CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden - Vragen VVD fractie Someren m.b.t. huisvesting asielzoekers

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Flexibilisering asielketen809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Vragen VVD fractie Someren m.b.t. huisvesting asielzoekers •

Klopt het dat dat er landelijke afspraken zijn aangaande de wet? Met de inwerkingtreding van de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (hierna: ’de Spreidingswet’) heeft de wetgever de gemeenten een wettelijke taak gegeven om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken. Deze landelijke Spreidingswet maakt daarmee een einde aan de oude situatie waarin het Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (hierna: ‘het COA’) afhankelijk was van de vrijwillige medewerking van gemeenten.

•

Is het college bekend met deze landelijke afspraken of de beleidsregel verdeelbesluiten? Het college is bekend met de landelijke afspraken en beleidsregels.

•

Wat is in deze Landelijke afspraken/beleidsregel verdeelbesluiten vastgelegd mbt verplichtingen die voor bepaalde datums gehaald moeten zijn? De data uit de wetscyclus zijn hard. De fases raming, overleg, verdeling en uitvoering volgen elkaar op. Voor de overzichtelijkheid hebben we de data op een rij gezet: o o

Raming: voor 1 februari 2024 Overleg: 1 februari – 1 november 2024

o

Verdeling: beslistermijn minister 1 november – 31 december 2024.

o

Uitvoering: twee jaar opvang en opvangvoorziening moet vanaf 1

31 december 2024 verdeelbesluit juli 2025 beschikbaar zijn

De termijn van 1 november 2024 is voor de gemeente minder hard dan voor de provincie. De provincie moet het verslag op deze datum uit brengen aan de minister zodat de minister het verdeelbesluit kan gaan nemen. Zoals gezegd neemt de minister het verslag over, maar als het verslag geen blijk geeft van een uitvoerbare en volledige invulling kijkt de minister naar een andere wel haalbare invulling. Er kan dus voor worden gekozen om geen verslag in te dienen, maar dan wordt er ook geen rekening gehouden met de wensen van de provincie en de gemeenten. •

Door wie zijn deze landelijke afspraken gemaakt en voor wie gelden deze? Met de inwerkingtreding van de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (hierna: ’de Spreidingswet’) heeft de wetgever de gemeenten een wettelijke taak gegeven om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken. De wetscyclus is op 31 januari 2024 gestart met de capaciteitsraming van de minister van Justitie en Veiligheid voor het aantal opvangplaatsen dat in het gehele land naar verwachting de komende twee jaren benodigd is. De raming is uitgekomen op in totaal 96.000 opvangplaatsen. Daarnaast voorziet de minister in

een raming voor het aantal opvangplaatsen per provincie (de zogenaamde provinciale opvangopgave) en een indicatieve verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Voor de gemeente is van belang dat de provincie Noord-Brabant in totaal 14.689 opvangplaatsen heeft toebedeeld gekregen en de gemeente dient er daarvan 121 ter beschikking te stellen aan het COA. Deze 121 opvangplaatsen zijn momenteel nog indicatief, het is mogelijk om in onderling overleg met de overige Brabantse gemeenten een andere verdeling te maken. De provincie is ervoor verantwoordelijk dat aan het einde van de rit alle 14.689 opvangplaatsen zijn ingevuld in de gemeenten. Na de capaciteitsraming is op 1 februari 2024 de overlegfase gestart. Dit overleg wordt gehouden door middel van zogenaamde Provinciale regietafels. Onder voorzitterschap van de Commissaris van de Koning (hierna: ‘CvdK’) wordt overleg gevoerd tussen de colleges van B&W, gedeputeerde staten en het COA om de indicatieve verdeling in te vullen. Het is mogelijk dat een gemeente meer of juist minder opvangplaatsen invult dan in de verdeling door de minister was opgenomen. De CvdK brengt voor 1 november 2024 aan de minister verslag uit van het overleg. De gedachte van de wetgever was dat gemeenten gedurende de overlegperiode (1 februari – 1 november 2024) ook al zouden starten met handelingen om opvangplaatsen mogelijk te maken.

De minister, maar eigenlijk de staatssecretaris, zal vervolgens op basis van de twaalf verslagen van iedere provincie een verdeelbesluit nemen vóór 31 december 2024. Het verdeelbesluit (per provincie) is juridisch bindend. Tegen het verdeelbesluit staan de rechtsmiddelen uit de Algemene wet bestuursrecht open. De opvanglocatie zelf wordt niet vastgesteld in het verdeelbesluit. In het verdeelbesluit wordt per provincie bepaald hoeveel opvangplaatsen er moeten worden gerealiseerd per gemeente. Als uit het overleg geen overeenstemming is gekomen omdat de gemeente vóór 1 november 2024 geen keuze heeft kunnen maken over het aantal opvangplaatsen dat zij beschikbaar kan stellen zal de minister toch een verdeelbesluit moeten nemen. De minister zal dan dus geen rekening kunnen houden met de ‘wensen’ van de gemeente. Het aantal opvangplaatsen voor de gemeente wordt dan vastgesteld overeenkomstig (i: evenwichtigheid) de ‘SES-WOA-score per gemeente’ van het CBS, (ii: de geschiedenis) de duur en omvang van eerder geboden asielopvang en de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten, (iii) de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit. •

Hoe verhouden deze afspraken zich met de informatie die het college eerder met de raad heeft gedeeld? Het college heeft naar eer en geweten gehandeld, gecommuniceerd en informatie gedeeld zoals die voor hen beschikbaar was. Het college heeft daarin de principes van zorgvuldigheid betracht. Tevens heeft het college bij twijfels juridisch advies ingewonnen.

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14761564/1