Beantwoording reacties van de fracties raadscommissie 19 en 21 mei 2026
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
7 mei 2026
26GRF00025
Raadsvoorstel Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Wmebv 1.
In 3_ Zorgplicht Wmebv in Schiedam - bijlage bij Aanwijzingsbesluit.pdf staat: In de gemeente Schiedam communiceren we in begrijpelijke taal op B1-niveau. Dit geldt voor bijvoorbeeld brieven, website(s), nieuwsbrieven en persberichten. Wordt er ook wanneer nodig op A2-niveau gecommuniceerd, dat voor nog meer mensen begrijpelijk is? Zo, nee, waarom niet? Antwoord: Ja, het is belangrijk om vooraf na te denken over de doelgroep aan wie de boodschap is gericht. De boodschap moet altijd begrijpelijk zijn voor die doelgroep. Als dat nodig is, dan passen we ons taalniveau aan naar A2.
2. Wordt er door de gemeente ook in niet-Nederlandse talen gecommuniceerd wanneer noodzakelijk? Zo ja, wanneer en in welke talen? Zo niet, waarom niet? Antwoord: Gemeente Schiedam hanteert het uitgangspunt dat er in het Nederlands wordt gecommuniceerd. Wanneer de situatie daarom vraagt communiceren we in andere talen. Dit is in het verleden bijvoorbeeld gebeurd met informatie over een energietoeslag of dementie. 3. Op de brief 3_ Zorgplicht Wmebv in Schiedam - bijlage bij Aanwijzingsbesluit.pdf staan op de achterzijde in de footer de social media kanalen vermeld. Deze kanalen komen niet overeen met de kanalen genoemd in de brief (Facebook, Instagram, LinkedIn) op de achterzijde. X staat hier extra in de footer. Het kanaal wordt sinds 2025 niet meer actief gebruikt. Kan dit verwijderd worden? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het gemeentelijke X-account wordt niet meer actief ingezet. We behouden het gemeentelijke account wel. Met name omdat hiermee voorkomen wordt dat er accounts worden gemaakt die zich ten onrechte voordoen als de gemeente Schiedam. Ook kan door het behoud van het X account het account nog geraadpleegd worden als iemand bijvoorbeeld op zoek is naar eerder gepubliceerde informatie. 4.
In het document op pag 4, art 2 en pag 5, art 3 staan nog: ‘….’? Wordt dit nog weggehaald of ingevuld? Antwoord: De punten in de toelichting hadden vervangen moeten worden met de tekst “het algemene contactformulier” (artikel 2) of hadden weggehaald moeten worden omdat de tekst verder al volledig is (artikel 3). In het artikel zelf staat het wel volledig en goed genoemd en om die reden verwachten we geen verwarring. Het invullen hiervan vereist nieuwe besluitvorming door het college die op korte termijn niet haalbaar is. 5.
In het raadsvoorstel, D1.2 staat dat digitale communicatie veilig betrouwbaar en toegankelijk moet zijn. Hoe waarborgt de gemeente dat gevoelige informatie veilig bewaard wordt? Antwoord: Gemeente Schiedam waarborgt de veiligheid van gevoelige informatie door een combinatie van technische, organisatorische en juridische maatregelen, die
*26GRF00025*
allen in overeenstemming zijn met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Raadsvoorstel beëindiging bronscheiding PMD 6. Zijn er verschillen qua afvalscheiding tussen wijken? Zo ja, wat zijn de verschillen tussen de wijken en waarom? Antwoord: Verschillen in afvalscheiding worden niet per wijk gemonitord. Wel is bekend dat de afvalscheiding bij grondgebonden woningen met individuele kliko’s beter is dan bij gestapelde bouw waar gebruik wordt gemaakt van inzamelvoorzieningen voor gemeenschappelijk gebruik (rolcontainers of ondergrondse containers). 7.
In welke wijken wordt PMD nog apart van huishoudelijk restafval ingezameld wordt? (Nieuwland bvb wel, Woudhoek niet) Antwoord: In Schiedam wordt PMD alleen nog ingezameld met circa 50 ondergrondse containers in de nabijheid van winkels. De exacte locaties waar deze containers staan is te zien op Containerlocaties - Irado. Deze containers worden binnenkort (Q3) verwijderd.
8. Waarom worden in sommige wijken nog wel passen gebruikt voor restafval en in anderen niet? Antwoord: Voor het op vulgraad kunnen ledigen van de containers maakt Irado gebruik van data. In het oude type containers werden deze data gegenereerd door het pasjessysteem. In de nieuwe containers worden de data gegenereerd door sensoren en is het pasjessysteem niet meer nodig. Inmiddels zijn (bijna) alle containers pasloos toegankelijk. Na vervanging van het oude type containers (Q2) door nieuwe containers, zijn pasjes niet meer nodig. 9. Sinds de invoering van het inzamelen van PMD met het huishoudelijk restafval en de voorzetting van het inzamelen van PMD afzonderlijk op wijkniveau en winkelcentra, is het gebruik van de ondergrondse PMD-containers in die wijken en bij die winkelcentra in kg toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen? Antwoord: Sinds de beëindiging van de PMD-inzameling met kliko’s begin 2024 is de hoeveelheid PMD in de ondergrondse containers afgenomen. 10.
Welke maatregelen zijn overwogen om bij afvalinzamelingspunten informatievoorziening te realiseren waarin per afvalstroom wordt gespecificeerd wat wel en niet is toegestaan en waar burgers eventueel aanvullende afvalstromen kunnen aanbieden? Antwoord: Bij het ontwerp van de grondstoffencontainers is bewust gekozen voor een beperkte en eenduidige informatievoorziening op de containers zelf, in de vorm van pictogrammen. Voor nadere en meer gedifferentieerde informatie over wat per afval/grondstofstroom wel en niet is toegestaan en waar aanvullende stromen kunnen 26GRF00025
Pagina 2 van 13
worden aangeboden, is gekozen voor inzet van aanvullende communicatiekanalen. Hiervoor zijn onder andere de afvalwijzer en de website van Irado beschikbaar. Op deze wijze wordt voorzien in toegankelijke en actuele informatie, terwijl tegelijkertijd overzicht en beheersbaarheid bij de inzamelingspunten behouden blijven. 11. Hoe gaat de gemeente de door het verdwijnen van PMD-bakken vrijgekomen ondergrondse ruimte benutten? Antwoord: De ondergrondse containers voor PMD worden weggehaald. Hiervoor in de plaats worden ondergrondse containers voor restafval in de bestaande containerputten geplaatst. Enkele containers worden vervangen door containers voor papier en karton. 12. Kan de berekening van het financieel voordeel van 30.000 euro gespecificeerd worden? Antwoord: Door het beëindigen van de PMD-bronscheiding vervallen de inzamelkosten van deze containers (circa € 54.000 per jaar) en komt de vergoeding van Verpact voor het ingezamelde PMD (in 2025 circa € 24.000) te vervallen. Per saldo geeft dit een financieel voordeel van circa € 30.000 per jaar. 13. Is er in 2026 ook al een financieel voordeel? Zo ja, is het al bestemd of stroomt het naar de algemene reserve? Zo nee, wat gebeurt er dan mee? Antwoord: Na publicatie van de wijzigingsbesluiten in het Gemeenteblad worden de PMD-containers omgebouwd voor restaval en papier/karton en wordt de PMDinzameling beëindigd.
Vanaf dan is er het structurele financiële voordeel van € 30.000 op jaarbasis. Dit financieel effect wordt meegenomen bij het opstellen van de primaire begroting 2027. Voor 2026 geldt dat een eventueel positief of negatief saldo op de totale afvalbeheerkosten wordt verrekend met de voorziening Afval. Raadsvoorstel geactualiseerde regiovisie GR Jeugdhulp RR 14. Bijlage geactualiseerde regiovisie p5 staat: Daarnaast moeten jongeren die bijna 18 worden, tijdig worden begeleid naar een passende, zelfstandige plek, waarbij aanpalende domeinen zoals Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), Werk en Inkomen en de Zorgverzekeringswet waar nodig ondersteunen. Ervaart de gemeente Schiedam in de praktijk dat jongeren die jeugdzorg ontvangen — binnen of buiten de gemeente — bij het bereiken van de 18jarige leeftijd te maken krijgen met knelpunten in de overgang naar volwassenenzorg of andere vormen van ondersteuning? Zo ja, kan worden aangegeven om welke groepen jongeren of typen problematiek dit met name gaat? Antwoord: Bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd worden soms knelpunten ervaren in de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg. Jeugdhulpverlening en volwassenhulpverlening sluiten inhoudelijk soms niet helemaal op elkaar aan.
Daarnaast is het gebrek aan woonruimte, zelfstandig of met begeleiding, een groot probleem voor jongeren die gebruik maken van een vorm van jeugdzorg met verblijf, zij kunnen doorgaans niet terug naar hun ouders. 26GRF00025
Pagina 3 van 13
15. Hoe is de overdracht georganiseerd voor jongeren uit Schiedam die buiten de gemeente jeugdzorg ontvangen wanneer zij 18 jaar worden, en ervaart de gemeente hierbij knelpunten waardoor jongeren zich alsnog bij de gemeente melden voor acute of aanvullende ondersteuning? Antwoord: Als jongeren 16,5 jaar oud zijn wordt er een toekomstplan opgesteld waarin vooruit gekeken wordt naar wat een jongere als volwassene nog nodig heeft. Met name huisvesting na 18 jaar is hierbij een groot knelpunt. Door tijdig een plan op te stellen wordt getracht acute hulpvragen te voorkomen. 16. Is binnen de gemeente Schiedam of in regionaal verband onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de overgang tussen jeugdzorg en volwassenenzorg te versoepelen, bijvoorbeeld door een geleidelijke afbouw van ondersteuning in de leeftijd van 18 tot 21 jaar? Zo ja, wat waren hiervan de belangrijkste bevindingen? Antwoord: Aandacht voor de overgang naar volwassenheid is een belangrijk punt in het MVS-jeugdmodel. Hiertoe zijn diverse overleggen en projecten opgezet, om jeugden volwassen zorgverleners met elkaar in contact te brengen en een uniforme werkwijze in te voeren voor overdracht. In Schiedam zijn ook voorzieningen voor jongeren die (nog) niet op zichzelf kunnen wonen, zoals Wonen en Begeleiding (WEB) van Enver.
Rogplus speelt hierin een belangrijke rol omdat zij zicht hebben op de inzet van jeugdhulp, en verantwoordelijk zijn voor de toewijzing van WMO-voorzieningen, zoals ambulante begeleiding en de gemeentelijke vormen van beschermd en begeleid wonen. 17. Welke afspraken of werkwijzen hanteert de gemeente momenteel om de overgang van jeugdzorg naar ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Wmo, Wlz, participatie of Zorgverzekeringswet zo soepel mogelijk te laten verlopen? Antwoord: Als jongeren 16,5 jaar oud zijn wordt er een toekomstplan opgesteld waarin vooruit gekeken wordt naar wat een jongere als volwassene nog nodig heeft. Met name huisvesting is een groot knelpunt. De overgang naar Wmo-hulpverlening is onder vraag 16 al toegelicht. Overgang naar de WLZ wordt waar mogelijk al voor de 18jarige leeftijd bewerkstelligd. Overgang naar de ZVW speelt met name binnen de (jeugd) GGZ. Hier zijn aanbieders doorgaans zelf alert op. Ondersteuning vanuit de participatiewet kan van toepassing zijn bij alle cliënten vanuit de jeugdzorg die 18 worden, ongeacht eventuele vervolgondersteuning, en wordt dan ook meegenomen in het toekomstplan. Raadsvoorstel beschikbaar stellen budget t.b.v. focusprogramma cultuur 18. Elk jaar vindt er een indexatie van de cultuursubsidie en de huur plaats.
Klopt het dat de jaarlijkse indexatie van de subsidie en de huur niet hetzelfde zijn voor instellingen die een pand huren van de gemeente, zoals Theater aan de Schie en het Stedelijk Museum? Antwoord: Het klopt dat de jaarlijkse indexatie van de subsidie en de huur niet hetzelfde zijn. De indexatie van de subsidies is gebaseerd op het Centraal Plan Bureau. De gemeente rapporteert hierover in de Zomernota en de Begroting. 26GRF00025
Pagina 4 van 13
De indexatie van de huur van gemeentelijke panden wordt vastgesteld aan de hand van de Consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek hetgeen gebruikelijk is in de verhuursector. De gemeente hanteert deze indexatie dan ook in haar huurovereenkomsten. Jaar
Indexatie huur
2026
Indexatie subsidies 3,7%
2025
2,8%
3,50%
2024
3,1%
0,20%
2023
3%
6,00% (was oorspronkelijk 14,50%, maar is door het college verlaagd naar 6% voor maatschappelijke huurders).
3,28
Het klopt dus dat de indexatie van de huur soms hoger lag dan de indexatie van de subsidie, maar het omgekeerde gebeurt ook. 19. Wat zijn de voor - en nadelen voor het gelijk maken van de indexatie van huur en subsidie? En welke kosten zijn daarmee gemoeid in relatie tot de organisaties die een pand van de gemeente huren en een subsidie ontvangen? Antwoord: Het gelijk trekken van de indexatie van huur en subsidie heeft financiële en juridische gevolgen voor de gemeente als verhuurder. Enerzijds is er vastgoedbeleid vastgesteld waarin de huur van gemeentelijk vastgoed kostprijs dekkend dient te zijn. Dat is de huidige vastgoedsystematiek. Anderzijds is het juridisch niet mogelijk, op basis van de Wet Markt en Overheid, om indirect subsidie te verstrekken door te verhuren onder de kostprijs. Het gelijk trekken van de indexatie van huur en subsidie kan culturele organisaties helpen om stijgende lasten beter op te vangen, mits de indexatie van de huur hoger is dan die van de subsidie. Dit is niet altijd het geval, zoals in de beantwoording van vraag 18 is uitgewerkt. Om de voor- en nadelen goed in kaart te brengen zou meer onderzoek gedaan moeten worden. Voor het Stedelijk Museum en het Theater aan de Schie bedragen de huurkosten circa 10% respectievelijk 14% van de totale kosten (op basis van de kale huurprijs in 2025). 20.
Theater aan de Schie en het Stedelijk Museum huren hun panden van de gemeente. Een van de manieren om hun kosten te drukken is door energierekening omlaag te brengen. Wordt er naar de verduurzaming van de gemeentelijke panden gekeken, waaronder Theater aan de Schie en het Stedelijk Museum, om de energierekening te drukken? Zo ja, hoe dan en wanneer? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De verduurzaming van het Theater aan de Schie is onderdeel van het, in november 2025, door de raad goedgekeurde krediet (25VR043) voor het MJOP-Plus van het Stadserfcomplex. Het Stedelijk Museum is in 2022 gerenoveerd. De aanpassingen aan de installaties hebben ervoor gezorgd dat deze naar de efficiëntere standaard van 2022 zijn 26GRF00025
Pagina 5 van 13
verbeterd. Daarnaast zijn de ramen voorzien van duurzame voorzetramen en is de vloer gedeeltelijk geïsoleerd. Ook is energiezuinigere LED-verlichting toegepast. Een relatief hoog energiegebruik is inherent aan een 24-uurs bedrijf en de daar aanwezige klimaatinstallatie, die nodig is om de klimaatcondities van de zalen onder controle te houden. 21. De huidige opzet van het subsidiesysteem is een alles of niets toekenning. Dit geldt niet voor drie instellingen: Theater aan de Schie, Bibliotheek Schiedam en Stedelijk Museum Schiedam. Alle instellingen die een positieve beoordeling hebben gehad, hebben 100% van gevraagde financiering ontvangen. Staan er in de toegekende subsidieaanvragen onderdelen welke niet wenselijk of nodig zijn, maar toch zijn gefinancierd door een alles-of-niets toekenning? Zo ja, welke? Antwoord: De subsidieaanvragen voor de Focusprogramma's cultuur 2026-2027 zijn via een gelijke systematiek behandeld en beoordeeld. De gehele aanvragen zijn getoetst op drie onderdelen: planmatige, inhoudelijke en zakelijke kwaliteit. Op basis van de eindbeoordeling met puntenscore wordt een aanvraag als al dan niet subsidiabel beoordeeld. Op basis van het beschikbare budget worden de subsidiabele aanvragen geheel toegekend. Indien het subsidieplafond bereikt is, kan het zijn dat een subsidiabele aanvraag maar gedeeltelijk wordt toegekend.
De reden voor gedeeltelijke toekenning is in dat geval niet inhoudelijk, maar financieel-juridisch. Daarnaast is er inhoudelijk geen sprake van gedeeltelijke toekenning, tenzij bepaalde activiteiten op basis van de subsidieregeling of ASV niet in aanmerking komen. Een voorbeeld hiervan is: activiteiten die niet in Schiedam plaatsvinden zijn niet subsidiabel. Dit is niet voorgekomen bij de aanvragen voor de Focusprogramma's 2026-2027. Ten slotte is de mate waarin de activiteiten bijdragen aan gemeentelijke doelen expliciet geborgd in de subsidieregeling, via de drie toetsingsonderdelen (het plan, de inhoudelijke en zakelijke kwaliteit) en de weigeringsgronden. Een belangrijk inhoudelijk criterium is bijvoorbeeld: de bijdrage van de activiteit aan de gekozen hoofd- en subdoelen, als bedoeld in artikel 8 van de subsidieregeling. Voor dit punt kan de aanvrager maximum 15 punten scoren. Als voor dit criterium een score van 5 of lager wordt gescoord, kan de aanvraag worden geweigerd – ingevolge Subsidieregeling artikel 9, lid i —ook als de totaalscore verder voldoende zou zijn. Kortom: via minimumscores wordt getoetst op doelmatigheid en bijdrage aan gemeentelijke doelen. 22. En welke bedragen zijn daaraan toegekend? Zo nee, waren het dus perfecte aanvragen? Antwoord: Zie antwoord op vraag 21. 23.
Om onzekerheid in de cultuursector in 2028 te voorkomen is het belangrijk een goede evaluatie te doen van het huidige subsidiesysteem en tijdig het systeem indien nodig aan te passen voordat de nieuwe subsidieronde in 2027 van start kan gaan. Voor een gedegen evaluatie is inspraak van de culturele instellingen nodig. Bovendien is het belangrijk dat ook de conclusies van eventuele bezwarencommissies worden meegenomen in die evaluatie. Hoe kan er gezorgd worden dat tijdig de evaluatie wordt 26GRF00025
Pagina 6 van 13
gestart en afgerond, het subsidiesysteem wordt aangepast en de aanvraag weer wordt opengezet? Antwoord: De subsidieregeling Focusprogramma’s Cultuur Schiedam wordt geëvalueerd en daarbij worden de subsidieaanvragers betrokken. Verder volgt voor de ontwikkeling van nieuw beleid het college het vastgestelde Participatiebeleid (2021) en houdt zich aan de wettelijke kaders m.b.t. inspraakprocedure. Het college verwacht de raad in Q4 2026 over de evaluatie te informeren. De subsidies zijn tweejarig voor 2026 en 2027 verleend. Een aangepast kader geldt daarmee voor de subsidieaanvragen 2028 en verder. 24. Hoe wordt de inspraak van de culturele instellingen geborgd? Antwoord: Zie antwoord op vraag 23. 25. Er is met de 3 instellingen afgesproken om het Berenschot rapport niet openbaar te maken. Echter is het advies voor de drie instellingen positief.
Indien de 3 instellingen geen bezwaar hebben, kan het rapport, de samenvatting of andere relevante vorm vrijgegeven worden met als doel meer transparantie te creëren richting de andere culturele instellingen en de Schiedammers? Antwoord: Het college heeft op 15 juli 2025 besloten om gedurende 5 jaar geheimhouding op te leggen op het onderzoeksrapport Exploitatieonderzoeken bibliotheek, museum en theater in Schiedam van Berenschot op grond van artikel 87 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, sub c van de Wet open overheid, gelet op de bedrijfsbelangen van anderen dan de gemeente. Dit is nog altijd geldend. Het rapport is voor raadsleden wel ter inzage beschikbaar gesteld. 26.
Welke instellingen ontvangen momenteel een subsidie met een looptijd van langer dan twee jaar? Is het college zich ervan bewust dat de relatief korte subsidieperioden en de daarmee gepaard gaande onzekerheid over toekomstige financiering ertoe kunnen leiden dat instellingen minder kans maken op aanvullende externe subsidies of fondsen? Indien het college hiervan op de hoogte is, is dit aspect dan expliciet meegenomen in het advies aan de raad en de besluitvorming rondom het subsidiebeleid? Zo nee, is het college bereid dit mee te nemen in de evaluatie van het huidige subsidiebeleid? Antwoord: Alle gesubsidieerde aanvragen uit de Focusprogramma's cultuur 20262027 (zie raadsbrieven 25UIT07407 en 25UIT08207) ontvangen meerjarige subsidies. Specifiek voor deze regeling is het subsidietijdvak van 2026-2027 vastgesteld. Daarnaast heeft het Stedelijk Museum Schiedam meerjarige subsidieafspraken voor de periode 2026-2028 omdat zij aan hebben kunnen tonen om voor externe subsidies en fondsen in aanmerking te komen een subsidieperiode van langer dan 2 jaar nodig te hebben. De subsidieaanvraag van De Muziekspeelplaats ad €30.000,-- in FP1 is negatief beoordeeld. 27. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 28. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? 26GRF00025
Pagina 7 van 13
Antwoord: De Muziekspeelplaats wilde een pilot opstarten om in Schiedam een variant van hun concept te lanceren. Hun concept is: een plek waar álle kinderen, ongeacht hun achtergrond, samenkomen om muziek te maken. De MuziekSpeelplaats verbindt, coacht en ondersteunt initiatiefnemers om in hun eigen buurt een MuziekSpeelplaats op te zetten. De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van het Jenevermuseum in FP1 ad €25.000,-- is negatief beoordeeld. 29. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 30. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteiten waar deze aanvraag zich op richtte waren: - Laagdrempelig erfgoed, talentontwikkeling en urban culture in een samenhangend educatief en co-creatief programma. - Ambacht & Verbeelding: Jongeren ontdekken techniek, ambacht en stadsgeschiedenis via beleeflessen, gastlessen en co-creatieopdrachten. - Straat & Erfgoed: In 2026 en 2027 worden wisseltentoonstellingen ontwikkeld waarin straatcultuur en erfgoed elkaar ontmoeten.
- Collectie in Beeld: Jongeren selecteren objecten uit depot en branderij en presenteren deze in mini-exposities en digitale formats op sociale media, als curator in hun eigen taal en beeld. - Erfgoed Verbeeld: In co-creatie vertalen jongeren erfgoed naar creatieve uitingen zoals vlogs, spoken-word en podcasts. De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van Dance Motion Picture in FP1 ad €12.000,--is negatief beoordeeld. 31. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 32. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteit waar deze aanvraag zich op richtte: DansPuls, een laagdrempelig kennismakingsprogramma voor jongeren van 14 20 jaar, waarbij dans wordt ingezet als middel voor talentontwikkeling, zelfexpressie en sociale verbinding. De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van het Jenevermuseum in FP2 ad €30.000,-- is negatief beoordeeld. 33. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 26GRF00025
Pagina 8 van 13
34. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteiten waar deze aanvraag zich op richtte: - Wisseltentoonstellingen - Educatieprogramma - Stemmen van Schiedam: Verhalen van toen, nu en straks. - Museummolen De Walvisch: vaste rondleidingen en publieksdagen - Thematische activiteiten bij Molendag en Monumentendag. - Stamtafels & Stookcultuur Tweemaal per jaar in wijken; ontmoetingen rond persoonlijke verhalen en distilleer-erfgoed versterken verbondenheid. De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van het Nationaal Coöperatiemuseum in FP3 ad €15.000,-- is negatief beoordeeld. 35. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 36. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteiten waar deze aanvraag zich op richtte: - Verdieping van de collectie (verzamelen, registreren, archiveren en opslaan) - Tentoonstelling en presentatie: actualisatie van de co-op hoek - Professionalisering van bestaande en nieuwe kanalen zowel online als offline om potentiële bezoekers te bereiken De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam.
Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van Dance Motion Picture in FP3 ad €60.000,-- is negatief beoordeeld. 37. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 38. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteiten waar deze aanvraag zich op richtte: Heel de stad danst, 3 edities dansperformances per jaar op verschillende plekken in de stad. De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. De subsidieaanvraag van Waterweg Cultuurprijs in FP3 ad €8.833,-- is negatief beoordeeld. 39. Waar hadden zij subsidie voor aangevraagd? 40. Wat mist de stad of zit deze activiteit in een ander programma? Antwoord: De activiteiten waar deze aanvraag zich op richtte: - Waterweg Cultuurprijs 2026-2027 prijsuitreiking (culturele activiteit) - Ondersteuning genomineerden en prijswinnaar (talentontwikkeling) 26GRF00025
Pagina 9 van 13
-
Onderzoek toekomst Waterweg Cultuurprijs
De specifieke activiteiten worden niet gesubsidieerd vanuit de gemeente Schiedam. Dit kan betekenen dat deze daardoor ook niet worden uitgevoerd. Het is aan de aanvrager om te besluiten of de activiteit wordt uitgevoerd. 5. Uitvoering toezegging brengt enige rust in de stad en neemt onzekerheid weg bij culturele instellingen De besluitvorming rondom de Subsidies Focusprogramma’s Cultuur heeft de afgelopen periode voor tumult gezorgd in de stad. Door voorliggend besluit te nemen wordt onzekerheid over de te ontvangen subsidie bij de instellingen weggenomen. 41. Op welk feit baseert het college, dat dit besluit rust brengt in de stad? Antwoord: Met het besluit over het raadsvoorstel wordt duidelijkheid geschept voor instellingen die een subsidiabele aanvraag hebben ingediend maar die vanwege het bereiken van het subsidieplafond geen subsidie konden ontvangen. Raadsvoorstel vaststelling risicoprofielen verbonden partijen gemeente Schiedam Profiel 1 Bank Nederlandse Gemeenten 42. Het dividend in 2025 is hoger dan geraamd, wat gebeurt er met dat overige geld? En moet de raming bijgesteld worden of is dit incidenteel? Antwoord: Dividend is een structureel algemeen dekkingsmiddel. Gelet op de begrotingsregels voor gemeenten (BBV) is er behoefte aan een stabiele dividendstroom, zodat de begroting realistisch geraamd wordt.
Hier wordt in aandeelhoudersvergaderingen regelmatig aandacht voor gevraagd. Afwijkingen door een hoger of lager dividend dan begroot zijn incidenteel. Profiel 4: Irado 43. Er wordt gesteld dat het maatschappelijk risico laag is, maar wanneer er wél verstoringen zijn, de impact daarvan erg groot kan zijn. Kunnen er voorbeelden genoemd worden van dergelijke verstoringen? Antwoord: Er komen weleens verstoringen voor, zoals weersomstandigheden, uitval van materiaal en personeel. Hierdoor kunnen er vertragingen oplopen in bepaalde werkzaamheden, zoals de inzameling van afval. 44. Er wordt gesteld dat het dividend lager is ingeschat omdat Irado grote investeringen moet doen. Waar gaat dit dan over en heeft de besluitvorming hierover al plaatsgevonden, of komt dat niet langs de gemeenteraden vanwege de overkoepelende structuur? Antwoord: Het gaat om (onvermijdelijke) vervangingsinvesteringen en instandhoudingsinvesteringen. Hierbij kunt u denken aan het vervangen van wagens op het wagenpark van Irado. In de statuten van Irado is vastgelegd dat bepaalde besluiten, waaronder het Strategisch Meerjarenbeleidsplan en het Meerjarenperspectief aan de aandeelhouders moeten worden voorgelegd ter goedkeuring. Dit betreft dus een bevoegdheid van de gemeente als aandeelhouder.
De gemeente oefent haar bevoegdheden als aandeelhouder van Irado uit op grond van de aandeelhoudersrechten zoals geregeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten van de Irado. De uitoefening van deze bevoegdheden vindt plaats binnen het 26GRF00025
Pagina 10 van 13
kader van de gemeentelijke bevoegdheidsverdeling zoals vastgelegd in de Gemeentewet (artikel 160 lid 1 Gemeentewet). Dergelijke besluiten vallen in dit kader onder de collegebevoegdheid en worden inderdaad niet voorgelegd aan de gemeenteraad. U wordt hierover geïnformeerd door het college (bijvoorbeeld via de terugkoppelingsbrief verbonden partijen). Het meest recente Strategisch Plan kunt u hier terugvinden: Strategisch-Plan-Irado2025-2028.pdf Profiel 6: Sportbedrijf 45. Er wordt gesteld dat het aanleveren van stukken en de ambtelijke afstemming wisselvallig is. Er wordt gesteld dat dit komt doordat het Sportbedrijf in opstartfase is en dat er verbetering in zit. Verwacht het college het risico omtrent ambtelijke afstemming op termijn bij te stellen van Oranje naar Groen? Zo ja, in welke termijn moet dit dan gebeuren? Antwoord: Het college verwacht dat het risico rond de ambtelijke afstemming op termijn kan worden bijgesteld van oranje naar groen. Sinds de oprichting (2024) van het Sportbedrijf is een duidelijke verbeterlijn zichtbaar in het aanleveren van stukken en de samenwerking. Het college verwacht dat deze ontwikkeling zich verder doorzet en dat het risico in de periode 2027–2028 naar groen kan worden bijgesteld. 46. Er wordt gesteld dat het professioneel functioneren wisselvallig is.
Er wordt gesteld dat dit komt doordat het Sportbedrijf in opstartfase is en dat er verbetering in zit. Verwacht het college het risico omtrent professioneel functioneren op termijn bij te stellen van Oranje naar Groen? Zo ja, in welke termijn moet dit dan gebeuren? Antwoord: Het college verwacht dat het risico rond het professioneel functioneren op termijn kan worden bijgesteld van oranje naar groen. Sinds de oprichting (2024) van het Sportbedrijf is een duidelijke verbeterlijn zichtbaar in het professioneel functioneren van het Sportbedrijf. Het college verwacht dat deze ontwikkeling zich verder doorzet en dat het risico in de periode 2027–2028 naar groen kan worden bijgesteld. Profiel 10: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 47. Waarom verschillen MVS-gemeenten van andere Rijnmond gemeenten mbt het kleiner aantal contracten (pg2 toelichting)? Antwoord: Bij de aanbesteding, met ingang van 1 januari, hebben de MVSgemeenten ervoor gekozen om de gespecialiseerde jeugdhulp op een andere manier in te kopen dan de andere 10 gemeenten, omdat dit beter aansluit bij het MVSjeugdmodel dat door de gemeenteraden is vastgesteld. Profiel 11: Leerrecht 48. Er wordt gesteld dat de huurverhoging niet past binnen de huidige begroting.
Maakt Leerrecht nu nog gebruik van gemeentelijk vastgoed in een van de MVS gemeenten? Antwoord: Leerrecht maakt nu gebruik van een gemeentelijk vastgoed (locatie Piersonstraat). Deze locatie krijgt op termijn een andere bestemming. Een nieuwe locatie gaat naar verwachting gepaard met een hogere (marktconforme) huurprijs, waar in huidige begroting geen rekening mee gehouden is.
26GRF00025
Pagina 11 van 13
Raadsvoorstel zienswijze luchthavenbesluit Rotterdam 49. Is in de zienswijze de recente beslissing van de rechtbank meegenomen dat Rotterdam The Hague Airport over een natuurvergunning moet beschikken? Zo ja, waarom wordt dit niet aangehaald? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, dit is niet meegenomen omdat de natuurvergunning geen onderdeel is van het ontwerp-luchthavenbesluit dat ter inzage is gelegd. De natuurvergunning betreft een afzonderlijke procedure waarover de Minister, naar aanleiding van de uitspraak, een nieuw besluit moet nemen. 50. In document Raadsvoorstel zienswijze, p3, art.F staat: een volledige sluiting van het vliegveld niet realistisch is. Waar is dat op gebaseerd? Antwoord: Een sluiting van het vliegveld is op dit moment niet realistisch omdat er noch in de gemeente Rotterdam, waarbinnen het vliegveld ligt, noch bij provincie of Rijk een politieke meerderheid is voor sluiting van het vliegveld. 51. In hoeverre vormt de gestelde hoogtebegrenzing rondom Rotterdam The Hague Airport een ruimtelijke belemmering voor nieuwbouwprojecten en optopping van bestaande bebouwing binnen de gemeente Schiedam, specifiek buiten het ontwikkelgebied Schieveste 2021? Antwoord: De hoogtebeperkingen vormen doorgaans geen belemmering voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Alleen direct onder de aanvliegroute kunnen beperkingen optreden bij bebouwing hoger dan 60 meter.
In de Schiedamse Omgevingsvisie zijn de locaties genoemd waar toekomstige hoogbouw is voorzien. Daarbij is reeds rekening gehouden met de beperkingen ten gevolge van het vliegverkeer. Daarnaast blijft er ook in de toekomst ruimte om, in overleg met de betrokken partijen, af te wijken van de beperkingen op het moment dat de veiligheid van het vliegverkeer niet in het geding is, zoals ook is gebeurd voor Schieveste. 52. In hoeverre vormt de geldende hoogtebegrenzing rondom Rotterdam The Hague Airport een belemmering voor de plaatsing van windturbines binnen de gemeente Schiedam, zoals bijvoorbeeld een windturbine bij Vijfsluizen? Antwoord: Voor windturbines gelden meerdere hoogtebeperkingen. Deze verschillende beperkingen samen komen erop neer dat in nagenoeg geheel Schiedam geen windturbines zijn toegelaten hoger dan 46,1 meter (en op Vijfsluizen 47,6 meter). Feitelijk betekent dit dat de hoogtebegrenzingen de plaatsing van een windturbine in Schiedam onmogelijk maken. 53. Het gebied van beperkingen voor vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik (bijlage 6 in Bijlage luchthavenbesluit) omvat geheel Schiedam.
Is in de zienswijze rekening gehouden met deze beperking op faunabescherming, biodiversiteitsontwikkeling, klimaatadaptatiemaatregelen zoals waterberging, natte natuur, vergroening en ecologische verbindingszones en de inrichting van openbare ruimte en groengebieden binnen de gemeente? Zo ja, waarom staat dat niet opgenomen in de zienswijze? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De beperkingen inzake vogelaantrekkende activiteiten hebben geen effect op de lokale ambities inzake biodiversiteit en klimaatadaptatie. De beperkingen gelden met name voor grote waterpartijen en natte leefgebieden (ganzen) en voor vuilstorten 26GRF00025
Pagina 12 van 13
en visverwerkende industrie (meeuwen). Dergelijk zaken komen niet voor in Schiedam. 54. Welke maatregelen worden genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren rondom het vliegveld? Worden hier maximale uitstootwaarden aan gekoppeld? Antwoord: Het besluit kent geen maximale uitstootwaarden voor vliegtuigen. Indirect zorgt de maximering van het aantal vliegtuigen er wel voor dat de luchtkwaliteit niet verslechterd. Daarnaast bevat het besluit regels, in de komende jaren, die de inzet van stillere en schonere vliegtuigen moeten stimuleren. Ook dat zal bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Raadsvoorstel eerste technische aanpassing Begroting 2026 Werkzaamheden vroegsignalering van het WijkOndersteuningsTeam voor de gemeente Vlaardingen In 2026 worden 10 nieuwe trajecten vroegsignalering opgestart in de gemeente Vlaardingen. De gemeente Vlaardingen koopt deze trajecten in bij de gemeente Schiedam. De kosten hiervoor zijn in 2026 geraamd op € 176.530 in totaal voor personele inzet en het uitvoeren van extern onderzoek. In de onlangs verschenen Startnotitie Wijkondersteuningsteams (WOT) worden aan de hand van pittige negatieve Schiedamse cijfers stevige ambities uitgesproken in de diverse programma’s. 55.
Is er wel voldoende personele ruimte en voldoende tijd voor extern onderzoek? Antwoord: Ja, er is voldoende personele ruimte en voldoende tijd voor het uitvoeren van trajecten vroegsignalering voor de gemeente Vlaardingen. Het WOT voert deze trajecten uit voor Schiedam en Vlaardingen. De trajecten zijn gericht op de ondersteuning van ouders die kinderen hebben op de basisschool die externaliserend gedrag vertonen. Onderdeel van de aanpak is de samenwerking met het Leids Universitair Behandel- en Expertise Centrum (LUBEC) die assessments (onderzoeken) afneemt. 56. Of wordt daar extra personeel voor aangetrokken? Antwoord: Ja, voor de uitvoering van trajecten voor de gemeente Vlaardingen is extra personele inzet aangetrokken. De kosten van deze personele inzet en ook de kosten van de assessments worden bij de gemeente Vlaardingen in rekening gebracht. 57. Wegen deze kosten op tegen de opbrengsten? Antwoord: De trajecten vroegsignalering zijn gebaseerd op een beproefde methodiek en geven goede resultaten voor de ontwikkeling van de kinderen, zowel thuis als op school.
26GRF00025
Pagina 13 van 13