Beantwoording Reacties van de fracties 1 en 2 oktober 2024
Tekst van het document
Agendapunt 3: Rondvraag commissieleden 1. Kan er informatie worden verstrekt over de stand van zaken betreffende de uitvoering van de motie "de stille strijd" van 4 juni jl.? Antwoord: Er is contact geweest met de stichting Power Art House over de mogelijkheden voor het permanent plaatsen van het kunstwerk in Schiedam. Ook heeft de Adviescommissie Beeldende Kunst in de Openbare Ruimte advies gegeven over een mogelijke plaatsing van het beeld. In de verzamelbrief over de moties zullen de conclusies met de raad gedeeld worden.
Agendapunt 4: Raadsvoorstel goedkeuring locaties snelwonen en beschikbaar stellen 2 kredieten 2. Er is voor drie locaties gekozen. Zijn er ook alternatieve locaties onderzocht? Welke alternatieve locaties zijn dit? Waarom zijn deze locaties niet geschikt gebleken? Waarom zijn deze locaties geschikt? Antwoord: In totaal zijn 18 locaties in beeld gebracht en langs dezelfde meetlat beoordeeld. Na het proces van beoordeling en selectie werden Simon Rijnbendestraat, Borodinlaan en Zoomweg als meest geschikt beoordeeld. 3. 30% van de woningen wordt toegewezen aan woningzoekenden benoemd in de regeling huisvesting aandacht groepen. Over welke groepen gaat dit? M.a.w. welke mensen vallen onder deze 30%? Antwoord: Dit gaat over bijzondere aandachtsgroepen, zoals die in relatie tot de woningbouwbehoefte zijn benoemd door het Rijk: statushouders, studenten, Oekraïense ontheemden, arbeidsmigranten en Schiedammers die uitstromen uit een intramurale situatie. Het bedienen van deze doelgroepen is onderdeel van de voorwaarden bij de Rijkssubsidie die Schiedam heeft ontvangen voor het realiseren van dit project. 4. Welke personen vallen onder de 70% spoedzoekers? Welke doelgroepen zijn dit? Antwoord: Zowel het college als Woonplus heeft uitgesproken dat de woningen zoveel als mogelijk beschikbaar moeten komen voor Schiedammers.
Als de planvorming gereed is, wordt bepaald hoe die groep precies wordt samengesteld. 5. Blijft de 30-70% verhouding gelden voor de gehele periode van 15 jaar? Antwoord: Dat is inderdaad het geval. 6. Het college heeft een inspanningsverplichting. Betekent dit in de praktijk dat het zou kunnen dat geen alternatieve locatie beschikbaar is? Wat voor gevolgen kan dit hebben voor de woningen? Antwoord: Het kan zo zijn, dat na 15 jaar in Schiedam geen nieuwe locatie beschikbaar is. In dat geval zullen de woningen elders (buiten Schiedam) worden teruggeplaatst. 7. U heeft het over de mogelijkheid tot het bouwen met een permanent karakter. Waarom is hier niet direct voor gekozen?
Antwoord: Door te kiezen voor tijdelijkheid wordt de procedure voor de Omgevingsvergunning vereenvoudigd. Inzet van het college is de woningvoorraad zo snel mogelijk met dit concept aan te vullen. 8. De grond aan de Zoomweg wordt verhuurd. Op welke manier is rekening gehouden met het de plannen en huidige activiteiten van de huurder daar? Antwoord: De exploitanten van het Racketcentrum zijn tijdig geïnformeerd. We zijn in overleg. 9. Welke wijzigingen in infrastructuur (Bijvoorbeeld goede ontsluiting) zijn nodig per locatie? Antwoord: Op dit moment is ter oriëntatie een globale stedenbouwkundige inpassing uitgewerkt. Die wijst niet op ingrijpende wijzigingen. Voor een definitief oordeel zijn we afhankelijk van het definitieve ontwikkelplan. 10. Op welke manier is rekening gehouden met de parkeernorm in de omgeving van de genoemde locaties? Antwoord: De door de gemeenteraad vastgestelde parkeernorm is op alle drie de locaties het referentiekader. Aanvullend zijn ter beoordeling tellingen gedaan op en rond het complex aan de Zoomweg. De conclusie is dat maximaal 68 appartementen op deze locatie qua parkeren goed inpasbaar zijn. 11. Zowel de Woudhoek als Groenoord kennen verschillende uitdagingen als het gaat om de staat van de wijk.
Hoe wordt gezorgd dat de toevoeging van de genoemde doelgroepen aan de wijk deze wijken niet verder onder druk zet? Antwoord: Het antwoord op deze vraag is het samenspel tussen gemeente en woningcorporatie. Een nieuw wooncomplex met nieuwe bewoners kan een stabiliserend effect hebben. Daarnaast heeft de problematiek in de wijken de aandacht van zowel de gemeente als Woonplus. 12. Welke vorm van beheer/toezicht/begeleiding is er beschikbaar voor de bewoners van deze woningen? Antwoord: Het betreft hier normale woningen, die beschikbaar zijn voor mensen die geen bijzondere ondersteuning nodig hebben. 13. Op welke manier wordt gezorgd dat, met name bij de Zoomweg, deze woningen ondanks de afgelegen ligging onderdeel zijn van de wijk? Antwoord: Deze vraag is nu, bij de locatiebepaling, nog niet te beantwoorden. Als het werkelijke plan wordt ingediend komt ook de vraag aan bod hoe de koppeling kan worden gemaakt. De locatie van de tweede ontsluiting van de locatie is hierbij een relevante factor. 14. Waarom wordt gekozen voor de reserve Eneco voor het dekken van de resterende kosten voor de realisatie van deze locaties? Antwoord: Bij de aanleg van de reserve is er specifiek geld gelabeld voor nieuwe woningbouwprojecten. Een deel van die middelen wordt nu aangewend.
15. Waarom worden de resterende kosten niet verrekend met de exploitant van de te realiseren woningen? Antwoord: We nemen aan dat hier wordt gerefereerd aan de kosten, die de gemeente voor haar rekening neemt bij het aanleggen van de ondergrondse infrastructuur. Als deze voor rekening zouden moeten komen van de exploitant, is het project financieel niet haalbaar. Tenzij we niet vasthouden aan een sociale huur. 16. Waarom zou er geen sprake zijn van staatssteun als de kosten door de gemeente gedragen worden? Antwoord: Het feit, dat de locatiekeuze voor Snelwoningen wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, is onderdeel van het proces om staatssteun te vermijden. De gemeente is en blijft eigenaar van de grond en kan deze na het raadsbesluit tegen gunstige condities verhuren aan Woonplus, met het doel om betaalbare woningen te bouwen voor een sociale doelgroep. 17. Welke alternatieve locaties zijn bekeken naast de nu voorgestelde? Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 1. 18. Hoe is men tot de selectie van deze 3 locaties (Zoomweg, Borodinlaan en Simon Rijnbendestraat) gekomen? Antwoord: De beoordelingsfactoren waren onder andere: eigendom situatie, stedenbouwkundige inpassing, ligging in de wijk, bereikbaarheid, parkeren, beschikbaarheid riolering, water en elektra en technische geschiktheid qua bodemstructuur.
Na het proces van beoordeling en selectie werden Simon Rijnbendestraat, Borodinlaan en Zoomweg als meest geschikt beoordeeld. 19. Zijn er nog andere locaties overwogen? Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 1. 20. Is er bij de selectie rekening gehouden met al bestaande problematiek op de verschillende locaties? Antwoord: De sociaal maatschappelijke situatie in de wijken heeft de benodigde aandacht vanuit onze organisatie. 21. Aan welke verschillende groepen moeten we denken wanneer we het hebben over spoedzoekers waar 70% van deze woningen aan toegewezen gaan worden? Antwoord: Het college heeft uitgesproken dat de woningen zoveel als mogelijk beschikbaar moeten komen voor Schiedammers. Als de planvorming gereed is, wordt bepaald hoe die groep precies wordt samengesteld.
22. Met woonplus is afgesproken dat de gemeente een inspanningsverplichting heeft om na de eerste 15 jaar een 2e locatie voor de woningen te hebben. Is er al nagedacht over waar dat eventueel zou kunnen zijn? Antwoord: Er heeft nog geen oriëntatie plaats gevonden. 23. Waarom is er gekozen om de locaties voor een symbolisch bedrag te verhuren ipv voor een marktconforme prijs? Antwoord: Inzet van dit traject is woningen te realiseren die voor een bedrag onder de sociale aftoppingsgrens kunnen worden verhuurd. Als de ontwikkeling aan de markt wordt overgelaten is het niet realistisch om zo’n uitkomst te verwachten. 24. Tijdens de inloopavonden hebben inwoners het idee gekregen dat er alleen alleenstaande mannen en/of statushouders in deze woningen worden geplaatst. Wat klopt hiervan? Antwoord: Het is jammer en onjuist dat dit beeld is ontstaan. Uiteraard is het mogelijk dat alleenstaande mannen huurder zullen worden, maar datzelfde geldt voor alleenstaande vrouwen. Bij de toewijzing wordt gestreefd naar een goede mix, die voor een prettig leefklimaat zorgt. 25. Kan het college een (kort) beeld schetsen van alternatieven (zoals langdurige woningbouw) voor snelwonen? Wij lezen graag iets meer over het tijdpad voor alternatieve ontwikkelopties, de financiële consequenties en de effecten op de omgeving.
Antwoord: De woningbouwmarkt is aan verandering onderhevig want systeembouw en fabrieksmatige bouw zijn sterk in ontwikkeling. Traditionele bouw wordt minder voor de hand liggend. Te zien is dat het fabrieksmatige proces in hoog tempo wint aan kwaliteit. De veranderende bouwmethode heeft impact op de bouwsector. De activiteiten op de bouwplaats (lees: uitstoot) nemen veel minder tijd in beslag, omdat de woningen geheel of gedeeltelijk zijn voorbereid in een fabrieksmatig logistiek proces. Aan de andere kant blijft het bouwbesluit bepalend voor hoe woningen worden gebouwd. Die eisen zorgen voor een stevige bouwprijs. Bij reguliere woningbouwlocaties is sprake van een langer ontwikkelproces, zeven tot tien jaar om tot ontwikkeling van een locatie te komen is zeer gebruikelijk. Deze tijdslijn wordt veroorzaakt door de complexiteit van procedures.
Agendapunt 5: Collegebrief 30 mei 2024 Jaarrapportage 2023 26. Hoeveel dagen per week zijn de diverse WOT’s geopend?
Antwoord: De openingstijden zijn verspreid over de week zodat er iedere dag van de week een of meer locaties van het WOT open zijn. Op de website van het WOT (wotschiedam.nl/openingstijden) staan de actuele openingstijden. Schiedammers kunnen met hun hulpvraag ook terecht bij een WOT in een andere wijk dan waar zij zelf woonachtig zijn. Naast deze inloop bij het WOT organiseert Stichting Dock in nauwe samenwerking met het WOT de wijkinloop voor bewoners die praktische hulp nodig hebben bij brieven en formulieren. Ook deze openingstijden staan op de website van het WOT. 27. Hoeveel vragen per dag worden er gemiddeld per dag per WOT afgehandeld? Antwoord: Er is geen overzicht van het gemiddeld aantal afgehandelde vragen per dag per WOT. De grafiek op pagina 6 van de rapportage geeft wel een goed beeld van het aantal hulpvragen per WOT op jaarbasis. De korte contacten komen hier nog bij, maar daarvan is niet bekend hoe de verdeling per WOT is omdat dit niet wordt geregistreerd. Zie voor de korte contacten ook de beantwoording van vraag 28. 28. In de rapportage van 2022 telden de getallen in het taartdiagram "Verdeling hulpvragen" op tot het eerder genoemde totaal aan hulpvragen dat jaar, waarbij de korte trajecten zijn meegenomen. In 2023 geldt dat niet voor de zogenoemde 'korte contacten'.
Wordt onder korte contacten (zonder definitie in het rapport) iets anders verstaan dan onder korte trajecten (in 2022 gedefinieerd met: maximaal 5 contactmomenten)? Tellen de korte contacten niet (meer) mee in het aantal hulpvragen? Antwoord: Er zijn inderdaad verschillen in de getallen tussen 2022 en 2023 als gevolg van enkele veranderingen in de wijze van registeren. In de rapportage van 2023 wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen korte trajecten en reguliere trajecten. Het aantal hulpvragen in het overzicht betreft dus het totaal van alle trajecten jeugdhulp en volwassenhulp. In de rapportage van 2023 geven we voor het eerst inzicht in het aantal korte contacten. Een kort contact is in de rapportage gedefinieerd als ‘een contact waarbij geen persoonsgegevens worden opgeslagen.’ Er kan bij een kort contact worden volstaan met een advies of een doorverwijzing en er wordt geen traject opgestart. Het klopt dat de korte contacten in de rapportage 2023 niet zijn opgeteld bij het totaal aantal hulpvragen in de grafiek omdat dit een vertekend beeld zou opleveren. In de jaren hiervoor waren de korte contacten immers ook niet opgenomen in de cijfers. De korte contacten komen dus boven op het aantal hulpvragen bij het WOT. 29.
Klopt het dat de staafdiagram met de zorgzwaartevergelijking door de jaren heen een vertroebeld beeld geeft? We vergelijken nu immers alle leeftijden binnen de jaren 2020-2022 met 18+ in 2023? Antwoord: Het klopt dat deze grafiek een vertekend beeld kan opleveren. Dit heeft te maken met de invoering van het MVS Jeugdmodel in 2023 waardoor de registratie van hulpvragen 18- en 18+ gescheiden is. Mevis registreert geen zorgzwaarte. De cijfers van 2023 gaan dus alleen over de zorgzwaarte van de hulpvragen 18+. In de
volgende rapportage zullen we alleen de zorgzwaarte van de hulpvragen 18+ opnemen. 30. Het aantal personen in de staven met leeftijdsverdeling telt op tot 984, er is dus een categorie "leeftijd onbekend"? Hoe zit dit? Antwoord: Dit betreft huisgenoten of relaties die wel meetellen in het aantal personen dat door het WOT wordt ondersteund, maar niet zijn opgenomen in dit overzicht met leeftijdsverdeling.
Agendapunt 6: Collegebrief 11 juli 2024 Upgrade entree Stadserfcomplex en collegebrief 11 juli 2024 Entree Theater aan de Schie
31. Wat heeft het onderzoek gekost, welk geleid heeft tot het bedrag van de kostenraming van de bouwkosten van ca. € 3,5 mln. die in de brief met het kenmerk 24UIT03184, entree Theater aan de Schie, is genoemd?
Antwoord: Het schetsontwerp is in opdracht van het theater uitgevoerd en de kosten voor de kostendeskundige voor de raming bedroegen € 5.000 voor rekening van de gemeente.
32. Kan een specificatie van die kostenraming van de bouwkosten worden verstrekt?
Antwoord: Ja, zie bijlage 1.
33. Waarom heeft het ruim een jaar moeten duren voordat het college met een reactie op de motie van GroenLinks c.s. is gekomen? Antwoord: In december 2023 is opdracht gegeven voor de kostenraming. Deze was in februari 2024 gereed. Vervolgens is de raming aangevuld met interne inschattingen van bijkomende kosten en posten onvoorzien. Hierna is het effect van de investering en het effect op de service- en energiekosten uitgewerkt tot hernieuwde huisvestingskosten voor het theater. Dit was gereed in voorjaar 2024. Hierna is het college ingehaald door een nieuwe realiteit bestaande uit de Cultuurnota en de financiële situatie van het theater. Hierna is gezocht naar een alternatieve oplossing en besloten deze informatie tegelijk met het collegebesluit over de theaterentree aan de raad voor te leggen. 34. Op welke wijze is het Theater aan de Schie betrokken geweest met het ontwerpen van de schets voor de entree?
Antwoord: De schets is in opdracht van het theater door de architect uitgevoerd. 35. In hoeverre is de architect van het Stadserf betrokken geweest bij dit proces? Wat is zijn input geweest bij de berekening van de geraamde kosten van het realiseren van een entree? Antwoord: De architect is niet betrokken geweest bij de raming. 36. Waarom is gekozen voor een versnelde afschrijving van de kosten van de realisatie van de entree? Antwoord: Hiermee wordt voldaan aan het financiële beleid van de gemeente. 37. Welk plan van eisen ligt ten grondslag aan de berekening? Antwoord: De berekening is gebaseerd op het schetsontwerp en niet een plan van eisen. Van het opstellen een plan van eisen is in deze fase van schetsontwerp en haalbaarheid nog geen sprake. 38. Welke fondsen zijn benaderd voor het realiseren van deze plannen? Antwoord: Er zijn geen fondsen benaderd in deze fase. Het is niet de taak van de gemeente om fondsen te benaderen. Deze taak ligt bij het theater. 39. Op welke wijze wordt voor het overige invulling gegeven aan de door de vrijwel gehele gemeenteraad aangenomen motie Stadsentree? Antwoord: Wij zijn voornemens het gebied tussen de zogenaamde keerlus te voorzien van een parkachtige aanleg met rijk bloeiende planten. In de inrichting zal de donjon (woontoren) van de ruïne van Huis te Riviere verbinden met dit nieuwe park, zodat er meer eenheid ontstaat in het gebied.
We willen komen tot uitvoering voor het einde van het jaar, zodat vanaf maart 2025 de stadsentree letterlijk tot bloei zal komen. Voor de volledigheid hebben we raadsinformatiebrief 24UIT01872 als bijlage 2 toegevoegd. 40. Op welke momenten zijn er gesprekken geweest tussen de gemeente en het theater over de gewenste nieuwe entree? Antwoord: In het kader van de kostenraming is er een rondgang en overleg geweest en de kostenraming is gedeeld met het theater om hier een reactie op te geven. Een reactie van het theater is na een herhaalde oproep hiertoe niet gekomen. 41. Zijn er op dat moment ook financiële scenario’s met elkaar gedeeld? Antwoord: De kostenraming is gedeeld met het theater. Zo ja, waren dit enkel scenario’s die opgesteld waren door de gemeente, of ook scenario’s die opgesteld waren door het theater? Antwoord: Het theater heeft geen scenario’s gedeeld met de gemeente.
42. Staan er naar aanleiding van de reactie van het theater al vervolggesprekken gepland tussen de gemeente en het theater?
Antwoord: Nee, er staan nog geen gesprekken gepland, maar de gemeente staat altijd open om het gesprek met het theater aan te gaan.
Agendapunt 7: Raadsvoorstel Bestuursrapportage 2024 Pagina 3 43. Welke acties worden ondernomen naar aanleiding van de conclusie dat vanwege fasering van investeringskredieten de uitgaven achterblijven op de in de begroting opgenomen investeringsbudgetten? Antwoord: Er wordt gedurende het jaar gemonitord of en in welke mate de investeringsuitgaven achterblijven op de in de begroting opgenomen investeringsbudgetten. Dit is van belang voor de liquiditeitspositie van de gemeente om te kunnen bepalen of er op basis van de financieringsbehoefte meer / minder leningen aangetrokken moeten worden. In deze BERAP is ook een rentevoordeel te constateren, mede vanwege de achterblijvende investeringsuitgaven. Daarnaast heeft de vertraging van investeringsuitgaven een effect op de afschrijvingslasten van de investeringen. Als er in een jaar minder geïnvesteerd wordt dan betekent dit dat de afschrijving van een investering later zal plaatsvinden. Pagina 7 44. Waarom wordt er bij het CJG wel voor gekozen om de stijging van de huisvestingslasten volledig te vergoeden terwijl dit bij andere instellingen binnen de gemeente niet gebeurt? Antwoord: Wij subsidiëren op basis van een subsidieaanvraag van het CJG. De definitieve afrekening vindt plaats bij de vaststelling van de subsidie. Jaarlijks kijken wij opnieuw naar de kosten en welke daarvan subsidiabel zijn.
Wanneer de huisvestingskosten hoger uitvallen bij de vaststelling dan zal het CJG daarvoor eerst een beroep moeten doen op de eigen reserves. We maken daarin geen uitzondering. Wel is het zo dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het hebben van een CJG. Daarmee wordt een fysiek punt bedoeld. Immers zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken jeugdgezondheidszorg. Pagina 16 45. Welke resultaten zijn er te melden vanuit de inzet middelen regeling Capaciteit Decentrale overheden voor Klimaat en Energiebeleid?
Antwoord: Deze regeling Capaciteit Decentrale overheden voor Klimaat en Energiebeleid is bedoeld voor personele inzet op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Daarom zetten we de regeling grotendeels in voor de benodigde ambtelijke capaciteit voor de uitvoering van Nieuwe Energie voor Groenoord. 46. Welke kosten worden op dit moment gemaakt voor de GREX Staatsliedenbuurt? Antwoord: Er is tot 20 september € 69.000 aan kosten gemaakt die besteed zijn aan: advieskosten mediator Gemeente – Woonplus, juridisch advies, advies begeleiding marktselectie samen met Woonplus, interne uren en inhuur uren. Pagina 17 47. Wat zijn de gevolgen voor de parkeerdruk voor de omgeving door de wijziging bouwplan nieuwbouw Cocky Gastelaarshof? Antwoord: Voor de ontwikkeling is op grond van de op dat moment geldende Mobiliteitsnormen 2024 de aanleg van extra parkeerplaatsen nodig. Er worden nieuwe parkeerplaatsen aangelegd, en voor de overige plaatsen wordt gebruikt gemaakt van bestaande parkeergelegenheid in het openbaar gebied. Uit een specifiek voor dit project uitgevoerde parkeerdrukmeting is gebleken dat de parkeerdruk in de omgeving, na realisatie van de ontwikkeling, niet boven de normen uit het passende beleidskader uitkomen. Pagina 25 48.
Welke kosten zijn er tot op heden gemaakt vanuit het budget Organisatiestructuur 750 jaar Schiedam? Antwoord: Op dit moment (1/9/2024) is 464.000 euro uitgegeven. Deze kosten zijn besteed aan communicatiemiddelen zoals website, kick-off van 18 maart, videomateriaal. Daarnaast worden uit deze kosten personeel betaald zoals de programmamanager, de begeleiders van de aanvragers, ondersteuning en communicatiemedewerkers. Als laatste zijn kosten besteed aan de kwartiermakers. Pagina 26 49. Wat is de huidige stand van zaken rond het afstoten van panden die in gemeentelijk bezit zijn? Antwoord: Dit jaar heeft tot op heden voor vier panden notarieel transport plaatsgevonden en zijn hiermee geen onderdeel meer van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Van het pand aan de Noorvestsingel 87 heeft per 11 januari 2024 een notarieel transport plaatsgevonden en de panden aan de Lange Haven 15AB en Iepenlaan 45 zijn respectievelijk op 17 juli 2024 en 30 augustus getransporteerd. De woning aan Singel 155 is per 16 september getransporteerd. Pagina 31 50. Vraag: Wat is de huidige stand van zaken van het project De Steigers?
Antwoord: Nu de oprichting van de Stichting en de financiën (lees subsidie) geregeld zijn, is de basis op orde. De Stichting is met verschillende partners hard bezig om aan de doelstellingen te voldoen en de beoogde activiteiten uit te breiden. Zo zijn er workshops georganiseerd om meer mensen kennis te laten maken met de Steigers en de partners waarmee ze verbonden zijn. Deze waren bedoeld voor jongeren van 15 t/m 30 jaar. Pagina 37 51. Welke thuiswerkfaciliteiten staan ter beschikking van medewerkers van de gemeente Schiedam? Antwoord: Werknemers van de gemeente Schiedam die regelmatig thuiswerken (minimaal 8 uur per week), ontvangen maandelijks een vergoeding van € 15 netto als bijdrage in de kosten voor faciliteiten als een bureau, stoel etc. Daarnaast wordt per gewerkte thuiswerkdag een vergoeding gegeven van € 3 netto als bijdrage voor de kosten van energie, water en internet. Ook stelt de werkgever een laptop en mobiele werktelefoon beschikbaar. 52.
Gezien de focus op een inclusieve stad en de verwachte lagere uitgaven voor inclusie in 2024, welke stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat de inclusie-agenda niet alleen financieel maar ook beleidsmatig voldoende prioriteit krijgt, zodat álle Schiedammers gelijke kansen hebben op deelname in de maatschappij? Antwoord: Met de beoogde vaststelling van de Agenda Samenleven in een kleurrijk Schiedam wordt meer focus aangebracht op het onderwerp inclusie. De agenda omvat de activiteiten die in de stad én binnen de gemeentelijke organisatie worden gedaan op het gebied van inclusie en diversiteit. Daarbij biedt de agenda houvast en geeft deze richting (zowel financieel als beleidsmatig). Ook geeft de agenda sturing op de werkzaamheden van de regievoerder inclusie, die het thema monitort en op de agenda houdt.
Agendapunt 8: Raadsvoorstel grondexploitatie Van Swindensingel 40 en 42 53. Waarom wordt ervoor gekozen om het negatieve exploitatieresultaat voor rekening van de gemeente te laten komen en niet mee te nemen in de waarde van de te verkopen grond aan een derde partij? Antwoord: Het ontwikkelpaspoort geeft voor deze locatie de mogelijkheid om bouwvolume toe te voegen zodanig dat de groenstructuur van het Land van Ris verbonden wordt met de singelstructuur aan de Van Swindensingel. Meer duurdere eengezinswoningen zullen de grondopbrengst verhogen en het saldo weliswaar verbeteren, echter komt dit de kwaliteit, leefbaarheid en veiligheid niet ten goede. Derhalve wordt de voorgestelde en door B&W vastgestelde invulling gezien als beste kwaliteitsimpuls voor deze plek. Daarnaast is er voor het realiseren van deze ontwikkeling subsidie verkregen. Een deel van deze subsidie is dan ook een
opbrengst in de grondexploitatie. De grondopbrengst is geraamd op basis van het gewenste programma. 54. Op welke manier wordt in de herontwikkeling van de Van Swindensingel 40 en 42 specifiek rekening gehouden met de behoefte aan betaalbare woningen voor lagere inkomensgroepen? Worden er garanties ingebouwd dat een substantieel deel van de nieuw te realiseren woningen sociale huur of betaalbare koop betreft? Antwoord: In de woonvisie en woningmarkt afspraken hebben we afspraken gemaakt over de betaalbaarheid van de woningen. In de grondexploitatie is daarom rekening gehouden met de realisatie van betaalbare koopwoningen (tot € 390 k). Hiermee wordt de haalbaarheid van dit programma op deze locatie aangetoond. 55. Zo nee, kan het college aangeven waarom niet? Antwoord: Om meer variatie in de woningvoorraad in Oost te krijgen, willen wij ook middeldure koopwoningen toevoegen 56. Gezien de verwachte financiële tekorten en de risico’s van dit project, hoe waarborgt de gemeente dat de maatschappelijke meerwaarde, zoals het creëren van betaalbare en duurzame woningen, voorop blijft staan ondanks de financiële uitdagingen? Antwoord: Het ontwikkelpaspoort en daarmee de grondexploitatie passen binnen de kaders van de woonvisie. Nieuwbouw zal in ieder geval moeten voldoen aan de eisen van het huidige bouwbesluit. We staan nog aan het begin van de ontwikkeling van deze locatie.
Het ontwikkelpaspoort en de uitwerking hiervan in het omgevingsplan zal kader stellend zijn. Daarnaast kunnen bij het selecteren van een ontwikkelaar voor de appartementen bezien of er nog meer mogelijk is ten aanzien van woningcategorieën, duurzaamheid, social return en grondopbrengst.
Agendapunt 12: Afschrift brief bewoners Sint Liduinastraat 17 juli aan wethouder over bomen aan de Sint Liduinastraat 57. Inmiddels is er een zomer verstreken. Welke acties en gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden en wat is nu de stand van zaken? Antwoord: Met een vertegenwoordiging van de bewoners uit de Sint Liduinastraat en de Bomenridders zijn een aantal gesprekken gevoerd. De gespreksverslagen zijn bijgevoegd. Een aantal zaken vragen nog een nadere uitwerking. Wij streven ernaar voor eind oktober in overleg met de bewoners en de Bomenridders tot een passende oplossing te komen.
Agendapunt 15: Raadsvoorstel Grondexploitatie SchieDistrict Bedrijventerreinen 58. Aangezien een belangrijk doel van deze ontwikkeling het verduurzamen van de bedrijventerreinen is, welke concrete maatregelen worden genomen om te waarborgen dat bedrijven die zich hier vestigen voldoen aan de hoogste
duurzaamheidseisen, zoals energieneutraal bouwen en klimaatadaptieve infrastructuur? Antwoord: Partijen die ontwikkelen dienen een bouwplan te realiseren conform het Toetsingskader duurzaamheid (GPR-score 8 en een Materiaalpaspoort). Een omgevingsvergunningsaanvraag wordt uiteraard getoetst aan het Bestemmingsplan waar wet- en regelgeving is opgenomen. De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van de buitenruimte en is bezig met het maken van inrichtingsplannen waar klimaatadaptief en duurzaam uitgangspunten zijn.
Agendapunt 16: Raadsvoorstel Cultuurvisie en uitvoeringskader 59. Wat is het aandeel van het cultuurbudget dat naar het Theater aan de Schie, het Stedelijk Museum respectievelijk het Jenevermuseum gaat? Antwoord: In 2024 is het basissubsidiebedrag aan bovengenoemde instellingen in totaal €4.833.096, dat is 58% van het totale cultuurbudget. Bij het Jenevermuseum hoort ook het Molenmuseum de Walvisch. 60. Hoe hoog is de subsidie die het Theater aan de Schie, het Stedelijk Museum en het Jenevermuseum ontvangen per betalende bezoeker? Antwoord: De subsidie aan deze instellingen wordt niet berekend op basis van het aantal betalende bezoekers. Met de subsidie aan deze instellingen worden kosten gedekt voor de exploitatie (o.a. huisvesting en personeel) om de culturele activiteiten mogelijk te maken. Deze activiteiten leveren inkomsten op. Mensen bezoeken de stad en gaan bijvoorbeeld naar het theater of het museum. De absolute hoogte van subsidie per bezoeker geeft daarom een vertekend beeld van de werkelijkheid. 61. Hoe verhouden zich de ticketprijzen van theaters in onze regio t.o.v.
het Theater aan de Schie? Zijn tickets voor vergelijkbare voorstellingen in de regel goedkoper, duurder of dezelfde prijs als bij vergelijkbare theaters in de regio? Antwoord: Het Theater aan de Schie houdt bij de prijsstelling rekening met de concurrentiepositie in de regio, de prijzen van de horeca in de stad en de bevolkingssamenstelling van Schiedam. Ook spelen wensen en eisen van artiesten mee in de prijsbepaling van tickets, evenals eventuele afspraken met boekingsbureaus. Er is dus geen algemene uitspraak te doen over hoe de ticketprijzen zich verhouden tot theaters in de regio, omdat door middel van maatwerk zorgvuldig bepaald wordt. 62. Wat is het aantal Schiedammers dat jaarlijks het Theater aan de Schie, het Stedelijk Museum en het Jenevermuseum bezoekt en hoe verhoudt dit zich tot het totale aantal bezoekers? Antwoord: Zie onderstaand overzicht. Bij het totaaloverzicht is gerekend met het aantal bezoeken aan de instelling in 2023. Over het algemeen komt ca. 45% van de bezoekers aan Theater aan de Schie uit Schiedam en ca. 30% van de bezoekers aan het Stedelijk Museum komt uit Schiedam. Maar het aandeel Schiedammers is per activiteit wisselend. Zo trekt een blockbuster tentoonstelling ook veel bezoekers van
buiten de stad en zijn de educatieve projecten zijn juist gericht op Schiedamse leerlingen.
Instelling Theater aan de Schie Stedelijk Museum Jenevermuseum/De Walvisch
Totaal 107.000 65.000 29.652
Schiedammers 48.150 19.260 Niet bekend
63. Waarom is ervoor gekozen om de cultuurvisie en het uitvoeringskader van 5 juli t/m 16 augustus ter inzage te leggen, op het moment van de zomervakantie? Antwoord: De standaard inspraakperiode duurt zes weken. Voor de totstandkoming van de cultuurvisie is reeds een uitgebreid participatieproces doorlopen. Ook vond er begin juli 2024 een bijeenkomst plaats voor het culturele veld, waarbij de cultuurvisie gepresenteerd en besproken is. Betrokkenen hebben dus al hun zienswijzen kunnen geven, die zijn verwerkt in de cultuurvisie. De inspraakperiode kon dus worden beschouwd als een afronding van een reeds uitgebreid gevoerd participatieproces.
64. In de tijdsplanning wordt aangegeven dat de budgetverdeling voor cultuur vastgesteld gaat worden in december 2024 en wel door het college. Hoe verhoudt dit zich met het budgetrecht van de gemeenteraad en de vaststelling van de begroting in november? Antwoord: Op basis van de vast te stellen cultuurvisie alsmede de meerjarenbegroting vanaf 2026 (vast te stellen in november) is een budgetkader voor de periode vanaf 2026 beter en zorgvuldiger voor te bereiden. Daarom zal bij de Zomernota in 2025 een voorstel voor budgetverdeling aan de raad worden voorgelegd. De herverdeling van het cultuurbudget zal gelden vanaf 2026.
65. Hoe wordt op dit moment inhoud gegeven aan het atelierbeleid van de gemeente Schiedam? Antwoord: Er wordt op dit moment geen actieve uitvoering gegeven aan atelierbeleid in Schiedam.
Agendapunt 17: Raadsvoorstel tweede ontwerpbegrotingswijziging ROGplus 66. Is het inzichtelijk maken van wachtlijsten geen onderdeel van de reguliere werkzaamheden? Waarom levert dit onvoorziene extra kosten op? Is het terugdringen van wachtlijsten geen onderdeel van de KPI’s? Antwoord: Op het moment dat Mevis startte was het onduidelijk welke cliënten er op de wachtlijst stonden (wijkteam en verwijszorg) en welke cliënten zorg kregen. Daarnaast zijn er in Q3 en Q4 van 2022 veel wijkteammedewerkers vertrokken,
waardoor de wijkteams met onderbezetting te maken hadden. Mevis heeft daarom extra moeten inzetten op een goed (zorginhoudelijk) beeld van de wachtlijst, voor wachtlijstbemiddeling en optimalisatie van de zorgtoegang. Het coördinatieteam heeft de wachtlijsten inzichtelijk gemaakt, het wachtlijstbeheer gereorganiseerd en, waar mogelijk, de wachttijden direct weggewerkt. Het gaat hier om een eenmalige inhaalslag van werkzaamheden. 67. U heeft het over extra kosten (1.2.3) om te zorgen dat continuïteit van zorg werd gegarandeerd. Bij welke organisatie waren deze kosten eigenlijk belegd en staat er ook een besparing tegenover vanwege niet uitgevoerde werkzaamheden? Antwoord: Bij het ingaan van nieuwe contracten met nieuwe zorgaanbieders is altijd sprake van een overgangsperiode en derhalve kosten voor zowel de latende als de ontvangende partij. De contractueel bepaalde overgangsregeling, waarbij er een periode van een half jaar is om zorg 'warm’ over te dragen, op gefaseerde wijze, was niet geborgd op het moment dat de integrale opdracht van Mevis van start ging. Alle Pgb’s en gemeentelijke maatwerkcontracten liepen per 31 december 2022 af, in plaats van op 1 juli 2023. Om ervoor te zorgen dat deze cliënten niet zonder zorg kwamen te zitten, is er met spoed een apart team opgericht voor het direct oppakken van zorg aan deze cliënten.
Het ging hier dus om uitvoering van werkzaamheden die eigenlijk contractueel anders waren afgesproken. 68. De aangegeven frictiekosten worden berekend op basis van een inschatting van mogelijk lager uitvallende kosten als MEVIS deze dienstverlening zelf had uitgevoerd. Is onderzocht of dit ook daadwerkelijk het geval was geweest? Is 3 maanden een representatieve methode om dit te bepalen? Antwoord: Ja, dit is uitgezocht. De zorgcontinuïteit was gebaseerd op het arrangementenmodel. Mevis is overgestapt naar een P*Q-financiering. Uit de declaratiecijfers blijkt dat deze financieringswijze een besparing heeft opgeleverd ten opzichte van het arrangementenmodel. Door de hoeveelheid declaraties is er in drie maanden voldoende financiële data beschikbaar om de besparing tussen het P*Q- en het arrangementenmodel te kunnen bepalen. 69. Waarom moeten de aanpassingskosten (1.2.5) volledig worden doorgerekend aan de gemeenten? Welke bijdrage doet de organisatie hier zelf in? Is het niet logisch dat een organisatie meebeweegt met de ontwikkelingen in haar omgeving? Zijn de genoemde meerkosten ook daadwerkelijk gemaakt? Antwoord: Het gaat hier om een wijziging van landelijke wet- en regelgeving die direct impact heeft op de kostenverhoging van het te leveren product. Vandaar dat JeugdzorgPlus is meegenomen in het veiligheidsventiel.
De kosten zijn berekend over de cliënten die in 2023 en 2024 gebruik maken van de gesloten Jeugdzorg. Mevis is bezig met alternatieven om deze jeugdigen vanuit de thuissituatie beter te kunnen ondersteunen (het voorkomen van uithuisplaatsing). Natuurlijk zal Mevis meebewegen met deze ontwikkeling van gesloten jeugdzorg naar zorg thuis, maar dit betreft een complexe doelgroep en deze transformatie kost tijd. De genoemde meerkosten zijn gebaseerd op verleende zorg.
70. Moet bij 1.2.6. niet worden afgerekend over de daadwerkelijke extra kosten die dit heeft opgeleverd. Zijn al deze cliënten voor 6 maanden aan MEVIS verbonden geweest? Antwoord: Mevis krijgt taakgerichte financiering op basis van één populatie. In 2023 en 2024 is gebleken dat het aantal cliënten (ten opzichte van de situatie bij start van de opdracht) is toegenomen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen cliënten die in de wijkteams ondersteuning krijgen en cliënten die verwijszorg ontvangen. De stijging van het aantal cliënten is niet specifiek toe te wijzen aan een bepaalde vorm van jeugdhulp, maar is een algemene stijging over alle vormen van jeugdzorg. Vandaar dat er met een gemiddelde kostprijs is gewerkt en alleen het onderscheid tussen wijkteam en verwijszorg is gehanteerd. Voor 2023 zijn de maanden na de overgangsperiode gehanteerd en voor 2024 het gehele kalenderjaar. Er is gerekend met gemiddelden op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. 71. Voor 1.2.10. geldt hetzelfde als bij vraag 5. Is voor 2024 sprake van een toename in de cliëntenportefeuille gelijk aan de genoemde aantallen voor 12 maanden? Antwoord: Er is gerekend met 12 maanden omdat er wordt verondersteld dat het aantal cliënten (ten opzichte van de situatie bij start van de opdracht) is toegenomen en deze cliënten zich in 2024 dus ook tot de doelgroep behoren.
Nu de omvang in beeld is kan dat als uitgangspunt gebruikt worden om verdere ontwikkelingen te monitoren. Zie ook beantwoording vraag 70. 72. Is met MEVIS gesproken over een taakstelling in het verder terugdringen van de kosten binnen de eigen organisatie op structureel niveau? Wat gebeurd er op het moment dat de intensiveringsmaatregelen positiever uitvallen en er dus extra geld bespaard zal worden? Antwoord: De overheadkosten van Mevis blijven binnen de gemaakte contractuele afspraken. In de onafhankelijke toets die wordt uitgevoerd, wordt meegenomen of de uitvoeringsorganisatie inderdaad binnen het budget bekostigd kan worden. De uitkomst van de onafhankelijke toets kan wel of geen aanleiding zijn voor Mevis om de kosten van de eigen organisatie structureel terug te dringen. Met de intensiveringsmaatregelen wordt geschat een besparing van 1.9 miljoen te bewerkstelligen. Wanneer de interventies positiever uitvallen, betekent dit dat het geprognotiseerde tekort over 2024 naar beneden wordt bijgesteld. 73. De zienswijze is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris, hier had toch de gemeenteraad moeten staan? Antwoord: De zienswijze is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris, hier had toch de gemeenteraad moeten staan? Antwoord: Dat is inderdaad niet correct, we zullen dit aanpassen. 74.
Uit de Pilot Maassluis valt te lezen dat het standaard beschikken in de huisartsenroute weliswaar in Schiedam en Maassluis is ingevoerd, maar nog zonder onderzoek van Mevis, iets dat in Maasluis al is vastgelegd als must. Graag meer uitleg over hoe dit onderzoek van Mevis eruit ziet en hoe en waarom hiertoe is besloten.
Antwoord: De huisarts verwees voorheen, voor 2023, direct door naar een tweedelijns zorgaanbieder. Vanaf 2023, met de start van Mevis, komen de huisarts verwijzingen binnen bij Mevis. Deze worden door de zorgmatchers na administratieve screening aangemeld bij een zorgverlener waarna eventueel op verzoek een beschikking werd afgegeven (zoals sinds 2015 het geval was binnen de MVS gemeenten). Op 19 januari is de raad op de hoogte gebracht (24UIT00270) dat het ministerie ons er op heeft gewezen dat het verstrekken van een beschikking op verzoek, na verwijzing van een (huis)arts, niet mag. De verordening is hierop aangepast. Deze aanpassing vraagt aanvullende werkzaamheden van Mevis. Zij moeten de verwijzingen inhoudelijk toetsen conform de 10 stappen van de CRvB. Omdat dit veel tijd vergt, is er besloten de aanpassing gefaseerd door te voeren. Zodoende kunnen de ervaringen in Maassluis worden meegenomen bij de implementatie binnen de gemeenten Schiedam en Vlaardingen. Tot die tijd worden de cliënten die in Vlaardingen en Schiedam via de huisartsroute worden aangemeld nog door zorgmatchers gekoppeld aan verwijszorgorganisaties en volgt daarna een beschikking. 75. Buiten de opstart- en transformatiekosten 2% budget 2023 jeugdhulpopdracht ad. 1.2 mln is de gemeente bij de start van het MVS-jeugdhulpmodel bereid geweest om éénmalig nog een extra opstartbedrag uit te keren.
Vraag: Kunt u een specificatie geven wat er voor dit totale bedrag allemaal gedaan is? Antwoord: Mevis heeft de opdracht gekregen een organisatie op te bouwen ten behoeve van de uitvoering van de jeugdhulp. Tijdens de aanbesteding is afgesproken dat zij hiervoor 2% van het definitief vastgestelde budget zullen ontvangen. 76. Je kunt als opdrachtnemer aanspraak maken op het veiligheidsventiel wanneer veranderingen buiten de invloedsfeer van de opdrachtnemer liggen en niet te mitigeren zijn door opdrachtgever en opdrachtnemer. Vraag: Waarom vallen exogene factoren als -een restant opstart- en transformatiekosten, -aanpak wachtlijsten en -toename aantal klanten, buiten de invloedsfeer van de opdrachtnemer en waarom zijn deze factoren bij de start van de uitvoering niet voorzien? Antwoord: Technisch gezien valt het restant van de opstart- en transformatiekosten niet onder de exogene factoren. Dit betreft een contractuele afspraak. De opstart- en transformatiekosten zijn contractueel vastgesteld op 2% van het vastgestelde budget. Het startbudget is op basis van twee herijkingen definitief vastgesteld in Q3 2023. Op basis van dit definitieve budget zijn de opstart- en transformatiekosten opnieuw berekend en is sprake van een restant. Zie voor de aanpak wachtlijsten en toename cliënten ook de beantwoording van vraag 66 en vraag 70. 77.
Vraag: Hoe kunnen opstart- en transformatiekosten – kosten die contractueel zijn vastgelegd – überhaupt aangemerkt worden als exogene factoren?
Antwoord: Het klopt wat u stelt, dat is inderdaad niet correct, het betreft een contractuele afspraak. Zie ook de beantwoording vraag 76. Sturingsmogelijkheden 78. Op ambtelijk niveau is er wekelijks overleg met Rogplus en Mevis. Op bestuurlijk niveau is er vier keer per jaar overleg. Vraag: Waarom gaan we nu pas onderzoeken of er sprake is/was van een reëel budget op basis van de huidige populatie? Antwoord: Bij de start van de opdracht was er bij Mevis al twijfel of er sprake was van een reëel budget. Dit is daarom bij de start van de opdracht opgenomen in het kansen- en risicodossier. Sinds begin 2024 heeft Mevis de aard en omvang van de populatie goed in beeld en er wordt verondersteld dat het aantal cliënten (ten opzichte van de situatie bij start van de opdracht) is toegenomen. Om een jaarlijkse discussie over een reëel budget te voorkomen is besloten nu een onafhankelijke toets te doen of, gezien aard en omvang van populatie, er sprake is van een reëel budget.
Agendapunt 18: Zienswijze op de 1e begrotingswijziging 2024 Stroomopwaarts 79. Hoe verklaart men de stijging van de bijstandsuitkeringen?
Antwoord: Als gevolg van de verminderde uitstroom en de constante instroom, zien we een stijging in het aantal bijstandsuitkeringen. De instroom blijft consistent vergeleken met de cijfers van voorgaande jaren en periodes. Veel potentiële bijstandsaanvragen worden voorkomen door vroegtijdige interventies en begeleiding naar andere vormen van ondersteuning of werk. Echter, we zien we nog geen groei in de uitstroom van cliënten uit de bijstand. Dit komt doordat de cliënten die momenteel in de bijstand zitten, steeds moeilijker bemiddelbaar zijn naar werk. Deze groep bestaat vaak uit mensen met complexe multiproblematiek. Hierdoor is het voor deze cliënten lastiger om een passende baan te vinden en duurzaam uit te stromen uit de bijstand.
80. Is de verwachting dat die stijging zich zal continueren?
Antwoord: De stijgende lijn is volgens verwachting en volgt daarmee de landelijke trend. Stroomopwaarts zet uiteraard wel alles binnen de mogelijkheden in om de stijging te beperken. Het college erkent echter wel de problematiek en wil stappen gaan nemen om hiernaar de handelen. Het interne proces binnen Stroomopwaarts is
ook inmiddels herzien en we verwachten hier in de loop van dit jaar de eerste resultaten van.
81. Hoe verklaart men de lagere uitgaven op de armoedevoorziening?
Antwoord: Ondanks de extra communicatiecampagnes om de bekendheid van de armoederegelingen te vergroten, is de verwachting dat het bereik achterblijft. We blijven daarom inzetten op het verbeteren van de aanvraagprocedures en starten we binnenkort met een armoedescan door het CBS. Doel van dit onderzoek om beter inzicht te krijgen in het bereik van de afzonderlijke regelingen onder de inwoners van Schiedam.
Agendapunt 20: Mededelingen en ingekomen stukken 82. Wat zijn de financiële gevolgen voor de gemeente Schiedam naar aanleiding van de Vaststellingsovereenkomst Sportpark Willem Alexander en hoe verhouden deze zich tot de destijds bij de oplevering van het complex gemaakte afspraken? Antwoord: Met het aangaan van de vaststellingsovereenkomst zijn dekkende afspraken en waarborgen overeengekomen die ervoor zorgen dat het juridische geschil naar tevredenheid is opgelost. In raadsbrief 24UIT03286 is uw raad hierover inhoudelijk geïnformeerd. 83. Naar aanleiding van de Beter Buiten app-motie heeft het college de meldingen inzichtelijk gemaakt voor de raad. Daarin valt ook te lezen dat er een toename is van het aantal meldingen van problemen bij de bestrating. Welke precisering is er te geven wat de oorzaak van de slechtere bestrating is? Antwoord: Het aantal meldingen in de categorie 'bestrating' is de afgelopen jaren stabiel te noemen, met gemiddeld ongeveer 2600 meldingen per jaar. Dit is zichtbaar in figuur 6. Wat we echter wel zien, is een verschuiving in het kanaal waarop deze meldingen binnenkomen. We zien daarin dat de BuitenBeter App sinds 2023 meer gebruikt wordt dan ervoor. De categorie bestrating omvat een breed scala aan meldingen. Een verdere onderverdeling is uiteraard mogelijk, maar vereist veel uitzoekwerk.