04A Bijlage 1. Toelichting en resultaten GHNT - Toekomstscenario
Tekst van het document
Inleiding In dit document vindt u een toelichting over het programma Geweld hoort nergens thuis en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Hierna wordt een overzicht geboden van de belangrijkste activiteiten die vielen onder het programma Geweld hoort nergens thuis en die worden voortgezet in het Toekomstscenario. Tot slot de overige activiteiten die vanuit Geweld hoort nergens thuis Noord-Holland Noord zijn opgestart.
Geweld hoort nergens thuis De ministeries van Justitie en Veiligheid en VWS hebben samen met de VNG het meerjarenprogramma (2019 - 2021) ‘Geweld hoort nergens thuis’ geïnitieerd. In 2021 is besloten om het programma te verlengen tot en met 2022. De ambitie van het programma is: ‘Huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade van geweld te beperkten en de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, duurzaam te doorbreken’. Om deze ambitie te bereiken zijn er 3 actielijnen opgezet: 1. Eerder en beter in beeld 2. Geweld stoppen en duurzaam oplossen 3. Meer aandacht voor specifieke doelgroepen. Onder elke actielijn zijn verschillende speerpunten gehangen die de actielijn concreet maken en per regio wordt bepaald waar aandacht aan wordt besteed. Om focus aan te brengen in het programma zijn er vier kernelementen bepaald op landelijk niveau dat zijn: 1. Visie Gefaseerde ketenzorg 2. Integrale sturing 3. MDA++ 4. Versterken van lokale teams Elke regio heeft een projectleider aangesteld die samen met de gemeenten en de betrokken maatschappelijke organisaties deze speerpunten heeft opgepakt. Naast de regionale aanpak is er ook een landelijk programmateam samengesteld.
Dit team ondersteunt en faciliteert de bewegingen in de regio’s.2 In 2022 is het landelijke programma Geweld hoort nergens thuis overgegaan in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Aanleiding De jeugdbescherming moet effectiever en slimmer worden georganiseerd. Dat voornemen hebben de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de minister voor Rechtsbescherming (JenV). Als gevolg hiervan is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming beschreven en gestart als landelijk programma. Het huidige stelsel is complex en knelt. Kinderen en gezinnen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. Er zijn veel betrokken organisaties zoals lokale wijkteams, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. De vele schakels sluiten niet altijd op elkaar aan, met als gevolg dat de juiste hulp en bescherming tekort kan schieten. Er is niet één gezicht, één professional die bij de gezinnen kan blijven. Om van begin tot eind een relatie op te bouwen, de problematiek in samenhang te beoordelen én integraal aan een oplossing te werken. Er worden kansen gemist.
Wat is het? In het toekomstscenario wordt toegewerkt naar een situatie waarin kinderen, gezinnen en huishoudens kunnen rekenen op tijdige en passende hulp, ondersteuning en bescherming wanneer dit nodig is. Het toekomstscenario gaat uit van vier basisprincipes: (1) Gezinsgericht (2) Rechtsbeschermend en transparant (3) Eenvoudig (4) Lerend Belangrijk uitgangspunt is dat er voor kind en gezin één vast gezicht is. Rondom het kind is er een lokaal team met een vast contactpersoon. Deze werkt nauw samen met een (nieuw op te zetten) Regionaal Veiligheidsteam waarin functies van de Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming zijn samengebracht. Het gezin, al dan niet met kinderen, krijgt dus een vaste professional of een vast duo dat langdurig bij hen betrokken blijft. Om het scenario te beproeven zijn er in meerdere regio’s proeftuinen gestart. In elke proeftuin wordt gewerkt met een veiligheidsteam en alle proeftuinen hebben specifieke opdrachten gekregen in afstemming met het landelijke programmateam (bijv. werk samen via 1 dossier, maak gebruik van 1 onderzoek als veiligheidsteam, heb specifiek aandacht voor volwassenhulpverlening). De proeftuinen kunnen gebruik maken van experimenteerwetgeving, waardoor de samenwerking tussen de partners vanuit verschillende wettelijke kaders wordt gefaciliteerd.
De opgedane lessen worden gedeeld met de rest van het land.
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? In Noord-Holland Noord hebben we geen proeftuin en kunnen we dus geen gebruik maken van de experimenteer wetgeving. Wel hebben we middelen vanuit het Rijk ontvangen om toe te werken naar het toekomstscenario. Het landelijke programma Geweld hoort nergens thuis gaat op in het landelijke programma Toekomstscenario kind en gezinsbescherming. Op landelijk niveau worden de volgende elementen vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis overgeheveld en verder aangestuurd vanuit het Toekomstscenario: a) De visie gefaseerde ketenzorg b) Integrale sturing 2
c) MDA ++ d) Versterken lokale (wijk)teams e) Inzet ervaringsdeskundigheid In samenspraak met beleidsadviseurs van gemeenten en de ketenpartners Raad voor de kinderbescherming, Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instelling actief in onze regio is de volgende opdracht geformuleerd voor het geven van invulling aan het Toekomstscenario in de regio NoordHolland Noord. 1. Het doorzetten van de uitgezette lijnen van het programma GHNT a) Implementeren TOP-3 methodiek (visie gefaseerde ketenzorg) b) Organiseren integrale sturing c) Doorontwikkelen MDA ++ d) Versterken lokale (wijk)teams e) Borgen ervaringsdeskundigheid 2. Inventariseren wat de mogelijkheden en de behoeften zijn om toe te werken naar het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming in Noord-Holland Noord. 3. Ophalen van goede voorbeelden uit de regio en land m.b.t. het werken aan het toekomstscenario en het evalueren van de bestaande aanpak in de regio. 4. Het beproeven van verschillende werkwijzen en samenwerkingsvormen die aansluiten bij de doelstellingen van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming middels (lokale/regionale) pilots. Waar mogelijk worden deze activiteiten uitgevoerd in lijn met de structuur van het programmaopzet van Geweld hoort nergens thuis in Noord-Holland Noord.
3
MDA++ Wat is het? In onze regio lukt het niet altijd om passende hulp in te zetten wanneer er sprake is van complexe problematiek. Vaak betreft dit huishoudens waar problematiek op meerdere leefgebieden speelt. Wanneer er sprake is van structurele onveiligheid en reguliere hulp niet voldoende is, wordt Multi Disciplinaire Aanpak (MDA++) ingezet. MDA++ is een samenwerking van partners die betrokken zijn bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling waaronder gemeenten, Veilig Thuis, politie, Raad voor de kinderbescherming, jeugdhulp, jeugdbescherming en GGZ. In MDA++ bundelen specialisten vanuit deze organisaties de krachten en werken zij met behulp van de TOP-3 methodiek aan veiligheid. Het doel van MDA++ is het doorbreken van patronen van onveiligheid en het creëren van stabiele veiligheid. Dit doen zij door methodisch samen te werken en oplossingen te bedenken over de muren van de organisaties heen.
Wat zijn de resultaten van GHNT op dit onderdeel? ✓ Bij de start van het programma GHNT was MDA++ in de regio Alkmaar al enige tijd actief en werd MDA++ in West-Friesland opgestart. MDA++ in de Kop van Noord-Holland bestond nog niet, er is vanuit GHNT subsidie aangevraagd en verkregen om dit op te starten. ✓ MDA++ is opgericht en sinds juni 2021 actief in de Kop van Noord-Holland ✓ Voorzitters van MDA++ in Alkmaar, West-Friesland en Kop van Noord-Holland hebben gezamenlijk training en intervisie gevolg om de expertise in de TOP-3 methodiek te versterken ✓ Er is regelmatig afstemming tussen de voorzitters van MDA++ in Alkmaar, West-Friesland en Kop van Noord-Holland
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? ❖ De opschaling naar MDA++ en de bekendheid van MDA++ moet worden versterkt, op dit moment wordt er nog te weinig gebruikt gemaakt van deze expertise. Ervaringen uit andere regio’s laten zien dat 1-4% van de meldingen van Veilig Thuis in aanmerking komen voor MDA++. Dit betekent dat er op dit moment nog veel casussen onder de radar zijn die wel door MDA++ kunnen worden opgepakt. ❖ De onderlinge uitwisseling van experts op Noord-Holland Noord niveau moet worden versterkt zodat de juiste expertise op het juiste moment wordt ingezet. ❖ Leren van de casuïstiek die wordt ingebracht is van belang. Op deze wijze kunnen problemen op structurele wijze worden aangepakt. Het terugvloeien van de opgedane kennis van MDA++ naar de keten moet worden versterkt.
4
Visie Gefaseerde ketenzorg & de TOP-3 methodiek Wat is het? De visie Gefaseerde ketenzorg beschrijft dat er altijd wordt er samengewerkt aan drie achtereenvolgende doelen: directe veiligheid, stabiele veiligheid en herstel. Om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken is er eerst directe veiligheid nodig. Daarna is er ruimte om de oorzaken aan te pakken door middel van risicogestuurde zorg. Vervolgens kan er gewerkt worden aan herstel van (ontwikkelings-)schade. In de regio NoordHolland Noord wordt de visie Gefaseerde ketenzorg in de praktijk gebracht doormiddel van de TOP-3 methodiek. De TOP-3 methodiek is een redeneer- en beslismodel om met cliënten en met alle beroepsgroepen in gesprek te gaan over onveiligheid in huiselijke kring. De TOP-3 methodiek helpt bij het ordenen van relevante informatie over onveiligheid, deze te concretiseren, te taxeren en te prioriteren. Dit vergemakkelijkt het samenwerken met alle betrokkenen aan het gezamenlijke doel van veiligheid en leidt tot een gedeelde visie en een stapsgewijze transparante aanpak.
Wat zijn de resultaten van GHNT op dit onderdeel? In de periode 2020 t/m oktober 2022 zijn de volgende stappen gezet. ✓ Bestuurlijke bijeenkomst waarin visie is bekrachtigd door bestuurders van gemeenten en ketenpartners (1 bijeenkomst in maart 2020). ✓ 1 daagse training voor het middenkader waar managers, beleidsmedewerkers en teamleiders zijn meegenomen in visie en TOP-3 methodiek (3 trainingen in najaar 2020 en begin 2021). ✓ Basismodule TOP- 3 voor uitvoerende medewerkers waarin zij leerden te werken volgens de visie en met de TOP-3 methodiek (13 trainingen in de periode oktober 2020 t/m maart 2021). ✓ Inspiratiesessies Gefaseerde ketenzorg waarin professionals zijn meegenomen in de visie en TOP-3 methodiek (2 bijeenkomsten in november 2020 en april 2021). ✓ Werksymposium middenkader waarin gewerkt is aan het realiseren van randvoorwaarden voor goede implementatie (januari 2021). ✓ Train de coach trainingen waarin professionals opgeleid zijn tot trainer in de TOP-3 methodiek (september 2021 t/m juni 2022). ✓ Basismodule TOP- 3 voor uitvoerende medewerkers door trainers uit onze regio (vanaf oktober 2022).
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? ❖ Organiseren van meer trainingen van trainers uit de eigen regio. Op deze wijze wordt de kennis vanuit de eigen regio verspreid. ❖ Organisaties ondersteunen bij het effectief implementeren van de TOP-3 methodiek. ❖ De TOP-3 methodiek vastleggen in samenwerkafspraken. ❖ TOP-3 methodiek als de basis voor het toekomstscenario kind en gezinsbescherming.
5
Integrale sturing Wat is het? De problematiek van huiselijk geweld en kindermishandeling is complex. Naast het feit dat er altijd meerdere betrokkenen zijn – slachtoffer, pleger, getuige etc. - spelen er meestal ook problemen op meerdere leefgebieden. Elk van deze betrokkenen is gebaat bij een systeemgerichte aanpak. Alleen op die manier wordt stabiele en duurzame veiligheid gecreëerd. Een goede systeemgerichte aanpak vraagt om optimale samenwerking. Het organiseren van deze samenwerking is echter complex. De betrokken partijen werken in afzonderlijke ketens en voeren dit werk uit vanuit verschillende wettelijke kaders en beleidsdomeinen. Grofweg gaat het om samenwerking tussen zorg en veiligheid. Maar ook de samenwerking met domeinen als welzijn, werk & inkomen, onderwijs en huisvesting is van groot belang om stabiele veiligheid te creëren. Effectief samenwerken vraagt om actieve sturing vanuit bestuurders van gemeenten en partnerorganisaties. Bestuurders uit verschillende domeinen moeten het voor professionals mogelijk maken huiselijk geweld, kindermishandeling en/of verwaarlozing duurzaam te stoppen en daar randvoorwaarden voor creëren.
Zij kunnen er, al dan niet georganiseerd in een apart bestuurlijk gremium, gezamenlijk voor zorgen dat besluiten in de verschillende domeinen elkaar niet tegenwerken of een doorbraak bewerkstelligen wanneer professionals tegen de grenzen van de regelgeving of financiën aanlopen. Het resultaat zal zijn dat besluiten die elkaar in de praktijk tegenwerken worden voorkomen en structuren die samenwerking in de weg staan worden doorbroken.1
Wat zijn de resultaten van GHNT op dit onderdeel? ✓ Er is een overzicht gemaakt van de overleggen die het onderwerp huiselijk geweld en kindermishandeling raken. Op zowel uitvoerend-, beleids- en bestuurlijk niveau. ✓ Er is doormiddel van een infographic inzichtelijk gemaakt hoe de regio-indeling in NoordHolland noord is binnen de verschillende domeinen. ✓ Er zijn drie bestuurlijk trekkers aangewezen die de drie jeugdregio’s representeren. ✓ Het programma Geweld hoort nergens thuis is als thema ondergebracht bij de commissie Zorg en Veiligheid.
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? ❖ Neerzetten van een sterkte ambtelijke structuur op Noord-Holland Noord niveau. ❖ Verbeterslag op de overlegstructuur met in achtneming van de bovenregionale ontwikkelingen en structuren. ❖ Versterken van de integrale samenwerking tussen zorg en veiligheid op het thema huiselijk geweld en kindermishandeling.
1
A. de Jong, A. Kellenaers, K. de Vaan e.a. (juni 2020) Integrale sturing op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Geweld hoort nergens thuis - Den Haag. 6
Ervaringsdeskundigen Wat is het? Huiselijk geweld en kindermishandeling is een hardnekkig probleem. Het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling blijft voor veel professionals moeilijk. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Verwey en Jonker2 dat wanneer de problematiek bekend is bij de hulpverlening, het in veel gevallen niet lukt om de patronen van geweld te doorbreken. Het inzetten van ervaringsdeskundigen, voormalig plegers of slachtoffers van huiselijk geweld of kindermishandeling, kan een belangrijke bijdrage leveren in het verbeteren van de de hulpverlening. Door gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid komt de leefwereld van slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling namelijk meer centraal te staan. Zij weten wat slachtoffers en plegers nodig hebben en kunnen samen met organisaties de aanpak vormgeven en verbeteren. Ervaringsdeskundigen kunnen het gat dichten dat wordt ervaren tussen de cliënt en de professionals, tussen leefwereld en systeemwereld.
Wat zijn de resultaten van GHNT op dit onderdeel? ✓ 7 ervaringsdeskundigen op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn geworven en getraind ✓ Deze ervaringsdeskundigen zijn vanaf 2021 inzetbaar voor alle gemeenten en ketenpartners voor: o Voorlichting o Meedenken met beleid o Meedenken met casuïstiek o Onderzoek ✓ De ervaringsdeskundigen zijn ingezet voor veel opdrachten waaronder het geven van voorlichting bij o.a. politie, wijkteams en scholen, het meedenken met beleidstukken van o.a. gemeenten en Veilig Thuis en onderzoek.
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? ❖ Het verder uitbreiden van de inzet van ervaringsdeskundigheid door ook ervaringsdeskundigen met andere achtergronden te betrekken (o.a. ervaring met de jeugdbeschermingsketen) ❖ Het structureel betrekken van ervaringsdeskundigen bij de vervolgstappen in het kader van het toekomstscenario. ❖ De inzet van ervaringsdeskundigheid verder faciliteren en stimuleren.
2
Verweij Jonker Instituut (2021) Kwestie van een lange adem. Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? Veweij-Jonker Instituut- Utrecht.
7
Versterken lokale (wijk)teams Wat is het? Eind 2019 is het VNG kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale teams vastgesteld. Een aanleiding voor het ontwikkelen van het kwaliteitskader was het signaal vanuit het Toezicht Sociaal Domein dat het in het merendeel van de lokale (wijk)teams nog niet voldoende lukt om invulling te geven aan hun taken op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Niet alle gemeenten blijken voldoende zicht te hebben op de kwaliteitsvereisten die zij moeten en kunnen stellen aan de lokale (wijk)teams om de cirkel van geweld in gezinnen en huishoudens te doorbreken. Het kwaliteitskader helpt gemeenten te bepalen of zij voldoende toegerust zijn om hun taken op gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling uit te voeren. Met het kwaliteitskader worden er duidelijke handvaten gegeven om de opdrachtgevende en soms uitvoerende rol van de gemeente goed in te kunnen vullen. Met behulp van de zelfscan die naast het kwaliteitskader is ontwikkeld, kan er een beeld worden gevormd van wat er al goed gaat binnen een gemeente en waar er nog verbetering behoeft.
Wat zijn de resultaten van GHNT op dit onderdeel? ✓ De zelfscan behorend bij het kwaliteitskader is in alle gemeenten in Noord-Holland Noord afgenomen onder begeleiding van de projectleiders Geweld hoort nergens thuis. ✓ Er zijn 6 wekelijkse bijeenkomsten georganiseerd voor beleid gericht op het maken van een lokaal plan van aanpak naar aanleiding van de resultaten van de zelfscan. ✓ De eerste gemeenten hebben een lokaal plan van aanpak ontwikkeld, de overige gemeenten werken aan het plan.
Hoe wordt dit onderwerp verder voortgezet? ❖ Alle gemeenten aanjagen en ondersteunen bij het maken van een lokaal plan van aanpak met als doel het versterken van de lokale (wijk)teams. ❖ Inzetten op evalueren van plan van aanpak en opnieuw afnemen van de zelfscan na een jaar. ❖ Het kwaliteitskader wordt landelijk doorontwikkeld en er verschijn in 2023 een nieuwe versie waarin de focus breder zal zijn dan huiselijk geweld en kindermishandeling, ook hierbij bieden de projectleiders ondersteuning bij de afname van de zelfscan en het maken van het plan van aanpak.
8
Overige projecten vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis Onderzoek casus door de keten Het hoofddoel van het onderzoek was het in kaart brengen van de effectiviteit van de keten huiselijk geweld en kindermishandeling in Noord-Holland Noord. Hiervoor is een steekproef van 99 casussen getrokken bij Veilig Thuis. Vervolgens is bij gemeenten en ketenpartners die betrokken zijn bij deze casussen nagevraagd hoe het hulpverleningstraject is verlopen. Na een uitgebreide analyse en gesprekken met teamleiders, managers en uitvoerders vanuit gemeenten en ketenpartners is het eindrapport opgeleverd. Resultaten zijn onder andere dat er in 21% van de casussen na 2 jaar nieuw geweld bekend is, dat de hulpverlening gemiddeld 168 dagen na het incident start, dat de ingezette hulp met name gericht is opvoeden/problematiek van kinderen en minder op geweldgeschiedenis en problematiek van ouders en dat in 26% van de gestarte trajecten de risicofactoren ook daadwerkelijk worden weggenomen. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn 9 aanbevelingen geformuleerd waaronder “zet veiligheid centraal in de aanpak” en “versterk het zicht op veiligheid”. In lijn met de 9 aanbevelingen zijn acties opgezet.
Tijdelijk huisverbod Binnen dit project is gewerkt aan het verbeteren van de werkwijze rondom het tijdelijk huisverbod. Hier zijn de volgende resultaten bereikt: o Samenwerking Veilig Thuis en politie in de voorfase van het tijdelijk huisverbod is versterkt in Noord-Holland Noord. Veilig Thuis gaat nu mee met de politie op huisbezoek en het Risicotaxatie-instrumtent huiselijk geweld (RiHG) wordt gezamenlijk ingevuld. o Verschillende bijeenkomsten zijn georganiseerd met de partners die betrokken zijn bij het uitvoeren van het tijdelijk huisverbod. Hierdoor is de samenwerking versterkt. o Knelpunten binnen het proces zijn in kaart gebracht. Denk hierbij voornamelijk aan wachtlijsten voor gespecialiseerde GGZ behandeling en communicatiestromen tussen verschillende partijen. Waar mogelijk zijn hier knelpunten weggenomen.
Meldcodetraining en aandachtsfunctionarissen in de regio Vanuit dit project zijn er 6 grootschalige meldcodetrainingen georganiseerd om meer professionals bekend te maken met de vernieuwde meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling. De training was gericht op: docenten, kinderopvang, huisartsen en medewerkers van ouderenzorgorganisaties. Tijdens de bijeenkomsten is aandacht besteed aan: o Bekendheid met de aangescherpte meldcode. o Bewustwording dat voor een effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling een multidisciplinaire aanpak én samenwerking noodzakelijk is. o Bekendheid met de functie van Veilig Thuis, het inzichtelijk maken van de werkwijze van en een gezicht geven aan Veilig Thuis. Daarnaast zijn er meer dan 65 aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling opgeleid. Zij zijn eerste aanspreekpunt voor collega’s met vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling, kunnen collega’s opleiden in het toepassen van de meldcode en het signaleren van huiselijk geweld of kindermishandeling en een protocol opstellen. Deze aandachtsfunctionarissen zijn opgeleid in de beroepsgroepen: ouderenzorg, kinderopvang, scholen (PO & VO), eerstelijns professionals en medewerkers van het lokale team van de gemeente.
9
Blijf Veilig na Opvang Het doel van dit project is het bijdragen aan de veiligheid en herstel van vrouwen, mannen en hun kinderen die uit de opvang vertrekken en zelfstandig gaan wonen door het realiseren van een ondersteuner die contact houdt met het gezin, helpt om in verbinding te blijven met het wijkteam (of sociaal domein) en beschikbare hulp, en kan opschalen naar Veilig Thuis als er sprake is van onveiligheid. Hierdoor wordt onveiligheid eerder gesignaleerd en kan er tijdig en adequaat worden ingegrepen waardoor erger wordt voorkomen. Doormiddel van pilots zijn verschillende werkwijzen beproeft. Dit project werd uitgevoerd in samenwerking met o.a. de regio’s Haarlem en Flevoland. In Alkmaar is een pilot ingezet waarbij de vrouwenopvang zodra urgentie wordt aangevraagd contact legt met een maatschappelijk dienstverlener van Mee & de Wering. Deze maatschappelijk dienstverlener houdt contact met de uitgestroomde cliënten en moitort de veiligheid en de ondersteuningsbehoeften. Samen met de Wmo klantmanager, Humanitas en RCO de Hoofdzaak wordt vervolgens gekeken welke ondersteuning nodig is. Uit evaluatie blijkt dat vrouwen die begeleid zijn middels deze methode zich veiliger voelen en dat hun welbevinden vooruit gegaan is. Wegens succes van de pilot wordt de werkwijze uitgebreid naar het hele gebied van regio Alkmaar en West-Friesland.
Ook in de Kop van Noord-Holland wordt gekeken naar implementatie van deze werkwijze.
Drakentemmers Er is een rechtstreeks verband tussen trauma- en gehechtheidsproblematiek en huiselijk geweld en kindermishandeling. Helaas is er op dit moment een tekort aan behandelaren om deze problematiek te behandelen. Drakentemmers is het Expertiseplatform Trauma en Gehechtheid na Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. De missie van Drakentemmers is om bij te dragen aan het realiseren van structurele veiligheid in gezinnen door middel van een beter aansluitend, beschikbaar en toegankelijk behandelaanbod voor slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor is echter specifieke expertise nodig. Drakentemmers vergroot de expertise van professionals door: o (aankomende) traumabehandelaren te trainen en te verbinden o samenwerking tussen de GGZ en de vrouwen- en maatschappelijke opvang cq. de Multidisciplinair Aanpak (MDA++) te stimuleren o knelpunten en good practices in kaart te brengen. Daarnaast richt Drakentemmers zich ook op versterking van de expertise van professionals in het sociale en veiligheidsdomein door trainingen aan te bieden in de leerlijn ‘Huiselijk geweld en traumasensitief werken’. Voor meer informatie zie: https://www.drakentemmers.nl/
10