krijgt dus wel prioriteit boven niet-maatschappelijke functies (geen categorie). Het zogenoemde Maatschappelijk Prioriteringskader van ACM kunnen netbeheerders vanaf 1 januari gaan toepassen.

2.2

Netcongestie situatie Lutjebroek

In de regio van Lutjebroek bestaat er een wachtrij voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit. Momenteel is deze wachtlijst alleen van kracht op grootverbruiksaansluitingen, vanaf 1 januari 2026 kan dit dus veranderen door het Maatschappelijk Prioriteringskader. Liander verwacht dat de knelpunten in het netwerk in 2036 (levering) en 2031 (teruglevering) zijn opgelost. In hoeverre tot die termijn elektrisch vermogen beschikbaar is, is niet bekend. Het is aannemelijk dat dit slechts beperkt kan zijn. Om die reden inventariseert deze energievisie de maatregelen waarmee met een beperkt elektrisch aansluitvermogen zo veel mogelijk woningen aangesloten kunnen worden. Hierin worden onder meer de uitgangspunten ten aanzien van netbewust bouwen toegelicht en worden een aantal aanbevelingen gedaan ten behoeve van de ontwikkeling Silverwoid.

2.3

Gesprek met de netbeheerder Liander

Vanwege de huidige situatie omtrent netcongestie, zoals eerder beschreven, is afstemming met de netbeheerder tijdens de planvorming essentieel. Daarom is er overleg geweest met Liander en CINH, om de ontwikkeling van Silverwoid en het advies van Sweco Nederland B.V. over netbewuste maatregelen en het warmtesysteem te bespreken. Hieronder volgt een korte terugkoppeling van dit overleg. Momenteel is er een wachtlijst voor aanvragen van grootverbruik-aansluitingen in de regio. Liander verwacht dat de knelpunten met betrekking tot levering in 2036 en teruglevering in 2031 opgelost zullen worden. Kleinverbruikers worden nog steeds aangesloten, hoewel het nieuwe maatschappelijke prioriteringskader dit mogelijk zal veranderen (zie 2.1). Het is echter belangrijk om nu actie te ondernemen om te voorkomen dat dezelfde problemen zich op lange termijn opnieuw voordoen. Liander raadt aan om door te gaan met de woningontwikkeling en afstemming te zoeken bij eventuele problemen tijdens deze ontwikkeling, zodat Liander gericht kan meekijken en oplossingen kan aandragen. Het advies in deze notitie is voorgelegd aan Liander. Hoewel Liander geen adviserende organisatie is, hebben zij de verwachting dat bouwen zonder netbewuste maatregelen binnen tien jaar tot dezelfde problematiek kan leiden als momenteel op het elektriciteitsnetwerk sprake van is.

Netbewust bouwen, evenals netuitbreiding/ -verzwaring en energieplanologie, vormen een onderdeel van de oplossing. Liander roept wel op om zo realistisch mogelijk capaciteit aan te vragen. Overvragen leidt tot een vertekend beeld van de gereserveerde capaciteit.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

5/17

3

Toelichting op Netbewust bouwen

Netbewust bouwen is een bouwconcept waarbij bij het ontwerpen en ontwikkelen van een gebouw of wijk rekening wordt gehouden met de impact op het elektriciteitsnet. Dit omvat maatregelen om de belasting op het elektriciteitsnet zoveel mogelijk te verlagen, te spreiden over de dag en stuurbaar te maken om in te spelen op schommelingen in het elektriciteitsnet. In figuur 2 is dit schematisch weergeven.

Figuur 2: Principes om impact op het elektriciteitsnet te beperken.

Om netbewust te bouwen zijn in het kort de volgende stappen te nemen: 1. Beperken van de koude- en warmtevraag (passief bouwen). 2. Vul de resterende warmtevraag zo duurzaam mogelijk in en zorg dat: a. Het verwarming- en tapwatersysteem efficiënt ontworpen wordt. b. Elektrisch verwarmen zo veel mogelijk buiten spits gebeurt. 3. Zorg dat installaties en apparaten stuurbaar zijn. 4. Lokaal opwekken benodigde elektriciteit en dit direct gebruiken of opslaan. 5. In het ontwerp en de bouw rekeninghouden met technische ruimte, voorzieningen voor opwek en opslag en benodigde infrastructuur (ook voor de toekomst).

3.1

Netbewust Maatregelen woonwijk

Gekoppeld aan de stappen voor netbewust bouwen zijn er maatregelen die ingezet kunnen worden bij een netbewuste woonwijk. Beperken van koudevraag De behoefte om een woning te koelen in de zomer brengt een hoge piekbelasting met zich mee op zeer warme dagen. De koudevraag kan zoveel mogelijk beperkt worden door: •

Passief te bouwen.

•

Woningen slim positioneren in relatie tot de schaduw van bomen.

•

Bomen te plaatsen die in de zomer zorgen voor schaduw op de ramen en gevel. Plant boomsoorten die in de winter hun blad verliezen om te zorgen voor zoninval in de winter.

•

Beperken van glas op het zuiden zonder extra zonwerende maatregelen.

•

Platte daken als groen dak uit te voeren en groenblauwe openbare ruimte creëren.

Beperken van warmtevraag • Passief te bouwen. •

Afwegen om glas op het zuiden te plaatsen in combinatie met: •

Overstekken boven ramen.

•

Toepassen van buitenzon wering in neggen.

•

Woning boven isolatie standaard te isoleren.

•

Warmteterugwinning (WTW) systeem toe te passen in de ventilatie en bij warmwatergebruik.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

6/17

Veel van de bovenstaande maatregelen worden toegepast in het principe van passief bouwen. Passief bouwen is een vorm van bouwen waarbij zoveel mogelijk warmte wordt benut en de koudevraag wordt beperkt met zo min mogelijk installatiesystemen. Dit wordt behaald door zeer goed te isoleren, slim om te gaan met natuurlijke ventilatie en het toepassen van WTW-balansventilatie. Bij passief bouwen kan het echter een uitdaging zijn om te voldoen aan de BENG-eisen zoals de TO-juli norm (temperatuuroverschrijding). Om oververhitting in de zomer te voorkomen, worden daarom in het ontwerp van de woning ramen dieper geplaatst, zonwering toegepast en bijvoorbeeld een overstek gecreëerd. Bij een goed ontworpen passief huis is vaak nauwelijks verwarmingsinstallatie nodig. In sommige gevallen wordt er nog gekozen voor een kleine warmtepomp ter ondersteuning. Met de WTW-balansventilatie is er echter wel luchtverwarming aanwezig. Passief bouwen kan in de bouw duurder uitvallen. De cijfers variëren hierover. Een aantal referenties van Bouwnext (zie bijlage B) wijzen erop dat de bouwkosten ook nagenoeg gelijk kunnen blijven aan de gemiddelde bouwkosten in Nederland (CBS). Ook laten deze referenties zien dat passief bouwen niet alleen voor het hoge segment is, maar dat het ook toepasbaar is op sociale huurwoningen. Daarnaast leidt het tot lagere maandlasten en minder onderhoud.

Dit maakt passief bouwen voor sociale huurwoningen interessant. De woningcorporatie heeft in de exploitatiefase minder kosten en onderhoud aan installatiesystemen.

Figuur 3 Principes van passief bouwen

Passief bouwen is echter uitdagend, bij laagstaande zon is er waarschijnlijk veel schaduw van bomen. In het stedebouwkundig plan kan hier rekening mee worden gehouden door de positie en keuzes van boomsoorten. Passieve woningen hebben zoninstraling nodig van de laagstaande zon in de winterperiode. Dit is waarschijnlijk maar op een beperkt aantal kavels te realiseren. Daarnaast is het nog relatief nieuw, dit betekent dat nog niet elke architect en bouwer de expertise heeft om een goed passief gebouw te ontwerpen en te bouwen. Naar verwachting wordt het proces om te komen tot een woningbouwplan door passief bouwen complexer. Hierdoor kan het proces duurder uitvallen dan bij reguliere bouwprojecten. Beperken elektriciteitsvraag installaties Nadat de woningen geoptimaliseerd zijn met betrekking tot de vraag naar warmte- en koude, is het belangrijk het elektriciteitsverbruik voor warmte, koude en ventilatie te beperken. Dit geldt zowel voor het jaarlijkse elektriciteitsverbruik (kWh) als de momentane piekvraag (kW). Dit kan door: •

Efficiënte warmte en warmtapwateropwekking: Een bodem/water-warmtepompen (± € 35.000) heeft de voorkeur. Deze verbruikt de minste elektriciteit en heeft de laagste elektriciteitspiek voor zowel warmte- als koudeopwek. In hoofdstuk 4 worden de warmteconcepten verder besproken inclusief een financiële vergelijking.

•

Ventilatie: het elektriciteitsverbruik en de piekvraag van ventilatoren kan beperkt worden door het toepassen van gelijkstroomventilatoren met CO2-sensors. De kosten hiervan liggen rond de € 7.200 tot € 7.800 (RVO kengetallen prijspeil mei 2025).

Verderop in deze notitie is het negatieve effect van warmtesystemen op het elektriciteitsnet ook meegewogen in het afwegingskader van de warmteconcepten (zie tabel 1). Sturing van vraag en opwek Het gelijktijdig gebruiken of opwekken van elektriciteit heeft een groot effect op het elektrische aansluitvermogen van de woningen. Gezien de netcongestie is het belangrijk dit zoveel mogelijk te beperken.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

7/17

Componenten met de grootste impact zijn: •

Zonnepanelen.

•

Warmtepomp.

•

Elektrisch laden.

De volgende maatregelen verlagen de piekvraag naar elektriciteit: •

Het plaatsen van zonnepanelen in oost-west opstelling: de opwekking van elektriciteit vindt dan met name plaats in de ochtend en eind van de middag. Dat zijn ook de momenten dat de elektriciteitsvraag van de woning het grootste is. De piek in de elektriciteitsteruglevering is ook lager dan bij een zuid-opstelling.

•

Het beperken van het omvormer vermogen van de zonnepanelen (curtailment): met een omvormer die 70-80% van het vermogen van de zonnepanelen heeft wordt de piek in de teruglevering substantieel verlaagd terwijl maar beperkt minder elektriciteit wordt opgewekt.

•

De woning voorzien van smart home technologie (HEMS): een regelsysteem dat installaties en apparaten pauzeert of in vermogen terug regelt als de elektriciteitspiek hoog is. Dit is goed toepasbaar op de volgende apparaten: •

Warmtepomp.

•

Omvormer zonnepanelen.

•

Laadpaal.

Momenteel is HEMS nog in ontwikkelfase en zijn er nog geen goede aanbieders beschikbaar. De ontwikkelingen van HEMS gaan echter snel en netbeheerders en energieleveranciers pakken hierin een faciliterende rol om te onderzoeken wat dit kan betekenen voor het energienetwerk. HEMS wordt vaak aangeboden in de vorm van software (een app) die gekoppeld kan worden aan apparaten met een wifimodule of een hybride vorm waar een hardware kastje nodig is in bijvoorbeeld de meterkast. De kosten voor een HEMS-systeem verschillen enorm. Voor eenvoudige HEMS op basis van software kan dit een vast maandbedrag van bijvoorbeeld € 10 zijn. Terwijl de kosten voor hybride systemen kunnen oplopen van € 300 tot € 1.500. Bij de selectie van apparaten en installaties kan gekozen worden voor HEMS-ready apparaten. Dit zijn apparaten die over een wifi-module beschikken waar HEMS software aan gekoppeld kan worden. De compatibiliteit kan per aanbieder verschillen. Door een keuze te maken voor HEMS-ready-apparaten is de woning toekomstbestendig doordat integratie van een HEMS systeem daarmee eenvoudiger is. Een ‘domme’ energieverbruiksmanager waarin de bewoner live inzicht krijg in het elektriciteitsverbruik kan in de tussentijd een oplossing bieden.

De bewoner kan met dit inzicht dan zelf handmatig actie ondernemen om apparaten uit te zetten of juist aan te zetten afhankelijk van bijvoorbeeld de elektriciteitsproductie middels zonnepanelen. Op gebiedsniveau zijn energiemanagementsystemen (EMS) ook in ontwikkeling. Het slim aansturen van openbare laadpalen is hier een goede eerste stap in. Met de inwerkingtreding van de herziene EPBD IVrichtlijn per 29 mei 2026 worden de eisen voor laadinfrastructuur bij woningbouwprojecten aanzienlijk aangescherpt. Voor nieuwe of ingrijpend gerenoveerde woongebouwen met meer dan drie parkeervakken geldt dat er minimaal één laadpunt moet worden gerealiseerd. Daarnaast moet 50% van de overige parkeerplaatsen voorzien zijn van voorbekabeling, en de rest van loze leidingen. Belangrijk is dat deze laadpunten geschikt zijn voor slim laden, waaronder loadbalancing om piekbelasting te voorkomen, en bij voorkeur ook voor bidirectioneel laden (V2G), zodat voertuigen energie kunnen terugleveren aan het net of gebouw. Opwekking duurzame elektriciteit Met het opwekken van duurzame elektriciteit wordt met de juiste aantallen en balans tussen verbruik en opwek, zowel de elektriciteitsvraag (kWh) als de piekvraag verlaagd (kW). Voor zonne-energie geldt dit met name in de zomer, voor windenergie het hele jaar. Er is in het plangebied geen ruimte voor een grootschalig zonneveld.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

8/17

Het plaatsen van grote of kleine windmolens is vergunning technisch ingewikkeld en ligt niet voor de hand. De belangrijkste opties voor lokale duurzame opwekking zijn: •

Zon op dak (minimumeisen BENG).

•

Solar carport: De parkeerplaatsen in de buurt voorzien van kunnen voorzien worden van zonnepanelen.

Een belangrijke overweging hierin is dat het toevoegen van meer zonopwek juist netcongestie kan versterken aan de terugleverzijde van het elektriciteitsnet. Dit komt doordat de stroom die wordt opgewekt niet direct gebruikt wordt. Lokale opslag Het beperken van de warmte- en koudevraag, het opwekken van duurzame elektriciteit en het actief sturen van vraag en aanbod is de basis voor het verminderen van de effecten van netcongestie. Hierdoor kunnen al meer woningen aangesloten worden dan zonder deze maatregelen. Elektriciteitsopslag: Door het toevoegen van elektriciteitsopslag in batterijen kan het effect van netcongestie verder verminderd worden. De batterijen kunnen elektriciteit leveren op piekmomenten in de elektriciteitsvraag en geladen worden op momenten dat de zonnepanelen veel elektriciteit leveren of als de vraag naar elektriciteit laag is. Voorbeelden van elektriciteitsopslag zijn een thuisbatterij en een wijkbatterij. De kosten van een wijkbatterij liggen rond de € 300 tot € 350 per kWh. Wijkbatterijen worden gebruikelijk beheerd door de netbeheerder. Warmte opslag: Door het toevoegen van een warmteopslag kan er meer gestuurd worden op wanneer de warmte efficiënt opgewekt kan worden. Warmte wordt dan opgeslagen voor momenten dat er normaal gesproken elektrisch bijgestookt moet worden. Er zijn verschillende type warmteopslagsystemen en op verschillende schaal.

De warmteopslag op buurtniveau is met name interessant als piekbuffer voor een warmtenet. De kosten voor een warmte opslagsysteem zijn erg verschillend per type systeem en variëren van € 0,40 tot € 3 euro per kWh capaciteit1. Het aantal kWh is erg afhankelijk van de functie van de warmte opslag, het aantal woningen en hoeveel procent van de warmtevraag moet worden opgeslagen. Grote openbare elektriciteits- en warmteopslag vragen wel veel ruimte en zijn kostbaar. Ook eigenaarschap en beheer organiseren kan ingewikkeld zijn. Daarnaast zijn er nog warmteopslagsystemen op woningniveau toe te passen, zoals de NEStore van Newton Energy. Dit is in feite een zeer goed geïsoleerde elektrische boiler die slim aangestuurd wordt. Hierdoor zet het eigen opgewekte stroom om in warmtapwater. Het warmtapwater kan tot een aantal dagen warm blijven. Opgewekte zonne-energie kan hiermee zoveel mogelijk voor eigengebruik ingezet worden, dit zorgt ervoor dat er minder belasting is op het netwerk door teruglevering van stroom. De kosten van een 20 kWh NEStore boiler is circa € 5.000. Ruimtelijke impact netbewust bouwen Ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening in de wijk worden MS/LS middenspanningsruimtes (MSR’s) geplaatst in de wijk. In de MSR wordt het spanningsniveau verlaagd van 10 kV (middenspanning) naar 380 V (Laagspanning) zodat het geschikt is voor gebruik in een woning.

Op een MSR kunnen maar een beperkt aantal woningen aangesloten worden. Het aantal is afhankelijk van het gemiddelde gelijktijdige vermogen van die woningen. Stedenbouwkundig moet rekening gehouden worden met de ruimtelijke impact van MSR’s. Het aantal MSR’s wordt groter als:

1

•

Er meer zonnepanelen komen in de wijk.

•

Bij all-electric verwarmen.

•

Het aantal elektrische auto’s en daarmee het aantal laadpalen stijgt.

Power-to-Heat en warmteopslag in warmtenetten, CE Delft, 2023

Documentreferentie NL25-648800269-158167

9/17

Per ongeveer 500 kW is er een MSR nodig. Uitgaande van 400 woningen met een gemiddeld piekvermogen van 4 kW (1.600 kW) zijn er naar verwachting meer dan 3 MSR’s nodig. Hierbij moet ook nog rekening gehouden worden met openbare verlichting, laadpalen en andere nutsvoorzieningen. Een MSR heeft ongeveer 30 m2 ruimte nodig. Naast de MSR’s dient ook rekening gehouden te worden met ruimte in de ondergrond voor kabels. Om netbewust te in te richten kan er ook extra ruimte vrijgehouden worden voor eventuele extra laadvoorzieningen of extra opwek. Preventief extra kabels aanleggen wordt niet gedaan door Liander omdat dit voorfinanciering is, wat wettelijk gezien niet mag.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

10/17

4

Overzicht warmteconcepten

Er zijn twee type warmteconcepten te onderscheiden: individuele en collectieve warmteconcepten. Een individueel warmteconcept wordt toegepast bij een enkele woning. Een collectief warmteconcept, ofwel warmtenet, voorziet een gebied (wijk of gemeente) van warmte. Een warmtenet wordt gevoed door een warmtebron, dit kan een restwarmtebron in de buurt zijn of de toepassing van een (collectieve) warmtepomp. Om de efficiëntie van een collectief energiesysteem te verhogen worden vaak één of meerdere warmtekoude opslag (OBES) systemen aan een warmtenet gekoppeld. Dit zijn kansrijke voorbeelden van individuele en collectieve warmteconcepten voor de nieuwbouwlocatie Silverwoid: 1. Individueel warmteconcept a. Lucht-water warmtepomp. b. Bodem warmtepomp. c. Zon-thermische (PVT) panelen gekoppeld aan een warmtepomp. 2. Collectief warmteconcept (warmtenet) a. Zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet met OBES-bronnen en individuele warmtepompen per gebouw/ woning. b. Lagetemperatuur (LT) warmtenet met OBES-bronnen met combinatie van individuele- en collectieve warmtepompen. 3. Kleine-collectieve GBES a. Gesloten bodemenergiesysteem (GBES). Voor de nieuwbouwlocatie Silverwoid wordt Middentemperatuur (MT) warmtenet met OBES-bronnen buiten beschouwing gelaten. Deze techniek levert een te hoge warmte voor nieuwbouw en wordt daarom niet toegepast.

4.1

Haalbaarheidsanalyse individueel en collectief warmteconcepten

De zes warmteconcepten zijn middels een afwegingskader beoordeeld op 4 criteria: techniek, financieel, juridisch en netbewust. De totale score is het gemiddelde hiervan. In bijlage A zijn de toekenningen van de scores per warmteconcept toegelicht.

Tabel 1 Kansrijkheid van collectieve en individuele warmteconcepten Techniek

Financieel

Juridisch

Netbewust

Totaal

Lucht-water warmtepomp

-/+

-/+

+

-

-/+

Bodemwarmtepomp (individuele GBES)

+

-/+

-/+

+

+

PVT

+

-

++

+

+

Conclusie Individueel

Kansrijk

ZLT-warmtenet

+

--

-/+

+

-/+

LTwarmtenet

+

--

-/+

+

-/+

Conclusie Collectief Klein-collectieve GBES/ centrale GBES

Niet Kansrijk ++

Conclusie klein-collectieve/centrale GBES

-/+

-/+

+

+

Kansrijk

Uitgaande van de vier pijlers technisch, financieel, juridisch en netbewust zijn diverse methoden beoordeeld. Hieruit blijkt dat klein-collectieve en individuele opties kansrijk zijn.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

11/17

De warmtenetopties lijken niet kansrijk. Ondanks dat de bodem wel geschikt lijkt te zijn voor WKO met een redelijk debiet van 100 m3/uh per doublet. De ruime opzet van de woningen betekent een grotere lengte voor het distributienet dan bij een compacte wijk, dit maakt de financiële haalbaarheid meer uitdagend. Een ander aandachtspunt bij het ontwerpen en de uitvoering is de inpassing van waterwegen in combinatie met het gelijktijdig inpassen van een warmtenet. Een klein-collectieve GBES komt als goed alternatief uit het afwegingskader. Dit systeem kan goed toegepast worden op een cluster woningen of een appartementencomplex. Individuele warmteconcepten hebben elk hun eigen voordelen en nadelen kennen. Luchtwaterwarmtepompen zijn bijvoorbeeld een financieel aantrekkelijkere oplossing vanwege de lagere initiële kosten. Echter, deze systemen zijn minder efficiënt, vooral bij lagere buitentemperaturen, wat kan leiden tot hogere operationele kosten en piekbelasting op het elektriciteitsnet. Bodemwarmtepompen (GBES) daarentegen hebben een hogere COP (Coefficient of Performance), wat ze efficiënter maakt en netbewuster. Dit komt doordat ze gebruikmaken van de constante temperatuur in de bodem, wat resulteert in een stabiele en efficiënte warmteopwekking. Desalniettemin zijn bodemwarmtepompen aanzienlijk duurder door de benodigde boring.

PVT-panelen zijn ook efficiënt en hebben een goede COP, wat ze netbewust maakt door zowel elektriciteit als warmte op te wekken. Echter, de hogere kosten van de panelen maakt dit systeem kostbaarder in aanschaf. Ondanks dat deze systemen financieel meer vergen, bieden ze een duurzame en efficiënte oplossing voor de warmtevraag en dragen ze bij aan een stabieler elektriciteitsnet.

4.2

Financiële vergelijking kansrijke warmteconcepten

Voor de nieuwbouwlocatie Silverwoid zijn verschillende energieconcepten financieel tegen elkaar afgewogen op basis van maandelijkse kosten en investeringskosten voor de bewoners. Hierbij zijn de verschillende woningtypologieën die Silverwoid ambieert meegenomen. Voor deze vergelijking zijn de oppervlaktes van de woningen gebaseerd op de standaardwoningen van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Daarnaast zijn publiek toegankelijke RVO kengetallen gebruikt om de kosten voor de drie individuele warmteoplossingen en kengetallen VHGM voor de collectieve oplossingen. Uitgangspunten voor de kostenberekening •

Vervanging van warmtepomp: De warmtepomp wordt na 15 jaar vervangen. De kosten voor vervanging van overige installaties zijn in deze berekening niet meegenomen.

•

Vervanging van PVT-panelen: De PVT-panelen worden na 20 jaar vervangen.

•

Onderhoudskosten: Deze kosten staan los van de woningtypologie en zijn uniform toegepast.

•

Binnen een appartementengebouw wordt nu uitgegaan van 10 woningen.

•

Investering bij klein-collectieve GBES: De investeringskosten voor het eerste jaar worden verdeeld over het aantal woningen. Voor de berekening is uitgegaan van 2 tussenwoningen en 2 hoekwoningen.

•

Sparen: De jaarlijkse kosten is inclusief herinvesteringskosten (om te sparen).

•

BTW: Alle prijzen zijn inclusief btw.

4.2.1

Financiële vergelijking per woningtypologie2

Een vergelijking is gepresenteerd van de individuele warmteopties voor verschillende woningtypologieën. De analyse richt zich op de kosten van een lucht-water warmtepomp, GBES, een klein-collectieve GBES, centrale GBES (in een appartementencomplex) en een zon-thermisch systeem.

2

De kosten zijn indicatief. Bij de eindgebruikerskosten zijn de verbruikskosten van het systeem en de herinvestering van grote systemen inbegrepen. Bij de investeringskosten aan de voorkant zijn alle leidingwerk en andere benodigdheden inbegrepen die bij de bouw worden aangelegd.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

12/17

Jaarlijkse kosten

Jaarlijkse kosten bewoner warmteoplossing (excl. investeringskosten) Lucht-water warmtepomp

GBES

Centrale GBES/ klein-collectieve GBES

Zon-thermisch

€ 3.000 € 2.500

Euro per jaar

€ 2.000 € 1.500 € 1.000 € 500 €-

Vrijstaande woning

Rijwoning

Hoekwoning

Appartementen

2-onder-1 kap

Rijwoning (Sociale huur)

Appartementen (Sociale huur)

Lucht-water warmtepomp

€ 2.853

€ 1.521

€ 1.733

€ 995

€ 1.852

€ 1.521

€ 995

GBES

€ 2.475

€ 1.494

€ 1.654

€ 1.744

€ 1.494

€ 1.336

€ 1.509

€ 584

€ 1.667

€ 1.831

€ 997

€ 1.957

€ 1.667

Centrale GBES/ klein-collectieve GBES Zon-thermisch

€ 2.810

€ 584 € 997

Figuur 4: Kosten bewoner per technologie

Figuur 4 toont de jaarlijkse kosten voor bewoners van verschillende woningtypes, waarbij rekening is gehouden met de herinvesteringen (zoals benoemd in 4.2). Voor particuliere woningen (vrijstaand, rijwoning, hoekwoning, appartement, twee-onder-een-kap) en sociale woningen (rijwoning, appartement) worden de kosten per type warmtepompoplossing lucht-water, individuele GBES, collectieve GBES en zon-thermisch systeem weergegeven. Uit figuur 4 blijkt dat de centrale GBES de meest kostenefficiënte keuze is voor appartementen, rijwoningen en hoekwoningen in vergelijking met de andere twee warmteoplossingen. Dit is vooral duidelijk bij appartementen, waar de kosten voor een centrale GBES significant lager zijn dan bij luchtwater en zon-thermische systemen. De jaarlijkse kosten voor de appartementen variëren afhankelijk van het gekozen verwarmingssysteem. Bij de keuze voor een lucht-water warmtepomp krijgt elk appartement een individuele warmtepomp, wat resulteert in hogere kosten per huishouden. Daarentegen wordt bij een centrale GBES één centrale warmtepomp in het gebouw geïnstalleerd, waarbij de kosten worden verdeeld over meerdere woningen. Een belangrijke factor is dat de centrale GBES geen rekening houdt met gelijktijdigheid van warmtebehoefte, terwijl de individuele lucht-water warmtepomp dit wel doet.

Hierdoor kan de efficiëntie en kosteneffectiviteit van de systemen verschillen, wat invloed heeft op de jaarlijkse kosten voor de bewoners. Voor vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap woningen biedt de individuele GBES ook aanzienlijke besparingen. Kleine-collectieve GBES voor rij- en hoekwoningen bieden een efficiënte en lagere kosten ten opzichte van individuele GBES.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

13/17

Investeringskosten

Investeringskosten warmteoplossing (bij de bouw) Lucht-water warmtepomp

GBES

Centrale GBES/ klein-collectieve GBES

Zon-thermisch

€ 45.000 € 40.000 € 35.000 € 30.000 Euro

€ 25.000 € 20.000 € 15.000 € 10.000 € 5.000 €-

Vrijstaande woning

Rijwoning

Hoekwoning

Appartementen

2-onder-1 kap

Rijwoning (Sociale huur)

Appartementen (Sociale huur)

Lucht-water warmtepomp

€ 16.972

€ 13.518

€ 13.518

€ 10.628

€ 13.518

€ 13.518

€ 10.628

GBES

€ 39.737

€ 37.372

€ 37.372

€ 37.372

€ 37.372

€ 21.003

€ 21.003

€ 23.938

€ 35.889

€ 28.046

€ 28.177

€ 6.919

€ 29.551

€ 28.046

Centrale GBES/ klein-collectieve GBES Zon-thermisch

€ 23.938 € 6.919

Figuur 5 Investeringskosten warmteoplossingen

Figuur 5 toont de investeringskosten van verschillende duurzame verwarmingssystemen per woningtype. De investeringskosten zijn de uitgaven die nodig zijn voor de aanleg van het systeem tijdens de bouw en zit al in de woning bij oplevering. Vrijstaande woningen vereisen de hoogste initiële investering. Voor individuele GBES kan dit meer dan €35.000 kunnen bedragen. Rijwoningen (inclusief rug-aan-rug woning), hoekwoningen en twee-onder-een-kap woningen zijn iets goedkoper uit, maar GBES blijft ook hier prijzig. Lucht-water warmtepompen zijn in alle woningtypes aanzienlijk voordeliger. Voor appartementen liggen de investeringskosten voor Zon-thermisch het laagste aangezien dit wordt gedeeld met meerdere appartementen. Daarna heeft de lucht-water warmtepomp de laagste investeringskosten. De investeringskosten voor centrale GBES systeem zijn het hoogst. Een klein-collectieve GBES is alleen relevant voor rij- en hoekwoningen en bieden lagere jaarlijkse kosten en investeringskosten dan de individuele systemen. De investeringskosten variëren sterk per systeem en woningtype. Op basis van de analyse van maandelijkse en investeringskosten voor duurzame verwarmingssystemen, kunnen enkele belangrijke punten worden benoemd voor Silverwoid: 1.

Vrijstaande woningen en 2-onder-1-kap woningen: Individuele lucht-water warmtepompen zijn de meest betaalbare keuze qua investeringskosten, ondanks dat individuele GBES op lange termijn lagere maandlasten bieden. 2. Hoekwoningen en Rijwoningen (incl. rug-aan-rug woningen): Deze woningtypen profiteren het meest van een klein-collectieve GBES, waarbij de investeringskosten over meerdere woningen worden verdeeld, wat leidt tot lagere maandelijkse kosten en lagere investeringskosten dan een individueel systeem per woning. 3. Appartementen: Een centrale GBES in het gebouw (één gezamenlijke grondgebonden warmtepomp met bijbehorende boringen) biedt de laagste maandelijkse kosten voor bewoners door gunstige schaalvoordelen en verdeelt investeringskosten over de appartementen.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

14/17

Conclusies De geplande nieuwbouwwijk Silverwoid in Lutjebroek, bestaande uit ongeveer 400 woningen, moet een duurzame en toekomstbestendige woonomgeving worden. De gemeenteraad heeft specifiek gevraagd om een integrale energievisie waarin wordt onderbouwd hoe de energievoorziening (elektriciteit en warmte) voor de wijk Silverwoid toekomstbestendig wordt geborgd. Hierbij is extra focus gelegd op realistische oplossingen die betaalbaar zijn voor de bewoners en op de ambitie om betaalbare woningen te realiseren. Deze visie moet de haalbaarheid van verschillende warmteconcepten en inzicht bieden in geschikte netbewuste maatregelen. Het doel is om de gemeenteraad goed te kunnen informeren, zorgen weg te nemen en netproblemen te voorkomen door vroegtijdige planning en afstemming met de netbeheerder. Naast technische analyses is er gesproken met de netbeheerder Liander over de netcapaciteit in de regio. Op veel plaatsen in Nederland zit het elektriciteitsnet vol. Daarom zijn er wachtlijsten voor de toegang tot het elektriciteitsnet. Momenteel wordt de plek op die wachtlijst alleen bepaald door het moment van aanvragen: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De ACM heeft vorig jaar een besluit genomen waarmee netbeheerders voorrang kunnen geven aan projecten die belangrijk zijn voor de samenleving, zoals ziekenhuizen en scholen.

Dit houdt in dat dat aanvragen met een maatschappelijke functie prioriteit krijgen. De categorieën zijn als volgt geprioriteerd: 1. Congestie-verzachters (aanvragen die ruimte kunnen vrijmaken op het elektriciteitsnet). 2. Veiligheid (onder andere politie, ziekenhuis, brandweer etc.). 3. Basisbehoeften (onder andere onderwijs, woonbehoefte, warmtevoorziening, openbaar vervoer). Binnen een categorie blijft het principe van ‘first come, first serve’ gehanteerd. Valt een aanvraag niet binnen de bovenstaande categorieën dan krijgt dit geen prioriteit. Dit betekent ook dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen klein- en grootverbruikers aanvragen. Ook kleinverbruikers kunnen dus op een wachtlijst komen. Woningbouw valt dan wel weer onder categorie 3 en krijgt dus wel prioriteit boven niet-maatschappelijke functies (geen categorie). Het zogenoemde Maatschappelijk Prioriteringskader van ACM kunnen netbeheerders vanaf 1 januari gaan toepassen. In de regio van Lutjebroek bestaat er een wachtrij voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit. Momenteel is deze wachtlijst alleen van kracht op grootverbruiksaansluitingen, vanaf 1 januari 2026 kan dit dus veranderen door het Maatschappelijk Prioriteringskader. Liander verwacht dat de knelpunten in het netwerk in 2036 (levering) en 2031 (teruglevering) zijn opgelost.

Netbewuste maatregelen zijn essentieel om met beperkt elektrisch aansluitvermogen zoveel mogelijk voorzieningen en woningen aan te kunnen sluiten en mogelijk netproblemen te verminderen. Daarom zijn de mogelijkheden onderzocht om meer netbewust te bouwen en een toekomstbestendig energiesysteem te realiseren voor Silverwoid. Uit dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •

De vraag naar koude en warmte kan worden beperkt door passief te bouwen. Hoewel passief bouwen wel complex kan zijn zoals het komen tot een stedenbouwkundigplan en verdere afstemming met de gemeente. Partijen (gemeente, architecten, ontwikkelaars) hebben namelijk nog weinig ervaring met passief bouwen. Proceskosten kunnen hierdoor duurder uitvallen.

•

De bouwkosten voor passief bouwen komen wel overeen met de gemiddelde bouwkosten in Nederland.

•

Door woningen en bomen strategisch te positioneren, kan de vraag naar koude worden verminderd.

•

Het sturen en spreiden van verbruik en opwek kan worden gerealiseerd door een oost-westopstelling en curtailment van omvormers.

•

In de toekomst kan HEMS een oplossing bieden voor energiezuinigere woningen. Het slim aansturen van apparaten middels een HEMS is echter nog onvoldoende doorontwikkeld om nu te implementeren. Energieverbruiksmanagers en HEMS-ready apparaten bereiden een woning wel voor op toekomstige integratie van HEMS-systemen.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

15/17

•

Slimme laadpalen worden vanaf 29 mei 2026 de nieuwe norm voor nieuwbouw.

•

Het toepassen van meer zonnepanelen dan de BENG-eisen kan leiden tot meer netcongestie.

•

Lokale opslag van elektriciteit of warmte kan een oplossing bieden, maar is financieel vaak te kostbaar.

•

In de ontwikkeling van Silverwoid dient rekening te worden gehouden met ruimte voor MSR's en kabels, inclusief extra ruimte voor toekomstige uitbreidingen. Investeren in de aanleg van extra kabels is wettelijk gezien niet mogelijk.

•

Individuele warmteconcepten zoals lucht-waterwarmtepompen, GBES en PVT zijn kansrijke warmteconcepten voor Silverwoid.

•

Ondanks dat de bodem geschikt lijkt voor WKO met een redelijk debiet, is een collectief warmtenet niet kansrijk vanwege de lage dichtheid van de wijk.

•

Klein-collectieve warmtesystemen met een GBES bieden een zeer efficiënt systeem waarin kosten over de woningen kunnen worden verdeeld en hebben minder impact op het elektriciteitsnet dan lucht-waterwarmtepompen.

Advies en aanbevelingen Op basis van de conclusies worden de hiernavolgende aanbevelingen voor woningbouwontwikkeling Silverwoid gedaan. Aangezien de ontwikkeling Silverwoid nog in een vroeg stadium verkeert, kan de toepassing of werking van sommige maatregelen nog niet met zekerheid worden vastgesteld. Tegelijkertijd biedt dit juist de mogelijkheid om nog aanvullende maatregelen mee te nemen in de planvorming. De volgende maatregelen zijn eenvoudig te implementeren en kunnen gezien worden als laaghangend fruit: •

Curtailment toepassen op de omvormers van zonnepanelen.

•

Slimme laadpalen plaatsen conform de EPBD IV.

•

Kies voor HEMS-ready warmtepompen, ventilatie, omvormers en laadpalen.

•

Plaats in de woningen een energieverbruiksmanager om bewoners inzicht te geven in hun verbruik, dit stimuleert duurzaam gebruik van energie.

De onderstaande maatregelen zijn goed toe te passen, maar vereisen wel dat ze verwerkt moeten worden in het ontwerp van het plan. Sweco adviseert om de volgende maatregelen op te nemen in het plan om een netbewuste wijk te ontwerpen: •

Kies bladverliezende boomsoorten en positioneer deze zodanig dat het schaduw creëert in de zomer en zon doorlaat in de winter.

•

Overweeg om een aantal gebouwen passief te bouwen. Bijvoorbeeld de sociale huurwoningen vanwege de lagere beheerkosten of juist de vrijesectorwoningen omdat hier mogelijk meer ruimte is in de kostenraming. De daadwerkelijke meerkosten van passief bouwen dient verder onderzocht te worden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een complexer proces.

•

Plaats de zonnepanelen in een Oost-West opstelling.

•

Zonneschermen toepassen op alle ramen met zoninval aan de buitenkant.

•

Cluster de appartementen zoveel mogelijk om een klein-collectieve GBES mogelijk te maken.

•

Beperk het aantal laadpunten aan huis door deze niet op te nemen in de woning en privé opritten te beperken, openbare laadpalen zijn beter stuurbaar.

Voor de ontwikkeling Silverwoid is gekeken naar de best passende warmteconcepten. Op basis van dit onderzoek worden de volgende aanbevelingen voor het warmteconcept gedaan:

Documentreferentie NL25-648800269-158167

16/17

Collectieve systemen in combinatie met WKO zijn naar verwachting te kostbaar voor Silverwoid door de lage dichtheid. Centrale GBES-systemen zijn kansrijk voor appartementen. Het biedt lage jaarlijkse kosten (€ 584 per appartement) en heeft minder impact op het elektriciteitsnet dan lucht-waterwarmtepompen. De investeringskosten voor een centrale GBES (€ 23.938) liggen wel hoger dan voor een luchtwaterwarmtepomp (€ 10.628). Onderzoek daarom verder of er voor de appartementen (hoogbouw) zoveel mogelijk een collectieve GBES kan worden toegepast en de investeringskosten geoptimaliseerd kunnen worden. Daarnaast wordt aanbevolen om in een vervolgonderzoek te bekijken of een klein-collectief GBESsysteem kan worden toegepast op een blok rijwoningen. Hiermee kunnen de kosten voor een boring verdeeld worden over de woningen wat resulteert in een lagere investeringskosten per woning (€ 21.003). Tegelijkertijd resulteert dit in een netbewust warmtesysteem. Overige grondgebonden woningen kunnen worden voorzien van een lucht-waterwarmtepomp. Duurdere woningen (vrije sector) kunnen, afhankelijk van de financiële ruimte in de businesscase, worden uitgerust met individuele GBES. Deze adviezen bieden richting voor de verdere planvorming van Silverwoid. In volgende fases van de planvorming moet blijken of de maatregelen uit het advies financieel haalbaar zijn.

Door deze adviezen mee te nemen in de verder uitwerking van de woningbouwontwikkeling Silverwoid kan er een wijk worden gerealiseerd met een toekomstbestendig energiesysteem.

Documentreferentie NL25-648800269-158167

17/17

Bijlage A: Toelichting afwegingskader Individuele warmteconcepten: Lucht-water warmtepomp (all-electric) •

•

•

•

Techniek: Lucht-water warmtepompen onttrekken warmte uit de buitenlucht en zetten deze om in bruikbare warmte voor verwarming en warm water.  [-/+] Minder efficiënt bij lage temperaturen. Financieel: De initiële kosten zijn relatief lager dan PVT/ GBES, maar operationele kosten kunnen variëren afhankelijk van energieprijzen.  [-/+] Gemiddelde investeringskosten, maar kan hoge operationele kosten in de wintermaanden hebben. Juridisch: Bij nieuwbouw worden elektrisch aangedreven warmtepompen als basis genomen. Er zijn geen specifieke juridische beperkingen, maar vergunningen voor installatie kunnen nodig zijn. Gasaansluitingen niet meer toegestaan. Geluidsnormen kunnen installatie nabij woningen beïnvloeden en keuzes beïnvloeden.  [+] Weinig juridische beperkingen, erkende installateur nodig voor installatie en vergunning mogelijk bij geluidsoverlast. Netbewust: Beperkte netbewustheid. Kan piekbelasting veroorzaken tijdens koude periodes.  [-] Verhoogt netbelasting door hoge stroomvraag bij koude; deels op te vangen met batterijen/zonnepanelen.

Bodem-water warmtepomp (Individuele GBES systemen) •

•

Techniek: Bodemwarmtepompen gebruiken warmte uit de grond via een gesloten systeem en zijn zeer efficiënt.  [+] Efficiënt systeem, stabiele warmtebron en werkt goed met lage temperaturen. Financieel: Hogere initiële kosten door boring en installatie, maar lage operationele kosten.

•

 [-/+] Hoge investeringskosten, maar lagere operationele kosten. Terugverdientijd is lang. Juridisch: Mogelijke vergunning vanwege risico’s voor bodemwaterkwaliteit en juridische eisen omtrent boorlocaties.

•

 [-/+] Meldingsplicht tot 50 m diepte. Daarna geldt een vergunning. Netbewust: Zeer netbewust; constante temperatuur in de bodem zorgt voor efficiënte werking en minder piekbelasting.  [+] Constante temperatuur kan zorgen voor een efficiënte werking dus minder piekbelasting.

Zon-thermische (PVT) panelen gekoppeld aan een water-water warmtepomp •

•

•

•

Techniek: PVT-panelen combineren fotovoltaïsche en thermische technologie om zowel elektriciteit als warmte op te wekken.  [+] Combineert energie met warmte, maakt dubbel gebruik van oppervlakte. Financieel: Hogere initiële kosten door duale technologie, maar besparingen op energieverbruik.  [-] Hoge investeringskosten, operationele kosten en opbrengsten kunnen verschillen door energie opwek. Juridisch: Relatief weinig strenge regelgeving, dakconstructie moet veilig zijn. Geen vergunningen nodig voor installatie.  [++] Geen installatievergunningen nodig. Netbewust: Zeer netbewust; directe gebruik of opslag van opgewekte energie vermindert belasting op het net.  [+] direct gebruik eigen opwek en opslag via buffers van opgewekte warmte.

Collectieve warmteconcepten Voor collectieve warmteconcepten zijn enkele voorwaarden van kracht. Idealiter is er een (rest)warmtebron aanwezig waar warmte aan kan worden onttrokken, dit is niet het geval in de vorm van restwarmte of aquathermie. Wanneer een restwarmtebron binnen een straal van 500 meter aanwezig is, kan deze dienen als warmtebron voor een warmtenet. Volgens een deskstudie zijn er in de omgeving van de nieuwbouwlocatie geen potentiële restwarmtebronnen. Er is potentie voor GBES in Lutjebroek. De GBES-systemen in de buurt variëren van 170 tot 270 meter diep en hebben een capaciteit van ongeveer 6-8 kW om aan de warmtevraag te voldoen. Dit wijst op een GBES potentieel. Er zijn verschillende OBES-systemen in de omgeving aanwezig. Het dichtstbijzijnde OBES-systeem heeft een pompvermogen van 200 m3/h en bestaat uit 4 putten (mogelijk 2 doubletten, van ongeveer 100 m3/h).3

Figuur 6 Huidige situatie GBES/OBES systemen Lutjebroek

Zeerlagetemperatuur (ZLT) warmtenet met OBES-bronnen en individuele warmtepompen per gebouw/ woning •

•

•

3

Techniek: Zeerlagetemperatuur warmtenet bereikt hoge efficiëntie door gebruik van OBES en individuele warmtepompen. De aanvoertemperatuur is laag, waardoor er weinig warmteverlies is in de leidingen. ZLT-warmtenet ook geschikt voor koelen.  [+] Hoge efficiëntie door gebruik OBES, geschikt voor nieuwbouw wijken en toekomstbestendig wegens mogelijkheid tot koeling (mits ingebouwd). Financieel: Hogere initiële kosten door aanleg warmtenet en installaties, maar lage operationele kosten. Aanschaf individuele warmtepomp door bewoners noodzakelijk voor opwaardering.  [--] Hoge investeringskosten, lagere operationele kosten wegens zeer lage temperatuur. Juridisch: Vergunning benodigd voor aanleg. Aanleg OBES vereist provinciale vergunning (In principe is voor de aanleg en het gebruik van een open bodemenergiesysteem een omgevingsvergunning van de provincie vereist, omdat het wordt gezien als een milieubelastende activiteit.)

Een Quickscan is nodig om de bodem mogelijkheden en daadwerkelijke debieten te identificeren.

•

 [-/+] Vergunningen nodig voor aanleg. Netbewust: Zeer netbewust; efficiënte warmteopslag en distributie vermindert netbelasting.  [+] ZLT heeft lagere netbelasting wegens lage temperaturen. Doordat opwaardering in de woning kan de uiteindelijke ontlasting van het netwerk tegenvallen.

Lage temperatuur (LT) warmtenet met OBES-bronnen met combinatie van individuele- en collectieve warmtepompen •

Techniek: Lage temperatuur warmtenet in combinatie met OBES kan direct bruikbare warmte leveren aan de woning. Voor een collectieve warmtepomp is een grote installatie nodig.

•

 [+] Flexibel en kan goed samenwerken met opslag en duurzame bronnen. Financieel: Hogere initiële kosten door aanleg en variabele installaties, lagere operationele kosten.

•

 [--] Iets meer schaalbaar dan ZLT, maar ook hoge investeringskosten. Juridisch: Vergunningen voor collectieve warmtepomp. Aanleg OBES vereist provinciale vergunning (denk aan drinkwaterwingebieden etc.).

•

 [-/+] Vergunningen nodig voor aanleg. Netbewust: Zeer netbewust; flexibele systeemcombinaties optimaliseren netbelasting.  [+] Stabiele, lage temperatuur. Met een restwarmtebron is de netbelasting beperkt. Door opwaardering in de woning kan de uiteindelijke ontlasting van het netwerk tegenvallen.

Gesloten bodemenergiesysteem (GBES) collectief (mini warmtenet) •

•

•

•

Techniek: Collectief GBES gebruikt gesloten systemen om warmte uit de grond te halen en te distribueren, maar ook geschikt voor koeling.  [++] Seizoensopslag biedt flexibiliteit aan het net, past goed bij duurzame collectieve oplossingen. Minder capaciteitsvraag bodem dan individueel GBES-systeem. Financieel: Hoge initiële kosten door boring en aanleg, lage operationele kosten.  [-/+] Hoge investeringskosten, maar veel voordeel bij schaal en collectiviteit. Kan gunstiger zijn dan individueel, aantal deelnemers heeft invloed. Juridisch: Vergunningen voor gezamenlijke boringen, regelgeving kan complex zijn. In tegenstelling tot open systemen, zijn GBES in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet standaard vergunning plichtig. Gemeenten zijn in principe het bevoegd gezag voor GBES, behalve in uitzonderlijke gevallen zoals: •

Binnen een complex bedrijf (provincie bevoegd).

•

In een grondwaterbeschermingsgebied (provincie bevoegd op basis van omgevingsverordening).

•

Voor GBES geldt een meldingsplicht minimaal 4 weken vóór de start van de activiteit.

 [-/+] Er is geen sprake van interferentiegebied, daarom geldt tot een diepte van 50 m alleen een meldplicht. Netbewust: Zeer netbewust; efficiënte warmtebron en distributie verminderen netbelasting.  [+] Klein warmtenet, dus stuurbaar piekbelasting.

Bijlage B: Referenties passieve bouw (Bouwnext) De onderstaande referenties zijn afkomstig van Bouwnext. Sweco heeft geen commercieel belang hierbij en gebruikt de referenties puur ter inspiratie en referentie voor passiefbouwen.

Oranje Buurt, Hendrik Ido Ambacht 59 appartementen, 17 levensloop en 39 eengezinswoningen Opgeleverd 2024-2025 BVO: 14.484 m2 Appartement: € 1.780,-/m2 BVO Woningen: € 1.245,-/m2 BVO

Netto warmtebehoefte: 16,7 -28,0 kWh/m2a Verwarmingsvermogen: 11,9 – 18,0 W/m2 Capaciteit WP: 3,0 kW Compact toestel Nilan P2 EK

Gestelsebuurt, Den Bosch 62 appartementen Opgeleverd 2022 BVO: 5.904 m2 Bouwkosten BVO: € 1.335,-/m2

Netto warmtebehoefte 14,7 kWh/m2a Netto warmtebehoefte: 14,7 kWh/m2a Verwarmingsvermogen 13,8 W/m2 Verwarmingsvermogen: 13,8 W/m2 Koelvermogen 20,0 W/m2 Koelvermogen: 20,0 W/m2 Capaciteit warmtepomp 42 kW Capaciteit warmtepomp: 42 kW Woonlasten: Flate rate 15,- /mnd

Sweco | Energievisie Silverwoid, Lutjebroek Projectnummer 51032375 Datum 17-12-2025

Versie 2

Documentreferentie NL25-648800269-158167

21/22

Nieuw-Lekkerland/Groot Ammers 16 appartementen/ 8+4 Eensgezinswoningen Nul op de Meter Opgeleverd 2021 BVO: 85 m2 per EGW Bouwkosten BVO: € 1470,-/m2

Netto warmtebehoefte 14,8 kWh/m2a Verwarmingsvermogen 11,0 W/m2 Capaciteit warmtepomp 2,4 kW

Woonlasten: € -20,- energie EPV-vergoeding € 110,-/mnd

Hanzewijk Kampen 30 appartementen Oplevering juli 2024 Geheel binnen budget gebouwd. Bouwkundig duurder vanwege de kozijnen en triple glas. Isolatie conform bouwbesluit bouwkundig 10 k duurder. De installatie 15 k goedkoper en geheel los maakbaar. Let wel op: in eerste instantie wilde men EPV 1.0 (energieprestatie vergoeding) incasseren. Budget geheel marktconform. Netto energiebehoefte 10,3 kWh/m2a Netto warmtebehoefte: 10,3 kWh/m2a.

Sweco | Energievisie Silverwoid, Lutjebroek Projectnummer 51032375 Datum 17-12-2025

Versie 2

Documentreferentie NL25-648800269-158167

22/22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16721718/1