Antwoorden Reacties van de fracties raadscommissie 16 en 23 juni 2026
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
4 juni 2026
26GRF00034
Raadscommissie 16 en 23 juni 2026
Agendapunt 5 Raadsvoorstel locatiekeuze Ilex college 1. In het voorstel wordt aangegeven dat zowel sloop en nieuwbouw van Piersonstraat 31– 33 als de benutting van het braakliggende terrein tussen deze percelen en het Lyceum Schravenlant worden onderzocht. Worden de uitkomsten van dit onderzoek opnieuw aan de raad voorgelegd, zodat de raad hierover een afgewogen besluit kan nemen voordat definitieve keuzes worden gemaakt? Dit ter verduidelijking van het proces. Antwoord: Na het besluit van de gemeenteraad werkt het schoolbestuur het haalbaarheidsonderzoek voor de betreffende locatie verder uit. Inclusief de optie van gebruik van een deel van het terrein van Lyceum Schravenlant. Dit onderzoek maakt inzichtelijk op welke manier de nieuwbouw op de betreffende locatie gerealiseerd kan worden en welk budget daarvoor nodig is. Op basis van het haalbaarheidsonderzoek wordt de raad voorgesteld om het definitieve krediet voor de nieuwbouw vast te stellen. Daarmee besluit de raad ook over het definitieve scenario. 2.
Is er gesproken over technische mogelijkheden om het nieuwe schoolgebouw volledig gasloos en all-electric te realiseren om het stroom- en warmtenet te ontzien en zo ja welke mogelijkheden zijn er? Antwoord: In het haalbaarheidsonderzoek wordt onderbouwd welk budget nodig is om te voldoen aan wettelijke eisen (bijvoorbeeld normen voor Bijna Energie Neutraal (BENG)) en aanvullende ambities met betrekking tot duurzaamheid. Het haalbaarheidsonderzoek is een raming op hoofdlijnen en bevat nog geen exacte maatregelen. Die komen aan de orde in de ontwerpfase. 3. In hoeverre kan met dergelijke maatregelen de belasting op het elektriciteits- en warmtenet worden beperkt of intern worden opgevangen, om de haalbaarheid van het voorstel te vergroten? Antwoord: De gemeente Schiedam streeft naar 49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 en naar een CO₂-neutrale stad in 2050 (bron: Klimaatbeleid Schiedam, 2020). Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving levert daar een directe bijdrage aan. Daarbij is ook de EPBD IV van belang. Deze Europese richtlijn zet verder aan tot klimaatneutrale gebouwen. Om te bepalen welke maatregelen kunnen worden genomen om de belasting op het elektriciteits- en/of warmtenet te beperken, moet eerst duidelijk zijn welke alternatieve warmteoplossing wordt gekozen: all-electric of een warmtenet.
Een volledig elektrische oplossing leidt tot een grotere vraag naar elektriciteit en zorgt voor een zwaardere belasting van het elektriciteitsnet. Een warmtenet voorkomt juist dat de warmtevraag extra beslag legt op het elektriciteitsnet. Daarom is het op dit moment nog niet mogelijk om specifieke maatregelen te benoemen en of deze de haalbaarheid van het voorstel zullen vergroten. Bij een all-
*26GRF00034*
electric oplossing zal vooral aandacht moeten zijn voor maatregelen die de piekbelasting op het elektriciteitsnet beperken. Bij netcongestie kan hierbij worden ingespeeld op congestiemanagement, verplaatsen van gebruik buiten piekuren, slimmer of flexibeler afnemen van elektriciteit, en opslag van elektriciteit (batterijopslag) gecombineerd met lokale opwek via zonnepanelen. 4. In hoeverre heeft het schoolbestuur van het Ilex College formeel en praktisch de mogelijkheid om te kiezen tussen de drie in het rapport genoemde locaties? Welke randvoorwaarden zitten hier aan? Antwoord: De gemeente is bevoegd tot het kiezen van de locatie en handelt daarbij, rekening houdend met belangen en voorkeuren van relevante betrokken partijen. 5.
Indien het schoolbestuur, op basis van nieuwe of aanvullende technische inzichten, een andere locatie prefereert dan de voorkeurslocatie in dit voorstel, vereist dit dan een nieuw raadsbesluit, of kan dit binnen de bestaande besluitvorming worden afgedaan? Antwoord: De besluitvorming over het voorliggende voorstel is aan de gemeenteraad. De gemeente en schoolbestuur hebben contact gehad over de voorgestelde locatie. Het schoolbestuur kan zich hierin vinden.
6. Is het technisch mogelijk om het nieuwe schoolgebouw zodanig te ontwerpen en in te richten dat hierin, naast de onderwijsfunctie, ook ruimte kan worden geboden aan andere partijen? Daarbij kan worden gedacht aan organisaties die momenteel gevestigd zijn aan Piersonstraat 31–33, maar ook aan andere instellingen, zoals culturele organisaties die bijvoorbeeld in de avonduren gebruik kunnen maken van (delen van) het gebouw. Antwoord: Het is technisch mogelijk om rekening te houden met andere partijen. Dit gebeurt dan in overleg en afstemming met het betreffende schoolbestuur en is afhankelijk van de functie. 7.
Welke randvoorwaarden zijn hierbij bepalend? Antwoord: De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Schiedam 2021 en het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2036 (IHP) en de ruimtelijke kaders bieden hiervoor voorwaarden. Daarbij is de gemeenteraad bevoegd om te besluiten over toepassing van die kaders en om deze eventueel aan te vullen. Op dit moment geldt het kader dat er voor het Ilex College een nieuw onderwijsgebouw gerealiseerd wordt. Hierbij geldt vooralsnog geen kader dat het gebouw meerdere functionaliteiten moet hebben. In het haalbaarheidsonderzoek kan het schoolbestuur onderbouwen welke andere functie passend gehuisvest kan worden en welke effecten dit heeft op het benodigd budget/ krediet.
8. Is er contact met gemeente Vlaardingen en het Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord (huisvesting InZicht) over het mogelijk stopzetten van de huurovereenkomst indien de nieuwbouw voor het Ilex college tot stand komt? Zo ja, hoe voorloopt dit contact? 26GRF00034 Pagina 2 van 18
Antwoord: Wij hebben nauw en goed contact met de huurders van de panden. Zij zijn op de hoogte van de ontwikkelingen. Agendapunt 6 Raadsinformatiebrief 25 februari 2026 Uitvoeringsplan Dementievriendelijk Schiedam 2026 Het Uitvoeringsplan Dementievriendelijk Schiedam 2026 beschrijft de ambities en activiteiten om Schiedam beter voor te bereiden op de groei van het aantal inwoners met dementie. Om de voorgestelde aanpak goed te kunnen beoordelen, bestaat behoefte aan verduidelijking van de beoogde resultaten, de regievoering en de samenhang met andere beleidsterreinen. 9. Aan welke concrete resultaten wil het college over enkele jaren kunnen vaststellen dat Schiedam daadwerkelijk dementievriendelijker is geworden? Antwoord: Het college meet de voortgang langs de acht thema's van de Dementiescan van Alzheimer Nederland, die elke twee jaar wordt herhaald. Concrete indicatoren zijn: het behoud of hernieuwd verkrijgen van het certificaat Dementievriendelijke Gemeente, het aantal deelnemers aan trainingen en het Alzheimercafé, de bekendheid en het gebruik van de DementieWijzer, het aantal opgeleide vrijwilligers, de reductie van wachttijden voor casemanagement en het aantal actieve dementievriendelijke ontmoetingslocaties in de stad.
De voortgang wordt bovendien elk kwartaal besproken in MVS-verband en feedback van mensen met dementie, mantelzorgers en professionals wordt structureel meegewogen. 10. In het uitvoeringsplan spelen gemeente, zorgorganisaties, welzijnsorganisaties, huisartsen, vrijwilligers en mantelzorgers een rol. Welke partij heeft uiteindelijk de regierol wanneer inwoners met dementie of hun mantelzorgers tussen verschillende organisaties dreigen vast te lopen? Antwoord: De casemanager dementie heeft de centrale coördinerende rol voor de individuele zorgcontinuïteit. Iedereen met een diagnose dementie heeft recht op casemanagement. De gemeente Schiedam borgt deze rol via het Lokaal Netwerk Dementie Schiedam en neemt regie als systeemverantwoordelijke wanneer partijen in de keten niet goed op elkaar aansluiten. Op regionaal niveau worden rollen en verantwoordelijkheden binnen het casemanagement afgestemd, mede om te voorkomen dat langere wachtlijsten leiden tot crisissituaties. 11. Het uitvoeringsplan noemt ondersteuning van mantelzorgers als een belangrijke pijler.
Op welke wijze wil het college beoordelen of het huidige aanbod daadwerkelijk aansluit bij de behoeften van mantelzorgers? Antwoord: Dit gebeurt via meerdere wegen: feedback wordt opgehaald bij bijeenkomsten van Minters Mantelzorg (bijvoorbeeld via Mantelzorgcafés, informatiesessies en via hun mantelzorgpanel), via aansluiting bij het Alzheimercafé en via gesprekken met mantelzorgers zelf. Daarnaast wordt onderzocht of een gerichte enquête onder mantelzorgers kan worden uitgezet. De uitkomsten worden betrokken bij de kwartaalbesprekingen in MVS-verband en waar nodig verwerkt in een aanpassing van het uitvoeringsplan. 12. Hoe wil het college inwoners met beginnende dementie en hun mantelzorgers bereiken die niet actief deelnemen aan netwerken, bijeenkomsten of digitale informatievoorziening?
26GRF00034 Pagina 3 van 18
Antwoord: Dit is een erkend aandachtspunt. De aanpak richt zich op het bereiken via de eerstelijns zorg: huisartsen en POH-ouderen zijn belangrijke vindplaatsen en zij worden via het Lokaal Netwerk Dementie Schiedam actief betrokken. Tevens werkt Minters Mantelzorg aan hun zichtbaarheid. Daarnaast wordt elk kwartaal in de lokale media aandacht gegeven aan dementie en het beschikbare aanbod, en is de DementieWijzer beschikbaar via de gemeentelijke website. Voor mensen die ook langs digitale weg moeilijk bereikbaar zijn, wordt ingezet op wijkgerichte benaderingen via welzijnsorganisaties en het Alzheimer Ontmoetingshuis (maandelijks, specifiek ook voor mensen met een migratieachtergrond). 13. Welke onderdelen van het dementiebeleid vragen volgens het college om aanpassingen in woningbouw, woonomgeving of wijkinrichting en hoe wordt deze koppeling gelegd met de Woonzorgvisie voor Ouderen Schiedam? Antwoord: Het uitvoeringsplan noemt op dit vlak: het realiseren van kleinschalige dementievriendelijke woonvormen (zoals Villa van Oranje, de Edelweisslocatie en nieuwbouwplannen van Frankelandgroep en Argos), de inrichting van een dementievriendelijke infrastructuur (duidelijke bewegwijzering, rustpunten, veilige wandelroutes) en het betrekken van specialisten bij nieuwbouwprojecten.
De koppeling met de Woonzorgvisie, die begin 2026 is vastgesteld, is expliciet gelegd: die visie streeft naar een integrale aanpak van wonen, zorg en welzijn, met oog voor de totale vraag naar woon-zorgcombinaties voor ouderen inclusief intramurale plekken. 14. De regie Acties Uitvoeringsplan Dementievriendelijke gemeente ligt bij de gemeente Schiedam. Hoeveel medewerkers (fte) stelt de gemeente Schiedam aan/beschikbaar voor de acties UP Dementievriendelijke gemeente? Antwoord: Binnen de bestaande ambtelijke capaciteit is formatie beschikbaar voor regie en coördinatie van circa 1 fte. Daarbij werkt Schiedam nauw samen met de gemeenten Vlaardingen en Maassluis, die eveneens capaciteit beschikbaar stellen. De uitvoering van het plan profiteert daarmee van een bredere MVS-inzet dan de lokale 1 fte alleen. Daarbovenop leveren de partners in het Lokaal Dementie Netwerk een substantiële bijdrage aan de uitvoering van activiteiten. Daarbij is het van belang te benadrukken dat het uitvoeringsplan niet uitsluitend een gemeentelijk document is. Het plan is opgesteld in nauwe samenwerking met het Lokaal Dementie Netwerk Schiedam en tot stand gekomen volgens de richtlijnen van Alzheimer Nederland. Het eigenaarschap van het plan ligt daarmee zowel bij de gemeente als bij de partners in het netwerk. 15. Pag.6 Bewustwording vergroten d.m.v.
voorlichting Minters Mantelzorg organiseert 2x per jaar een training over het omgaan met dementie. Ook KLIK vrijwilligers organiseert trainingen en workshops. Zijn de trainingen en workshops voor iedereen vrijblijvend en zonder verplichting? Antwoord: Voor inwoners, vrijwilligers en mantelzorgers zijn de trainingen vrijblijvend en toegankelijk. Voor medewerkers van de gemeente Schiedam met een publieksfunctie is het volgen van een training verplicht gesteld, en nieuwe gemeentemedewerkers krijgen een training aangeboden als onderdeel van hun introductietraject. 16. Is er al een plan bij deze organisaties hoe ze mantelzorgers met een migratieachtergrond gaan bereiken? 26GRF00034 Pagina 4 van 18
Antwoord: Ja, organisaties worden gestimuleerd om de doelgroep mantelzorgers met een migratieachtergrond te bereiken. Vanaf februari 2026 organiseert Alzheimer Nederland in samenwerking met Minters en Argos Zorggroep maandelijks een Alzheimer Ontmoetingshuis in Schiedam, specifiek gericht op mensen met een migratieachtergrond. Daarnaast biedt Greenflex Care dagbesteding aan voor mensen met dementie met een migratieachtergrond, en organiseert Greenflex Care maandelijks een trefpunt voor migranten. 17. Is er al een plan hoe ze bewustwording rondom dementie en mantelzorg bij mensen met een migratieachtergrond gaan vormgeven? Antwoord: In MVS-verband is een actieve initiatiefgroep 'Migranten, dementie en mantelzorg' actief, die zich specifiek bezighoudt met bewustwording rondom deze thema's. In deze groep werken Alzheimer Nederland, Naut, Dock, Minters en Greenflex Care samen. De aanpak wordt verder ontwikkeld op basis van ervaringen met deze initiatieven. 18. Pag.8 Ondersteuning van lokale initiatieven en voldoende middelen. Aan welke lokale initiatieven wordt hier gedacht en wordt hier financiële middelen bedoelt? Antwoord: Gedacht wordt aan initiatieven zoals het Alzheimercafé, het Alzheimer Ontmoetingshuis, activiteiten van KLiK en Minters, de DementieWijzer en dementievriendelijke activiteiten bij buurtcentra en culturele instellingen.
Het gaat zowel om financiële ondersteuning als om facilitaire en organisatorische ondersteuning door de gemeente, afhankelijk van de aard van het initiatief. De gemeente beoordeelt per initiatief op welke wijze ondersteuning het meest passend is. 19. Pag.8 Regionale aanpak en werkwijze voor brede dementiezorg. Kunt u inspirerende voorbeelden noemen elders uit het land die goed hebben uitgepakt in de aanpak en werkwijze op de onderdelen die u benoemt? (aanmelding, triage, wachtlijstenbeheer, ondersteuning mantelzorgers en samenwerking van professionals) Antwoord: Goede voorbeelden die elders worden toegepast en als inspiratie dienen zijn onder meer: het Dementie Netwerk Amsterdam (DNA), dat werkt met gedeeld wachtlijstbeheer en gezamenlijke triage door casemanagers en eerstelijnszorg; de aanpak in de regio Midden-IJssel/Oost Veluwe met regionale coördinatie van casemanagement; en het programma 'Dementie in de Etalage' in diverse gemeenten voor publieksbereik. In het kader van het RIGA en het regionale netwerk DWO NWN worden deze ervaringen actief uitgewisseld. 20. Pag.10 De gemeente Schiedam gaat een netwerk faciliteren voor kennisuitwisseling en ‘best practices’ onder de naam Lokaal Netwerk Dementie Schiedam. Zorgverleners, welzijnsorganisaties, gemeente Schiedam en Alzheimer Nederland zullen ieder kwartaal bij elkaar komen.
Wie gaan allemaal deelnemen? Antwoord: Het netwerk brengt uitvoerende professionals samen: zorgverleners, welzijnsorganisaties (waaronder Minters en Naut), Alzheimer Nederland, de POHouderen, de casemanager dementie en de gemeente Schiedam. 21. Zullen dit altijd dezelfde deelnemers zijn 4x per jaar? Antwoord: De kern van deelnemers is vast; per bijeenkomst kan op basis van het thema worden gekozen voor aanvullende deelnemers met specifieke expertise. 26GRF00034 Pagina 5 van 18
22. Pag.10 Betrokken casemanager dementie waarborgen bij besluitvorming en overleggen. Welke casemanagers dementie laat de gemeente Schiedam allemaal aansluiten? Antwoord: Casemanagement dementie wordt in Schiedam aangeboden door Argos Zorggroep en de Frankeland Groep. De gemeente zorgt ervoor dat casemanagers vanuit beide aanbieders aansluiten bij het Lokaal Netwerk Dementie Schiedam, zodat de verbinding met de dagelijkse zorgpraktijk geborgd is. 23. Pag. 11 Één van de acties in het uitvoeringsprogramma dementievriendelijke gemeenschap is het stimuleren en trainen van vrijwilligers. Hoe ziet het proactief werven van nieuwe vrijwilligers door KLIK eruit? Antwoord: KLiK werft vrijwilligers via reguliere kanalen (website, sociale media, lokale netwerken) en biedt gerichte trainingen aan voor ondersteuning bij dementie gerelateerde activiteiten. De gemeente erkent dat de vergrijzing van het vrijwilligersbestand een aandachtspunt is dat breder speelt binnen het vrijwilligersbeleid. In het Lokaal Netwerk Dementie Schiedam wordt dit bespreekbaar gemaakt, zodat tijdig kan worden ingespeeld op het behoud en de werving van voldoende opgeleide vrijwilligers. 24. Hebben zij als organisatie een gericht plan om in te spelen op vrijwilligers die zelf ook steeds ouder worden? Antwoord: Nee, KLiK heeft op dit moment geen specifiek plan gericht op vrijwilligers die zelf ouder worden.
Wel zijn de trainingen en ondersteuningsactiviteiten van KLiK toegankelijk voor vrijwilligers van alle leeftijden. De organisatie herkent dat het vrijwilligersbestand vergrijst, maar ziet dit als een bredere ontwikkeling die bij veel vrijwilligersorganisaties speelt. 25. Pag.11 Dementievriendelijk maken van ontmoetingscentra Één van onze belangrijkste vereniging voor en door senioren ‘Soos Blauwhuis’ heeft grote moeite om een nieuw bestuur te vinden en dreigt hierdoor in de problemen te komen. Is de gemeente voornemens deze ouderensociëteit te blijven faciliteren en hier mogelijk mensen met dementie blijvend een plek voor sociale activiteiten te bieden? Antwoord: De gemeente hecht waarde aan ontmoetingsplaatsen als Soos Blauwhuis als onderdeel van een dementievriendelijke en inclusieve samenleving. Zij kunnen jaarlijks een subsidieaanvraag indienen die aan de bestaande kaders getoetst en beoordeeld wordt. 26. Zou de gemeente Schiedam, in beider belang, eventueel een helpende hand kunnen toesteken in de zoektocht naar een nieuw bestuur? Antwoord: De werving van vrijwilligers is belegd bij KLiK, zie het antwoord op vraag 23. 27.
Hoe verhoudt het uitvoeringsplan zich tot de doelstellingen van artikel 3 van het door Nederland omarmde VN Verdrag Handicap? https://zoek.officielebekendmakingen.nl/trb-2007-169.html https://open.overheid.nl/documenten/6887876c-7427-4352-9a07-f798c9225358/file
26GRF00034 Pagina 6 van 18
Antwoord: In het uitvoeringsplan zijn onder andere de kernbeginselen brede maatschappelijke participatie en inclusie van mensen met dementie als vertrekpunt genomen, wat aansluit bij het VN Verdrag Handicap. 28. Is er bij het opstellen van het uitvoeringsplan rekening gehouden met het VN Verdrag Handicap? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het uitvoeringsplan is tot stand gekomen naar aanleiding van een oetsing door en in samenwerking met Alzheimer Nederland. Alzheimer Nederland zet het VNverdrag Handicap in als belangrijk fundament voor de rechten van mensen met dementie, specifiek gericht op zelfbeschikking, gelijke behandeling en bescherming tegen onvrijwillige zorg. 29. Een van de doelstellingen in het VN Verdrag Handicap is dat mensen met een beperking zo veel mogelijk zelf regie en autonomie kunnen behouden. Mensen met dementie zijn soms handelingsonbekwaam, maar vaak ook slechts beperkt of gedeeltelijk handelsonbekwaam. Hebben mensen met dementie in Schiedam de mogelijkheid om ondersteund beslissingen te maken? Antwoord: Ja, aandacht voor ondersteund beslissen maakt onderdeel uit van de begeleiding door casemanagers en zorgverleners. In het uitvoeringsplan is dit niet als afzonderlijke actie benoemd, maar het principe van eigen regie is verweven in meerdere thema's, naast casemanagement ook mantelzorgondersteuning en deskundigheidsbevordering. 30.
Zo nee, waarom wordt dan niet in dat recht voorzien? Zo ja, is hier dan ook aandacht voor in een of meerdere acties/activiteiten die terugkomen in het uitvoeringsprogramma. Antwoord: Zie antwoord op vraag 29. 31. Vanaf welke mate van handelingsonbekwaamheid worden mensen met dementie in Schiedam onder bewindsvoering of onder bewind van een curator gesteld? Hoeveel regie heeft de persoon met dementie hierin? En het gezin indien van toepassing? Antwoord: Het instellen van bewindvoering of curatele is een civielrechtelijke maatregel die uitsluitend door de kantonrechter kan worden uitgesproken, op verzoek van de betrokkene zelf, een naaste of in uitzonderlijke gevallen het Openbaar Ministerie. De gemeente heeft in dit juridische proces geen directe rol. Via het sociale domein en de wijkteams kan wel worden gesignaleerd wanneer iemand mogelijk baat heeft bij een beschermende maatregel, en kan worden doorverwezen naar de juiste instanties. 32. In hoeverre is hier aan aandacht voor in een of meerdere acties/activiteiten die terugkomen in het uitvoeringsprogramma? Antwoord: Zie de antwoorden op vragen 29, 30 en 31. 33. Het VN Verdrag Handicap stelt dat de autonomie en handelingsbekwaamheid mensen met een beperking gewaarborgd en beschermd dienen te worden.
Hoe doet gemeente Schiedam dat voor mensen met dementie? En is daar aandacht voor in een of meerdere acties/activiteiten van het uitvoeringsprogramma? Antwoord: Zie de antwoorden op vragen 29, 30 en 31.
26GRF00034 Pagina 7 van 18
34. Dwangzorg wordt in Nederland door de landelijke overheid geregeld via de Wet Zorg & Dwang. Ziet de gemeente bij zorginstellingen in Schiedam er op toe dat die zich juist aan de WZD houden? Antwoord: Toezicht op naleving van de Wet Zorg & Dwang is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), niet bij de gemeente. De gemeente heeft geen wettelijke toezichthoudende taak op dit terrein. 35. Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? En is er aandacht voor dwangzorg en de rechten van dementerende mensen bij dwangzorg in een of meerdere acties/activiteiten van het uitvoeringsprogramma? Antwoord: Zie antwoord 34 36. Het is voor zorgprofessionals en gezinsleden vaak moeilijk als mensen die gedeeltelijk handelingsbekwaam zijn keuzes maken die wellicht niet of beperkt in hun beste interesse zijn. Hoe wordt hun autonomie in zulke situaties gewaarborgd? Antwoord: Dit vraagstuk raakt aan de kern van professioneel handelen in de dementiezorg. De balans tussen autonomie en bescherming is een voortdurende afweging voor zorgprofessionals, mantelzorgers en het juridische systeem. De gemeente ondersteunt via deskundigheidsbevordering en het netwerk dat zorgverleners hierin goed toegerust zijn. 37.
En is daar aandacht voor bij een of meerdere acties/activiteiten in het uitvoeringsprogramma, zowel voor degenen met dementie als zorgprofessionals als betrokken gezinsleden? Antwoord: Versterking van samenwerkingsverbanden in de wijk, zoals benoemd in het uitvoeringsplan, draagt bij aan vroegsignalering en onderlinge afstemming over dit soort situaties. 38. Hoe verhoudt het uitvoeringsprogramma zich tot de doelstellingen en ambities zoals beschreven in de inclusie agenda Samen leven in een kleurrijk Schiedam '24-'27 h2.8, h2.9 en h2.10? Antwoord: Het uitvoeringsplan dementie en de Inclusie Agenda kennen overlappende ambities op het gebied van participatie, bewustwording en het doorbreken van drempels voor kwetsbare groepen. 39. In zowel het Uitvoeringsprogramma Dementievriendelijk Schiedam als de Inclusie Agenda Samen Leven In Een Kleurrijk Schiedam staat dat het dynamische documenten zijn die dus mogen evolueren. Antwoord: Dat klopt 40. Kan in beide documenten opgenomen worden hoe de autonomie van mensen met dementie/een beperking respectievelijk in Schiedam gewaarborgd wordt? Is dit technisch haalbaar? Is dit technisch logisch? En is het technisch verantwoord? Antwoord: Dit uitvoeringsplan is er in zijn geheel op gericht mensen met dementie zo lang als mogelijk in hun autonomie te ondersteunen. Zie de antwoorden op vragen 29.30 en 31.
26GRF00034 Pagina 8 van 18
41. Op welke wijze is de zorg voor huisdieren momenteel verankerd bij zorgvragen? En is daar aandacht voor bij een of meerdere acties/activiteiten in het uitvoeringsprogramma, zowel voor degenen met dementie als zorgprofessionals als betrokken gezinsleden? Antwoord: Bij zorgaanbieders in Schiedam is op dit moment geen expliciet organisatiebreed beleid ten aanzien van huisdieren. Het thema raakt wel aan bredere uitgangspunten zoals welbevinden, eigen regie en het betrekken van het netwerk van cliënten. In de praktijk worden vragen rondom huisdieren casuïstisch en in samenspraak met cliënt en naasten opgelost. 42. De gemeente draagt actief bij aan het ontwikkelen van zorgzame wijken. Is bij de inrichting en het beheer van openbaar groen in Schiedam aandacht voor de therapeutische waarde van groen voor mensen met dementie en andere vormen van cognitieve achteruitgang? Zo ja, op welke wijze? Antwoord: Bij de ontwikkeling van zorgzame wijken en dementievriendelijke infrastructuur is aandacht voor de omgeving als geheel. Concreet wordt gewerkt aan veilige wandelroutes, rustpunten en overzichtelijke openbare ruimte. De therapeutische waarde van groen is een thema dat aansluit bij de bredere ambities voor zorgzame wijken; de gemeente neemt dit mee in de afstemming met de afdeling gebiedsontwikkeling en in de gesprekken over ruimtelijke ontwikkelingen. 43.
De gemeente draagt actief bij aan het ontwikkelen van zorgzame wijken. In hoeverre wordt bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de bijdrage die nabijgelegen groen kan leveren aan het welzijn en de gezondheid van ouderen, waaronder inwoners met dementie? Antwoord: Zie antwoord op vraag 42. Agendapunt 7 Raadsinformatiebrief 18 maart 2026 Vaststelling Woonzorgvisie voor Ouderen Schiedam 44. Is er een reden dat de woonvoorzieningen van Gezond en wel Thuis zich vooral in Schiedam en Vlaardingen concentreren i.t.t. Bv. Delft en Westland? Antwoord: Zorgkantoor DSW is verantwoordelijk voor de spreiding van Gezond en Wel Thuis locaties binnen de regio. Schiedam kent een grote populatie ouderen die langer thuis moeten blijven wonen, Gezond en Wel Thuis is een waardevol initiatief om dit te bewerkstelligen. 45. Hoe definieert de gemeente Schiedam het begrip 'gezin' binnen de context van deze Woonzorgvisie en de bredere woningmarkt? Worden hieronder uitsluitend menselijke gezinsleden verstaan, of worden inwonende gezelschapsdieren ook formeel meegeteld als onderdeel van het huishouden? Antwoord: Gemeente Schiedam volgt de jurisprudentie en het woordenboek als het gaat om definities van veelgebruikte woorden zoals 'gezin' en 'huishouden'.
Dit wordt gedefinieerd als een persoon of een groep van personen waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Dieren tellen niet formeel mee als onderdeel van het huishouden. 46. Zijn er vanuit aanbieders zoals Argos en Frankenlandgroep, of andere partners die direct of indirect betrokken zijn bij de woonzorgvisie, signalen dat er ouderen zijn met een hulpvraag, waarbij de hulpvraag ook betrekking heeft tot zorg voor een dier? Zo ja, 26GRF00034 Pagina 9 van 18
welke en hoeveel? Zo nee, wordt hier dan niet naar gevraagd of komen deze problemen dan niet voor? Antwoord: In de praktijk blijkt de vraag om een huisdier mee te verhuizen naar een zorglocatie nauwelijks voor te komen, omdat in veel gevallen de verzorging van het dier al in de voorafgaande zelfstandige woonsituatie niet meer haalbaar bleek voor de cliënt of diens netwerk. 47. Op welke wijze is de zorg voor huisdieren momenteel verankerd in de woonzorg? Antwoord: Dit is niet expliciet verankerd. Net zoals dat de dagelijkse taken in een huishouden zoals zorgen voor (klein)kinderen, het eten of het schoonmaken niet verankerd zijn in de Woonzorgvisie voor Ouderen Schiedam. 48. Zijn er vanuit aanbieders zoals Argos en Frankenlandgroep, of andere partners die direct of indirect betrokken zijn bij de woonzorgvisie, signalen dat er ouderen zijn met een hulpvraag, die huiverig zijn om te verhuizen naar een geschiktere woning omdat zij dan afstand moeten doen van een inwonend huisdier? Zo ja, welke en hoeveel? Zo nee, wordt hier dan niet naar gevraagd of komen deze problemen dan niet voor? Antwoord: Zie antwoord op vraag 46 49. In de woonzorgvisie wordt gesproken over verschillende soorten woningen die moeten worden gerealiseerd of aangepast.
Wordt er bij de realisatie of aanpassing van deze woningen rekening gehouden met de mogelijkheid dat er hulpbehoevende ouderen zijn die graag mét een inwonend dier willen verhuizen? Zo ja, hoe dan? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, net zomin als dat bij het realiseren van reguliere woningen er geen rekening wordt gehouden met gezinnen die een huisdier hebben en deze meenemen naar de nieuwe woning. Het is aan mensen die naar een woning verhuizen zelf om te beoordelen of alle personen en alle dieren die mee gaan verhuizen in de woning passen. 50. Mogen ouderen die inmurale zorg ontvangen bij Frankenland of andere aanbieders in Schiedam daar verblijven met hun huisdier? Zo ja, welke huisdieren zijn toegestaan? Zo nee, hoe wordt omgegaan met dieren die niet mee kunnen verhuizen? Antwoord: Binnen de intramurale setting neemt de complexiteit van zorgvragen toe. In de praktijk blijkt de vraag om een huisdier mee te verhuizen naar een zorglocatie nauwelijks voor te komen, omdat in veel gevallen de verzorging van het dier al in de voorafgaande zelfstandige woonsituatie niet meer haalbaar bleek voor de cliënt of diens netwerk. De afweging is aan de zorgaanbieders. 51.
Hoe ziet de gemeente de verhouding sociale huur, particuliere huur en koopwoningen in relatie tot de woonzorgvisie? Waar liggen de uitdagingen gezien stijgende prijzentrends en bouwkosten? Antwoord: Met de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (§7.3.8a) en de verwachte Wet versterking regie op de volkshuisvesting is de verhouding tussen de prijsklassen bepaald. De gemeente dient voor alle woningbouwplannen met 12 of meer woningen (zowel nieuwbouw als transformatie) ervoor te zorgen dat minimaal 2/3e van de woningen betaalbare woningbouw is. Hierbinnen moet minimaal 1/3e van de woningen sociale huur zijn. De woonbehoefte van ouderen, uitgesplitst naar woningtype en naar prijsklasse, is weergegeven op pagina 26-30 van de 26GRF00034 Pagina 10 van 18
Woonzorgvisie voor Ouderen Schiedam. Hieruit blijkt dat de grootste vraag bij ouderen zit in het type goedkope koopwoningen (tot €235.000). De uitdagingen liggen in het realiseren van betaalbare woningen, wat lastig is door stijgende prijzen en bouwkosten. Het is voor ontwikkelaars en woningcorporaties moeilijk om een financieel haalbare en sluitende business case te hebben voor hun woningbouwprojecten. 52. Hoe verhoudt het realiseren van geschikte woningen zoals omschreven in de woonzorgvisie zich tot de klimaatambities van de gemeente? En voorziet de gemeente problemen rondom het realiseren van deze woningen, bijvoorbeeld door stikstofregels of klimaatvergunningen e.d.? Antwoord: Nieuwe woningen moeten voldoen aan de eisen in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit). Het Bbl stelt onder andere eisen aan de duurzaamheid van woningen, waaronder de BENG-norm. BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen en is de Nederlandse bouwstandaard. Met deze bouwstandaard voldoen we ook aan de Europese doelen en eisen op het gebied van duurzaamheid van nieuwe woningen uit de EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive). Daarnaast heeft het college in 2025 het Omgevingsprogramma Klimaat Schiedam vastgesteld, een uitwerking van de ambities uit de Schiedamse Omgevingsvisie (2025).
De maatregelen uit dit omgevingsprogramma worden toegepast bij woningbouwontwikkelingen. De gemeente voorziet weinig problemen als het gaat om stikstof, omdat Schiedam op afstand van Natura2000-gebieden ligt. Andere milieuaspecten, zoals geur, geluid, luchtkwaliteit, etc. kunnen wel een beperkende factor hebben. Dit verschilt per woningbouwproject. 53. In de woonzorgvisie is aandacht voor vereenzaming, activiteit en sociale contacten. Zijn er signalen (bijv. vanuit Frankenlandgroep of andere aanbieders) dat het houden van huisdieren of het collectief houden van een of meerdere dieren positief bijdraagt aan het tegengaan van vereenzaming, het onderhouden van sociale contacten of het motiveren tot activiteit? Zo ja, welke en hoeveel? Indien nee, wordt hier dan niet naar gevraagd of zijn er geen of andere signalen? Antwoord: Uit nationaal en internationaal onderzoek zijn er wel degelijk aanwijzingen dat het houden van huisdieren een positieve bijdrage kan leveren aan het welzijn van ouderen. Huisdieren, en met name honden en katten, blijken bij te dragen aan een gevoel van gezelschap en zingeving, kunnen een gespreksonderwerp vormen en daarmee sociale contacten stimuleren, en motiveren tot dagelijkse activiteit zoals beweging en verzorging. Ook vormen huisdieren bij collectieve woonvormen soms een gemeenschappelijk aandachtspunt dat bewoners verbindt.
Voor dementerende ouderen in het bijzonder wijst onderzoek op kalmerende effecten en het activeren van herinneringen bij contact met dieren. Concrete signalen vanuit Schiedamse aanbieders zoals Frankelandgroep of andere lokale partijen zijn op dit moment niet systematisch geïnventariseerd. 54. Hoeveel van de huidige en geplande woonzorglocaties in Schiedam hebben een expliciet beleid dat het houden van huisdieren toestaat, en welke faciliteiten zijn hiervoor aanwezig? Antwoord: Een volledig overzicht van het huisdierenbeleid per woonzorglocatie in Schiedam is op dit moment niet beschikbaar. Uit de beschikbare informatie blijkt dat het onderwerp bij zorgaanbieders doorgaans niet in een organisatiebreed beleid is 26GRF00034 Pagina 11 van 18
vastgelegd, maar dat vragen rondom huisdieren in de praktijk casuïstisch worden opgelost, in samenspraak met de cliënt en diens naasten. In de praktijk blijkt de vraag om een huisdier mee te verhuizen naar een intramurale zorglocatie overigens weinig voor te komen. Dit hangt er mee samen dat de verzorging van het dier in veel gevallen al in de voorafgaande thuissituatie niet meer haalbaar was voor de cliënt of het sociale netwerk rondom de cliënt. 55. Natuurinclusief bouwen tegen hittestress. Aan welke specifieke hittestress beperkende maatregelen moeten de nieuw te bouwen seniorenwoningen voldoen volgens de huidige afspraken met ontwikkelaars om kwetsbare ouderen te beschermen? Antwoord: Nieuw te bouwen seniorenwoningen moeten, net als andere nieuw te bouwen woningen, voldoen aan de eisen in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit). Het Bbl stelt onder andere eisen aan de duurzaamheid van woningen, zoals de BENG-norm (zie ook antwoord op vraag 52). Daarnaast heeft de gemeente lokaal beleid opgesteld: het Omgevingsprogramma Klimaat Schiedam (2025), met het subonderdeel klimaatadaptatie. In dit omgevingsprogramma zijn beleidsafspraken gemaakt over klimaatadaptatie en het hiermee beperken van hittestress. Ook heeft de gemeente het Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland ondertekend (klik hier om te downloaden).
Hierin staan de doelen en afspraken, onder andere over hittestress, waaraan ontwikkelaars moeten voldoen bij nieuwbouw en herontwikkeling. 56. Aan welke specifieke ecologische duurzaamheidsnormen (zoals groene daken of nestgelegenheid) moeten de nieuw te bouwen seniorenwoningen voldoen volgens de huidige afspraken met ontwikkelaars? Antwoord: Nieuw te bouwen seniorenwoningen moeten, net als andere nieuw te bouwen woningen, voldoen aan de eisen in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit). Daarnaast krijgen ontwikkelaars bij nieuw te bouwen seniorenwoningen het advies om ecologische plussen aan te brengen volgens de 5V’s (Voedsel, Veiligheid, Voortplanting, Vocht en Verbinding) zodat diersoorten kunnen worden aangetrokken en beschermd. 57. In hoeverre wordt bij de ontwikkeling van seniorenwoningen rekening gehouden met 'prikkelarm bouwen' voor ouderen met neurodivergente kenmerken? Antwoord: Seniorenwoningen voldoen aan het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit). In het Bbl zijn geen regels opgenomen over prikkelarm bouwen. De gemeente mag bovenwettelijke regels opstellen en hier regels over opnemen maar heeft dit niet gedaan. Een ontwikkelende partij die voor een bepaalde doelgroep bouwt doet er verstandig aan om in het programma van eisen rekening te houden met die doelgroep.
Daar waar een complex van seniorenwoningen ook een centrale ontmoetingsplek heeft biedt Alzheimer Nederland aan om mee te denken over een dementievriendelijke inrichting van die plek, daar wordt binnen de gemeente Schiedam ook actief gebruik van gemaakt. 58. Wat is het verdeling van energielabels van de huidige en toekomstige voorraad voor ouderen geschikte woningen en hoeveel daarvan worden op welke termijn naar een label A of hoger gebracht om energiearmoede onder ouderen tegen te gaan? Antwoord: De huidige verdeling van energielabels over de woningen is te zien op https://mes.incijfers.nl/publicaties).
26GRF00034 Pagina 12 van 18
Nieuw te bouwen seniorenwoningen moeten voldoen aan de eisen in het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit). Het Bbl stelt onder andere eisen aan de duurzaamheid van woningen, zoals de BENG-norm (zie ook antwoord op vraag 52). Nieuwe woningen hebben dus altijd een hoog energielabel. In de bestaande woningvoorraad onderscheiden we drie typen woningen. Voor elk type gelden andere regels over het energielabel. •
•
•
Sociale huurwoningen: met woningcorporatie Woonplus zijn prestatieafspraken gemaakt, waaronder over het verduurzamen van sociale huurwoningen met een energielabel E, F of G naar minimaal energielabel D voor 2029. Hiervoor verwijzen wij u naar §3 van de Prestatieafspraken Schiedam 2025-2026 door Gemeente Schiedam, Stichting Woonplus Schiedam en Huurdersbelangenorganistie Woonplus. Particuliere huurwoningen (alle prijscategorieën): sinds 2026 zijn eigenaren van huurwoningen met een energielabel E, F of G verplicht om hun pand uiterlijk op 1 januari 2029 te verduurzamen naar minimaal energielabel D. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor monumentale panden. Koopwoningen eigenaar/bewoner: voor eigenaar-bewoners is er geen landelijke of lokale verplichting om hun woning te verduurzamen. Inwoners mogen zelf bepalen welk onderhoud en welke verbeteringen zij aan hun woning doen. Wel stimuleert gemeente Schiedam inwoners om hun woning te verduurzamen, bijvoorbeeld door het aanbieden van energiehulp waarbij kleine energiebesparende maatregelen in de woning worden toegepast.
59. Welke concrete (financiële) ondersteuning is er voor groepen Schiedamse ouderen die via het 'uitdaagrecht' zelf een duurzame, coöperatieve woonzorgvorm willen realiseren buiten de gevestigde corporaties om? Antwoord: Inwoners kunnen het uitdaagrecht gebruiken om een taak van de gemeente over te nemen waar de gemeente budget voor heeft, bijvoorbeeld omdat er een post in de begroting is opgenomen. Het is geen taak voor de gemeente om woonzorglocaties te realiseren, dat doet de markt (woningcorporaties, zorgorganisaties en/of projectontwikkelaars). En de gemeente heeft geen budget begroot voor het zelf realiseren van een woonzorglocatie. Daarom is het uitdaagrecht niet van toepassing als een groep Schiedamse ouderen een duurzame, coöperatieve woonzorgvorm wil realiseren. Zij kunnen zich wel verenigen in een CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). Ze hebben dan dezelfde rol als een projectontwikkelaar, zoals het zoeken naar een locatie, het aanvragen van de vergunningen, het inhuren van een aannemer, et cetera. Er is geen financiële ondersteuning voor CPO-initiatieven, wel begeleiden projectleiders van de gemeente een CPO-initiatief waarbij er extra uitleg wordt gegeven over wat de gemeente van het initiatief verwacht om medewerking te kunnen verlenen. Agendapunt 11 Raadsvoorstel Vastellen Jaarlijkse Herziening Grondexploitaties 2026 60.
Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van circa € 1,14 miljoen voor ‘Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem woningen Schieveste en Stationsomgeving’ Schieveste verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Antwoord: 1. Verstrekking door: ministerie van VRO 2. Betreft: een tijdelijke regeling specifieke uitkeringen gebiedsbudget (ook bekend als WoMo-subsidie). Totaal Rijksbijdrage € 2,12 mln. In de grexen 26GRF00034 Pagina 13 van 18
verdeeld: Schieveste € 1,14 mln. en Stationsomgeving € 0,99 mln. (afronding leidt tot kleine afwijkingen in de optelling van de bedragen) 3. Belangrijke voorwaarden: start bouw van de laatst te realiseren woning moet uiterlijk 31 december 2034; substantieel deel van het aantal woningen moet starten voor 2030 en gebiedsmaatregelen moeten uiterlijk 31 december 2039 gereed zijn. Gemeenten zorgen verplicht zelf voor de cofinanciering (ca. 50%) van de kosten. 61. Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van € 0,4 miljoen voor een ‘Vliegende Brigade’ verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Wat behelst en uit wie bestaat de Vliegende Brigade? Antwoord: 1. Verstrekking door: provincie Zuid-Holland (PZH) 2. Betreft: Vliegende Brigade subsidie voor extern ingehuurde expertise. Dit betreft financiële expertise, omgevingsmanagement en juridische expertise. Totaal bijdrage PZH € 0,48 mln. In de grexen verdeeld: Schieveste € 0,44 mln. en Stationsomgeving € 0,04 mln. (afronding leidt tot kleine afwijkingen in de optelling van de bedragen) 3. Belangrijke voorwaarden: de subsidiabele activiteiten starten op 4 december 2025 en worden afgerond op 1 januari 2027. De subsidiabele activiteiten moeten op grond van de subsidieregeling uiterlijk binnen twee jaar na datum van de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd. 62.
Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van circa € 0,71 miljoen voor een ‘Gebiedsmaatregel (her)inrichting stationsomgeving knoop Schiedam’ verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Antwoord: 1. Verstrekking door: Minsterie van VRO 2. Betreft: het passend inrichten van stationspleinen en ruimtelijke barrière slechten die is ontstaan als gevolg van de locatie van dit station in de infrabundel van Horvathweg, spoor en A20. 3. Belangrijke voorwaarden: ook deze subsidie is door het Ministerie van VRO verstrekt als onderdeel van de Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen gebiedsbudget. Zie de toelichting hiervoor bij Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem (vraag 60). Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. 63. Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van € 1,00 miljoen voor een ‘Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem woningen Schieveste en Stationsomgeving’ verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Antwoord: 1. Verstrekking door: Minsterie van VRO 2. Betreft: het aanleggen van een ondergronds afvalsysteem 3. Voorwaarden: ook deze subsidie is door het Ministerie van VRO verstrekt als onderdeel van de Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen gebiedsbudget. Zie de toelichting hiervoor bij Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem (vraag 60). Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. 26GRF00034 Pagina 14 van 18
64. Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van € 0,04 miljoen voor een ‘Vliegende Brigade’ verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Is dit dezelfde of een andere Vliegende Brigade? Is er een verklaring voor de factor tien verschil? Antwoord: Zie hiervoor de toelichting onder subsidie Vliegende Brigade (vraag 61). 65. Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van € 2,03 miljoen voor een ‘Gebiedsmaatregel bouwrijp maken' Glasbuurt Oost verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Antwoord: 1. Verstrekking door: Minsterie van VRO 2. Betreft: gebiedsbudget voor gebiedsmaatregelen 3. Voorwaarden: ook deze subsidie is door het Ministerie van VRO verstrekt als onderdeel van de Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen gebiedsbudget. Zie de toelichting hiervoor bij Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem (vraag 60). Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. 66. Door wie wordt de aanvullende subsidie ten bedrage van € 0,39 miljoen voor een ‘Gebiedsmaatregel sanering voormalig bedrijventerrein’ verstrekt en welke voorwaarden zijn eraan verbonden? Antwoord: 1. Verstrekking door: Minsterie van VRO 2. Betreft: de sanering van voormalig bedrijventerrein Glasbuurt 3. Voorwaarden: ook deze subsidie is door het Ministerie van VRO verstrekt als onderdeel van de Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen gebiedsbudget.
Zie de toelichting hiervoor bij Gebiedsmaatregel aanleg ondergronds afvalsysteem (vraag 60). Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. 67. Welke reden(en) lig(t/gen) ten grondslag aan de verhoging van de MRDHfietspadcorridorbijdrage van € 6,5 miloen. naar € 9,2 miljoen (exclusief btw). Heeft dit te maken met onverwacht hoge uitvoeringskosten, meerwerk, een uitbreiding van het programma, andere factoren of een combinatie van factoren? In het laatste geval: welke betreft dit en elk in welke mate? Hoe vindt de verdeling over de grondexploitaties Schieveste, Bedrijventerrein en Stationsomgeving plaats? Antwoord: De verhoging van de MRDH-fietspadcorridorbijdrage van € 6,5 mln., met € 2,7 mln., naar € 9,2 mln. (exclusief btw) komt voort uit een combinatie van factoren. 1. Enerzijds betreft het een verhoging van de opgevoerde kosten. Het grootste aandeel daarin komt voort uit een tegenvaller in de aanbestedingsprocedure van de onderdoorgang Boerhave. Deze tegenvaller is meegenomen in de opgevoerde kosten. Verder zijn ook de ramingen van de andere onderdelen bijgesteld op basis van concretere ramingen, en is er indexatie toegevoegd vanwege het hanteren van het actuele prijspeil. Tezamen bedraagt dit € 3,5 mln. aan extra kosten. 2. Anderzijds is opnieuw bekeken hoe de opgevoerde kosten aansluiten op de al bestaande WBI-subsidieregeling.
Het stapelen van beide subsidieregelingen is toegestaan, maar kosten waarvoor reeds subsidie is ontvangen (in dit geval 26GRF00034 Pagina 15 van 18
WBI-subsidie) mogen niet óók opgevoerd worden in de subsidieaanvraag MRDH. Uit deze analyse bleek dat in de concept-MRDH-subsidieaanvraag ten onrechte ook toebedeelde kosten aan de grondexploitaties Spaanse Polder en Stationsomgeving waren opgenomen als zijnde ontvangers van WBI-subsidie. Dat is echter niet het geval, want alleen grondexploitatie Schieveste heeft WBIsubsidie ontvangen. Aangezien ook Spaanse Polder en Stationsomgeving profijt hebben van de fietscorridor, en er kosten zijn toegerekend aan die beide grondexploitaties, zijn ook deze kosten als subsidiabel aan te merken binnen de MRDH-subsidie. Deze toegerekende kosten bedragen €1,8 mln. en hiermee kon de subsidieaanvraag bij de MRDH verhoogd worden. Een en ander betekent dat de totale subsidieaanvraag MRDH met € 5,3 mln. kon stijgen, en 50% van deze kosten wordt door MRDH als subsidiabel aangemerkt. Afgerond is dat €2,7 mln. (NB: dit verklaart de verhoging van € 6,5 mln. naar € 9,2 mln.). De verdeling over de grondexploitaties is: Schieveste 63%, Bedrijventerrein 26% en Stationsomgeving 11%, op basis van een proportionele toerekening per maatregel. 68.
Komen de 'diverse hogere kostenposten zoals grondwerk, kabels en leidingen, gebouwd parkeren en plankosten' op Schieveste (volledig) voor rekening van de opdrachtgever, de gemeente Schiedam? (Waarom) is dit niet (geheel) opgenomen/afgedekt in de aanbesteding? Antwoord: 1. Ten aanzien van het openbaar gebied is de gemeente Schiedam verantwoordelijk voor de grondexploitatie, en daarmee voor de investeringen in het openbaar gebied. Uiteraard stuurt de projectorganisatie Schiedam mee op keuzes over de balans tussen prijs en kwaliteit. 2. Gebouwd parkeren is onderdeel van de vastgoedexploitatie van de ontwikkelaar. Doordat de stichtingskosten hoger zijn dan de verkoopopbrengst wordt dit verrekend in de residuele grondwaarde. Dit effect werkt door in de toekomstige grondopbrengsten in de grondexploitatie van Schieveste. 3. Gemeente en ontwikkelaar dragen ieder hun eigen plankosten. Bij gezamenlijke trajecten draagt iedere partij zijn eigen aandeel. Agendapunt 12 Raadsvoorstel Jaarstukken 2025, ontwerpbegrotingswijziging 2026 en ontwerpbegroting 2027 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 69. Bijlage 2 Pagina 2, er wordt hier gesteld dat de jeugdhulpvragen in de regio nog steeds stijgende zijn, maar dat dit gemiddeld minder hard stijgt dan voorheen en dat dit per gemeente sterk kan verschillen.
Stijgt het aantal hulpvragen in Schiedam relatief hard of zacht? En welke factoren zijn daarop van invloed? Indien minder hard dan gemiddeld, komt dat dan door beleid, de omgeving of kennen mensen de weg naar hulp minder goed? Antwoord: De situatie die in deze bijlage geschetst wordt betreft de 10 andere gemeenten in de Rijnmondregio. In de MVS gemeenten is vrijwel alle jeugdhulp via Rogplus ingekocht bij Mevis. Over het beeld in Schiedam wordt tweemaal per jaar 26GRF00034 Pagina 16 van 18
gerapporteerd in de halfjaarrapportage MVS Jeugdmodel, inclusief de voortgangsrapportages van Rogplus en Mevis. De tweede halfjaarrapportage 2025 MVS Jeugdmodel (BPR2600148) laat zien dat het aantal cliënten in Schiedam in de tweede helft van 2025 is gestabiliseerd, (van 1753 naar 1744 cliënten), waar in de eerste helft van 2025 nog sprake was van een stijging. De rapportage geeft hiertoe diverse verklaringen. In het najaar van 2026 ontvangt u de voortgangsrapportage over de 1e helft van 2026. 70. Wanneer deze nullijn wordt ingevoerd, kan dat dan leiden tot een tekort aan de juiste diensten en middelen, gezien de vraag in de regio stijgt? Zo ja, hoe waarborgt de gemeente dan dat kinderen en jongeren toegang hebben tot de juiste zorg? Zo nee, hoe dan? Antwoord: Aangezien de jeugdwet in feite een openeinderegeling is zal altijd de noodzakelijke hulp worden ingezet, dit is onze wettelijke taak als gemeente. Een nullijn over de gehele begroting van de GRJR is dan ook niet af te dwingen. Wel kan kritisch gekeken worden naar de contracten, en bijvoorbeeld de daarin gehanteerde overheadpercentages en kosten voor extern personeel, en (vooral) naar de kosten van de uitvoeringsorganisatie GRJR zelf. Agendapunt 18 Raadsvoorstel Technische aanpassingen Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 71.
Volgens het RIGO rapport is de opkoopbescherming in Nieuwland, West en Oost effectief en is het aantal betaalbare woningen waarop wordt gespeculeerd door beleggers teruggedrongen naar 3%. Is het de bedoeling van de opkoopbescheming dat dit aantal volledig teruggedrongen wordt naar 0%? Zo ja, hoe dan? Zo nee, wat zijn dan de voor- en nadelen van die 3% aan speculatiewoningen in deze wijken? Antwoord: De Verordening voorziet niet in een reductie naar 0%, omdat er wettelijke uitzonderingen bestaan waarbij verhuur verplicht moet worden toegestaan, zoals verhuur aan naaste familieleden, tijdelijke verhuur van maximaal 12 maanden of situaties waarbij de woning onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van een winkel- of bedrijfspand. De huidige 3% wordt daarom niet beschouwd als een tekortkoming van de opkoopbescherming, maar als een beheersbaar niveau waarbij de koopmarkt weer primair toegankelijk is voor eigenaar-bewoners. Uit het RIGO-rapport blijkt bovendien dat beleggers momenteel netto meer woningen verkopen aan eigenaar-bewoners dan zij opkopen, wat in 2024 resulteerde in een netto toevoeging van 206 woningen aan de koopmarkt. Tegelijkertijd blijft aandacht nodig, omdat beleggers zich nog steeds relatief sterk richten op de laagste prijsklassen en daar blijven concurreren met starters en andere huishoudens met beperkte financiële ruimte. 72.
Welke maatregelen zijn er nog meer mogelijk om speculanten die azen op betaalbare woningen volledig uit het betaalbare segment te weren? Antwoord: Naast de opkoopbescherming noemt het RIGO-rapport verschillende aanvullende maatregelen die speculatie in het betaalbare segment verder kunnen ontmoedigen. Aan de instrumenten die de gemeente zelf kan inzetten, bijvoorbeeld op basis van de Wet Betaalbare Huur, kunnen wel kosten verbonden zijn die, als gekozen wordt voor het inzetten van deze instrumenten, in de begroting verwerkt moeten worden.
26GRF00034 Pagina 17 van 18
73. Is het mogelijk deze opkoopbescherming uit te breiden naar meer wijken? Zo ja, zijn hier plannen voor? Zo nee, waarom dan niet? Antwoord: Een uitbreiding van de opkoopbescherming naar andere wijken is juridisch alleen mogelijk wanneer de gemeente kan aantonen dat daar sprake is van onevenwichtige effecten van schaarste of van aantasting van de leefbaarheid door opkoop door beleggers. Op dit moment ontbreekt die onderbouwing grotendeels, omdat de daling van het aantal opkopen naar circa 1% tot 5% ook zichtbaar is in wijken zonder opkoopbescherming. Dat wijst erop dat naast de lokale regeling ook bredere marktontwikkelingen en landelijke fiscale maatregelen bijdragen aan het terugdringen van speculatieve aankopen. Daarom adviseert RIGO momenteel om de regeling voort te zetten in de bestaande wijken Oost, Nieuwland en West en niet uit te breiden. 74. Het RIGO Rapport legt een verband tussen een lage open space ratio en lagere leefbaarheidsscore. Ook komt Schiedam slecht uit de bus als het aankomt op verloedering. Hoe verhoudt de gewijzigde verordening zich hiertoe? En zijn er andere plannen of instrumenten beschikbaar waarmee de gemeente deze problematiek tegen kan gaan? Antwoord: Uit het RIGO-rapport blijkt dat leefbaarheidsproblemen en verloedering vooral voorkomen in dichtbebouwde wijken met weinig openbare ruimte en veel kleine woningen.
De gewijzigde verordening sluit hierop aan door in kwetsbare wijken vergunningen voor woningvorming en omzetting in beginsel te weigeren, zodat verdere verdichting wordt beperkt. Daarnaast zet de gemeente aanvullend in op woonoverlast aanpak, multidisciplinaire wijkverbetering en vergroening en kwaliteitsverbetering via de Woonvisie. 75. Volgens de peiling in het RIGO rapport bestaat het huuraanbod in Schiedam voor slechts een klein deel uit sociale- en middenhuur (11 woningen), en is het leeuwendeel van het aanbod dus dure huur (36 woningen). Hoe verhoudt dit feit zich tot de door Schiedam vastgestelde ambities qua verhoudingen in het huuraanbod? Antwoord: Het rapport laat zien dat in het actuele particuliere huuraanbod in Schiedam de woningen vooral aangeboden worden in het vrije sector segment. Of dit gelet op de puntenberekening op basis van het woonwaarderingsstelsel ook toegestaan is (dus dat een vrije sectorhuur gevraagd mag worden), valt uit de gevonden aanbiedingen niet op te maken. Verhuurders zijn verplicht om het aantal punten dat de woning heeft op te nemen in het huurcontract. Via de wet betaalbaar huur en via de huurcommissie kan de huurder stappen ondernemen om de huur op het niveau te brengen dat past bij de vastgestelde punten.
De gewijzigde verordening probeert daarbij de bestaande betaalbare voorraad beter te beschermen, onder meer door woning samenvoeging vergunningsplichtig te maken, zodat betaalbare woningen niet verdwijnen ten gunste van grotere en duurdere woningen.
26GRF00034 Pagina 18 van 18