CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Reactienota Veenweideprogramma-lr

Ronde Tafel 28 september 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen Veenweideprogramma 2021-203053.267 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

10 alinea's met “breed”: 84 85 136 239 242 355 454 652 657 1537

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker pleit voor een overschakeling op circulaire natuurinclusieve landbouw. Duurzaam gebruik van de grond is essentieel. Volgens inspreker zal de agrarische praktijk zich moeten voegen om de complexe problematiek in samenhang op te lossen.

KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

REACTIE

26, 27, 28, 120,130, 221

In het programma is aangegeven dat we de landbouw willen ondersteunen in de noodzakelijke aanpassingen. De voorziene aanpassingen voorzien in een extensievere bedrijfs­voering. Het inkomen van de melkveehouderij staat onder druk en met de beoogde veranderingen in het veenweidegebied zal dit alleen maar toenemen. We willen de land­bouw daarbij helpen op de weg naar een duurzaam verdien­model, zowel economisch als ecologisch duurzaam. Bedrijfs­verplaatsing is een van de mogelijkheden die we willen benutten. Een doel van het programma blijft dat de landbouw in het gebied een duurzaam toekomstperspectief heeft.

KERN ZIENSWIJZE

Boeren zouden een vergoeding moeten krijgen voor de inzet die ze plegen voor de uitvoering van het programma. (Zoals verwaarden van bespaarde CO2). REACTIE

Hier zet het programma ook op in. In het kader van de programmalijn It Nije Buorkjen stimuleren en ondersteunen we de ontwikkeling van nieuwe of aanvullende verdien­ modellen voor de landbouw. Deze verdienmodellen moeten voor de langere termijn houdbaar zijn. We kijken hierbij ook naar de financiering van groen-blauwe diensten en de mogelijkheden die budgetten van het Europese Gemeenschappelijk Landbouw Beleid bieden. En samen met de Friese Milieufederatie en de landbouw­ sector gaan we het concept Valuta voor Veen verder ontwikkelen. Dat is een vergoedingsregeling voor het verminderen van CO2-uitstoot door vrijwillige verhoging van het waterpeil, als onderdeel van de Green Deal Nationale Koolstofmarkt.

INSPREKERS

124

62

INSPREKERS

218

Inspreker ziet graag dat agrariërs financieel worden onder­steund, om soepel over te schakelen naar een bedrijfs­voering die past op een natte ondergrond. Dit zijn meestal klein­schaliger biologische boeren die tevens het natuur­beheer in de gebieden tegen vergoeding kunnen uit­voeren. Zij zijn al eeuwen de natuurbeheerders van ons land. Grote natuurorganisaties blijven vaak in de plannen hangen en goed beheer blijft achterwege door gebrek aan mens­kracht. Inspreker zou graag zien dat grote agrarische bedrijven met gangbare bedrijfsvoering verhuizen naar open­gevallen plekken op de Friese kleigronden of elders in het land. Emigreren financieel ondersteunen is daarbij ook het onderzoeken waard. Hierbij enige dwang en goede financiële regelingen toepassen.

174

KERN ZIENSWIJZE

REACTIE

Inspreker pleit voor een verdienmodel voor natuur­ inclusieve kringloopbedrijven. Zoeken naar en vinden van verdien­mogelijkheden voor duurzame landbouw in het gehele veenweidegebied vergt een sterke bestuurlijke inspanning.

Op landelijk niveau zijn er doelstellingen afgesproken op het gebied van kringlooplandbouw, terugdringen stikstof­ uitstoot en beperken van de CO2 uitstoot. Deze doel­ stellingen hanteren we ook op het provinciale niveau als uitgangs­punt. Het ‘generieke’ beleid van rijk, provincie,

REACTIE

Wij onderschrijven dit. Via doorontwikkeling van Valuta voor veen willen we deze dienst als volwaardige vergoeding gaan inzetten. Op dit moment is dit alleen zeker voor de komende 10 jaar. We zetten ons in om vergoeding voor CO2 vast­legging te bestendigen als verdienmodel.

INSPREKERS

193 KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

109 KERN ZIENSWIJZE

Lokale afzet van producten wordt genoemd als optie voor extra inkomsten. Als alle veehouders in het veeweidegebied dit gaan doen, worden we concurrent van elkaar en verdienen we nog niks.

Inspreker geeft aan dat loonbedrijven een grote bijdrage kunnen leveren aan een goede transitie naar duurzame landbouw vanwege hun gebiedskennis, gekwalificeerde vakmensen, innovatiekracht en cultuurtechnische ervaring. REACTIE WE WAARDEREN DEZE HANDREIKING EN ZULLEN DEZE BIJDRAGE OPNEMEN IN DEZE PROGRAMMALIJN. ONDER HET

REACTIE

THEMA VERDIEN­C APACITEIT LANDBOUW IN H. 7 NEMEN WE

Lokale afzet zal inderdaad niet de oplossing zijn voor alle veehouders, We zien dit als een mogelijkheid voor een deel van de afzet, zoals nu ook al voor een deel gebeurd. Voor ondernemers die hier voor voelen kan het onderdeel van het verdienmodel zijn.

HIER EEN CONCREET ACTIEPUNT OVER OP.

INSPREKERS

239 KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

26, 27, 28,46, 120,128, 130, 215

Inspreker pleit om bij verdiencapaciteit voor landbouw ook nadrukkelijk afstemming te zoeken met zuivelindustrie, beleggers en verpachters.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker pleit voor een nieuw perspectief met als uitgangs­punt de draagkracht van de planeet. Daarvoor zijn een lokale natuurinclusieve landbouw en productiewijze nood­zakelijk, met vergroting van bodemvruchtbaarheid, geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen, verhoging van het waterpeil, vergroting van de biodiversiteit, halvering van de stikstofuitstoot met 50% in 2030, en beperking van de CO2-eq uitstoot.

Inspreker vraagt meer aandacht voor de potentie van CO2vastlegging als dienst waarvoor de landbouwer betaald kan krijgen.

REACTIE

Hiervoor sluiten we aan op de landelijke ambitie van de minister van LNV dat kringlooplandbouw in 2030 de norm is. Dit is in programmalijn 2 ‘It Nije Buorkjen’ toegelicht.

KERN ZIENSWIJZE INSPREKERS

INSPREKERS

26, 27, 28, 120,130

Creëer provincie-breed bewustzijn voor het belang van het behoud van de Friese veenweidegebieden door middel van visualisaties, campagnes, innovatieprijzen en educatieve projecten. Inwoners, wetenschappers, bedrijven en banken kunnen en moeten bijdragen aan nieuwe verdienmodellen in natte veengebieden. Wie de uitdaging in het gebied begrijpt, kan ook meewerken aan de toekomst.

REACTIE

Dit is ook de bedoeling en maakt onderdeel uit van de ketenaanpak. Meerdere partijen spelen een rol in de transitie naar een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw in het veenweidegebied. ONDER HET THEMA VERDIEN­C APACITEIT LANDBOUW IN H. 7 NEMEN WE HIER EEN CONCREET ACTIEPUNT OVER OP.

REACTIE

Deze oproep nemen we ter harte. We geven daar ook al op diverse manieren invulling aan: met webinars, bijeen­ komsten, pilots en publiciteit daaromheen, presentaties van o.a. het manifest van het Inspiratieteam Veenweide (ITV). Onze inspanningen op dit vlak met betrokken partijen zullen we continueren en intensiveren. En succesvolle projecten en pilots in de gebieden zullen we ‘uitventen’.

63

Waarde van de grond

Bodem en grondgebruik

INSPREKERS

INSPREKERS

236

23, 186, 193

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker meent dat waardedaling van grond niet de hoogste prioriteit heeft. Waardedaling van de grond heeft desastreuze gevolgen voor de landbouwpraktijk; banken hanteren eigen voorwaarden en regimes en zullen voorals­ nog niet mee willen bewegen aan vermindering van onder­ pand; alleen het feit dat wordt gesproken over vernatting betekent al dat banken verkrampen uit angst voor het onbekende. Inspreker ziet analogie met Denemarken, waar door financiële crisis de waarde van onderpand daalde en goed renderende bedrijven onder water kwamen te staan. Een goed toekomstperspectief voor de landbouw moet niet alleen bij mooie woorden blijven. Hier hoort een schriftelijke inspanningsverplichting van politiek en banken bij.

Afgelopen jaren is het nodige bereikt op het gebied van maisteelt zonder kerende grondbewerking. Daarnaast wordt ook aandacht gevraagd voor graslandvernieuwing zonder kerende grondbewerking. Inspreker verzoekt om begeleiding en ondersteuning van boeren en loonwerkers om methodieken verder te ontwikkelen en gebruik hiervan te stimuleren. Aandacht wordt gevraagd voor het blijven ondersteunen van: proeven met strokenteelt; proeven voor verduurzaming van maisteelt; andere bodemmaatregelen; initiatieven voor alternatieven voor maisteelt (andere energiegewassen bijv. Sorhum) en onderzoek naar verbeteren biodiversiteit bij maisteelt. REACTIE

REACTIE

WE ONDERSCHRIJVEN DE AANDACHT VOOR VERDUUR­

De waarde van grond heeft wel degelijk onze prioriteit. Er wordt veel inzet gepleegd om te komen tot een aanpak die recht doet aan de belangen van de landbouw in het gebied. O.a. in het gebiedsproces van Aldeboarn de Deelen wordt onderzoek gedaan naar de gevolgen op bedrijfsniveau. Ook vinden gesprekken met de Rabobank plaats over de rol die de banken kunnen spelen in de veenweideaanpak. Met de vaststelling van het programma door de politiek, verbindt de politiek zich aan de inspanningsverplichting om de doelen van het veenweideprogramma te realiseren.

ZAMING VAN MAISTEELT. ONDER HET THEMA BODEM EN GRONDGEBRUIK IS AANGEGEVEN DAT HET TELEN VAN MAIS ZÓNDER KERENDE GROND­B EWERKING WORDT BEVORDERD EN DAT INITIATIEVEN OM HET SCHEUREN VAN GRASLAND TE BEPERKEN, WORDEN GESTIMULEERD. WE VOEGEN IN HET PROGRAMMA EEN PROGRAMMALIJN BODEM EN GRONDGEBRUIK TOE, WAARIN HET STIMULEREN VAN BODEM­M AATREGELEN EN HET VERDUURZAMEN VAN MAISTEELT EN MAAT­R EGELEN OP HET GEBIED VAN GRONDGEBRUIK WORDEN BESCHREVEN.

INSPREKERS

INSPREKERS

247

10

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker vindt dat er een clausule ‘winstbeding’ moet worden opgenomen bij eventuele (semi-gedwongen) verkoop van gronden wegens de veenweideaanpak. Mocht in de navolgende 35 jaar de grond een bestemmingsplan­ wijziging krijgen waardoor de waarde significant wijzigt, dan komt de winst op die percelen de verkopende partij of de erven van die partij toe. Dit neemt alleen al de schijn van implicatie weg dat een overheid haar positie aanwendt om eigendommen van anderen goedkoop te verwerven om deze vanuit een machtspositie vervolgens tot waarde te brengen.

Inspreker geeft aan er veel kennis is op het gebied van maisteelt op veen zonder kerende grondbewerking, en de versnelde inklink bij verbouw van mais. Inspreker verzoekt om kerende grondbewerking bij maisteelt te verbieden. Er is immers al een subsidie geweest voor niet kerende machines in onze omgeving. REACTIE

Met voorlichting wordt het telen van mais zonder kerende grondbewerking bevorderd. In het programma wordt ingezet op het verder verduurzamen van maisteelt. Zie verder de reactie hierboven.

de veenbodem beter in conditie worden gehouden; peil­ verhoging zal dan minder schadelijk zijn en weidevogels en biodiversiteit zullen hiervan profiteren. REACTIE

De discussie over andere wijze van bemesting speelt in breder verband binnen de landbouw. Diverse partijen zijn hierbij betrokken. Er lopen al diverse initiatieven op het gebied van de bodem. De komende tijd willen we dit binnen het thema Bodem en grondgebruik verder uitbreiden. Binnen dit thema is dus ruimte om hier in­vulling aan te geven.

64

REACTIE

Dat klopt, in dikkere graszoden wordt ook koolstof vast­ gelegd. Dit draagt ook bij aan vermindering van de CO2 uitstoot. Hier is aandacht voor onder het thema bodem en grond­gebruik (H. 7.2).

INSPREKERS

242 KERN ZIENSWIJZE

WE VOEGEN IN HET PROGRAMMA EEN PROGRAMMA­­LIJN

REACTIE

Voordat gronden verworven gaan worden voor een gebied, wordt een aankoopstrategieplan gemaakt en vastgesteld. Aankopen vinden plaats op basis van zo’n aankoopstrategieplan. Daarin is expliciet opgenomen voor welke maatschappelijke doelen de provincie de gronden aankoopt. Aan- en verkoop van gronden gebeurt op basis van marktconforme prijzen.

niet bij verdroging.

BODEM EN GRONDGEBRUIK TOE, WAARIN OOK AANDACHT

Inspreker stelt voor om lage percelen op te hogen, dit zou eventueel kunnen met vrijgekomen bagger.

ZAL ZIJN VOOR BEMESTING.

INSPREKERS

REACTIE

146, 221

Deze mogelijkheid kan binnen het thema Bodem en grond­ gebruik bekeken en beoordeeld worden.

INSPREKERS KERN ZIENSWIJZE

De huidige mestaanwendings-technieken zijn nadelig voor het bodemleven. Met andere bemesting, scheiding van urine en mest en bovengrondse aanwendingstechniek, kan

5 KERN ZIENSWIJZE

Naast veengroei in natuurgebieden kunnen ook graszoden onder goede omstandigheden dikker worden; dit gebeurt

65

Programmalijn 3: Leefomgeving, natuur en biodiversiteit Natuur

INSPREKERS

INSPREKERS

INSPREKERS

101

174

41

INSPREKERS

67

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Een aantal jaren geleden zijn de subsidies voor goed weide­ vogelbeheer in het gebied van inspreker op nul gezet. Goed weidevogelbeheer kost tijd, doorzettingsvermogen en geld.

Inspreker pleit er voor om ook de stikstofemissie bij veenoxidatie mee te tellen om daarmee de stikstofdepositie te laten dalen onder de kritische depositiewaarde voor veel habitattypen en –soorten en vogelsoorten.

Inspreker vraagt duidelijkheid en concrete informatie (waarborgen) over de voorgestelde combinatie met de rest­ opgave van de inrichting van het NNN (bijv. langs een deel van het beekdal Ald djip).

Er is geen oorzakelijk verband tussen hogere peilen en meer weidevogels. Agrarische weidevogels zijn - bij toeval ontstaan na inpoldering van water bij een manier van boeren die nu streng verboden is. REACTIE

Uit onderzoek is gebleken dat droogte invloed heeft op de beschikbaarheid van voedsel voor weidevogels. Bij hogere grondwaterstanden - en dan hoeft het niet plas-dras te staan - is er meer voedsel beschikbaar.

REACTIE

Het verbeteren van de biodiversiteit, waaronder de weide­ vogel­stand, zien we als een belangrijke maat­schappelijke opgave. We zien goede kansen om in dit in samen­hang te doen met de agenda herstel Biodiversiteit en het Aanvals­ plan Grutto’s.

REACTIE

REACTIE

In H. 5 is aangegeven dat integraliteit het uitgangspunt is. Daarbij wordt ook de aanpak van verminderen van de stikstof­emissie betrokken. Ook de mogelijkheid om de stikstof­emissie bij veenoxidatie mee te tellen, wordt daarin meegenomen.

Met het Veenweideprogramma worden geen waarborgen gecreëerd voor de restopgave van de inrichting van het NNN. Het proces van realisatie van het NNN heeft zijn eigen planvormen (natuurbeheerplan van de provincie Fryslân) en uitvoerders (provincie in samenwerking met natuur­­organisaties zoals It Fryske Gea). Waar zich kansen voordoen om de opgave voor het NNN te combineren met de veenweideopgave, wordt dat onderdeel van het gebiedsproces.

INSPREKERS

101 119

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Scheuren van grasland moet mogelijk blijven om calamiteiten zoals muizenschades te kunnen herstellen.

Dat er een extra natuurclaim op gebieden wordt gelegd, zogenaamd kansrijk gebied, heeft grote gevolgen voor de bedrijfsvoering. REACTIE

Er is geen sprake van een extra natuurclaim. Het Veenweide­programma gaat uit van de bestaande afspraken voor het realiseren van nieuwe natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

66

INSPREKERS

26, 27, 28, 120,130

INSPREKERS

REACTIE

In het programma is opgenomen dat we het scheuren van grasland zoveel mogelijk willen beperken door het stimuleren van maatregelen die ook kunnen leiden tot een betere grasmat. Het scheuren van grasland is een bron van CO2 uitstoot. Met goed bodembeheer en andere maat­ regelen kunnen muizenplagen in de toekomst wellicht voor­komen worden. Voorkomen is beter dan genezen.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker doet diverse gedetailleerde suggesties voor beleids­aanpassingen en vraagt aandacht voor verschillende punten op het gebied van natuurbeheer.

KERN ZIENSWIJZE REACTIE

Het Veenweideprogramma is geen instrument om natuur­ beleid te wijzigen.

INSPREKERS

REACTIE

Het Veenweideprogramma omvat geen resultaat­ verplichtingen voor de realisatie van het NNN. Het proces van realisatie van het NNN heeft zijn eigen planvormen (natuur­beheer­plan van de provincie Fryslân) en uitvoerders (provincie in samenwerking met natuurorganisaties zoals it Fryske Gea). Deze planlijn biedt aanleiding en kader om de economische of/en ecologisch waarde van NNN in cijfers of rekenmodellen uit te drukken.

INSPREKERS

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

101

Op welke wijze wordt schade aan natuur, biodiversiteit of waterkwaliteit gewogen en beoordeeld, en - indien nodig gecompenseerd? Welke maatregelen worden verwacht om schade aan natuurvriendelijke oevers met vegetatie en bij­ behorende kosten voor grondeigenaren te voorkomen?

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Zonder duidelijkheid over stikstofmaatregelen zijn koppel­ kansen in 3 km-zones rondom stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden vooral koppelbedreigingen. Houd het overzichtelijk en veel concreter.

REACTIE

REACTIE

Hieruit blijkt wel dat het landelijk gebied onder druk staat. Er is sprake van een diverse en complexe problematiek, die vraagt om een integrale aanpak. Het provinciale natuur­ beleid vult dit in.

De problematiek in het landelijk gebied is divers en complex. Een pasklare oplossing is er niet. Via het maatwerk in de gebieden willen we kijken tot welke oplossingen we kunnen komen. De focus in het programma ligt op de vier veenweidedoelen, maar koppelkansen die zich werkende weg voor doen willen we zoveel mogelijk benutten.

Inspreker vindt het noodzakelijk om de doelen die binnen het NNN dienen te worden gerealiseerd (resultaats­verplichting) en de economische en ecologische waarde daar­van, in het programma in cijfers en rekenmodellen uit te drukken.

41

76

Inspreker wijst er op dat een uniek weidevogelgebied op de tocht komt te staan. Water in de greppels in de winterperiode zal nog meer ganzen aantrekken die de grond dichttrappen en weidevogels verdringen.

INSPREKERS

41

REACTIE

De ambitie van het programma is om meer balans te brengen tussen de belangen van landbouw, natuur, water, wonen, landschap, cultuurhistorie en archeologie. De maat­ regelen in het Veenweideprogramma zijn bedoeld om deze ambitie te bereiken. We verwachten dan ook geen schade aan natuur, biodiversiteit en waterkwaliteit.

INSPREKERS

41 KERN ZIENSWIJZE

Natuurontwikkeling en biodiversiteit die gerelateerd zijn aan laagveenmoeras, laagveenbos, zoete plas met schoon en matig nutriëntenrijk water, zijn naar mening van inspreker in het programma onvoldoende gegarandeerd en gewaar­borgd. Het cumulatieve effect van al deze grote plannen in dit kleine gebied, is onvoldoende overwogen in het programma.

67

REACTIE

Het Veenweideprogramma creëert geen garanties noch waarborgen voor de genoemde natuurdoeltypen en de daarvoor benodigde kwaliteit. Het proces van realisatie en het beheer van het NNN hebben hun eigen planvormen (natuurbeheerplan van de provincie Fryslân) en uitvoerders (provincie in samenwerking met natuurorganisaties zoals it Fryske Gea). Waar zich kansen voordoen om de opgave voor het NNN te combineren met de veenweideopgave. wordt dat onderdeel van het gebiedsproces.

INSPREKERS

41 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker acht de geschetste combinatie van natuur/ bio­ diversiteit en recreatie of landbouw, niet overal haalbaar als het gaat om soorten die thuishoren in laagveengebied met matig voedselrijk, schoon water als biotoopeis.

het Natuurbeheerplan van de provincie. In 2021 worden het provinciale Herstelprogramma Biodiversiteit en het regionaal Waterprogramma opgesteld, samen met andere partijen. Bij de aanpak in gebiedsprocessen wordt dit zo integraal mogelijk opgepakt.

INSPREKERS

46, 128, 215

We onderschrijven dat deze combinatie niet overal haalbaar zal zijn. Dat is ook niet de intentie van het Veenweide­ programma. De ambitie van het programma is om meer balans te brengen tussen de verschillende belangen in het gebied; natuur vormt daar een wezenlijk onderdeel van.

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

In H 7.3 is opgenomen dat in gebiedsprocessen, samen met landbouw en terreinbeherende organisatie, wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om rondom verdrogings­ gevoelige natuurgebieden overgangszones in te stellen. Dit kan alleen als hier middelen voor beschikbaar zijn.

REACTIE

Door vernatting in de natuurgebieden gaat de hooi­ opbrengst achteruit. Natuurbeheerders gedragen zich commercieel en vangen wel subsidie, maar zullen hun pacht­prijs niet aanpassen. De rekening komt daardoor bij de land­bouw terecht. REACTIE

Dit zien wij in eerste instantie als een kwestie tussen boeren en de natuurorganisaties. Vanuit onze onder­ steuning van de landbouw bij de aanpassingen, zullen we dit punt echter zo nodig ook betrekken in ons overleg met de TBO’s.

INSPREKERS

1

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker verzoekt om peilmaatregelen in alle betreffende gebieden om verdere verzakking tegen te gaan, in hun geval het gebied tussen Meinesleat, Slachtegat, PM-kanaal en Boarn. Daar in dit gebied niet heel veel woningen zijn met dit probleem, zijn specifieke individuele maatregelen dan wel compensatie ook een mogelijkheid.

KERN ZIENSWIJZE

REACTIE

Het Veenweideprogramma omvat geen resultaat­ verplichtingen voor de verbetering van biodiversiteit, natuur en water. Daarvoor zijn andere plannen opgesteld, zoals

Fundering INSPREKERS

1

Met het direct grootschalig verhogen van peilen kan op korte termijn geen oplossing worden geboden voor de funderings­problematiek. Hier hoort een grootschalige transformatie van een gebied bij en dat kost de nodige tijd. Bovendien verwachten we dat nieuwe gevallen van funderings­schade hiermee niet zijn te voorkomen, het proces kan hooguit worden vertraagd. De meeste woningen met houten funderingen zijn gebouwd voor 1950 en hebben vanaf die tijd al te maken gehad met bodemdaling. Veen­gebieden die ontwaterd zijn voor landbouw en wonen hebben nu eenmaal te maken met veenoxidatie en dus met bodemdaling. Daarbij is altijd getracht het peilbeheer af te stemmen op zowel landbouw als woningen. Rondom woningen zijn daarvoor hoogwatersloten aangelegd. Ook dat is een maatregel die het proces alleen vertraagd, Het optreden van funderingsschade niet is dus niet te voor­ komen met grootschalige verhoging van de peilen.

INSPREKERS

10 KERN ZIENSWIJZE

41

Hoe worden biodiversiteit, natuur en water verbeterd, wat is de resultaatsverplichting, en op welke termijn? Een inspanningsverplichting is niet afdoende, gelet op de hoge teruggang van biodiversiteit, alle inspanningen en beschikbare fondsen van de laatste eeuw om biodiversiteit te behouden ten spijt.

68

Het waterpeil rondom de woning van inspreker is schrik­ barend laag. Deze schrik werd flink aangejaagd door de publicatie van het nieuwe funderingslabel. Woning van inspreker kreeg een label D met de vermelding dat er sprake is van een verhoogd risico met verwachte herstel­kosten van € 360.000,-. Inspreker vindt het ondenkbaar dat burgers een dergelijk bericht krijgen, met kosten als gevolg van overheidsbesluiten die buiten iedere proportie zijn zonder dat hierop maatregelen dan wel compensatie volgen?

Het funderingslabel is onder de verantwoordelijkheid van het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) naar buiten gebracht. Wij hebben net als het KCAF begrepen dat dit tot veel vragen en onrust heeft geleid. Inmiddels is het funderingslabel door het KCAF offline gehaald. De kosten die getoond zijn, zijn gebaseerd op diverse aannames en reflecteren niet altijd de praktijk. Er is funderingsonderzoek nodig om de eventuele daad­ werkelijke schade en de daarmee gepaard gaande herstel­ kosten goed te kunnen bepalen.

REACTIE

Zo’n verplichting zou een plek kunnen krijgen in het provinciale Herstelprogramma Biodiversiteit, dat in 2021 door de provincie in samenwerking met diverse overheden en maatschappelijke organisaties wordt opgesteld.

REACTIE KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker pleit voor een concreet uitgewerkte resultaats­ verplichting om de biodiversiteit (soortenrijkdom) in het veenweidegebied te herstellen.

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat er geen tijd is om via maatwerk in peilbeheer tot gemiddeld hogere peilen te komen Er is geen tijd en keuze of de peilen verhoogd moeten worden, het is nu nodig. Het verhogen van de peilen in het veenweide­gebied straalt te veel vrijblijvendheid uit. Er wordt gesproken over onderzoeken en experimenteren, terwijl er nu actie nodig is om de peilen te verhogen. Directe peilverhoging kan funderingsschade vertragen en wel­licht nieuwe gevallen voorkomen. Inspreker stelt dat partijen ook landelijk de opdracht hebben om de peilen te verhogen.

1

46, 128, 208, 215

41 KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

10

De ‘drie kilometer zone’ dient niet actief ingezet te worden, enkel als uiterste redmiddel. Binnen de natuurgebieden zelf dient in eerste instantie naar oplossingen te worden gezocht. Worden gronden in de ‘drie kilometer zone’ rond­ om natuurgebieden verworven, dan heeft dit een zeer groot effect op de beschikbaarheid van landbouwgrond. Draagvlak zal hier allerminst voor zijn. Beschikbare financiële middelen evenmin. REACTIE

REACTIE

REACTIE

Wij begrijpen het leed en de financiële schade die gepaard kunnen gaan met de funderingsproblematiek. Binnen het Veenweideprogramma wordt de komende jaren gesproken over aanvullende maatregelen met betrekking tot de funderingsproblematiek. Daarover vindt dan in 2022 besluitvorming plaats. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderings­schade­ gevallen waar nu een urgent probleem is.

KERN ZIENSWIJZE

REACTIE

Inspreker verzoekt om nadere maatregelen te treffen om panden met een woonbestemming te beschermen tegen verdere verzakking. Er is sprake van veel stil leed en grote financiële schade.

Wij hebben te weinig informatie om voor deze locatie in het Veenweideprogramma maatregelen op te nemen. Het Veenweideprogramma is daarvoor ook niet de aangewezen plek. Indien er funderingsproblemen zijn of worden veronder­steld, dan adviseren wij inspreker een melding te doen bij het Fries Funderingsloket.

Inspreker vindt het doel om de bodemdaling met gemiddeld 0,2 cm per jaar te beperken, te summier in relatie tot de veel snellere bodemdaling die inspreker om zich heen ziet. REACTIE

Het doel van gemiddeld 0,2 cm minder bodemdaling per jaar is gekoppeld aan het doel om de CO2-uitstoot ter verminderen in relatie tot de landelijke opgave voor veenweide­gebieden in Nederland. We remmen hiermee de bodemdaling af, maar stoppen deze niet. Om de bodem­ daling te stoppen zou het gebied vrijwel onder water moeten worden gezet.

69

INSPREKERS

REACTIE

10

Wij snappen uw zorgen en de urgentie in de Groote Veen­ polder. In de Groote Veenpolder wordt onder leiding van Wetterskip een pilot uitgevoerd, waarbij onder andere gekeken wordt naar ondersteuning van bewoners. Hieruit willen we lessen trekken voor andere gebieden in het Veenweide­gebied. Financiële ondersteuning kunnen we op dit moment niet bieden. Hiervoor moeten eerst politieke besluiten worden voorbereid en genomen. Dit geldt ook voor ondersteuning middels subsidies. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderings­schade­gevallen waar nu een urgent probleem is.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat de Groote Veenpolder nu een groot probleemgebied is; wellicht is een deel zeer geschikt voor het realiseren van het NNN, omdat het grenst aan de natuur­ gebieden Rottige Meente, Brandemeer en de Weer­ribben. REACTIE

Het proces van realisatie van het NNN heeft zijn eigen planvormen (natuurbeheerplan van de provincie Fryslân) en uitvoerders (provincie in samenwerking met natuur­ organisaties zoals It Fryske Gea); in dat kader wordt naar zulke mogelijkheden gekeken.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker stelt dat het beperken van schade niet bij bewust­ wording begint, maar bij een snelle verhoging van peilen. Veel schade is al ontstaan en onomkeerbaar. Informeren is nodig maar is niet de oplossing voor het proces, gezien de erbarmelijke staat van de infrastructuur en de schade aan gebouwen.

INSPREKERS

10

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat een subsidie voor funderings­ onderzoek mooi klinkt, maar onlosmakelijk verbonden moet zijn met een subsidie tot het oplossen van de problematiek. Het uitvoeren van funderingsonderzoek is al erg kostbaar en het voegt nog niets toe aan de oplossing.

Inspreker geeft aan dat het handhaven van de hoogwater­ circuits ook van belang is voor de erven, biodiversiteit, waterkwaliteit (veel buitengebieden lozen nog op het oppervlakte­water), en infrastructuur.

REACTIE

De multifunctionaliteit van hoogwatercircuits is ons bekend. In de pilot Groote Veenpolder is hiervoor aandacht bij het uitwerken van maatregelen voor de hoogwatercircuits.

REACTIE

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

10 KERN ZIENSWIJZE

Dat uiterlijk in 2022 een besluit wordt genomen over eventuele aanvullende vormen van ondersteuning van woningen met funderingsschade en over de toekomstige inrichting van hoogwatercircuits, is niet acceptabel voor inspreker en de andere bewoners uit de bewonersgroep met funderingsschade, die middels onderzoek van het Wetterskip is vastgelegd. Men heeft nu financiële onder­steuning nodig. Ook middels subsidies kunnen ontwikkelingen of activiteiten voor funderingsherstel of nieuw­bouw worden gestimuleerd t.b.v. duurzaam toekomstgericht wonen.

70

INSPREKERS

10 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat ‘hoog mogelijk houden’ een vaag begrip is in relatie tot op de opmerking in het VP 21-30 dat het waterschap het water in hoogwatercircuits zo hoog mogelijk blijft houden, om schade aan funderingen, archeologie en infrastructuur zo veel mogelijk te voor­komen. Het peil dient volgens inspreker hoog gehouden te worden d.m.v. het verhogen van de peilen aan de polder­zijde van het HWC. Inspreker geeft aan dat al bekend is dat de effectiviteit van HWC’s niet meer optimaal is, omdat de peilen achter de HWC’s steeds verlaagd worden voor de land­bouw en omdat sloten aan de HWC’s hier en daar gedempt zijn. Daarnaast zijn de HWC’s ook voor de infra­structuur, nutsvoorzieningen, erven en biodiversiteit van belang.

REACTIE

Het grootschalig generiek verhogen van peilen zal het optreden van funderingsschade niet voorkomen. Wil dit wel zin hebben, dan vraagt dit om een substantiële verhoging van de peilen waarbij ook een grootschalige transformatie van het gebied hoort. Deze maatregel biedt op korte termijn geen oplossing voor de funderingsproblematiek. Onze strategie is inzetten op voorlichting en bewustwording, meer zicht krijgen op aard en omvang van de problemen, en besluiten over aanvullende vormen van ondersteuning.

INSPREKERS

10

INSPREKERS

10

REACTIE

Het grootschalig generiek verhogen van peilen zal het optreden van funderingsschade niet voorkomen. Wil dit wel zin hebben dan vraagt dit om een substantiële verhoging van de peilen waarbij dan ook een grootschalige transformatie van het gebied hoort. Dit is geen maatregel waarmee op korte termijn een oplossing wordt geboden voor de funderings­problematiek. De strategie is inzetten op voorlichting en bewustwording, meer zicht krijgen op aard en omvang van de problemen, besluiten over aanvullende vormen van ondersteuning. De multifunctionaliteit van de HWC’s is ons bekend en wordt bij maatregelen meegenomen.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker ziet het onderzoek van het waterschap naar peil­beheer door boeren niet zitten. De kennis over water­ management in hun omgeving, kan/mag niet bij een boer neergelegd worden. Na een goede inrichting dient de peil­beheerder de peilen te beheren en niet alleen te anticiperen op klachten, zoals nu het geval is. REACTIE

INSPREKERS

INSPREKERS

10

FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

INSPREKERS

hiervoor compensatie te krijgen. Hiervoor is een bestaande schaderegeling beschikbaar.

REACTIE

Dit is een goede mogelijkheid die past binnen het principe ‘omgevingskwaliteit als ontwerpbasis’. In het programma wordt hier ook aandacht aan besteed. Deze suggestie nemen wij graag mee bij de verdere uitwerking in gebieden.

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP

10

Wij onderkennen dat voor eigenaren die al duidelijk te maken hebben met funderingsproblematiek, een subsidie voor funderingsonderzoek geen toegevoegde waarde heeft. Over de funderingsproblematiek is echter nog veel onbekend. Daarvoor is ook onderzoek van belang om de omvang en aard van de problematiek te kunnen duiden. Op grond kunnen we aanvullend beleid maken om te komen tot een concrete aanpak van de funderingsproblematiek. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderingsschadegevallen waar nu een urgent probleem is.

weer terugkomen. Dit kan problemen m.b.t. waterbeheer, bodemdaling en biodiversiteit oplossen.

Volgens de wet is het waterschap te allen tijde verant­ woordelijk voor het peilbeheer, ook als onderdelen daarvan door derden uitgevoerd worden. Bij peilbeheer door boeren, blijft de verantwoordelijkheid voor een goed peilbeheer dus bij het waterschap. Het waterschap kan op ieder moment ingrijpen indien er ongewenste situaties ontstaan.

INSPREKERS

10 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker verzoekt om bij het creëren van meer water­ berging ook de in de afgelopen jaren gedempte sloten weer open te graven zodat het oude landschap met de oor­spronkelijke waterlopen, en zo mogelijk extra sloten,

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker stelt dat woningeigenaren in de Groote Veen­ polder de funderingsproblematiek niet hadden kunnen voorzien, omdat de processen ten gunste van de landbouw onomkeerbaar waren. Een uitgebreide bouwkundige keuring bij aankoop van het pand gaf aan dat er visueel geen tekenen waren om aan de staat van de fundering te twijfelen. Dat was in de periode dat de agrariërs de water­peilen ook altijd hoog hadden zodat het vee uit de sloot kon drinken. De ellende begon na de ruilverkaveling. Al sinds 2009 staat zwart op wit dat de morele verant­ woordelijkheden op dit punt bij de overheden liggen.

INSPREKERS

10, 201 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat van de totale geraamde kosten van €550 miljoen, een groot deel gemoeid zal zijn met het afwaarderen van landbouwgrond en het compenseren van agrarische opbrengstverliezen. Inspreker vraagt zich af waar de compensatie voor de huiseigenaar in het veenweide­ gebied is die niet geprofiteerd heeft van de lagere peilen. Inspreker vraagt zich af waarom er voor de boeren wel regelingen zijn en voor de huiseigenaar niet.

REACTIE

De processen ten gunste van de landbouw zijn in de meeste gevallen altijd gepaard gegaan met maatregelen ter bescherming van funderingen van woningen en infra­ structuur, zoals hoogwatercircuits. We merken als over­ heden dat de levensduur van hoogwatercircuits aan z’n eind komt en dat andere maatregelen nodig zijn. Daarnaast hebben ook funderingen niet een eeuwige levensduur. Daar waar de levensduur van een fundering wordt verkort door het handelen van het waterschap, is het mogelijk

REACTIE

De geraamde 550 miljoen zijn bedoeld als transitiekosten. Een deel daarvan is bedoeld om de aanpassingen van de bedrijfsvoering van de landbouw mogelijk te maken. Er zijn geen regelingen voor ondersteuning van woningeigenaren met funderingsschade. Hiervoor moeten eerst politieke besluiten worden voorbereid en genomen. Dit geldt ook voor ondersteuning middels subsidies.

71

INSPREKERS

15, 114 KERN ZIENSWIJZE

Insprekers vinden het voorstel om pas na 2022 te beslissen over de funderingsproblematiek te laat voor de bewoners in de Groote Veenpolder. Er moet nu iets voor deze groep geregeld gaan worden. Dit geldt zeker voor de panden met code rood, waarvan de eigenaren met de rug tegen de muur staan en die binnen 1 jaar na het funderingsonderzoek d.w.z. vóór juni 2021 iets moeten ondernemen. Er is directe hulp nodig voor toekomstperspectief. REACTIE

De overheden zijn in gesprek met de Bewonersgroep Funderingsproblematiek Groote Veenpolder. Het proces ten behoeve van de hoogwatervoorzieningen heeft het karakter van een pilot meegekregen. Dit betekent dat we als overheden nog niet alle antwoorden op de vragen weten, maar in een gezamenlijk proces willen kijken wat er nodig is om de problematiek het hoofd te bieden. Als overheden hebben we daarbij ook de verantwoordelijkheid om het gehele veenweidegebied in ogenschouw te nemen. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderingsschadegevallen waar nu een urgent probleem is.

zouden moeten worden gecompenseerd voor ontstane schade aan hun fundering wegens het niet afdoende functioneren van de aangelegde HWC’s en/of het continue verlagen van het waterpeil ten faveure van de agrariërs. Daarbij gaat het niet om een toekomstig probleem, maar om een bestaand probleem. Het aantal woningen met schade zal in de nabije toekomst drastisch toenemen. REACTIE

In het Achtergronddocument bij het programma is aan­ gegeven dat de komende jaren naar schatting 3.000 tot maximaal 7.000 woningen te maken kunnen krijgen met funderingsschade. We onderkennen dat het aantal woningen dat hiermee te maken krijgt in de toekomst gaat toenemen. Dit is de reden dat er onderzoek naar wordt gedaan en er voorstellen worden voorbereid welke vormen van ondersteuning geboden kunnen worden. Een eerste stap is de opening van het Funderingsloket, een tweede stap is een subsidieregeling voor funderingsonderzoek. Een derde stap is de besluitvorming rond aanvullende vormen van ondersteuning.

INSPREKERS

15, 114 KERN ZIENSWIJZE

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

Insprekers vinden dat zowel aan huidige bewoners als aan toekomstige bewoners veel meer voorlichting moet worden gegeven door makelaars en bij de inschrijving in de gemeente. Een funderingsloket voorziet hier niet in.

INSPREKERS

INSPREKERS

15, 114

15, 114

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Insprekers geven aan dat de bewoners van de Groote Veen­polder erkenning willen van de huidige problemen. Na het verzoek bij Wetterskip, provincie en gemeente om o.a. financiële steun, lijkt er wel aandacht voor te zijn maar er worden geen concrete voorstellen gedaan; dat zorgt voor frustratie en stress. Gewezen wordt op de eigen verantwoordelijkheid van de huiseigenaren. Door de grondwater­daling en andere beslissingen van o.a. het Wetter­skip, waarbij de bewoners niet zijn betrokken, wordt men geconfronteerd met funderingsproblemen die niet door eigen schuld zijn ontstaan maar het resultaat zijn van genomen beslissingen en van het nalaten van bijv. controle op peilen.

Insprekers geven aan dat ze mede het beleid (vanuit de bewoners) willen bepalen door deelname aan het BOF of deelname aan de nieuwe funderingstafel. Dit laatste gremium dient dan wel duidelijk een belangrijk inspraak­ orgaan te worden en geen lege huls. Samenwerken aan een duurzaam toekomstperspectief voor alle partijen in het gebied is een van de doelstellingen van de bewonersgroep.

REACTIE

HET VOORSTEL ZULLEN WE UITWERKEN EN EVENTUEEL

Wij hebben begrip voor de situatie waarin bewoners zich bevinden. Echter, concrete voorstellen moeten we plaatsen en beoordelen in het licht van het gehele veenweidegebied. Het funderingsloket is onlangs geopend. Daarnaast werken we aan een subsidieregeling funderingsonderzoek. De derde stap zal bestaan uit besluitvorming over aan­vullende ondersteuningsvormen. Op korte termijn onder­zoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderingsschade­ gevallen waar nu een urgent probleem is.

OPNEMEN IN HET VEENWEIDEPROGRAMMA.

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

INSPREKERS

15, 114 KERN ZIENSWIJZE

Insprekers vinden dat provincie, waterschap en de gemeenten moeten streven naar een fonds dat uit twee delen bestaat: 1. Een schadeloosstellingsregeling via een fonds waaraan provincie, gemeente en Wetterskip ieder een evenredig deel bijdragen en waaruit een subsidie van 60 à 70% voor herstelwerkzaamheden aan de fundering van het pand kan worden toegekend aan de bewoners met funderingsschade. 2. De mogelijkheid om renteloos geld te lenen indien de schadeloosstelling en de financiële ruimte bij de bank niet afdoende is. REACTIE

Wij nemen deze suggesties mee bij de verdere uitwerking van de aanpak voor de funderingsproblematiek.

INSPREKERS

201 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat je als huiseigenaar wel wordt wakker geschud met dit Veenweideprogramma, maar het roept veel vragen op. Zoals: Wat kan ik preventief doen als ik nog geen schade heb? Waar kan ik terecht? Woon ik nog wel veilig? Welk risico loop ik met betrekking tot gas­ lekkage? Hulp bij preventie is geboden. REACTIE

Het Funderingsloket kan hierover informatie geven en zo nodig doorverwijzen naar specifieke deskundigheid.

INSPREKERS

15, 114 KERN ZIENSWIJZE

Insprekers ervaren al jaren dat het huidige peilbeheer onzorgvuldig is, dat vreemde partijen rommelen aan schuiven, doorlaten etc. Het peilbesluit komt weliswaar democratisch tot stand, maar de realiteit is dat de funderingsproblematiek geen rol van betekenis heeft gespeeld bij de vaststelling van het peil. Daarom wil men: • een effectieve inspraak bij het bepalen van het peilbesluit. Er is maatschappelijk gezien geen keus en geen tijd. De peilen moeten nu verhoogd worden. • Dat bij de hoogte van het peil rekening wordt gehouden met de funderingen van de panden van bewoners. REACTIE

INSPREKERS

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

Wetterskip Fryslân past waar nodig de oppervlaktewater­ peilen aan. Dit beïnvloedt de grondwaterstand. Voor het aanpassen van de peilen worden peilbesluiten opgesteld, waarvoor procedures gelden. Deze peilbesluiten worden ter inzage gelegd, waarbij eenieder zienswijzen kan indienen en de mogelijk tot bezwaar en beroep bestaat.

15, 114

15, 114

Insprekers geven aan dat daar waar boeren worden gecompenseerd voor toekomstige vernatting, de burgers

72

REACTIE

Eén van de maatregelen in het programma is om makelaars meer te betrekken bij de funderingsproblematiek en hier voorlichting over te geven. De veenweidegemeenten zijn nauw betrokken bij het Veenweideprogramma en goed op de hoogte van de funderingsproblematiek. De suggestie om ook bij de inschrijving in de gemeente informatie te verstrekken, nemen wij mee bij de verdere uitwerking.

REACTIE

Eind 2020 hebben Provinciale Staten een motie aan­ genomen waarin wordt voorgesteld een Funderingstafel in te richten. De provincie gaat de motie nu uitwerken in een voorstel.

KERN ZIENSWIJZE

Insprekers vragen zich af ten opzichte van welk criterium de vermindering van de bodemdaling met gemiddeld 0,2 cm zal worden gemonitord. Hier zullen concrete, realistische en meetbare doelstellingen aan gekoppeld moeten worden. REACTIE

Het is inderdaad van belang om de bodemdaling te volgen en te monitoren hoeveel vermindering van bodemdaling gerealiseerd wordt. In programmalijn 5 ‘Onderzoek en monitoring’ is aangegeven dat er een monitoringssysteem wordt ontwikkeld om bodemdaling te kunnen volgen.

Het grootschalig generiek verhogen van peilen zal het optreden van funderingsschade niet voorkomen. Wil dit wel zin hebben, dan vraagt dit om een substantiële verhoging van de peilen waarbij ook een grootschalige transformatie van het gebied hoort. Deze maatregel biedt op korte termijn geen oplossing voor de funderingsproblematiek. Onze strategie is inzetten op voorlichting en bewustwording, meer zicht krijgen op aard en omvang van de problemen, en besluiten over aanvullende vormen van ondersteuning. Het peilbesluit omvat een toetsing en afweging van belangen. Bij het bepalen van een nieuw peil voor een gebied worden alle in dat gebied voorkomende functies/ belangen afgewogen. Het peil wordt getoetst op de effecten voor de voorkomende functies: wonen/funderingen is daar een onderdeel van. Iedere belanghebbende kan een ziens­­wijze indienen op een peilbesluit. Hiervoor geldt een uit­­gebreide procedure. Het Wetterskip voert vervolgens het peil­beheer uit.

73

INSPREKERS

INSPREKERS

15, 114, 201

19

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Insprekers vrezen dat hoogwatercircuits (HWC’s)worden opgegeven op het moment dat gebleken is dat voor de aanpalende woningen geen grondwater gegarandeerd kan worden. Insprekers wijzen erop dat HWC’s meerdere doelen dienen en hebben daarom de volgende standpunten: • Hoogwatercircuits zijn waardevol om bovenstaande redenen en dienen zoveel mogelijk intact te blijven. • Het waterpeil in de HWC’s dient adequaat en controleerbaar beheerd te worden. • De insteek dure HWC’s opheffen is niet een juiste. HWC’s dragen bij aan het karakter van ons landschap, spelen een rol in de waterkwaliteit en bevorderen de biodiversiteit. • Gezien de ernst van de funderingsproblemen moet het peil zo snel mogelijk omhoog en niet pas in 2022. Directe peilverhoging kan verdere funderingsschade vertragen en nieuwe gevallen voorkomen.

Insteek van de overheden is, dat de woningeigenaar zelf verantwoordelijk is voor de bouwkundige staat van zijn woning. Inspreker vindt dat voor de gevolgen van bodem­ daling een sterke verantwoordelijkheid bij de provincie en het Wetterskip gelegd moet worden. Zij zitten letterlijk en figuurlijk aan de knoppen om de grondwaterstand te bepalen en zijn daarmee in staat om de (mate van) bodem­daling mede te beïnvloeden. Het financiële nadeel dat corporaties ondervinden van de bodemdaling mag niet geheel op hen – en daarmee hun huurders – worden afgewenteld. Inspreker wil samen met de overheden de dialoog aangaan om in aanmerking te kunnen komen voor nadeelcompensatie bij funderingsherstel als gevolg van de bodemdaling.

Schade voorkomen is beter dan schade herstellen. REACTIE

REACTIE

De multifunctionaliteit van hoogwatercircuits is ons bekend. In de pilot Groote Veenpolder hebben we hiervoor aandacht bij het uitwerken van maatregelen voor de hoogwatercircuits. Het peilbeheer van het waterschap is erop gericht om de peilen in de hoogwatercircuits zo adequaat mogelijk te handhaven. Het grootschalig generiek verhogen van peilen zal het optreden van funderingsschade niet voorkomen. Wil dit wel zin hebben, dan vraagt dit om een substantiële verhoging van de peilen, waarbij ook een grootschalige transformatie van het gebied hoort. Deze maatregel biedt op korte termijn geen oplossing voor de funderingsproblematiek. Onze strategie is inzetten op voorlichting en bewustwording, meer zicht krijgen op aard en omvang van de problemen, en besluiten over aanvullende vormen van ondersteuning.

KERN ZIENSWIJZE

Op meerdere plekken zijn scheve huizen, tuinen en straten die verzakken. De bodem daalt in grote delen van Fryslân dan ook veel meer en sneller dan gedacht. Dat blijkt ook uit een onderzoek van de TU Delft. Door toenemende droogte zal ook in de toekomst de bodemdaling alleen maar toenemen. Niets doen is dan ook geen optie.

74

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker pleit voor meer aandacht voor leefbaarheid en welzijn in relatie tot de funderingsproblematiek. Door deze problematiek kan de leefbaarheid van de dorpen achteruitgaan. Het welzijn wordt gekoppeld aan de individuele eigenaren, waarop de impact en het leed van funderingsproblematiek en de daarmee gepaard gaande kosten groot kunnen zijn.

WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP

REACTIE

FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

Wij onderkennen dat de funderingsproblematiek kan worden gekoppeld aan bredere maatschappelijke opgaven. Bij de verdere uitwerking van de funderingsaanpak nemen we dit mee.

INSPREKERS

181

INSPREKERS

181 KERN ZIENSWIJZE

Inspreker wijst erop dat naast de funderingsproblematiek, hij de komende jaren nog andere grote opgaven heeft zoals het verduurzamen van de woningvoorraad. Dat geeft een beperking in de mogelijkheden. REACTIE

Wij zijn ons er van bewust dat de corporatie ook gesteld staat voor andere opgaven. Des te meer reden om te werken aan een integrale aanpak, en investeringen vanuit verschillende opgaven op elkaar af te stemmen.

AANDACHT VOOR LEEFBAARHEID EN WELZIJN HEBBEN

KERN ZIENSWIJZE

WE ALS AANDACHTS - EN ACTIEPUNT VERWERKT IN

Inspreker verzoekt ook het zeekleigebied, waar ook verzakkingen en schade aan woningen optreden, te betrekken bij het programma.

PROGRAMMALIJN 4.

REACTIE

Het is ons bekend dat de verzakkingen en schade aan woningen ook in ander type gebieden optreden. Klei­ gebieden, maar ook zandgebieden, zijn gevoelig gebleken voor zetting en klink met gevolgen voor gebouwen en infra­ structuur. Dit programma heeft betrekking op het Friese veenweidegebied. De problematiek is in dit gebied met meest omvangrijk en urgent.

INSPREKERS

181

INSPREKERS

24 INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

181

Inspreker woont in een huis waar op basis van funderings­ onderzoek van is gebleken dat het in kan storten. Inspreker verzoekt de partijen om nu maatregelen te nemen met betrekking tot de funderingsproblematiek en stelt voor een compensatieregeling in het leven te roepen.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker pleit voor samenwerking en verbindingen tussen partijen door gezamenlijk op te trekken en problemen integraal te zien en aan te pakken. Bijvoorbeeld door investeringen meer op elkaar af te stemmen. REACTIE

REACTIE

FUNDERINGEN HIERMEE AANGEVULD.

REACTIE

In het Veenweideprogramma zit een globale raming van de kosten op grond van de nu beschikbare informatie. Op dit moment is er nog geen besluit genomen over het bijdragen in de kosten van funderingsherstel. Ook is niet bekend hoe hoog deze bijdrage zou moeten zijn en om hoeveel woningen het gaat. Als hier meer duidelijkheid over is, is een politiek besluit nodig over de wijze waarop eigenaren met funderingsschade kunnen worden ondersteund. Dit besluit is voorzien in 2022.

REACTIE

In het programma hebben we in H. 7.3 opgenomen dat in 2022 een besluit wordt genomen over eventuele aanvullende vormen van ondersteuning. Dit besluit bereiden provincie, waterschap en gemeenten samen voor. De klankbordgroep, waarin de corporaties vertegen­ woordigd zijn, wordt hier nauw bij betrokken. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderingsschade­gevallen waar nu een urgent probleem is.

We verwachten dat de funderingsproblematiek de komende jaren steeds manifester zal worden. Daarom hebben we maatregelen opgenomen in het Veenweideprogramma en nemen we in 2022 aanvullende besluiten. Op korte termijn onderzoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderingsschadegevallen waar nu een urgent probleem is. WE HEBBEN DE TEKST M.B.T. HET ONDERWERP

INSPREKERS

181, 201

INSPREKERS

19

Het funderingsloket is recent ingesteld. We willen daarom eerst ervaring opdoen met de huidige werkwijze. In de pilot Groote Veenpolder wordt geëxperimenteerd met aanvullende vormen van ondersteuning in de vorm van begeleiding van woningeigenaren. Bij gebleken succes bekijken we of de aanpak verder kan worden uitgerold. Wij onderschrijven dat het beter is om schade zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom hebben we het funderings­ loket ingericht, richten we ons op voorlichting en communicatie, en werken we aan een subsidieregeling voor funderingsonderzoek.

realistisch. De kosten zullen de baten ver gaan overstijgen. Voor compensatie van dit nadeel is niets meegenomen in de financiering. Verder zit er nog een gat tussen de transitie­ kosten van € 549 miljoen en de zekere middelen van bijna € 67 miljoen. Dit versterkt de indruk dat er geen middelen beschikbaar zullen komen voor funderingsherstel, terwijl dat volgens inspreker wel noodzakelijk is.

Wij nemen deze suggesties graag mee bij de verdere uitwerking van de funderingsaanpak.

KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

Inspreker pleit er voor om het funderingsloket dat recent is ingesteld te verbreden met begeleiding van corporaties en woningeigenaren bij herstel van de fundering/woning en het verhalen van de kosten. In dit kader wordt door inspreker ook gepleit voor een (pro)actieve benadering van woningeigenaren bij het ontstaan van mogelijke schade.

181, 201

REACTIE

Wij begrijpen het leed en de risico’s die gepaard kunnen gaan met de funderingsproblematiek. Met de voorstellen in het Veenweideprogramma nemen provincie en water­schap de regie. Samen met andere partijen, waaronder de gemeenten, worden voorstellen voor aanvullende vormen van onder­ steuning voorbereid. Op korte termijn onder­zoeken we wat we kunnen betekenen voor de funderings­schadegevallen waar nu een urgent probleem is. We hebben de tekst m.b.t. het onderwerp funderingen hiermee aangevuld.

KERN ZIENSWIJZE

Inspreker geeft aan dat in het achtergronddocument geen kosten zijn geraamd voor funderingsherstel. Wel zijn baten ingerekend voor vermeden funderingsschade. Dit is niet

INSPREKERS

9, 13, 17, 157, 180, 182, 183

75

KERN ZIENSWIJZE

We onderschrijven de aandacht voor eigenaren van woningen met funderingsproblemen. Zij worden recht­ streeks en indringend geconfronteerd met de problemen van de veenbodemdaling.

Meer aandacht wordt gevraagd voor de huiseigenaren in het veenweidegebied. Enerzijds door nadere maatregelen te treffen tegen verdere verzakking. Anderzijds door financiële compensatie.

We verwachten dat de funderingsproblematiek de komende jaren steeds manifester zal worden. Om de eigenaren van woningen hier meer bij te betrekken is besloten een funderingstafel in het leven te roepen. Eigenaren krijgen een belangrijke plek aan deze tafel. Het doel en de opzet van de tafel worden de komende tijd uitgewerkt. Besluit­vorming hierover vindt plaats parallel aan de besluitvorming over dit Veenweideprogramma.

In het programma H. 7.4 is beschreven welke acties worden ondernomen om huiseigenaren te helpen bij funderingsproblemen. Er is nog weinig concreet inzicht in de staat van de fundering van veel woningen. Niet bij de eigenaren zelf, en ook niet bij de overheidspartijen. De aanpak richt zich daarom in eerste instantie op bewustwording, informeren van eigenaren en het meer inzicht krijgen in de ernst en omvang van de problematiek. In 2022 besluiten we over aanvullende vormen van ondersteuning.

INSPREKERS

9, 13, 157, 180, 182, 183

KERN ZIENSWIJZE

Elk huis op houten palen of ander gebouw is een keer op zijn eind en moet dan vervangen worden; dit is eigen verantwoordelijkheid.

INSPREKERS REACTIE

REACTIE

REACTIE

We zien dit als ondersteuning van de voorgestelde aanpak.

INSPREKERS

9, 13, 17, 182, 183

REACTIE

KERN ZIENSWIJZE

Dit is ook hoe er vanuit de jurisprudentie tegenaan gekeken wordt. Echter, het vervangen van een fundering is wel een ingrijpende en kostbare maatregel.

Naast het voornemen om funderingsonderzoek te subsidiëren, stellen insprekers voor om in de vorm van pilots al ervaring op te doen met concrete ondersteuning, bijvoorbeeld via procesondersteuning of het verstrekken van een lening. REACTIE

KERN ZIENSWIJZE

In de pilot Groote Veenpolder wordt al ervaring opgedaan met ondersteuning van bewoners bij funderingsherstel. De ervaring die we hier opdoen, nemen we mee bij het vormgeven van aanvullende maatregelen.

Houten funderingen die zijn aangetast worden niet beter van kwaliteit door het waterpeil in landbouwgebied te verhogen.

157, 201, 209

REACTIE

KERN ZIENSWIJZE

We zijn het eens met de insteek van het programma dat de woningeigenaar primair verantwoordelijk is voor de bouwkundige staat van de eigen woning. Toch willen we als overheid niet wegkijken van deze problemen en daar waar mogelijk ondersteunen.

KERN ZIENSWIJZE

INSPREKERS

Insprekers dringen er op aan dat de verantwoordelijke overheden van Fryslân ook hun verantwoordelijkheid nemen voor het historische besluit om de waterpeilen te verlagen, waardoor inwoners schade hebben geleden door paalrot en/of verzakking.

166

REACTIE

In het programma is hierover in H. 7.3 opgenomen dat er in 2022 een besluit wordt genomen over eventuele aan­ vullende vormen van ondersteuning. Dit besluit bereiden provincie, waterschap en gemeenten samen voor. De nieuw in te stellen funderingstafel wordt hier nauw bij betrokken.

KERN ZIENSWIJZE

Bouwen op houten palen is niet voor de eeuwigheid; het is niet terecht de schuld neer te leggen bij de diepontwatering van de boeren.

INSPREKERS

REACTIE

Houten palen hebben inderdaad een eindige levensduur. Wel is het zo dat door diepte-ontwatering de levensduur wordt verkort.

INSPREKERS

INSPREKERS

INSPREKERS

17

182

183

KERN ZIENSWIJZE

Erfbeplanting speelt een grote rol bij het onttrekken van water rond een fundering. Vraag: • Is er onderzoek gedaan naar het voorkomen van erf­ beplanting en de toestand van de fundering? • Waarom adviseert men niet dergelijke beplanting te rooien?

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

REACTIE

We vinden dat er een primaire verantwoordelijkheid ligt bij de provincie en het waterschap om de regie te nemen en problemen op te lossen. We verwachten een meer actieve, sturende rol van deze overheden. We willen als gemeente inwoners ondersteunen door mee te faciliteren dat ze gehoord worden.

Insprekers onderkennen dat in de funderingsproblematiek eventueel een specifieke verantwoordelijkheid bij de overheid kan liggen, die in dat geval primair betrekking heeft op de provincie en/of het waterschap.

Los van de technisch-inhoudelijke aanpak, vraagt inspreker expliciet aandacht voor de sociale effecten van het veenweideprogramma en de transitie die hiermee samenhangt. Langdurige onzekerheid en een onduidelijk toekomstperspectief zullen een negatief effect hebben op het welzijn van de bewoners en op de leefbaarheid in het gebied.

De rol van erfbeplanting is bekend. Grote bomen onttrekken vocht aan de bodem. Ook kunnen plantenwortels schade aan funderingen veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is de Japanse duizendknoop. Op de website van het Kennis Centrum Aanpak Funderingen (KCAF) is de nodige informatie te vinden over de oorzaken en aanpak van funderings­schade.

REACTIE

Met de voorstellen die nu gedaan zijn in het Veenweide­ programma nemen provincie en waterschap de regie. Samen met andere partijen, waaronder de gemeenten, bereiden we voorstellen voor aanvullende vormen van ondersteuning voor.

REACTIE

Met de voorstellen in het Veenweideprogramma nemen provincie en waterschap de regie. Samen met andere partijen, waaronder de gemeenten, bereiden we voorstellen voor aanvullende vormen van ondersteuning voor.

REACTIE

We zijn ons bewust van de sociale aspecten die samen­ hangen met de beoogde veranderingen. Dit blijkt ook uit een deel van de zienswijzen die zijn ingediend.

INSPREKERS AANDACHT VOOR LEEFBAARHEID EN WELZIJN HEBBEN WE ALS AANDACHTS - EN ACTIEPUNT TOEGEVOEGD AAN

INSPREKERS

KERN ZIENSWIJZE

1, 4

Op dit moment weten we nog te weinig van de aard en omvang van de problematiek. Insprekers onderschrijven daarom het voornemen om funderingsonderzoek te subsidiëren en in 2022 opnieuw te bekijken wat wenselijk en noodzakelijk is.

KERN ZIENSWIJZE

De funderingsproblematiek is urgent en wordt maar zijde­ lings besproken. Dit geeft onzekerheid bij de inwoners.

INSPREKERS

3, 201 KERN ZIENSWIJZE

9, 13, 17, 180, 182, 183

76

Indien houten palen een aantal jaren droog hebben gestaan en daardoor aangetast raken, helpt het inderdaad niet om de palen opnieuw onder water te zetten. Met het nat houden van houten funderingen kan schade echter eventueel wel worden voorkomen.

3

REACTIE

Met de voorstellen in het Veenweideprogramma nemen provincie en waterschap de regie. Samen met andere partijen, waaronder de gemeenten, bereiden we voorstellen voor aanvullende vormen van ondersteuning voor.

INSPREKERS

3

Komt er een vergoedingsregeling voor de aanpak van de fundering?

PROGRAMMALIJN 4.

REACTIE INSPREKERS

7

In 2022 nemen we aanvullende besluiten o.a. over de aanpak funderingsproblematiek. Hierbij wordt een aantal maatregelen onderzocht, waaronder financiële regelingen. Over de uitkomst daarvan kunnen we nu nog niets zeggen.

77

INSPREKERS

INSPREKERS

3

41

KERN ZIENSWIJZE

KERN ZIENSWIJZE

Waarom koppelt men de funderingsproblematiek aan een peilaanpassing in het veenweidegebied?: a. de relatie is vaag en niet aantoonbaar (vóór de ruil­ verkaveling verzakten de huizen ook!) b. men voorkomt en herstelt niks met een peil­aanpassing.

Het is niet duidelijk wat een verhoging van het grondwater­ peil betekent voor bestaande kelders.

Recreatie

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

INSPREKERS

REACTIE

Peilverlaging in veengebieden kan een oorzaak zijn van funderingsproblematiek. Dit verschilt van woning tot woning en is naast het waterpeil afhankelijk van andere factoren. Voor houten funderingen die nog niet zijn aan­ getast, kan peilverhoging helpen om de levensduur van de fundering te verlengen en eigenaren de tijd te geven te zoeken naar een duurzame oplossing. Grootschalige peilaanpassing om de funderings­ problematiek aan te pakken, is niet de strategie waarvoor wij kiezen. Onze strategie is gericht op onder andere voor­ lichting en communicatie.

REACTIE

Dat hangt van de specifieke omstandigheden af en vraagt voor elke situatie om een aparte beoordeling. Bij een oudere woning is de grondwaterstand nu veel lager dan toen de kelder is aangelegd. Een verhoging van de grondwaterstand zal dan waarschijnlijk niet tot problemen leiden.

9, 13, 17, 157, 180, 182, 183 KERN ZIENSWIJZE

Nieuwe, nattere veenweidelandschappen zijn aantrekkelijk voor nieuwe concepten op het gebied van recreatie en toerisme. Tevens kunnen zij bijdragen aan versterking van de biodiversiteit en het verbinden van de natuurgebieden met landbouwgronden tot een ecologisch samenhangend veen­landschap. Insprekers pleiten ervoor dit onderwerp explicieter op te nemen in het programma. REACTIE

INSPREKERS

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10545401/1