CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

04D B3 Randvoorwaardelijk bod woningbouw PNH

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: GGZ9.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Randvoorwaardelijk woningbouw bod van de provincie Noord-Holland Kern van het bod samengevat: Noord-Holland zet zich in om in de periode 2022 tot en met 2030 ruim 183.000 in onze provincie te realiseren, zodat de woningvoorraad – na aftrek van sloop – met minimaal 162.000 woningen toeneemt. Een dergelijke hoge productie is uitsluitend mogelijk wanneer het Rijk helpt om tijdig in de juiste randvoorwaarden te voorzien en knelpunten weg te nemen. Het gaat daarbij onder andere over oplossingen voor stikstof, energiecongestie, geluidscumulatie, mobiliteit en betaalbaar en toekomstbestendig bouwen. Met dit randvoorwaardelijk bod wil de provincie ruim twintig procent van de nationale woningbouwopgave van 900.000 woningen realiseren. In lijn met de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt in het programma ingezet op twee derde betaalbare woningen, inclusief dertig procent sociale huur. Via regionale woondeals worden hierover nadere afspraken gemaakt met gemeenten en woningcorporaties. Dit vraagt daarnaast ook nauwe samenwerking met andere partijen, zoals ontwikkelaars, waterschappen, nutsbedrijven en vertegenwoordigers van huurders. Inzet van de provincie is om met hulp van het Rijk en de andere betrokken partijen het woningtekort terug te dringen en de betaalbaarheid van het wonen in Noord-Holland te verbeteren.

1.

Inleiding

De woningbouwopgave in Nederland en zeker ook in de provincie Noord-Holland is enorm. Er is een grote behoefte aan extra woningen, maar het tempo in de nieuwbouw komt onvoldoende aan deze grote vraag tegemoet. Mede hierdoor stijgen overal de prijzen en wordt het voor veel NoordHollanders steeds moeilijker om betaalbaar te wonen, of om überhaupt een woning te vinden. De situatie op de woningmarkt is voor steeds meer mensen nijpend en vraagt om ingrijpen. Om deze reden zetten wij als provincie al langer in op versnelling van de woningbouw, via diverse aanpakken en hulp aan gemeenten. Het Rijk neemt ook verantwoordelijkheid in deze opgave, met de Nationale Woon- en Bouwagenda (NWBA) en de daaraan verbonden programma’s. De NWBA en onderliggende programma’s laten de breedte, urgentie en samenhang van de verschillende opgaven zien. Zo kunnen de problemen met de betaalbaarheid van het wonen niet alleen door woningbouw worden opgelost, maar vraagt dit ook aanvullende maatregelen in beleid en aanpassing van wet- en regelgeving door het Rijk. Via de NWBA wordt hier een zeer gewenste impuls aan gegeven. Wij dragen via dit randvoorwaardelijk bod graag bij aan de woningbouw en betaalbaarheidsopgave die hier uit voortkomt.

Woningbouw is onderdeel van een integrale en kwalitatieve opgave Het randvoorwaardelijke woningbouwbod is onderdeel van en kan niet los worden gezien van deze integrale opgave. We bouwen niet alleen woningen, we bouwen samenlevingen. De ruimte in Noord-Holland is schaars, doordat er meer ruimtelijke ontwikkelingen spelen en een plek moeten krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de grote uitdagingen van de energietransitie. En daarnaast kunnen we geen woningen bouwen zonder antwoord te geven op vraagstukken als stikstof, vliegtuiggeluid, bereikbaarheid, klimaatbestendigheid, leefbaarheid, toenemende druk op recreatiegebieden, landschap en natuur. Allemaal randvoorwaarden voor voldoende, toekomstbestendige en betaalbare woningbouw. Dit vraagt ook om een gebalanceerde afstemming van wonen, werken, recreëren - en verplaatsen daartussen. We willen mogelijk maken dat inwoners van Noord-Holland in alle regio’s kunnen wonen in een woning die bij hen past qua inkomen, levensfase en samenstelling van het huishouden. Dat vraagt om realisatie van woningen die goed bij de woonbehoefte en financiële mogelijkheden van onze huidige en toekomstige inwoners passen. Door het afschaffen van de verhuurdersheffing hebben woningcorporaties meer mogelijkheden om hier een grote bijdrage aan te leveren, door woningen te bouwen, betaalbaar te houden én te verduurzamen.

Naast het versnellen van de woningbouw vinden we het ook belangrijk dat bouwmaterialen worden hergebruikt of herbruikbaar zijn en dat er bij de bouwplannen rekening wordt gehouden met water, bodem en het veranderende klimaat.

1

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Niet alle ambities kunnen overal tegelijk worden gerealiseerd, maar het is belangrijk dat we met elkaar de juiste afwegingen maken en blijven nadenken over wat er mogelijk is en wáár. In dit kader werken we samen met het Rijk al aan de NOVEX-gebieden: Metropoolregio Amsterdam, Noordzeekanaalgebied, Schiphol en het Groene Hart. De komende jaren wordt de integrale opgave verder uitgewerkt, onder andere door het sluiten van een provinciaal arrangement. Dit is een doorlopend proces. Ook de woningbouwopgave uit dit randvoorwaardelijk bod moet een plek krijgen in de afwegingen die worden gemaakt in het ruimtelijk, provinciaal arrangement. Realiteitszin in de opgave Vanuit deze integraliteit van de opgave en daaruit voorkomende knelpunten hadden wij in ons indicatieve bod al toegelicht dat de woningbouwopgave alleen mogelijk is indien er oplossingen komen voor conflicterende doelstellingen en knelpunten, zoals stikstof, geluid, mobiliteit en betaalbaarheid. Bij het oplossen van deze zaken is een belangrijke, randvoorwaardelijke rol voor het Rijk weggelegd. Afgelopen maanden hebben wij op verzoek van het Rijk een ‘reality check’ uitgevoerd op het indicatieve bod dat wij in juni aan het Rijk hebben voorgelegd.

Op basis van de reality check kwam naar voren dat alle betrokken partijen zich grote zorgen maken of de randvoorwaarden wel tijdig kunnen worden ingevuld om tot voldoende woningbouw te komen. Aan de vraag ligt het niet, zowel in het noorden als in het zuiden van de provincies zien de partijen grote druk op de woningmarkt en behoefte aan veel extra woningen. Maar vooral bouwers, ontwikkelaars en corporaties maken zich, behalve over de randvoorwaarden, grote zorgen over de conjunctuur. Afgelopen jaren was er voor bouwers juist meewind op de woningmarkt, waardoor het eenvoudiger was om de juiste randvoorwaarden te creëren. Momenteel steekt er economisch gezien een tegenwind de kop op. Mensen hebben minder te besteden voor wonen door inflatie en stijgende hypotheekrente, terwijl ook de bouwkosten stijgen door inflatie, toenemende prijzen voor bouwmateriaal en personeelskosten, terwijl er ook nog eens gebrek is aan personeel. Daarnaast speelt mee dat beleggers momenteel in onzekerheid verkeren over regulering van middenhuur en bouwers en gemeenten over de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet. In de reality check komt de bruto productie iets lager uit dan in het indicatieve bod. De netto productie, uiteindelijk het belangrijkst, komt juist iets hoger uit.

Gezien het feit dat de historische sloopcijfers en de verwachting van sloop hoger zijn dan wat gemeenten nu hebben opgegeven, terwijl we wel minimaal 162.000 woningen willen toevoegen, lijkt het noodzakelijk om vast te houden aan de bruto bouw van 183.600 woningen. Een nog hogere doelstelling, zoals het Rijk naar aanleiding van het indicatieve bod aan ons vroeg, is op basis van de reality check niet realistisch. Een uitgebreide toelichting op het proces en de uitkomsten van deze reality check is als bijlage aan dit randvoorwaardelijk bod toegevoegd. Daarnaast zijn de resultaten en aandachtspunten die voortkwamen uit de reality check waar mogelijk verwerkt in de (toelichting op de) randvoorwaarden. Indicatief bod wordt definitief, randvoorwaardelijk bod We realiseren ons dat de woningbouwdoelstelling tot en met 2030 onder de huidige omstandigheden, randvoorwaarden en knelpunten niet of nauwelijks haalbaar is. Gezien de grote urgentie op de woningmarkt willen we ons hier echter niet zonder meer bij neerleggen, maar ons samen met Rijk en andere betrokken partijen ervoor inspannen dat de productie niet lager uitvalt dan wat nodig is, maar juist zo dicht mogelijk bij die doelstelling van 162.000 extra woningen komt. En dat kan alleen door de lat hoog te leggen.

Ons indicatieve bod van 183.600 woningen bruto blijft daarom, ondanks de terechte zorgen van ontwikkelaars en woningcorporaties, staan. Onder voorbehoud en afhankelijk van de randvoorwaarden. De zeer ruime plancapaciteit geeft ruimte om vertraging en uitval van plannen op te vangen. De productie in jaarschijven loopt langzaam op, in de hoop en verwachting dat aan het eind van de periode de randvoorwaarden zijn ingevuld. Wij doen een beroep op het Rijk om ons te helpen door op de in dit bod genoemde randvoorwaarden te leveren, zodat wij er samen met de andere stakeholders voor kunnen zorgen dat wij vervolgens voldoende woningen kunnen leveren. De vele Noord-Hollandse woningzoekenden rekenen op ons.

2

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

2.

Overzicht randvoorwaardelijk bod woningbouw Noord-Holland

Toelichting bij de cijfers uit bovenstaande tabel Jaarschijven Programmering in jaarschijven suggereert een mate van voorspelbaarheid die – helaas - niet reëel is bij woningbouw. Dit geldt voor de planning, waar - ook voor de korte termijn – sprake is van een zogenaamde ‘boeggolf’ van plannen waar aan wordt gewerkt en waarvan oplevering op korte termijn is voorzien, maar waarvan een deel alsnog doorschuift. Daarnaast geldt dat er vaak ook een verschil is tussen daadwerkelijke oplevering en de administratieve afhandeling daarvan. De verdeling over jaarschijven in bovenstaande tabel is daarom indicatief. We kunnen nu al met zekerheid stellen dat hierin jaarlijks verschillen in op gaan treden. Dit komt ook doordat deze aantallen afhankelijk zijn van de mate waarin voldaan wordt aan de randvoorwaarden van het bod. Indien dit (nog) niet het geval is, zijn deze aantallen niet haalbaar en zal de jaarlijkse productie lager uitvallen. Via de governance afspraken wordt dit gevolgd en waar nodig door stakeholders – overheden, corporaties en marktpartijen – geanticipeerd, rekening houdend met de haalbaarheid van de doelstelling voor de periode 2022 t/m 2030 als geheel. Voor meer inzicht in de korte termijn productie wordt daarbij gebruik gemaakt van het sturingsinstrument primavera.

Omdat niet de volledige productie in Primavera is opgenomen, is voor het randvoorwaardelijk bod in bovenstaande tabel van de plancapaciteit uitgegaan. Vrijwel alle regio’s hebben via de reality check laten weten dat de sociale huurwoningen allemaal of grotendeels door woningcorporaties worden gebouwd. Amsterdam en Haarlem hebben via de reality check doorgegeven dat een deel (tot 25%) mogelijk door andere partijen wordt gerealiseerd. De corporaties hebben laten weten dat financieel gezien de benodigde opgave per deelregio aan te kunnen. Daadwerkelijke realisatie hangt ervan af of zij voldoende positie c.q. locaties krijgen en is tevens afhankelijk van de in het bod genoemde andere randvoorwaarden voor het bouwen van woningen. Op basis van deze informatie van gemeenten en corporaties gaan we er in de tabel van uit van dat het aandeel sociaal voor 90% door woningcorporaties gerealiseerd wordt. Dit wordt bij de uitwerking van de woondeal door gemeenten en corporaties gezamenlijk verder uitgewerkt. De tabel wordt hierop na vaststelling van de woondeals geactualiseerd.

3

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Harde plancapaciteit In bovenstaande tabel wordt met ‘harde’ plancapaciteit gedoeld op de planologische status, in lijn met de uitgangspunten van de monitor plancapaciteit. Middenhuur door corporaties Het aandeel middenhuurwoningen dat door corporaties wordt gerealiseerd is nog niet bekend. Door gemeenten is in het kader van de reality check wel aangegeven dat er met corporaties afspraken zijn over toevoegen van woningen in het middensegment (soms overigens vanuit de voorraad, in plaats van door nieuwbouw), maar dit is nog onvoldoende uitgewerkt om in de tabel op te nemen. Dit wordt in het traject van de woondeals verder uitgewerkt. Aandeel betaalbaar In bovenstaande tabel is het aandeel betaalbaar gebaseerd op het bod en de ambitie om te voldoen aan de doelstelling van twee derde betaalbaar (30% sociaal en 36% middensegment). De aantallen betaalbare woningen liggen daarmee hoger dan nu al in de plancapaciteit is opgenomen. Dit wordt hieronder per woondeal regio nader toegelicht. Doelstelling twee derde betaalbaar Noord-Holland Zuid (NHZ) In NHZ bevat de plancapaciteit ruim voldoende plannen (circa 130%) om in de nieuwbouwdoelstelling van 30% sociale huurwoningen te voorzien. Deze sociale huurwoningen zijn vooral in de eerste jaren (tot en met 2026) geprogrammeerd.

Hierdoor ontstaat ook hier een soort ‘boeggolf’, een theoretisch ‘overschot’ aan sociale huurwoningen ten opzichte van de jaarlijkse doelstelling en de reële jaarproductie, terwijl er in de latere jaren juist een tekort aan plannen voor sociale huur is. Doordat in de praktijk de zogenaamde ‘boeggolf’ altijd afvlakt en verder doorschuift, is het realistischer dat ook een deel van de in de beginjaren geplande sociale huurwoningen in werkelijkheid pas later in de periode 2022 t/m 2030 wordt gebouwd. Dit is in de jaarschijven verwerkt: de productie is gelijkmatiger over de jaren verdeeld. Voor de woningen in het middensegment geldt in NHZ eveneens dat deze vooral in de eerste jaren zijn geprogrammeerd. In het middensegment is het totaal aan plannen minder dan wat er in totaal nodig is tot en met 2030. Voor middenhuur zijn er circa 7.500 woningen tekort in de plancapaciteit, voor betaalbare koop circa 2.500. Daardoor ontstaat vanaf 2028 een tekort ten opzichte van de doelstelling van 36% voor dit segment. De plancapaciteit biedt echter voldoende ruimte om dit aan te vullen, aangezien bij een groot deel (circa 23% tot 2030) van de plancapaciteit nog niet is bepaald in welk segment de woningen worden geprogrammeerd. Dit geldt vooral voor de plannen na 2025.

Voor zowel sociale huur als voor het middensegment geldt dat deze 23% onbekend tevens kan worden benut om het aandeel betaalbaar in de productie tot en met 2030 waar nodig te verhogen. Bijvoorbeeld om vertraging of uitval van projecten op te vangen, maar ook om vanuit de ‘fair share’ doelstelling toe te groeien naar een aandeel van 30% sociale huur in de woningvoorraad. Hierover worden via het opstellen en uitvoeren van de woondeal MRA (waar NHZ onderdeel van is) aanvullende regionale afspraken gemaakt. De tabel met jaarschijven wordt hierop na vaststelling van de woondeal geactualiseerd.

4

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Doelstelling twee derde betaalbaar Noord-Holland Noord (NHN) In NHN bevat de plancapaciteit nog (ruim) onvoldoende sociale huurwoningen om in de nieuwbouwdoelstelling van 30% sociaal te voorzien (circa 7.300 tekort). Ook voor het middensegment, zowel betaalbare koop (circa 4.400 tekort) als middenhuur (circa 900 tekort), zijn er te weinig plannen. Aangezien er voor de korte termijn niet aan al gemaakte afspraken over het programma wordt getornd (tenzij dit mogelijk is zonder vertraging van het project te veroorzaken), betekent dit dat NHN pas op termijn, vanaf 2025, aan de doelstelling van twee derde betaalbaarheid kan voldoen. In NHN is bij 65% procent van de plancapaciteit (tot 2030) nog niet bekend in welk segment dit wordt gerealiseerd. Dit biedt ruimte om toe te groeien naar twee derde betaalbaar segment in het woningbouwprogramma en een ‘fair share’ aandeel sociaal in de woningvoorraad. Hierover worden via het opstellen en uitvoeren van de woondeal NHN aanvullende regionale afspraken gemaakt. De tabel met jaarschijven wordt hierop na vaststelling van de woondeal geactualiseerd.

Flexwoningen De ambitie om bruto 184.000 woningen toe te bouwen en er zo netto 162.000 toe te voegen is gebaseerd op de woningbehoefte in Noord-Holland. Flexwoningen kunnen daar tijdelijk in voorzien én de ergste druk op onze overspannen woningmarkt verlichten, maar aangezien de behoefte ook na 2030 doorgroeit, rekenen wij deze niet mee bij de beoogde toename met 162.000 woningen. In de plancapaciteit van gemeenten zijn flexwoningen zeer beperkt meegenomen (circa 1.500). Vanuit de bestuurlijke afspraken over flexwoningen, tussen Rijk en betreffende gemeenten, worden er in Noord-Holland bovenop de opgave van bruto 184.000 en netto 162.000 woningen met hulp van het Rijk – op basis van de huidige inventarisatie - 1.800 flexwoningen gerealiseerd in de periode 2022 t/m 2024. Via de uitvoering van de beide woondeals wordt komende jaren verder gezocht naar meer locaties, op basis van behoefte. Indien de reguliere productie achterblijft, wordt er op ingezet dit op te vangen door meer flexwoningen toe te voegen. Bijvoorbeeld op locaties van vertraagde woningbouwprojecten.

5

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

3.

Toelichting op randvoorwaarden voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave

Het provinciaal bod is alleen haalbaar indien aan de randvoorwaarden wordt voldaan. De provincie Noord-Holland wil graag een grote bijdrage leveren aan de nationale woningbouwopgave. Of dit kan, hangt niet alleen af van gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en de provincie, maar ook van de kaderstellende, faciliterende, stimulerende en financierende rol die het Rijk kan nemen. Voorliggend bod van de provincie Noord-Holland kan alleen worden gerealiseerd indien er door Rijk en provincie wederkerige afspraken worden gemaakt over onderstaande randvoorwaarden, het wegnemen van knelpunten en financiële ondersteuning van deze opgave. Indien de randvoorwaarden niet tijdig worden ingevuld, zal dit onvermijdelijk tot - ongewenste vertraging van de woningbouwproductie leiden. Bij de randvoorwaarden is waar mogelijk toegelicht op welk deel van de geplande woningen de randvoorwaarde betrekking heeft. Het is zaak om ons als overheden, samen met marktpartijen (ontwikkelaars en corporaties) en waterschappen, in te spannen om vanuit ieders eigen rol, verantwoordelijkheden en mogelijkheden de juiste randvoorwaarden te creëren. Overzicht randvoorwaarden: A. Stikstof B. Energie-infrastructuur C. Geluidscumulatie D. Betaalbaarheid E. Mobiliteit F. Toekomstbestendig bouwen G. Focus op de uitvoering

3A.

Randvoorwaarde: stikstof

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Om de woningbouwopgave te kunnen realiseren is voldoende stikstofruimte nodig. Op dit moment is er onvoldoende stikstofruimte voor de woningbouwopgave in Noord-Holland. Gemeenten en de provincie zetten zich samen in om het bouwprogramma zoveel mogelijk te optimaliseren, zodat woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden. Wat doen wij al? De afgelopen drie jaar hebben wij vele stappen gezet om uit de stikstofimpasse te komen. Deze stappen zijn vastgelegd in de Strategie Noord-Hollandse aanpak stikstofproblematiek 2021-2022. Een belangrijk uitgangspunt van deze strategie is dat alle sectoren evenredig hun stikstofuitstoot moeten verminderen. De vraag naar stikstofruimte reduceren we door prioriteit te geven aan woningbouw in bestaand stedelijk gebied bij OV-knooppunten en stimuleren van fietsen en lopen als onderdeel van de ketenreis, smart-mobility en circulaire, (industriële) bio-based bouwconcepten. Daarnaast stimuleren gemeenten het emissieloos bouwen met elektriciteit in plaats van dieselgeneratoren en bouwhubs zodat de stikstofuitstoot tijdens de bouw tot een minimum beperkt wordt. De provincie helpt gemeenten met kennis en informatie over stikstof bij woningbouwplannen. Verder heeft de provincie een stikstofbank voor de woningbouw ingesteld.

Deze heeft echter nog geen vulling, omdat er eerst ruimte voor de natuur moet komen. Daarnaast is stikstofreductie in de haven- en industriesector afhankelijk van elektrificatie, dat weer afhankelijk is van de energieinfrastructuur en netcongestie. Wat hebben we nodig van het Rijk? • Een landelijke stikstofaanpak van het Rijk, met een robuust bronmaatregelenpakket dat ruimte biedt voor woningbouw, rekening houdt met het sterke verband met de netcongestie én de ligging van Noord-Holland aan zee, is voorwaardelijk voor het kunnen realiseren van de Noord-Hollandse woningbouwopgave. Deze aanpak is ook nodig voor de energietransitie, Schiphol en het herstellen van de biodiversiteit. • Dit vraagt inzet van het Rijk voor het vullen van de stikstofbank voor woningbouw, waarbij het Rijk via (financiering van) gerichte bronmaatregelen depositieruimte toevoegt. 6

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

In onze reactie op de RO-brief van 17 mei jl. geven wij aan dat de Rijkstoezegging van 7,6 mol (landelijk), nog onvoldoende is ingevuld. Wij roepen het Rijk op om de industrie ook nadrukkelijk mee te nemen en daarmee maatwerkafspraken te maken. Dit vraagt een specifieke aanpak voor Tata Steel en Schiphol via de NOVEX-gebieden. Inzetten op een ADC-toets voor de regionale woningbouwopgave. Op dit moment is er onvoldoende stikstofruimte voor de woningbouwopgave. Door de ‘meetcorrectie’ van 17% is er nog meer stikstofreductie nodig om de nodige stikstofruimte te verkrijgen. Dit vraagt om een doorrekening zonder de meetcorrectie en een andere wijze van meten. Spoedige duidelijkheid over de meetcorrectie is behalve voor de woningbouwopgave ook nodig om in 2023 een gebiedsprogramma landelijk gebied te kunnen vaststellen.

• • •

Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? In opdracht van de provincie is voor ruim 150 grotere woningbouwplannen, waarmee tot 2030 in totaal 144.000 van de 184.000 woningen in Noord-Holland worden gerealiseerd, onderzocht of deze locaties in potentie een stikstof probleem hebben. Dit blijkt het geval bij 96 van de 151 projecten, waarmee ruim 91% van de woningen in deze grote projecten wordt gerealiseerd. Zie de tabel hieronder. In de 51 projecten waar stikstof geen potentieel probleem is, wordt 8,4% van de woningen gerealiseerd. Categorie

Groen Oranje Rood geen resultaat Totaal

Aantal woningbouwplannen

Aantal woningen

51 18 78 4

12.142 9.064 122.621 276

Percentage van totaal aantal woningen 8,4 % 6,3 % 85,1 % 0,2 %

151

144.103

100,0 %

Bij deze woningbouwplannen leidt de mobiliteit in de gebruiksfase tot meer stikstofneerslag zonder extra maatregelen. De bouwfase is niet in beschouwing genomen, omdat deze tot nu toe is vrijgesteld van vergunningplicht. Daarnaast is in de berekeningen geen rekening gehouden met mogelijke oplossingen zoals internen extern salderen. Juist bij de grotere projecten, waar het vanwege versnelling en efficiency wenselijk is om de uitvoering op te focussen, kan het lastiger zijn om projectgebonden stikstofmaatregelen te treffen. Dit komt doordat het effect van grotere projecten verder reikt: meer depositie en op grotere afstand, vanwege de verkeerseffecten.

3B.

Legenda Categorie groen: De maximale stikstofdepositiebijdrage op (naderend) overbelaste natuur is kleiner dan 0,005 mol/ha/jaar. Stikstofdepositie is bij deze woningbouwplannen geen issue. Categorie oranje: De maximale stikstofdepositiebijdrage op (naderend) overbelaste natuur ligt tussen de 0,005 mol/ha/jaar en 0,01 mol/ha/jaar. Stikstofdepositie zal voor deze plannen wellicht een issue zijn, hetgeen in een nader planspecifiek onderzoek vastgesteld zal moeten worden. Categorie rood: de maximale stikstofdepositiebijdrage op (naderend) overbelaste natuur is hoger dan 0,01 mol/ha/jaar. Het eindoordeel is dat stikstofdepositie voor deze plannen hoogstwaarschijnlijk een issue zal zijn, en dat nader planspecifiek onderzoek nodig is.

Randvoorwaarde Energie-infrastructuur

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Beschikbaarheid van energie is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwdoelstellingen te kunnen realiseren. Op dit moment bestaan er grote congestieproblemen in Noord-Holland. Door congestie op het regionale energienetwerk is levering van elektriciteit aan grootgebruikers in vrijwel geheel Noord-Holland niet mogelijk. Op woningbouwlocaties kunnen daarom geen commerciële en maatschappelijke functies met een grootverbruikaansluiting zoals een supermarkt, school of sporthal worden gerealiseerd. Ook snellaadpleinen voor elektrisch (openbaar) vervoer kunnen niet worden geplaatst. Dit heeft een maatschappelijke impact op de leefbaarheid in nieuwe woonwijken en het is bovendien de vraag of exploitatiebegrotingen rond komen. Ook kunnen bedrijven van binnenstedelijke locaties niet verhuizen naar bedrijventerreinen, omdat zij daar niet worden aangesloten, waardoor woningbouwlocaties in transformatiegebieden niet vrijkomen. Het is op dit moment onduidelijk of de congestie ook consequenties heeft voor bijvoorbeeld liften en andere voorzieningen in appartementencomplexen en zorgcentra. 7

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

De vergroting van de netcapaciteit is een enorme opgave. Er is geen beleid voor innovatieve oplossingen voor het opvangen van piekbelasting, bijvoorbeeld met buurtbatterijen. We staan nog aan het begin van het nadenken over een nieuwe vorm van energie-infrastructuur. Wat doen wij al? Onder de vlag van de taskforce Energie-infrastructuur Noord-Holland, werken Provincie, gemeenten en netbeheerders aan drie sporen om netcongestie te verminderen • Versnellen aanleg netinfrastructuur; • Ontwerp van een toekomstig energienetwerk en programmering van dit toekomstig systeem; • Stimuleren van (tijdelijke) slimme oplossingen voor netcongestie. (https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Klimaat_Energie/Energienetwerk): Wat hebben we nodig van het Rijk Het Rijk draagt bij aan bovengenoemde sporen, door hier uitvoering aan te geven: • De benodigde uitbreidingen van het TenneT netwerk worden tijdig gerealiseerd om vóór 2030 tot voldoende woningbouw te kunnen komen. Dit betekent: de uitbreidingen van het netwerk uiterlijk realiseren volgens het Investeringsplan 2022 van TenneT en zo mogelijk eerder. • Het Rijk implementeert samen met regionale netbeheerders, TenneT en medeoverheden op korte termijn een maatregelenpakket dat versnelling realiseert. • Daar waar het Ministerie van EZK bevoegd gezag is voor projecten maakt het Rijk werk van versnelling van planvorming en procedures.

Daar waar gemeente of provincie het bevoegd gezag is, draagt het Rijk bij door de randvoorwaarden voor versnelling in planvorming en procedures te regelen. Denk daarbij aan het zorgen voor voldoende capaciteit bij de Raad van State voor elektriciteitsprojecten, als aandeelhouder van TenneT zorgdragen voor het tijdig vrijmaken van capaciteit binnen TenneT, en duidelijke landelijke milieunormen instellen (bijvoorbeeld voor electromagnetische velden). Deze randvoorwaarden dragen ook bij aan versnelling van regionale elektriciteitsprojecten. • Het Rijk neemt een belangrijke rol in de realisatie van slimme oplossingen bij netcongestie. Deze oplossingen kunnen voor woningbouwlocaties een belangrijke bijdrage leveren aan snelle realisatie. Wij denken hierbij aan financiële prikkels en flexibel beprijzen van energie, het financieel ondersteunen van slimme oplossingen middels subsidies, het stimuleren van Smart energy Hubs en de mogelijkheden om het delen van data te vergroten. • In de energiewet moeten meer mogelijkheden komen om netcongestie te verminderen. Het Rijk neemt hiertoe in de nieuwe wet meer experimenteerruimte op, maakt flexibele contractvormen mogelijk en implementeert zo snel mogelijk “use it or lose it”. Voor woonwijken denken wij in het bijzonder aan het stimuleren van buurtbatterijen waardoor in nieuwe woonwijken piekbelasting van het net wordt voorkomen.

• Ook helpen verscherpte (B)ENG eisen voor nieuwe woningbouw (minder energieverbruik veroorzaakt minder vraag, minder druk op het net). In onze reactie op de RO-brief van 17 mei jl. hebben wij tien aanbevelingen voor slimme netoplossingen gedaan. In de bijlage van die reactie zijn deze aanbevelingen toegelicht. Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? De bouw van ruim 60.000 woningen van de beschikbare plancapaciteit tot 2030 is voorzien in transformatiegebieden. Indien bedrijven, winkels, kantoren of (maatschappelijke) instellingen geen zekerheid hebben dat zij op de beoogde nieuwe locatie worden aangesloten, kan dit betekenen dat zij niet verplaatsen, waardoor de locaties voor (een deel van) deze 60.000 woningen niet vrij komen voor woningbouw. Daarnaast worden in grote delen van Noord-Holland de commerciële en maatschappelijke functies in rood (en oranje) geraakt (zie onderstaande kaart). Dat brengt de ontwikkeling (exploitatiebegroting) en woongenot onder druk, juist bij grotere gebiedsontwikkelingen waar behalve veel woningen ook voorzieningen worden gerealiseerd.

8

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Bron: https://www.liander.nl/grootzakelijk/transportschaarste/beschikbaarheid-capaciteit/noord-holland?cmp=kaartnoordholland (deze kaart wordt regelmatig bijgewerkt)

3C.

Randvoorwaarde geluidscumulatie

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de woningbouwopgave) In het zuidelijk deel van Noord-Holland staat de bouw van 70.000 woningen onder druk als gevolg van de nieuwe rekenregels voor cumulatie van geluid in de Omgevingswet. Deze cumulatieregel verplicht om ver buiten de beperkingengebieden van Schiphol (die zijn vastgelegd in het Luchthavenindelingsbesluit, LIB) luchtvaartgeluid mee te wegen in de cumulatie. Voorheen gold deze cumulatieverplichting alleen binnen de contouren van het LIB. Daarnaast is er een generieke verzwaring van 10 dB voor luchtvaartgeluid in de formule opgenomen. Dit terwijl er in de lucht niets verandert. Voor woningbouwontwikkelingen betekent dit een verzwaring van de motiveringslast voor woningbouw en daarmee extra juridische risico’s en kosten. Kwalificeren van de geluidssituatie in deze woningbouwgebieden als “tamelijk slecht” tot “zeer slecht” draagt niet bij aan bescherming van de omgeving, maar heeft - op z’n minst - een vertragend effect op een aanzienlijk deel van de geplande nieuwbouw in Noord-Holland dat búiten de wettelijke beperkingengebieden ligt. Het is bovendien niet wenselijk dat de wet luchtvaart en de Omgevingswet niet op elkaar aansluiten:

9

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Wat doen wij al? We werken samen met het Rijk aan een gebiedsagenda (in het kader van NOVEX Schiphol) om de leefomgevingskwaliteit van de Schipholregio te verbeteren, met een goede balans tussen de verschillende integrale opgaven. Wat hebben nodig van het Rijk Voor de bouwopgave van Noord-Holland is het essentieel dat het Rijk bovenstaande problematiek oplost door ervoor te zorgen dat: 1. de Omgevingswet en de Wet Luchtvaart op elkaar aansluiten. 2. de regelgeving voor alle geluidsbronnen eenduidig wordt vastgesteld in de Omgevingswet. 3. de verzwaarde cumulatieregel wordt geschrapt. Op hoeveel woningen heeft dit betrekking? Op basis van de ‘Impactanalyse cumulatie luchtvaargeluid fase 1’ blijkt dat 70.000 geplande woningen in Noord-Holland last hebben van de nieuwe rekenregels en de generieke verzwaring.

3D.

Randvoorwaarden: betaalbaarheid

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de woningbouwopgave) De woningbouwopgave is niet alleen een kwantitatieve opgave, maar ook een kwalitatieve opgave. Juist om te zorgen voor passende huisvesting voor mensen met een lager- en middeninkomen en om de komende jaren goed in te kunnen spelen op de verander(en)de woningbehoefte, bijvoorbeeld als gevolg van de vergrijzing. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Om aan te sluiten bij deze grote behoefte moet in lijn met de Nationale Woon- en Bouwagenda landelijk twee derde van de nieuwe woningen (600.000) tot en met 2030 betaalbaar zijn. Met betaalbaar wordt bedoeld: het sociale huursegment (tot € 764, prijspeil 2022) samen met het middensegment: middenhuurwoningen € 1.000 per maand, prijspeil 2022) plus koopwoningen tot de NHG-grens (€ 355.000, prijspeil 2022). Woningcorporaties hebben via het traject van de reality check laten weten in principe voldoende middelen te hebben om het benodigde aandeel sociale huurwoningen, 30% van de nieuwbouw, te bouwen. De opgave voor middenhuurwoningen moet bij de uitwerking woondeals nog verder worden uitgewerkt. Om er zeker van te zijn dat er tijdig voldoende betaalbare woningen worden gerealiseerd, is het noodzakelijk dat corporaties voldoende positie hebben of krijgen om deze woningen te kunnen realiseren.

Uitgangspunt vanuit het Rijk, provincie, gemeenten en marktpartijen is dat bestaande afspraken (anterieure overeenkomsten) van woningbouwprojecten niet worden opengebroken om het aandeel betaalbaar te verhogen, omdat hierdoor vertraging zou kunnen ontstaan. Corporaties wijzen erop dat juist in projecten die al ver in het ontwikkelproces zijn, kan worden geborgd dat er tot en met 2030 voldoende betaalbare woningen worden gebouwd. Van deze projecten is het vrij zeker dat zij tijdig tot realisatie komen, terwijl veel projecten waarvan het programma nog niet van vastligt – en daardoor een aandeel betaalbaar kan worden gerealiseerd - pas na 2025 zijn gepland en daardoor onzeker zijn. Wat doen wij al? Tot nu toe lag er geen duidelijke taak, of instrumentarium, voor de provincie om te sturen op een specifiek aandeel sociaal en/of betaalbaar in de woningvoorraad van gemeenten of regio’s. In de woonakkoorden hebben wij met de (deel)regio’s wel afspraken gemaakt over het aandeel sociaal in de woningbouwopgave, maar het uitgangspunt daarbij was dat dit ‘in lijn met de lokale en/of regionale behoefte’ door de gemeenten zelf werd onderbouwd en bepaald. Om de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda te kunnen realiseren, neemt het Rijk regie op de volkshuisvesting. Nationale doelen zijn bepalend voor provinciale taakstellingen, regionale woondeals en lokale prestatieafspraken.

De provincie erkent de noodzaak om hierop steviger te gaan sturen. Dit vraagt aanvullend instrumentarium.

10

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Omdat het in onze provincie voor koopstarters vanwege de hoge prijzen steeds lastiger is om een eerste stap op de koopmarkt te zetten, worden als onderdeel van het Masterplan Wonen van de provincie de mogelijkheden van een Fonds Betaalbare koop onderzocht. Via het fonds kunnen de woningen langdurig en meermaals in het betaalbare koopsegment worden aangeboden. Belangrijke voorwaarde – uitdaging - hierbij is voorkomen van verdringing en/of prijsopdrijving. Dit kan door het fonds alleen in te zetten voor nieuwbouw. Andere provincies werken deze mogelijkheid ook uit, of doen hier pilots voor. Hulp van provincies en Rijk bij het opzetten en financieren van een dergelijk fonds helpt gemeenten om de doelstelling voor het aandeel betaalbare koop in het nieuwbouwprogramma te kunnen realiseren. Wat gaan wij doen? Het college van Gedeputeerde Staten draagt bij aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten gericht op 30% sociale huurwoningen in de voorraad, regionaal en per gemeente. Dit streven is opgenomen in het nationale beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Het college van Gedeputeerde Staten doet dit door waar nodig te sturen op voldoende plancapaciteit voor de bouw van sociale huurwoningen.

Dit doen wij door in de uitwerking van het bod in woondeals en woonzorgvisies afspraken te maken om vanaf 2025 op het gewenste aandeel van tweederde betaalbaarheid in de programmering te komen, rekening houdend met de ‘fair share’ doelstelling van 30% sociale huurwoningen in de voorraad in elke regio en gemeente. Om hiernaar toe te groeien, is het uitgangspunt dat gemeenten die nu een sociale huurvoorraad hebben die onder de 30% van de totale gemeentelijke woonvoorraad ligt, in de nieuwbouwprogrammering méér dan 30% sociale huur opnemen of op een andere wijze hun bijdrage leveren. De nieuwbouwdoelstelling voor sociale huur zal hierdoor lokaal en per deel- en woondealregio kunnen verschillen. In de woondeal worden, samen met de gemeenten en corporaties en met consultatie van huurdersorganisaties, afspraken gemaakt over welk deel van de middenhuurwoningen in NoordHolland door woningcorporaties wordt gerealiseerd. In het voorliggende bod en in de programmering van gemeenten zijn hier nu nog niet voldoende plannen voor, maar in de plancapaciteit is ruimte om hierop bij te sturen. Zoals bij de aantallen van het randvoorwaardelijk bod al is toegelicht, is bij circa 32% van de in de plancapaciteit opgenomen woningen het prijssegment nog niet bepaald.

Wat hebben we nodig van het Rijk Om, ten opzichte van de huidige programmering, het aandeel sociaal en betaalbaar in NoordHolland op het gewenste niveau te brengen én te borgen dat deze projecten met een hoog aandeel betaalbaar tot realisatie komen, is het voorwaardelijk dat hiervoor vanuit het Rijk subsidie en instrumentarium beschikbaar komt. Subsidie: o Draag via de Woningbouwimpuls bij aan een hoger aandeel sociaal in projecten. In de Woningbouwimpuls-voorwaarden wordt nu nog uitgegaan van 50% betaalbaar, dit aandeel dient gelijk te worden getrokken met de opgave van het nationale beleidsprogramma ‘betaalbaar wonen’. o Via objectsubsidie. Een vast bedrag per gerealiseerde woning in het sociale of middensegment (zoals de oude BLS regeling) is een goede stimulans om het aandeel betaalbare woningen te vergroten. Een dergelijke regeling geeft zekerheid en voorspelbaarheid voor gemeenten en ontwikkelende partijen. De verdeling van de middelen zou daarbij afhankelijk moeten zijn van de uitgangspunten en afspraken uit de regionale woondeal, met een ruime mate van zeggenschap van provincie en regio voor de wijze waarop de middelen worden ingezet. o Maak het met behulp van subsidie financieel mogelijk én aantrekkelijk om ook bestaande afspraken en grondexploitaties open te breken om het aandeel betaalbare woningen te verhogen.

Voorwaarde zou moeten zijn dat het binnen de bestaande ruimtelijke afspraken en participatie mogelijk is, zodat er geen vertraging ontstaat, dat het om substantiële aantallen gaat, dat de betrokken partijen (marktpartijen, corporaties en overheden) deze aanvraag gezamenlijk doen en dat zij zelf ook een financiële bijdrage aan de programma-omzetting leveren.

11

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

o

Deelname en bijdrage van het Rijk aan provincies en gemeenten die een 'Fonds betaalbare koop' opzetten om koopwoningen in het middensegment langdurig en meermaals betaalbaar te maken en te houden.

Instrumentarium: De Minister voor VRO zal in de wet ‘Versterking regie op de Volkshuisvesting’ zorgen voor versterking van het instrumentarium dat nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk om te sturen op ‘fair share’ in de woningvoorraad. Vanuit Noord-Holland gelden hierbij de volgende aandachtspunten: o

o

o

3E.

Het Rijk brengt woningcorporaties in positie door provincies en gemeenten te voorzien van juridisch instrumentarium en een duidelijke, niet ter discussie staande opdracht om afdwingbare afspraken te maken over het aandeel sociale woningbouw door toegelaten instellingen of andere partijen die ook aandachtsgroepen huisvesten. Het Rijk maakt duidelijk dat dit geldt voor alle gemeenten en – afhankelijk van de betaalbare voorraad en het aandeel fair share van de betreffende gemeente - in alle (grotere) bouwplannen. Juridisch instrumentarium voor gemeenten en landelijke regulering (zodat huurders middeldure huur ook naar een huurcommissies kunnen stappen), om te zorgen voor het betaalbaar houden van woningen in het betaalbare segment: ▪ zowel voor nieuwbouw als voor de bestaande voorraad, ▪ zowel voor sociale als huurwoningen tot een huurprijs van €1.250. Juridisch instrumentarium om in de afspraken over nieuwbouw van betaalbare woningen ook kwalitatieve eisen ten aanzien van toewijzing, oppervlaktes en/of andere kwaliteitseisen en doelgroepen op te kunnen nemen, zodat er ook betaalbare woningen voor meerpersoonshuishoudens en specifieke doelgroepen worden gerealiseerd. Dit draagt ook bij aan de doorstroming.

Randvoorwaarde: Mobiliteit

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Om het mobiliteitssysteem in de provincie Noord-Holland draaiende te houden, gegeven de grote voorziene groei aan woningen en werkgelegenheid, moet de nadruk binnen (investeringen in) de mobiliteit liggen op het remmen van de mobiliteitsgroei door middel van een mobiliteitstransitie. De mobiliteitstransitie wordt gerealiseerd door een mix van investeringen in onder meer fiets en OV, beleidskeuzes gericht op beïnvloeding van gedrag en verstedelijking in de nabijheid van knooppunten. Deze mobiliteitstransitie staat niet op zichzelf, maar er is sprake van integraliteit en samenhang tussen verschillende andere transities en opgaven. Naast het wonen gaat het daarbij ook om werken, stikstof, een gezonde leefomgeving, klimaat & energie. De door de NS voorgenomen afschaling van de treindienstregeling voor 2023 zorgt voor NoordHolland Noord voor zodanig lage frequenties dat de trein nauwelijks meer een aantrekkelijke vervoerwijze is. Praktisch gezien valt NHN daardoor buiten het daily urban system van de MRA. Daarmee kan NHN veel minder goed een overloopfunctie voor woningbouw vervullen voor de MRA. Het zo snel mogelijk herstellen van de (kwartiers)frequenties is cruciaal voor de aanvullende woningbouwopgave in NHN en ook voor delen van de woningbouwopgave in de MRA zelf.

Wat doen wij al? Met betrekking tot woningbouw- en gebiedsontwikkeling ligt de nadruk op ‘gezonde mobiliteit’: stimuleren van lopen, fietsen en OV en het goed benutten van de netwerken, door onder andere het realiseren van HUB’s, focus op het bouwen rond OV-knooppunten (nabijheid) en beperken van groei van automobiliteit ter ontlasting van onder andere het hoofdwegennet in de provincie. Wat hebben we nodig van het Rijk? Wederkerige afspraken tussen Rijk en regio over investeringen in mobiliteit die randvoorwaardelijk zijn voor de woningbouwopgave, via het BO MIRT: Toekenning van verschillende Rijksbudgetten voor de woningbouwopgave en rijksbijdragen aan mobiliteitspakketten die in lijn is met de omvang en urgentie van de provinciale woningbouwopgave. Het gaat hierbij zowel om investeringen op schaalsprongniveau (Zuidasdok, Noord-Zuidlijn, Kleine Ring) als om intergemeentelijke 12

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

-

-

-

investeringen (fiets en OV) en versnellingsprojecten binnen gemeenten, waarvoor in lijn met Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, de Verstedelijkingsstrategie MRA, de aanpak Bereikbare Steden, Multimodaal Toekomstbeeld MRA 2040 en de Woondeal Noord-Holland Noord (NHN), inclusief addendum, afspraken worden voorbereid. We willen over woningbouwgerelateerde mobiliteitsinvesteringen afspraken maken op basis van adaptief programmeren, waarbij we gezamenlijk het proces inrichten en afwegingen maken, vanuit gezamenlijke financiering en verantwoordelijkheid. En waarbij het mogelijk wordt om middelen flexibel in te zetten en daarmee de effectiviteit te vergroten. Samenwerking en subsidieverstrekking vanuit eigenaarschap en programmasturing en programmafinanciering: ‘Regie voeren en samen uitwerken’. Regie voeren door Rijk: welke grootschalige woningbouwlocaties verdienen steun vanuit het Rijk. De uitwerking doen we samen, waarbij ieder bijdraagt aan de voortgang vanuit de eigen verantwoordelijkheid (“huis van Thorbecke”). Hierbij staat uitvoering en uitvoerbaarheid centraal. Laat de afweging of iets moet gebeuren zoveel mogelijk ook op de plek waar het gedaan moet worden. Het Rijk neemt maatregelen om de voorgenomen afschaling van de trein-dienstregeling zo snel mogelijk te herstellen. Het weer opschalen van de dienstregeling is randvoorwaardelijk voor de extra woningbouw in NHN.

Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? Toevoegen van 184.000 woningen in Noord-Holland kan alleen als er wordt geïnvesteerd in schaalspronginvesteringen en in de grootschalige woningbouw rondom OV-Knooppunten. Dit betreft zowel de zeven Noord-Hollandse Bereikbare Steden als diverse ontwikkelgebieden in Amsterdam, waar samen circa 125.000 van de 184.000 woningen worden gerealiseerd. Deze gebieden zijn cruciaal voor het behalen van de woningbouwdoelstelling tot en met 2030. Om vertraging en planuitval te voorkomen is voortvarende besluitvorming over en een bij de omvang van de opgave passende financiële bijdrage uit de middelen voor versnelling en de drie van de zeventien in de MRA gelegen ‘grootschalige woningbouwgebieden’ randvoorwaardelijk. Toekenning neemt niet weg dat ook woningbouwprojecten buiten deze drie gebieden, zowel in MRA als NHN, komende jaren mobiliteitsoplossingen en investeringen vragen, ook van het Rijk. In het ‘addendum Woondeal Noord-Holland Noord’ is inzichtelijk gemaakt welke mobiliteitsmaatregelen nodig zijn om in de periode tot en met 2030 40.000 woningen te realiseren. Hierin zit deels overlap met Bereikbare steden Hoorn en Alkmaar. De regio NoordHolland Noord kan hiermee een hogere woningbouwopgave realiseren dan voor de eigen behoefte nodig is.

Daarmee worden binnen het Daily urban system van de MRA extra woningen gerealiseerd en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave van heel Noord-Holland. De mate waarin dit lukt, is onder andere afhankelijk van het vinden van dekking voor de in het addendum beschreven mobiliteitsmaatregelen. Deze noodzakelijke inzet vraagt een geschatte totale investering van het Rijk van minimaal 367 miljoen euro, waarvoor binnen de regio geen dekking is, in aanvulling op de investeringen van de regio en provincie zelf.

3F.

Randvoorwaarde: Toekomstbestendig bouwen (klimaat, duurzaamheid, circulair bouwen, water & bodem sturend)

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Met het oog op de toekomstbestendigheid van de geplande woningbouw, is het van belang dat dit – zoveel als mogelijk - klimaatadaptief gebeurt. Dit brengt meerkosten met zich mee. Het is daarom belangrijk dat de middelen van het klimaatfonds ook kunnen worden ingezet voor circulair en klimaatadaptief bouwen. Een kleine extra investering nu, levert een grote besparing op in de toekomst, zodat er geen hypotheek wordt gelegd op toekomstige generaties. Wat doen we al De provincies Noord-Holland en Utrecht hebben samen met de MRA een convenant duurzaam en toekomstbestendige woningbouw opgesteld, wat ook Noord-Holland Noord wil gaan toepassen. Ook andere provincies zeggen toe mee te werken aan een verdere ontwikkeling (dat kan zowel individueel als collectief) en gebruik van dit convenant waarmee gemeenten en marktpartijen hun duurzame ambities kunnen preciseren en transparant kunnen maken. Via dit convenant wordt 13

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

stapeling en versnippering van beleid voorkomen. Een meer eenduidige aanpak zorgt voor efficiency in het bouwproces. Als bouwers aan de voorkant weten waar zij aan toe zijn kunnen zij dit vroegtijdig in het ontwerp meenemen, wat tijd en geld bespaart. We werken samen met de Noord-Hollandse gemeenten en waterschappen aan de uitwerking van de intentie-overeenkomst Klimaatadaptief bouwen MRA. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een zogenaamde Signaalkaart Klimaatadaptatie waarbij we niet alleen voor de woningbouwopgaven maar voor alle opgaven in de provincie beter inzichtelijk willen hebben wat dat betekent voor de klimaatadaptieve opgave. Als onderdeel van de ruimtelijke, provinciaal arrangement, het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (als onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk gebied) en vooruitlopend op de verdere uitwerking van ‘water en bodem sturend’ werken we komend jaar samen met de waterschappen uit hoe wij klimaatadaptatie en waterkwaliteit als randvoorwaarde mee kunnen nemen bij de ontwikkelingen, niet alleen op de kortere termijn maar ook richting 2100. Dit betekent onder meer ruimte reserveren voor waterbergingen van de toekomst, terughoudend te zijn met bouwen op gronden die daarvoor niet geschikt zijn en het borgen van de afspraken van de ‘intentieovereenkomst klimaatadaptief bouwen MRA basisveiligheid nieuwbouw’ in de woondeal MRA.

Hoe deze randvoorwaarden en uitgangspunten daadwerkelijk kunnen worden vertaald in ‘water en bodem sturend’ in relatie tot de woningopgaven zal per regio en gebied waarschijnlijk anders zijn. Elk gebied is qua bodem en watersysteem en gerelateerde klimaatopgaven verschillend, maar ook andere eigenschappen, waarden en transities in het gebied zijn sturend in deze. De provincie is het proces en inhoud rondom ‘water en bodem sturend’ op dit moment aan het voorbereiden. Hierin wordt ook de uitwerking voor de genoemde woningopgaven meegenomen. In hoeverre en hoe de randvoorwaarden en uitgangspunten van water en klimaatadaptatie voor de woningbouwopgaven per gebied in de afweging het beste kan worden meegenomen zal zich dus nog moeten uitkristalliseren in samenspel met alle stakeholders. De provincie stimuleert circulair bouwen. We zetten daarbij in op circulaire strategieën als minimaliseer materiaalgebruik, benut beschikbare materialen en producten, gebruik hernieuwbare grondstoffen als biobased materialen, creëer voorwaarden voor een lange cyclus: flexibel, losmaakbaar en voor toekomstige cycli: herbruikbaar, recyclebaar en minimaliseer de milieuimpact.

Om de transitie naar een circulaire bouw te versnellen, voert de provincie diverse acties uit, onder andere: inzet van een circulair bouwexpert en ketenaanjager voor de bouw, gericht op respectievelijk ondersteuning aan gemeenten bij de uitvoering van plannen en het smeden van ketens in de bouw. Delen van kennis via de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen en een circulair bouwprogramma van C-creators. Stimuleren van houtbouw via het Convenant Houtbouw. Wat hebben we nodig van het Rijk Afspraken met het Rijk over de financiering van basisveiligheidsniveaus klimaatadaptieve nieuwbouw, met aandacht voor het lange termijnperspectief: kijken naar situatie in 2100 en verder, om latere hoge maatschappelijke kosten te voorkomen. Invoering van de door de minister aangekondigde ‘nationale maatlat klimaatadaptief bouwen’, gebaseerd op o.a. de intentieverklaring klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. Het Rijk zorgt voor een gelijk speelveld, door regelgeving voor klimaat en duurzaamheid landelijk zoveel mogelijk gelijk te trekken, bijvoorbeeld door het convenant duurzaam en toekomstbestendig bouwen te integreren in Rijks wet & regelgeving. We stimuleren partijen zoveel mogelijk hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen toe te passen en het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen.

Het Rijk ontwikkelt stimulerende programma’s en condities waarmee toegewerkt kan worden naar het door het Rijk vastgelegde circulaire doel van 50% vermindering van abiotische grondstoffen per 2030. De huidige MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) biedt onvoldoende perspectief om actief te kunnen sturen op CO2-impact van gebouwen. Het Rijk zorgt er voor dat er naast de MPG 14

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

-

-

een tweede sturingsnorm komt die is gebaseerd op de data en berekeningssystematiek van de MPG maar die louter stuurt op de GWP-waarde van module A uit de EPB’s van bouwmaterialen inclusief de bijdrage van biogene CO2-opslag daaraan. Het Rijk neemt een stimulerende rol in de opschaling van industrieel bouwen. We zien hier net als het Rijk potentie in, dit biedt een kans om het aandeel hout en biobased materialen te vergroten omdat juist die materialen zich daarvoor lenen en de doorontwikkeling van een aantal biobased materialen daarop gericht kan worden. Zo kan worden versneld in aantallen woningen met als bijkomen gevolg: kortere bouwtijd op locatie, minder en lichter transport, lichter bouwmaterieel en minder tot geen stikstof op de bouwplaats. Daarnaast maakt industrieel biobased ook mogelijk goed ‘losmaakbaar’ te bouwen, hierdoor kunnen bouwelementen in de toekomst hergebruikt worden. Scherp de BENG-norm aan, zodat nieuwbouwwoningen in de toekomst energieneutraal kunnen worden. Neem toekomstbestendig bouwen op in de criteria voor WBI subsidie.

Op hoeveel woningen heeft deze randvoorwaarde betrekking? Dit betreft een generieke randvoorwaarde, die betrekking heeft op alle woningen alsook de ruimtelijke afweging voor en inrichting van nieuwbouwgebieden.

3G.

Randvoorwaarde: Focus op uitvoering!

Wat is de opgave? (randvoorwaarde voor de Noord-Hollandse woningbouwopgave) Uit de reality check komt naar voren dat samenwerking, afstemming en vertrouwen tussen partijen onderling noodzakelijk zijn om tot voldoende woningbouw te kunnen komen. Dit vraagt inzet van alle betrokken partijen vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheden. Zowel het Rijk als marktpartijen en corporaties kijken nadrukkelijk naar de provincie om hier, via de woondeals, steviger dan nu op te sturen. Dit vraagt versterking van het juridisch instrumentarium van provincies. Daarnaast worden hieronder op basis van de reality check diverse aandachtspunten voor samenwerking tussen en de rollen van partijen toegelicht. Specifiek aandachtspunt: participatie en planologische procedures Vergunningverlening Participatie is nu erg gejuridiseerd en dit leidt vaak tot vertraging in de planvoorbereiding en vergunningverlening. Uit de reality check komt naar voren dat vrijwel alle stakeholders zich hier zorgen over maken, terwijl tegelijkertijd het belang van goede participatie wordt erkend. Als mogelijke oplossing wordt meegegeven dat bouwende partijen, de gemeente, huidige én toekomstige bewoners vroegtijdig met elkaar om de tafel moeten om het participatieproces te versnellen. Met de invoering van de Omgevingswet wordt ook op duidelijkheid en versterking van participatie ingezet.

In de gesprekken die in het kader van de reality check binnen de provincie Noord-Holland zijn gevoerd blijkt echter dat er onder partners grote zorgen zijn over de invoering van de Omgevingswet, zowel over het moment van invoeren als over het functioneren. Algemeen wordt verwacht dat dit, zeker rond de invoering, tot veel vertraging van woningbouw zal leiden. Enerzijds door het implementeren van en wennen aan nieuwe regels. Maar ook door onzekerheid over het functioneren van het nieuwe Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarbij de nodige ICTproblemen worden verwacht. Daar komt bij dat door gebrek aan capaciteit zowel de publieke diensten die het moeten uitvoeren (vergunningverleners en plantoetsers) als de rechtspraak al onder druk staan. Wat doen wij zelf al of gaan wij op basis van de reality check versterken? Via bestaande (juridische) instrumentarium en de kaders van de eigen Omgevingsvisie en het Masterplan Wonen zet de provincie zich in voor versnelling van de woningbouw in Noord-Holland. Op basis van de reality check zien wij de volgende aandachtspunten om de focus op de uitvoering te leggen. Zorgen voor voldoende harde plancapaciteit Voldoende (harde) plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen.

Het college van Gedeputeerde Staten zorgt er met de gemeenten in regionaal verband voor dat de optelsom van de gemeentelijke plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale opgave.

15

Randvoorwaardelijk woningbouw bod– integraal onderdeel bestuurlijke afspraken woningbouw Rijk & PNH 2022

Om vertraging in de productie op te kunnen vangen stuurt de provincie er vanuit de provinciale Woonagenda al op dat de voorraad harde plannen minimaal 130% is ten opzichte van de woningbehoefte voor de komende vijf jaar. Onder andere door afspraken in de regionale woonakkoorden en de woondeal en door inzet van de flexibele schil voor bijvoorbeeld extra planjuristen. Daarbij is het belangrijk dat adaptief programmeren mogelijk blijft, zodat er kan worden geanticipeerd op wijzigingen in de vraag. Zodra plannen door vaststelling van het bestemmingplan van ‘zacht’ naar ‘hard’ gaan, worden de flexibiliteit en mogelijkheden tot bijsturing op het programma door gemeenten aanzienlijk beperkt. Het is daarom belangrijk dat vooral reële plannen, die op korte termijn (binnen vijf jaar) gerealiseerd kunnen worden, hard worden gemaakt door deze in bestemmingsplannen vast te leggen. Voor plannen, of deelgebieden, die later gepland zijn kan het vanwege adaptief programmeren juist verstandig zijn dat deze niet op voorhand al hard worden gemaakt. Deze uitgangspunten worden meegenomen in de uitwerking in woondeals. ‘Hard’ of ‘zeker’? Met ‘harde’ plancapaciteit wordt door overheden gedoeld op de planologische status.

Elk project dat gerealiseerd wordt, moet op enig moment planologisch ‘hard’ zijn en uit de reality check komt naar voren dat planologische procedures en het vergunningstraject een groot vertragend effect hebben op de productie (zie hieronder). Daarom is dit zeker een belangrijke indicator. Tegelijkertijd komt in de reality check ook naar voren dat niet alle plannen die planologisch gezien hard zijn, ook daadwerkelijk al tot realisatie kunnen en zullen komen. Diverse gemeenten – en vrijwel alle marktpartijen en corporaties – wijzen er terecht op dat je beter van een hard plan kunt spreken wanneer het investeringsbesluit is genomen en er afspraken zijn tussen gemeente en opdrachtgever, omdat dit meer zegt dan (alleen) planologische status. In de projectenlijst versnellingsmogelijkheden en Primavera wordt dit om diezelfde reden ook als indicator meegenomen. In de governance afspraken over het volgen van de voortgang van projecten werken we dit in de woondeal nader uit. Focus Als onderdeel van het Masterplan Wonen is door de provincie in beeld gebracht welke grote projecten cruciaal zijn om de woningbouwopgave tot en met 2030 te kunnen realiseren, vanuit de 80/20 regel: met 20 procent van de projecten wordt gemiddeld genomen 80% van de productie gerealiseerd.

De provincie zet zich via het Masterplan Wonen, de bouwambassadeur en de kernteams versnelling (MRA en NHN) om gemeenten te helpen om te borgen dat de focus in eerste instantie op deze cruciale projecten ligt, dat hiervoor voldoende ambtelijke capaciteit wordt ingezet en knelpunten tijdig worden gesignaleerd en opgepakt, zodat deze projecten tijdig tot realisatie komen. De bouwambassadeur is gestart om op basis van deze projectenlijst regelmatige voortgangsgesprekken met gemeenten en/of regio’s te voeren. Dit biedt waardevolle informatie voor de gesprekken tussen Rijk, regio en provincie. De afstemming die in het kader van de reality check plaatsvond tussen overheden, waterschappen, ontwikkelaars, corporaties en andere stakeholders levert waardevolle informatie op en is goed voor het verbeteren van de samenwerking. Om die reden wordt via de woondeals een werkwijze uitgewerkt om via bouwtafels de voortgang, haalbaarheid en betaalbaarheid van het programma te bespreken, om waar nodig tijdig bij te kunnen sturen. Door het versterken van afstemming tussen marktpartijen en overheden en focus op dezelfde projecten, kunnen we beter sturen op een continue bouwstroom. De resultaten hiervan zijn tevens belangrijke input voor de voortgangsgesprekken tussen Rijk, regio en provincie.

Tekort aan ambtelijke capaciteit Gemeenten hebben, meer dan ontwikkelaars en corporaties blijkt uit de reality check, te kampen met tekort aan personele capaciteit. Afgelopen en komende jaren is, met cofinanciering van Rijk en provincie, via de flexibele schil in Noord-Holland extra capaciteit en expertise ingezet om woningbouwprojecten te versnellen. Dit heeft tot versnelling geleid en voor gemeenten is het uiterst belangrijk dat deze hulp van Rijk en provincie ook de komende jaren beschikbaar blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12030970/1