CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026

Informatieavond 13 oktober 2025, gemeente Schagen31.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

19 alinea's met “financiën”: 3 79 131 331 478 524 608 643 738 812 888 927 1000 1027 1143 1156 1343 1440 1448

• Verbeterde aansluiting van de campus op het regionale onderwijsveld. • Aandacht en inzet voor betere bereikbaarheid van de campus.

56

Vastgesteld beleid Niet van toepassing

5.6 Evenementen Wat willen we bereiken We zijn trots op alle mooie evenementen die worden georganiseerd in de gemeente Schagen. We vinden het belangrijk om de evenementen zoveel als mogelijk te kunnen steunen en doorgang te laten vinden. We willen voor de grotere evenementen meer zaken door de organisatoren laten regelen en minder door onze servicedienst. En we willen ook onze dienstverlening iets zakelijker maken en beter sturen op de gemaakte afspraken. Vanwege de raakvlakken met openbare orde en veiligheid zijn ook zaken over evenementen opgenomen onder programma 6.3.2. Wat willen we daar voor doen Uitvoering van het evenementenbeleid en dit beleid evalueren. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Het evenementenbeleid heeft als belangrijkste doelstelling veilige evenementen mogelijk te maken. Daarbij spelen aspecten als openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu een belangrijke rol. Resultaten: Veilige evenementen.

Vastgesteld beleid Niet van toepassing

Totaal Financiën Economische zaken Omschrijving

Bedragen x1.000

Rekening Begroting Begroting 2024 2025 - na 2026 wijziging

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Lasten Visie op bedrijvigheid & werkgelegenheid

842

1.136

951

953

955

958

Toerisme

334

509

410

409

409

409

Evenementen

138

147

139

139

139

139

Totaal lasten

1.313

1.792

1.499

1.501

1.504

1.506

180

0

0

3.484

3.522

3.639

3.639

3.639

3.639

Baten Visie op bedrijvigheid & werkgelegenheid Toerisme

57

Evenementen

55

71

71

71

71

71

Totaal baten

3.719

3.593

3.710

3.710

3.710

3.710

Saldo van lasten en baten

2.405

1.801

2.211

2.209

2.207

2.204

2.405

1.801

2.211

2.209

2.207

2.204

Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Resultaat begroting

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2025 en 2026 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten Toerisme in 2025 was rekening gehouden met achterstallig groot onderhoud voor onze recreatiehaven. In eerste instantie ging het voor 2025 om het vervangen van de steigerpalen en delen van de steigers. Omdat wij voor 2026 daar geen uitgaven voor hebben zijn er ten opzichte van 2025 minder uitgaven ter grootte van € 100.000. Visie op bedrijvigheid en werkgelegenheid In 2025 is gewerkt aan het regionale programma voor de periode 2026 t/m 2029. Hieruit is gebleken dat het jaarlijkse budget voor deze regionale samenwerking en de uitvoering van de thema’s en gebiedsprogramma’s moest worden verhoogd. Hier heeft de raad ook een besluit over genomen. Hierdoor ontstaat er in 2026 ten opzichte van 2025, een verzwaring van € 67.000. In de kadernota voor het begrotingsjaar 2024 heeft de raad een budget (deels incidenteel) beschikbaar gesteld om de Economische Agenda inhoud te geven en uit kunnen voeren. Een deel van dit budget werd in 2024 overgeheveld naar 2025. Als gevolg hiervan ontstaat er voor 2026 een begrotingsverschil € 255.000 ten opzichte van 2025. Baten Toerisme De stijging van de inkomsten van € 117.000 is het gevolg van de jaarlijkse inflatiecorrectie van de toeristenbelasting, zoals opgenomen in de uitgangspunten van de kadernota.

Investeringen In dit domein zijn geen investeringen opgenomen.

58

Programma 6 Participatie, dienstverlening en organisatie 6.1 Participatie Wat willen we bereiken In 2026 werken we aan duidelijke afspraken over hoe we inwoners en ondernemers beter betrekken bij plannen van de gemeente. We actualiseren de participatieverordening en maken een heldere visie op participatie. Ook ontwikkelen we hulpmiddelen voor medewerkers en bieden we trainingen aan. Daarnaast zetten we nieuwe manieren in om meer en verschillende mensen te bereiken. Zo kunnen inwoners eerder meedenken en vergroten we het vertrouwen in de gemeente. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Inwoners en ondernemers betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van ons beleid. Ervoor zorgen dat iedereen maximaal (bijeenkomsten en gesprekken) mee kan doen aan het maatschappelijk verkeer. Resultaten: Uitvoering plan van aanpak verbeteren participatie (overheids- en inwonersparticipatie).

Vastgesteld beleid Niet van toepassing.

6.2 Dienstverlening en organisatie Wat willen we bereiken In de gemeente Schagen vinden we het belangrijk dat iedereen zich thuis voelt. We hebben oprechte aandacht voor elkaar, we kunnen en mogen onszelf zijn, en er is ruimte voor groei en ontwikkeling. Samen dragen we bij aan een veilige, duurzame en gezonde gemeente Schagen. We staan dicht bij de samenleving en zijn er voor de samenleving. We hebben oog voor lokale en regionale behoeften en kansen. Een gemeente waar we trots op zijn; een gemeente waar we ons thuis voelen. Dit vindt zijn weerslag in onze dienstverlening. Ook in 2026 blijven we onze dienstverlening verbeteren en optimaliseren waarbij de mens centraal staat. Wij denken in mogelijkheden en oplossingen, we bieden de best passende oplossing aan. Wat willen we daar voor doen • In 2026 zullen de gemeenteraadsverkiezingen worden georganiseerd. • De paspoortpiek zal door middel van wendbaarheid en flexibele inzet worden opgevangen. • Het programmaplan dienstverlening zal verder worden uitgewerkt en tot uitvoering worden gebracht. • We voeren een telefonisch bereikbaarheidsonderzoek uit.

59

Doelstelling en resultaten Doelstelling: Wij bieden een goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers, bestuur en collega's. Resultaten: • Gemeenteraadsverkiezingen • Paspoortpiek • Uitvoering programma dienstverlening • Telefonisch bereikbaarheidsonderzoek

Vastgesteld beleid • Koersdocument 'Schagen maken we samen'. [2021] • Coalitieakkoord 2022-2026 'Doorbouwen op een gezond fundament'. [2022] • Visie op dienstverlening [2025]

6.3 Veiligheid Wat willen we bereiken We willen onze gemeente veilig houden. Dat doen we met inzet van onze handhavers op de plaatsen waar zij nodig zijn. Ook zetten we handhavers in bij signalen vanuit de samenleving. Ook willen we meer samenwerking tussen de domeinen Zorg en Veiligheid. Algemeen Door maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen, decentralisatie en digitale dreigingen staan wij steeds meer in het midden van de maatschappelijke (veiligheids)vraagstukken. Veiligheid is niet alleen meer een kerntaak van de burgemeester maar verweeft zich door de gehele gemeentelijke organisatie. We krijgen steeds meer te maken met complexe veiligheidsvraagstukken zoals georganiseerde criminaliteit, ondermijning, online bedreigingen, jeugdproblematiek, overlast en crisissituaties. Daarnaast verwacht onze inwoner dat wij direct en zichtbaar optreden tegen overlast, criminaliteit en onveiligheid. Al deze onderwerpen zijn van invloed op de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van onze inwoners. We zetten in op problemen die met de dagelijkse kwaliteit van wonen en leven te maken hebben. Wat willen we bereiken 6.3.1 Veilige woon en leefomgeving We verankeren veiligheid in de stad en de kernen. Daarbij is een actieve aanpak van problemen rondom veiligheid en leefbaarheid belangrijk. We zetten in op problemen die met de dagelijkse kwaliteit van wonen en leven te maken hebben.

Onze acties zijn erop gericht om vanuit de keten op te treden. 6.3.2 Bedrijvigheid en veiligheid De sociale onveiligheid op verschillende locaties van bedrijvigheid staat centraal. Het gaat hierbij om veilige bedrijventerreinen, evenementen en veilig uitgaan en toerisme.

60

6.3.3 Jeugd en Veiligheid De aanpak van jeugdoverlast en criminaliteit is van alle tijden. De aanpak van jeugdoverlast en criminaliteit vraagt om een gecoördineerde en integrale aanpak vanuit zowel preventie als vanuit de repressieve kant. De jeugd moet in Schagen veilig kunnen opgroeien. 6.3.4 Fysieke veiligheid In Nederland zijn er wetten en regels die bijdragen aan het voorkomen van incidenten en veiligheidsproblemen. Als gemeente hebben we een actieve rol in het handhaven van deze wetten en regels. Daarnaast zetten wij reddingsbrigades in voor veiligheid op onze stranden. 6.3.5 Integriteit en Veiligheid Ondermijnende criminaliteit is een steeds groter probleem. Dit uit zich in Schagen onder andere door hennepkwekerijen, drugslabs, dumpingen van (drugs)afval, geweldsmisdrijven en cybercriminaliteit. Ondermijning kunnen wij alleen aanpakken door samen met onze partners daadkrachtig op te treden. Wat willen we daar voor doen Algemeen • Ontwikkelen van een Veiligheidsdashboard waarin informatie bij elkaar gebracht wordt om zo preventief te kunnen inspelen op vraagstukken. • Deelnemen aan de landelijke Veiligheidsmonitor. 6.3.1 veilige woon en leefomgeving − Om een leefbare en veilige gemeente te blijven voor onze inwoners borgen we de aanpak van woonoverlast en personen met onbegrepen gedrag in beleid.

Hiermee wordt ingezet op vroegtijdige signalering en op gerichte aanpak van de overlast. − In samenwerking met politie wordt toegewerkt naar een handelingskader hoe om te gaan met personen met soeverein gedachtegoed waarbij problemen in de leefomgeving ontstaan. − Er wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om ‘Ankerplaatsen/Skaeve huse’ te realiseren. Deze woningen zijn bedoeld voor mensen met (psychische) problematiek die niet (meer) in een normale leefomgeving kunnen functioneren. − We versterken de samenwerking met onze partners zoals de politie, het veiligheidshuis, de GGD en de GGZ. − We zetten in op vroeg signalering van vraagstukken en problematiek op het gebied van leefbaarheid, polarisatie en radicalisering. 6.3.2 Bedrijvigheid en veiligheid − We voeren een veiligheidsscan uit op bedrijventerreinen om zo tot een aanvulling te komen van de profielen voor bedrijventerreinen die vanuit economische zaken zijn opgesteld. − We maken afspraken met in- en externe partners om te komen tot veilige evenementen. Het evenementenbeleid wordt hiervoor geëvalueerd. − We vernieuwen het beleid voor para-commerciële horeca − We maken afspraken met horeca ondernemers en politie over veilig uitgaan en zetten hiervoor een Collectieve Horeca Ontzegging (CHO) in.

61

6.3.3 Jeugd en veiligheid − We versterken de samenwerking tussen jongerenwerk, politie en gemeente. − We voeren een integrale groepsaanpak van overlast gevende en criminele jeugd binnen de gemeente Schagen uit. We participeren in regionale projecten en initiatieven. − We blijven de samenwerking met de ketenpartners op de integrale aanpak door ontwikkelen. Hiervoor is een regionale werkgroep opgericht om de knel- en verbeterpunten op te pakken en uit te werken. 6.3.4 Fysieke veiligheid − We stellen een nieuw bedrijfscontinuïteitsplan op waarin verschillende scenario’s worden opgenomen. Het plan richt zich zowel op de interne bedrijfsvoering en ICT-systemen als op maatschappelijke crisissen zoals langdurige stroomuitval en de effecten daarvan op de samenleving. − We werken in de samenwerking met de reddingsbrigades toe naar een nieuwe dienstverlenings- en uitvoerovereenkomst inclusief financiering. − We zorgen dat de bewustwording met betrekking tot de rol van de eigen organisatie bij (langdurige) crisissen wordt versterkt. − De Brandweerkazerne Schagerbrug wordt verbouwd/vernieuwd. − De interne samenwerking op het thema verkeer wordt versterkt. − Via campagnes gedragsverandering en bewustwording creëren over verkeersveiligheid en strandveiligheid. 6.3.5 Integriteit en veiligheid − De Noord-Hollandse norm Weerbare Overheid wordt verder geïmplementeerd.

Hiervoor worden onderstaande projecten opgepakt: o Trainen van bewustzijn, betrokkenheid en weerbaarheid van medewerkers, inwoners en ondernemers van Schagen. o Verzorgen van opleidingen en trainingen van medewerkers om kennis te vergroten. o Door middel van interne en externe communicatie meer aandacht creëren voor ondermijning. o We versterken de interne samenwerking op het gebied van cybercriminaliteit. − We pakken doorlopend signalen en casuïstiek op. − We stellen een nieuw Coffeeshopbeleid en beleid voor Shishalounges op. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Algemeen - Versterken van interne en externe samenwerking - Preventie als volwaardig onderdeel van het veiligheidsbeleid - Informatie gedreven werken - Ruimte voor onvoorziene gebeurtenissen 6.3.1 Veilige woon en leefomgeving • Voorkomen en bestrijden van problemen in de woon- en leefomgeving. • Beschermen van de leefbaarheid en veiligheid van de inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeente Schagen tegen potentieel gewelddadig gedrag of elke andere vorm van gedragingen die gericht zijn op het ontwrichten van de samenleving. • We zetten in op de versterking van de rol van onze buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s).

62

6.3.2 Bedrijvigheid en veiligheid • In Schagen kun je veilig uitgaan en recreëren. • Schagen heeft een gezond en veilig ondernemersklimaat. 6.3.3 Jeugd en Veiligheid • De jeugd weerbaarder maken tegen negatieve invloeden. • Verminderen van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. • Verminderen van de recidive onder de jeugd. 6.3.4 Fysieke veiligheid • Voorbereid zijn op mogelijke ontwrichting van de samenleving • Verbeteren van de verkeersveiligheid (preventief, geen fysieke maatregelen). • Verbeteren van de strandveiligheid 6.3.5 Integriteit en Veiligheid • Creëren van meer bewustwording over de gevaren op het gebied van cybercriminaliteit. • We zorgen dat criminelen zo weinig mogelijk de gelegenheid krijgen om criminele activiteiten uit te voeren.

Vastgesteld beleid • Veiligheidsagenda Schagen 2024-2027 • Uitvoering- en handhavingsstrategie 2024-2027 VTH taken • APV Schagen 2024 • Bibob- Beleid (2024) • Damocles beleid (2024) • Integraal meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2024-2027 • Samen slagvaardiger voor de uitdaging van de toekomst, beleidsplan Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2024-2027 • Evenementenbeleid 2023

6.4 Bestuur Wat willen we bereiken 1. In 2026 zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad. Wij willen bereiken dat de nieuwe raad goed voorbereid aan de slag kan gaan. 2. In 2025 is hard gewerkt aan de uitvoering van het burgerakkoord. Van de 42 voorstellen is het grootste deel inmiddels ingepast in het gemeentelijk beleid of uitgevoerd. In een enkel geval is aangegeven dat het geen taak van de gemeente is (o.a. bejaardenhuizen). Dit is dan afgestemd met de monitor/klankbordgroep. In 2026 gaan we met de openstaande voorstellen verder. Hiervoor wordt na de raadsverkiezing één werkgroep ingesteld die hier, met instemming van de monitor/klankbordgroep, een mooi vervolg aan gaat geven 3. Jongeren en jongvolwassenen zijn doorgaans minder politiek actief dan volwassenen en ouderen. Bij jongvolwassenen valt nog veel te winnen als het gaat om betrokkenheid bij de lokale politiek. Wij willen met name jongvolwassenen op een informele wijze kennis laten maken met de gemeente en laten zien wat de gemeente

63

allemaal doen en hoe dat in z’n werk gaat. Hierdoor willen we de betrokkenheid van deze groep bij het gemeentelijk beleid vergroten. Wat willen we daar voor doen 1. In 2025 zijn factsheets aan de raad aangeboden die inzicht geven in de belangrijkste uitdagingen van de gemeente. Dit is belangrijke input voor de verkiezingsprogramma’s en het latere coalitieakkoord. Voor, met name de nieuwe, raadsleden wordt een inwerkprogramma opgesteld. 2. Eén raadswerkgroep, bestaande uit tenminste 3 raads-/steunfractieleden, een wethouder, een vakambtenaar en (plv) griffier, gaat de overgebleven voorstellen uit het Burgerakkoord inpassen in het gemeentelijk beleid. 3. Eind 2025 organiseren we een eerste bijeenkomst voor 'nieuw volwassenen' in onze gemeente. Dit krijgt in 2026 een vervolg met twee bijeenkomsten waarbij inwoners die 18 jaar oud zijn geworden uitgenodigd worden op het gemeentehuis. Doelstelling en resultaten Doelstelling: - De inwoners meer betrekken bij beleidsvorming. - Draagvlak van inwoners vergroten voor het gemeentelijke beleid. - Schagen leefbaar houden voor de toekomst. Resultaten: De door de raad overgenomen voorstellen uit het Burgerakkoord inpassen in het gemeentelijk beleid. Jongeren meer betrekken bij de gemeente en het gemeentelijk beleid

Vastgesteld beleid -Burgerakkoord (raad: 24 september 2024) -Motie Jongeren op het gemeentehuis (CDA/JessLokaal) (raad: 8 juli 2025)

6.5 Organisatie en Regio Wat willen we bereiken Een onderdeel van de organisatiekoers is ook het verder vormgeven van de regionale samenwerking van de vier Kopgemeenten (Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel). Wij staan met elkaar voor complexe uitdagingen die verder reiken dan de gemeente zelf. Afgelopen jaren hebben we al veel regionaal samengewerkt en zijn we slagvaardiger geworden in het realiseren van regionale opgaven. Met een sterke regionale samenwerking bereiken we een efficiënte inzet van schaarse middelen (menskracht en geld). Door een sterke samenwerking benutten we kansen beter (denk aan de Regiodeal en aan Elke regio telt). En we willen onze samenwerking nog slimmer met elkaar vormgeven, onze regionale bestuurskracht verder vergroten en lokaal nog meer meerwaarde hebben uit de samenwerking.

64

Wat willen we daar voor doen Het is duidelijk geworden dat de samenwerking in de regio Noord-Holland verbeterd moet worden. Dit werd vastgesteld door de vier colleges van B&W met de vaststelling van de bestuursopdracht ‘Versterking regionale samenwerking Kop van Noord-Holland’ op 19 november 2024. De grote maatschappelijke opgaven, zoals de beschikbaarheid van kwalitatief goede jeugdhulp, vergrijzing, nieuwkomers en asielzoekers, stikstofaanpak, circulariteit, klimaatmaatregelen, wonen en bereikbaarheid, kunnen de vier gemeenten alleen gezamenlijk aanpakken. Door effectief en efficiënt in de regio samen te werken worden de lokale inwoners uiteindelijk beter bediend en wordt uiteindelijk de leefbaarheid in de regio Kop van NH vergroot. Voor het eerste overgangsjaar (2025) is door de gemeentesecretarissen in 2024 een besluit genomen voor een regionale werkbegroting. Hierin worden de reeds beschikbaar gestelde regionale budgetten als dekking gebruikt en wordt er zoveel mogelijk binnen de beschikbare regionale middelen gewerkt. Er is wel sprake van een tekort. Dit komt onder andere doordat de (boven) regionale opgaven de afgelopen jaren zijn gegroeid en complexer zijn geworden. Het Rijk en de provincie vragen met toenemende mate om als (sub)regio te acteren. Het tekort wordt meegenomen in lokale tussentijdse rapportages voor het jaar 2025. Voor het jaar 2026 e.v.

worden de kosten voor de regionale organisatie opgenomen in de begroting die in november 2025 naar de lokale gemeenteraden gaat. Hierin zitten ook incidentele frictiekosten. De structurele extra kosten worden geschat op tenminste enkele tonnen extra per jaar per gemeente (voorstel naar rato per inwoner). Om te starten, worden de eerste drie jaar extra frictiekosten gemaakt, voor onder andere het opstarten en inrichten van de organisatie. In 2026 wordt er regionaal geïnvesteerd in bijvoorbeeld personeel en een geschikte werklocatie voor de regionale medewerkers zodat zij als team kunnen functioneren. Bij voorkeur vindt dit plaats in een bestaand gemeentehuis. Totaal Financiën Participatie en dienstverlening Omschrijving

Bedragen x1.000

Rekening Begroting Begroting 2024 2025 - na 2026 wijziging

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Lasten Participatie

371

248

365

365

365

365

Dienstverlening en organisatie

720

700

753

796

733

574

Veiligheid

5.155

5.486

5.886

5.986

5.987

5.985

Bestuur

2.639

2.285

2.245

2.207

2.207

2.207

Organisatiekosten

47.770

48.011

46.851

48.018

47.887

48.010

Totaal lasten

56.655

56.730

56.099

57.373

57.179

57.142

1.020

916

1.058

1.164

1.004

654

Veiligheid

162

79

79

79

79

79

Bestuur

711

0

0

Organisatiekosten

1.646

1.422

379

451

451

451

Totaal baten

3.540

2.418

1.516

1.694

1.534

1.184

Baten Dienstverlening en organisatie

65

Saldo van lasten en baten

-53.115

-54.312

-54.583

-55.679

-55.645

-55.958

Toevoeging aan reserves

829

844

844

844

844

844

Onttrekkingen aan reserves

814

718

1.021

638

507

618

Saldo mutaties reserves

-15

-126

178

-205

-336

-226

-53.130

-54.437

-54.406

-55.885

-55.981

-56.185

Resultaat begroting

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2025 en 2026 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten: Participatie: Conform het coalitieakkoord is het burgerberaad in Schagen ingesteld. Daarbij is een groep van 330 inwoners geselecteerd om een burgerberaad te houden wat moet leiden tot een burgerakkoord met daarin voorstellen om de leefbaarheid in de hele gemeente Schagen op hetzelfde niveau te houden of te verhogen. In 2025 is bij de bestuursrapportage een deel van het budget naar beneden bijgesteld omdat er geen kosten meer worden verwacht voor het burgerberaad. In 2026 wordt het bedrag uit het coalitieakkoord aangehouden van € 100.000, waardoor de lasten in 2026 hoger uitvallen. Daarnaast is bij de vaststelling van de kadernota voor 2026 een motie aangenomen" Samen leven, samen doen" om de bijdrage richting de dorpsraden en wijkraden te versterken door de bijdrage per inwoner te verhogen van € 2 naar € 2,50. Beide ontwikkelingen zorgen voor hogere kosten in 2026. Veiligheid: De hogere kosten in 2026 hebben te maken met de jaarlijkse indexering van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio van € 164.000. In 2026 zijn de kapitaallasten meegenomen van de huisvesting van het nieuwe reddingsstation Sint Maartenszee (€ 42.000).

Verder zijn ook investeringen opgenomen voor het vervangen van reddingsmaterieel voor de verschillende reddingsposten en brandweerkazerne € 190.000. Ten opzichte van 2025 vallen hierdoor de kapitaallasten hoger uit. Organisatiekosten: De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben met de vakbonden een akkoord bereikt van totaal 7,64 procent voor twee jaar. Uiteindelijk zijn de partijen in het midden uitgekomen en kunnen gemeenteambtenaren een loonstijging van gemiddeld 7,64 procent tegemoetzien de komende twee jaar. Die stijging vindt plaats in stapjes. Vanaf 1 april 2025 stijgen de lonen met 2 procent. De laatste verhoging van 1,6 procent vindt plaats op 1 januari 2027. De hogere lasten in 2026 betreft een deel van de stijging en omvat een bedrag van € 950.000. In 2022 is er met de Raad een taakstelling van 2,7 miljoen afgesproken om de organisatieontwikkeling op te kunnen starten. Dit heeft de organisatieontwikkeling een enorme boost gegeven. Het heeft o.a. geresulteerd in verhoogde kwaliteit aan dienstverlening, procesoptimalisatie en een versterkt strategisch vermogen. De invulling van de taakstelling is in delen gedaan. 1.6 miljoen kon worden ingevuld met structurele middelen waarover eerder al afspraken zijn gemaakt. De resterende 1.1 miljoen wordt in 2026 structureel in mindering gebracht op het personeelsbudget.

De verantwoording van de reguliere uitvoeringskosten richting projecten moeten conform de BBV op een andere wijze worden verantwoord. Namelijk als een correctie op de reguliere

66

lasten en niet als een extra baat op de verschillende teambudgetten. In de begroting 2026 is deze werkwijze doorgevoerd. Voor 2025 zal dit doorgevoerd worden bij de 2e rapportage. Ten opzichte van 2025 ontstaan er hierdoor lagere lasten € 1.043.000 in 2026 die per saldo budgettair neutraal zijn (zie baten). Baten: Dienstverlening en organisatie: Voor de periode 2025 - 2029 hebben we een nieuwe inschatting gemaakt voor de opbrengsten en uitgaven voor identiteitsdocumenten en rijbewijzen. Deze nieuwe schatting zorgt voor hogere opbrengsten in 2026 en verder. Organisatiekosten: De verantwoording van de reguliere uitvoeringskosten richting projecten moeten conform de BBV op een andere wijze worden verantwoord. Namelijk als een correctie op de reguliere lasten en niet als een extra baat op de verschillende teambudgetten. In de begroting 2026 is deze werkwijze doorgevoerd. Voor 2025 zal dit doorgevoerd worden bij de 2e rapportage. Ten opzichte van 2025 ontstaan er hierdoor minder opbrengsten € 1.043.000 in 2026 die per saldo budgettair neutraal zijn (zie lasten). Reserves: Onttrekkingen: Aan de reserve gemeentelijke gebouwen wordt in 2026 meer onttrokken dan in 2025 op basis van het meerjarenonderhoudsplan. Dit gaat om een bedrag van ruim € 300.000. Investeringen Programma 6 bedragen * € 1.000 Omschrijving Reddingsmaterieel Reddingspost Totaal

2026 245 550 795

2027 245

2028 39

2029 0

245

39

0

67

Programma 7 Financiën 7.1 Algemene uitkering Wat willen we bereiken Onze grootste bron van inkomsten is de Algemene Uitkering Gemeentefonds. In 2024 is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten en provincies door het invoeren van een nieuwe financieringssystematiek. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 vervroegd is ingevoerd. De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald aan de hand van ongeveer 60 maatstaven, zoals het aantal inwoners, jongeren, uitkeringsgerechtigden, en de oppervlakte van de gemeente. Naast de algemene uitkering ontvangt de gemeente ook specifieke uitkeringen, zoals decentralisatie- en integratieuitkeringen, voor bepaalde taken of beleidsterreinen. In deze raadsperiode gaan we per circulaire een Raadsinformatiememo opstellen, waarin we de uitkomsten verwerken. In de reguliere Planning & Control documenten worden de circulaires financieel vertaald in de begroting. Vastgesteld beleid De mei- en septembercirculaire van de Algemene uitkering Gemeentefonds komt jaarlijks gelijktijdig uit op het moment waarop respectievelijk de Kadernota en de Begroting door het college worden vastgesteld. Het is daarom niet mogelijk om de circulaires in deze documenten te verwerken.

Daarom wordt er uitgegaan van de volgende uitgangspunten: - De Meicirculaire wordt via een raadsinformatiememo aangeboden in dezelfde raadsvergadering als de Kadernota. Het streven is dat de begroting financieel gelijk is aan de kadernota met uitzondering van de meicirculaire. Deze is niet in de kadernota verwerkt maar wel in de begroting. - De septembercirculaire wordt in een RIM aangeboden in de raadsvergadering m.b.t. de begroting en verwerkt in de 1ste bestuursrapportage m.b.t. dit begrotingsjaar. - De decembercirculaire wordt verwerkt in de 1ste bestuursrapportage van het huidige begrotingsjaar en in de Kadernota voor de overige jaren.

7.2 OZB Wat willen we bereiken Onroerendezaakbelasting (OZB) is een gemeentelijke belasting die eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, zoals woningen, panden en grond, jaarlijks moeten betalen. De hoogte van de OZB wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) van het betreffende object. Deze WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeente en kan variëren afhankelijk van de marktwaarde van het onroerend goed. Zoals in het coalitieakkoord en de Kadernota voor de begroting 2026 is opgenomen, zijn de gemeentelijke inkomsten verhoogd met de standaard inflatie.

68

Wat willen we daar voor doen • De belastingen volgen standaard de inflatie. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Maximaliseren van de opbrengsten binnen de vastgestelde richtlijnen. Resultaten: Realiseren van de begrote opbrengst.

Vastgesteld beleid Niet van toepassing

7.3 Reserves Wat willen we bereiken Reserves en voorzieningen zijn van belang voor de financiële stabiliteit van een gemeente. Het is daarom van belang dat er sprake is van een goed inzicht in en van een goede kaderstelling ten aanzien van reserves en voorzieningen. Reserves behoren tot het eigen vermogen. Algemene reserve Deze reserve is in principe vrij inzetbaar. Naast het wettelijk verplicht verrekenen van het jaarresultaat met de algemene reserve vormt deze reserve een buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. Voor zover de algemene reserve groter is dan nodig voor de normale functie van opvang van fluctuaties en risico’s c.q. tegenvallers, kan deze worden ingezet voor de dekking van incidentele investeringen of incidentele lasten. Risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd worden gedekt door de algemene reserve. Er bestaat een directe relatie tussen de risico’s die de gemeente loopt en het minimaal noodzakelijk aan te houden buffervermogen. Bestemmingsreserves Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Deze reserves mogen alleen besteed worden aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend. Bestemmingsreserves dienen zoveel mogelijk beperkt te blijven tot concrete en binnen afzienbare tijd te realiseren bestemmingen of doelstellingen, waarbij de omvang van tevoren wordt vastgelegd.

Bestemmingsreserves worden niet ingesteld om risico’s binnen de exploitatiebegroting af te dekken. Hiervoor is de Algemene reserve bedoeld. Wat willen we daar voor doen De reserves worden besteed aan de doelen die daaraan door de gemeenteraad zijn toegekend.

69

Doelstelling en resultaten Doelstelling: Versterken van het weerstandsvermogen en daarmee het eigen vermogen. Resultaten: Het weerstandsvermogen is minimaal even groot als de incidentele risico's van de gemeente.

Vastgesteld beleid Niet van toepassing.

7.4 Vennootschapsbelasting (Vpb) Wat willen we bereiken Gemeenten en andere overheden moeten vennootschapsbelasting, oftewel Vpb, betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Dit zorgt ervoor dat de ondernemersactiviteiten fiscaal gescheiden worden. Deze wet bepaalt dat concurrerende en op winst gerichte ondernemingsactiviteiten van overheden belastingplichtig zijn. Wat willen we daar voor doen Jaarlijks laten we een scan uitvoeren door een externe partij om de belastingverplichting te toetsen en te berekenen. Op basis van de huidige inzichten en ervaring uit eerdere jaren, is de verwachting dat de gemeente Schagen over de geplande activiteiten geen vennootschapsbelasting hoeft af te dragen. Doelstelling en resultaten Doelstelling: Uitvoeren van de fiscale verplichtingen conform wet- en regelgeving. Resultaten: Als belastingplichtige geen discussie met de Belastingdienst over de Vpb aangifte.

Vastgesteld beleid Niet van toepassing.

7.5 Lokale heffingen Wat willen we bereiken De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van deze heffingen is belangrijk voor de raad. Deze heffingen zijn vaak de enige mogelijkheid om aanvullende wensen te kunnen verwezenlijken of dekken. Door het vaststellen van de begroting wordt het geld dat voortkomt uit belastingen en heffingen zoals retributies, rechten en leges bekrachtigd.

70

Wat willen we daar voor doen • Leges, heffingen en andere tarieven zijn kostendekkend. Alleen voor grafrechten wordt een uitzondering gemaakt. • We focussen maximaal op het binnenhalen van subsidies voor alle mogelijke doelen. We tonen verhoogde inzet op het zoeken van andere inkomensbronnen. • Over iedere toeristische overnachting dient toeristenbelasting betaald te worden. Doelstelling en resultaten Doelstelling: • De inkomsten te maximaliseren binnen de kaders van de raad. • Om de voorzieningen betaalbaar te houden, worden de lasten gedragen door de inwoners die de lasten kunnen dragen. Resultaten: • Binnen het product worden de kosten doorberekend in de tarieven. • Maximaliseren van het verwerven van derde geldstromen (subsidies).

Vastgesteld beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen wij kunnen heffen. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 t/m 229d Gemeentewet. Verder zijn dit belastingen die wij heffen op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer.

7.6 Overhead Artikel 8 van het BBV bepaalt dat het programmaplan naast de te realiseren programma’s ook een overzicht van de kosten van overhead bevat. Overhead omvat alle kosten die verband houden met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Dit omvat functies zoals leidinggeven, administratie, ICT, facilitaire zaken en HRM. Apart taakveld Overhead Bij de herziening van het BBV is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten/taken/producten in de betreffende taakvelden moeten worden begroot en verantwoord. Deze voorschriften betekenen ook dat de baten en lasten van overhead niet meer aan de afzonderlijke beleidsprogramma’s toegerekend mogen worden als indirecte lasten, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld (taakveld 0.4 Overhead) moeten worden geraamd.

71

begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Overige P&O kosten

222

222

222

222

Verzekeringen

575

575

575

575

Bedrijfskosten Personeel

78

78

78

78

Betalingsverkeer/invordering

25

25

25

25

Communicatie

69

69

69

69

Accountantskosten

105

103

103

103

Opleidingen

590

590

590

590

Representatie

43

43

43

43

Ondernemingsraad

85

85

85

85

Div betaalde belastingen en heffingen

633

633

633

633

Personeelsvereniging

17

17

17

17

Bedrijfsgezondheidszorg

219

219

219

219

Werving & selectie

63

63

63

63

Huisvesting gemeente algemeen

672

1.043

912

1.035

Bedrijfskleding

18

18

18

18

Gereedschappen

36

36

36

36

Dienstauto's

299

299

299

285

Omschrijving

100

100

100

100

4.222

4.098

4.098

4.098

GEO

190

190

190

190

Projectkosten ICT

93

93

93

93

Research Data Center Beheer & ontwikkeling ICT

Afdeling dienstverlening algemeen

27

27

27

27

Facilitaire dienstverlening

527

527

527

527

Salaris team I&A

1.993

2.038

2.038

2.038

Salaris Financien

2.676

2.736

2.736

2.736

Salaris Ontwikkeling en ondersteuning

2.099

2.147

2.147

2.147

Salaris Bestuurl. en Juridische zaken

1.589

1.623

1.623

1.623

Salaris CMT

3.336

3.420

3.420

3.420

Overhead

20.598

21.115

20.984

21.094

Overheadpercentage De kosten van overhead kunnen worden uitgedrukt in een percentage. Het BBV schrijft voor dat hiervoor een indicator moeten worden opgenomen in de begroting. Deze indicator drukt de totale overheadkosten uit in het percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. Omschrijving Totale overheadkosten Totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves Percentage overhead

begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

20.598

21.115

20.984

21.094

168.934

165.620

164.770

164.807

12,2%

12,7%

12,7%

12,8%

72

7.7 Onvoorzien Op grond van artikel 8 lid 6 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de gemeente verplicht een post onvoorzien op te nemen in de begroting. Het budget onvoorzien is beschikbaar voor uitgaven die als 'niet uit te stellen' en 'onvermijdbaar' worden aangemerkt en waarvoor in de begroting verder geen bedrag is opgenomen. Op grond van artikel 5 lid 2 van de financiële verordening moet er in de begroting een post onvoorzien opgenomen worden van € 1,- per inwoner afgerond, naar beneden, op duizendtallen.

Totaal Financiën Financiën Omschrijving

Bedragen x1.000

Rekening Begroting Begroting 2024 2025 - na 2026 wijziging

Raming 2027

Raming 2028

Raming 2029

Lasten OZB

180

249

190

190

190

190

Vpb

0

1

1

1

1

1

Overig

2.357

2.048

1.912

1.848

1.848

1.847

Totaal lasten

2.538

2.297

2.103

2.038

2.038

2.038

Algemene uitkering

100.068

101.143

105.900

106.510

104.800

106.557

OZB

12.880

13.836

14.327

14.358

14.358

14.358

Overig

5.479

5.619

5.279

5.283

5.282

5.282

Totaal baten

118.427

120.598

125.507

126.151

124.441

126.197

Saldo van lasten en baten

115.890

118.301

123.404

124.113

122.402

124.160

Toevoeging aan reserves

11.685

75

75

75

75

75

Onttrekkingen aan reserves

11.498

927

0

0

0

0

-187

852

-75

-75

-75

-75

115.703

119.153

123.329

124.038

122.327

124.085

Baten

Saldo mutaties reserves Resultaat begroting

Toelichting financiën De verschillen tussen de jaarschijven 2025 en 2026 groter dan € 100.000 lichten wij toe. Lasten Overig De geplande investeringen worden niet altijd volledig binnen één jaar gerealiseerd. Hierdoor schuiven bijbehorende kapitaallasten deels door naar een volgend jaar. Om hiermee rekening te houden, is jaarlijks een stelpost van € 200.000 opgenomen. Verder is een afboeking van een boekwaarde in € 66.000,- verwerkt in 2026. In 2025 zijn de werkelijke kapitaallasten inmiddels verwerkt, maar voor 2026 is dat nog niet het geval.

73

Baten Algemene uitkering In het raadsinformatiememo van 10 juni 2025 over de meicirculaire 2025 is toegelicht dat de algemene uitkering in 2026 stijgt naar € 105.900.000. De begroting van 2025 is nog gebaseerd op de decembercirculaire 2024, omdat de wijzigingen uit de meicirculaire 2025 bij de tweede rapportage worden verwerkt. Hierdoor laat jaarschijf 2026 een stijging zien van € 4.757.000. OZB In de uitgangspunten van de kadernota 2026 is opgenomen dat de belastingen worden verhoogd met de inflatie o.b.v. de CPI index. Dit komt overeen met 3,56%. Daarnaast wordt ieder jaar rekening gehouden met een areaal uitbreiding woningbouw. Dit beiden zorgt voor hogere OZB-inkomsten met een bedrag van € 491.000. Overig Bij de begroting 2022 is een impuls gegeven richting de organisatie om grote uitdagingen, ambities en wettelijke taken aan te kunnen pakken door de organisatie op orde te krijgen. Om de uitgaven in deze begroting te dekken is een besluit genomen om enkele lasten te verzwaren, te besparen door onder andere kosten te verlagen, efficiënter te werken en meer te automatiseren en om eenmalig geld uit de algemene reserve in te zetten. Dit voornemen is vertaald in een taakstelling. In 2026 is het restant van de taakstelling ingeboekt met een bedrag voor € 1.112.000. Voor 2025 gaat dit nog plaatsvinden bij de 2e rapportage.

De stijging van de omslagrente in 2026 met € 698.000 hangt deels samen met verschuivingen in de investeringsplanning. Daarnaast is de begroting voor 2026 opgesteld op basis van de meest recente planning, terwijl de cijfers voor 2025 al beter aansluiten bij de werkelijke situatie. De omslagrente wordt budgettair neutraal binnen de begroting verwerkt en heeft daarmee geen effect op het totale financiële resultaat. De forensenbelasting is, conform de uitgangspunten van de kadernota 2026, geïndexeerd met 3,56%. Dit leidt tot een hogere opbrengst van €75.000. Investeringen In dit domein zijn geen investeringen opgenomen.

74

Paragrafen

75

Paragraaf financiering Algemeen Deze paragraaf bevat onze beleidsvoornemens wat betreft het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Daarnaast geeft het inzicht in de rentelasten en het renteresultaat en op welke manier rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Ook geeft deze inzicht in de financieringsbehoefte. Treasury De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Treasury regelt het tijdig beschikbaar hebben van financieringsmiddelen voor de financiering van beleid tegen zo gunstig mogelijke tarieven. Hierbij wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden zoals de kasgeldlimiet. Ook wordt rekening gehouden met de aard van de financieringsbehoefte, zoals kort versus lang. Daarnaast is de treasuryfunctie gericht op het beheersbaar houden van financiële risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Ook richt het zich op het optimaliseren van het renteresultaat binnen de gestelde wettelijke kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk treasurybeleid. Op lokaal niveau zijn de kaders en de uitvoering van het treasurybeleid vastgelegd in het Treasurystatuut. Naast de gemeentewet en het BBV is er nog aanvullende wet- en regelgeving met betrekking tot de treasuryfunctie. Dit is: • Wet financiering decentrale overheden.

Oftewel de Wet Fido. Deze wet geeft regels voor het financieringsbeleid bij de gemeente. • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Oftewel het besluit Ruddo. • Wet houdbare overheidsfinanciën. Oftewel Wet Hof. Deze lichten we hieronder verder toe. In deze paragraaf komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde: a. Wet houdbare overheidsfinanciën en verplicht schatkistbankieren; b. Gemeentelijk beleid; c. Financieringspositie; d. Renteontwikkeling; e. Risicobeheer; f. Renteresultaat. A. Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren De Europese eisen en afspraken over reductie van het begrotingstekort en staatsschuld vormen de basis van de Wet houdbare overheidsfinanciën, oftewel de Wet Hof. Met de Wet Hof gaat per jaar een macroplafond gelden voor het EMU-tekort van alle gemeenten samen. De hoogte van het macroplafond wordt na bestuurlijk overleg door de minister van Financiën vastgesteld. Voor 2013 tot en met 2015 is de begrenzing aan het jaarlijks EMU-tekort van de gemeenten, provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen vastgesteld op 0,5% van het bruto binnenlands product. Oftewel het BBP. Om de decentrale overheden iets meer ruimte te bieden, is de daadwerkelijke norm voor het maximale tekort iets ruimer gesteld dan de ambitie. De tekortnorm is 3% van het bruto binnenlands product.

In het Besluit Begroting en Verantwoording artikel 20 is de verplichting vastgelegd dat gemeenten het geschatte EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het

76

vorige begrotingsjaar, het begrotingsjaar en de 3 daaropvolgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de overheid en decentrale overheden. Dit is op transactiebasis in een bepaald jaar. Dus geen afschrijvingen of bijvoorbeeld waardemutaties. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan er in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een aanwijzing voor de ontwikkeling van onze liquiditeitspositie en financiële positie, oftewel eigen vermogen en schulden.

De EMU-saldi voor 2026 t/m 2029 worden als volgt berekend: bedragen x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Mutaties (im)materiële vaste activa (-) Mutatie voorzieningen (+) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) (-) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verkoop (im)materiële vaste activa (+)

EMU-saldi gemeente Schagen (+1-2+34+5)

rekeningbegrotingbegrotingbegrotingbegrotingbegroting 2024

2025

2026

2027

2028

2029

22.687

5.654

1.484

-611

-1.235

135

15.134 -1.270

-1.442 95

4.574 120

4.634 120

4.634 120

721 120

-984

15.193

-2.222

-1.049

1.700

0

0

0

0

0

0

7.267

-8.002

-748

-4.076

-7.449

-466

Wet verplicht schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht gemeenten om hun overtollige middelen aan te houden bij de staat. Dit gaat om middelen boven een bepaald drempelbedrag. Deelnemen aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de hele sector. De financieringsbehoefte van het Rijk vermindert doordat overtollige middelen in de schatkist worden aangehouden. Dit vertaalt zich in een lagere staatsschuld. Alle bankrekeningen van gemeenten tellen mee. Overtollige middelen mogen op basis van deze wet dus alleen bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor verplicht schatkistbankieren 2% van het begrotingstotaal bij de start van het jaar. Het minimum drempelbedrag is € 1 miljoen. Wanneer wij meer liquide middelen bezitten dan de norm van € 3.557.700 moeten we dit bij de schatkist aanhouden. B. Gemeentelijk beleid Ons beleid op het gebied van aantrekken en uitzetten van geld is vastgelegd in ons Treasurystatuut. C. Financieringspositie We hebben middelen nodig voor de financiering van vaste activa, de bouwgrondexploitatie en de lopende transacties. Oftewel uitgaven min ontvangsten. Deze financieringsmiddelen bestaan uit langlopende leningen, kortlopende leningen, debetsaldi in rekening-courant en crediteuren.

77

Geldleningen Per 31-12-2024 is de stand van de langlopende leningen € 44.555.000 en een jaarlijkse aflossingsverplichting van € 3.205.000. D. Renteontwikkeling De rente op de geldmarkt en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank. Oftewel ECB. De prijsstabiliteit die door het monetaire beleid van de ECB wordt nagestreefd, omvat een inflatie van 2% voor alle eurolanden samen. Dit komt omdat onze economie het beste werkt als de prijzen stabiel zijn. Door verhoging van de rente zal de vraag naar producten en diensten afnemen en de inflatie dalen en omgekeerd. In 2024 en in 2025 heeft de ECB meerdere renteverlagingen doorgevoerd, maar er lijkt een pauze te zijn ingelast. Vanaf juli 2025 is de rente ongewijzigd. Voor deze begroting gaan we er vanuit dat de depositorente voor 2026 stabiel blijft. E. Financieel Risicobeheer De risico's bij de gemeenten zijn: 1. Renterisico's op vaste schulden. Oftewel renterisiconorm; 2. Renterisico op de vlottende schuld. Oftewel kasgeldlimiet; 3. Kredietrisico op verstrekte geldleningen en afgegeven borgstellingen. E.1. Renterisico-norm In de Wet Fido is het sturingsinstrument ‘renterisiconorm’ gepresenteerd. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schulden. De norm geeft aan over welk bedrag per jaar er maximaal risico mag worden gelopen.

Dit gaat over onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden. Het gaat ook over de herfinanciering van aflossingen. Door aflossingen en herzieningen in de tijd te spreiden wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20%. Dit betekent voor ons een renterisiconorm van € 35.356.000.

Berekening renterisiconorm en risico bedragen x €1.000

Rekening 2024

Primaire begroting 2025

Begroting 2026

Raming 2027Raming 2028

Raming 2029

1a Renteherziening op vaste schuld o/g 1b Renteherziening op vaste schuld u/g

2 Netto renteherziening op vaste schuld (a-b) 3a Nieuwe aangetrokken vaste schuld

28.500

28.000

7.200

5.000

3.500

28.500

28.000

7.200

5.000

3.500

3b Nieuwe verstrekte lange leningen

4 Netto aangetrokken vaste schuld (a-b) 5 Betaalde aflossingen

3.205

3.572

3.905

4.785

5.090

5.153

6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

3.205

3.572

3.905

4.785

5.000

3.500

7 Rente risico op vaste schuld (2+6)

3.205

3.572

3.905

4.785

5.000

3.500

196.494

158.923

177.678

171.885

171.035

171.072

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Rente risiconorm 8 Begrotings- rekeningtotaal 9 Bij ministeriele regeling vastgesteld %

78

10 Renterisiconorm

39.299

31.785

35.536

34.377

34.207

34.214

10 Renterisiconorm

39.299

31.785

35.536

34.377

34.207

34.214

7 Renterisico op vaste schuld

3.205

3.572

3.905

4.785

5.000

3.500

36.094

28.213

31.631

29.592

29.207

30.714

Toets rente risiconorm

11 Ruimte (+) / Overschrijding () (10-7)

Toelichting tabel: De renteherziening op de vaste schuld is op 0 gesteld. Ons beleid is dat er alleen leningen worden afgesloten met een vast rentepercentage. Dit rentepercentage kan tijdens de looptijd van de lening niet worden herzien. Uit de tabel blijkt dat we een zeer laag renterisico hebben en zeer ruim binnen de wettelijke risiconorm blijven. E.2. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeente voor slechts een beperkt bedrag met kort geld mag financieren. Met kort geld wordt geld met een looptijd van minder dan 1 jaar bedoeld. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. De gemiddelde korte schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet niet overschrijden. Je moet het aan de toezichthouder melden wanneer je voor het derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt. Hierbij moet je ook voorleggen hoe je dit oplost. Voor het jaar 2026 is de kasgeldlimiet vastgesteld op € 15 miljoen. Wij mogen tot de kasgeldlimiet financieren met kort geld. stand per 01/01

Berekening kasgeldlimiet

Bedragen x euro 1.000,-

jaarbegroting begrotingbegroting rekening 2025 2026 2027 2024

begroting 2028

begroting 2029

1) Toegestane kasgeldlimiet begrotingstotaal (totaal van de lasten)

154.408

158.923

177.678

171.885

171.035

171.072

kasgeldlimiet in procenten kasgeldlimiet in bedrag

8.50% 13.125

8.50% 13.508

8.50% 15.103

8.50% 14.610

8.50% 14.538

8.50% 14.541

4.359

7.491

7.498

7.498

7.498

7.498

20.952 25.311

33.898 41.389

36.165 43.663

35.184 42.682

36.953 44.451

36.884 44.382

53.725 53.725

43.787 43.787

42.738 42.738

44.438 44.438

44.438 44.438

2) Omvang vlottende schuld schuld in rekening courant overige geldleningen niet zijnde vast schuld Totaal vlottende schuld 3) Omvang vlottende middelen contante gelden in kas

1

tegoeden in rekening-courant

4

overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen

52.191 52.197

79

4) Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-26.886

-12.336

-124

-56

13

-56

Toegestane kasgeldlimiet (1)

13.125

13.508

15.103

14.610

14.538

14.541

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

40.011

25.844

15.227

14.667

14.525

14.597

E.3. Kredietrisico verstrekte geldleningen en borgstellingen Bij het bepalen van kredietrisico’s maken we een onderscheid tussen 2 soorten risico’s die wij als gemeente lopen. Het ene risico lopen wij omdat wij geldleningen verstrekken of hebben verstrekt aan andere partijen. Het andere risico lopen wij omdat wij gemeentegaranties hebben afgegeven, oftewel een borgstelling. Het kredietrisico voor verstrekte geldleningen zit hem in het mogelijk niet kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. Bij borgstellingen ligt het risico bij het claimen van de borg, als de partij waarvoor de borg is gesteld haar verplichtingen niet kan nakomen. Hierbij is de stand vanuit de jaarrekening opgenomen van door de gemeente aan derden verstrekte leningen en deelnemingen. Bedragen x euro 1000,Omschrijving

Lening verenigingen/stichtinge n SVN duurzaamheidslening nr 3552 SVN duurzaamheidslening nr 4213 Starterslening Svn nr 4211 Starterslening Svn nr 4212 Hypotheken Totaal

Boekwaard e per 01-012024

Investeringe n

712

50

112

5

2.258

38

2.693 54

Desinvesterin g

Afschrijvin g / aflossing -30

-50

67

-12

-304

1.980

2.188

-20

-526

4.335

3

-4

-1

52

2.284

-36

-881

7.166

154 5.983

Rekenin Boekwaard g e per 31-12courant 2024 deel 732

-154 -184

0

*We verstrekken al geruime tijd geen nieuwe hypotheken meer. Aan waarborgen en garanties heeft de gemeente Schagen een bedrag uitstaan van € 130.528.000. F. Renteresultaat In het Besluit begroting en verantwoording is opgenomen dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend. Het doel is om een juist inzicht in de kosten van de taakvelden te krijgen. Dit gebeurt met behulp van een renteomslag. Het bedrag dat toegerekend kan worden is berekend in onderstaande tabel. De renteomslag moet jaarlijks worden berekend. Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% moet de gehanteerde omslagrente aangepast worden. Vanwege het verschil tussen het gehanteerde omslagpercentage en het werkelijk betaalde percentage ontstaat er een renteresultaat. 80

In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in: · De rentelasten; · Het renteresultaat; · De manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.

Rente resultaat Boekwaarde 1-1-2026 vlgs staat C 2026 begroting

178.387 178.387

Rente lasten korte en lange termijn rente treasury langlopende leningen

55 923 978

Renteomslag

0,55%

Afronden op 0,5%

1,0%

De externe rente over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente

978 1.015 -37

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (voorbeeld riolering) Saldo door te berekenen externe rente

24 -

-13

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (contante waarde) De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente

-13

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (...% renteomslag)

1.784

Renteresultaat op het taakveld treasury

1.797

81

Het gepresenteerde renteresultaat van € 1.797.000 voordelig betekent dat de gehanteerde omslagrente van 1,0% hoger is dan het gemiddelde van de werkelijke rentepercentages. Er wordt dus meer rente doorberekend naar de activa dan er wordt betaald aan de geldverstrekkers. Het verschil valt binnen de gestelde bandbreedte. Dit betekent dat er een reëel percentage wordt toegerekend aan de activa.

82

Paragraaf lokale heffingen Doelstelling Met dit overzicht van de lokale heffingen geven we een inzicht in welke heffingen er zijn. Ook laten we zien wat de tarieven zijn. Dit maakt duidelijk wat de financiële gevolgen zijn van eerder gemaakte beleidskeuzes. Het laat ook zien wat onze inwoners hiervoor moeten betalen. Gemeentelijk beleid In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen door een gemeente geheven kunnen worden. Dit zijn de belastingen genoemd in de artikelen 220 tot en met 229d Gemeentewet. Ook zijn er belastingen die een gemeente heft op basis van andere wetten. Bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing op basis van de Wet milieubeheer. Het algemene uitgangspunt is dat tarieven kostendekkend moeten zijn. Dit beleid komt neer op ‘de gebruiker betaalt’. Bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is het streven om 100% kostendekkend te zijn. Voor inwoners die niet in staat zijn bepaalde gemeentelijke belastingen te betalen is kwijtschelding mogelijk. Dit is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en bij uitzondering voor de onroerendezaakbelastingen. Inflatiecijfer Voor de leges, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hebben we afgesproken dat we kostendekkende tarieven heffen voor zover dit mogelijk en acceptabel is.

De onroerendezaakbelastingen en overige heffingen verhogen we met de inflatie, gebaseerd op het gemiddelde consumentenprijsindexcijfer (CPI). In de kadernota is bepaald dat dit gemiddelde wordt berekend over de periode van mei (t-1) tot en met april (t). Voor 2026 is dit uitgangspunt echter aangepast, omdat de gemeenteraad de toeristenbelasting reeds in mei 2025 heeft vastgesteld, terwijl het inflatiecijfer over de genoemde periode toen nog niet beschikbaar was. Daarom is voor de vaststelling uitgegaan van het CPI-gemiddelde over de periode januari tot en met december van het voorgaande jaar, wat neerkomt op een inflatiepercentage van 3,56%. Dit percentage is daarmee leidend voor de verhoging van de OZB en overige heffingen in 2026. Overzicht lokale heffingen De belangrijkste belastingen, rechten en leges die door ons worden geheven zijn: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing voor gebruikers; • toeristenbelasting; • forensenbelasting; • grafrechten; • precariobelasting; • leges. Elke soort lichten we verder toe. Onroerendezaakbelastingen Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet heffen wij onroerendezaakbelastingen. Oftewel OZB. Voor gecombineerde panden wordt voor het woondeel een vermindering

83

toegepast. Gecombineerde panden zijn panden waarbij een deel bedrijfsmatig wordt gebruikt en een deel als woning. De inkomsten voor 2026 zijn geschat op een totaal van € 14.262.000. Dit is inclusief de inflatiecorrectie van 3,56%, de meeropbrengst vanwege het realiseren van nieuwbouwwoningen, de afdracht aan het Ondernemersfonds Schagen en het compensatiebudget voor sport en cultuur. Dit laatste gaat om de 3% extra opbrengst van sportcomplexen en culturele complexen. De tarieven voor 2026 zijn nog niet bekend. De hertaxatie naar peildatum 1 januari 2025 is nog niet afgerond. Uiterlijk in december 2025 komen we met een voorstel om deze tarieven vast te stellen. Bij de berekening van de tarieven zal rekening worden gehouden met de uitkomsten van de herwaardering. Bij een stijging van de WOZ-waarde daalt het tarief. Zo pakt de herwaardering opbrengst neutraal uit. Andersom zal bij een daling van de WOZwaarde het tarief stijgen. WOZ staat voor waardering onroerende zaken. Afvalstoffenheffing De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing regelt de heffing en invordering van de gemeentelijke afvalstoffen. Oftewel de kosten van het ophalen van het huishoudelijk afval. Afvalstoffenheffing kan worden geheven op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.

De aanslag afvalstoffenheffing wordt vastgesteld aan de hand van het aantal personen dat op 1 januari van het belastingjaar bij een huishouden staat ingeschreven. De gemeentelijke afvalstoffenheffing wordt voor een groot deel bepaald door het tarief uit de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de Huisvuilcentrale (HVC). Het DVO-tarief stijgt jaarlijks mee met het consumentenprijsindexcijfer en een loonkostencompensatie. Bij het aangaan van de DVO in 2017 is een ingroeiregeling afgesproken voor de stijgende kosten van inzameling van glas, textiel, het beheer en onderhoud van inzamelmiddelen, en de collectieve kosten van HVC. Deze ingroeiregeling wordt stapsgewijs afgebouwd en loopt tot 2026. Naast de kosten vanuit de DVO met HVC rekenen we ook een deel van de kosten voor straatreiniging, invordering, verhaal en kwijtschelding toe aan de heffing. Overzicht kostendekking tarief: Kostendekkendheid afval (x1000)

2025

2026

Kosten taakveld afval, incl. (omslag)rente Kosten taakveld Verkeer en vervoer

6.730

7.153

527

220

Inkomsten, excl. heffingen

-885

-816

Netto kosten

6.372

6.556

92

103

BTW

1.513

1.515

A. Totale kosten

7.977

8.174

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

84

Opbrengst heffingen

-8.157

Kwijtschelding B. Totale opbrengsten

-8.363

189

189

-7.968

-8.174

9

0

100%

100%

B-A kostendekkenheid

Door bovenstaande componenten stijgt het tarief voor 2026 met 2,5%. Afvalstoffenheffing 2025 2026 1 persoon 341,350,2 personen 402,412,3 personen 402,412,≥ 4 personen 435,446,extra container 218,223,De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing was geraamd op € 8.313.000,- en wordt € 8.363.000. Rioolheffing In maart 2023 is het Programma Stedelijk Water en Riolering vastgesteld. Oftewel PSWR. In het vastgestelde PSWR 2023-2027 was een tarief opgenomen van € 252,- voor het jaar 2026. Omdat de uitvoering van deze werkzaamheden van veel factoren afhankelijk is, is het van belang dit jaarlijks te actualiseren. Na verwerking van de investeringen volgend uit het PSWR en actualisatie van investeringen riolering 2026 blijkt dat het tarief aangepast moet worden naar € 245,-. Hierbij begroten we realisaties en wijken we af van het voorgenomen tarief van € 252,- uit het PSWR. Overzicht kostendekking tarief Kostendekkendheid rioolheffing (x1000) Kosten taakveld riolering, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen

2025

2026

5.137

4.785

-55

-50

5.082

4.735

Overhead incl. (omslag)rente

48

800

BTW

647

838

A. Totale kosten

5.777

6.373

Opbrengst heffingen

5.910

6.487

114

114

5.796

6.373

19

0

100%

100%

Netto kosten Toe te rekenen kosten:

Kwijtschelding B. Totale opbrengsten B-A Dekkingspercentage (exc mut. Voorz)

85

De rioolheffing wordt door ons geïnd als retributie die wordt geheven wanneer een bouwwerk is aangesloten op riolering. Dit is volgens de definitie van de Leidraad Riolering. Percelen die niet zijn aangesloten op de riolering zijn niet heffingsplichtig. Voor 2026 bedragen de tarieven: • •

tot en met 99.750 m3 waterverbruik een tarief van € 245,- per eenheid van 350 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 350 m3 naar boven wordt afgerond; vanaf 99.751 m3 een tarief van € 245,- per eenheid van 750 m3 gebruik, waarbij een gedeelte van 750 m3 naar boven wordt afgerond.

Het riooltarief stijgt met 11,3% ten opzichte van 2025. Een deel van die stijging komt doordat we voortaan een andere manier gebruiken om overheadkosten – zoals administratie, huisvesting en personeelszaken – toe te rekenen aan het riooltarief. Overheadkosten werden ook eerder al meegenomen, maar voor de rioolheffing gebeurde dat op basis van een vast bedrag per jaar, zoals vastgesteld in het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR). Volgens de Notitie Overhead 2023 moeten we één consistente en transparante methode gebruiken om overhead toe te rekenen aan alle tarieven, leges en heffingen. Omdat in het PSWR een vast bedrag aan overhead was afgesproken, week de rioolheffing af van de methode die voor andere heffingen en leges werd gebruikt. Dit is niet langer toegestaan. Die werkwijze sluit beter aan bij hoe het werk in de praktijk verdeeld is, maar wijkt af van de oude aanpak. Daardoor valt het tarief dit jaar hoger uit. Daarnaast speelt mee dat de gemeente Schagen een relatief groot buitengebied heeft en dat het rioolstelsel verouderd is. In de komende jaren zijn daarom aanzienlijke investeringen nodig in onderhoud en vervanging van het riool. Om die reden was in het PSWR voor 2026 een tarief van € 252,- vastgesteld. Omdat het tarief niet hoger mag zijn dan de kosten kan het tarief genoemd in het PSWR niet worden aangehouden.

De inkomsten uit de rioolheffing waren begroot op € 6.215.000 en worden € 6.487.000. Toeristenbelasting De gemeente Schagen heeft twee tarieven voor de toeristenbelasting. • Het tarief van € 2,13 geldt voor steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens op een kampeerterrein. Onder mobiele kampeeronderkomens wordt verstaan: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens. • Het tarief van € 2,33 geldt voor alle andere vormen van verblijf. Er gelden forfaitaire tarieven voor kampeerplaatsen die toeristen voor een lange periode achtereen tot hun beschikking hebben. Bij campings met jaarplaatsen, seizoenplaatsen of maandarrangementen is namelijk een registratie per nacht niet uitvoerbaar. Daarom zijn de volgende forfaitaire tarieven 2026 opgenomen voor steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens: Voorseizoenarrangement Verlengd voorseizoenarrangement Naseizoenarrangement Maandarrangement

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16006316/1