25-0167b Bijlage 2 Concept regioadvies
Tekst van het document
VAWOZ plan-MER hoofdstuk 3 – paragraaf 3.2.4 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025– pag.123 29 Quickscan waterveiligheid netwerkuitbreiding NNHN en VAWOZ, Deltares, 30-09-2025 28
30
Deze norm is gelijk aan die van nagenoeg alle andere primaire keringen ten noorden van het Noordzeekanaal. zie onder meer de Deltabeslissing ruimtelijke adaptatie 32 Zie uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025-2027: https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Klimaat_Energie/Uitvoeringsagenda%20Klimaatadaptatie%202025-2027.pdf Ook zijn er in 2024 zijn door de MRA, Provincie Noord-Holland, Provincie Zuid-Holland en Provincie Gelderland ‘Doelvoorschriften vitaal en kwetsbaar’ opgesteld. Eén van de doelvoorschriften stelt 'geen stations’ te bouwen op een locatie met het overstromingsrisico zoals bij Agriport. https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Klimaat_Energie/Studie%20doelvoorschriften%20Vitaal%20en%20Kwetsbaar.pdf 31
22
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Tracékeuze pVAWOZ De keuze voor Agriport betekent een langer ondergronds tracé voor de gelijkstroom kabels van pVAWOZ. De twee onderzochte aanlandtracés richting Agriport zijn na mitigatie niet onderscheidend33. We maken daarom nu nog geen keuze voor het tracé naar Agriport A7 en vragen u om dat ook nog niet te doen. Tijdens de projectprocedure kunnen deze routes goed tegen elkaar worden afgewogen op basis van gedetailleerder vervolgonderzoek. Voorwaardes We stellen de volgende expliciete voorwaardes aan de ontwikkeling van het 380/150 kV-station en een aanlanding in de Wieringermeerpolder bij Agriport op de locaties NO4/NHNn-C5b en NO5/NNHNn-C5a: • Er vindt ruimhartig compensatie door middel van gebiedsinvesteringen plaats. De A7-corridor is samen met de N9 en de spoorlijn met bijbehorende de treinstations Schagen, Anna Paulowna en Den Helder, de belangrijkste ontsluitingsweg die de Regio Kop van NoordHolland, meer specifiek de gemeente Hollands Kroon, verbindt met de rest van de regio. De A7-corridor is een kralenketting die verschillende plekken aan elkaar rijgt, zoals Agriport, dorpen als Middenmeer, Wieringerwerf en Den Oever, bedrijventerrein Wieringerwerf Zuid, het Robbenoordbos en het uitgestrekte agrarische polderlandschap. In de afgelopen jaren zijn er op het gebied van bedrijvigheid, data en energie grote investeringen gedaan in dit gebied.
Dit gedeelte van de gemeente Hollands Kroon verdient echter een kwaliteitsimpuls op landschap, recreatie en leefbaarheid. Aansluitend op deze karakteristieken en kwaliteiten vragen we in dit gebied om: o Financiering van het Park Cultuurweg en landschappelijke inpassing A7 corridor. Het plan voor Park Cultuurweg tussen Agriport en Middenmeer, dient meerdere doelen waaronder de functie als sociale ontmoetingsplek, recreatie, wateropvang/langer vasthouden van water en het versterken van groenstructuren in de Wieringermeer. o Investeringen in de klimaatadaptieve inrichting van Agriport A7 en de Wieringermeerpolder, waaronder versterking van de groen-blauwe dooradering van de Wieringermeerpolder; • Het Rijk evalueert de normering van de Wieringermeerdijk opnieuw, gebruik makend van de resultaten van het onderzoek van Deltares. • Met het verhogen van de norm ontstaat er ruimte voor het doorzetten van het huidige ruimtelijke beleid en verdere ontwikkelingen op Agriport. Belangrijk hierbij is dat Rijk, provincie, gemeente en waterschap duidelijke afspraken maken om gezamenlijk de risico’s en kosten in toom te houden. Deze afspraken gaan over de verdere ontwikkeling van het gebied op lange termijn, verantwoordelijkheden en kostenverdeling (zowel publiek als privaat), specifiek op het zo min mogelijk afwentelen van kosten van ruimtelijke ontwikkelingen op dijkversterkingen.
• De gevolgen voor een locatiekeuze mogen niet op andere overheden worden afgewenteld. • Het is noodzakelijk om verdiepend onderzoek te doen naar de overstromingsrisico’s en het daarbij behorend handelingsperspectief, waarbij ook de cascade-effecten in beeld moeten worden gebracht. Voor het verkrijgen van een nauwkeuriger beeld zal data geactualiseerd en op elkaar afgestemd moeten worden.34 • Starten van een ontwerpend onderzoek dat de volgende producten oplevert: o Ruimtelijke strategische visie
33
Hoofdrapport IEA VAWOZ - 6.3.2 Resultaten elektrische verbindingen regio Noord-Holland De quickscan van Deltares maakt duidelijk dat de bestaande data van overstromingsscenario’s, normeringen, potentiële schades en verwachtingen voor de toekomst niet één op één met elkaar matchen. Dit is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat de data het resultaat zijn van onderzoeken die in verschillende programma’s en jaren zijn uitgevoerd, gedurende een periode waarin ook de normeringssystematiek is veranderd en het landgebruik een forse wijziging heeft doorgemaakt. 34
23
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Beschrijft de ruimtelijk-strategische aspecten van het station en de converter in relatie tot de bredere dynamiek in de polder. o Legt vast hoe het energieknooppunt Agriport kan bijdragen aan een toekomstbestendige ontwikkeling van de Wieringermeer, inclusief de koppeling met andere opgaven in het gebied. o Bijvoorbeeld: De lage ligging van de polder maakt investeringen in waterveiligheid onvermijdelijk. Daarnaast is er sprake van verzilting, wat steeds meer druk zal zetten op de grondgebonden landbouw. Door hier vroegtijdig op in te spelen kan de ontwikkeling/positionering van het energieknooppunt worden benut om nieuwe bedrijvigheid strategisch te positioneren op de meest kwetsbare en verziltende delen van de polder, waar het landbouwkundig verdienmodel onder druk staat. Dit voorkomt het vastlopen van toekomstige keuzemogelijkheden en versterkt de economische veerkracht van het gebied. o De Werkplaats Mooi Nederland is een goede plek om dit gezamenlijk te onderzoeken. o Landschapsplan (ruimtelijke inpassing) o Richt zich op een hoogwaardige landschappelijke inpassing van het 380/150 kV-station, de converter van 25 meter hoog en de bijbehorende infrastructuur. o Zorgt voor een verbinding tussen het energieknooppunt Agriport en de karakteristieke structuur en ontstaansgeschiedenis van de Wieringermeer. Versnellen van de uitbreiding van 150 kV-station Anna Paulowna.
Dit is nodig om de ontwikkelingen maritiem cluster ed. tijdig te faciliteren.35 o
•
35
Zoals aangegeven in de brief over het laten afvallen van Den Helder als mogelijke locatie voor een elektrische aanlanding. https://www.noordholland.nl/Actueel/Archief/2024/December_2024/Geen_groot_hoogspanningsstation_en_bovengrondse_elektricitei tsmasten_in_de_buurt_van_Den_Helder
24
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
4.
Hoogspanningscorridor
Onderzochte corridors t.o.v. Natura 2000 gebieden
No-go met betrekking tot de donkerblauwe en lichtblauwe corridors De donkerblauwe en lichtblauwe corridors zijn wat ons betreft de slechtste keuze / een no-go. Beide corridors maken nieuwe doorsnijdingen door het landschap en bundelen niet met bestaande 150 kV-verbindingen of snelweginfrastructuur. Ook zien we bij deze corridors de grootste aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden. De donkerblauwe corridor doorsnijdt het Oer-IJ gebied en de binnenduinrand (Beschermd Landschap Noord-Kennemerland). Een landschap met hoge cultuurhistorische, landschappelijke, natuurlijke en recreatieve waardes. Ook heeft deze corridor een grote kans op draadslachtoffers onder de seizoenstrek36. De corridor heeft de grootste negatieve effecten door verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Daarnaast is het de langst mogelijke en meest inefficiënte route. De lichtblauwe corridor doorsnijdt zeer waardevolle natuurgebieden langs de rand van het Markermeer: het veenweidegebied van Waterland en Natura 2000-gebied Polder Zeevang. De IEA laat zien dat dit tot significant negatieve effecten leidt37. In het noorden (boven Hoorn) knikt deze
36 37
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 77 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 60
25
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
corridor naar het oosten langs de bestaande 150kV. Dit leidt tot een onnodig lange, inefficiënte route. Beide routes hebben een relatief korte doorkruising van UNESCO werelderfgoed. Echter, als het UNESCO belang bij de corridors wordt afgezet tegen de grote negatieve effecten op de gehele lengte van de corridors, dan weegt de totaliteit van alle negatieve effecten op de donkerblauwe en lichtblauwe corridors voor ons zwaarder.
Zuidelijk deel: Voorkeur voor de groene corridor Uit de IEA van 380 kV NNHN blijkt dat de wet- en regelgeving op UNESCO en Natura 200038 een sterk beperkende werking heeft op de te maken keuzes. Vanuit de regelgeving op Natura 2000 zien we dat er drie corridors zijn waarvoor de minister niet kan kiezen als de andere twee ‘haalbaar, probleemoplossend en betaalbaar’ zijn. De onderzoekers komen tot de conclusie dat kiezen voor het gele, rode of lichtblauwe corridor “alleen mogelijk is als onderbouwd kan worden dat donkerblauw en groen onvoldoende probleemoplossend zijn, (technisch) niet haalbaar zijn en/of niet redelijkerwijze betaalbaar zijn”39. Deze negatieve effecten op N2000 treden met name op in het zuiden en het midden van de corridors40. Uit de IEA uitkomsten blijkt vooralsnog dat groen en donkerblauw haalbare alternatieven lijken. Zowel de donkerblauwe als de groene corridor worden met een middelhoog risico ingeschat. Er is dus een risico dat deze corridors niet haalbaar zijn, maar dit risico wordt lager ingeschat dan bij de andere drie.41
Delen van de tracéalternatieven en verbindingsstukken waar de risico’s op vergunbaarheid Natura 2000 spelen, weergegeven in grijs (bron IEA, hfst 4)
38
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 & planMER deelrapport thema natuur 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 48 40 Herleid aan 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 76/77 en meerdere malen bevestigd door KGG en TenneT. 41 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 56 39
26
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
De consequentie van de natuurwetgeving is dat er voor het zuidelijk deel in feite nog maar twee corridors overblijven, namelijk groen en donkerblauw. Omdat de negatieve effecten met name in het midden en zuiden spelen is er vanaf Oterleek wel ruimte om via een paars verbindingsstuk (P7/P8) af te buigen naar één van de andere corridors. Een tweede consequentie is dat het startpunt van de verbinding aan de zuidzijde op een buitengewoon ongelukkige en zeer ongewenste plek zal moeten komen: in het landelijk gebied tussen Beverwijk en Zaanstad (zie hoofdstuk 5 380kV station NNHN Zuid). Een keuze voor een station in de Wijdewormer (ZM1/ZM2), langs de A7 (P18 & via geel/rood) richting Agriport was eerder als variant wel bij de overheden in beeld, maar valt hierdoor af. Deze variant lijkt onvergunbaar als er alternatieven zijn42. Gezien de urgentie om Noord-Holland van voldoende stroom te voorzien, adviseren we – uitgaande van de huidige inzichten en kennis - in het zuidelijk deel een variant die wel haalbaar lijkt en onnodige vertragingen voorkomt: de groene corridor.43 Zorgen m.b.t. sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio Voor een aantal gemeenten is de vergunbaarheid vanuit de wetgeving op N2000 een onbegrijpelijke sturende factor in de te maken keuzes.
Opgaven die een grote impact op de leefbaarheid kunnen hebben, belanden nu in die gebieden waar de leefbaarheid al (sterk) onder druk staan. Het is moeilijk uitlegbaar dat de bescherming van de gezond- en leefbaarheid van de mens niet op gelijke hoogte in de integrale afweging kan worden meegenomen als natuur- en cultuurwaarden. Met deze worsteling nu maar ook in de toekomst vragen wij u om extra inzet te plegen om de gezond- en leefbaarheid van deze gebieden te verbeteren door ruimhartige compensatie toe te passen, via middelen of investeringen die hiertoe leiden. Daarnaast zien we dat de groene corridor goed aansluit bij een aantal van de geformuleerde uitgangspunten: Keuze is robuust richting de toekomst en houdt rekening met de factor tijd De groene corridor volgt de as waarlangs de meeste stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het hoogspanningstracé ligt hier op de grens van enerzijds de ontwikkelcorridor AlkmaarHeerhugowaard-Schagen-Den Helder en anderzijds de open landschappen in het midden van de provincie van o.a. de Schermer en Westfriesland Midden. De route van deze corridor komt vlak langs het in de energievisie aangeduide robuuste energieknooppunt Alkmaar. Op lange termijn maakt dit het relatief gemakkelijk om een nieuwe ‘afslag’ te maken bij de Boekelermeer.
Een dergelijke ingreep zit niet in de huidige en voorziene plannen van TenneT, maar we zien dat dit een van de meest aannemelijke plekken in de provincie is waar de elektriciteitsvraag gaat stijgen. De Boekelermeer is ook vanuit Circulaire Economie aangeduid als een strategische locatie44. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit & zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden: 150kV ondergronds Een tweede reden om voor deze corridor te kiezen is dat het 380 kV-tracé tot aan Heerhugowaard bundelt met de bestaande 150 kV-verbinding. Hiermee wordt een nieuwe landschappelijke doorsnijding zo veel mogelijk voorkomen. Het staat of valt echter met de wijze van bundeling. Een tweede mastenrij langs de bestaande 150 kV-verbinding die niet parallel lopen en elkaar ook nog eens kriskras kruisen (zoals bij de ‘referentielijnen’ die in de IEA worden gebruikt) is een absolute no-go. Dit heeft als gevolg dat er veel meer aantasting van het landschap zal zijn en is voor ons onacceptabel.
42
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 48 en 59 Bijlage 4 geeft een compleet overzicht van de IEA resultaten voor de varianten donkerblauw, groen via P15, geel, rood vanaf wijdewormer, en lichtblauw. 44 Ruimtelijke verkenning circulaire werklocaties Provincie Noord-Holland.pdf 43
27
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
We stellen dan ook de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze bestaande 150 kV-verbinding vanaf Beverwijk ondergronds wordt aangelegd tot en met De Weel. Ook natuur beherende organisaties en de stichting Samenwerkende vogelwerkgroepen Noord-Holland Noord geven aan dat, om de impact op natuur en vogels van de 380 kV-verbinding te mitigeren, de bestaande 150 kVverbinding in de corridor ondergronds gebracht zou moeten worden45. Vanuit de natuur en milieuorganisaties wordt dit gezien als de corridor met de minste impact op natuur. Helaas is aan de zuidzijde het doorkruisen van BL niet te voorkomen. De corridor gaat dwars door BL Assendelft en omgeving, BL Alkmaardermeer en omgeving en BL de Schermer. Dit vraagt om zeer zorgvuldige inpassing en compensatie en vergroot de noodzaak tot ondergronds brengen van 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel. De groene corridor heeft een lange doorkruising van UNESCO Hollandse Waterlinies met negatieve effecten op de kernkwaliteiten. Het is nog onduidelijk hoe vanuit het landelijk HIA hiernaar gekeken wordt. Ons pleidooi is het opruimen van verrommeling (bestaande 150 kV). Een keuze voor verbindingsstuk P5 omdat dit enkel vanuit UNESCO gezien beter is, is onacceptabel. De groene corridor sluit veel beter aan bij de uitgangspunten van het regioadvies46.
Noordelijk deel: Voorkeur voor de groene corridor via P15 / groen naar rood Er is verdeeldheid tussen de overheden over de route vanaf Oterleek verder naar Agriport. Alles overwegende komen de provincie en de Westfriese gemeentes uit op ‘Groen via P15’. De gemeentes in de Kop van NH en regio Alkmaar, pleiten voor ‘Groen via Rood’: vanaf Groen ZM volgt deze variant de paarse verbindingsstukken P7, P8, P10 en gaat daarna verder via rood. Een complete vergelijking van de IEA resultaten van de noordelijke varianten is te vinden in bijlage 5.
Het noordelijk deel van de onderzochte corridors
De twee varianten ‘Groen via P15’ en ‘Groen via Rood’
45
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 106 Donkerblauw-Z2 + P5 hebben een grotere en naar verwachting blijvende impact op landbouw, recreatie, landschappelijke karakteristiek, veiligheid, nautische elementen, waar Groen-ZZ, -Z en -ZM effect heeft op de woonomgeving die mogelijk kan worden gemitigeerd. bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN) 46
28
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Een variant ‘over geel’ lijkt niet vergunbaar op Natura 2000 (zie kaartje op p.26). Daarnaast is deze variant ongewenst in verband met de lange doorsnijding dwars door Beschermd Landschap BL Opmeer-Wognum én BL Abbekerk zonder bundeling met bestaande infrastructuur. Ook een route via P14 is minder wenselijk, deze snijdt ook dwars door BL Opmeer-Wognum én BL Abbekerk en omgeving en loopt mogelijk ook door BL Veenhuizen en Oterleek wanneer gezocht wordt naar optimalisatie. Onderstaand beschrijven we de voor- en nadelen van ‘Groen via P15’ en ‘Groen via Rood’ Inzetten op maximale omgevingskwaliteit Veel deeltracés binnen de variant Groen via Rood worden op het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie negatiever beoordeeld dan Groen via P1547. Het Groen via Rood-tracé snijdt dwars BL Opmeer-Wognum en BL Abbekerk en Omgeving. Bijzondere kwaliteiten zijn de inversiekreekruggen en getijdewelvingen en de typische lange bebouwingslinten op de oorspronkelijke kreekruggen. Het tracé zal op het deel van BL OpmeerWognum inbreuk maken op de aanwezige openheid. Ook worden via deze route verschillende karakteristieke bebouwingslinten doorsneden zoals de Spierdijkerweg, Bobeldijk, Braasdorpermeer, Grote Zomerdijk, en Westeinderweg. Positief aan Groen via Rood is dat deze meer kilometers bundelt met bestaande hoogspanningsen snelweginfrastructuur dan Groen via P15.
Echter is deze route lastig in te passen naar en ter hoogte van Agriport en zal de A7 meerdere keren moeten kruisen. De meer grillige loop van Groen via Rood zal naar verwachting meer knikken bevatten dan het iets kortere tracé Groen via P15. Dit komt de vormgeving van het Groen via Rood-tracé en daarmee de omgevingskwaliteit niet ten goede. Dit alles leidt tot de conclusie dat Groen via Rood een grotere impact heeft op omgevingskwaliteit dan Groen via P15. Sociaal-economische draagkracht en gezondheidscondities Met name door het doorsnijden van diverse bebouwingslinten heeft Groen via Rood heeft een negatievere impact dan Groen via P15 op de leefbaarheid47. De planMER48 toont aan dat Groen via Rood bijna 3 keer zoveel gevoelige gebouwen binnen de magneetveldzone raakt dan Groen via P15. Ook raakt Groen via Rood bijna 2,5 keer zoveel geluidsgevoelige gebouwen dan Groen via P1549. En voor luchtkwaliteit in de aanlegfase raakt Groen via Rood ruim 2 keer zoveel gevoelige gebouwen dan Groen via P1550. Voor de optimalisatie kan er gekeken naar de schuifruimte binnen de corridor om hiermee de effecten op gevoelige gebouwen te beperken. Hierbij geldt wel dat in het zoekgebied, en dan met name het noordelijke deel, sprake van veel lintbebouwing in oost-westrichting.
Hierdoor is het noodzakelijk dat de tracéalternatieven de lintbebouwing kruisen, en het raken van gevoelige bestemmingen niet kan worden vermeden51. De groene corridor via P15 is ter hoogte van woonwijk de Draai bij Heerhugowaard smal, en loopt relatief dicht langs bebouwing. Dit leidt niet tot grote directe gezondheidseffecten, maar veel inwoners zullen hun uitzicht zien veranderen. Ook bij Krommenie en het zuidelijke deel van Heerhugowaard loopt de groene corridor langs bebouwing en zullen veel inwoners hun uitzicht zien veranderen. We vinden het belangrijk dat hier voldoende compensatie (o.a. ondergronds
47
Zie bijlage 5 48 versus 17, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 21 juli 2025– pag. 57, 58 en 59 49 101 versus 43, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 21 juli 2025– pag. 47, 48 en 49 50 68 versus 31, zie Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 21 juli 2025– pag. 66, 67 en 68 51 Deelrapport thema leefomgeving en gezondheid dd 21 juli 2025– pag. 51, 61 en 70 48
29
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
brengen van de bestaande 150 kV) tegenover staat en zien mogelijkheden in combinaties met (nieuwe) natuur en recreatie. Aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Groen via P15 heeft een negatievere impact dan Groen via Rood op natuur en recreatie52. Er zijn meer negatieve effecten op NNN en weidevogelleefgebieden. Dit komt o.a. doordat de aantallen broedparen van weidevogels binnen de verstoringscontour hoger zijn. Ook op het gebied van recreatie heeft Groen via P15 een negatievere impact53. Andere onderdelen IEA/uitgangspunten De twee varianten zijn weinig onderscheidend van elkaar op de andere onderwerpen in de IEA. Alles overziend leidt dit bij de provincie tot de conclusie dat Groen via P15 de beste keuze is. De gemeentes zijn verdeeld. Voorwaardes We stellen de volgende voorwaardes aan het realiseren van een 380kv hoogspanningsverbinding via de groene corridor en verbindingsstuk P15: •
•
• • •
•
•
Wij zien het ondergronds brengen van de gehele 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel als uitdrukkelijke voorwaarde. Het draagt bij aan regionaal draagvlak, het verkleint de (bovengrondse) impact en vergroot de kans op vergunbaarheid vanuit UNESCO- en Natura 2000-wetgeving en vermindert het aantal draadslachtoffers54. Onderzocht moet worden of het bestaande 150 kV-netwerk ondergronds kan worden gebracht en op die plek de nieuwe 380 kV-verbinding kan worden gerealiseerd. Dit draagt bij aan een robuust en landschappelijk zorgvuldig ontwerp met minder impact op de leefomgeving. Mocht de minister kiezen voor de paarse verbindingsstukken naar rood, dan verwachten we dat de bestaande 150kV verbinding tussen Oterleek en de A7 ondergronds wordt gebracht. Ook vragen we in dit geval dat de verbindingsstukken P7 en P8 worden opgerekt tot boven de bestaande 150kV verbinding, zodat de mogelijkheden voor bundeling onderzocht kunnen worden. Nu lijken er twee onnodige knikken te ontstaan. Ter hoogte van UNESCO Hollandse Waterlinies: 380 kV ondergronds als uit landelijk HIA blijkt dat het ondergronds brengen van de huidige 150 kV in UNESCO niet voldoende is. Een fatsoenlijke uitkoopregeling voor mensen die bij realisatie in de magneetveldzone wonen vanwege de nabijheid van de nieuwe hoogspanningsmasten, is absoluut noodzakelijk.
Er wordt NNN aangetast, dit dient volledig gemitigeerd en/of gecompenseerd te worden. Hoe minder vervangbaar de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’ die worden aangetast, hoe onwenselijker de aantasting.55 Kies binnen de Wieringermeerpolder niet voor een specifieke corridor maar houdt alle opties open: Groen NN2, P17, GeelNN en RoodNN. Daarmee behouden we de flexibiliteit om tot het beste ontwerp te komen voor het laatste stuk tot NO5 of NO4. Voor het gehele tracé is ontwerpend onderzoek noodzakelijk om te komen tot een zorgvuldig en toekomstbestendig ontwerp. o Gezien de lengte van dit tracé is het op zichzelf een nieuw landschappelijk element/structuur. Daarom is een tracébreed landschaps- en ruimtelijk strategisch plan vereist, waarin naast technische inpassing ook koppelkansen voor aangrenzende
52
Zie bijlage 5 Door overlap met recreatiefuncties: recreatiepark ten oosten van Heerhugowaard, wandelpark Obdam. Zie planMER deelrapport gebruiksfuncties dd 21 juli 2025 - pag. 49 54 Geredeneerd o.b.v. 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 53 en 56. Vraag is of deze redenatie klopt: de 380kV is dusdanig hoger dat dit een risico vormt voor andere vogel soorten. Omdat dit dus om verschillende soorten gaan, mag/kan dit mogelijk niet tegen elkaar worden “weggestreept” binnen de natuurwetgeving (wanneer de 150kV ondergronds gaat). Advies is om dit nader te onderzoeken. 55 Werkingsgebieden OV NH2022 en beschrijvingen beschermingsregimes 53
30
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
o
gemeenten worden meegenomen, zoals recreatieve verbindingen, ecologische versterking, (nieuwe) natuur en groen-blauwe dooradering, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Daarbij wordt vooruitgekeken op provinciale schaal, met aandacht voor toekomstige robuuste landschappelijke structuren. In het ontwerpend onderzoek voor het ruimtelijk strategisch plan is het van belang om bestaande beschermingsregimes niet als absolute begrenzing te hanteren. Het doel is te komen tot een samenhangend ruimtelijk ontwerp dat de lokale landschappen overstijgt. Deze benadering voorkomt dat beschermingsregimes, zoals BL, UNESCO-werelderfgoed, NNN en Natura 2000, bij voorbaat als een absoluut ‘nee’ worden geïnterpreteerd.
31
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
5.
380 kV station NNHN-Zuid – zonder aanlanding
onderzochte locaties voor het zuidelijke hoogspanningsstation
Alle locaties aan de zuidzijde hebben grote nadelen en zijn ongewenst vanuit landschappelijk perspectief MRA / MRA Verstedelijkingsconcept & Ontwikkelperspectief NZKG, waar Rijk en regio in samenwerken. Dit heeft de regio ook aangegeven in haar zienswijze op de concept NRD.56 Zoals aangegeven is de consequentie van de wetgeving op N2000/draadslachtoffers dat de minister niet anders kan dan kiezen voor de groene of donkerblauwe corridor als deze voldoende probleemoplossend zijn, (technisch) haalbaar zijn en redelijkerwijze betaalbaar zijn. De zuidelijke locaties ZM1, ZM2, ZO1, ZO2, ZO3 en ZO4 zijn niet goed bereikbaar vanuit de groene of donkerblauwe corridor en vallen hierdoor ook af. Dit betekent dat het startpunt van de verbinding aan de zuidzijde op een buitengewoon ongelukkige en zeer ongewenste plek zal moeten komen: namelijk in het landelijk gebied tussen Beverwijk en Zaanstad. Een echt integrale afweging op schaal van heel Noord-Holland en vanuit een toekomstperspectief op Noord-Holland is door deze wetgeving niet mogelijk. De locaties ZW1 t/m ZW4 sluiten niet goed aan bij de door de overheden geformuleerde uitgangspunten. Passende en ruimhartige compensatie is hier dan ook op zijn plek. We maken hier nadrukkelijk geen keuze voor een van de vier zoekgebieden.
We vinden het noodzakelijk dat er eerste een meer gedetailleerd ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd in samenhang met de andere opgaves in dit gebied om te komen tot de beste locatiekeuze en inpassing. Ook de aansluiting op het nieuwe tracé, de inlussing daarvan en het ondergronds brengen van de 150 kV-verbinding Beverwijk-De Weel zijn hier onderdeel van. Zoeklocaties sluiten niet aan bij andere gebiedsopgaven en -processen In de afgelopen decennia is door alle overheden samen actief ingezet op het openhouden van het landschap tussen de IJmond en Zaanstad en boven Amsterdam. Tegelijkertijd wordt intensief gewerkt aan binnenstedelijke verdichting. We zien dat de onderzochte zoeklocaties niet aansluiten op dit beleid. Daarnaast is onder andere in het Ontwikkelperspectief NZKG, waar Rijk
56
Verwijzing zienswijze
32
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
en regio in samenwerken, aangegeven dat er in het gebied tussen Zaanstad en Beverwijk een opgave voor groen en waterberging ligt.57 In het door Rijk en Regio opgestelde Verstedelijkingsconcept MRA wordt het gehele Oer-IJ genoemd als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging. Ook bij Deltaprogramma Centraal Holland is dit gebied in beeld voor waterberging. Vraag en aanbod bij elkaar Op het zuidelijke 380 kV-station is geen ‘afrit’ voorzien, het station wordt dus niet aangesloten op het onderliggende netwerk maar fungeert als een koppelpunt. De aantrekkende werking op energieafnemers en energieproducenten die direct op een 380 kV-station aansluiten is beperkt volgens E-merge. Slechts een enkeling sluit direct aan op het 380 kV-netwerk. Dat betreft dan grootschalige elektriciteitsproductie, zoals de Diemercentrale of windenergie afkomstig van zee (VAWOZ), of grootschalige afname voor bijvoorbeeld de productie van waterstof58. Nabijheid van vraag (via bijvoorbeeld het 150 kV-net) is daarmee minder relevant voor dit station. Wel zien we dat potentiële grote afnemers, zoals een elektrolyser, zich met name in het NZKG kunnen vestigen. De locaties ZW1 t/m ZW 4 liggen dichter bij het NZKG dan de andere onderzochte zoeklocaties.
Keuzes zijn niet robuust richting de toekomst en houden geen rekening met de factor tijd Eventuele ontwikkelingen gekoppeld aan een 380 kV-station, zoals een nieuw 150 kV-station, batterijen, een aanlanding of nieuwe bedrijvigheid zijn enkel mogelijk binnen het bestaande industriecluster, zoals opgenomen in het Ontwikkelperspectief NZKG. Er is geen ruimte voor verdere verstedelijking of energiesysteemfuncties in het landschap. Dit geldt voor alle onderzochte locaties voor het zuidelijke station. In de provinciale energievisie is gesteld dat batterijen gebundeld worden met vraag/aanbod in energieknooppunten. Dat is dus zeer onwenselijk in de directe omgeving van dit station. Keuzes houden geen rekening met de sociaal-economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio Rondom het Noordzeekanaal staat de leefbaarheid al zwaar onder druk. In de gemeentes Beverwijk, Heemskerk, Velsen en Zaanstad wonen ruim 300.000 inwoners in de directe nabijheid van haven en industrie. Zij worden al belast met geur, geluid en uitstoot van (zware) industrie, provinciale wegen en snelwegen, logistiek zoals de scheepvaart en geluidshinder door vliegverkeer.59 Dit leidt tot stapeling van leefomgevingseffecten en heeft een negatieve uitwerking op de gezondheid.
Er is geen milieuruimte meer beschikbaar in dit gebied en er is te weinig ruimte voor recreatie en ontspanning door gebrek aan natuur en landschap. Ook krijgt deze regio nog te maken met verzwaring van de bestaande 380 kV-lijn Beverwijk – Diemen, waardoor nog eens 350 nieuwe kwetsbare locaties alleen al in Zaanstad hier last van gaan ondervinden. Gemeente Beverwijk draagt al veel bij aan de nationale energie-infrastructuur. Een bijdrage die de eigen regionale vraag al ruimschoots overstijgt. Voorbeelden hiervan zijn het nieuwe 2,1GW aanlandstation in Wijk aan Zee met drie aanlandingen van wind op zee, een nieuw 150 kV-station nabij de Bazaar in Beverwijk-Oost, de aftakking van het hoofdwaterstofnetwerk NZKG naar het Tata-terrein en het bestaande 380 kV-station aan de Kagerweg. Kiezen voor een van de locaties ZW1 t/m ZW4 betekent dat de leefomgeving in een al zwaar belast deel van Nederland nog verder onder druk komt te staan. Vanuit gezondheidscondities gezien zijn de andere zoeklocaties meer geschikt. De directe effecten op de gezondheid zijn
57
Ontwikkelperspectief NZKG: 231219-nzkg-ontwikkelperspectief-boekje-spreads-lowres-def.pdf 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 100 59 Zie o.a. Blik op leefomgeving en gezondheid voor de verstedelijkingstrategie Metropoolregio Amsterdam vanuit beschikbare data en trends. | RIVM en Industrie en Omwonenden - Onderzoeksraad voor Veiligheid 58
33
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
negatiever bij ZW3 en ZW4 dan bij ZW1 en ZW2. Met name bij ZW4 liggen er zeer veel geluidsgevoelige gebouwen binnen de 50 dB(A) contour.60
Corridors en zoekgebieden t.o.v. Milieugezondheidsrisico in Noord-Holland
Combinatiekaart onderzoeken gezonde leefomgeving61
Omgevingskwaliteit staat sterk onder druk & natuur- en recreatiewaarden worden aangetast Alle onderzochte zoeklocaties voor het zuidelijke station zijn vanuit het perspectief van omgevingskwaliteit ongewenst. Het nieuwe hoogspanningsstation sluit nergens aan op een bestaand bedrijventerrein en alle zoeklocaties liggen in Beschermd Landschap. Specifiek voor ZW1 t/m ZW4 geldt dat het Beschermd Landschap Assendelft en omgeving met zijn zeer open karakter het laatste stukje open landschap is, bekeken op een groter schaalniveau. De ligging is nabij stedelijk gebied van Zaanstad, Beverwijk en Heemskerk. De openheid van dit gebied is een groot contrast met het omliggende stedelijk gebied, en is een belangrijk recreatief uitloopgebied voor de inwoners van deze gemeentes. Het gebied bevat daarnaast waardevolle natuur o.a. in de vorm van weidevogelleefgebied. Afhankelijk van de zoeklocaties toont de planMER aan dat er (sterk) negatieve effecten zijn op weidevogelleefgebied, Natura 2000 en/of NNN en/of beschermde soorten.62 (zie bijlage 3 voor een overzicht van de planMER resultaten voor de zuidelijke stations). De meest westelijke zoekgebieden ZW1 en ZW2 liggen midden in het Oer-IJ gebied en in de bufferzone van de UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Hiervoor geldt een ‘ja-mits-
60
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 91 MRA: Eindverslag Verstedelijking MRA en Gezondheid | RIVM, 2021 Noord-Holland Noord: Gezonde leefomgeving en kwetsbaarheid Noord-Holland Noord 62 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025 – pag. 37, 79, 80, 82 61
34
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
regime’, wat betekent dat het station hier alleen gebouwd mag worden als het goed ingepast is en rekening is gehouden met de kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinies63. Keuzes houden geen rekening met de water en bodem condities Alle zoeklocaties in het zuidwestelijke deel liggen op veengronden. Veengronden zijn instabiel, en klinken door veenoxidatie (het blootstellen van veengronden aan de lucht door verlaging van de grondwaterspiegel) verder in. Hetzelfde geldt voor de locaties ten noorden van Amsterdam.64 Deze gronden zijn het meest ongeschikt om op te bouwen. Zoals aangegeven is het gebied tussen Beverwijk en Zaanstad in beeld voor waterberging, specifiek het diepste deel bij zoekgebied ZW4. Ook geldt voor ZW4 een grotere kans op overstroming (met een diepte van 2,05,0) waardoor het station hier opgehoogd dient te worden met 3 meter.65 Voorwaardes We stellen de volgende expliciete voorwaardes aan de ontwikkeling van het 380kV station op ZW1, ZW2, ZW3 of ZW4: • •
Maak nog geen keuze voor een van de vier zoeklocaties, maar behoud ruimte en flexibiliteit om tot het beste ontwerp in dit gebied te komen. Er vindt ruimhartig compensatie plaats. De maat en schaal van de aantasting van het landschap door zowel het station als het tracé zijn op dit moment nog niet te overzien. Daadwerkelijke compensatie van de aantasting vraagt om die reden een gezamenlijke aanpak, waarin nader te bepalen ruimhartige compensatieafspraken bestuurlijk moeten worden vastgelegd. In bovenstaande analyse is duidelijk te lezen op welke elementen het gebied ernstig wordt aangetast: het gebied zelf (sluit niet aan bij andere gebiedsopgaven en -processen), de verbinding met het stedelijk gebied (natuur- en recreatiewaarden worden aangetast) en vooral de leefbaarheid voor de inwoners. De compensatie vindt wat ons betreft plaats langs die drie lijnen, waarbij we ter illustratie noemen waarover afspraken moeten worden gemaakt: o Het gebied: Een toekomstgerichte opwaardering van het dan nog resterende buitengebied, door bijvoorbeeld: ▪ Versterking OeR-IJ ▪ Ontwikkeling van de Kil-zone. ▪ Versterken en ontwikkelen biologische en kleinschalige landbouw in Wijkermeerpolder aansluitend op Heerenboeren / Rijk van Rorik / de groene Amsterdammer.
o De verbinding met de stad: Beter kunnen benutten van het resterende buitengebied door ontwikkeling van de stedelijke randen, bijvoorbeeld: ▪ Park Omzoom ▪ Park Hoogtij en Park Nauerna ▪ Velsen Noord + Aagtendijk + Kagerweg ▪ Maar ook in algemene zin de aanlooproutes en verbindingen tussen stad en land vergroenen o Bewoners/ Leefbaarheid en gezondheidscondities: Opzetten van een leefbaarheidsfonds waarmee de meest-geraakte bevolking zelf keuzen kan maken om de compensatie daadwerkelijk vorm te geven. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan versterking van zones in het geraakte gebied, maar ook gebieden elders in de stad, die de rol van het aangetaste gebied deels kunnen overnemen.
63
380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025– pag.84 380kV planMER hoofdrapport d.d. 21 juli 2025 pagina 189 65 380kV NNHN Integrale Effectenanalyse d.d. 8 augustus 2025– pag.123 64
35
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
•
•
•
De ontwikkeling van een krachtig en blijvend landschappelijk raamwerk, blijvende investeringen in landschap en beheer én het instellen van adequate beschermingsregimes. Het gebied is een belangrijk uitloopgebied voor een omgeving waar de leefbaarheid ook op andere vlakken onder druk staat. Ook kwaliteiten als openheid en historische gaafheid van het landschap zijn hier schaarser dan in bijvoorbeeld de noordoostflank van de MRA. Reden om hier extra zorgvuldig te zijn bij positionering en inpassing van het station. Geen ruimte voor systeembatterijen of andere energetische functies bij dit station. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen zoals uitbreiding van het station, een aanlanding, systeembatterijen en/of de vestiging van energie gerelateerde bedrijven kunnen de doodssteek zijn voor de nog resterende landschapskwaliteiten. Starten van een ontwerpend onderzoek dat de volgende producten oplevert: o Ruimtelijke strategische gebiedsvisie ▪ Beschrijft de ruimtelijk-strategische aspecten van het station in relatie tot bredere opgaven in de omgeving, zoals woningbouw, mobiliteit, energie, natuur en waterbeheer. ▪ Legt vast hoe deze opgaven en het station elkaar wederzijds kunnen versterken, en biedt een kader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied.
o Landschapsplan (ruimtelijke inpassing en bescherming) ▪ Richt zich op een hoogwaardige landschappelijke inpassing van het station, met behoud van de nog aanwezige kwaliteiten zoals openheid en historische gaafheid van het landschap. ▪ Ontwikkelt een krachtig en blijvend landschappelijk raamwerk, borgt blijvende investeringen in landschap en beheer, en voorziet in adequate beschermingsregimes. o Bijvoorbeeld: Onderzocht moet worden of het resterende deel van de Wijkermeerpolder en de nog zichtbare structuren van het Oer-IJ kan worden ontwikkeld als landschapspark, waarmee wordt bijgedragen aan waterhuishouding, recreatie, cultuurhistorie, erfgoed en een gezonde leefomgeving. Daarbij kan dit park tevens dienen als klimaatbuffer voor het station, waardoor grillen van klimaatveranderingen beter kunnen worden opgevangen en de maatregelen voor de vitale en kwetsbare infrastructuur minder ingrijpend hoeven te zijn. We zien de Houtrakpolder bij A9 Zuid als voorbeeld, waar gewerkt wordt aan een breder landschapsplan in samenhang met de nieuwe e-infra. Inpassing van het nieuwe station wordt gecombineerd met het versterken van het landschap, de recreatieve én de ecologische waarde van het gebied.
36
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
6.
Aanlandtracés en locatie converters A9 Zuid
Het project A9 zuid beoogt een nieuw 380 kV-station in of tegen Westpoort te realiseren. Recent is duidelijk geworden dat het locatiebesluit niet meer in 2025 genomen gaat worden. Daarmee komt dit besluit ná de deadline van het regioadvies te liggen. Hoe hiermee om te gaan is onderwerp van discussie tussen PNH en KGG. De hal waar de converters in staan is tot 25 meter hoog en is blokvormig, daarom sluit dit het beste aan bij de bedrijven in de haven. Vanuit landschappelijk oogpunt is een locatie in de Houtrakpolder ten westen van de Machineweg ongewenst. Onze voorkeur gaat uit naar een locatie ten oosten van de Machineweg (zoekgebied A9Z-C2). Dit heeft tot gevolg dat het converterstation waarschijnlijk vanuit zee gezien ‘achter’ het (nog te realiseren) transformatorstation komt te liggen. Hoewel dit ingaat tegen het uitgangspunt van VAWOZ, is dit in dit geval te rechtvaardigen vanuit het landschappelijke belang. Over de precieze locatie voor een converter binnen zoekgebied A9Z-C2 kunnen we op dit moment nog geen uitspraak over doen maar moet in de vervolgfase nader bekeken worden, dit sluit aan bij het onderzoekskarakter van het programma VAWOZ. Tracékeuze ondergrondse kabel Richting A9 Zuid zijn tracés onderzocht vanuit Egmond, Castricum, Velsen-Noord en IJmuiden.
De tracés door IJmuiden worden als zeer negatief beoordeeld op het gebied van Natura 2000 die niet te mitigeren is66. Deze zijn deze tracés niet wenselijk.
Het tracé over het terrein van Tata Steel (zie afbeelding) heeft de voorkeur vanuit de omgeving67 boven een tracé door de Zeestraat, ook komt deze niet slecht uit de IEA naar voren68. Wel zijn deze afhankelijk van de (geluids)ruimte op het TSN terrein. Om dit mogelijk te maken roepen we het Rijk op om hier met TSN nadere afspraken over te maken. In de huidige verwachting is dit op Paragraaf 5.2.11 – H5 planMER: ‘Er is sprake van directe, tijdelijke aantasting, hierom krijgt de route een zeer negatieve score (- -). Na mitigatie, zoals het werken met stille machines en buiten de kwetsbare periodes, zullen er minder effecten van verstoring door de ingreep van het N2000-gebied plaatsvinden. Er zal echter nog wel sprake zijn van directe, tijdelijke habitataantasting van N2000-gebied, in verband met het in- en uittredepunt bij de locatie. Hierom blijft de score na mitigatie hetzelfde.’ 67 VAWOZ IEA – deelrapport D – paragraaf 3.3.3 – “De route van een eventuele aanlanding bij Tata Steel moet dan ook via het Tata Steel-terrein worden doorgeleid en niet opnieuw via de Zeestraat, parken en de openbare groene ruimte.” 68 VAWOZ plan-MER – samenvatting 66
37
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
zijn vroegst na 2039 mogelijk, om dit te versnellen is aanvullende inzet nodig. Omdat hetzelfde gebied ook in beeld is voor de aanlanding van het 700 MW windpark op het 150 kV-station Velsen en mogelijk ook voor aanlandingen in de verdere toekomst, adviseren we de minister om hier rekening mee te houden en te kiezen voor een bundeling van kabels voor meerdere windparken. Na doorkruising van het TSN terrein splitsen de routes in drie varianten. De noordelijke variant (VNH-A9Z1-E) doorkruist het veengebied in de Wijkermeerpolder en is daarmee niet wenselijk. De middelste variant (VNH-A9Z3-E) heeft meerdere doorkruisingen van waterkeringen en is daarom ook niet wenselijk. De zuidelijke variant (VNH-A9Z2-E) bundelt voor een groot deel met de A9 en heeft een zuidelijke aanloop richting Westpoort, hierdoor wordt een mogelijk knelpunt met de reservering voor een mogelijk nieuw havenbekken69 in de Houtrakpolder voorkomen. Daarom vinden wij het zuidelijke tracé (VNH-A9Z-2-E) het meest wenselijk. De tracés vanuit Egmond en Castricum komen als haalbaar uit het onderzoek naar voren. Echter loopt het tracé via Castricum door een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de toenemende vraag naar zoetwater is het verstandig om dit gebied zo veel mogelijk te ontzien om toekomstige uitbreidingen van het waterwingebied niet in de weg te zitten.
Voor de routes vanuit Egmond is dit niet het geval omdat de duinenrij hier smaller is en daarom minder kansrijk als nieuw waterwingebied. Daarom beoordelen we een route vanuit Egmond naar A9 Zuid als meest kansrijke alternatief voor de route VNH-A9Z-2-E. In de Verschillen- en gevoeligheidanalyse van VAWOZ zijn er, op een later moment binnen het onderzoeksproces, een aantal alternatieve routes vanuit o.a. Egmond naar station Vijfhuizen bekeken70. Deze routes kunnen ook aantakken op de routes naar A9-Zuid. Wij hebben op dit moment te weinig zicht op de gevolgen om hier een keuze in te maken, daarom adviseren we de minister om al deze alternatieven te betrekken bij de vervolgprocedure (mits de route over Tata terrein niet haalbaar blijkt). Voor alle routes vanuit Egmond plaatsen we de kanttekening dat dit de langste routes over land zijn binnen Noord-Holland, dit vraagt om goede afstemming met omgevingspartijen en een goede compensatieregeling. Voorwaardes: • • • •
Het gekozen tracé moet een mogelijk toekomstige havenbekken in de Houtrakpolder niet onmogelijk maken. Het gekozen tracé dient een mogelijke toekomstige (piek)waterberging in de Houtrakpolder niet onmogelijk te maken. Afspraken tussen Rijk en TSN over hoe kabeltracés (van meerdere windparken) in te passen in de terreinindeling. Ruimhartige en passende compensatie voor de gemeenten/gebieden waar het ondergrondse tracé doorheen gaat is noodzakelijk. Zowel bij doorkruisen van de duinen en het landelijk gebied als bij het doorkruisen van kernen. Het gebied ondervindt door de aanleg op korte en lange termijn gevolgen door opgelegde ruimtelijke beperkingen. We verwachten een ruime compensatie op het gebied van leefbaarheid voor de inwoners en compensatie voor de economische schade van ondernemers wanneer het tracé door of langs kernen zoals Velsen en Beverwijk komt. Ook pleiten we voor werk met werk maken op de locaties waar werkzaamheden gaan plaats vinden.
69
De Houtrakpolder is in beeld is voor onder meer de plaatsing van een 380kV station en (piek)waterberging. Om dit gestalte te kunnen geven is het wel noodzakelijk dat de huidige strategische reservering voor een havenbekken komt te vervallen. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) is beschreven onder welke condities dat kan gebeuren. Zo lang het daadwerkelijk besluit over de lange termijn invulling van de Houtrakpolder nog niet is genomen wordt rekening gehouden met alle lange termijn mogelijkheden. 70 VAWOZ IEA - Deelrapport Verschillen- en gevoeligheidsanalyse
38
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
7.
Grootschalige Elektrolyse
Binnen het programma VAWOZ wordt ook gezocht naar de toegevoegde waarde en mogelijkheden van elektrolyse in de buurt van de aanlandplekken. Uit de IEA blijkt dat alle gebieden (uitgezonderd één zoekgebied in de buurt van Agriport) als zeer negatief worden beoordeeld71. Daarnaast tellen de huidige initiatieven in Noord-Holland al op tot bijna 1 GW. We zien op dit moment geen behoefte aan aanvullende grootschalige elektrolyse. Dit is in lijn met het Waterstofprogramma van de provincie Noord-Holland waarin opgenomen is dat we de plannen tot 2030 ondersteunen maar voor de periode daarna nog een ambitie opstellen die te dragen is door de omgeving72. Omdat de behoefte aan regelbaarvermogen wel uit het onderzoek naar voren komen, adviseren we het Rijk om afspraken te maken met de huidige initiatiefnemers over hoe zij deze rol kunnen vervullen. Het meest concreet gaat dit over het project van HyCC voor de realisatie van een 500 MW elektrolyser in Westpoort, de plannen van Vattenfall bij de Hemwegcentrale en de ontwikkelingen van Statkraft in de omgeving van Den Helder. Hierbij vragen we aandacht voor de mogelijke negatieve effecten van de reststromen die vrijkomen bij elektrolyse. Deze mogen geen negatieve consequenties hebben op de waterkwaliteit. Voorwaardes: •
Het waterstofecosysteem mag geen negatieve consequenties hebben op de beschikbaarheid van zoetwater en de waterkwaliteit (waterstofprogramma NH)
Bijlage H – IEA – paragraaf 5.2: ‘Binnen de regio Noord-Holland lijkt NNHNn-E1a het minst negatief beoordeeld. Alle andere zoekgebieden hebben twee of drie zeer negatieve (--) beoordelingen.’ 72 Waterstofprogramma Noord-Holland 2025-2027 – Paragraaf ‘2.1.4 Productie’ 71
39
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
8.
Doorkijk langere termijn
De onzekerheid in de vraagontwikkeling en het eerder genoemde knelpunt 380 kV Randstadring73 leggen beperkingen op aan wat er mogelijk is. Pas wanneer een adequate oplossing is gevonden óf wanneer de lokale elektriciteitsvraag meer toeneemt en grote transporten kunnen worden voorkomen, komt een eventuele 4e en 5e aanlanding wat ons betreft in beeld. 4. Aanlanding en aansluiting op Tata Steel terrein Als er in de toekomst voldoende elektriciteitsvraag op de locatie van TSN ontwikkeld is, komt dit gebied in beeld voor een aanlanding met aansluiting op een (nieuw) hoogspanningsstation. Dit zal wel op de langere termijn zijn, op dit moment is er namelijk geen zekerheid dat de lokale elektriciteitsvraag en ruimte (fysiek, milieu en geluid) op het terrein tijdig beschikbaar is. Mocht dat het geval zijn is dit een goede bundeling van vraag en aanbod en past dit binnen de huidige bestemming van het gebied. We plaatsen deze optie nadrukkelijk binnen de bredere context van leefbaarheid in de IJmond. Een aanlanding met aansluiting op het terrein van TSN moet een nettopositieve invloed hebben op de leefbaarheid doordat het bijvoorbeeld een bijdrage levert aan de verduurzaming van de industrie. Ook benadrukken we dat eventuele vertraging in de transformatie van de industrie niet mag leiden tot het zoeken naar een andere locatie buiten het hek van TSN. 5.
380 kV-station A9-zuid of Vijfhuizen Voor een tweede aanlanding (bovenop de eerder genoemde aanlanding) op station A9-zuid zijn er aanvullende maatregelen nodig. Er is een extra uitbreiding van het station met 3 ha nodig om klantvelden (‘stopcontacten’ voor grote invoeders of afnemers van elektriciteit) te realiseren. Dit is niet bij alle locaties die onderzocht worden mogelijk. Daarnaast is het uitgangspunt vanuit systeemintegratie74 dat er in de omgeving aanvullende elektriciteitsvraag gerealiseerd wordt die ook (deels) het windprofiel moet volgen.75 Mocht er voor A9-zuid voor een locatie worden gekozen waar geen extra uitbreiding mogelijk is of mocht de elektriciteitsvraag op A9-zuid onvoldoende groeien, maar wél op het 380 kV-station Vijfhuizen, dan is aansluiting op station Vijfhuizen een overweging. Station Vijfhuizen wordt namelijk uitgebreid met 3 velden die beschikbaar zijn voor een aanlanding. Echter past een converter niet bij het doel en hoogte van dit bedrijventerrein. Bij aansluiting op station Vijfhuizen heeft het onze voorkeur om de converter in/bij de Amsterdamse haven te plaatsen. De Port of Amsterdam heeft aangegeven ruimte te zien voor één converterstation in de haven.
Een tweede converter zal dan buiten de huidige contouren van de haven een plek moeten vinden, aandachtspunt hierbij is dat het tweede converterstation niet in een open polder geplaatst moet worden maar gebundeld met de ontwikkelingen van de haven en A9-Zuid. Om een geordende ontwikkeling mogelijk te maken kan het helpen als TenneT een strategische grondaankoop doet waar meerdere energie-infraprojecten gerealiseerd kunnen worden. Vanwege de eerder genoemde onzekerheden adviseren wij de minister om meerdere opties open te houden en later een keuze te maken omtrent deze aanlanding.
IEA VAWOZ – Hoofdrapport – paragraaf 3.4.7 IEA VAWOZ – Bijlage B – tabel 8-1 75 Bijvoorbeeld via de plannen van HyCC en Vattenfall voor de bouw van elektrolysers. 73 74
40
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Overige aandachtspunten •
•
•
•
Nauw betrekken van alle overheden bij vervolgprocedures. Om de beoogde kwaliteit waar we in dit advies voor pleiten te behalen is een structurele samenwerking van alle overheidslagen nodig. Dit regioadvies doet niets af aan de mogelijkheid voor individuele overheden om een zienswijze in te dienen op (onderdelen van) het conceptprogramma VAWOZ en de ontwerp-voorkeursbeslissing van de 380 kV NNHN. Mocht nieuwe informatie leiden tot significante andere inzichten over bijvoorbeeld de onderzochte corridors, tracés of zoekgebieden dan willen we hierover opnieuw met de minister en met elkaar in gesprek. Ook willen wij – in ieder geval na het afgeven van het regioadvies, maar voor het nemen van de Voorkeursbeslissing en het vaststellen van het concept-programma VAWOZ - met de minister in gesprek om invulling aan de voorwaarden te geven en deze vast te leggen in bestuurlijke afspraken.
41
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Bijlages 1. Uitvraag regioadvies 2. Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER 3. Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER 4. Vergelijking 5 varianten: 3 hoofdcorridors, Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer 5. Analyse vijf noordelijke corridor varianten
42
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Bijlage 2: Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER
43
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Bijlage 3: Overzicht Resultaten Zuidelijk Station planMER
44