CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Coalitieakkoord 2026-2030 Werken aan Someren - Koersvast met vertrouwen

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Aanbieden coalitieakkoord8.602 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Werken aan Someren Koersvast met vertrouwen Coalitieakkoord 2026-2030 Gemeenschapslijst – CDA Someren – LSH

Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................... 2 1.

Samenleving, Jeugd en leefbaarheid ..................................................................... 3 1.1 Verenigingen en cultuur ............................................................................................ 3 1.2 Sport ...................................................................................................................... 3 1.3 Sociaal Domein ........................................................................................................ 3 1.4 Scholen en kindcentra............................................................................................... 5 1.5 Statushouders, asielzoekers en Oekraïners .................................................................. 5 1.6 Voorzieningen .......................................................................................................... 5

2.

Veiligheid en weerbaarheid ................................................................................... 6

3.

Wonen, leefomgeving en buitengebied ................................................................. 7 3.1 Woningbouw ............................................................................................................ 7 3.2 Vitaal buitengebied ................................................................................................... 8 3.3 Ruimtelijke kwaliteit ................................................................................................. 9 3.4 Actief grondbeleid .................................................................................................... 9

4.

Duurzaamheid, mobiliteit en openbare ruimte .................................................... 11 4.1 Duurzaamheid ........................................................................................................ 11 4.2 Mobiliteit en Verkeer ................................................................................................ 11 4.3 Openbare ruimte ..................................................................................................... 12

5.

Economie ............................................................................................................ 14 5.1 Economie ............................................................................................................... 14 5.2 Bedrijventerreinen ................................................................................................... 14

6.

Gemeentelijke financiën ...................................................................................... 16

7.

Bestuur, organisatie, participatie en regionale samenwerking ............................ 18 7.1 Bestuurskracht en organisatie ................................................................................... 18 7.2 Participatie ............................................................................................................. 18 7.3 Regionale verantwoordelijkheid ................................................................................. 19

Portefeuilleverdeling ...................................................................................................... 20

1/21

Inleiding Vandaag slaan wij een nieuwe bladzijde open. Met dit coalitieakkoord zetten we een koers uit voor de komende jaren, waarin we nadrukkelijk kiezen voor samenwerking, een heldere richting en keuzes en voor vertrouwen. Dit akkoord is geen eindpunt maar een begin; een kompas dat richting geeft aan beleid en keuzes maakt voor de komende jaren. Daarbij staat de vraag centraal: wat voor gemeente wil Someren zijn en worden? Hoe gaan we invulling geven aan onze toekomst, in een regio die een enorme groei door gaat maken en met de nodige uitdagingen die op deze gemeente af gaan komen. Someren maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de Metropoolregio Eindhoven en Brainport. Daarbinnen willen we ons nadrukkelijker positioneren, door enerzijds kansen in de regio te benutten, maar anderzijds door een bijdrage te leveren aan de uitdagingen die groter zijn dan één gemeente. Als onderdeel van de Peelregio willen we komende jaren ook bestuurlijk nadrukkelijk de samenwerking zoeken met andere Peelgemeenten en gezamenlijk zorgen voor een sterke inbreng binnen de MRE die gehoord wordt. Ook lokaal ligt er een uitdaging om voor de inwoners van Someren te gaan leveren.

Daarom willen we als coalitie meer regie pakken, of het nu gaat over het voeren van een actief grondbeleid, strakker begroten, investeren in de toekomst, een sterkere organisatie en dienstverlening of het benutten van regionale kansen en ontwikkelingen. Die onderlinge samenhang vraagt om integrale afwegingen, scherpe keuzes en prioriteiten die haalbaar en realistisch zijn. De sterke gemeenschapskracht van Someren, zichtbaar in het rijke verenigingsleven, de dorpsondersteuners en de actieve bewonersinitiatieven, vormt een stevige basis om opgaven gezamenlijk aan te pakken. De uitdagingen waar Someren voor staat brengen een noodzaak tot regionale samenwerking, maar juist dat biedt ook kansen om lokale belangen beter te verankeren in bredere besluitvorming en opgaven gezamenlijk aan te pakken binnen de Peel en MRE. Om dit vorm te geven en een antwoord te formuleren op de vraag wat voor gemeente Someren in de toekomst wil zijn, kiezen wij daarom voor een geactualiseerde Omgevingsvisie 2050, waarin we richting gaan geven aan de toekomst van Someren. Een Regiostrategie moet ons komende jaren gaan helpen duidelijk positie in te nemen als onderdeel van de Peel- en MRE-regio en de focus op uitvoering moet gelegd worden in een aantal Programma’s, die per thema duidelijk maken waar raad en college komende jaren mee aan de slag gaan.

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een blijvende inzet op een weerbare samenleving en vragen om daadkracht van de gemeente. Veerkrachtige inwoners, sterke sociale netwerken en een overheid die voorbereid is op crisissituaties zijn cruciaal in een onzekere tijd. Investeren in preventie, woningbouw, de economie en gemeenschapskracht is essentieel om samen sterker te staan in de toekomst en te werken aan een Someren waar we trots op zijn en waar het goed vertoeven is, ook voor de generaties na ons. Alleen samen kunnen we daar uitvoering aan geven, voor een sterker Someren! Namens Gemeenschapslijst Daan Velings Kyra van Bommel Stef Kornuijt Bart de Groot Sandra de Vreede

CDA Someren Caroline van der Hulst Thijs van de Laar Erik Hesius Addie Tielen Frans van der Kuijlen

LSH Marco Stolwijk Irma Vergeer Christel Venhuizen-Geurtjens

2/21

1. Samenleving, Jeugd en leefbaarheid Samenleven doen we in Someren met elkaar. Onze gemeenschap is gebouwd op sterke verenigingen, toegankelijke zorg, goede voorzieningen en een cultuur waarin mensen naar elkaar omkijken. We willen een samenleving waarin iedereen mee kan doen, zich gezien voelt en de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. Daarom investeren we in preventie en in het normaliseren van ondersteuning dichtbij huis, zodat inwoners gezond, zelfstandig en met vertrouwen kunnen leven. Het onlangs vastgestelde beleidsplan Heel Someren Gezond vormt hiervoor een stevig kader, dat we de komende vier jaar verder gaan concretiseren. We koesteren onze verenigingen, stichtingen, vrijwilligers en sportclubs, omdat zij het sociale weefsel vormen dat onze kernen verbindt. Door samen te werken binnen onze dorpen, tussen organisaties en in regionale verbanden versterken we de leefbaarheid en houden we Someren een plek waar iedereen zich thuis voelt en kan meedoen. 1.1 Verenigingen en cultuur Verenigingen zijn de hoeksteen van onze samenleving. Ze brengen mensen samen, versterken de leefbaarheid in onze kernen en vormen het cement dat Someren bindt. We willen onze verenigingen omarmen, faciliteren en ondersteunen waar dat nodig is.

Daarom actualiseren we het subsidiebeleid, zodat we op een transparante en onderbouwde manier keuzes kunnen maken die bijdragen aan een bloeiend verenigingsleven. Met een helder en toekomstbestendig kader geven we verenigingen de ruimte om te groeien, te vernieuwen en hun belangrijke rol in onze gemeenschap te blijven vervullen. Ook culturele organisaties vormen een belangrijk onderdeel van Someren en dragen bij aan de identiteit, leefbaarheid en verbondenheid binnen onze gemeenschap. Naast ons materiële erfgoed koesteren we ook ons immateriële erfgoed. Denk aan onze lokale tradities en culturele gebruiken die onze dorpen kleur en samenhang geven. Tot slot is er in 2025 een cultuurmakelaar aangesteld. De opdracht van deze makelaar dient zich te richten op het ontzorgen van culturele organisaties en verenigingen, onder meer door hen te ondersteunen bij subsidieaanvragen, vergunningstrajecten en andere praktische vraagstukken en door de verbinding te leggen met de vrijwilligerscentrale van Onis. De huidige opdracht moet daar waar nodig op aangepast worden. 1.2 Sport Sportverenigingen zijn een onmisbaar onderdeel van onze gemeenschap. Daarom moet iedere kern over een sportvoorziening beschikken, zodat sport voor iedereen toegankelijk blijft.

Het gezondheidsbeleid dat in 2025 is vastgesteld zullen we op diverse punten gaan actualiseren, op het gebied van sporten en bewegen met behulp van een nieuwe sportnota. Daarnaast stellen we een sportaccommodatiebeleid op waarin we beleid voor binnen- en buitensportlocaties uitwerken. Dit beleid stellen we op in nauwe samenwerking met de verenigingen. We nemen daarbij ook eerder gemaakte afspraken mee. Subsidies voor (sport)verenigingen krijgen een plek in een geactualiseerde versie van een overkoepelend subsidiebeleid. Naast Zwembad De Diepsteeckel en de sporthallen vallen ook de buitensportlocaties onder onze verantwoordelijkheid. Op deze locaties stimuleren we dat verenigingen meer met elkaar optrekken, bijvoorbeeld door samen te werken op één sportpark, voorzieningen te delen of te groeien naar omnisportverenigingen per kern. Dit maakt beheer en onderhoud overzichtelijker, levert financiële voordelen op en biedt kansen voor sterke, gezamenlijke organisatievormen die onze kernen verder verbinden. Daarnaast faciliteren we laagdrempelige buitensportlocaties voor jong en oud die bij de ambities en doelen van ons beleid passen. 1.3 Sociaal Domein De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het huidige zorgsysteem, onder meer door vergrijzing en complexere maatschappelijke vraagstukken, in zijn huidige vorm niet langer houdbaar is.

Niet alleen vanwege de almaar stijgende kosten maar ook vanwege een toenemend tekort aan

3/21

beschikbare arbeidskrachten in de zorg. Dit alles vraagt om maatregelen, zowel op landelijk als op lokaal niveau. Niet omdat zorg minder belangrijk is, maar omdat niet iedere hulpvraag gespecialiseerde ondersteuning vereist. Wmo-consulenten, gezins- en jongerencoaches en dorpsondersteuners vervullen een centrale rol bij het vinden van passende oplossingen voor zorgvragen. Zij kennen de inwoners, signaleren wat er speelt en schakelen snel naar passende ondersteuning. Daarmee zijn zij essentieel in de beweging richting normaliseren en preventie. Wij hechten daarbij grote waarde aan de betrokkenheid van onze inwoners bij het uitwerken van lokaal beleid en de vertaling daarvan naar concrete acties. Ook preventie wordt steeds belangrijker. Met het beleidsplan Heel Someren Gezond heeft de gemeenteraad preventie als leidend uitgangspunt vastgesteld. Het voorkomen dat inwoners te snel een beroep doen op complexe zorg is een gezamenlijke opgave van gemeenten en maatschappelijke en regionale partners. Door te investeren in vroegsignalering, ondersteuning dichtbij huis en het versterken van de eigen kracht van inwoners, verkleinen we de druk op zwaardere zorg; van zorgen voor naar zorgen dat. Daarom willen we ook dat er in specifieke situaties ruimte is voor maatwerkoplossingen bij het verlenen van (jeugd)zorg, waar dat wordt gewenst en nodig wordt geacht.

Dat vraagt om een grotere rol voor informele netwerken en lokale professionals. We geloven daarbij in de kracht van onze dorpen. Een preventieve koers vraagt ook om laagdrempelige, dagelijkse zorg. Daarin past ons streven naar de realisatie van een steunpunt in iedere kern waar inwoners terecht kunnen voor eenvoudige zorgvragen, zoals wondverzorging. We organiseren in samenwerking met onze partners een pilot en gebruiken de opgedane ervaringen voor de verdere uitrol naar alle kernen. Deze steunpunten dragen bij aan het voorkomen van zwaardere zorg en ondersteunen inwoners om langer zelfstandig thuis te blijven wonen, terwijl ze tegelijkertijd de leefbaarheid in de kernen versterken. Mantelzorg is onmisbaar. Deze inzet verdient erkenning en ondersteuning. Wij willen dat mantelzorg wordt gefaciliteerd via een laagdrempelig loket waar burgers terechtkunnen voor informatie, advies en ondersteuning, zoals praktische hulp, begeleiding, regelingen en respijtzorg. Zo zorgen we ervoor dat mantelzorgers hun belangrijke taken vol kunnen houden zonder overbelast te raken. We versterken lokaal de sociale basis rondom jeugd. Vanuit de overtuiging dat ieder kind een goede start verdient streven we ernaar dat kinderen bij tegenslagen tijdig worden geholpen, bij voorkeur buiten de formele jeugdhulp. Dit is in het belang van zowel het kind als het gezin.

De Hervormingsagenda Jeugd en de samenwerking binnen de GR 10voordeJeugd ondersteunen deze beweging. Samen met scholen, verenigingen, zorgpartners en inwoners bouwen we aan een sterke sociale basis waarin jongeren zich veilig kunnen ontwikkelen en volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. De mentale gezondheid van onze inwoners staat, mede als gevolg van toenemende sociale druk en gevoelens van eenzaamheid, onder druk. We starten daarom, samen met partners als de GGD met het ontwikkelen van een integraal plan op dit thema. We blijven daarbij inzetten op de STORM-aanpak, een programma dat jongeren ondersteunt bij het versterken van hun mentale weerbaarheid. Hiermee richten we ons op het vroegtijdig signaleren en voorkomen van ernstige psychische problemen. Werk, inkomen en participatie zijn cruciaal voor zelfredzaamheid en welzijn. Veel inwoners die ondersteuning nodig hebben, ervaren problemen op meerdere leefgebieden, waardoor armoede soms verborgen blijft en zorg wordt gemeden. Daarom kiezen we voor een preventieve en integrale aanpak binnen de GR Peelgemeenten en Senzer, waarbij ondersteuning niet afhankelijk is van gemeentegrenzen. Vroegsignalering, samenwerking en tijdig handelen staan centraal, zodat inwoners passende ondersteuning krijgen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Tot slot intensiveren we de inzet op het tegengaan van laaggeletterdheid.

Jongeren krijgen hierbij speciale aandacht in het kader van ontlezing.

4/21

1.4 Scholen en kindcentra Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat in 2025 is vastgesteld, vormt een stevige basis voor de toekomst van onze scholen en kindcentra. Met dit plan beschikken onze scholen en kindcentra over de middelen en ruimte om onderwijs van kwaliteit te bieden. Daarmee zorgen we ervoor dat kinderen in Someren kunnen opgroeien met een solide start, in gebouwen die passen bij de eisen van deze tijd en bij de ambities die we voor onze jeugd hebben. De beweging naar inclusiever onderwijs is een belangrijke ontwikkeling binnen het onderwijs domein. Per school/integraal kindcentrum bekijken we wat nodig is in het licht van de schaalsprong en onze ambitie voor inclusief onderwijs. We doen dit sober en doelmatig, met aandacht voor functionaliteit, toekomstbestendigheid en de daadwerkelijke behoefte van leerlingen en teams. Ook houden we scherp in de gaten wanneer actualisatie van het IHP nodig is, zodat we tijdig kunnen inspelen op nieuwe inzichten, groei en veranderende onderwijsbehoeften. Dit is nodig in verband met de schaalsprong die steeds meer impact gaat hebben op het lokale onderwijs. 1.5 Statushouders, asielzoekers en Oekraïners De Spreidingswet is op dit moment van toepassing en het huidige kabinet heeft uitgesproken dat deze voorlopig van kracht blijft.

Wij blijven voldoen aan de wettelijke taken die verbonden zijn aan de opvang en huisvesting van statushouders, asielzoekers en Oekraïners. We zoeken naar oplossingen die passen bij onze lokale situatie. Een mogelijke invulling hiervan is het realiseren van een flexibele, tijdelijke woonvoorziening, zoals verder toegelicht in hoofdstuk drie. Hiermee zorgen we voor een humane, tijdelijke en uitvoerbare aanpak binnen onze gemeente. Een structureel AZC past in onze ogen niet bij de schaal van Someren en kan niet rekenen op voldoende draagvlak. Daarom zien we in structurele opvang geen werkbare optie voor de komende jaren. 1.6 Voorzieningen In 2024 is een amendement aangenomen dat oproept tot een duidelijke visie op de vier kernen van Someren, met aandacht voor bevolkingsgroei, leefbaarheid en het gewenste niveau van voorzieningen. Deze visie leveren wij in deze bestuursperiode. De groei waar Someren voor staat vraagt om meer dan nieuwe woningen: ook onze voorzieningen moeten meegroeien. Met een Voorzieningenvisie brengen we in kaart waar we staan en welke keuzes nodig zijn om toekomstbestendig te blijven. We borgen de toegang tot zorg, ondersteunen verenigingen zodat zij de groei kunnen opvangen en versterken de leefbaarheid in alle kernen.

Ook ontwikkelen we samen met diverse Peelgemeenten een Peelbrede barcode met kengetallen die per aantal inwoners aangeven welke voorzieningen passend zijn, zodat keuzes helder en voorspelbaar blijven.

Concreet: -

We maken een nieuwe sportnota. We actualiseren het subsidiebeleid. We zetten de cultuurmakelaar in voor het helpen van verenigingen en organisaties. We stellen een sportaccommodatiebeleid op. We starten een pilot met een steunpunt, met de intentie om uiteindelijk in iedere kern een steunpunt te realiseren. We ontwikkelen samen met partners een plan op om de mentale gezondheid te verbeteren. We maken een Voorzieningenvisie.

5/21

2. Veiligheid en weerbaarheid De wereld verandert in rap tempo en dat brengt, ook op het gebied van veiligheid en weerbaarheid steeds meer uitdagingen met zich mee. Someren is op dit moment een veilige gemeente om in te leven en inwoners ervaren dat ook op die manier, maar we kunnen niet stil blijven zitten als we willen dat dit in de toekomst ook zo zal zijn. In juni 2026 verschijnt een nieuwe veiligheidsmonitor. Deze monitor laat de actuele stand van zaken in Someren zien. Op basis van de uitkomsten zetten we de benodigde acties in gang. Op het gebied van veiligheid werken we goed samen in de regio in verschillende samenwerkingsverbanden. Deze samenwerkingen, zoals in het Peelland Interventieteam (PIT) en binnen de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), zijn belangrijk en willen we waar nodig versterken. De VRBZO heeft komende jaren structureel extra middelen nodig om de basis op orde te brengen, te voldoen aan wettelijke taken en plannen voor de toekomst te maken. Wij onderkennen het belang hiervan, desalniettemin blijven we de kostenstijgingen bij de VRBZO kritisch volgen vanwege onze eigen financiële situatie, die om zorgvuldige integrale afwegingen vraagt. Het doel daarbij is dat de VRBZO zich op een stabiele en efficiënte manier ontwikkelt tot een toekomstbestendige Veiligheidsregio.

Een weerbare samenleving zien wij als een brede maatschappelijke opgave die de hele gemeenschap raakt. In een tijd waarin risico’s complexer worden, willen we samen met inwoners, organisaties en partners bouwen aan een sterke basis die tegen een stootje kan. Daarom stellen we een Programma Weerbare samenleving op, waarin we onze aanpak uiteen zetten. We sluiten aan bij regionale ontwikkelingen en benutten inzichten uit landelijke pilots, maar investeren vooral in een gezamenlijke aanpak waarin overheid en samenleving elkaar versterken. Veilige publieke taak is hier ook een onderdeel van. Zo werken we stap voor stap aan een veerkrachtige en weerbare gemeente waarin inwoners zich veilig voelen en problemen vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en aangepakt. Inwoners moeten zich veilig voelen, maar dat zit in meer dan veilige straten en buurten. Digitalisering brengt kansen maar ook risico’s met zich mee, waar we samen met partners komende jaren nadrukkelijker aandacht aan willen besteden om digitale weerbaarheid te vergroten. Voor ouderen, om digitaal vaardig te raken en te helpen met het herkennen van online oplichting, maar ook voor kinderen en jongeren, die al vroeg om moeten leren gaan met bijvoorbeeld AI en sociale media op een veilige manier. Ook femicide en huiselijk geweld blijven een groot probleem in de samenleving.

We willen hieraan blijvend aandacht schenken met een focus op vroegsignalering via professionals en lokale netwerken en structurele aandacht voor bewustwording, voorlichting en taboedoorbreking te creëren. Onveiligheid zoals huiselijk geweld is niet altijd zichtbaar voor iedereen. Hetzelfde geldt in bepaalde mate ook voor ondermijning. Ondermijning raakt inwoners, ondernemers en de veiligheid van onze gemeente. Tegelijkertijd is de beschikbare capaciteit beperkt, waardoor we scherpe keuzes moeten maken. Daarom onderzoeken we hoe we onze inzet zo effectief mogelijk kunnen organiseren. Daar hebben we in het bijzonder oog voor ondermijning in het buitengebied. Someren kent een uitgestrekt buitengebied waar volop kansen voor ontwikkeling liggen, maar die kunnen ook verkeerde organisaties aantrekken. Daarom willen we de aanpak van ondermijning in het buitengebied samen met andere Peelgemeenten voortzetten. Daarbij zetten we onder andere in op betere bereikbaarheid van handhaving en periodieke evaluatie van risico’s in het buitengebied, gekoppeld aan gerichte acties.

Concreet: -

We stellen een Programma Weerbare samenleving op. We vergroten de digitale weerbaarheid. We pakken ondermijning in onze gemeente aan.

6/21

3. Wonen, leefomgeving en buitengebied Someren staat aan de vooravond van een periode van groei en verandering, de zogeheten schaalsprong. Dat betekent dat Someren tot 2040 met 30% groeit. Wij willen met regie sturen op een toekomst die verder reikt dan het bouwen van huizen. Wij kiezen voor een benadering waarin ruimtelijke ontwikkeling, leefbaarheid en gemeenschapskracht hand in hand gaan. Groei betekent voor ons het versterken van de samenhang tussen onze kernen, het koesteren van wat Someren bijzonder maakt en het creëren van plekken waar mensen zich thuis voelen en elkaar ontmoeten. We zetten ons in om de doelen in de Woondeal te behalen. We pakken kansen in alle kernen en voor alle doelgroepen, zodat iedereen kan meedoen in de ontwikkeling van onze gemeente. 3.1 Woningbouw We groeien met regie en zetten de stap van visie naar uitvoering. Daarom actualiseren we de Omgevingsvisie 2030 en maken we deze toekomstgerichter. Tegelijkertijd kiezen we voor programmasturing om onze ambities daadwerkelijk te realiseren, deze processen lopen parallel. Met een Programma Woningbouwversnelling brengen we structuur in de vele plannen die al klaar liggen en bepalen we in welke volgorde we deze met daadkracht oppakken. Zo creëren we duidelijkheid, tempo en focus en benutten we de kansen.

Ook willen we de bestaande woningvoorraad beter benutten, zodat we sneller kunnen inspelen op de lokale woonbehoefte. Daarbij onderzoeken we mogelijkheden zoals het splitsen van woningen, waarmee we extra woonruimte kunnen creëren zonder nieuwe bouwlocaties aan te snijden. Door slim om te gaan met wat er al is, vergroten we de doorstroming. We stimuleren particuliere woningbouwinitiatieven zoals CPO-projecten, omdat zij bijdragen aan gevarieerde en betaalbare woonmogelijkheden in onze kernen. CPO-groepen nemen zelf verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van hun woningen en creëren daarmee sterke, hechte woonmilieus die goed aansluiten bij lokale behoeften. We ondersteunen deze initiatieven waar mogelijk, zodat meer inwoners de kans krijgen om samen hun woonwensen te realiseren. Om goed zicht te krijgen op onze lokale woonbehoeften voeren wij een woonbehoefteonderzoek uit. Dit doen wij in nauwe samenwerking met de dorpsraden en mogelijk toekomstige wijkraden, zodat de kennis en ervaringen uit de kernen direct worden meegenomen. Daarbij hebben wij bijzondere aandacht voor starters, omdat zij vaak het meest onder druk staan op de woningmarkt. Het onderzoek geeft ons waardevolle inzichten, maar dient niet als strikte leidraad: het ondersteunt onze keuzes, het bepaalt ze niet.

Zo houden wij ruimte om flexibel in te spelen op ontwikkelingen en blijven wij bouwen aan een toekomstbestendig en leefbaar Someren. Het is voor ons van groot belang dat onze inwoners ook in de toekomst in Someren kunnen blijven wonen. Daarom stellen wij een Huisvestigingsverordening op, zodat onze eigen inwoners voorrang krijgen bij het vinden van een woning. De huisvestingsverordening gaat ook gelden voor private partijen. Met deze aanpak versterken wij de binding binnen en tussen onze kernen en zorgen wij ervoor dat Someren, Someren-Heide, Someren-Eind en Lierop dorpen blijven waar mensen kunnen blijven wonen, leven en elkaar ontmoeten. We onderzoeken de mogelijkheden voor een flexibele, tijdelijke woonvoorziening voor meerdere doelgroepen. Te vaak wordt er gekeken naar enkel asielzoekers. Echter, ook starters en spoedzoekers hebben dringend behoefte aan een woonvoorziening. Door deze optie te verkennen, werken we toe naar een situatie waarin we beter kunnen sturen op de inzet en verdeling van schaarse locaties, de beschikbare capaciteit flexibeler kunnen inzetten bij wisselende opgaven en keuzes evenwichtiger en beter uitlegbaar worden richting inwoners.

Participatie en duidelijke communicatie zijn hierbij essentieel: we betrekken omwonenden, dorpsraden en wijkraden en andere partners vroegtijdig, zodat zorgen, kansen en lokale kennis een volwaardige plek krijgen in het proces.

7/21

Netcongestie kan een kantelpunt zijn op het gebied van woningbouw. Daarom kiezen we voor een tweesporenaanpak die zowel tempo als toekomstbestendigheid borgt. In het eerste spoor richten we ons op locaties waar al voldoende netcapaciteit beschikbaar is, zodat hier snel en efficiënt nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd. Daarom geven we het college de opdracht te gaan inventariseren welke locaties kansrijk zijn voor woningbouw omdat hier bijvoorbeeld al een netaansluiting ligt. Tegelijkertijd zetten we het tweede spoor in gang: het voorbereiden van woningbouwprojecten op plekken waar op dit moment nog geen aansluiting mogelijk is. Door deze projecten al planologisch en procedureel gereed te maken, kunnen we direct starten met bouwen zodra er netcapaciteit vrijkomt. Zo houden we vaart in de woningbouw en blijven we voorbereid op de kansen die zich voordoen. Om deze tweesporenaanpak effectief uit te voeren, zetten we in op doorlopende bouwstromen en parallel plannen. Door deze bouwstrategie kunnen meerdere vergelijkbare projecten direct na elkaar of gelijktijdig worden gerealiseerd, zonder onnodige onderbrekingen. Dit zorgt voor lagere kosten, een hogere bouwsnelheid en meer kwaliteit door herhaling en standaardisatie. Om ook binnen de gemeentelijke organisatie de benodigde slagkracht te creëren, richten we een projectbureau Woningbouw op.

Daarmee borgen we dat de versnelling daadwerkelijk wordt waargemaakt en dat we wendbaar en professioneel kunnen inspelen op de woningbouwopgave. Op deze manier willen we tempo maken en kunnen we de afspraken nakomen die in de regionale woondeal zijn vastgelegd. Tot slot ontwikkelen we een Programma Kostenverhaal, waarmee we helder en voorspelbaar vastleggen hoe kosten die samenhangen met een initiatief worden verhaald op de initiatiefnemer. Dit programma vormt een belangrijk instrument om met regie te blijven sturen op een evenwichtige en zorgvuldige ruimtelijke ontwikkeling. Dit programma sluit goed aan op de Nota Grondbeleid die later dit jaar aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Met deze aanpak creëren we duidelijkheid voor initiatiefnemers. 3.2 Vitaal buitengebied Het landelijk gebied van Someren vervult steeds meer functies en staat daardoor onder toenemende druk. We realiseren ons soms te weinig dat de landbouw nog altijd de grootste beheerder van dit gebied is, naast de belangrijke rol van natuurbeherende organisaties. Tegelijkertijd biedt het buitengebied ruimte aan toerisme, wonen en energie, terwijl de landbouwsector in transitie is, de natuur onder druk staat en recreatieparken hun eigen impact hebben. Ook ondermijning in het buitengebied is een groeiende trend die onze aandacht vraagt.

In hoofdstuk twee beschrijven we hoe we deze trend willen keren en welke maatregelen we daarbij nemen. Daarnaast leggen de groeiende energiebehoefte en de vraag naar uitleglocaties voor woningbouw extra beslag op de beschikbare ruimte. Deze ontwikkelingen vragen om een heldere koers: ruimte bieden waar dat kan en bescherming waar dat nodig is, gebaseerd op duidelijkheid, voorspelbaarheid en samenwerking. Voor het landelijk gebied ontwikkelen we daarom een Programma Landelijk Gebied dat richting geeft en zorgt voor regie. We gaan van incidentele gevallen naar duidelijke spelregels. Dit programma maakt inzichtelijk waar ruimte is voor landbouw, waar nieuwe dragers kunnen ontstaan, waar transformatie wenselijk is en waar natuur, biodiversiteit, water en landschap versterking nodig hebben. Zo kunnen keuzes sneller, transparanter en met meer draagvlak worden gemaakt. Te vaak wordt nog gedacht dat natuur en landbouw elkaars tegenpolen zijn. Wij zien dat anders: een sterke natuur en een sterke landbouw versterken elkaar. De recent vastgestelde Natuurvisie 2040 geeft richting aan de omgevingsvisie die we de komende periode gaan actualiseren. Daarbij richten we ons op het vinden van een zorgvuldig evenwicht tussen de verschillende perspectieven en belangen van landbouw, economie en natuur. Dit laten we terugkomen in een op te stellen Uitvoeringsprogramma Natuur.

8/21

De afgelopen jaren lag de nadruk vooral op stoppende boeren. Veel ondernemers hebben zich aangemeld voor de Landelijke Beëindiging Veehouderij (LBV) en beëindigen hun bedrijf. Ook is het beleid voor Voormalige Agrarische Bedrijfsgebouwen en Niet-Agrarische Functies (VAB/NAF) geactualiseerd. In deze raadsperiode geven wij hier uitvoering aan vanuit het principe ‘voor wat hoort wat’. Ook schenken we nadrukkelijk aandacht aan boeren die door willen ontwikkelen. Omdat zij kansen zien of omdat een nieuwe generatie klaarstaat. Deze ondernemers lopen vaak vast in regels, procedures en bezwaren, waarbij provinciale en rijkswetgeving vaak bepalend is. Wij willen naast deze ondernemers staan en hen een reëel perspectief bieden. Binnen onze mogelijkheden zetten we in op ontwikkelruimte voor agrariërs die willen verduurzamen en ondernemen, op een betere en voorspelbare vergunningverlening en op ruimte voor innovatie en experimenten. Ook blijven we diversificatie stimuleren binnen het VAB/NAF-beleid. Tot slot ontwikkelen we het agrarisch loket door tot een sterker aanspreekpunt met inhoudelijke kennis van en uit de sector. De woonopgave is dermate belangrijk dat we hier in eerder in dit hoofdstuk uitgebreid op ingaan. Toch verdient zij ook in deze paragraaf aandacht, omdat landbouw en woningbouw elkaar in het buitengebied kunnen raken.

Spuitzonering is daarbij een belangrijke opgave voor het buitengebied. We gaan hierbij uit van de huidige jurisprudentie van 50 meter, maar willen ons samen met alle betrokken partijen inzetten om te komen tot een gedragen en toekomstbestendige oplossing. 3.3 Ruimtelijke kwaliteit We maken duidelijke keuzes om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Zo hanteren we bij nieuw te ontwikkelen projecten zoveel mogelijk de 3-30-300-richtlijn. Dit betekent dat inwoners vanuit hun woning zicht hebben op drie bomen, dat woonwijken voor minimaal dertig procent worden bedekt door boomkronen en dat iedereen binnen driehonderd meter toegang heeft tot een park, plantsoen of ander hoogwaardig groen. Deze uitgangspunten versterken het mentaal welzijn, stimuleren ontmoeting en beweging en dragen bij aan een gezonde leefomgeving voor alle inwoner 3.4 Actief grondbeleid We gaan de komende jaren meer inzetten op een actief grondbeleid. Dat houdt enerzijds in dat we actief eigen gronden gaan ontwikkelen ten behoeve van woningbouw en meer strategische gronden gaan verwerven, maar anderzijds behelst het ook een werkwijze en strategische blik die we in willen gaan zetten bij uitbreiding van kernen. Daar waar nodig bekijken we de mogelijkheden om de ambtelijke organisatie daar ook naar in te richten.

Waar dit bijdraagt aan onze ruimtelijke en maatschappelijke opgaven, schuwen we het verwerven van sleutelposities niet. Het gaat daarbij om locaties die cruciaal zijn voor woningbouw, maatschappelijke voorzieningen, strategische uitbreidingsruimte of andere publieke belangen. Als onderdeel van een actief grondbeleid vinden we ook dat het college meer instrumenten moet krijgen om dit grondbeleid ook vorm te geven. Daarom moet er bij de periodieke actualisatie van de Nota Grondbeleid een duidelijke verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de raad en het college komen, waarbij er meer zaken gemandateerd of gedelegeerd kunnen worden aan het college. Zo willen we gaan werken met een jaarlijkse grondprijsbrief waarin het college de grondprijzen vaststelt en moeten zij meer (financiële) ruimte krijgen om een actief grondbeleid te voeren, binnen de kaders die de raad stelt en controleert. Daarnaast bekijken we de mogelijkheid voor verdere grondprijsdifferentiatie per kern en verschillende type woningen. Als onderdeel van een actief grondbeleid willen we ook strategischer gaan denken en handelen. Daarom richten we ons in het Programma Woningbouwversnelling ook op een strategisch grondbeleid dat uitvoering en inzicht moet geven aan onze doelstellingen.

Daarmee ontwikkelen we ook een strategie voor grondbeleid voor de lange termijn, die verder reikt dan de komende vier jaar.

9/21

Concreet: -

We actualiseren de omgevingsvisie 2030. We gaan van woorden naar daden met programma’s voor het Landelijk Gebied, de Woningbouwversnelling en het Kostenverhaal. We voeren een woonbehoefteonderzoek uit. We stellen een huisvestigingsverordening op. We onderzoeken de mogelijkheden voor een flexibele, tijdelijke woonvoorziening. We zetten binnen de organisatie een projectbureau Woningbouw op. We stellen een uitvoeringsprogramma Natuur op. We volgen bij nieuwe woningbouwprojecten zoveel mogelijk de 3-30-300 richtlijn. We voeren een actief grondbeleid.

10/21

4. Duurzaamheid, mobiliteit en openbare ruimte Duurzaamheid, een toekomstbestendige openbare ruimte en een veilig en bereikbaar Someren horen bij elkaar. De keuzes die we vandaag maken, bepalen hoe leefbaar onze gemeente morgen is. Daarom zetten we in op een openbare ruimte die klimaatbestendig, energiezuinig is en waarin inwoners zich prettig kunnen verplaatsen. We ondersteunen inwoners bij het verduurzamen van hun woningen, stimuleren energiebesparing en werken aan een lokaal energiesysteem dat past bij de regionale opgaven én bij wat in Someren haalbaar en wenselijk is. Tegelijkertijd zorgen we voor veilige verkeersroutes, goede verbindingen tussen kernen en voorzieningen en een inrichting van de buitenruimte die uitnodigt tot wandelen, fietsen en ontmoeten. Zo bouwen we stap voor stap aan een duurzame, toegankelijke en toekomstgerichte leefomgeving voor iedereen in Someren. 4.1 Duurzaamheid Duurzaamheid betekent dat we leven en produceren op een manier die de aarde niet uitput en vraagt om een evenwicht tussen mens, milieu en economie. Vanuit die gedachte blijven we ons verantwoordelijk voelen voor de Regionale Energiestrategie (RES) en de daarbij behorende Somerense-opgave in kilowattuur. Tegelijkertijd vinden we het essentieel dat de maatregelen die hieruit voortkomen passen bij wat lokaal wenselijk en haalbaar is.

Daarom hechten we aan oplossingen met draagvlak en een sterk sociaal karakter, zodat lusten en lasten eerlijk worden verdeeld en de energietransitie voor iedereen uitvoerbaar en betaalbaar blijft. Steeds meer regionale beleidsinstrumenten vragen om een koppeling met een lokaal energiesysteem. Daarom stellen we in deze raadsperiode integraal duurzaamheidsbeleid op, met aandacht voor opwek, energieopslag, lokale warmtebronnen, isolatie van woningen en samenwerking met woningcorporaties. Hiermee geven we richting aan het energiesysteem van zowel de regio als van Someren, boven én onder de grond. Dit beleid helpt ons om antwoorden te formuleren op de uitdagingen van netcongestie en levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de eerdergenoemde RES-opgave voor Someren. We constateren bij Windpark Diepenhoek dat de 380 kV-netuitbreiding Maasbracht–Eindhoven mogelijk in dit gebied komt te liggen en dat het nog onvoldoende duidelijk is wat de landelijke wetgeving gaat worden over de minimale afstand van windmolens tot woningen. Daarnaast stellen we vast en dat het lokale rendement bij Windpark Diepenhoek nog onvoldoende concreet is uitgewerkt. Ondanks deze onzekerheden willen we wél tempo maken in onze duurzaamheidsopgave. Daarom gaan we samen met inwoners op zoek naar alternatieven voor Windpark Diepenhoek.

Windenergie blijft in onze gemeente bespreekbaar binnen duidelijke (gezondheids)kaders en wanneer inwoners tijdig worden betrokken en kunnen meeprofiteren. Daar waar de Provincie de regie voert, zetten wij ons in voor de belangen van omwonenden en zien wij erop toe dat de windmolens zorgvuldig worden ingepast, met oog voor het beperken van overlast en met respect voor het landschap. Zo werken we aan een energietransitie die zowel verantwoord als gedragen is. Tot slot ondersteunen we onze inwoners actief bij het isoleren, ventileren en kierdicht maken van woningen en andere gebouwen. Samen met partners stimuleren we dit met onder meer subsidies en leningen voor isolatiemaatregelen, met speciale aandacht voor huishoudens met een kleinere beurs. Daarnaast willen we mensen bewuster maken van wat veranderingen in hun eigen gedrag kunnen opleveren aan besparing van gas en stroom. Hiervoor benutten we ook de kennis en inzet van onze energiecoaches optimaal. Ook ontwikkelen we de Transitievisie Warmte 1.0 door naar een Warmteprogramma. 4.2 Mobiliteit en Verkeer We stellen een parkeerbeleid op waarin onder meer parkeergarages, blauwe zones en parkeerfondsen worden meegenomen, zodat we de beschikbare ruimte eerlijk, efficiënt en toekomstgericht kunnen gebruiken. Een zorgvuldig parkeerbeleid houdt winkels, horeca en andere

11/21

voorzieningen goed bereikbaar, zonder dat de kernen en het centrum van Someren dichtslibben. Daarnaast zetten we in op het stimuleren van duurzame mobiliteit, zoals fietsen, laadpalen en openbaar vervoer, om de leefbaarheid en bereikbaarheid verder te versterken. We ontwikkelen een Mobiliteitsprogramma met nadrukkelijke aandacht voor het regionale perspectief. Door beter inzicht te krijgen in de verkeersstromen kunnen we gerichter sturen op bereikbaarheid, leefbaarheid én een structurele verbetering van de verkeersveiligheid. Openbaar vervoer moet voor iedereen toegankelijk zijn. Wij streven naar voldoende haltes en een goede bereikbaarheid van het openbaar vervoer, zodat jong en oud zich gemakkelijk kan verplaatsen binnen en tussen onze dorpskernen, met regionale inzet op directe verbindingen naar Eindhoven, Helmond en Weert. Voor het openbaar vervoer zoeken we samen met vergelijkbare plattelandsgemeenten naar oplossingen die passen bij de lokale structuur en behoeften van onze gemeenschap. We stimuleren maatwerk en kleinschalige initiatieven en gaan hierover actief het gesprek aan met de Provincie. Tegelijkertijd sluiten we aan bij de gezamenlijke lobby van het oostelijke deel van de Brainportregio. Deze inzet moet leiden tot betere verbindingen met Eindhoven, Helmond en Weert, onder andere via routes zoals de Kanaaldijk en de A67.

4.3 Openbare ruimte De openbare ruimte is van groot belang voor alle inwoners van Someren. Het is de plek waar we ons dagelijks begeven, bewegen, spelen en elkaar ontmoeten. De kwaliteit van wegen, fiets- en wandelpaden, het aanwezige groen en goede verlichting bepaalt in hoge mate hoe prettig en veilig mensen hun leefomgeving ervaren. Tegelijkertijd staat deze ruimte steeds meer onder druk door de vele ambities en opgaven die op ons afkomen. De gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en hittestress, vragen om ingrijpende maatregelen. Daarnaast krijgen we te maken met de impact van netcongestie: er moeten meer transformatorhuisjes worden geplaatst, kabels en leidingen moeten worden vernieuwd en in bestaande én nieuwe wijken moet ruimte worden gereserveerd voor innovatieve oplossingen zoals buurtbatterijen en het delen van laadpalen. Dit alles vraagt om scherpe keuzes en om een zorgvuldige afweging tussen ambities, beschikbare ruimte en verwachtingen. Het onderstreept ook het belang van betrokkenheid van inwoners bij hun directe omgeving, zodat we samen kunnen werken aan een toekomstbestendige, leefbare en herkenbare openbare ruimte. Daarom zien we de openbare ruimte als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

We faciliteren inwonersinitiatieven voor vergroening en kleinschalig onderhoud van kleine publieke ruimtes en stimuleren organisaties als Parkmanagement om zorg te dragen voor het onderhoud van de publieke bedrijventerreinen. Bij de herinrichting van wegen en straten of wanneer we klimaatadaptieve maatregelen treffen, blijven we inwoners actief betrekken. We gaan met hen in gesprek over eenvoudige maatregelen die zij zelf kunnen nemen, eventueel met ondersteuning van de gemeente of partners zoals het waterschap, bijvoorbeeld het afkoppelen van de hemelwaterafvoer. Ook willen meer zicht krijgen op het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Dat vraagt om helder inzicht en het stellen van duidelijke prioriteiten. Daarom brengen we de staat van de openbare ruimte systematisch in beeld en stellen we een prioriteitenlijst op voor de meest urgente locaties, in alle kernen. Veiligheid en instandhouding krijgen voorrang boven nieuwe ambities. Op locaties waar dat omwille van de zichtbaarheid nodig is, passen we de frequentie van het bermbeheer aan, zodat het zicht voor weggebruikers optimaal blijft en gevaarlijke situaties worden voorkomen. We willen dat het college eerder en sneller keuzes maakt over wat we wél en niet doen in de openbare ruimte. Niet alles kan en we accepteren daarom dat sommige keuzes zullen wringen.

Someren staat breed bekend als een groene gemeente en dat willen we zo houden. Daarom worden groen en water leidende principes bij nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte,

12/21

met oog voor koppelkansen met andere opgaven. Waar het kan kiezen we voor minder verharding en geven we de ruimte terug aan groen. De openbare ruimte mag bij nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk worden ingericht om beweging en ontmoeting te faciliteren. Door meer ruimte te creëren voor wandelen, spelen, sporten en sociale interactie versterken we niet alleen de leefbaarheid, maar ook het welzijn van onze inwoners. Daarnaast moet de openbare ruimte toegankelijk zijn en blijven voor mensen met een beperking. Ook daar hebben we de komende jaren extra aandacht voor bij nieuwe ontwikkelingen en projecten.

Concreet: -

We stellen een integraal duurzaamheidsbeleid op. We gaan samen met inwoners op zoek naar alternatieven voor Windpark Diepenhoek. We ontwikkelen de Transitievisie Warmte 1.0 door naar een warmteprogramma. We stellen een parkeerbeleid op. We ontwikkelen een Mobiliteitsprogramma. We stimuleren inwoners en maatschappelijke partners om publieke taken in de openbare ruimte over te nemen. We passen het bermbeheer aan, zodat het zicht voor weggebruikers optimaal blijft en gevaarlijke situaties worden voorkomen.

13/21

5. Economie We staan voor belangrijke keuzes in de ontwikkeling van het centrum van Someren, de economie en onze bedrijventerreinen. We willen met regie groeien, kansen benutten en hebben aandacht voor circulariteit. Dat vraagt om heldere kaders, een sterke samenwerking met partners in de regio en een transparante betrokkenheid van inwoners, ondernemers en de gemeenteraad. Vanuit die basis werken we de komende jaren gericht aan een aantrekkelijk dorpshart, een krachtige economische positie en een samenhangende ontwikkellijn voor bedrijvigheid in Someren. 5.1 Economie Voor onze economische ontwikkeling brengen we meer focus en sturing aan, middels een op te stellen Programma Economie. Er ligt een brede verzameling van ruim zestig ambities, maar met een economisch programma creëren we focus en maken we deze doelen haalbaar. Zo pakken we kansen gericht op groei, versterken we het ondernemingsklimaat en zorgen we dat onze inzet aansluit bij wat inwoners, ondernemers en de regio nodig hebben. Het centrum van Someren moet uitgroeien tot de huiskamer van het dorp: een warm, levendig en onderscheidend dorpshart waar winkelen, ontmoeten en genieten vanzelfsprekend samenkomen. Het moet een plek zijn waar inwoners, (maatschappelijke) ondernemers en bezoekers zich welkom voelen en waar de kwaliteit van onze leefomgeving centraal staat.

De centrumvisie uit 2021 sluit niet meer volledig aan bij de huidige ambities en ontwikkelingen. Daarom actualiseren wij de Centrumvisie, zodat zij opnieuw richting geeft aan een aantrekkelijk en levendig centrum. We staan open voor een verzoek om te komen tot een Ondernemersfonds waarmee ondernemers samen investeren in voorzieningen die hen ten goede komen. Dit fonds versterkt het ondernemingsklimaat en maakt gezamenlijke ambities mogelijk die individueel niet te realiseren zijn. De gemeente ondersteunt door de bijdrage te innen, terwijl een onafhankelijke stichting van ondernemers het fonds beheert en de middelen doelgericht inzet. De ontwikkelingen van twee vakantieparken hebben Someren veel opgeleverd en voorzien ruimschoots in de huidige vraag naar verblijfsrecreatie. Voor de verdere ontwikkeling van deze sector richten we ons daarom op het toevoegen van dagrecreatie. We onderzoeken welke ruimte en mogelijkheden er zijn voor één of enkele grotere dagrecreatieve trekkers die passen bij de schaal, identiteit en bereikbaarheid van Someren. Daarnaast zetten we in op het verbeteren van recreatieve routes en op een sterkere koppeling tussen toerisme en de kernen, zodat ook lokale gemeenschappen en voorzieningen meeprofiteren van de groeiende stroom bezoekers.

5.2 Bedrijventerreinen Someren werkt aan de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de Metropool Regio Eindhoven (MRE). Op dit terrein bieden we ruimte aan bedrijven groter dan één hectare die gelieerd zijn aan de regionale maakindustrie. Daarnaast wordt het aandeel logistieke bedrijven, groter dan drie hectare, gemaximeerd op vijftien hectare. We verwachten dat de MRE ons zowel in de voorbereiding als in de realisatie ondersteunt. Voor ons blijven de kaders zoals door de gemeenteraad vastgesteld een voorwaarde om in te stemmen met het omgevingsplan en daarmee met de komst van een regionaal bedrijventerrein. We schenken extra aandacht aan de bestuurlijke structuur en benaderen de ontwikkeling van het terrein als een volwaardige gebiedsontwikkeling. Hierbinnen hebben we in ieder geval aandacht voor een prettig woon- en werkklimaat, duurzame oplossingen, goede huisvesting voor arbeidsmigranten, het versterken van de omliggende natuur en passende oplossingen voor mobiliteit, verkeer en verkeersveiligheid in het gebied. Voor een goede doorstroming op het gebied van verkeer en mobiliteit zoeken we naast de MRE ook nadrukkelijk de samenwerking met de Provincie, waarbij we in het gebied samen willen zorgen

14/21

voor voldoende ontsluiting van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost die niet via de Lungendonk/Eindje loopt en oplossingen die de verkeerssituatie in Lierop verbeteren. Daarbij betrekken we de gemeenteraad én de samenleving intensief, zodat keuzes transparant en uitlegbaar zijn. Met de ontwikkeling van Edelenburg, komt er 4,5 ha aan te ontwikkelen bedrijventerrein te vervallen. Daarom gaan we op zoek naar een nieuw lokaal bedrijventerrein. Bij voorkeur in combinatie met de revitalisering van bestaande bedrijventerreinen. Door de behoefte van onze lokale ondernemers te peilen zorgen we ervoor dat nieuwe terreinen evenals de gerevitaliseerde bestaande terreinen passend gemaakt worden op de lokale behoeftes. Hierdoor ontstaat er een doorlopende ontwikkellijn van kleinschalige bedrijfsactiviteiten op vrijkomende agrarische bedrijven locaties, naar bestaande en verder uit te breiden bedrijventerreinen en tot slot het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost.

Concreet: -

We gaan van woorden naar daden met een Programma Economie. We actualiseren de Centrumvisie. We staan open voor een verzoek om te komen tot een Ondernemersfonds. We zetten in op een recreatieve dagtrekker in onze gemeente. We blijven de kaders van de gemeenteraad hanteren met betrekking tot het Regionaal Bedrijventerreinen Brainport-Oost. We gaan opzoek naar een locatie om een lokaal bedrijventerrein te ontwikkelen. We peilen de behoeften voor een nieuw lokaal bedrijventerrein.

15/21

6. Gemeentelijke financiën De financiële basis van Someren staat in de komende bestuursperiode onder druk. De afgelopen jaren zijn weliswaar met positieve resultaten afgesloten en onze reserves bieden ruimte om tegenvallers op te vangen, maar tegelijkertijd zien we dat de druk op de begroting de komende jaren oploopt. Structurele tekorten dienen zich aan en de financieringsbehoefte neemt toe door noodzakelijke investeringen in onderwijshuisvesting, de openbare ruimte en andere opgaven die op ons afkomen. Daarbij werpt het zogenoemde ravijnjaar 2028 zijn schaduw vooruit: een jaar waarin de rijksbijdragen fors terugvallen en gemeenten landelijk geconfronteerd worden met een structureel financieel gat. Om Someren financieel sterk te houden, willen we de begroting structureel in evenwicht laten zijn. Daarbij kijken we zorgvuldig naar wat nodig is om onze voorzieningen op peil te houden, ruimte te bieden aan groei en tegelijkertijd verantwoord te blijven investeren. We voeren een zorgvuldig en verantwoord financieel beleid, waarbij we groeien met regie. Dat betekent dat we eerst kijken waar we kunnen besparen en efficiënter kunnen werken. Vervolgens zetten we in op het verder kostendekkend maken van heffingen en leges. Tevens richten we ons op investeringen die de samenleving versterken én inkomsten genereren.

Denk daarbij aan het bouwen van woningen en het stimuleren van de economie, waardoor de OZB-inkomsten stijgen (vanwege areaalstijging) en mogelijk ook de inkomsten uit het gemeentefonds toenemen. In de afgelopen jaren is regelmatig gebleken dat plannen optimistischer waren dan de uitvoering toeliet. Daardoor werden middelen gereserveerd die uiteindelijk niet of veel later werden benut. Door dit planningsoptimisme structureel terug te dringen, ontstaat meer realistisch inzicht in wat echt nodig is. Bij de Jaarrekening 2026 zal duidelijk worden in hoeverre de maatregelen uit het Zero Bases Budgetting-traject (ZBB) hierop al hun uitwerking hebben gehad. Om de verwachte tekorten in 2028 tegen te kunnen gaan, gaan we richting de Kadernota 2028 daarom opnieuw een ombuigingstraject doorlopen, met als doel om strakker te gaan begroten op budgetten, planningsoptimisme terug te dringen en als raad weloverwogen keuzes te kunnen maken in wat we wel en mogelijk niet prioriteren of gaan doen komende jaren. Daarbij nemen we de maatregelen en resultaten uit het ZBB-traject ook mee en moet inzichtelijk worden welke financiële keuzes er gemaakt kunnen worden en welke gevolgen die hebben. Daarbij onderzoeken we ook of het ditmaal niet enkel ingestoken kan worden vanuit benchmarks van andere gemeenten, maar ook op basis van onze eigen financiële resultaten de afgelopen jaren.

Door onze begrotingen en jaarrekeningen over de afgelopen jaren te vergelijken, krijgen we een beeld op welke plekken structureel begrotingsruimte zit. Het doel van een volgend besparingstraject is om strakker te gaan begroten en daarbij in te steken op een cultuuromslag. We willen van ruim begroten en veel geld overhouden naar strakker begroten en indien nodig bijramen. Deze omslag vraagt niet alleen iets van de organisatie en het college, maar ook van de gemeenteraad in haar budgettaire rol. Daarnaast zetten we in op groei van onze inkomsten door te investeren in woningbouw en bedrijvigheid. Door forse investeringen in de organisatie en manier van werken kunnen achterstanden worden weggewerkt en ontstaan er door meer woningbouw en bedrijvigheid op termijn meer OZB-inkomsten zonder de tarieven te verhogen. Bij deze investeringen lopen de lasten echter vooruit op de baten, waardoor een structurele dekking niet direct voor handen is. Daarom zetten we 10% van ons vrij besteedbare deel van onze algemene reserve gericht in om in eerste instantie de investeringen op het gebied van groei van onze inkomsten op korte termijn te dekken, tot deze zich op de lange termijn daadwerkelijk uit gaan betalen. Waar nodig zetten we het restant van die 10% in om de verdere begroting in balans te houden.

Door deze 10% van deze reserve te gebruiken, creëren we ruimte om noodzakelijke keuzes te maken zonder direct grote ingrepen te doen in voorzieningen of lasten voor inwoners. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat de reserve op peil blijft, door aanvullingen na een positief jaarrekeningresultaat en een herijking van onze bestemmingsreserves, zodat Someren ook in de

16/21

toekomst voldoende buffer heeft om risico’s op te vangen en te kunnen blijven investeren waar dat nodig is. Naast groei van de algemene inkomsten kijken we ook naar mogelijkheden binnen onze eigen tarieven. We willen verder toewerken naar kostendekkende leges, riool- en afvalstoffenheffing. Daarmee versterken we de financiële basis. Ook sturen we sterker op onze liquiditeit en solvabiliteit, zodat Someren financieel gezond blijft. Bij nieuwe investeringen nemen we voortaan altijd het rentecomponent mee, zodat de werkelijke kosten van investeringen volledig zichtbaar zijn. Dit moet verder verwerkt worden in een op te stellen Rentevisie, die meer kaders voor de treasury mee moet gaan geven vanuit de raad. De inkomsten van Someren groeien de komende jaren mee met de ontwikkeling van onze gemeenschap. Nieuwe woningen zorgen voor extra opbrengsten uit de OZB, terwijl ook het gemeentefonds meebeweegt bij een bovengemiddelde groei van onze bevolking. Als laatste mogelijkheid kijken we naar het verhogen van de OZB-tarieven voor inwoners en bedrijven, in lijn met wat in de regio gebruikelijk is. Zo versterken we stap voor stap onze financiële basis, zonder de lasten onnodig te verhogen.

Concreet: -

We dringen het planningoptimisme terug. We starten richting kadernota 2028 een nieuw ZBB-traject. We werken toe naar kostendekkende heffingen en leges. We stellen een Rentevisie op.

17/21

7. Bestuur, organisatie, participatie en regionale samenwerking 7.1 Bestuurskracht en organisatie Het rapport ‘Lage Akkerweg hoog opgelopen’ geeft veel leerpunten en aanbevelingen voor zowel de ambtelijke organisatie als het nieuwe college mee. De organisatie en het nieuwe college moeten zich realiseren dat een sterker samenspel vereist is. Een samenspel waar een basis van vertrouwen is, waar afspraak ook echt afspraak is en waar iedereen zijn eigen rol kent en daar zuiver naar handelt. Een cultuur waar we elkaar aanspreken op wat beter kan en het geven en ontvangen van feedback de standaard is. Alleen dan kunnen we het maximale voor de inwoner bereiken. Tot slot richten we de commissievergaderingen efficiënter in, wat de kwaliteit van de vergaderingen ten goede komt. Afgelopen december heeft de raad kennisgenomen van het rapport Op de grens – Review Bestuurskrachtonderzoek. De conclusies hiervan zijn raadsbreed onderschreven. Als coalitie zetten we in om de basis van de ambtelijke organisatie op orde te brengen. De grote uitdagingen, groei en kansen waar Someren voor staat, vragen om een sterke en wendbare gemeentelijke organisatie. Goed werkgeverschap mag hierbij niet ontbreken. De gemeente is er ten dienste van inwoners en ondernemers. Daarom verbeteren we de dienstverlening richting inwoners. Een toegankelijke, betrokken en meedenkende overheid is een basisvoorwaarde.

Iedereen moet gemakkelijk contact kunnen leggen met de gemeente en zich serieus genomen voelen. Wij vinden het belangrijk dat ambtenaren weten wat er speelt in hun werkgebied. Zij moeten zichtbaar zijn, de wijk en het lokale ondernemerschap kennen en actief het gesprek aangaan met inwoners en ondernemers. Regelgeving moet eenvoudiger en begrijpelijker worden. We willen regels die ondersteunen in plaats van tegenwerken, zodat mensen kunnen doen waar zij goed in zijn. Hierbij treedt de gemeente op als partner die meedenkt en helpt om plannen mogelijk te maken. Het toekomstig college dient samen met alle negentien raadsleden de uitdagingen aan te gaan en de kansen te benutten die op ons pad komen. Daarbij worden zij geacht te handelen vanuit het principe van collegiaal bestuur: zij vormen één team, spreken met één mond en doen dit vanuit de overtuiging dat we er staan voor alle ruim 20.000 inwoners van onze gemeente. Tot slot zijn drie van de vier wethouders niet woonachtig in de gemeente Someren. De ontheffing van de woonplaatsvereiste voor de gehele bestuursperiode is voor ons een vanzelfsprekendheid om zo de continuïteit van het bestuur te borgen. 7.2 Participatie Besturen doen we met onze inwoners, niet naast of voor hen. Daarom stellen we binnen een jaar een Participatieverordening vast die helder maakt hoe en wanneer inwoners kunnen meedenken, meedoen en meebeslissen.

Het uitgangspunt daarbij is dat we beter en meer faciliteren, zodat inwoners daadwerkelijk in positie worden gebracht. Voor het behoud van onze bestuurskracht is het benutten van de gemeenschapskracht van Someren essentieel. Door deze kracht actief in te zetten, versterken we de samenwerking tussen inwoners, organisaties en gemeente en zorgen we ervoor dat er niet vóór de inwoner wordt bestuurd, maar mét de inwoner. We willen deze bestuursperiode een besluit nemen over de toekomst van het gemeentehuis. Inwoners hebben recht op een plek waar zij zich welkom voelen en waar zij eenvoudig terechtkunnen voor hun vragen en afspraken. Tegelijkertijd verdienen ambtenaren een werkomgeving die goed bereikbaar is, gezond is en past bij modern werkgeverschap.

18/21

7.3 Regionale verantwoordelijkheid Als Someren zijn we onlosmakelijk verbonden met de Brainportregio. Deze regio groeit, biedt kansen en vraagt om een actieve bijdrage. Daarom willen we als Someren nadrukkelijk onze rol pakken en bijdragen aan de verdere ontwikkeling van deze innovatieve en economisch sterke omgeving. De MRE en de gemeenten in de Peel zijn daarbij belangrijke partners. We stellen een regiostrategie op waarin we onze ambities, inzet en verantwoordelijkheden helder vastleggen. Daarmee nemen we onze positie in het regionale netwerk serieus en zorgen we ervoor dat Someren niet alleen meebeweegt met de ontwikkelingen, maar ook actief bijdraagt aan de kansen die Brainport biedt voor onze inwoners, ondernemers en leefomgeving.

Concreet: -

We zetten in om de basis van de ambtelijke organisatie op orde te brengen. We stellen binnen een jaar een Participatieverordening vast. We stellen een regiostrategie op.

19/21

Portefeuilleverdeling Gemeenschapslijst

CDA

CDA

LSH

Daan Velings

Patrick van

Daniël van

Joan Briels

Openbare orde

Grond- en

der Broeck Economie

Schijndel Openbare Ruimte

Regionale zaken

en veiligheid

vastgoedbeleid

Uitvoering toezicht en handhaving

Financiën

Natuur, milieu en landbouw

Afval

Duurzaamheid, energietransitie en netcongestie

Weerbaarheid

Ruimtelijke ordening

Volkshuisvesting en woningbouw

Water en rioolbeheer

ICT, archief, automatisering en digitalisering

Burgerzaken en algemene (juridische) zaken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16983520/2