6d Toelichting BP Veegplan XI bijlage 2 Ruimtelijke onderbouw Hugterweg 10
Tekst van het document
- Ruimtelijke onderbouwing -
Hugterweg 10 te Someren Gemeente Someren
- Ruimtelijke onderbouwing -
Hugterweg 10 te Someren Gemeente Someren
Status:
definitief
Datum:
29 oktober 2020
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 6 6 7
Aanleiding en doelstelling Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
9 9 10 11 12
Ligging plangebied Huidige situatie Beschrijving planvoornemen Verkeer en parkeren Landschap
Hoofdstuk 3 Beleidskader
15
3.1 3.2
Nationaal beleid Provinciaal beleid
15 17
3.3
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
31
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
31 32 32 33 35 35 36 37 38 41 42 44
Algemeen Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Natuur Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
45
5.1 5.2
45 45
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ruimtelijke onderbouwing
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
3
4
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
Ter plaatse van Hugterweg 10 te Someren (kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G, nummers 3303 en 5333) is een woonhuis met daarbij een schuur ter grootte van 350 m2 gelegen. De locatie is in het verleden in gebruik geweest voor agrarische doeleinden, maar is recentelijk omgezet naar wonen (Veegplan VI) en als woonlocatie verkocht. Vanwege de wijziging van agrarische bedrijfslocatie naar woonlocatie, zijn destijds in het Veegplan twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen die als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse te verbeteren; overtollige bebouwing op de locatie dient te worden gesloopt en de locatie dient landschappelijk te worden ingepast. Voor wat betreft de sloopverplichting geldt dat na de sloop 269 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zou mogen resteren. Om aan de vereiste sloop te voldoen, zou onder andere een deel van de nu nog aanwezige schuur gesloopt moeten worden. Voor wat betreft de landschappelijke inpassing geldt dat deze moet worden uitgevoerd conform het toen vastgestelde landschappelijk inpassingsplan. Met de sloop en landschappelijke inpassing samen, zou bij het omzetten naar de woonbestemming in het veegplan, worden voldaan aan een minimale basisinspanning aan kwaliteitsverbeterende maatregelen ter waarde van € 24.584,-.
Aan de sloopverplichting is deels voldaan, 60 m2 aan overtollige bedrijfsgebouwen binnen het plangebied is namelijk gesloopt, alleen de bestaande schuur van 350 m2 is gehandhaafd; hiervan had echter ook 81 m2 gesloopt moeten worden. Dat is niet gebeurd. Ook heeft de landschappelijke inpassing nog niet geheel plaatsgevonden. Ondertussen is het perceel gekocht door de huidige eigenaar. De huidige eigenaar van de woonlocatie is tevens eigenaar van een kleinschalig hoveniersbedrijf en heeft daarom de wens om bij zijn woning een aantal kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten behorend bij het hoveniersbedrijf uit te voeren. De bestaande schuur van 350 m2 zou goed voor de opslag en stalling van werktuigen van het hoveniersbedrijf gebruikt kunnen worden. Maar, gezien het feit dat de locatie enkel bestemd is als wonen en een deel van de schuur (te weten 81 m2 ) wegens de eerdere sloopverplichting gesloopt dient te worden, is het gebruik van de locatie voor het kleinschalig hoveniersbedrijf en het behoud van de schuur ter grootte van 350 m2 in de huidige situatie, planologisch-juridisch gezien, niet toegestaan.
Om een kleinschalig hoveniersbedrijf én het handhaven van de bestaande schuur in zijn bestaande omvang zijnde 350 m2 mogelijk te maken, zou conform het beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied van de gemeente Someren de functieaanduiding 'Wonen-plus' aan de huidige woonbestemming kunnen worden toegevoegd. De toevoeging van deze functieaanduiding maakt het namelijk mogelijk om, passend binnen de omgeving, een kleinschalig bedrijf (maximaal milieucategorie 2) aan huis te vestigen. Tevens wordt met deze functie-aanduiding een maximaal oppervlak van 350 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Voorwaarde hierbij is dat het 'extra' oppervlak aan bijgebouwen wordt verdiend conform de gemeentelijke sloopbonusregeling. Het extra oppervlak wordt in dit geval berekend op (350-269=) 81 m2 . Met het toekennen van de aanduiding 'Wonen plus' aan de woonbestemming wordt van het vigerend bestemmingsplan afgeweken. Om genoemde ontwikkeling mogelijk te maken, wordt het plan meegenomen in het eerstvolgende veegplan (Veegplan XI) waarmee de planologische gebruiksactiviteit in combinatie met het behoud van de schuur ter grootte van maximaal 350 m2 kan worden vergund. Hiervoor wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke sloopbonusregeling waarmee de extra 81 m2 ten opzichte van de reeds vergunde situatie kan worden verdiend.
Onderhavig plan is reeds aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
5
voorgelegd. Het college van B&W heeft besloten in principe medewerking te verlenen aan de ontwikkeling, met als voorwaarden: 1. 2.
Er dient nog te worden voldaan aan de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering van het voorgaande bestemmingsplan ter waarde van € 24.584,-. Er dient te worden voldaan aan de kwaliteitsverbetering van het landschap wegens de huidige bestemmingswijziging. De benodigde kwaliteitsverbetering dient te worden berekend op basis van de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) van de gemeente Someren.
Voorliggend document heeft tot doel de beoogde ontwikkeling ruimtelijk te onderbouwen. De ruimtelijke onderbouwing zal onderdeel uitmaken van het eerstvolgende veegplan (Veegplan XI) van de gemeente Someren.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Someren. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G nummers 3303 en 5333. Aan de west-, noord- en oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Hugterweg. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk agrarische bedrijven gevestigd en een aantal voormalige agrarische bedrijfslocaties die zijn herbestemd tot wonen.
Globale ligging planlocatie
1.3
Geldend bestemmingsplan
De geldende planologisch-juridische regeling is vastgelegd in bestemmingsplan 'Veegplan VI, gemeente Someren 2018', zoals vastgesteld op 19 december 2018. Op basis van dit bestemmingsplan heeft de locatie Hugterweg 10 te Someren (deels) de navolgende bestemmingen en aanduidingen: enkelbestemming 'Wonen - Buitengebied'
6
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 5' functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaarde sloop gebouwen 2' maatvoering 'maximum: 269' gebiedsaanduiding 'milieuzone - boringsvrijezone' bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouwen uitgesloten'
Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Op basis van het vigerend bestemmingsplan is het oprichten van een kleinschalig hoveniersbedrijf bij de woning aan Hugterweg 10 en het behouden van de schuur van 350 m2 planologisch-juridisch gezien niet mogelijk.
1.4
Leeswijzer
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 het plan zelf beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleid van de verschillende overheden dat van toepassing is. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan getoetst aan de hand van milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid van het plan beschreven.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
7
8
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Hoofdstuk 2
Plangebied en planontwikkeling
In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en het voornemen beschreven. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de ruimtelijke effecten van het project en de wijze waarop kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvindt.
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Hugterweg 10, ter plaatse van de kruising van de Hugterweg en de Biezervenweg in het buitengebied van de gemeente Someren. Het plangebied is nabij de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Limburg gelegen. De Hugterweg vormt de verbinding tussen de kern Someren-Heide en de kern Maarheeze (van buurgemeente Cranendonck). Het agrarisch gebied waarin het plangebied is gelegen, wordt gekenmerkt door het grootschalige agrarisch karakter met (boeren-)erven aan de weg en tussenliggende weidse zichten over de akkers en weidepercelen en is als jong ontginningsgebied aan te merken. De horizon wordt beëindigd door de bosranden van de omliggende grootschalige bosgebieden.
2.2
Huidige situatie
De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit een vrijstaande woning en een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw c.q. een schuur ter grootte van 350 m2 gelegen ten westen van de woning. Aan de straatzijde van het perceel ligt een tuin omzoomd met geschoren hagen en enkele solitaire bomen. Ook voor de gevel van de schuur (de langsgevel) staat reeds een hoge geschoren haag, waardoor de schuur slechts voor een klein deel zichtbaar is vanaf de weg. Op het achterterrein staat een jonge bomenrij, bestaande uit verschillende soorten. Onderstaande twee afbeeldingen geven een impressie van het plangebied.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
9
Impressie plangebied
2.3
Beschrijving planvoornemen
Het voornemen bestaat om bij de woning aan Hugterweg 10 een kleinschalig hoveniersbedrijf te exploiteren. Hiermee is als het ware sprake van de ontwikkeling van een bedrijf aan huis. Het is in dit kader de wens om op de locatie een aantal kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten behorend bij het hoveniersbedrijf uit te voeren. Op de bedrijfslocatie Hugterweg 10 is geen personeel werkzaam. Het overgrote deel van de werkzaamheden van het hoveniersbedrijf zal echter elders, op locatie bij klant, worden uitgevoerd. De kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die wel ter plaatse van Hugterweg 10 worden uitgevoerd, zijn beperkt tot het vroeg in de ochtend opstarten en verlaten van de locatie richting klant, en later in de middag bij terugkomst het opruimen van spullen en klaarzetten van materieel en materiaal voor de volgende dag. Tevens worden de voor het hoveniersbedrijf noodzakelijke werktuigen onderhouden en gestald c.q. opgeslagen. Het is de wens de reeds binnen het plangebied aanwezige schuur ter grootte van 350 m2 voor deze stalling c.q. opslag te gebruiken.
Om genoemd voornemen planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken, wordt conform het beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied van de gemeente Someren (hierna NAF-beleid, zie 3.3.2) de functieaanduiding 'Wonen-plus' aan de huidige woonbestemming toegevoegd. De toevoeging van deze functieaanduiding maakt het mogelijk om, passend binnen de omgeving, een kleinschalig bedrijf (maximaal milieucategorie 2) aan huis te vestigen. Tevens wordt met deze functie-aanduiding een maximaal oppervlak van 350 m2 aan bijgebouwen toegestaan. In de huidige situatie is 269 m2 aan bijgebouw toegestaan. Het behoud van de schuur in zijn bestaande omvang zou daarom betekenen dat met het plan (350-269=) 81 m2 aan 'extra' bijgebouw mogelijk wordt gemaakt. Dit extra oppervlak aan bijgebouwen kan met de gemeentelijke sloopbonusregeling (zie 3.3.2) worden verdiend.
Concreet bestaat het voornemen uit: Aansluitend op het NAF-beleid van de gemeente Someren de aanduiding 'Wonen-plus' toe te voegen aan de vigerende woonbestemming; Aansluitend op het NAF-beleid van de gemeente Someren 350 m2 aan bijgebouw toe te staan. Hiervoor
10
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
dient 81 m2 aan 'extra' bijgebouw op basis van de gemeentelijke sloopbonusregeling te worden verdiend. Verder geldt dat er met het plan dient te worden voldaan aan de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Hierbij dient ook te worden voldaan aan de bestaande verplichtingen ten aanzien van sloop en landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het geldend bestemmingsplan. Zie hiervoor paragraaf 2.5.
2.4
Verkeer en parkeren
Verkeer Door de ontwikkeling van een bedrijf aan huis in de vorm van een kleinschalig hoveniersbedrijf, neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie Hugterweg 10 toe. Het aantal extra verkeersbewegingen dat ten gevolge van het planvoornemen gegenereerd wordt, wordt berekend op basis van kentallen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’.
Onderhavig kleinschalig hoveniersbedrijf wordt, gezien de beoogde bedrijfsvoering, ingeschaald onder de bedrijfsfunctie ‘arbeidsextensief / bezoekersextensief’. De verkeersgeneratie voor een dergelijke functie bedraagt 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal. Uitgaande van een bvo van 350 m2 , wordt de maximale verkeersgeneratie berekend op (3,5 * 5,7=) ca. 20 verkeersbewegingen per etmaal.
Het op- en afrijden van de locatie door werkverkeer gebeurt via de bestaande inrit aan de Biezervenweg (zie onderstaande afbeelding). De Biezervenweg betreft een zijstraat van de doorgaande weg Hugterweg. In tegenstelling tot de Hugterweg, is de verkeersintensiteit ter plaatse van de Biezervenweg zeer laag. Hierdoor vormt het op- en afrijden van de locatie geen problemen in het kader van de verkeersveiligheid.
Bestaande inrit vanaf de Biezervenweg
Vanaf de Biezervenweg is het mogelijk om zowel in oostelijke als westelijke richting af te slaan op de Hugterweg. Ter plaatse van de aansluiting van de Biezervenweg op de Hugterweg is er in beide richtingen goed zicht op de doorgaande weg. Op deze wijze kan het verkeer vanaf de locatie op een veilige wijze op de Hugterweg invoegen.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
11
Aansluiting Biezervenweg op Hugterweg
Gezien de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen en het feit dat het werkverkeer op een veilige wijze de locatie op en af kan rijden, vormt het aspect verkeer geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Parkeren Op basis van de CROW-kencijfers geldt voor een bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief gelegen in het buitengebied van een weinig stedelijk gebied een gemiddelde parkeernorm van 1,05 pp per 100 m2 bvo. De parkeerbehoefte voor onderhavige ontwikkeling wordt hiermee berekend op (1,05*3,675=) 4 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen worden op eigen terrein voorzien. Hiervoor wordt de ruimte nabij de inrit aan de Biezervenweg, ten westen van de schuur, voor aangewend. De eigenaar van het kleinschalig hoveniersbedrijf c.q. de bewoner van Hugterweg 10 heeft nog een extra parkeerplaats tot zijn beschikking ter plaatse van de oprit bij de woning.
Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het parkeren probleemloos op eigen locatie kan worden opgelost.
2.5
Landschap
De ontwikkeling van de bestaande woonlocatie tot woon-werklocatie met bedrijf-aan-huis wordt voorzien van een landschappelijke inpassing en moet daarnaast voldoen aan de provinciale en gemeentelijke beleidskaders voor ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling van een locatie dient uiteindelijk te leiden tot een verbeterde ruimtelijke kwaliteit. Maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit zijn divers en kunnen zowel gericht zijn op een afname van het bebouwingsoppervlak, landschappelijke en natuurlijke maatregelen ter inpassing, vergroening, versterking van natuurlijke netwerken, en/of slopen van bebouwing ter plekke of elders. De landschappelijke inpassing zoals vastgesteld in het bestemmingsplan 'Veegplan VI, gemeente Someren 2018' is grotendeels gerealiseerd. Ten opzichte van het vastgestelde landschapsplan wordt nu voorgesteld om voor enkele ondergeschikte onderdelen tot een alternatieve inrichting te komen. Deze nieuwe inrichting is qua financiële investering minimaal gelijk aan de eerder afgestemde maatregelen. Het aangepaste landschapsplan als Bijlage bij deze onderbouwing toegevoegd. Tevens geeft onderstaande afbeelding een impressie van het landschapsplan weer.
12
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Impressie landschapsplan Hugterweg 10 (bron: Van der Sanden Groen)
Door de landschappelijke inpassing zoals voorgesteld in de Bijlage uit te voeren, wordt aan de minimale basisinspanning voor landschappelijke inpassing voldaan. Daarnaast wordt conform het beleid in de LIR 2020 een bijdrage in het BiO fonds gestort als aanvullende kwaliteitsverbetering. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.3.4. Het tot uitvoer brengen van dit landschapsplan en het storten van de bijdrage in het BiO fonds wordt opgenomen als voorwaardelijke verplichting in het veegplan waar deze onderbouwing deel van uit zal maken en wordt ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
13
14
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, wordt momenteel de Nationale Omveringsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Vooralsnog is totdat de NOVI van kracht wordt, het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden.
Anders dan in de voormalige Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap (waaronder het beleid voor Nationale Landschappen) laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Het Rijk borgt dat het rivierensysteem ruimte houdt om water over Rijntakken en Maas veilig af te voeren, ook voor de lange termijn, mede ter bescherming van het binnendijkse plangebied. Het belang van bescherming van de buisleidingen is in een aparte structuurvisie vastgelegd.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
15
Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.
Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer Natuurnetwerk Nederland en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Onderhavige ontwikkeling heeft geen gevolgen voor aangewezen nationale belangen, derhalve heeft het Barro geen consequenties voor voorliggend plan. 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening: ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren. Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.
In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Zo geldt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien enkel sprake is van een planologische functiewijziging die niet van dusdanige aard en omvang is (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075).
Met onderhavig planvoornemen wordt een kleinschalig hoveniersbedrijf bij een reeds bestaande woning toegestaan. Met het plan vindt geen toename van het feitelijk bebouwd oppervlak plaats en er is enkel sprake van een planologische functiewijziging middels het toekennen van de aanduiding 'wonen plus' aan een vigerende woonbestemming. Gezien de aard van het voornemen, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet aan de orde en vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
16
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 14 december 2018 de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' met bijbehorend planMER vastgesteld. Dit vooruitlopend en anticiperend op de in werking treding van de nationale Omgevingswet in 2021.
Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's en een provinciale omgevingsverordening
De ontwikkeling en het gebruik van de bestaande woonbestemming in combinatie met het kleinschalig hoveniersbedrijf ziet op kleinschalig niveau toe op het realiseren c.q. werken aan een concurrerende, duurzame economie, waarbij de economische kracht op de locatie wordt behouden en op duurzame wijze leegstand op termijn wordt voorkomen. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie, waaronder de Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014. De Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014 wordt in de volgende paragraaf 3.2.2 toegelicht. 3.2.2 Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014 De Structuurvisie RO 2010 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. In de SVRO kiest de provincie voor een ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes. Daardoor dragen ontwikkelingen bij aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant.
De ruimtelijke keuzes geven invulling aan het streven naar ruimtelijke kwaliteit en zijn van provinciaal belang.
De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem. Met aandacht voor hoogwaterbescherming, droogte, biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen. Met aandacht voor cultuurhistorische waarden en de leefbaarheid van kleine kernen. En een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied, met sterke steden, groene geledingszones en uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Met aandacht voor sterke regionale economische clusters, (inter) nationale bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden).
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
17
Partiële herziening 2014 Op 7 februari 2014 hebben Gedeputeerden Staten de Structuurvisie RO 2010 – partiële herziening 2014 vastgesteld. Het betreft geen geheel nieuwe visie, omdat de bestaande structuurvisie recentelijk is vastgesteld en de visie en sturingsfilosofie voor het overgrote deel nog actueel zijn. Op onderdelen vindt er echter bijsturing plaats. Als gevolg van diverse besluiten die Provinciale Staten recent hebben genomen en die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Dit betreft onder meer besluiten over de toekomstige duurzame ontwikkeling van de veehouderij, alsmede het provinciaal natuur/groenbeleid en de investeringsagenda Agenda van Brabant (PS december 2010 en PS juni 2013).
De belangrijkste wijzigingen zijn: Verander(en)de sturing en rol van de provincie: de provincie zet meer dan voorheen in op het actief aangaan en ondersteunen van allianties en innovatieve financieringsconstructies; Er vindt een verschuiving plaats van aanbod- naar vraag gestuurd beleid(netwerksamenleving); Nieuwe financieringsconstructies vanuit de Investeringsagenda; Versterkt stedelijk netwerk: de provincie werkt aan een kader voor versterking van de agglomeratiekracht van Brabant; Het nieuwe natuurbeleid vraagt om een wijziging van het compensatiebeleid: financiële compensatie wordt gemakkelijker en fysieke compensatie vindt in beginsel plaats binnen de EHS; De ondergrond is als provinciaal belang benoemd; Het beleid voor een zorgvuldige veehouderij en mestverwerking is conform de besluiten rondom de Transitie naar zorgvuldige veehouderij aangepast. Aanpassing van de uitvoeringsparagrafen, vanwege de gewijzigde sturingsfilosofie en rol van de provincie en daarmee de inzet van instrumenten. Gemengde plattelandseconomie In de Structuurvisie en de partiële herziening ervan wordt een onderscheid gemaakt in gebieden in Noord-Brabant. Onderhavig plangebied is gelegen in het Landelijk gebied, specifiek in het gebied 'Accentgebied agrarische ontwikkeling'.
Uitsnede structurenkaart Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014
De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen
18
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Deze laatste gebieden worden ook wel Primair agrarische gebieden genoemd. Onderhavig plangebied maakt echter deel uit van het gebied waar sprake is van een ontwikkelperspectief voor een gemengde plattelandseconomie.
In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etc. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten, maar ook als zelfstandige functies, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden.
Conclusie Met onderhavig plan wordt een kleinschalig hoveniersbedrijf, ondergeschikt aan een reeds bestaande woonbestemming, toegestaan. Hiermee is als het ware sprake van de ontwikkeling van een bedrijf aan huis. Voor de opslag en stalling van werktuigen voor het kleinschalig hoveniersbedrijf wordt de reeds op locatie aanwezige schuur hergebruikt.
Het voornemen draagt bij aan de ontwikkeling van de gemengde plattelandseconomie. Het plan is niet in strijd met de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie en de partiële herziening ervan. 3.2.3 Interim Omgevingsverordening De provincie heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.
De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
19
Uitsnede Interim omgevingsverordening
Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied Het plangebied is gelegen in het Landelijk gebied, specifiek Gemengd landelijk gebied. Onderhavige ontwikkeling ziet hier toe op de realisatie van een bedrijf aan huis, in de vorm van een kleinschalig hoveniersbedrijf, bij een reeds bestaande woning.
Op basis van artikel 3.9 geldt voor een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk gebied mogelijk maakt, dat deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting of onderbouwing bij dat plan dient daaromtrent een verantwoording te bevatten.
Met het planvoornemen wordt voorzien in een gedegen landschappelijke inpassing waarmee wordt voldaan aan de minimale inspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Tevens wordt elders, conform de sloopbonusregeling, overtollige bebouwing gesloopt. De verantwoording omtrent de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit is nader beschreven in paragraaf 2.5. Het plan voldoet hiermee tevens aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit.
Stalderingsgebied Het plangebied is gelegen in het gebied dat op basis van de Interim omgevingsverordening is aangeduid als Stalderingsgebied. In de Interim omgevingsverordening is voor veehouderijen gevestigd binnen het Stalderingsgebied geregeld dat een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf voor hokdieren enkel onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. Gezien de aard van het voornemen, vormen de voor Stalderingsgebied gestelde regels geen belemmering voor onderhavig plan.
Boringsvrije zone Het plangebied is gelegen binnen het gebied 'Boringsvrije zone'. De boringsvrije zone is gericht op het behoud
20
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
van de beschermende kleilaag in de bodem. Hieraan kan bijvoorbeeld invulling gegeven worden door middel van een aanlegvergunningenstelsel voor activiteiten in de bodem die de beschermende kleilaag kunnen doorboren. Gezien de aard van onderhavig voornemen, leidt de ligging van de planlocatie binnen de boringsvrije zone niet tot belemmeringen.
Attentiezone stiltegebied Het plangebied is gelegen binnen de 'Attentiezone stiltegebied'. In de 'Attentiezone stiltegebied' gelden regels ten aanzien van geluidbelasting. Zo geldt als richtwaarde voor de geluidbelasting vanwege een geluidsbron binnen de Attentiezone stiltegebied een gemiddeld geluidsniveau van 50 dB(A) op de grens van het stiltegebied. De geluidbelasting van voorgenomen ontwikkeling blijft onder deze grens.
Natuur Netwerk Brabant Tot slot geldt dat de locatie niet binnen het Natuur Netwerk Brabant is gelegen, maar wel nabij. Het beleid in het NNB is erop gericht het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden te borgen. Gezien de aard van het voornemen, wordt aangenomen dat het plan geen negatieve invloed heeft op het nabij gelegen NNB.
Conclusie Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de gestelde kaders van de Interim omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Someren 2028 Op 24 april 2013 is de 'Structuurvisie Someren 2028' door de gemeenteraad vastgesteld. In de structuurvisie heeft de gemeente Someren kernambities voor het jaar 2028 geformuleerd. Hieruit wordt beschreven dat Someren in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente is die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. Someren ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat Someren een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij Someren. Door de verscheidenheid en toegankelijkheid van het buitengebied in zijn algemeenheid en een landelijk bekende toeristische attractie specifiek, heeft Someren een aantrekkingskracht op recreanten.
Op de structuurvisiekaart zijn verschillende gebieden en structuren onderscheiden. Het plangebied Hugterweg 10 maakt onderdeel uit van een jonge heideontginning en deels het beekdallandschap. Onderstaand figuur geeft een uitsnede van de kaart weer.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
21
Uitsnede Structuurvisie Someren 2028 (plangebied in rode contour)
Voor ontwikkelingen zoals in onderhavige situatie zijn in de structuurvisie geen specifieke voorwaarden opgenomen. Algemene doelstelling in het buitengebied is te komen tot een vitaal buitengebied. Transformatie van een voormalig agrarisch getint buitengebied naar een buitengebied waar natuur- en landschapsontwikkeling, toerisme, wonen en duurzame (intensieve) veehouderij in goede samenhang gesitueerd zijn met respect voor elkaars belangen maakt hier onderdeel van uit.
Met het plan wordt onder andere tegemoet gekomen aan de wens een kleinschalige bedrijfsruimte bij een woning in het buitengebied toe te laten. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing en de sloop van overtollige bebouwing elders. Hiermee wordt bijgedragen aan de vitaliteit en het versterken van de omgevingskwaliteit van het buitengebied. Het plan is daarmee passend binnen de structuurvisie. 3.3.2 Beleid niet-agrarische functies in het buitengebied Gemeente Someren heeft op 28 juni 2018 de beleidsnota 'Beleid voor niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen' (hierna NAF-beleid) vastgesteld. De beleidsnota gaat in op de problematiek rondom de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (VAB's) met daarbij de vraag welke (extra) functies er worden toegestaan in het buitengebied. Het doel is een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied te ontwikkelen dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat aan iedere inwoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden. De gemeente tracht dit op twee manieren te bereiken: enerzijds door uitbreidingsruimte toe te kennen mits de ontwikkeling bijdraagt aan de doelstelling 'verdien de ruimte' en anderzijds door maatregelen in te voeren die de sloop van VAB’s stimuleren.
Wonen-plus In de beleidsnota is opgenomen dat omschakeling van woonbestemmingen naar niet-agrarische bedrijvigheid
22
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
in het buitengebied in principe niet wordt toegestaan. Uitzondering hierop is de mogelijkheid om een kleinschalig bedrijf bij een woning in de vorm van 'wonen-plus'. Wonen-plus betreft het door één van de bewoners als ondergeschikte functie aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit in de milieucategorie 1 of 2, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden terwijl aan huis de organisatorische activiteiten en activiteiten zoals opslag van materialen en stalling van voertuigen plaatsvinden.
Met het planvoornemen wordt een kleinschalig hoveniersbedrijf, in de milieucategorie 2, bij een woning in het buitengebied mogelijk gemaakt. De bedrijfsactiviteiten vinden in hoofdzaak elders op locatie plaats en aan huis vinden voornamelijk de organisatorische activiteiten en activiteiten als opslag van materialen en stalling van voertuigen en werktuigen plaats. Deze opslag is voorzien binnen een schuur ter grootte van 350 m2 die reeds binnen het plangebied aanwezig is.
Sloopbonusregeling Onderhavig planvoornemen gaat uit van het toekennen van de aanduiding 'Wonen-plus' bij een woonbestemming. Door het toekennen van deze aanduiding, kan een kleinschalig bedrijf aan huis in de vorm van een hovenier worden uitgevoerd. Het voornemen bestaat de schuur ter grootte van 350 m2 te gebruiken voor opslag van materialen en stalling van voertuigen en werktuigen van het hoveniersbedrijf. Dit is conform het gemeentelijk beleid. In het gemeentelijk beleid is namelijk opgenomen dat indien er ten tijde op een locatie een grotere oppervlakte bijgebouwen staat dan 350 m2 , die is vergund of krachtens overgangsrecht is toegestaan, deze grotere oppervlakte dan teruggebracht dient te worden naar het toegestane maximum van 350 m2 . De sloopbonusregeling hoeft in dit geval niet te worden toegepast.
Echter, vanwege de eerdere wijziging van agrarische bedrijfslocatie naar woonbestemming is in het vigerend bestemmingsplan een sloopverplichting opgenomen op basis waarvan geldt dat na de sloop 269 m2 aan bijgebouwen op de locatie mag resteren. Om hieraan te voldoen, zou o.a. een deel van de schuur, te weten 81 m2 , moeten worden gesloopt. In de huidige situatie bestaat juist de wens om de gehele schuur in zijn huidige omvang, te weten 350 m2 , te behouden.
Conform het NAF-beleid is het ter plaatse van woningen die bestemd zijn als 'Wonen-plus' toegestaan om het maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen uit te breiden naar 350 m2 . Voorwaarde hierbij is wel dat elders stallen gesloopt worden. De verhouding van de te slopen stallen en terug te bouwen gebouwen is afhankelijk van de locatie waar gesloopt wordt. In onderstaande tabel is per type landschap te zien hoeveel m2 er in dat landschap moet worden gesloopt om 1 m2 extra bebouwing bij een agrarisch verwant bedrijf mogelijk te maken.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
23
Verhouding sloopmeters conform sloopbonusregeling
Gezien het feit dat binnen de gemeente Someren het aantal sloopmeters beperkt is, is het niet mogelijk om toepassing te geven aan de sloopbonusregeling. Om deze reden wordt toepassing gegeven aan het beleid van de LIR 2020, waarin de mogelijkheid wordt geboden om toch het maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen uit te breiden, als de sloopbank leeg is. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.3.4.
Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen het NAF-beleid. 3.3.3 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 Op 29 juli 2011 heeft de gemeente Someren haar beeldkwaliteitsplan ‘Buitengebied gemeente Someren’ vastgesteld. Middels dit beeldkwaliteitsplan beoogt de gemeente Someren de dynamiek van haar buitengebied te verbinden met de landschappelijke kwaliteit van dit gebied. Het grondgebied van de gemeente Someren wordt middels een beeldkwaliteitsplan onderverdeeld op basis van landschapstype. Het beeldkwaliteitsplan dient vooral als een inspiratiebron voor iedereen die wat wil ontwikkelen. Het dient niet als een blauwdruk over hoe het moet maar dient als een ideeënboek over hoe het eruit zou kunnen zien.
24
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Uitsnede beeldkwaliteitsplan (plangebied bij rode contour)
Het plangebied is gelegen binnen het gebied c.q. landschapseenheid 'Jonge Heideontginningen'. De kenmerken van de Jongere Heideontginningen zijn de regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten. De overgang naar de bosgebieden is in dit landschap door een vrij rechtlijnige bosgrens. Er zijn enkele zeer waardevolle open gebieden waar ook geen/ weinig bebouwing aanwezig is. Structurerend in het landschap zijn de aanwezige bomenlanen van (Amerikaanse) Eiken. Deze zouden nog versterkt kunnen worden. In het gebied zijn veel en grootschalige agrarische bedrijven aanwezig. Door de hier aanwezige open gebieden zijn de bedrijven op grotere afstand zichtbaar.
Richtlijnen voor inpassing van de kavel binnen het gebied 'Jonge heideontginningen' betreffen: Voortuin met lagere gesneden haag (niet hoger dan 1,20 m) heeft naar voorkeur een landelijke uitstraling (geen coniferen, laurierkersen en/of andere exotische planten). Een dichte houtwal of bosstrook aan de achterkant van het bouwblok zorgt voor fraaie groene randen van de open gebieden. Boomsingels, houtwallen of stevige (niet gesneden) hagen aan de zijkant van het erf in combinatie met zaksloten / greppeltjes voor regenwateropvang geven het gebied ook vanaf de weg een groen en gestructureerd beeld. Met het landschappelijk inpassingsplan (zie Bijlage 1) wordt aangesloten op genoemde richtlijnen. Het plan is daarmee passend binnen het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
25
3.3.4 Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren heeft op 25 september 2018 de beleidsnota 'Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018' vastgesteld. In de LIR 2018 is in het algemeen vastgelegd hoe met de LIR wordt omgegaan en wat dat betekent voor de verschillende ontwikkelingen. Ontwikkelingen zijn daarbij verdeeld in drie categorieën en er is een lijst met bestemmingswaarden vastgelegd. Deze LIR is ook afgestemd met de provincie. Hierdoor is er voor een groot aantal ontwikkelingen (en dus ook initiatiefnemers) op voorhand meer duidelijkheid welke bijdrage van hen wordt verwacht. Na de zomer 2019 is, mede naar aanleiding van deelgebied 2 van het bestemmingsplan Buitengebied en de met de provincie gemaakte werkafspraken, gestart met een evaluatie van de Somerense LIR. Aanleiding hiervoor waren mede de kritische houding van de provincie bij enkele ontwikkelingen en het feit dat in deelgebied 2 verschillende berekeningsmethodes en in te brengen waarden werden toegepast door de verschillende adviseurs. Dit bleek tot verschillende beoordeling van vergelijkbare situaties te leiden. Ook bleken enkele normbedragen praktisch tot problemen te leiden en werd met name de kwalitatieve verplichting bij ontwikkelingen soms 'dicht gerekend' door de initiatiefnemers. De evaluatie uit 2019-2020 heeft geleid tot een (gedeeltelijke) aanpassing van de LIR 2018.
Medio 2020 is de LIR 2020 dan ook vastgesteld. In de LIR 2020 is de evaluatie uit 2019-2020 bijgevoegd. In de LIR 2020 wordt hiernaar verwezen voor nadere motivatie van bepaalde nieuwe en aangepaste onderdelen. De motivatie van onderdelen die in de LIR 2018 al waren opgenomen, zijn hier niet nogmaals toegevoegd. Daarvoor wordt verwezen naar desbetreffende LIR en bijhorende stukken.
Toepassingsbereik Elke ruimtelijke ontwikkeling buiten het “bestaand stedelijk gebied” moet op grond van de Interim omgevingsverordening (artikel 3.9) gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. De LIR gaat niet over ontwikkelingen die al dan niet met gebruikmaking van in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden gerealiseerd kunnen worden. De LIR is wel van toepassing op wijzigingsbevoegdheden uit het vigerende bestemmingsplan waarvoor het college bevoegd is. Deze wijzigingsplannen worden door de Interim omgevingsverordening beschouwd als ‘nieuwe bestemmingsplannen’. Dat geldt ook voor een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken, het voormalige projectafwijkingsbesluit. De LIR is niet van toepassing op de zogenaamde kruimelgevallen die in de Wabo c.q. Bor zijn opgenomen.
Categorieën Niet alle ontwikkelingen hebben een even grote impact op de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien is er een onderscheid te maken tussen ontwikkelingen die echt thuishoren in het buitengebied en ontwikkelingen die minder ‘buitengebied gebonden’ zijn, zoals wonen of nietagrarische bedrijven. De impact op de fysieke leefomgeving wordt onder meer bepaald door: De omvang van de ontwikkeling (vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig?) Is er nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing? De aard van de locatie en de omgeving De aard van de ontwikkeling en mogelijke hinder voor de leefomgeving (verkeer aantrekkende werking, geluid, milieucategorie, et cetera) Betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling? De ‘wenselijkheid’ van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) ambitie Rekening houdend met deze impact op de leefomgeving zijn categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen te
26
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
onderscheiden. Afhankelijk van de impact op de leefomgeving wordt in de werkafspraken met de provincie bepaald via welke kwaliteitseis invulling kan worden gegeven aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. De volgende drie categorieën worden onderscheiden: 1. 2.
3.
Categorie 1. Kleine ruimtelijke ontwikkelingen met een lage impact op de leefomgeving en die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. Er wordt geen extra tegenprestatie gevraagd. Categorie 2. Ruimtelijke ontwikkelingen met een normale impact op de leefomgeving, waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap plaats moet vinden door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. Categorie 3. Zwaardere ruimtelijke ontwikkelingen met een relatief grote impact op de leefomgeving, waarbij naast een basisinspanning in de vorm van landschappelijke inpassing ook een kwaliteitsverbetering van het landschap nodig is op grond van een forfaitaire berekening en kwalitatieve tegenprestatie (in euro’s uitgedrukt op basis van normbedragen).
Met onderhavig planvoornemen wordt een kleinschalig hoveniersbedrijf (milieucategorie 2) ondergeschikt aan de woonbestemming planologisch-juridisch gezien mogelijk gemaakt. De reeds binnen het plangebied aanwezige schuur ter grootte van 350 m2 zal ten behoeve van opslag en stalling voor het hoveniersbedrijf worden gebruikt. Op basis van het vigerend bestemmingsplan geldt echter dat maximaal 269 m2 aan bijgebouwen bij de woning is toegestaan. Met onderhavig planvoornemen wordt het maximaal toegestaan oppervlakte aan bijgebouwen bij de woning dan ook met (350-269=) 81 m2 vergroot. Een dergelijke ontwikkeling wordt op basis van de LIR 2020 aangemerkt als een ontwikkeling in de categorie 3. Ontwikkelingen in de categorie 3 betreffen ontwikkelingen in ieder geval alle zwaardere ontwikkelingen die niet passen in categorie 1 of 2. Het gaat om ontwikkelingen waarbij naast de basisinspanning van landschappelijke inpassing een aanvullende kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden geleverd.
Deze wordt via een forfaitaire berekening bepaald en vastgelegd: met gestandaardiseerde normbedragen (forfaitaire bedragen) per ruimtelijke ontwikkeling en normbedragen voor verschillende soorten van kwaliteitsverbetering wordt de “rode ontwikkeling” omgerekend naar euro’s (de “bestemmingswinst”) en de “kwaliteitsverbetering” (de “groene tegenprestatie”) in een financiële investeringsopgave omgezet. Er kan op meerdere manieren geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan, mede op grond van de vastgelegde eisen uit de Interim omgevingsverordening, de volgende maatregelen betreffen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
landschappelijke inpassing van bebouwing en bestemmingsvlakken; aanleg en/of herstel van natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur; aanleg van recreatieve voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik (bankjes, wandelpaden, bebording, et cetera); fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op het behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie; sloop van (niet-cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen / stallen / kassen en verwijderen van verharding; verkleinen of opheffen van bestemmingsvlakken; fysieke bijdrage aan de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant en nog niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.
In de bovenstaande opsomming is kwaliteitsverbetering in de vorm van sloop ook opgenomen. De gemeente Someren beschikt echter ook over een Sloopbank en aanverwante sloopstimulerende maatregelen (zoals de slooplening en de sloopsubsidie). Het zou niet wenselijk zijn om concurrentie te laten ontstaan tussen de LIR en de Sloopbank, aangezien beide een bijdrage leveren aan de kwaliteitsverbetering van het Somerense buitengebied. Bij reguliere woonbestemmingen is daarom het streven om uitbreidingen van bijgebouwen en de woning via de Sloopbank te laten plaatsvinden. Dit kan anders zijn bij bedrijfsbestemmingen. Dergelijke uitbreidingen vragen immers vaak meerdere vierkante meters, waarbij de Sloopbank wellicht niet voldoende aanbod kent.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
27
Er wordt daarom de werkwijze gehanteerd dat bedrijven die veel vierkante meters nodig hebben voor uitbreiding, en die niet via de Sloopbank kunnen opplussen, via de LIR hun uitbreiding kunnen bewerkstelligen. Hierbij wordt een minimale tegenprestatie gehanteerd van 50 %. De normbedragen die zijn opgenomen in de tabel ‘bebouwingswinst zonder toepassing lokale sloopbonusregeling(en)’ gelden.
Gevolg ontwikkeling Ten gevolge van onderhavige ontwikkeling is naast de basisinspanning van landschappelijke inpassing een aanvullende kwaliteitsverbetering van het landschap aan de orde. Door initiatiefnemer is een landschapsplan opgesteld (zie ook Bijlage 1) waarmee aan de basisinspanning van landschappelijke inpassing wordt voldaan. Daarnaast dient een aanvullende kwaliteitsverbetering plaats te vinden. De aanvullende kwaliteitsberekening wordt berekend op basis van de normbedragen zoals opgenomen in de LIR 2020. Voor elke extra m2 aan bijgebouwen bij een (bedrijfs-)woning > 100 m2 geldt een bestemmingswinst met een waarde van €150. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op het mogelijk maken van 81 m2 'extra' bijgebouw. Op basis hiervan wordt de 'bestemmingswinst' berekend op (81*150=) €12.150. Hiervan dient minimaal 50% te worden geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiertoe wordt door initiatiefnemer €6.075 geïnvesteerd in het BiO Fonds. Dit wordt ook zo vastgelegd in de anterieure overeenkomst die tussen gemeente Someren en initiatiefnemer ten behoeve van onderhavige ontwikkeling wordt gesloten.
De realisatie van het inpassingsplan en het storten van de bijdrage van €6.075 in het BiO fonds is financieel, juridisch en feitelijk verzekerd door zowel een anterieure overeenkomst als het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in het Veegplan waar onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering conform de Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2020. 3.3.5 Bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 1 Het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van Hugterweg 10 te Someren is 'Veegplan VI, gemeente Someren 2018' (vastgesteld 19 december 2018). In het veegplan worden de plannen van (particuliere) initiatiefnemers gebundeld in één bestemmingsplan, worden omgevingsvergunningen waarmee is afgeweken van de geldende bestemmingen in één bestemmingsplan verwerkt en worden ambtelijke wijzigingen gedaan om omissies te herstellen. Voor de locatie Hugterweg 10 geldt dat deze recentelijk is gewijzigd van 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen'. Deze wijziging is opgenomen in en maakt onderdeel uit van het Veegplan. Het onderliggende plan is 'Buitengebied Someren - Deelgebied 1' (vastgesteld 30 november 2017).
In dit plan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het ter plaatse van de bestemming 'Wonen' mogelijk maakt de de aanduiding 'Wonen plus' toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De wijzigingsbevoegdheid is opgenomen als artikel 16.7.1:
28
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
16.7.1 Wijzigingsbevoegdheidvoor ‘Wonen plus’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de bestemming ‘Wonen’ de aanduiding ‘Wonen plus’ toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: 1. 2.
de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; de maximaal toegestane oppervlakte voor de bedrijfsbebouwing is 350 m2 , met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in de sloopbonusregeling (artikel 16.3.2) dienen te worden toegepast; 3. indien er ten tijde op een locatie een grotere oppervlakte bijgebouwen staat dan 350 m2 , die is vergund of krachtens overgangsrecht is toegestaan, dan dient deze grotere oppervlakte teruggebracht te worden naar het toegestane maximum van 350 m2 . De sloopbonusregeling hoeft in dit geval niet te worden toegepast; 4. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 5. parkeren, laden en lossen vindt plaats binnen het bestemmingsvlak; 6. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden; 7. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; 8. buitenopslag is niet toegestaan; 9. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; 10.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 30.2 Met onderhavig planvoornemen wordt een kleinschalig hoveniersbedrijf (milieucategorie 2) ondergeschikt aan de woonbestemming planologisch-juridisch gezien mogelijk gemaakt. De reeds binnen het plangebied aanwezige schuur ter grootte van 350 m2 zal ten behoeve van opslag en stalling voor het hoveniersbedrijf worden gebruikt. Het parkeren, laden en lossen vindt, zoals beschreven in paragraaf 2.4, plaats binnen het bestemmingsvlak. Met het plan wordt door middel van een gedegen landschappelijke inpassing en sloop van overtollige bebouwing voldaan aan de vereiste inspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Tevens worden, conform de sloopbonusregeling, sloopmeters elders aangekocht waarmee het maximaal toegestane oppervlak aan bijgebouwen wordt opgeplust van 269 m2 naar 350 m2 . Hierdoor kan de schuur, ondanks de sloopverplichting die met een eerder plan is opgenomen, in zijn huidige omvang behouden blijven.
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
29
30
omgevingsvergunning Hugterweg 10 te Someren
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. In dit hoofdstuk wordt aangetoond dat in milieutechnisch opzicht geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen.
4.1.1 Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage De voorgenomen activiteiten ter plaatse kunnen via een tweetal sporen leiden tot de plicht tot het uitvoeren van milieueffectrapportage (m.e.r.). Het eerste spoor is via de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Het nieuwe Besluit m.e.r. is op 1 april 2011 in werking getreden. Een milieueffectrapportage is bij dit spoor verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen.
Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen.